Beleidsregel Subsidies gemeente Maastricht 2025

 

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: vigerende Algemene subsidieverordening;

  • -

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    Begrotingssubsidie: subsidie op grond van art. 4:23 lid 3 sub c Awb. Dit betreft een subsidie die met naam van de ontvanger en het maximale subsidiebedrag is opgenomen in de Programmabegroting;

  • -

    Boekjaarsubsidie: een subsidie voor activiteiten die uitgevoerd worden in een boekjaar, passend binnen de beleidsdoelen van de Gemeente Maastricht;

  • -

    Ernstige onregelmatigheden: wijziging van feiten en/of omstandigheden die invloed hebben op de hoogte van het subsidiebedrag (bijvoorbeeld misbruik);

  • -

    Fraude: zaken die doorgaans met de term fraude worden aangeduid, waarbij kan worden gedacht aan: valsheid in geschrifte, oplichting, bedrog, benadeling van de gemeente Maastricht als schuldeiser of rechthebbende, corruptie, diefstal en/of verduistering;

  • -

    Incidentele subsidie: subsidie voor incidentele gevallen (verstrekt voor ten hoogste vier jaren) die op grond van artikel 4:23 lid 3 sub d Awb uitgezonderd is van het vereiste dat subsidies op een wettelijk voorschrift moeten zijn gebaseerd;

  • -

    Kortingspercentage: percentage waarmee bij de subsidievaststelling gekort kan worden indien bepaalde aan de subsidie verbonden verplichtingen niet zijn nagekomen;

  • -

    Meldingsplicht: de plicht van de subsidieontvanger om bij burgemeester een wethouders te melden, indien aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • -

    Misbruik: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte (te hoge) overheidssubsidies of-uitkeringen te verkrijgen;

  • -

    Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • -

    Projectduur: de periode, zoals opgenomen in de subsidiebeschikking, waarbinnen het project moet worden gerealiseerd;

  • -

    Projectsubsidie: een subsidie voor een activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten die afgebakend zijn in de tijd en zijn gericht op (een) specifiek(e) eindresulta(a)t(en);

  • -

    Resultaatdoelstellingen: de doelstellingen c.q. resultaten zoals opgenomen in het bij de subsidieaanvraag ingediende projectplan en/of in de subsidiebeschikking;

  • -

    Sponsoring: Het verlenen van financiële steun aan een organisatie of persoon waarbij de gemeente als tegenprestatie een vorm van publiciteit verwerft;

  • -

    Subsidieportaal: het digitale portaal zoals te bereiken via de website van de gemeente Maastricht;

  • -

    Vastgestelde subsidiebedrag: het na de verlening dan wel zonder voorafgaande verleningsbeschikking, vastgestelde subsidiebedrag;

  • -

    Vastgestelde subsidiebedrag: het verleende subsidiebedrag verlaagd met (de) het kortingsbedrag(en) vanwege het niet (geheel) uitvoeren van de activiteit(en) c.q. het naar rato bijgestelde subsidiebedrag, conform het gestelde in de subsidiebeschikking;

  • -

    Verwervingstafel: ambtelijk overleg waarbij geadviseerd wordt over welk instrument van toepassing is: inkoop of subsidie;

  • -

    Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het doel van de Wet Bibob is het voorkomen dat strafbare activiteiten door de overheid worden gefaciliteerd en/of dat onrechtmatig verkregen voordeel wordt gebruikt. Deze wet voorziet in de mogelijkheid om de achtergrond van bedrijven en personen te screenen aan de hand van een Bibob-toets en voorziet in een mogelijke weigerings- wijzigings- en intrekkingsgrond om crimineel misbruik te voorkomen.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies waarop de Asv van toepassing is.

Artikel 3. Afwegingskader subsidie of inkoop

  • 1.

    Voor het realiseren van de beleidsdoelen wordt op de zogenaamde Verwervingstafel gekozen voor subsidie of inkoop (in het specifieke geval).

  • 2.

    Bij de afweging tussen subsidie of inkoop worden de definities gehanteerd zoals opgenomen in artikel 4:21 Awb (definitie ‘subsidie’) en in artikel 2 lid 5 Richtlijn 2014/24/EU (definitie ‘overheidsopdracht’).

  • 3.

    Bij de afweging zoals in lid 2 opgenomen wordt het afwegingskader gehanteerd zoals opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregel.

  • 4.

