Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 426950 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 426950 | delegatie- of mandaatbesluit |
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte
De directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte van de gemeente Amsterdam;
gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en artikel 2, eerste lid, samen met de bijlage, onderdeel Algemene bepalingen en beperkingen, onder 7, van het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam;
besluit de volgende regeling vast te stellen:
Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte
In dit besluit wordt verstaan onder:
dagelijks bestuur of DB: dagelijks bestuur als bestuurscommissie van een stadsdeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening en dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de verordening;
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;
stadsdeel: een stadsdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
stadsgebied: het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening;
Artikel 2 Machtiging en volmacht
Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:
Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit.
Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam.
Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 2 bij dit besluit.
De adjunct-directeur Operatie en de adjunct-directeur Ontwikkeling, Innovatie en Ondersteuning worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan twee kalenderdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.
Artikel 6 Wijze van ondertekening
Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
[voor- en achternaam gemandateerde]
Vastgesteld op 24 september 2025.
De directeur Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte
Roy Tjin-Tham-Sjin
Bijlage 1, bij artikel 3: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht;
Het vaststellen van de hoogte van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, Algemene wet bestuursrecht;
Het nemen van besluiten inzake het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31a Algemene wet bestuursrecht;
Het nemen van besluiten inzake het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:31d Algemene wet bestuursrecht;
Het nemen van besluiten omtrent het invorderen van een dwangsom, bestuurlijke boete of kosten van bestuursdwang bij dwangbevel als bedoeld in artikel 5:10, tweede lid, Algemene wet bestuursrechthttps://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/#Hoofdstuk5_Titeldeel5.1_Artikel5:10;
Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder a |
Het toepassen van bestuursdwang door het overbrengen en in bewaring stellen van een op de weg staand voertuig alsmede het opmaken van een proces-verbaal van meevoeren en opslaan |
Art. 170, lid 1, Wegen-verkeerswet 1994 , art. 125 Gemeente-wet, art. 5:29, leden 1 tot en met 3, Algemene wet bestuursrecht en art. 5 Besluit wegslepen van voertuigen |
|
|||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder b |
Het bijhouden van een bewaringsregister en het verrichten van de benodigde handelingen |
Art. 170, lid 4, Wegen-verkeerswet 1994, artt. 6 tot en met 11 en art. 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen |
|
|||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder c |
Het opschorten van de afgifte van een weggesleept voertuig tot de verschuldigde kosten zijn voldaan |
|
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder d |
Het invorderen van de kosten van bestuursrechtelijke geldschulden |
|
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder e |
Het bekendmaken van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang |
|
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder f |
Het verkopen, overdragen en vernietigen van weggesleepte voertuigen |
|
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder g |
Het verkopen, overdragen in eigendom om niet of vernietigen van het voertuig alsmede het terugbetalen van de kosten en/of het vaststellen en betalen van een redelijke schadeloosstelling |
|
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 1, aanhef en onder h |
Het verrichten van feitelijke handelingen in verband met het wegslepen van voertuigen door het toepassen van bestuursdwang |
|
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 2 |
Het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom, het feitelijk ten uitvoer leggen van deze lasten, het nemen van invorderingsbeschikkingen en het verrichten van handelingen in verband met de handhaving van de bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, Telecommunicatiewet, Verordening Basisinformatie 2018, Verordening Werken in de openbare ruimte, Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023, Marktverordening, Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten, Verordening op het binnenwater 2010, Wrakkenwet, Scheepvaartverkeerswet, Binnenvaartpolitiereglement, Gezondheidsverordening en de Bomenverordening 2014 in de zin van artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125 van de Gemeentewet en afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. |
Art. 125 Gemeente-wet en afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 Algemene wet bestuursrecht |
|
|||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 3 |
Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de korpschef van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland dan wel in ondermandaat verleend door de korpschef inzake het wegslepen van voertuigen zijn genomen |
Artt. 170 tot en met 174 Wegen-verkeerswet 1994 , het Besluit wegslepen van voertuigen en de Wegsleep-verordening Amsterdam 2017 |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 4 |
Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het college die in mandaat door de directeur Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de directeur inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoer-tuigen voor zover het gebieden bij NS-stations betreft |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 5 |
Het opleggen van een last onder dwangsom en het nemen van een invorderingsbeschikking |
Art. 17 Afvalstoffen-verordening Amsterdam 2023 in de zin van art. 125 Gemeente-wet en afdeling 5.3.2 Algemene wet bestuursrecht |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 6 |
Het verlenen van ontheffingen in situaties die stadsdeelgrensover-schrijdend zijn |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 7 |
Het verlenen van ontheffingen voor het inrijden van de milieuzones |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 8 |
Het nemen van beslissingen op bezwaar gericht tegen besluiten van het colleges die in mandaat door de directeur Verkeer en openbare ruimte dan wel in ondermandaat verleend door de directeur inzake ontheffingen zijn genomen |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 2, paragraaf 2, onderdeel 9 |
Het aanwijzen van toezichthouders en het aanwijzen van buitengewoon opsporings-ambtenaren belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten inzake de naleving van het bepaalde bij of krachten:
|
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel a |
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel b |
Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel c |
Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel d |
Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel e |
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel p |
Het aanwijzen van toezichthouders en het afgeven van legitimatiebewijzen |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel q |
|
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel r |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met art. 3, lid 1, onderdeel s |
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2 |
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen |
a.het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die: - lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor; - geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor; - korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of - aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd, waarbij toestemming van het college niet vereist is: i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven; ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven. b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto; c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is; d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto. |
