Wijziging Welstandsnota

De raad van de gemeente Tholen;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024;

 

b e s l u i t :

  • 1.

    de Welstandsnota gemeente Tholen als volgt te wijzigen:

A

Onder hoofdstuk 7 ‘Welstandscriteria bijzondere bouwwerken’ wordt na paragraaf 7.2 ‘Beschermde Stads- en Dorpsgezichten’ een nieuw onderdeel ingevoegd luidende als volgt:

7.3 PV-systemen in de beschermde stadsgezichten en op monumenten

 

Maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, stijgende energieprijzen, energiearmoede en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hebben ervoor gezorgd dat zonnepanelen een vast onderdeel van onze gebouwde omgeving zijn geworden. Zonnepanelen horen vanzelfsprekend bij verduurzaming, want isoleren en het duurzaam opwekken van energie vullen elkaar aan. Het verruimen van het beleid voor PV-systemen in de beschermde stadsgezichten is daarom wenselijk.

 

Tegelijkertijd is het Thoolse erfgoed, wat we van onze voorouders hebben geërfd, van belang voor de identiteit van de gemeente en vooral van haar inwoners. De beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk en de monumenten binnen de gemeente zijn onderdeel van dit erfgoed en verdienen het om beschermd te worden. Met de landelijke doelstelling om in 2030 een reductie van 60% te hebben van onze CO2 uitstoot en in 2050 van 95% minder uitstoot, is verduurzaming van onze gebouwen echter benodigd, waaronder het gebouwd erfgoed.

 

Om het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde stadsgezichten mogelijk te maken met respect voor de cultuurhistorische waarden zijn de beschermde gezichten in twee zones verdeeld. Deze zones zijn hieronder opgenomen en worden toegelicht in het rapport ‘Zonering zonnepanelen: beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk’, opgesteld door Erfgoed Zeeland. Door het opstellen van afzonderlijke uitgangspunten voor gebieden met hoge cultuurhistorische waarde en gebieden met minder hoge cultuurhistorische waarde kunnen PV-systemen worden toegestaan waar het kan en uitgesloten waar het moet. Daarnaast zijn uitgangspunten opgesteld voor het plaatsen van PV-systemen op monumenten, waarmee meer duidelijkheid wordt gegeven en meer mogelijkheden ontstaan voor eigenaren.

 

 

7.3.1 Algemeen

7.3.1.1 Begripsbepalingen

  • -

    Openbaar toegankelijk gebied: een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is;

  • -

    PV-systemen: Fotovoltaïsche-systemen. Zonne-energie installaties zoals zonnepanelen en -collectoren met alle bijbehorende buizen en leidingen;

7.3.1.2 Toepassingsbereik

De uitgangspunten voor het plaatsen van PV-systemen zijn van toepassing op alle bebouwing binnen de beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk zoals opgenomen in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan en voor alle monumenten binnen de gemeente Tholen, waarbij het gaat om alle (voor)beschermde rijksmonumenten en (voor)beschermde gemeentelijke monumenten.

 

7.3.2 Uitgangspunten

Voor het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde gezichten en op monumenten gelden de algemene uitgangspunten uit paragraaf 7.3.2.1. Daarnaast gelden de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.2 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 1 en de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.3 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 2. Voor alle monumenten binnen de gemeente gelden naast de algemene uitgangspunten de uitgangpunten van paragraaf 7.3.2.4.

 

7.3.2.1 Algemene uitgangspunten

  • 1.

    Er wordt geen kapvergunning verleend indien deze wordt aangevraagd om de opbrengst van zonnepanelen te vergroten;

  • 2.

    De energieopwekking is ten bate van het eigen pand of de panden op één perceel, tenzij hogere wetgeving anders bepaalt;

  • 3.

    PV-systemen worden op het dak geplaatst (niet aan gevels en wanden of in voortuinen);

  • 4.

    Op schuine daken worden PV-systemen met een hellingshoek gelijk aan het dakvlak gelegd;

  • 5.

    De PV-systemen steken niet uit voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden;

  • 6.

    Op daken met een bijzondere vorm of afwerking (zoals ronde, spitse of veelhoekige daken, daken met een bijzonder decoratief patroon of daken van bijzondere materialen, zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood) is het plaatsen van PV-systemen ongewenst, tenzij onderzoek uitwijst dat de omgevingskwaliteit niet wordt aangetast;

  • 7.

    PV-systemen worden reversibel aangebracht waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande leidingentracés.

  • 8.

     

7.3.2.2 Uitgangspunten zone 1 – hoge cultuurhistorische waarde

Zone 1 bestaat uit de gebieden binnen de beschermde gezichten met hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn in deze zone toelaatbaar met een zorgvuldig ontworpen plan. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).

 

Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 is vergunningsvrij (meldingsplichtig) indien niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied en wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;

  • 2.

    De PV-systemen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);

  • 3.

    De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.

Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 in het zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied is met vergunning toegestaan, mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;

  • 2.

    Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;

  • 3.

    Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;

  • 4.

    Behoud van historische dakbedekking is leidend, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet (meer) van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.

  • 5.

    Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;

  • 6.

    Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het pand of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:

    • a.

      De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);

    • b.

      De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.

  • 7.

    Op hellende daken (m.u.v. mansardekappen) worden PV-systemen zo veel mogelijk op de onderste helft van het dakvlak geplaatst, tenzij andere plaatsing de omgevingskwaliteit minder aantast;

  • 8.

    Op mansardekappen worden panelen alleen op het bovenste dakvlak geplaatst, tenzij plaatsing op het onderste dakvlak de omgevingskwaliteit minder aantast.

7.3.2.3 Uitgangspunten zone 2 – minder hoge cultuurhistorische waarde

Zone 2 bestaat uit de gebieden binnen een beschermd gezicht met minder hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn onder ruimere voorwaarden toelaatbaar. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).

 

Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 2 is vergunningsvrij (meldingsplichtig), mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing;

  • 2.

    Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 50 cm boven de dakrand uitsteken;

  • 3.

    Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;

  • 4.

    De panelen worden zo veel mogelijk in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);

  • 5.

    De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.

7.3.2.4 Uitgangspunten monumenten

Het plaatsen van PV-systemen op monumenten is met vergunning toegestaan, mits wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;

  • 2.

    Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven panelen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;

  • 3.

    Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;

  • 4.

    Aantasting van historische dakbedekking is niet toegestaan, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet meer van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.

  • 5.

    Panelen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.);

  • 6.

    Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het monument of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:

    • a.

      Historische dakelementen of opbouwen (schoorstenen, dakkappellen, decoraties, et cetera) worden behouden;

    • b.

      De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan) dat ondergeschikt blijft aan de hoofdvorm van het dak en de daarop aanwezige elementen;

    • c.

      De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak;

    • d.

      Maximeren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) mag niet ten koste gaan van de monumentale waarden;

B

In het opschrift van paragraaf 7.3 wordt ‘7.3’ vervangen door ‘7.4’.

 

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking daarvan.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Tholen in zijn openbare vergadering van 12 december 2024.

w.g. M.L.P. Sijbers,

voorzitter.

w.g. L. Vermeij,

griffier.

Zonering zonnepanelen

 

Beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk

 

Erfgoed Zeeland, 2024

 

1 Inleiding

 

1.1 Aanleiding

De gemeente Tholen kent twee beschermde stadsgezichten: Sint-Maartensdijk en Tholen. Na de invoering van de Monumentenwet in 1988 zijn de binnensteden van deze plaatsen in 1991 door het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aangewezen als beschermd stadsgezicht. De gemeente Tholen heeft nog geen specifiek beleid voor zonnepanelen in de beschermde stadsgezichten waardoor de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit per aanvraag moet beoordelen of zonnepanelen aanvaardbaar zijn. In 2022 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren naar de behoeften m.b.t. zonnepanelen in de beschermde stadsgezichten.1 Hieruit bleek dat twee op de vijf inwoners van de stadsgezichten hinder ervaren van de eis dat zonnepanelen niet vanaf de openbare weg zichtbaar mogen zijn en dat twee van de drie inwoners dit geen goede eis vinden. In 2020 heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn adviesbeleid voor zonnepanelen versoepeld.2

 

Omdat de behoefte naar zonnepanelen de afgelopen jaren toegenomen is, wil de gemeente Tholen beleid opstellen voor zonnepanelen binnen de beschermde stadsgezichten. De gemeente heeft Erfgoed Zeeland gevraagd een overzichtelijke zonering binnen de stadsgezichten aan te brengen op basis van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op verzoek van de gemeente is gekozen voor twee zones: één van hoge cultuurhistorische waarde, waarin een omgevingsvergunning in principe benodigd blijft voor het plaatsen van zonnepanelen. In de zone met minder hoge cultuurhistorische waarde zouden de beleidsregels versoepeld kunnen worden.

 

1.2 Probleemstelling

In de huidige situatie gelden voor de volledige beschermde stadsgezichten dezelfde regels m.b.t. zonnepanelen. De uitgangspunten voor de beschermingen worden gevormd door de toelichtingen bij de besluiten tot aanwijzing.3 In deze toelichtingen zijn de geschiedenis en het ruimtelijke karakter beschreven. Hierin wordt wel aangegeven welke straten het meest bepalend zijn voor de ruimtelijke structuur, maar een waardering van welke delen de hoogste cultuurhistorische waarde hebben ontbreekt. Wel zijn op de historisch-ruimtelijke waarderingskaarten, die bijlagen vormen bij de toelichtingen, de zones aangegeven waar de historische structuur ingrijpend gewijzigd is. Ook is hier op aangegeven waar de rooilijnen zijn verlegd of gesloopt. Deze toelichtingen en kaarten zijn gepubliceerd in 1987 en 1988 en niet langer actueel. Zo hebben nieuwe veranderingen van de historische bebouwing plaatsgevonden en zijn eerdere verstoringen inmiddels weer gesloopt. De toelichtingen bij de aanwijzingsbesluiten voldoen dus niet om te bepalen welke delen van de stadsgezichten hogere en lagere cultuurhistorische waarde hebben. Als de gemeente Tholen wil differentiëren binnen de beschermde stadsgezichten, is dus nader onderzoek nodig.

 

1.3 Werkwijze

Het onderzoek bestaat uit twee delen: een bureauonderzoek en veldwerk. In het bureauonderzoek zijn de historische structuren van de steden onderzocht, in welke zones zich oudere en jongere bebouwing bevindt en waar monumenten aanwezig zijn. In het veldwerk is op locatie onderzocht waar zich bebouwing van cultuurhistorische waarde bevindt, waar de ruimtelijke kwaliteit en samenhang (ensemblewaarde) hoog zijn en waar de dakvlakken goed zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Op basis van deze gegevens is een zonering opgesteld. Deze conceptzonering is met de gemeente Tholen besproken en naar aanleiding van de opmerkingen op enkele punten aangepast.

 

1.4 Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Eerst wordt ingegaan op het beschermd stadsgezicht Tholen, daarna op Sint-Maartensdijk. Per stad wordt ingegaan op de resultaten uit het bureauonderzoek. Dit bestaat uit een onderzoek naar het beschermd stadsgezicht, de historische bebouwing en de monumenten. Daarna worden de bevindingen uit het veldwerk besproken, geïllustreerd met foto’s. Dit alles leidt tot een voorstel voor een zonering, bestaand uit een zone met hoge cultuurhistorische waarde en een zone met minder hoge cultuurhistorische waarde. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op daktypen en plaatsing van zonnepanelen. In het laatste hoofdstuk worden conclusies getrokken op basis van het onderzoek.

 

Tot slot zijn in bijlage 1 de kaartbeelden vergroot weergegeven. In bijlage 2 is het raadsbesluit ingevoegd dat voorziet in een wijziging van de welstandsnota op het onderwerp PV-systemen in de beschermde stadsgezichten en op monumenten.

