Gemeenteblad van Renkum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2025, 427518 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2025, 427518 | beleidsregel |
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Renkum 2025, 2026 en 2027
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum,
Gelezen het voorstel van 30 september 2025
Gelet op artikel 78gg van de Participatiewet
overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders (hierna het college):
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Renkum 2025, 2026 en 2027
In deze beleidsregels wordt verstaan onder doelgroep:
Alleenverdiener: het huishouden dat:
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het hele bedrag.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van: 30 september 2025.
de gemeentesecretaris
drs. M.J.J. (Marcel) Wagener
de burgemeester
A.M. (Marcel) Fränzel MSc
Een groep huishoudens ontvangt door een ongelukkige samenloop van wet- en regelgeving te weinig toeslagen. Het besteedbaar inkomen komt hierdoor onder het niveau voor (echt)paren met een volledige bijstandsuitkering en daarmee onder het bestaansminimum.
Gemeenten ondersteunen deze huishoudens tot er in 2028 een definitieve oplossing via een fiscale regeling komt. Tot januari 2025 gold fase 1, en werd het tekort van de huishoudens berekend en toegekend. Vanaf 1 januari 2025 geldt fase 2: de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Hiermee is een wettelijke grondslag ontstaan om aan huishoudens in de alleenverdienersproblematiek ambtshalve en op aanvraag een vaste tegemoetkoming toe te kennen.
De toelichting verduidelijkt de bedoeling per artikel. Omdat de regeling technisch van aard is, is soms een uitgebreidere toelichting wenselijk. Daarvoor wordt verwezen naar de ondersteuning van de VNG, die o.a. bestaat uit een Handreiking en een document met Veelgestelde vragen.
Door toepassing van een heffingskorting hoeft een belastingplichtige minder belasting te betalen. Tot en met 2008 werd de AHK van de minstverdienende partner uitgekeerd als de meestverdienende partner genoeg belasting betaalde. Deze ‘overdraagbaarheid’ is tussen 2009 tot 2023 afgebouwd om de arbeidsparticipatie van de minstverdienende partner te bevorderen. Vanaf 2023 kunnen eenverdienershuishoudens met een minstverdienende partner die geboren is na 1962 helemaal geen gebruik meer maken van de overdraagbare AHK.
In de bijstand is er geen mogelijkheid tot overdraagbaarheid van deze heffingskorting, want er wordt uitgegaan van een netto norm. Bij de berekening van de netto bijstandsnorm wordt deze wel gesimuleerd door meer dan één keer de AHK toe te passen . Hierdoor heeft het (echt)paar met alleen bijstand een hoger netto-inkomen (volledige bijstand met maximale toeslagen) dan een (echt)paar met hetzelfde bruto-inkomen en mogelijk zelf een hoger bruto-inkomen dat tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek behoort.
Het (echt)paar dat behoort tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek betaalt over hetzelfde bruto-inkomen namelijk meer belasting (want minder AHK). Om op hetzelfde netto-inkomen uit te komen als een (echt)paar in de bijstand is dus een hoger bruto-inkomen nodig. Met een hoger bruto-inkomen komt een deel van de alleenverdiener huishoudens al in de afbouwfase van de toeslagen terecht met als resultaat minder recht op toeslagen. Het totale besteedbare inkomen van deze huishoudens inclusief toeslagen komt daarmee onder het bestaansminimum (bijstandsnorm met maximale toeslagen).
Wanneer het (echt)paar naast het inkomen uit een loongerelateerde uitkering aanvullende bijstand ontvangt wordt voor de minstverdienende partner voor dat deel wel de AHK fictief toegepast, waardoor het netto-nadeel minder is.
Deze situatie doet zich vrijwel niet voor bij werkende eenverdiener huishoudens. Zij ontvangen naast de AHK ook arbeidskorting. De arbeidskorting loopt bij lagere inkomens snel op. Hierdoor wordt het gemis van AHK ten opzichte van een vergelijkbaar bijstandspaar gecompenseerd.
