Kadernotitie subsidiebeleid sociaal domein gemeente Baarle-Nassau 2021

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BAARLE-NASSAU;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 316551;

 

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het bepaalde in het lokale zorg- en welzijnsbeleid “Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar”;

 

b e s l u i t :

De Kadernotitie subsidiebeleid sociaal domein gemeente Baarle-Nassau 2021 vast te stellen.

 

1. Inleiding

1.1 Waarom nieuw subsidiebeleid?

In 2020 hebben we ons nieuwe zorg- en welzijnsbeleid “Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar” vastgesteld. Subsidies zijn een belangrijk middel om de doelen in dit beleid te gaan behalen.

Het subsidiebeleid wordt nu geactualiseerd en aangepast, zodat het weer goed aansluit bij het nieuwe zorg- en welzijnsbeleid.

 

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) beschrijft de wettelijke kaders voor subsidieverlening.

Het subsidiebeleid bevat de lokale kaders en regels waaraan subsidieaanvragen van verenigingen en organisaties getoetst worden. Het subsidiebeleid wordt vastgelegd in 3 documenten:

  • -

    Algemene subsidieverordening: daarin legt de gemeenteraad de procedures voor subsidieaanvragen (binnen en buiten het sociaal domein) vast. De subsidieverordening beschrijft de rechten en plichten van subsidieaanvragers en gemeente ten opzichte van elkaar.

  • -

    Kadernotitie subsidiebeleid sociaal domein: daarin legt de gemeenteraad de kaders voor subsidieverlening binnen het sociaal domein vast. Vanzelfsprekend zal hier een duidelijke verbinding zichtbaar zijn met “Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar”

  • -

    Nadere regels subsidies sociaal domein: is de subsidieregeling waarin het college de uitvoeringsregels voor het sociaal domein verder concreet uitwerkt. Dit gebeurt uiteraard binnen de kaders zoals die in deze Kadernotitie zijn bepaald.

1.2 Hoe is het nieuwe beleid tot stand gekomen?

Een groot deel van het werk is al gedaan bij de totstandkoming van het nieuwe zorg- en welzijnsbeleid. In “Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar” hebben we vastgelegd wat we belangrijk vinden en wat we de komende jaren gaan doen. Dit is ook de basis voor het nieuwe subsidiebeleid.

 

“Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar” beschrijft niet alleen wat we willen bereiken, maar ook welke waarden en uitgangspunten we hanteren in onze werkwijze. Uiteraard zijn deze waarden en uitgangspunten ook van toepassing op ons subsidiebeleid.

We hebben een enquête gehouden onder onze bestaande subsidieontvangers om hun mening te vragen over hoe we deze uitgangspunten het beste kunnen gaan vertalen in het nieuwe subsidiebeleid. De uitkomsten van deze enquête is bijgevoegd (bijlage 1). Daarnaast hebben we input en feedback gevraagd aan de Adviesraad sociaal domein Baarle-Nassau (bijlage 2).

De input en feedback die we hebben opgehaald, hebben we meegenomen bij het opstellen van deze Kadernotitie.

 

Tenslotte hebben we geleerd van lessen die eerder zijn geleerd bij het ontwikkelen van het subsidiebeleid van de gemeenten Alphen-Chaam en Gilze en Rijen. Subsidiebeleid is inhoudelijk gezien bij uitstek lokaal beleid. Waar het gaat over de administratieve en procedurele kant is leren van andere gemeenten zeker wel mogelijk.

 

1.3 Leeswijzer

In deze notitie gaan we eerst in op waarom we subsidie gaan geven. Vervolgens geven we kaders mee voor wat we gaan subsidiëren (subsidievormen) en hoe we dat willen gaan doen.

Dit ‘hoe’ zal verder worden geconcretiseerd in een verordening (procedureel) en in Nadere regels (uitvoeringsregels).

2. Waarom wil de gemeente subsidie geven?

In Baarle BRUIST! hebben we bepaald dat we beleidsgestuurd willen gaan subsidiëren. Daarmee willen we zeggen dat we ook met onze subsidies maximaal maatschappelijk effect willen bereiken. Het verstrekken van subsidies is daarbij een middel om beleidsdoelen te realiseren en een sturingsmiddel om zaken in beweging te krijgen.