 

2 Resultaten

 

2.1 Tholen

 

2.1.1 Bureauonderzoek

Beschermd stadsgezicht

Het beschermd stadsgezicht Tholen omvat de volledige oude binnenstad, inclusief de vestingwerken en grachten. De begrenzing is aangebracht aan de buitenzijde van de grachten, waar deze nog aanwezig zijn. Deze zijn niet langer aanwezig in het uiterste noordoosten (bij de Eendrachtsdijk) en in het zuiden (bij het scoutingcentrum). Hier is de begrenzing iets verder doorgetrokken dan de voormalige gracht. In het zuiden valt een open terrein, wat doorloopt tot de Gemaalweg en het Hertenkamp, onder de bescherming vanwege het belang van het zicht op de stad.

 

Historische bebouwing

 

De nederzettingsgeschiedenis van de stad Tholen kan grofweg in vier deelgebieden ingedeeld worden. Het begint met bebouwing op een dijk uit ca. 1220 die tegenwoordig de Hoogstraat en Verbrandestraat vormt. De stad ontwikkelde zich ten zuidwesten van deze dijk. Dit deel wordt daarom ook de Oudestad genoemd. Vervolgens werd eind veertiende eeuw de Dalempolder ingepolderd. Deze bedijking vormt tegenwoordig de Dalemsestraat. De Dalempolder, het gebied tussen de Dalemsestraat en de Verbrandestraat, heet daarom de Nieuwe Stad of Nieuwstad. Na deze bedijking nam de verzanding van de haven (bij de huidige Visstraat) toe, waarna deze werd verplaatst richting de huidige haven. Het deel van de stad wat tussen de Hoogstraat, Dalemsestraat en de haven ligt, staat bekend als de Buitenstad. In de Tachtigjarige Oorlog werden rond de stad vestingwerken aangelegd. Deze zijn later in de meeste gevallen bebouwd. De ruimte binnen de vestingwerken werd ook pas in de loop van de geschiedenis opgevuld. Op oude kaarten is te zien hoe een aanzienlijk deel van de stad uit moestuinen bestaat.

 

De oudste plattegrond van de stad is die van Jacob van Deventer uit het derde kwart van de zestiende eeuw. Als de straten van deze plattegrond ingetekend worden op de moderne kaart van Tholen, is te zien dat een groot deel van het huidige stratenpatroon in de zestiende eeuw ook al bestond. Deze straten vormen een belangrijke stedenbouwkundige basis van de stad.

 

Afbeelding 1: Het stratenpatroon van Tholen uit het derde kwart van de zestiende eeuw ingetekend op de huidige kaart

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

Dat het stratenpatroon redelijk gaaf is gebleven zegt weinig over de historische bebouwing zelf. Deze kan immers vervangen zijn door moderne bebouwing. Op basis van adresgegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is weergegeven waar zich historische bebouwing concentreert. Hierbij moet de opmerking worden geplaatst dat het bouwjaar in deze basisregistratie niet altijd correct is. Wel kan hier in grote lijnen een beeld van de bouwjaren geschetst worden. Uit deze gegevens blijkt dat de bebouwing van voor 1800 zich concentreert in de Oudelandsestraat, Markt, Stoofstraat, Hoogstraat, Kerkstraat, Bakstraat en Brugstraat. Deze concentratie vormt een zone die van zuidwest naar noordoost door het centrum loopt.

 

Afbeelding 2: Gebouwen met bouwjaren voor 1800

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

Het grootste deel van de gebouwen heeft een bouwjaar tussen 1800 en 1965. Hierin zitten weinig opvallende verschillen tussen zones binnen het beschermd stadsgezicht. In de moderne bebouwing (1965 tot heden) valt wel een aantal concentraties op:

  • het appartementencomplex uit de jaren 1970 tussen de Verbrandestraat en het Schuttershof;

    de bungalows uit de jaren 1960 op de hoek van de Regentessestraat;

    het appartementencomplex uit de jaren 1980 aan de Kaaij;

    verspreide moderne bebouwing aan de Doelweg, Dalemsestraat en Eendrachtweg;

    nieuwbouw van na 2020 op het Bastion;

    historiserende bebouwing in de omgeving Venkelstraat-Bosstraat;

    verschillende garages. Deze bevinden zich overwegend uit het zicht achter rijen huizen en zijn dus niet heel relevant in dit onderzoek.

Afbeelding 3: Gebouwen met bouwjaren na 1965

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

Monumenten

 

Het beschermd stadsgezicht Tholen kent 52 rijksmonumenten. In deze monumenten kan ook een zonering aangebracht worden:

  • de vestingwerken aan de randen van het centrum zijn als complex beschermd;

    de overige monumenten, behalve de twee molens, bevinden zich sterk geconcentreerd in het gebied Markt, Stoofstraat, Hoogstraat, Kerkstraat, Brugstraat, Botermarkt, Dalemsestraat en Bakstraat.

De zone waar de monumenten zich sterk concentreren komt grotendeels overeen met de zone waar zich gebouwen bevinden die ouder zijn dan het jaar 1800. De gemeente Tholen is daarnaast bezig met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Omdat dit proces op het moment van dit onderzoek nog bezig is, is dit niet meegenomen in dit rapport. De aan te wijzen gemeentelijke monumenten bevinden zich iets meer verspreid over het centrum dan de rijksmonumenten.

 

Afbeelding 4: Rijksmonumenten in het beschermd stadsgezicht Tholen

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

2.1.2 Veldwerk

Tijdens het veldwerk in het beschermd stadsgezicht Tholen is de cultuurhistorische waarde en omgevingskwaliteit van de bebouwing onderzocht. Tijdens dit veldwerk viel een aantal zaken op:

  • Het centrum van Tholen heeft een overwegend monumentaal karakter.

