Gemeenteblad van Hoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoorn | Gemeenteblad 2025, 426699 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoorn | Gemeenteblad 2025, 426699 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp gemeente hoorn 2025
De gemeenteraad van de gemeente Hoorn;
gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouder(s) van Hoorn inzake vaststellen van verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Hoorn;
het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) en de jeugdige zelf ligt; ouders worden geacht de tot hun gezin behorende jeugdige(n) dagelijkse hulp, zorg en ondersteuning te bieden ook als er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking;
ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij wordt rekening gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden;
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
lokale toegang: de voorziening die een gemeente heeft ingericht om hulp/ondersteuning te bieden aan jeugdige of gezin en tevens de lokale toegang tot (hoog)specialistische jeugdhulp. Dit is het gebiedsteam 1.Hoorn, het multidisciplinair team dat de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouders behandelt.
De focus van de lokale toegang ligt op het versterken van de eigen regie/kracht van de jeugdige, gezin, het vergroten van zelfredzaamheid;
perspectiefplan: een plan waarin opgenomen is wat een inwoner, jeugdige of gezin nodig heeft om op een volwaardige manier deel uit te kunnen maken van de samenleving. Hierin wordt de ondersteuningsbehoefte van de inwoner, jeugdige of gezin en de gewenste resultaten en doelen beschreven. Het plan gaat over de inwoner, jeugdige of gezin en alle relevante leefgebieden.
Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen
Artikel 2.1 Algemene voorziening
Het college draagt zorg voor een breed aanbod aan algemene voorzieningen die aansluiten op het aanbod van individuele voorzieningen. Een algemene voorziening is een voorziening op grond van de Jeugdwet die rechtstreeks toegankelijk is voor jeugdigen en ouders, zonder beoordeling of op basis van een beperkte beoordeling van het college.
Artikel 2.2 (Pedagogische) sociale basis
Het college stelt aan de hand van het aanbod aan algemene voorzieningen voor jeugdigen een pedagogische sociale basis beschikbaar. De pedagogische sociale basis bestaat uit alles wat bijdraagt aan het opgroeien, opvoeden en de ontwikkeling van jeugdigen. De pedagogische sociale basis is erop gericht om ondersteunings- / hulpvragen in een vroeg stadium te ondervangen en draagt bij aan de versterking en stimulering van de dragende samenleving, en biedt ondersteuning bij het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van jeugdigen en ouders.
Artikel 2.4 Gebiedsteams van 1.Hoorn
Het college stelt zorg en ondersteuning in de wijk beschikbaar van, en via, 1.Hoorn. 1.Hoorn is met drie gebiedsteams in de wijken actief en daarmee zoveel mogelijk in de buurt van jeugdigen en ouders die hulp zoeken. 1.Hoorn werkt in die directe omgeving samen met genoemde voorzieningen in de wijk. Jeugdigen en ouders kunnen hier terecht voor simpele of uitgebreide vragen over:
1.Hoorn beoordeelt namens het college, aan de hand van beoordelingscriteria zoals genoemd in hoofdstuk 5 van deze verordening, of de algemene voorzieningen voldoende aansluiten bij de hulpvraag van de jeugdige en/of ouders, en of aanvullende ondersteuning via individuele voorziening(en) nodig geacht wordt.
Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen
Het college draagt, in aanvulling op de algemene voorzieningen, zorg voor de beschikbaarheid van individuele voorzieningen en componenten die onderdeel kunnen zijn van een individuele voorziening. Een individuele voorziening is een jeugdhulpvoorziening die door het college wordt verstrekt op basis van een besluit in de vorm van een beschikking. Een individuele voorziening kan worden verstrekt in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Voorbeelden van individuele voorzieningen worden in dit hoofdstuk in de artikelen 3.1 tot en met 3.6 uitgewerkt. De overige artikelen beschrijven componenten.