 

Gemeentelijke visie

In “Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar” hebben we beschreven wat we willen bereiken: een bruisend Baarle waarin iedereen mee kan (blijven) doen! Onze ambitie is dat onze inwoners:

  • a)

    Prettig wonen in hun buurt

  • b)

    Financieel kunnen rondkomen

  • c)

    Thuis veilig en kansrijk zijn

  • d)

    Zinnig hun dag in kunnen vullen

  • e)

    Fit en veerkrachtig zijn

“Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar” heeft dus betrekking op alle inwoners, met én zonder ondersteuningsvraag. Alle inwoners doen mee en leveren hun bijdrage aan de lokale samenleving.

Om te zorgen dat onze inwoners mee kunnen (blijven) doen versterken we de sociale basis en zorgen we voor (professionele) hulp en ondersteuning als dat nodig is.

Bieden van ‘maatwerk’ en het versterken van ‘netwerken’ staan daarbij centraal.

 

De sociale basis, het alledaagse leven

We willen de onderlinge betrokkenheid van onze inwoners versterken en vergroten. Het lokale verenigingsleven en lokale activiteiten spelen daarin een belangrijke rol.

 

Professionele hulp en ondersteuning

We willen dat hulp en ondersteuning passend en tijdig wordt geboden: zo licht als mogelijk, zo specialistisch als noodzakelijk. Als informele hulp en ondersteuning niet toereikend is kunnen inwoners rekenen op professionele hulp.

De specialistische zorg in het kader van de Jeugdwet en de Wmo valt buiten de scope van het subsidiebeleid. Dit wordt lokaal en/of regionaal ingekocht.

 

Daarnaast streven we naar een afname van de kostenstijging van geïndiceerde zorg en voorzieningen in het sociaal domein. Daarmee willen we ervoor zorgen dat hulp en ondersteuning ook op termijn betaalbaar en beschikbaar blijft voor onze inwoners.

We werken aan een afname van de kostenstijging door:

  • -

    meer maatwerk te bieden,

  • -

    sterke netwerken te bevorderen

  • -

    meer voorliggende voorzieningen te creëren (inclusief),

  • -

    meer maatschappelijk rendement te realiseren met hetzelfde geld,

  • -

    meer kostendeling en cofinanciering te realiseren,

  • -

    meer en actiever samenwerking met partners te zoeken.

3. Wat wil de gemeente subsidiëren?

In hoofdstuk 2 beschreven waarom we subsidie geven en wat we daarmee willen bereiken.

In dit hoofdstuk concretiseren we wat we willen gaan subsidiëren.

 

Vanuit onze visie en ambitie dat iedereen die in onze gemeente woont, kan meedoen aan onze samenleving, zetten we subsidie als middel in op:

  • 1)

    Het creëren en in stand houden van een basisvoorzieningenniveau voor alle inwoners.

  • 2)

    Het uitvoeren van activiteiten, die aansluiten op de behoefte van de samenleving en bijdragen aan onze ambitie en doelstellingen.

Een concretisering van het wát, dat in aanmerking komt voor subsidies, moet nog plaatsvinden. Daar hoort ook de keuze bij of iets als een basisvoorziening wordt aangemerkt of als een activiteit gezien wordt. Deze uitwerking vindt binnen de vastgestelde kaders plaats in de beleidsregels en de subsidieverordening.

 

3.1 Basisvoorzieningenniveau

Om iedereen mee te kunnen laten doen in onze gemeente, hebben we als gemeente bepaalde basisvoorzieningen nodig. Tot deze basisvoorzieningen rekenen wij accommodaties en professionals, waarvan de beschikbaarheid voorwaardenscheppend is om tot activiteitenaanbod te kunnen komen en waarvan wij als gemeente vinden dat ze voor alle inwoners toegankelijk en beschikbaar moeten zijn. Daarnaast gaat het om organisaties die niet het uitvoeren van hun eigen activiteiten als primaire doel hebben, maar ondersteunend zijn aan de activiteiten van andere individuen of groepen in de lokale samenleving.

 

Wij gaan gericht aan bepaalde organisaties vragen om hier een aanbod op te doen. Met deze organisaties maken we vervolgens meerjarige afspraken. We kiezen voor meerjarige afspraken, zodat:

  • -

    de continuïteit wordt geborgd;

  • -

    professionals onderdeel gaan uitmaken van het netwerk van onze gemeente;

  • -

    samenwerking en verbinding tussen organisaties en professionals plaatsvindt;

  • -

    er duidelijkheid is over de subsidieuitgaven voor het basisvoorzieningenniveau in de gemeentebegroting. Het gaat hierbij over het algemeen over de grotere subsidiebedragen.