    Een aantal zones heeft geen monumentaal karakter en een lage beeldkwaliteit. Dit betreft de zone met bungalows aan de Regentessestraat, doorlopend in de Plantagestraat, de appartementencomplexen aan de Kaaij, Hoogstraat, Schuttershof, Verbrandestraat, Doelweg en Bastion (Kruittoren).

    Veel moderne bebouwing is historiserend gebouwd en bevindt zich tussen historische bebouwing. Hoewel deze gebouwen geen cultuurhistorische waarde hebben, dragen ze evengoed bij aan de beeld- en omgevingskwaliteit.

    In grote delen van de Nieuwstad (het noordelijke deel tussen de Dalemsestraat en de Verbrandestraat) is de bebouwing rommelig te noemen. Hier wisselen oude en nieuwe, gave en aangetaste panden elkaar af. Er is veel afwisseling tussen daktypen en bebouwing wijkt in veel gevallen af van de rooilijn. Hoewel zich hier historische panden bevinden, is de beeldkwaliteit laag door het gebrek aan samenhang. Uitzonderingen hierop vormen ensembles aan de Hofstraat en de Vossemeersepoort.

    Vanaf de singels zijn relatief weinig dakvlakken te zien door de bebossing op de bolwerken.

    Vanaf de vestingwerken zijn met name vanaf de zuidoostelijke zijde (Cromvliet en Contre Escarpe) veel dakvlakken zichtbaar, omdat het wandelpad hier vlak langs de bebouwing loopt en het zicht niet belemmerd wordt door bomen.

    Vanaf de jachthaven en de overzijde van het water (Schelde-Rijnweg) zijn veel dakvlakken te zien van de straten achter de haven. Dit aanzicht wordt wel gedomineerd door het moderne appartementencomplex aan de Kaaij.

Afbeelding 5: Veel dakvlakken zijn zichtbaar vanaf de vestingwerken, met name aan de zuidzijde

 

Afbeelding 6: Modern appartementencomplex aan de Kaaij

 

Afbeelding 7: Rij woningen met dezelfde bouwstijl en daktypen aan de Vossemeersepoort, een deel van de Nieuwestad waar wel sprake is van samenhang en ensemblewaarde

 

Afbeelding 8: Woningen op de hoek van de Vossemeersepoort en de Doelweg. De afwisseling tussen oude en moderne panden en verschillende daktypen zorgt voor een lage beeldkwaliteit.

 

Afbeelding 9: Modern appartementencomplex aan de Verbrandestraat

 

Afbeelding 10: Ensemble van woningen met dezelfde bouwstijl en dakoverstekken in de Hofstraat

 

2.1.3 Zonering

Op verzoek van de gemeente Tholen is het beschermd stadsgezicht opgedeeld in twee zones: één met bebouwing van hoge cultuurhistorische waarde en één met minder hoge cultuurhistorische waarde. Omdat het centrum een overwegend hoge cultuurhistorische waarde heeft, is het grootste deel als zodanig aangemerkt. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat een deel van het beschermd stadsgezicht (bolwerken, gracht, haven en weide aan de zuidzijde) onbebouwd is. De gemeente Tholen gaat uit van het principe ‘van zon op grond, naar zon op dak’. Dat wil zeggen dat de gemeente alleen nog zonnepanelen wil toestaan op daken, niet langer op de grond. De onbebouwde delen van het beschermd stadsgezicht vallen dan per definitie in een zone waar de gemeente het vergunningsvrij plaatsen van zonnepanelen niet wil toestaan. Deze onbebouwde gebieden zijn daarom, ongeacht de cultuurhistorische waarde, in de zone geplaatst waar de vergunningsplicht gehandhaafd blijft. Op de gebouwen in deze zone wil de gemeente Tholen zonnepanelen toestaan, mits dit gebeurt op basis van een zorgvuldig ontworpen plan. De uitgangspunten hiervoor vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.

 

In zone 2 bevinden zich de gebieden van minder hoge cultuurhistorische waarde. Hierin zijn de zones met moderne(re) bebouwing opgenomen. Dit betreft de omgeving van het Bastion met daarop de Kruittoren (punt 1), de appartementencomplexen aan de Kaaij en Hoogstraat (punt 2), de bungalows en rijtjeshuizen aan de Regentessetraat en Plantagestraat (punt 3) en de appartementencomplexen aan de Doelweg, Verbrandestraat en Schuttershof (punt 4). De wat rommelige zone in de Nieuwestad en tussen de Dalemsestraat en Eendrachtsweg, die weliswaar historische panden kent, maar een lage beeldkwaliteit vanwege het gebrek aan samenhang, is na overleg met de gemeente ook aan deze zone toegevoegd. De uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen binnen deze zone vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.

 

Afbeelding 11: Zonering beschermd stadsgezicht Tholen

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

2.2 Sint-Maartensdijk

 

2.2.1 Bureauonderzoek

Beschermd stadsgezicht

Het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk omvat de volledige oude binnenstad. Dit gezicht wordt begrensd door de voormalige vest (Westvest en Wal) en aan de oostelijke zijde door de voormalige singel (Oostsingel). In het originele aanwijzingsbesluit viel het voormalige kasteelterrein ten noorden van de stad ook binnen het beschermd stadsgezicht. Tegenwoordig valt dit terrein volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet langer binnen de begrenzing. Ook in het Bestemmingsplan Kommen Gemeente Tholen valt dit terrein niet binnen het beschermd stadsgezicht. Het volledige kasteelterrein is wel beschermd als rijksmonument, waardoor het dus alsnog bescherming geniet. Het terrein is dus niet relevant voor dit onderzoek.

 

Historische bebouwing

 

De stad Sint-Maartensdijk ontstond aan de geul de Haastee, tegenwoordig de Pluimpot geheten. Aan deze geul ontstond een haven en noordelijker werd een kasteel gebouwd. De tussenliggende nederzetting groeide uit tot een kleine stad. De plaats waar ooit de stadsvest lag, is nog goed herkenbaar in het stratenpatroon. De Pluimpot en de haven zijn ingepolderd. De haven is nog wel herkenbaar als plein aan de zuidkant van het centrum. De stedenbouwkundige opzet van het beschermd gezicht wordt verder gedomineerd door een groot marktplein en een open ruimte rond de kerk.

