Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte

De directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte van de gemeente Amsterdam;

 

gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en artikel 2, eerste lid, samen met de bijlage, onderdeel Algemene bepalingen en beperkingen, onder 7, van het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam;

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    adjunct-directeur: de adjunct-directeur Operatie en de adjunct-directeur Ontwikkeling, Innovatie en Ondersteuning;

  • -

    afdelingsmanager / afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;

  • -

    APV: Algemene Plaatselijke Verordening 2008;

  • -

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente;

  • -

    cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • -

    dagelijks bestuur of DB: dagelijks bestuur als bestuurscommissie van een stadsdeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening en dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de verordening;

  • -

    directeur: de directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte;

  • -

    directie: de directie Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte;

  • -

    gemeente: de gemeente Amsterdam;

  • -

    klachtencoördinator: klachtencoördinator werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;

  • -

    machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • -

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    stadsdeel: een stadsdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;

  • -

    stadsgebied: het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;

  • -

    stedelijk directeur: de directeur van een cluster;

  • -

    teammanager / teamleider: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;

  • -
  • -

    volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • -

    voorzitter of VZ: de voorzitter van het dagelijks bestuur

Artikel 2 Machtiging en volmacht

Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    Volmacht en ondervolmacht om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en in dat kader stukken te tekenen;

  • b.

    Machtiging en ondermachtiging om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

  • 1.

    Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit.

  • 2.

    Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 1 genoemde bepalingen en beperkingen.

  • 3.

    Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.

Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied

Artikel 5 Vervangingsregeling

  • 1.

    De adjunct-directeur Operatie en de adjunct-directeur Ontwikkeling, Innovatie en Ondersteuning worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan twee kalenderdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.

  • 2.

    Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, wordt deze vervangen door de adjunct-directeur Operatie.

  • 3.

    Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van de adjunct-directeur Operatie wordt de directeur vervangen door de adjunct-directeur Ontwikkeling, Innovatie en Ondersteuning.

Artikel 6 Wijze van ondertekening

  • 1.

    Ondermandaat op grond van dit besluit geldt ook voor de ondertekening van stukken.

  • 2.

    In geval van het uitoefenen van een gemandateerde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

[handtekening]

 

[voor- en achternaam gemandateerde]

[functieaanduiding]

 

  • 3.

    Een beslissing die niet in mandaat wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, wordt als volgt ondertekend:

    De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

     

    ondertekend namens deze,

     

    [handtekening]

     

    [voor- en achternaam gemandateerde]

    [functieaanduiding]

  • 4.

    In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 5, dan wordt de ondertekeninstructie in het tweede en derde lid vanaf de handtekening vervangen door:

     

    [handtekening]

     

    bij afwezigheid,

    [voor- en achternaam vervanger]

    [functieaanduiding vervanger]

Artikel 7 Intrekken eerder mandaatbesluit

Het besluit Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling, Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte wordt ingetrokken.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte.

Vastgesteld op 24 september 2025.

De directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte

Roy Tjin-Tham-Sjin

Bijlage 1, bij artikel 3: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

 

Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:

Andere algemene bepaling

Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.

 

Ondermandatenregister

Nr.

Grondslag in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam

Bevoegd bestuurs-orgaan

Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Ondermandaat verleend aan

1.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder a

Het toepassen van bestuursdwang door het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand voertuig alsmede het opmaken van een proces-verbaal van meevoeren en opslaan

Art. 170, lid 1, Wegen-verkeerswet 1994 , art. 125 Gemeente-wet, art. 5:29, leden 1 tot en met 3, Algemene wet bestuursrecht en art. 5 Besluit wegslepen van voertuigen

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider team Wegsleep (manager F);

  • 3.

    Aanvoerder Wegsleep;

  • 4.

    Kraanwagen-chauffeur BOA (medewerker handhaving C, medewerker handhaving D).

2.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder b

Het bijhouden van een bewaringsregister en het verrichten van de benodigde handelingen

Art. 170, lid 4, Wegen-verkeerswet 1994, artt. 6 tot en met 11 en art. 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider BOA Binnen;

  • 3.