Artikel 2 Ambtshalve toekenning
De Belastingdienst verstrekt via Bureau InformatieDiensten Nederland (voorheen Inlichtingenbureau) de burgerservicenummers van huishoudens waarvan de Belastingdienst heeft bepaald dat zij tot de doelgroep van de vaste tegemoetkoming behoren. Daarom kan deze tegemoetkoming ambtshalve worden verstrekt, en is alleen onderzoek nodig naar het bankrekeningnummer waarop de tegemoetkoming kan worden verstrekt (uitbetaald).
Van de huishoudens op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum (15 januari van het betreffende kalenderjaar) nog in leven waren en woonachtig in de gemeente Renkum. Daarmee is feitelijk voldaan aan de minimale vereisten van de lichte toets.
De vaste tegemoetkoming over 2025 (fase 2) kan eveneens ambtshalve worden toegekend aan huishoudens waarvan weliswaar het BSN niet is verstrekt door de Belastingdienst, maar waarvan het college vermoedt dat het huishouden wel in aanmerking komt voor de tegemoetkoming. Dat is het geval bij huishoudens die in 2023 en/of 2024 de tegemoetkoming van fase 1 hebben ontvangen en waar zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de woon- en leefsituatie van het huishouden.
Betreft het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming over 2026 en/of 2027. Zie verder de toelichting bij lid 2.
Huishoudens waarvan het vermoeden bestaat dat zij alleenverdieners zijn zoals bedoeld in art. 1.2, kunnen een aanvraag indienen voor de vaste tegemoetkoming. Dit kan zowel op uitnodiging van het college, uit eigen beweging of na doorverwijzing.
Het college kan een bestandsanalyse maken van huishoudens in de actualiteit (jaar t) die mogelijk tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek behoren (dit kan ook ontstaan gedurende de looptijd van het jaar bij nieuwe aanvragen bijzondere bijstand en aanvullende algemene bijstand).
Het college beoordeelt of iemand alleenverdiener is. Als dat zo is, dan wordt de vaste tegemoetkoming toegekend. De volgende stappen worden doorlopen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep behoort:
Vooraf: C heck op huishoudenskenmerken
Stap 1: Komt het huishouden zorgtoeslag tekort?
De snelste wijze om vast te stellen of een huishouden recht heeft op een vaste tegemoetkoming is vaststellen of het huishouden zorgtoeslag tekortkomt. Een tekort aan zorgtoeslag betekent dat het een alleenverdienerhuishouden betreft. De analyse of er een tekort is aan zorgtoeslag is relatief eenvoudig. Alleen het inkomen van de partners is relevant; inkomen van medebewoners blijft buiten beschouwing.
Stap 2: Het huishouden heeft geen tekort aan zorgtoeslag; mogelijk tekort aan huurtoeslag
Het is mogelijk dat er geen tekort is aan zorgtoeslag maar dat er toch sprake is van een alleenverdiener, omdat er een tekort is bij de huurtoeslag. Dat doet zich voornamelijk voor als er een medebewoner met inkomen is die meetelt voor de huurtoeslag. Het bruto-inkomen van de medebewoner telt geheel mee in de bepaling van het recht op toeslagen. Hierdoor begint de alleenverdieners-problematiek voor de partners bij een lager eigen bruto-inkomen. Voor huishoudens in 2025 is er reden voor nader onderzoek als het totale bruto-inkomen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten partners en meerderjarige medebewoners samen boven de € 30.450 komt (let op: voor kinderen
tot 23 jaar geldt in 2025 een vrijstelling van € 6.042). Dit vergt dan verdergaand onderzoek waarbij alle gegevens die relevant zijn voor de huurtoeslag betrokken moeten worden.
Voor het berekenen van het tekort zie de Handreiking van de VNG, blz. 18 en verder.
Als na het berekenen blijkt dat dat het besteedbaar inkomen lager is dan het van toepassing zijnde bestaansminimum, dan is sprake van een alleenverdienershuishouden en volgt toekenning van de vaste tegemoetkoming.
De hoogte van de vaste tegemoetkoming wordt jaarlijks door de minister vastgesteld en is onderdeel van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. De hoogte van de vaste tegemoetkoming bedraagt over 2025 € 1.000,-.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-427518.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.