 

De oudste kaart van de stad is gemaakt door Jacob van Deventer in het derde kwart van de zestiende eeuw. Als het stratenpatroon van deze kaart vergeleken wordt met de huidige plattegrond, valt op dat dit nagenoeg gelijk is. De haven en grachten zijn weliswaar gedempt, maar alle straten uit de zestiende eeuw bestaan nog. Alleen De Ark en de Blauwstraat zijn nieuw aangelegde straten.

 

Afbeelding 12: De kaart van Sint-Maartensdijk van Jacob van Deventer

 

Dat het stratenpatroon redelijk gaaf is gebleven zegt weinig over de historische bebouwing zelf. Deze kan immers vervangen zijn door moderne bebouwing. Op basis van adresgegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is weergegeven waar zich historische bebouwing concentreert. Hierbij moet de opmerking geplaatst worden dat het bouwjaar in deze basisregistratie niet altijd correct is. Wel kan hier in grote lijnen een beeld van de bouwjaren geschetst worden. Uit deze gegevens blijkt dat de bebouwing van voor 1800 zich concentreert rond de Markt en enkele huizen rond de Sint-Maartenskerk en de Haven.

 

Afbeelding 13: Gebouwen met bouwjaren voor 1800

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

Het grootste deel van de gebouwen heeft een bouwjaar tussen 1800 en 1965. Hierin zitten weinig opvallende verschillen tussen zones binnen het beschermd stadsgezicht. In de moderne bebouwing (1965 tot heden) vallen twee concentraties op: aan de vesten (Oostsingel, Westvest en Wal) en het gebied Korte Vest, De Ark en Blauwstraat.

 

Afbeelding 14: Gebouwen met bouwjaren na 1965

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

Monumenten

 

Het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk kent 20 rijksmonumenten. In deze monumenten kan ook een zonering aangebracht worden. Ze bevinden zich allemaal aan de Markt en rond de Sint-Maartenskerk. De gemeente Tholen is daarnaast bezig met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Omdat dit proces op het moment van dit onderzoek nog bezig is, is dit niet meegenomen in dit rapport. De aan te wijzen gemeentelijke monumenten bevinden zich iets meer verspreid over het centrum dan de rijksmonumenten.

 

Afbeelding 15: Rijksmonumenten in het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

2.2.2 Veldwerk

Tijdens het veldwerk in het beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk is de cultuurhistorische waarde en omgevingskwaliteit van de bebouwing onderzocht. Tijdens dit veldwerk viel een aantal zaken op:

  • De ruimtelijke structuur van het stadscentrum wordt sterk bepaald door twee pleinen: de Markt en de Haven.

    De Markt en de omgeving van de Sint-Maartenskerk hebben een hoge cultuurhistorische waarde.

    De buitenrand (vesten en singels) van het beschermd gezicht en de omgeving van de Korte Vest, De Arke en Blauwstraat hebben een lage cultuurhistorische waarde.

    De westelijke zijde van de Oostvest heeft een karakteristieke uitstraling door een rij oudere schuren.

    De Kaaistraat heeft een monumentale uitstraling, maar de meeste dakvlakken zijn niet zichtbaar vanaf de openbare weg.

    Er zijn veel locaties waar zich doorkijkjes richting de Sint-Maartenskerk bevinden. Eventuele zonnepanelen beïnvloeden het zicht op dit monument.

Afbeelding 16: De Markt is een belangrijke ruimtelijke structuur met veel monumentale panden

 

Afbeelding 17: In het midden van het centrum bevindt zich een zone met moderne bebouwing

 

Afbeelding 18: De Haven vormt net als de Markt een belangrijke ruimtelijke structuur. De bebouwing is minder monumentaal

 

Afbeelding 19: Binnen het beschermd stadsgezicht bevinden zich veel doorkijkjes naar de Sint-Maartenskerk

 

Afbeelding 20: Rij van oude schuren aan de Oostvest

 

2.2.3 Zonering

Op verzoek van de gemeente Tholen is het beschermd stadsgezicht opgedeeld in twee zones: één met bebouwing van hoge cultuurhistorische waarde en één met minder hoge cultuurhistorische waarde.

Er zijn twee zones met een hoog monumentaal karakter: de Markt (punt 1) en de omgeving van de Sint-Maartenskerk (punt 2). Ook zijn er twee zones die door hun open ruimte een belangrijk onderdeel vormen van de ruimtelijke structuur: de Markt (punt 1) en de Haven (punt 3). Deze zones zijn aangemerkt als gebied van hoge cultuurhistorische waarde. Op de gebouwen in deze zone wil de gemeente Tholen zonnepanelen toestaan, mits dit gebeurt op basis van een zorgvuldig ontworpen plan. De uitgangspunten hiervoor vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.

 

De buitenrand (vesten, punten 4), de bebouwing óp het terrein van de voormalige haven (punt 5) en het midden van het gezicht (Korte Vest, Blauwstraat en De Ark, punt 6) zijn aangemerkt als zone van minder hoge cultuurhistorische waarde. Een deel van de Kaaistraat (punt 7) is ook aan deze zone toegevoegd omdat de dakvlakken hiervan niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. De uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen binnen deze zone vindt u in de beleidsregel in bijlage 2. Voor rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen deze zone gelden aanvullende uitgangspunten. Deze vindt u in dezelfde beleidsregel.

 

Afbeelding 21: Zonering beschermd stadsgezicht Sint-Maartensdijk

Bron: PDOK: BRT Achtergrondkaart Grijs. Licentie: CC-BY-4.0

 

3 Daken en zonnepanelen

 

3.1 Daktypen

 

De beste plaats voor zonnepanelen in een beschermd stadsgezicht is uit het zicht. Of een dakvlak uit het zicht is vanaf de openbare weg, hangt af van de dakvorm en de ligging van het dakvlak ten opzichte van de straat. Hieronder worden kort enkele veel voorkomende dakvormen behandeld.