    Specifiek beheer-medewerker;

3.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder c

Het opschorten van de afgifte van een weggesleept voertuig tot de verschuldigde kosten zijn voldaan

Art 5:29, lid 4, Algemene wet bestuursrecht

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider BOA Binnen;

  • 3.

    Specifiek beheer-medewerker

4.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder d

Het invorderen van de kosten van bestuursrechtelijke geldschulden

Titel 4.4 Algemene wet bestuursrecht

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider BOA Binnen;

  • 3.

    Specifiek beheer-medewerker

5.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder e

Het bekendmaken van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang

Art. 171 Wegen-verkeerswet 1994

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider BOA Binnen;

  • 3.

    Specifiek beheer-medewerker

6.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder f

Het verkopen, overdragen en vernietigen van weggesleepte voertuigen

Art. 5:30, leden 1 en 2, van de Algemene wet bestuursrecht

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider BOA Binnen;

  • 3.

    Specifiek beheer-medewerker

7.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder g

Het verkopen, overdragen in eigendom om niet of vernietigen van het voertuig alsmede het terugbetalen van de kosten en/of het vaststellen en betalen van een redelijke schadeloosstelling

Art. 172, lid 2, 3, 5, 6, en 7 Wegen-verkeerswet 1994

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider BOA Binnen;

  • 3.

    Specifiek beheer-medewerker

8.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder h

Het verrichten van feitelijke handelingen in verband met het wegslepen van voertuigen door het toepassen van bestuursdwang

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Teamleider team Wegsleep;

  • 3.

    Aanvoerder Wegsleep;

  • 4.

    Kraanwagen-chauffeur BOA (medewerker handhaving C, medewerker handhaving D).

9.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 2

Het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom, het feitelijk ten uitvoer leggen van deze lasten, het nemen van invorderingsbeschikkingen en het verrichten van handelingen in verband met de handhaving van de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, Telecommunicatiewet, Verordening Basisinformatie 2018, Verordening Werken in de openbare ruimte, Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023, Marktverordening, Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten, Verordening op het binnenwater 2010, Wrakkenwet, Scheepvaartverkeerswet, Binnenvaartpolitiereglement, Gezondheidsverordening en de Bomenverordening 2014 in de zin van artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125 van de Gemeentewet en afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Art. 125 Gemeente-wet en afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 Algemene wet bestuursrecht 

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager I en manager J);

  • 2.

    Teamleider Fietsparkeren (manager F);

  • 3.

    Senior handhaver Fietsparkeren (medewerker handhaving E);

  • 4.

    Medewerker Fietsparkeren (medewerker handhaving D, medewerker handhaving C);

  • 5.

    Teamleider Coaches Openbare Ruimte (Manager F)

  • 6.

    Aanvoerder Fietscoach (medewerker handhaving F)

  • 7.

    Senior Fietscoach (medewerker handhaving D)

  • 8.

    Fietscoach (medewerker handhaving C)

10.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 3

Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de korpschef van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland dan wel in ondermandaat verleend door de korpschef inzake het wegslepen van voertuigen zijn genomen

Artt. 170 tot en met 174 Wegen-verkeerswet 1994 , het Besluit wegslepen van voertuigen en de Wegsleep-verordening Amsterdam 2017

College

11.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 4

Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de directeur Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de directeur inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoer-tuigen voor zover het gebieden bij NS-stations betreft

Art. 4.27 APV

12.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 5

Het opleggen van een last onder dwangsom en het nemen van een invorderingsbeschikking

Art. 17 Afvalstoffen-verordening Amsterdam 2023 in de zin van art. 125 Gemeente-wet en afdeling 5.3.2 Algemene wet bestuursrecht

College

Afdelings-managers (manager I en manager J)

13.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 6

Het verlenen van ontheffingen in situaties die stadsdeelgrensover-schrijdend zijn