    De adviezen afkomstig van de Verwervingstafel zijn bindend voor de uitvoering.

  • 5.

    Indien er discussie ontstaat naar aanleiding van het advies van de Verwervingstafel, dan zullen de (team)managers van het betrokken vakinhoudelijke team en de teams Subsidies en Inkoop in overleg treden om zodoende samen een uitkomst (uitvoeringsrichting) te bepalen. Indien deze managers het niet eens zijn, dan heeft de vakinhoudelijke manager de beslissende stem, vanwege diens verantwoordelijkheid voor de inhoud.

Artikel 4. Sponsoring

  • 1.

    Een sponsorverzoek in de vorm van financiële middelen wordt, in beginsel, gezien als een subsidieaanvraag en wordt op dezelfde manier behandeld en afgehandeld als een aanvraag voor een subsidie.

  • 2.

    Een sponsorverzoek waarbij de verzoeker de gemeente vraagt om een sponsoring in de vorm van zaken en/of diensten, wordt niet gezien als een subsidieaanvraag en zal worden overgedragen aan de bijhorende beleidsafdeling.

Hoofdstuk 2: Bevoorschotting en uitbetaling

Artikel 5. Bevoorschottingssystematiek en uitbetaling

De volgende categorieën zijn in dit kader te onderscheiden:

  • A.

    Subsidies tot en met € 5.000,00

    Bij alle subsidies tot en met € 5.000,00 zal het totale subsidiebedrag in één keer worden overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger tenzij in de verleningsbeschikking en/of in de subsidieregeling anders is besloten.

  • B.

    Subsidies van meer dan € 5.000,00 tot en met € 75.000,00

    Bij subsidies van meer dan € 5.000,00 tot en met € 75.000,00 wordt bij de subsidieverleningsbeschikking in beginsel een voorschot verleend van 90%. Indien er in de subsidieregeling of de verleningsbeschikking andere afspraken staan (andere procentuele hoogte van het voorschot of andere bevoorschottingstermijnen), worden deze aangehouden.

  • C.

    Subsidies van meer dan € 75.000,00

    Bij subsidies van meer dan € 75.000,00 kan een schema van de bevoorschotting worden opgenomen tot een maximum van 90%. De momenten van uitbetaling van de voorschotten worden dan opgenomen in de verleningsbeschikking. Indien er in de van toepassing zijnde subsidieregeling of de verleningsbeschikking andere afspraken staan, worden deze aangehouden.

Artikel 6. Aangepaste bevoorschotting

  • 1.

    Indien de subsidieontvanger op grond van zijn meldingsplicht aangeeft, dat de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit(en) niet conform de subsidieverleningsbeschikking plaatsvindt, kan (indien nodig) het bevoorschottingsritme en de hoogte van de nog te ontvangen voorschotten worden aangepast.

  • 2.

    De bevoorschotting zal conform de in dit hoofdstuk geschetste beleidslijn worden toegepast, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen (bijvoorbeeld bij grote subsidiebedragen of bij meer dan normale risico's).

  • 3.

    In onderstaande specifieke gevallen (gevallen waarin er sprake is van urgentie dan wel indien de verleningsbeschikking erg vertraagd is) kunnen burgemeester en wethouders besluiten om over te gaan tot uitbetaling van een voorschot voorafgaand aan de formele verlening van de subsidie.

    • a)

      indien er sprake is van een urgente situatie waarbij de aanvrager in mogelijke financiële problemen kan komen te verkeren indien het voorschot niet direct wordt overgemaakt; of

    • b)

      indien, ten gevolge van vertraging die is toe te rekenen aan de gemeente, de aanvrager in mogelijke financiële problemen kan komen te verkeren indien het voorschot niet direct wordt overgemaakt.

  • 4.

    In het geval van lid 3 dient een bevoegdelijk ondertekend verzoek hiertoe door de subsidieontvanger te worden ingediend bij burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk 3: Projectduurwijzigingen

Artikel 7. Te honoreren verzoeken projectduurwijziging

  • 1.

    Bij een verzoek om een projectduurwijziging moet duidelijk zijn wat de reden is van het niet binnen de in de subsidiebeschikking opgenomen looptijd van het project kunnen realiseren van de beoogde resultaten. Verder moet duidelijk zijn binnen welke termijn realisatie van het project alsnog mogelijk is en of de oorspronkelijk met het project beoogde doelen en maatschappelijke effecten alsnog kunnen worden bereikt.