 

Zadeldak

 

Een van de meest voorkomende daktypen is het zadeldak. Het bestaat uit twee dakvlakken die in het midden, op het hoogste punt, bij elkaar komen. Deze daken zijn, afhankelijk van de ligging op het zuiden, zeer geschikt voor zonnepanelen, omdat de dakvlakken rechthoekig zijn en dus eenvoudig kunnen worden voorzien van enkele aaneengesloten rijen zonnepanelen. Als het dakvlak evenwijdig aan de huizenrij/straat ligt (langskap), is het voordakvlak, afhankelijk van de hoogte van het gebouw en de hellingshoek van het dakvlak, goed zichtbaar vanaf de straat. In dit geval zijn eventuele zonnepanelen goed zichtbaar vanaf de straat en kunnen ze de beeldkwaliteit verstoren. Als dit het geval is, hebben zonnepanelen op de achterdakvlakken, mits niet zichtbaar vanaf een andere openbare weg, de voorkeur.

 

Als de dakvlakken loodrecht op de straat staan, is er sprake van een dwarskap. In dit geval bevindt de voorgevel zich aan de straat. De dakvlakken zijn, afhankelijk van de hellingshoek en hoogte van het gebouw, deels zichtbaar vanaf de straat. In dit geval is het wenselijk dat de zonnepanelen zo ver mogelijk naar achter op de onderste helft van het dakvlak worden geplaatst, zodat ze niet/zo min mogelijk zichtbaar zijn vanaf de straat. Als een gebouw met een zadeldak zich op de hoek van twee straten bevindt, kan een dakvlak zowel als een langskap als dwarskap gezien worden.

 

Afbeelding 22: Schematische weergave van een zadeldak

Bron: Wikipedia Commons. Licentie: CC BY-SA 3.0

 

Afbeelding 23: Woningen met zadeldaken (langskappen). De voordakvlakken zijn goed zichtbaar vanaf de straat.

 

Afbeelding 24: Schuren met zadeldaken (dwarskappen). De voorste stukken van de zijdakvlakken zijn zichtbaar vanaf de straat.

 

Schilddak

Een schilddak heeft dezelfde basis als een zadeldak, alleen zijn de dakvlakken aan beide kanten afgeknot met een driehoekig schild. Deze schilden bevinden zich aan de korte zijden van het gebouw. Net als bij een zadeldak zijn de dakvlakken aan de straatzijde vaak het best zichtbaar. Daarom geldt ook hier dat zonnepanelen bij voorkeur op het achterdakvlak en de achterste en onderste (minder zichtbare) delen van de zijdakvlakken geplaatst worden.

 

Afbeelding 25: Schematische weergave van een schilddak

Bron: Wikipedia Commons. Licentie: CC BY-SA 3.0

 

Afbeelding 26: Schilddaken. Bij het witte huis met schilddak valt door de hoogte van het gebouw ook het zijdakvlak op vanaf de straat.

 

Mansardedak

 

Een mansardedak is een variant op een zadeldak, waarbij de dakvlakken geknikt zijn. De delen van dakvlakken hebben zodoende een andere hellingshoek: de onderste steiler dan de bovenste. Zodoende zijn de onderste delen van de dakvlakken beter zichtbaar vanaf de straat. Het plaatsen van zonnepanelen op de bovenste helft van het dakvlak heeft daarom altijd de voorkeur. Als de dakvlakken dwars gepositioneerd zijn ten opzichte van de straat, geldt hetzelfde als bij een zadeldak: hoe verder naar achter de zonnepanelen liggen, hoe minder zichtbaar ze zijn. Als het dak evenwijdig aan de straat loopt, worden zonnepanelen bij voorkeur op het achterdakvlak geplaatst.

 

Afbeelding 27: Mansardekappen in de dwarsrichting ten opzichte van de straat met zonnepanelen op het bovenste helft van het dakvlak.

 

Afbeelding 28: Mansardekappen in de langsrichting ten opzichte van de straat. Doordat de woningen relatief laag zijn, zijn zowel de boven- als onderkant van het voordakvlak goed zichtbaar.

 

Plat dak

 

Op platte daken worden zonnepanelen doorgaans schuin op een stellage geplaatst, zodat ze op de zon gericht staan. Als deze ‘staande’ zonnepanelen vanaf de openbare weg zichtbaar zijn, kan dit beeld verstorend werken.

 

Bijzondere dakvormen

Naast deze opsomming van veel voorkomende daktypen, zijn er ook nog bijzondere dakvormen, bijvoorbeeld met rondingen of aaneenschakelingen van meerdere dakvormen. Bij deze bijzondere gevallen wordt geadviseerd om deze per casus te beoordelen.

 

Afbeelding 29: Een ensemble van woningen met een bijzonder daktype. In dit geval zouden zonnepanelen op alle voordakvlakken zichtbaar zijn vanaf de straat.

 

3.2 Zonnepanelen

 

Naast de plaatsing kan ook in het type zonnepanelen worden gevarieerd. De keuzes die hierin worden gemaakt,hebben ook invloed op de beeldkwaliteit en monumentale waarden. Een aantal criteria zijn:

  • Eenduidigheid. Het heeft de voorkeur om zonnepanelen van hetzelfde type (grootte, kleur, enz.) op een dak te plaatsen. Het gebruik van verschillende types verlaagt de beeldkwaliteit.

    Legpatronen. Het heeft de voorkeur om zonnepanelen in rechthoekige formatie te plaatsen. Een L-vormig of willekeurig patroon verlaagt de beeldkwaliteit. Wanneer er zich meerdere woningen onder een dak bevinden, is het wenselijk dat de legpatronen op elkaar zijn afgestemd.