Art. 87 Reglement verkeers-regels en verkeers-tekens 1990

College

Afdelings-managers (manager J)

14.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 7

Het verlenen van ontheffingen voor het inrijden van de milieuzones

Art. 87 Reglement verkeers-regels en verkeers-tekens 1990

College

Afdelings-managers (manager J)

15.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 8

Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het colleges die in mandaat door de directeur Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de directeur inzake ontheffingen zijn genomen

Art. 87 Reglement verkeers-regels en verkeers-tekens 1990

College

16.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 9

Het aanwijzen van toezichthouders en het aanwijzen van buitengewoon opsporings-ambtenaren belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten inzake de naleving van het bepaalde bij of krachten:

  • a.

    Art. 437 en 437ter Wetboek van Strafrecht;

  • b.

    Artikel 5.4 Telecommuni-catiewet;

  • c.

    Artt. 82a en 82b Wet personen-vervoer 2000 en de Taxiverordening Amsterdam 2012;

  • d.

    De Algemene Plaatselijke Verordening 2008;

  • e.

    De Verordening Werken in de openbare ruimte Amsterdam 2021;

  • f.

    De Afvalstoffenverordening 2009;

  • g.

    De Marktveror-dening;

  • h.

    De Bomenveror-dening 2014;

  • i.

    De Parkeerveror-dening Amsterdam 2025;

  • j.

    De Verordening Basisinformatie 2018;

  • k.

    De Verordening op het Binnenwater 2010;

  • l.

    De Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten;

  • m.

    De Wrakkenwet;

  • n.

    De Scheepvaartverkeerswet;

  • o.

    Het Binnenvaart-politie-reglement;

  • p.

    De Gezondheids-verordening.

College, burgemeester

17.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel a

Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit

Art. 160, lid 3, Gemeente-wet

College

Behalve beslaglegging

18.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel b

Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld

Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht

College

Afdelings-managers (manager J)

19.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel c

Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen

Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht

College, burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

20.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel d

Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag

Art. 4:14 Algemene wet bestuursrecht

College, burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

21.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel e

In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen

Art. 4:18 Algemene wet bestuursrecht

College, burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

22.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel p

Het aanwijzen van toezichthouders en het afgeven van legitimatiebewijzen

Artt. 5:11 en 5:12 Algemene wet bestuursrecht

College, burgemeester

23.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel q

Het behandelen en afdoen van klachten

Titel 9.1, Algemene wet bestuursrecht

College

  • 1.

    Afdelings-managers (manager J);

  • 2.

    Klachten-coördinator

24.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel r

Het beslissen op verzoeken om publieke informatie

Art. 4.1 Wet open overheid

College

Afdelings-managers (manager I en manager J)

25.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel s

Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie

Art. 3.3 Wet open overheid

College, burgemeester

Afdelings-managers (manager I en manager J)

26.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2

Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen

Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet

College

Met uitzondering van:

 

a.het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:

- lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;

- geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;

- korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of

- aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd,

waarbij toestemming van het college niet vereist is:

i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;

ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of

iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.

b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;

 

c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;

 

d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.

Noot: overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023

27.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3

Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen

Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet

College

Mits:

 

a. zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;

 

b. zij geen betrekking hebben op:

i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;

ii. het lenen of uitlenen van geld;

iii. borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of

iv. andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en

 

c. de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.

Noot: overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023

28.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4

Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat

Art. 171 Gemeente-wet

Burgemeester

29.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5

De ondertekening van stukken die van het college uitgaan

Art. 59a Gemeente-wet

30.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder a

De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene

Artt. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.

College, burgemeester

31.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder b

De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

Art. 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.

College, burgemeester

32.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder c

De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens

Art. 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.

College, burgemeester

33.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4

Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein

College

34.

Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5

Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit

College, burgemeester

Bijlage 2, bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied

 

Algemene bepalingen en beperkingen

Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:

  • 1.

    De bevoegdheden worden uitgeoefend binnen het gemeentelijke beleid en eventuele (mondelinge) instructies van het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur van het stadsdeel of stadsgebied of de directeur.