Zoveel als mogelijk wordt uitgegaan van meerjarige subsidies waar concrete doelen en resultaten aan ten grondslag liggen. Deze worden per type basisvoorziening nader uitgewerkt.

We bewaken jaarlijks de voortgang, de realisatie van doelen en bepalen of bijstellen van beleidsaccenten wenselijk is. Dat doen we in overleg. Zo kan worden gestuurd op de inhoud en kan een mate van flexibiliteit in de uitvoering worden gerealiseerd.

 

3.2 Activiteiten

Naast het basisvoorzieningenniveau willen we activiteiten subsidiëren die bijdragen aan onze gemeentelijke doelen en die aansluiten op de behoefte van de samenleving. Dat betekent dat we activiteiten willen subsidiëren, die gericht zijn op:

  • -

    inwoners die op bepaalde leefgebieden (nog) niet mee (kunnen) doen en/of activiteiten waarin meedoen van (potentieel) kwetsbare inwoners wordt bevorderd;

  • -

    het vergroten van onderlinge betrokkenheid en vrijwillige inzet;

  • -

    sociaal maatschappelijke en culturele verrijking.

We zoeken naar andere wegen om juist die inwoners te bereiken die zich niet spontaan aanmelden voor activiteiten. Dat doen we zoveel mogelijk in overleg met deze inwoners en met sleutelpersonen en –organisaties in onze gemeente.

 

Nadrukkelijk wordt een beroep gedaan op zowel vrijwilligers- als professionele organisaties om binnen en buiten de sector na te denken over hun rol in de samenleving en ten aanzien van de maatschappelijke opgaven waar we in Baarle-Nassau voor staan.

We vinden het van belang dat de verschillende organisaties en sectoren de verbinding aangaan met elkaar. Door krachten te bundelen kunnen we meer bereiken.

We nemen dit aspect nadrukkelijk mee in de relatiegesprekken die wij met onze subsidieontvangers voeren. Zo creëren we bewustwording en krijgen we inzicht in wat er in specifieke situaties nodig en mogelijk is. We ondersteunen op maat waar verbindingen niet vanzelfsprekend tot stand komen.

 

Activiteitensubsidies kunnen zowel een meerjarig als incidenteel karakter hebben. We zorgen voor een goede balans tussen zekerheid / continuïteit en ruimte voor vernieuwing en innovatie. De behoefte van de samenleving is niet statisch. Het is wenselijk dat organisaties daar met hun aanbod flexibel op in kunnen spelen.

 

Voor activiteitensubsidies vormen we één subsidiebudget in de gemeentebegroting. In de Nadere regels bepalen hoe we prioriteren wanneer totaal aantal aanvragen het subsidieplafond overstijgt. We zoeken daarbij aansluiting bij de driehoek van publieke waarden.

Driehoek van publieke waarden

We zetten onze middelen zo in dat ze maximaal maatschappelijk effect genereren. De driehoek van publieke waarden helpt hierbij. Er is maatschappelijke waarde als zowel rendement als betrokkenheid groot zijn en de legitimiteit gewaarborgd is. Door de maatschappelijke waarden van een initiatief te verkennen, kunnen we het belang en de prioriteit ervan bepalen:

  • -

    Rendement: de verwachte maatschappelijke en financiële opbrengst, op korte en/of langere termijn

  • -

    Betrokkenheid: inwoners en andere partijen zijn betrokken en/of dragen bij. Het initiatief draagt bij aan ‘meedoen’.

  • -

    Legitimiteit: het initiatief past binnen ons beleid en wet- en regelgeving.

4. Hoe wil de gemeente subsidiëren?

Hiervoor is aangegeven waarom de gemeente wil subsidiëren en in grote lijnen wat de gemeente wil subsidiëren. De wijze waarop de subsidieverlening straks plaats gaat vinden, wordt uitgewerkt in de subsidieverordening (procedureel) en nadere regels (concrete uitvoeringsregels).

Voordat een meer gedetailleerde uitwerking van de spelregels plaats kan vinden, worden de kaders hiervoor bepaald.