    Afstand tot dakranden en elementen. Het heeft de voorkeur om zonnepanelen op voldoende afstand van de dakranden en elementen zoals ramen, dakkapellen en schoorstenen te plaatsen.

    Kleur. Om het contrast tussen het dak en de panelen zo klein mogelijk te houden hebben rode zonnepanelen de voorkeur op rode daken en zwarte zonnepanelen op zwarte of grijze daken.

    Randen. Een egaal zonnepaneel valt het minst op. Daarom hebben deze zonnepanelen de voorkeur boven zonnepanelen met randen of kaders in een afwijkende kleur. Ook kabels en andere onderdelen moeten zo onopvallend mogelijk worden aangebracht.

    Reversibiliteit. Om de cultuurhistorische waarde van de gebouwen binnen beschermde stadsgezichten te behouden, dienen de gebouwen zo min mogelijk beschadigd te worden bij het aanbrengen en verwijderen van zonnepanelen.

Afbeelding 30: De dicht op de dakranden geplaatste zonnepanelen van verschillende grootte, zorgen voor een lage beeldkwaliteit.

 

Afbeelding 31: Egale zonnepanelen (midden rechts) vallen minder op dan panelen met randen (midden links).

 

4 Conclusie

 

De gemeente Tholen heeft erfgoed en beeldkwaliteit hoog in het vaandel staan. Het is een gemeente met ambitieuze doelstellingen voor het beschermen, benutten en beleven van erfgoed, zoals blijkt uit de in 2021 vastgestelde Erfgoedvisie Trots op Tholen. De gemeente wil echter van erfgoed geen hindermacht maken. In tijden waarin grote maatschappelijke opgaven spelen, zoals de energietransitie, moet een afweging worden gemaakt tussen behoud en ontwikkeling van erfgoed. De gemeente heeft bovendien doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en wil burgers die hun steentje willen bijdragen zo weinig mogelijk in de weg zitten. Dit past in het ‘Omgevingswetdenken’: van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Zeker in de beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk is er daarom ruimte voor versoepeling van het beleid voor zonnepanelen.

 

Uit het onderzoek blijkt dat in de beide stadsgezichten een onderverdeling in zones te maken is waarbij de cultuurhistorische waarde als uitgangspunt is genomen, naast beeldkwaliteit en ensemblewaarde. Om deze onderverdeling niet onnodige ingewikkeld te maken, is op verzoek van de gemeente Tholen gekozen voor een tweedeling, een zone met een hoge en minder hoge waarde, waarin verschillend met plaatsing van zonnepanelen en de beoordeling daarvan wordt omgegaan. Dit laatste is vastgelegd in een beleidsregel die als bijlage is toegevoegd.

 

Bijlage 1: Kaarten zonering

 

 

Bijlage 2: Raadsbesluit

 

De raad van de gemeente Tholen;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024;

 

b e s l u i t :

 

  • 1.

    de Welstandsnota gemeente Tholen als volgt te wijzigen:

A

Onder hoofdstuk 7 ‘Welstandscriteria bijzondere bouwwerken’ wordt na paragraaf 7.2 ‘Beschermde Stads- en Dorpsgezichten’ een nieuw onderdeel ingevoegd luidende als volgt:

7.3 PV-systemen in de beschermde stadsgezichten en op monumenten

 

Maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering, stijgende energieprijzen, energiearmoede en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hebben ervoor gezorgd dat zonnepanelen een vast onderdeel van onze gebouwde omgeving zijn geworden. Zonnepanelen horen vanzelfsprekend bij verduurzaming, want isoleren en het duurzaam opwekken van energie vullen elkaar aan. Het verruimen van het beleid voor PV-systemen in de beschermde stadsgezichten is daarom wenselijk.

 

Tegelijkertijd is het Thoolse erfgoed, wat we van onze voorouders hebben geërfd, van belang voor de identiteit van de gemeente en vooral van haar inwoners. De beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk en de monumenten binnen de gemeente zijn onderdeel van dit erfgoed en verdienen het om beschermd te worden. Met de landelijke doelstelling om in 2030 een reductie van 60% te hebben van onze CO2 uitstoot en in 2050 van 95% minder uitstoot, is verduurzaming van onze gebouwen echter benodigd, waaronder het gebouwd erfgoed.

 

Om het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde stadsgezichten mogelijk te maken met respect voor de cultuurhistorische waarden zijn de beschermde gezichten in twee zones verdeeld. Deze zones zijn hieronder opgenomen en worden toegelicht in het rapport ‘Zonering zonnepanelen: beschermde stadsgezichten Tholen en Sint-Maartensdijk’, opgesteld door Erfgoed Zeeland. Door het opstellen van afzonderlijke uitgangspunten voor gebieden met hoge cultuurhistorische waarde en gebieden met minder hoge cultuurhistorische waarde kunnen PV-systemen worden toegestaan waar het kan en uitgesloten waar het moet. Daarnaast zijn uitgangspunten opgesteld voor het plaatsen van PV-systemen op monumenten, waarmee meer duidelijkheid wordt gegeven en meer mogelijkheden ontstaan voor eigenaren

 

 

7.3.1 Algemeen

7.3.1.1 Begripsbepalingen

  • -

    Openbaar toegankelijk gebied: een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is;

  • -

    PV-systemen: Fotovoltaïsche-systemen. Zonne-energie installaties zoals zonnepanelen en -collectoren met alle bijbehorende buizen en leidingen;

7.3.1.2 Toepassingsbereik

De uitgangspunten voor het plaatsen van PV-systemen zijn van toepassing op alle bebouwing binnen de beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk zoals opgenomen in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan en voor alle monumenten binnen de gemeente Tholen, waarbij het gaat om alle (voor)beschermde rijksmonumenten en (voor)beschermde gemeentelijke monumenten.