  • 2.

    Projectduurwijzigingen worden toegestaan indien de wijziging van de geplande en in de subsidiebeschikking opgenomen looptijd niet verwijtbaar is aan de subsidieontvanger. Dit zal veelal het geval zijn indien de wijzigingen worden veroorzaakt door externe en onvoorziene, buiten de (directe) macht van de subsidieontvanger gelegen omstandigheden of actoren. Bij de afweging omtrent de mate van verwijtbaarheid zal de professionaliteit van de subsidieontvanger mee worden gewogen.

  • 3.

    Voorwaarde voor honorering van een projectduurwijziging is dat met de uitvoering/afronding van het project op een ander/later tijdstip het oorspronkelijk beoogde gemeentelijke beleidsdoel wel nog moet kunnen worden bereikt, evenals het beoogde maatschappelijk effect van het project.

  • 4.

    Indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan een projectduurwijziging toch worden gehonoreerd.

  • 5.

    Van bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in het vorige lid zal in ieder geval sprake zijn in (minimaal één van) de volgende gevallen:

    • a.

      Indien het met het project te bereiken doel van grote (bestuurlijke/politieke) importantie is voor de realisatie van het betreffende gemeentelijk beleid.

    • b.

      Indien een project deel uitmaakt van een samenhangend geheel van projecten, waarbij één of meerdere projecten niet voltooid kan/kunnen worden zonder dit project.

    • c.

      Indien naast de gemeentelijke subsidie andere overheidssubsidies aan het project verbonden zijn, die in gevaar zouden kunnen komen bij het niet toestaan van de (volgende) projectduurwijziging.

Artikel 8. Af te wijzen verzoeken om projectduurwijziging

  • 1.

    Een verzoek om projectduurwijziging wordt afgewezen indien:

    • a.

      het verzoek pas is ingediend nadat de oorspronkelijk in de subsidiebeschikking opgenomen looptijd van het project is geëindigd;

    • b.

      reeds eerder een verzoek om projectduurwijziging voor het betreffende project is gehonoreerd;

    • c.

      de ontstane wijziging in de looptijd van de uitvoering van het project verwijtbaar is aan de subsidieontvanger;

    • d.

      dit verzoek is ingegeven door de wens eventuele subsidiegelden die resteren na uitvoering van het project alsnog te kunnen besteden aan activiteiten of investeringen gelegen buiten het gesubsidieerde project;

    • e.

      de looptijd van de projectduurwijziging een nieuw subsidieverzoek/subsidieverlening voor een nieuw subsidieperiode doorkruist en dit eenzelfde subsidieactiviteit betreft.

  • 2.

    Bij de afweging in het geval van artikel 8 lid 1 onder c zal de professionaliteit van de subsidieontvanger worden meegewogen.

Artikel 9. Samenloop met andere regels

  • 1.

    De gemeente subsidieert in beginsel activiteiten slecht éénmaal per subsidieperiode ook al zouden deze activiteiten onder meerdere subsidieregelingen of verordeningen kunnen worden gesubsidieerd. Per subsidieregeling kan hiervan expliciet in de regeling worden afgeweken.

  • 2.

    Indien subsidies worden verleend op grond van door de Europese Commissie goedgekeurde programma's en de specifieke regelgeving die hierop van toepassing is beperkingen inhouden voor wat betreft termijnverlengingen gaat deze regelgeving boven het bepaalde in dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 4: Sancties en handhaving

Artikel 10. Doelstelling

Sanctionering en/of handhaving dient een of meer van de volgende doelen te hebben:

  • 1.

    het voorkomen dat subsidieontvangers de in wet- en regelgeving dan wel in de subsidiebeschikking opgenomen verplichtingen niet nakomen;

  • 2.

    de handhaafbaarheid vergroten;

  • 3.

    de schade die door misbruik ontstaat beperken;

  • 4.

    het op uniforme wijze korten van subsidies/sanctioneren van subsidieontvangers.

Artikel 11. Interne controle en steekproef

  • 1.

    Binnen de Gemeente Maastricht wordt door de afdeling Concern Control jaarlijks een controle en steekproef uitgevoerd.

  • 2.

    De controle en steekproef bestaan uit:

    • Controle met betrekking tot de top 10 grootste subsidies qua omvang in euro’s;

    • een steekproef op de restpopulatie, inclusief alle verstrekkingen kleiner dan en tot en met € 5.000,00.