Noot: overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 |
|||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3 |
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen |
a. zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; b. zij geen betrekking hebben op: i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; ii. het lenen of uitlenen van geld; iii. borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of iv. andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en c. de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid. |
Noot: overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 |
|||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4 |
Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5 |
||||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder a |
De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene |
Artt. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. |
||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder b |
De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder c |
De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4 |
Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein |
|||||
|
Art. 5, lid 2 , samen met bijlage 4, hoofdstuk 2, aanhef en onderdeel 6, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5 |
Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit |
|
Bijlage 2, bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied
Algemene bepalingen en beperkingen
Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:
Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot:
het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht;
De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied |
||||||
|
Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente |
a. Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon. b. Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost. c. Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden. d. De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand 2. e. Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 6.24 Wro. Tot een maximumbedrag conform de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen: a. Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden; b. Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel; c. Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet. |
|||||
|
Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten) |
Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1 |
|||||
|
Beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie |
College (voordat de bevoegdheid in de verordening gedelegeerd is aan het DB. Het college is daardoor niet meer bevoegd, maar het DB wel) |
|||||
|
Mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende besluit in mandaat door het dagelijks bestuur is genomen. |
||||||
|
Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordeningttps://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR673559#bijlage_2: en dit mandatenregister |
De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling. |
|||||
|
Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden |
||||||
|
Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie met betrekking tot bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden |
||||||
|
Beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een ontheffing voor het te koop aanbieden van voertuigen |
College (voordat de bevoegdheid in de verordening gedelegeerd is aan het DB). |
|||||
|
Uitoefenen bevoegdheden inzake het parkeren van fietsen, bromfietsen en gehandicapten-voertuigen. |
||||||
|
Uitvoering geven aan de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten. |
Artt. 3.1; 3.4; 3.7; 3.8; 3.9; 3.11; 4.5; 6.1, lid 1, 2 en 6.1, lid 5, onder h, onder 1 tot en met 3 en 5; 7.4 (met betrekking tot art. 3.7) Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten |
|||||
|
Opleggen en ten uitvoer leggen van een last onder bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gedelegeerd. |
Art. 125, lid 1 en lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.1 en titel 4.4 Awb |
College (ten aanzien van gedelegeerde bevoegdheden is dat enkel het geval voordat de bevoegdheid is de verordening gedelegeerd is aan het DB). |
Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
|||
|
Opleggen en ten uitvoer leggen van een last onder bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gemandateerd. |
Art. 125, lid 1 en lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.1 en titel 4.4 Awb |
Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
||||
|
Opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gedelegeerd. |
Art. 125, lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.2 en titel 4.4 Awb |
College (voordat de bevoegdheid in de verordening gedelegeerd is aan het DB). |
Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
|||
|
Opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan het dagelijks bestuur is gemandateerd. |
Art. 125, lid 2, Gemeente-wet en afd. 5.3.2 en titel 4.4 Awb |
Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
||||
|
Opleggen en ten uitvoer leggen van een last onder bestuursdwang, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan de voorzitter is gemandateerd. |
Art. 125, lid 3, Gemeente-wet en afd. 5.3.1 en titel 4.4 Awb |
Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
||||
|
Opleggen van een last onder dwangsom, die dient tot handhaving van regels waarvan de uitvoering aan de voorzitter is gemandateerd. |
Art. 125, lid 3, Gemeente-wet en afd. 5.3.2 en titel 4.4 Awb |
Nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
||||
|
Toezicht en handhaving illegaal aangebrachte aanplakbiljetten, afbeeldingen of teksten. |
||||||
|
Toezicht en handhaving veroorzaken hinder door motorvoertuigen en bromfietsen. |
||||||
|
Toezicht en handhaving hinderlijk gebruik alcohol op de openbare weg. |
||||||
|
Toezicht en handhaving verbod doen van natuurlijke behoefte buiten een urinoir c.a. |
||||||
|
Toezicht en handhaving verontreiniging van de weg en het water. |
||||||
|
Uitvoering decentraal aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie. |
||||||
|
Wegen-verkeerswet, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoor-schriften (Wet Mulder). |
Wegsleep: beleid en uitvoering toenemend centraal, vraag decentraal. |
|||||
|
Toezicht en handhaving blokkeren parkeerruimte voor reservering. |
Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.
Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken.
In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.
De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde of vierde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde lid, weer aanwezig is.
Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.
De dag na bekendmaking als moment van inwerkingtreding is passend, omdat ondergemandateerden zo snel mogelijk gebruik moeten kunnen maken van hun mandaat en hier voldoende op zijn voorbereid.
Bijlage 1, bij artikel 3: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
De inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ is overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor hetgeen bepaald is onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ bovenaan het ondermandatenregister. Hierin zijn de volgende onderdelen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam overgenomen: Bijlage 2, hoofdstuk 0, onderdeel 5, en paragraaf 4 (Handhaving).
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.
Bijlage 2, bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022
Onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 2 en 4, zijn de volgende onderdelen uit de bijlage bij de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied deels verwerkt: onder ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 3 en 9. De onderdelen 1, 2 en 4 van de Algemene bepalingen en beperkingen van dit besluit bevatten daardoor geen volledig nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud deels al in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied is bepaald. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied’, waarvan de inhoud ook al bepaald is in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is.
Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-426950.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.