 

7.3.2 Uitgangspunten

Voor het plaatsen van PV-systemen binnen de beschermde gezichten en op monumenten gelden de algemene uitgangspunten uit paragraaf 7.3.2.1. Daarnaast gelden de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.2 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 1 en de zone specifieke uitgangspunten van paragraaf 7.3.2.3 voor de bebouwing, met uitzondering van monumenten, in zone 2. Voor alle monumenten binnen de gemeente gelden naast de algemene uitgangspunten de uitgangpunten van paragraaf 7.3.2.4.

 

7.3.2.1 Algemene uitgangspunten

  • 1.

    Er wordt geen kapvergunning verleend indien deze wordt aangevraagd om de opbrengst van zonnepanelen te vergroten;

  • 2.

    De energieopwekking is ten bate van het eigen pand of de panden op één perceel, tenzij hogere wetgeving anders bepaalt;

  • 3.

    PV-systemen worden op het dak geplaatst (niet aan gevels en wanden of in voortuinen);

  • 4.

    Op schuine daken worden PV-systemen met een hellingshoek gelijk aan het dakvlak gelegd;

  • 5.

    De PV-systemen steken niet uit voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden;

  • 6.

    Op daken met een bijzondere vorm of afwerking (zoals ronde, spitse of veelhoekige daken, daken met een bijzonder decoratief patroon of daken van bijzondere materialen, zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood) is het plaatsen van PV-systemen ongewenst, tenzij onderzoek uitwijst dat de omgevingskwaliteit niet wordt aangetast;

  • 7.

    PV-systemen worden reversibel aangebracht waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande leidingentracés.

7.3.2.2 Uitgangspunten zone 1 – hoge cultuurhistorische waarde

Zone 1 bestaat uit de gebieden binnen de beschermde gezichten met hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn in deze zone toelaatbaar met een zorgvuldig ontworpen plan. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).

 

Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 is vergunningsvrij (meldingsplichtig) indien niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied en wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;

  • 2.

    De PV-systemen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);

  • 3.

    De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.

Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 1 in het zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied is met vergunning toegestaan, mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;

  • 2.

    Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;

  • 3.

    Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;

  • 4.

    Behoud van historische dakbedekking is leidend, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet (meer) van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.

  • 5.

    Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;

  • 6.

    Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het pand of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:

    • a.

      De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);

    • b.

      De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.

  • 7.

    Op hellende daken (m.u.v. mansardekappen) worden PV-systemen zo veel mogelijk op de onderste helft van het dakvlak geplaatst, tenzij andere plaatsing de omgevingskwaliteit minder aantast;

  • 8.

    Op mansardekappen worden panelen alleen op het bovenste dakvlak geplaatst, tenzij plaatsing op het onderste dakvlak de omgevingskwaliteit minder aantast.

7.3.2.3 Uitgangspunten zone 2 – minder hoge cultuurhistorische waarde

Zone 2 bestaat uit de gebieden binnen een beschermd gezicht met minder hoge cultuurhistorische waarde. PV-systemen zijn onder ruimere voorwaarden toelaatbaar. Voor deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de zone specifieke uitgangspunten hieronder. Voor monumenten binnen deze zone gelden de algemene uitgangspunten en de uitgangspunten voor monumenten (paragraaf 7.3.2.4).

 

Het plaatsen van PV-systemen binnen zone 2 is vergunningsvrij (meldingsplichtig), mits er wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven PV-systemen op de historisch waardevolle bebouwing;

  • 2.

    Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 50 cm boven de dakrand uitsteken;

  • 3.

    Panelen op hoofdgebouwen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.). Voor panelen op bijgebouwen geldt geen minimale afstand;

  • 4.

    De panelen worden zo veel mogelijk in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan);

  • 5.

    De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak.

7.3.2.4 Uitgangspunten monumenten

Het plaatsen van PV-systemen op monumenten is met vergunning toegestaan, mits wordt voldaan aan de algemene en onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen, bij voorkeur door een bedrijf dat gecertificeerd is volgens de Erkenningsregeling voor zonnestroomsystemen of vergelijkbaar. Gecertificeerde bedrijven zijn opgenomen in het Centraal Register Techniek en/of Techniek Nederland;

  • 2.

    Het plaatsen van PV-systemen op platte daken of bijgebouwen heeft de voorkeur boven panelen op de historisch waardevolle bebouwing. Alternatieven elders op het perceel of uit het zicht zijn afgewogen en leveren geen rendabele installatie op;

  • 3.

    Het hoogste punt van panelen op een plat dak mag maximaal 30 cm boven de dakrand uitsteken;

  • 4.

    Aantasting van historische dakbedekking is niet toegestaan, daarom zijn geen geïntegreerde zonnecellen in dakpannen of dakleien toegestaan. Als de dakbedekking op dit moment al niet meer van monumentale waarde is, kunnen er in specifieke gevallen meer mogelijkheden zijn.

  • 5.

    Panelen worden geplaatst op minimaal 50 centimeter afstand tot de dakranden en bouwkundige onderdelen (ramen, dakkapellen, schoonstenen etc.);

  • 6.

    Er is een zorgvuldig ontworpen plan voor het aanbrengen van de PV-systemen, zodat er geen sprake is van een onevenredige visuele verstoring van het monument of zijn omgeving. Dit blijkt onder meer uit:

    • a.

      Historische dakelementen of opbouwen (schoorstenen, dakkappellen, decoraties, et cetera) worden behouden;

    • b.

      De panelen worden in een ononderbroken rechthoekig en regelmatig geordend plan gelegd (legplan) dat ondergeschikt blijft aan de hoofdvorm van het dak en de daarop aanwezige elementen;

    • c.

      De panelen hebben een egale matte kleur zonder contrasterende randen of onderdelen, zwart of afgestemd op de kleur van het dak;

    • d.

      Maximeren van de opbrengst (aantal panelen of keuze dakvlak) mag niet ten koste gaan van de monumentale waarden;

B

In het opschrift van paragraaf 7.3 wordt ‘7.3’ vervangen door ‘7.4’.

 

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking daarvan.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Tholen in zijn openbare vergadering van 12 december 2024.

 

, voorzitter

 

, griffier

Naar boven