Artikel 3.1 Specialistische jeugdhulp
Specialistische jeugdhulp betreft doorgaans enkelvoudige hulpvragen, waarbij de benodigde inzet op basis van de voorinformatie en probleemformulering voorspelbaar is. Het verloop van het traject is daarmee planbaar. Er is sprake van een beperkt aantal contactmomenten of beperkte hoeveelheid tijd per maand aan inzet die nodig is vanuit de Jeugdhulpaanbieder. Er is doorgaans inzet vanuit één (1) Jeugdhulpaanbieder nodig. De Jeugdhulpaanbieder houdt oog voor het gehele gezin en eventueel overstijgende zorgvragen voor gezinsleden.
Artikel 3.2 Hoog specialistische jeugdhulp
Hoog specialistische jeugdhulp betreft meervoudige, urgente en/of zeer specifieke (niet vaak voorkomende) hulpvragen. Kenmerkend is dat de zorg vaak onvoorspelbaar is en dat er op meerdere levensdomeinen hulpvragen spelen. Om de juiste zorg te bieden is een integrale samenwerking, ketenbreed, noodzakelijk.
JeugdzorgPlus betreft een vorm van hulp die geboden wordt aan jeugdigen die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van jeugdhulp of die zonder behandeling een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. JeugdzorgPlus omvat een plaatsing in een gesloten voorziening. De hulp heeft als doel om jeugdigen met ernstige gedragsproblematiek te behandelen en perspectief te bieden op een toekomst waarin zij verantwoord mee kunnen doen in de maatschappij.
Ouder(s)/verzorger(s) zijn in beginsel verantwoordelijk voor vervoer. De jeugdhulpaanbieder onderzoekt of de jeugdige/ het gezin in staat is, al dan niet door het inzetten van het sociaal netwerk, te voorzien in het vervoer van en naar jeugdhulp. Indien dit niet het geval is kan de jeugdhulpaanbieder verzoek indienen bij het college ter beoordeling. De vervoerskosten voor de jeugdige/gezin of door het netwerk kunnen niet gedeclareerd worden.
Hoofdstuk 4 Toegang tot individuele voorzieningen
Artikel 4.1 Toegang jeugdhulp via de gemeente
Als een jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger jeugdhulp zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij daartoe een ondertekend perspectiefplan en een pgb-plan in als bedoeld in artikel 6.1 van deze verordening. Dit wordt gezien als een aanvraag zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4.3 Toegang jeugdhulp via justitieel kader
Indien de gecertificeerde instelling verwijst naar aanvullende jeugdhulp dient de gecertificeerde instelling een oplegger in bij de lokale toegang van 1.Hoorn. De gecertificeerde instelling stelt een oplegger op waarin de doelen en resultaten worden vastgelegd. Over de oplegger vindt afstemming plaats tussen de gecertificeerde instelling en de lokale toegang over de benodigde inzet en bij welke jeugdhulpaanbieder dit gewenst is.
Hoofdstuk 5 Behandeling van een aanvraag om een individuele voorziening; onderzoek en besluitvorming via de gemeente
Artikel 5.1 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. In overleg met het college kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen.
Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen gedurende [(twee)] weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan.
Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt.
Binnen 10 werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek en het in verband daarmee gevoerde gesprek. Dit wordt vastgelegd in het perspectiefplan. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden door hen aan het perspectiefplan toegevoegd.
Als uit het perspectiefplan of de opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het perspectiefplan door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ondertekend en door deze teruggestuurd.
Het ondertekende perspectiefplan wordt, voor zover van toepassing voor een effectieve uitvoering van de individuele voorziening, door de jeugdige en/of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door het gebiedsteam, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving.
Artikel 5.5 Inhoud en geldigheidsduur van de beschikking
Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura wordt in beginsel enkel uit gegaan van het gecontracteerde aanbod. Pas als aantoonbaar gemaakt kan worden dat er geen passend gecontracteerd aanbod is voor de hulpvraag, kan er onderzocht worden of er reden is om met een niet-gecontracteerde aanbieder een maatwerkovereenkomst af te sluiten.
