Gemeenteblad van Losser
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2025, 424395 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2025, 424395 | beleidsregel |
Protocol behandeling meldingen van vermoede integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers gemeente Losser 2025
Gelezen het voorstel van het presidium van 1 september 2025;
voor raads- en commissieleden het navolgende Protocol behandeling meldingen van vermoede integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers vast te stellen:
PROTOCOL BEHANDELING MELDINGEN VAN VERMOEDE INTEGRITEITSSCHENDINGEN DOOR POLITIEKE AMBTSDRAGERS GEMEENTE LOSSER 2025
Dit protocol is gebaseerd op de volgende principes.
Alle betrokken partijen moeten bij de beoordeling van integriteitskwesties de discipline opbrengen om boven de (politieke) partijen te gaan staan. De kern is dat de zuiverheid van de besluitvorming gewaarborgd is. De handhaving wordt niet inzet voor partijpolitiek. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag geen rol spelen.
Er wordt terughoudend gecommuniceerd in belang van een eventueel onderzoek en betrokkenen. De geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de betrokkenen mag niet onnodig geschonden worden. Het is van belang om (ongegronde) negatieve aandacht of vooroordelen te voorkomen. Het aantal mensen dat kennis heeft van de kwestie wordt daarom zo klein mogelijk gehouden. De interne- en externe communicatie verloopt via de burgemeester.
De burgemeester beoordeelt in elke fase van uitvoering van dit protocol met wie, op welke wijze en wat er wordt gecommuniceerd.
Hierbij worden de verschillende belangen, voornamelijk het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de politieke ambtsdrager en het belang van transparantie, nauwkeurig afgewogen.
Eenieder die mogelijk een integriteitsschending heeft begaan heeft recht op een uiterst zorgvuldig onderzoek. Komt iemand onder de verdenking te staan dat hij of zij een integriteitsschending begaan heeft, dan dient er via een vooronderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Zijn er gronden, dan moet er een objectief onderzoek volgen waarin ook de context wordt meegenomen en waarin de mate van verwijtbaarheid apart wordt beoordeeld. Als er een sanctie moet volgen, moet die sanctie passend zijn en in verhouding.
Ook wanneer iemand weet dat een ander iets van plan is (bewust of onbewust) om iets te doen waar een integriteitsschending uit voortkomt, dan wordt hij/zij geacht hem of haar daarvoor te waarschuwen en de weg te wijzen naar advies. Iedere politicus die twijfelt – uit zichzelf of op geleide van een ander – of een voorgenomen handeling een schending is, heeft recht op vertrouwelijk advies.
Hoofdstuk 2: Algemene bepalingen
Artikel 2.1: Centrale rol burgemeester
In dit protocol worden de door de burgemeester te volgen processtappen beschreven bij een vermoeden van een integriteitschending door een raadslid, commissielid of wethouder. Met de term “politieke ambtsdrager” worden zij steeds in dit protocol bedoeld.
Op grond van artikel 170, tweede lid van de Gemeentewet heeft de burgemeester de taak om de integriteit te bewaken en bevorderen. Dit geeft de burgemeester een centrale rol bij de behandeling van integriteitsmeldingen in de gemeente. Dit betekent niet dat alleen de burgemeester zorgdraagt voor de afhandeling van integriteitsmeldingen. Eenieder die op enig moment in het proces in kennis wordt gesteld over melding heeft de verantwoordelijk om hier prudent mee om te gaan.
Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester is dit protocol van overeenkomstige toepassing. Waar in dit protocol de burgemeester (als uitvoerder van het protocol) vermeld staat moet in dat geval gelezen worden: de plaatsvervangend raadsvoorzitter. Met de term “politieke ambtsdrager” wordt in dat geval dan steeds de burgemeester bedoeld. De plaatsvervangend raadsvoorzitter wordt bij de uitvoering van dit protocol ondersteund door de griffier. Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester informeert de plaatsvervangend raadsvoorzitter de commissaris van de Koning en het presidium bij elk van de processtappen. Dit protocol is niet van toepassing als de commissaris van de Koning besluit zelf onderzoek te doen, tenzij wordt besloten het alsnog van toepassing te verklaren.
Artikel 2.3: Niet voorzien situaties
In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de te volgen handelwijze bepaald door de burgemeester.
Artikel 2.5: Externe onderzoeker
Onder externe onderzoeker wordt verstaan de onderzoeker die of het onderzoeksbureau dat in opdracht van de burgemeester onderzoek doet naar aanleiding van een melding van integriteitsschending of een incident.
Als er op enig moment bij de uitvoering van dit protocol een vermoeden is van:
dan kan de burgemeester aangifte doen bij de politie. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.
In de situatie genoemd bij artikel 2.6, onder b kan de melder ook aansprakelijk worden gesteld voor eventuele door de gemeente geleden schade. Zie ook artikel 3.5, derde lid.
In dit hoofdstuk staan de procedurele stappen voor een onderzoek naar aanleiding van een melding van een vermoedelijke integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente Losser.
Artikel 3.1: Vermoeden of twijfel bespreken
Het is niet altijd glashelder wat integer is en wat niet integer is. Het kan zich voordoen dat een raadslid of commissielid twijfelt over de integriteit van het eigen (voorgenomen) handelen of dat van iemand anders.
Een eerst stap is om over dergelijke situatie het gesprek aan te gaan. Dit kan bijvoorbeeld met de fractie gevoerd worden, maar ook 1-op-1 met een ander raads- of commissielid. Gezamenlijk kan er dan naar een integere oplossing gezocht worden. Dit gesprek aangaan is een verantwoordelijk van de raads- en commissieleden zelf.
Als dit gesprek niet de gewenste resultaten oplevert of iemand voelt zich om verschillende redenen niet veilig om de twijfel met de betrokkene te bespreken, kan dit ook in vertrouwen besproken worden met de burgemeester of de griffier. In overleg met de burgemeester of griffier, kan vervolgens worden bepaald of een integriteitsmelding moet worden gedaan of dat dit niet nodig is.
Het in vertrouwen bespreken van een dilemma geeft duidelijkheid of er reden is voor een eventuele melding of dat hier geen sprake van is.
Artikel 3.2: Melding en toetsing daarvan
Anonieme meldingen worden (in beginsel) niet behandeld.
Bij de uitvoering van dit protocol wordt de burgemeester bijgestaan door de griffier voor zover het betreft een vermoeden van een integriteitsschending door een raadslid of commissielid, en door de secretaris voor zover het betreft een vermoeden van een integriteitsschending betreft door een wethouder.
Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd toetst de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 noodzakelijk is. De burgemeester kan zich bij deze toetsing laten adviseren.
Een integriteitsmelding wordt in dit stadium in ieder geval getoetst op:
Indien de burgemeester na toetsing vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is en/of een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij/zij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.
Artikel 3.4. Het feitenonderzoek
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-424395.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.