 

4.1 Aansluiten bij de waarden en uitgangspunten in “Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar”

We maken meedoen mogelijk door het alledaagse leven te versterken en te zorgen voor (professionele) hulp en ondersteuning. De manier waarop we ‘meedoen’ mogelijk maken, is beschreven aan de hand van Baarle BRUIST!. Deze waarden en uitgangspunten passen we ook toe in de uitwerking van het nieuwe subsidiebeleid:

  • -

    Betekenis: dingen die we doen zijn betekenisvol voor onze inwoners. We sluiten aan op motivatie en drijfveren (zingeving) van inwoners.

    Vertaald naar subsidiebeleid: de meerwaarde van activiteiten voor inwoners is leidend voor het verkrijgen van subsidie. We subsidiëren organisaties niet omdat ze er zijn, maar voor wat ze bijdragen (maatschappelijke waarde).

  • -

    Regie: we gunnen iedereen zo veel mogelijk eigen verantwoordelijkheid en regie. We geven ruimte en zeggenschap om regie en eigenaarschap mogelijk te maken. Als het nodig is ondersteunen en stimuleren we de eigen regie.

    Vertaald naar subsidiebeleid: de gemeente beschrijft aan welke doelen activiteiten moeten bijdragen (waarom) en geeft ruimte aan de verenigingen en organisaties om hier invulling aan te geven (wat en hoe).

  • -

    Uniek: we bieden maatwerk door aan te sluiten bij persoonlijke omstandigheden, talenten en drijfveren van inwoners. We bieden ruimte voor eigen oplossingen en initiatieven. We bepalen onze rol ‘op maat’ en werken gebiedsgericht.

    Vertaald naar het subsidiebeleid: de gemeente houdt zoveel mogelijk rekening met de specifieke omstandigheden van subsidieaanvragers en biedt maatwerk.

    We verwachten een reële eigen bijdrage van mensen die deelnemen aan activiteiten. We onderzoeken hoe we mensen die deze bijdrage niet kunnen betalen kunnen ondersteunen.

  • -

    Inclusief: we vergroten de mogelijkheden voor alle inwoners om mee te kunnen doen. We gaan na hoe sociale en/of fysieke toegankelijkheid beter kunnen worden. We betrekken mensen met een beperking als ervaringsdeskundigen (‘nothing about them without them’).

    Vertaald naar het subsidiebeleid: met subsidie stimuleren we dat activiteiten voor zoveel mogelijk inwoners toegankelijk zijn. Centraal staat wat inwoners die nog niet mee (kunnen) doen zelf willen en nodig hebben.

  • -

    Samen: we benutten kennis, kunde en mogelijkheden van onze inwoners, partners en ondernemers. We brengen inwoners en partijen bij elkaar. We vormen allianties op basis van gezamenlijke doelen en gedeeld eigenaarschap. We werken samen om tot de beste oplossing te komen.

    Vertaald naar het subsidiebeleid: we stimuleren samenwerking door dit onderwerp expliciet mee te nemen in onze relatiegesprekken met subsidieontvangers. Waar samenwerking niet vanzelfsprekend tot stand komt, bieden we ondersteuning op maat. We zorgen voor een goede verbinding met onze subsidieontvangers. Als het bijdraagt aan samenwerking verlenen we gezamenlijke subsidiebudgetten.

  • -

    Toekomstgericht: We streven naar duurzame, lange termijn, oplossingen. We werken preventief en ontwikkelgericht om problemen te voorkomen. We anticiperen op nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. We bieden zekerheid aan inwoners en partners.

    Vertaald naar het subsidiebeleid: we bieden duidelijkheid over welke kosten subsidiabel zijn en hoe de hoogte van subsidies wordt bepaald. We gaan meerjarige subsidierelaties aan waar dat in het belang is van continuïteit en bijdraagt aan duurzame oplossingen. Daarnaast bieden we ruimte voor vernieuwing en innovatie.

Zingeving, zeggenschap en zekerheid zijn belangrijke succesfactoren in onze aanpak.

 

4.2 Financiële kaders

De financiële kaders voor de subsidieverlening worden door de gemeenteraad bepaald en in de gemeentebegroting voor het betreffende jaar vastgelegd:

  • -

    we nemen de basisvoorzieningen per onderdeel op in de gemeentebegroting.

  • -

    voor activiteitensubsidies vormen we één subsidiebudget in de gemeentebegroting.

    Dit budget vormt het subsidieplafond voor activiteitensubsidies in het betreffende jaar.

In de gemeentebegroting nemen we een overzicht op van alle subsidiebudgetten voor het betreffende jaar.