Artikel 5.6 Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s).
Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de richtlijnen gebruikelijke hulp van ouders, zoals gesteld in artikel 5.7 van deze verordening en zoals genoemd in de ‘beleidsregels gebruikelijke hulp jeugdhulp gemeente Hoorn’
Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
Artikel 5.7 Gebruikelijke hulp en eigen kracht
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp en zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden. Artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt dat ouders hun minderjarige kinderen (tot 18 jaar) behoren te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Extra handelingen die hiervoor nodig zijn vallen ook onder de gebruikelijke hulp en worden in principe niet vergoed.
Artikel 5.8 Onderzoek en beoordelingskader eigen kracht
bij (dreigende) overbelasting. Er wordt dan geen gebruikelijke hulp verwacht totdat deze (dreigende) belasting is opgeheven. Onderzocht moet worden welke mogelijkheden de huisgenoot heeft om de (dreigende) overbelasting op te heffen. Onder andere mag verwacht worden dat de huisgenoot bereid is maatschappelijke activiteiten te beperken om zo de (dreigende) overbelasting op te heffen;
bij fysieke afwezigheid. Deze afwezigheid moet wel een verplichtend karakter hebben, bijvoorbeeld vanwege werk (in het buitenland, offshore of als internationaal chauffeur). Daarnaast moet gekeken worden naar de aard van de ondersteuning en de duur van de afwezigheid. Als ondersteuning uitstelbaar is dan wordt pas uitgegaan van afwezigheid van gebruikelijke hulp als het om een aaneengesloten periode van tenminste zeven etmalen gaat.
De geleverde zorg door de ouders die de gebruikelijke hulp in omvang in intensiteit overstijgt, is primair mantelzorg. De inzet van (vrijwillige) mantelzorg (in het verlengde van gebruikelijke hulp) maakt dat een individuele voorziening niet aan de orde is. Een mogelijk gevaar voor overbelasting van de mantelzorger dient uiteraard meegenomen te worden in de overweging. Overbelasting van de mantelzorger of dreiging daarvan kan ertoe leiden dat (alsnog) een voorziening geïndiceerd dient te worden.
Artikel 5.9 Afbakening wetgeving – Jeugdwet – voorliggende wetgeving
De jeugdhulpgelden mogen niet worden ingezet voor vormen van zorg en ondersteuning die behoren te worden gefinancierd vanuit andere wetgeving die voorliggend is op de Jeugdwet. Onderstaand betreft een niet limitatieve lijst van vormen van zorg en ondersteuning waarbij andere wetgeving in de basis voorliggend is. Op casusniveau kan het wel zijn dat in het belang van de jeugdige/ het gezin alsnog gekozen wordt om jeugdhulp in te zetten.
Artikel 5.10 Reikwijdte van de Jeugdwet
Op basis van hetgeen gesteld in artikel 5.6 lid 6 en 7 van deze verordening, zijn de volgende zorgvormen en interventies uitgesloten van vergoeding vanuit de Jeugdwet. Uitgangspunt hierbij is nee, tenzij. Hierbij blijft de inzet afhankelijk van de hulpvraag, aard van de problematiek en benodigde inzet.
Zorgvormen zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel kunnen slechts worden ingezet wanneer de regiebehandelaar (of behandelaar van een jeugdhulpaanbieder of het Zorgteam/lokale toegang) het in het belang van de jeugdige acht als noodzakelijk onderdeel van de totale hulp/ondersteuning én het naast een jeugdhulpvoorziening wordt ingezet. Deze zorgvormen mogen niet op zichzelf staand worden ingezet.
Artikel 5.11 Kinderopvang en buitenschoolse opvang
In uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de wet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang begeleiding worden ingezet. De looptijd van deze begeleiding duurt maximaal 6 maanden.
HOOFDSTUK 6. Aanvullende regels voor een individuele jeugdhulpvoorziening in de vorm van een pgb
Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format.