  • 2.

    De gemandateerde betrekt de directeur en het dagelijks bestuur of de voorzitter bij het gebruikmaken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij:

    • a.

      hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn;

    • b.

      stadsdeel- of stadsgebiedoverstijgende belangen spelen;

    • c.

      uniforme besluitvorming gewenst is;

    • d.

      strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn;

    • e.

      expertise nodig is die op stadsdeel- of stadsgebiedniveau niet goed is ontwikkeld.

  • 3.

    Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het mandatenregister verwerkt.

  • 4.

    Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot:

    • a.

      het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie;

    • b.

      het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;

    • c.

      het ondertekenen van de betreffende stukken;

    • d.

      het voldoen aan publicatieverplichtingen;

    • e.

      het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het ondermandatenregister;

    • f.

      het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht;

    • g.

      het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.

De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.

 

Ondermandatenregister

Nr.

Onderdeel zoals aangegeven in de verordening

Omschrijving bevoegdheid in de verordening

Grondslag genoemd in de verordening

Bevoegd bestuurs-orgaan volgens de verordening

Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied

Ondermandaat verleend aan

1.

A.1

Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente

Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet

College

a. Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon.

 

b. Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost.

 

c. Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden.

 

d. De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2.

 

e. Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 6.24 Wro.

 

Tot een maximumbedrag conform de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023

 

Noot 1:

 

De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen:

 

a. Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden;

 

b. Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel;

 

c. Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel.

 

Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet.

2.

A.2

Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten)

Art. 171 Gemeente-wet

Burgemeester

Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1

3.

A.3

Beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie

Art. 160, lid 1, aanhef en onder e, Gemeente-wet

College (voordat de bevoegdheid in de verordening gedelegeerd is aan het DB. Het college is daardoor niet meer bevoegd, maar het DB wel)

4.

A.5

Beslissen op verzoeken om schadevergoeding

Art. 8:90, lid 2 Algemene wet bestuursrecht

College, burgemeester

Mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende besluit in mandaat door het dagelijks bestuur is genomen.

5.

A.7

Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordeningttps://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR673559#bijlage_2: en dit mandatenregister

Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht

College, burgemeester

De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling.

6.

A.10

Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden

Art. 4.1 Wet open overheid

College, burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

7.

A.11

Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie met betrekking tot bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden

Art. 3.1 Wet open overheid

College,

burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

8.

C.15

Beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het te koop aanbieden van voertuigen

Art. 4.21, lid 2 en 3 APV

College (voordat de bevoegdheid in de verordening gedelegeerd is aan het DB).

Afdelings-managers (manager J)

9.

C.19

Uitoefenen bevoegdheden inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicapten-voertuigen.

Art. 4.27, lid 1 tot en met 4 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

10.

G.3

Uitvoering geven aan de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten.

Artt. 3.1; 3.4; 3.7; 3.8; 3.9; 3.11; 4.5; 6.1, lid 1, 2 en 6.1, lid 5, onder h, onder 1 tot en met 3 en 5; 7.4 (met betrekking tot art. 3.7) Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten

College

Afdelings-managers (manager J)

11.

X.3

Opleggen en ten uitvoer leggen van een last onder bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gedelegeerd.

Art. 125, lid 1 en lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.1 en titel 4.4 Awb

College (ten aanzien van gedelegeerde bevoegdheden is dat enkel het geval voordat de bevoegdheid is de verordening gedelegeerd is aan het DB).

Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

12.

X.4

Opleggen en ten uitvoer leggen van een last onder bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gemandateerd.

Art. 125, lid 1 en lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.1 en titel 4.4 Awb

College

Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

13.

X.5

Opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gedelegeerd.

Art. 125, lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.2 en titel 4.4 Awb

College (voordat de bevoegdheid in de verordening gedelegeerd is aan het DB).

Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

14.

X.6

Opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gemandateerd.

Art. 125, lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.2 en titel 4.4 Awb

College

Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

15.

