Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024

Toelichting 

 

Vanaf het kalenderjaar 2026 stelt de Rijksoverheid minder financiële middelen beschikbaar voor het bestrijden van onderwijsachterstanden in Den Haag dan in voorgaande jaren. Om het groeiende aantal doelgroepkinderen te kunnen blijven ondersteunen en de stijgende kosten te compenseren, worden de subsidieplafonds voor voorschoolse educatie en de overbruggingssubsidie verhoogd. Tegelijkertijd voorziet deze wijzigingsregeling in een verlaging van de overige subsidieplafonds met ten minste 5%. Paragraaf 2.7, betreffende de subsidie voor de peuterconsulent, komt te vervallen omdat de activiteit op een andere wijze wordt ingevuld. Tot slot bevat de regeling enkele technische aanpassingen van beperkte aard.

 

Besluitvorming 

 

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, 

 

gelet op: 

  • -

    artikel 5 van Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, 

  • -

    artikel 1.3 en 1.6 van de Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019; 

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024: 

 

Artikel I 

De Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie Den Haag 2024 wordt gewijzigd als volgt.

  • A.

    In artikel 1.1 vervallen de begrippen HLN en peuterconsulent. 

  • B.

    In artikel 1.2 vervalt 2.7.2.

  • C.

    Artikel 1.3 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid, onder a, wordt “2.2.2, 2.7.2, 3.2, 4.2 en 5.2” vervangen door: 2.2.2, 3.2, 4.2 en 5.2. 

    2. In het eerste lid, onder c, wordt "2025" vervangen door: 2026.

  • D.

    Artikel 1.8 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt “2.2.2, 2.3.2, 2.4.2, 2.5.2 en 2.6.2” vervangen door: 2.2.2, 2.3.2, 2.4.2 en 2.5.2. 

    2. In de aanhef van het tweede lid wordt “2.2.2, 2.4.2 en 2.6.2” vervangen door: 2.2.2 en 2.4.2.

    3. In het vierde lid wordt de zinsnede “de paragraaf 2.7” vervangen door: de paragrafen 2.5 en 2.6.

  • E.

    In artikel 2.2.2, onder e, vervalt de zinsnede ", waaronder deelname aan het HLN". 

  • F.

    Artikel 2.2.3 komt te luiden:

    Artikel 2.2.3 Doelgroep

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een houder van een kindercentrum met voorschoolse educatie die als zodanig is ingeschrevenin het LRK en beschikt over minimaal één in Den Haag gevestigde locatie.

  • G.

    Artikel 2.2.4, wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid, onder a, wordt “€ 21.050,-,“ vervangen door: € 21.700,- en “€ 10.525,-” door: € 10.850,-.

    2. In het eerste lid, onder b, wordt “€ 3,21,-” vervangen door: € 3,33,-.

    3. In het eerste lid, onder c, wordt “; en” vervangen door: ..

    4. Het eerste lid, onder d, vervalt.

    5. Het tweede lid komt te luiden: Voor het bepalen van het voorschot wordt een prognose van het totaal aantal contracturen van doelgroepkinderen als uitgangspunt genomen.

    6. Het derde lid komt te luiden: De subsidie als in artikel 2.2.4 lid 1 onder b en c, kan maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 1 oktober, op verzoek van de aanvrager op basis van een prognose van het totaal aantal contracturen worden verhoogd.

    7. Het vierde lid komt te vervallen.

  • H.

    Artikel 2.2.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt “€ 36.250.000,-” vervangen door: € 38.800.000,- en “het kalenderjaar 2025” wordt vervangen door: het kalenderjaar 2025 en € 41.000.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    2. In het derde lid wordt "2026" vervangen door: 2027.

  • I.

    Artikel 2.2.8 komt te luiden:

    Artikel 2.2.8 Verlenging deelname voorschoolse educatie

    De school, houder kinderopvang of het CJG kunnen na overleg concluderen dat het kind nog niet toe is aan het overgaan naar primair onderwijs. De houder kinderopvang kan verlenging bieden voor een periode van drie maanden. Aansluitend, onder door de school, houder kinderopvang of het CJG te stellen voorwaarden, kan het college een verlenging afgeven voor een duur van maximaal zes maanden. Hierna kan nog eenmaal verlenging aangevraagd en afgegeven worden voor maximaal drie maanden.

  • J.

    In artikel 2.3.5, eerste lid, wordt “€ 600.000,- voor het kalenderjaar 2025” vervangen door: € 200.000,- voor het kalenderjaar 2026.

  • K.

    Artikel 2.4.4 wordt als volgt gewijzigd:

    In het eerste lid, onder a, wordt “€ 21.500,-“ vervangen door: € 21.700,- en “€ 10.525,-“ door: € 10.850,-.

    2. In het eerste lid, onder b, wordt “€ 3,21” vervangen door: € 3,33.

    3. Het tweede lid komt te luiden: Voor het bepalen van het voorschot wordt een prognose van het totaal aantal contracturen van doelgroepkinderen als uitgangspunt genomen.

    4. Het vierde lid komt te luiden: De subsidie als in artikel 2.4.4, eerste lid onder b en c, kan maximaal twee keer per jaar, uiterlijk op 1 oktober, op verzoek van de aanvrager op basis van een prognose van het totaal aantal contracturen worden verhoogd.

  • L.

     Artikel 2.4.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt “€ 600.000,-” vervangen door: € 1.200.000,- en “het kalenderjaar 2025” wordt vervangen door: het kalenderjaar 2025 en € 600.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    2. Het derde lid vervalt.

  • M.

    Artikel 2.5.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt “€ 600.000,- voor het kalenderjaar 2025” vervangen door: € 750.000,- voor het kalenderjaar 2026. 

    2. Het derde lid vervalt. 

  • N.

    In artikel 2.6.1 wordt ‘’minimaal twee weken’’ vervangen door: minimaal twee weken en maximaal drie weken.

  • O.

    In artikel 2.6.2 onder d wordt “;” vervangen door ..

  • P.

    Artikel 2.6.2 onder e vervalt.

  • Q.

    Artikel 2.6.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt “€ 200.000,- voor het kalenderjaar 2025” vervangen door: € 190.000,- voor het kalenderjaar 2026. 

    2. Het derde lid vervalt.

  • R.

    Paragraaf 2.7 Subsidie peuterconsulent vervalt. 

  • S.

    Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt "rondom" vervangen door: rondom kinderopvang en.

    2. In het tweede lid wordt “voorschoolse educatie" vervangen door: voorschoolse educatie en kinderopvang. 

  • T.

    In artikel 3.2 onder a en onder b vervalt de zinsnede "met voorschoolse educatie".

  • U.

    Artikel 3.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt "2025" vervangen door: 2026. 

    2. Het derde lid vervalt.

  • V.

    Artikel 4.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In eerste lid, wordt “€ 975.000,- voor het kalenderjaar 2025” vervangen door: € 926.250,- voor het kalenderjaar 2026. 

    2. Het derde lid vervalt.

  • W.

    Artikel 5.5 wordt als volgt gewijzigd:

    1. In het eerste lid wordt “€ 2.000.000,- voor het kalenderjaar 2025’’ vervangen door: € 1.900.000,- voor het kalenderjaar 2026. 

    2. Het derde lid vervalt.

 

Artikel II 

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin deze wordt geplaatst.

 

Artikel III 

De bepalingen die op grond van deze regeling worden gewijzigd, blijven van toepassing op de tijdvakken waarop zij vóór de wijziging van kracht waren.

 

Den Haag, 30 september 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

 

Naar boven