Artikel 6.2 Verstrekken van een pgb
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 6.5 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Artikel 6.4 Onderscheid formele en informele hulp
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
Artikel 6.5 Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb
Het college stelt nadere regels voor de hoogte van tarieven voor pgb’s vast. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van ondersteuning (formele en informele ondersteuning) en voor zover van toepassing, de te bieden deskundigheid en/of de in de branche geldende kwaliteitseisen. Hierin staat ook informatie omtrent indexatie van de tarieven genoemd in lid 2 en 3.
Hoofdstuk 7 Kwaliteit en klachten
Artikel 7.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen
Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
Artikel 7.2 Inspraak en medezeggenschap
Het college betrekt inwoners van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of cliënten vertegenwoordigd in een adviserend orgaan zoals een raad, bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
Artikel 7.3 Clientondersteuning, vertrouwenspersoon, second opinion, opt-out en klachtregeling
Het college zorgt er voor dat een jeugdige en/of zijn ouders een beroep kunnen doen op kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning, gericht op het geven van informatie en advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie. Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders op deze mogelijkheid.
2. Het college zorgt er voor dat een jeugdigen en/of zijn ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon, die hen bij kan staan bij problemen in het kader van de geboden jeugdhulp. Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouders er op dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door deze onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Indien de jeugdige en/of zijn ouders en de jeugdhulpaanbieder geen overeenstemming kunnen bereiken over het perspectiefplan, heeft de jeugdige en/of zijn ouders de mogelijkheid van een second opinion. De second opinion wordt uitgevoerd door een ander wijkteam binnen 1.Hoorn, door een (of meerdere) deskundige(n) met tenminste overeenkomstige jeugdhulp kwalificaties. De second opinion heeft het karakter van een tweede beoordeling van het bestaande dossier, er wordt niet opnieuw (diagnostisch) onderzoek gedaan. Het perspectiefplan wordt opgesteld met inachtneming van de bevindingen van de second opinion.
Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zwaarwegende bezwaren hebben tegen de betrokkenheid van het gebiedsteam 1.Hoorn kunnen zij gebruik maken van een opt-out-regeling. Het college neemt dan het besluit enkel op basis van de aanwijzing van de jeugdhulpaanbieder, dat inzet van hoogspecialistische jeugdhulp noodzakelijk is en dat hiervoor een perspectiefplan is opgesteld. Hulp van de onafhankelijke cliëntondersteuning bij het opstellen van het perspectiefplan kan hierbij ook een oplossing bieden.
Hoofdstuk 8 Afstemming met andere domeinen
Artikel 8.1 Voorliggende voorzieningen
naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; of
Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van de wet te treffen.
Artikel 8.2 Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
Ter uitvoering van het vijfde lid, onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is, vanaf de achttiende verjaardag en op welke wijze en vanuit welke andere voorzieningen (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg, of de Zorgverzekeringswet) deze ondersteuning vanaf het achttiende levensjaar wordt ingezet.
Hoofdstuk 9 Toezicht en handhaving
Artikel 9.1 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en PGB’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of PGB zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen de jeugdige of zijn ouders aan het college of lokale toegang op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of PGB.
Artikel 9.2 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en PGB’s
Artikel 9.3 Opschorting betaling uit het PGB
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het PGB voor ten hoogste een door het college vastgestelde periode, als er ten aanzien van een cliënt of zorgverlener een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in 8.1.4, eerste lid onder a, d of e, van de wet.
Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde voorziening.
Artikel 10.3 Financieel besluit en nadere regels
Het college stelt een financieel besluit en nadere regels vast. Hierin wordt invulling gegeven aan de uitvoering van deze verordening en de regels rondom de bekostiging.
Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het financieel besluit geldende bedragen indexeren.
Artikel 10.5 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening Jeugdhulp 1 januari 2025 gemeente Hoorn die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening jeugdhulp 2025 gemeente Hoorn leidt tot een gunstiger uitkomst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-426699.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.