X.7

Opleggen en ten uitvoer leggen van een last onder bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan de voorzitter is gemandateerd.

Art. 125, lid 3, Gemeente-wet en afd. 5.3.1 en titel 4.4 Awb

Burgemeester

Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

16.

X.8

Opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan de voorzitter is gemandateerd.

Art. 125, lid 3, Gemeente-wet en afd. 5.3.2 en titel 4.4 Awb

Burgemeester

Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

17.

X.17

Toezicht en handhaving schade en hinder door voorwerpen.

Art. 4.6. APV

College

Afdelings-managers (manager J)

18.

X.18

Toezicht en handhaving illegaal aangebrachte aanplakbiljetten, afbeeldingen of teksten.

Art. 4.7, lid 1, APV

College

Afdelings-managers (manager J)

19.

X.19

Toezicht en handhaving veroorzaken hinder door motorvoertuigen en bromfietsen.

Art. 5.7 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

20.

X.20

Toezicht en handhaving hinderlijk gebruik alcohol op de openbare weg.

Art. 2.17 APV

Burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

21.

X.21

Hinderlijk gedrag in of bij gebouwen.

Art. 2.18 APV

Burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

22.

X.22

Toezicht en handhaving verbod doen van natuurlijke behoefte buiten een urinoir c.a.

Art. 5.11 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

23.

X.23

Toezicht en handhaving bespiedingsverbod.

Art. 2.25, lid 2 APV

Burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

24.

X.24

Toezicht en handhaving meldingsplicht sensoren.

Art. 2.25a, lid 2, APV

College

Afdelings-managers (manager J)

25.

X.25

Toezicht en handhaving Colportagewet.

Colportage-wet

College

Afdelings-managers (manager J)

26.

X.26

Toezicht en handhaving gevaarlijke honden.

Art. 5.15 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

27.

X.27

Toezicht en handhaving gebruik gedenktekens.

Art. 4.16 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

28.

X.28

Toezicht en handhaving verontreiniging van de weg en het water.

Art. 4.17 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

29.

X.32

Toezicht en handhaving plaatsing bewakings-apparatuur.

Art. 2.25, lid 1 APV

Burgemeester

Afdelings-managers (manager J)

30.

X.33

Toezicht en handhaving over het bezigen van vuurwerk.

Art. 5.3 APV

College

Uitvoering decentraal aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie.

Afdelings-managers (manager J)

31.

X.34

Toezicht en handhaving parkeeroverlast.

Wegen-verkeerswet, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoor-schriften (Wet Mulder).

College

Wegsleep: beleid en uitvoering toenemend centraal, vraag decentraal.

Afdelings-managers (manager J)

32.

X.39

Toezicht en handhaving blokkeren parkeerruimte voor reservering.

Art. 4.26 APV

College

Afdelings-managers (manager J)

Toelichting

Algemene toelichting

 

Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.

 

Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.

 

In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 5 Vervangingsregeling

De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde of vierde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde lid, weer aanwezig is.

 

Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.

 

Artikel 8 Inwerkingtreding

De dag na bekendmaking als moment van inwerkingtreding is passend, omdat ondergemandateerden zo snel mogelijk gebruik moeten kunnen maken van hun mandaat en hier voldoende op zijn voorbereid.

 

Bijlage 1, bij artikel 3: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

De inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ is overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor hetgeen bepaald is onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ bovenaan het ondermandatenregister. Hierin zijn de volgende onderdelen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam overgenomen: Bijlage 2, hoofdstuk 0, onderdeel 5, en paragraaf 4 (Handhaving).

 

Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.

 

Bijlage 2, bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022

Onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 2 en 4, zijn de volgende onderdelen uit de bijlage bij de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied deels verwerkt: onder ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 3 en 9. De onderdelen 1, 2 en 4 van de Algemene bepalingen en beperkingen van dit besluit bevatten daardoor geen volledig nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud deels al in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied is bepaald. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied’, waarvan de inhoud ook al bepaald is in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.

 

Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.

Naar boven