 

Financiële toets

De maatschappelijke waarde van activiteiten is leidend voor subsidieverlening. We passen daarnaast ook een financiële toets toe. Daarbij beoordelen we:

  • -

    of de gevraagde subsidie in verhouding staat tot de opbrengsten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (financieel en inhoudelijk)

  • -

    of subsidie nodig is om de activiteiten te kunnen uitvoeren. Daarbij betrekken we de hoogte van reserves en voorzieningen van subsidieaanvragers.

De subsidie kan nooit hoger zijn dan tekort op de activiteitenbegroting en er mag geen reserve gevormd worden uit subsidie. Hoe we dat toetsen werken we uit in de Nadere regels.

 

4.3 Controle en verantwoording

Subsidie is gemeenschapsgeld. We vinden het daarom belangrijk dat er verantwoording wordt afgelegd over de besteding van subsidiemiddelen. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten:

  • -

    de mate van controle laten we afhangen van de hoogte van de subsidie.

  • -

    we zijn transparant in de subsidies die we verstrekken.

  • -

    we treden op wanneer subsidie anders wordt gebruikt dan afgesproken.

In zijn algemeenheid is deregulering een uitgangspunt. Dit uitgangspunt passen we toe in de uitwerking van de verordening en de nadere regels.

De administratieve belasting voor het aanvragen en verantwoorden van een subsidie stemmen we af op de hoogte van de subsidie; hoe hoger het bedrag, hoe hoger de eisen.

 

Monitoring

We subsidiëren activiteiten die bijdragen aan onze beleidsdoelen. We vragen partijen om hierover te verantwoorden, zodat we de resultaten kunnen meten en waar nodig kunnen bijsturen. Hoe uitgebreid de verantwoording moet zijn is afhankelijk van de hoogte van de subsidie.

We koppelen de verantwoordingsinformatie aan onze kpi’s.

 

4.4 Ruimte voor aanscherping en doorontwikkeling

“Baarle BRUIST! Met elkaar, voor elkaar” is de overkoepelende beleidsvisie ten aanzien van het sociaal domein. Het overkoepelend beleid wordt uitgewerkt in uitvoeringsagenda’s. Daarnaast wordt er op onderdelen van het sociaal domein mogelijk aanvullend beleid geformuleerd.

Aanvullend beleid kan uiteraard ook aanvullende kaders bieden voor hoe te subsidiëren of speerpunten in wat te subsidiëren. Wanneer daar sprake van is, zullen we deze aanvullende kaders op dat moment door vertalen in het subsidiebeleid. We passen de Nadere regels dan aan of we stellen specifieke subsidiekaders op voor de betreffende beleidsonderdelen en/of subsidieontvangers. Uiteraard gebeurt dit binnen de uitgangspunten zoals vastgelegd in deze Kadernotitie.

 

We zullen het subsidiebeleid periodiek evalueren en waar nodig bijstellen.

5. Vervolg

De uitgangspunten in deze kadernotitie zullen worden uitgewerkt in een subsidieverordening en nadere regels. Wanneer die zijn vastgesteld door respectievelijk de gemeenteraad en het college, is het nieuwe subsidiebeleid afgerond. Het nieuwe beleid is van kracht op subsidieaanvragen die betrekking hebben op 2022.

 

De komende tijd is communicatie met onze huidige subsidiepartners een belangrijk onderdeel van het proces. Draagvlak bij deze subsidiepartners voor het nieuwe beleid is een belangrijke succesfactor om onze doelstellingen te kunnen behalen. Voor de subsidieontvangers is nieuw beleid ook spannend: een bijdrage kunnen en willen leveren aan onze maatschappelijke doelstellingen kan effect hebben op de hoogte van de subsidie of op het type activiteiten die we subsidiëren.

We maken een overgangsregeling, waarmee we een zachte overgang bieden en onze huidige subsidieontvangers de kans bieden om te anticiperen op het nieuwe beleid.

 

Goede uitleg en ondersteuning bij de invoering van het nieuwe subsidiebeleid is van groot belang. We willen subsidieaanvragers bewust maken van wat het nieuwe beleid voor hen betekent en welke kansen en mogelijkheden het beleid biedt. Zo helpen we hen op weg. We zullen organisaties ook (laten) ondersteunen bij het indienen van hun subsidieaanvraag op basis van het nieuwe beleid.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 31 maart 2021

DE GEMEENTERAAD VAN BAARLE-NASSAU

Griffier

Voorzitter

Naar boven