Artikel 12. Integriteitsbeoordeling

  • 1.

    Op grond van de Wet Bibob komt de gemeente de bevoegdheid toe om intern een Bibob-toets uit te voeren of zich extern door het Landelijk Bureau Bibob (LBB) te laten adviseren over de subsidieaanvrager. De gemeente kan de aanvrager verzoeken de benodigde informatie daarvoor aan te leveren.

  • 2.

    De gemeente heeft de mogelijkheid om op grond van de interne dan wel externe Bibob-toetsing een aanvraag te weigeren, dan wel een beschikking in te trekken of te wijzigen.

  • 3.

    Op grond van de Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob Gemeente Maastricht doet de gemeente een Bibob-toets bij een aanvraag voor een subsidie of een (deels) verleende subsidie in de gevallen zoals in die beleidsregel genoemd.

Artikel 13. Sancties

  • 1.

    Een sanctie wordt opgelegd in het geval de subsidieontvanger de in de subsidieregeling dan wel de Asv opgenomen verplichtingen en/of de in de subsidiebeschikking opgelegde verplichtingen, niet of niet geheel nakomt.

  • 2.

    De bepalingen betreffende sanctionering in dit hoofdstuk kan gezien worden als een aanvulling op afdeling 4.2.6 van de Awb.

  • 3.

    Sanctiemogelijkheden zijn:

    • a)

      preventief weigeren van een (toekomstige) subsidie;

    • b)

      intrekken of verlagen van de subsidie;

    • c)

      toepassen van kortingen;

    • d)

      in geval van fraude: aangifte bij de politie.

Artikel 14. Preventief weigeren

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in de Awb en de Asv kan de subsidie preventief worden geweigerd indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat er sprake is van ernstige onregelmatigheden aan de zijde van de subsidieontvanger.

  • 2.

    Onder redenen zoals bedoeld in lid 1 vallen in ieder geval de volgende gevallen:

    • a)

      Indien er aangifte is gedaan bij het Openbaar Ministerie vanwege vermoedens van strafbare feiten volgens artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering; dan wel

    • b)

      Indien een subsidie is geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.

Artikel 15. Intrekken of verlagen van de subsidie

  • 1.

    Indien de subsidieontvanger zich niet aan de verplichtingen houdt die gesteld worden aan de subsidie, kan dit consequenties hebben voor het verleende c.q. vastgestelde subsidiebedrag. Het subsidiebedrag of een gedeelte hiervan kan worden teruggevorderd indien:

    • a.

      de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet realiseert, waardoor de aan de subsidie gekoppelde resultaatdoelstelling(en) niet gerealiseerd wordt/worden. In dat geval wordt de subsidie ingetrokken, dan wel op nihil vastgesteld;

    • b.

      de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit gedeeltelijk niet realiseert, waardoor de aan de subsidie gekoppelde resultaatdoelstelling(en) gedeeltelijk niet gerealiseerd wordt/worden. In dat geval wordt de subsidie verlaagd met het kortingspercentage(s) of kortingsbedrag(en) zoals opgenomen in de verleningsbeschikking. Bij het ontbreken van een dergelijke korting, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken c.q. lager of op nihil vastgesteld, afhankelijk van de aard en de oorzaak van de afwijking (maatwerk);

    • c.

      de subsidieontvanger de overige verplichtingen, vastgelegd in de subsidiebeschikking, (gedeeltelijk) niet nakomt. De subsidie wordt in dat geval verlaagd met het kortingspercentage(s) dan wel kortingsbedrag(en) zoals opgenomen in de verleningsbeschikking. Bij het ontbreken van een dergelijke korting, afhankelijk van de aard en oorzaak van de afwijking, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken c.q. lager of op nihil vastgesteld (maatwerk).

  • 2.

    Indien in de verleningsbeschikking kortingspercentages zijn opgenomen, dan worden deze bij de vaststelling gehanteerd, tenzij de nadelige gevolgen van dat besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen belangen.

Artikel 16. Aangifte

In geval van (een groot vermoeden van) fraude wordt aangifte gedaan bij de politie.

Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

Artikel 17. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als 'Beleidsregel Subsidies gemeente Maastricht 2025'.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de wettelijke bekendmaking.

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 22 april 2025.

De Secretaris,

G.J.C. KusterS

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Naar boven