Gemeenteblad van Woudenberg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woudenberg | Gemeenteblad 2025, 422583 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woudenberg | Gemeenteblad 2025, 422583 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening gemeente Woudenberg 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1.1. Begripsbepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
twee of meer personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren waarbij er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde periode samen te wonen;
mate van toegankelijkheid: de mate waarin woonruimte toegankelijk is voor mensen met een zorgvraag, waaronder in ieder geval wordt verstaan a) in hoeverre de woonruimte toegankelijk is voor gebruikers van een rolstoel, rollator of ander loophulpmiddel, b) op welke verdieping de woonruimte gelegen is, c) indien de woonruimte niet op de begane grond gelegen is of niet vanaf aansluitende maaiveld te betreden is, of de woonruimte bereikbaar is met een lift;
Hoofdstuk 2. Huisvestingsvergunning voor woonruimte
Paragraaf 2.1. Vergunningplicht
Artikel 2.1.1. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Indien de wettelijke koopprijsgrens overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, vierde lid, van de wet bij ministeriele regeling met ingang van een kalenderjaar is aangepast, geldt met ingang van dat kalenderjaar in plaats van het in het eerste lid, onder c genoemde bedrag, de voor dat kalenderjaar geldende wettelijke koopprijsgrens.
Paragraaf 2.2. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning
Artikel 2.2.2. Woningzoekenden die in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning
Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning voldoet een woningzoekende aan de volgende voorwaarde: het huishouden van de woningzoekende heeft tenminste één lid dat niet minderjarig als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is.
Artikel 2.2.4. Inhoud van de huisvestingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen aan een binnen hun gemeente werkzame woningcorporatie het mandaat verlenen om namens hen te beslissen op aanvragen om een huisvestingsvergunning. Het mandaat beperkt zich tot aanvragen die betrekking hebben op woonruimte die verhuurd wordt door de gemandateerde woningcorporatie.
Paragraaf 2.3. Woonruimte van woningcorporaties
Artikel 2.3.1. Reikwijdte van deze paragraaf
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op woonruimte van woningcorporaties zoals bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a.
Artikel 2.3.2. Aanvullende begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanbodmodel: methode voor de verdeling van woonruimte waarbij beschikbare woonruimte overeenkomstig de artikelen 2.3.3 en 2.3.4 te huur wordt aangeboden en de volgorde waarin woningzoekenden voor de aangeboden woonruimte in aanmerking komen, wordt bepaald overeenkomstig het artikel 2.3.9, eerste lid, en voor zover van toepassing de artikelen 2.3.10 tot en met 2.3.12;
Artikel 2.3.5. Digitaal platform voor woningzoekenden
Artikel 2.3.6. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning
Artikel 2.3.7. Voorrang op basis van woningtypen
Als een woonruimte behoort tot een in de onderstaande tabel behorend woningtype, kan bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die behoren tot in de tabel achter dat woningtype genoemde voorrangsgroep.
Artikel 2.3.8. Voorrang vanwege economische en maatschappelijke gebondenheid
Toepassing van de in het vorige lid bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50% van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn.
Artikel 2.3.10. Volgordebepaling bij seniorenwoning
Van de woningzoekenden die behoren tot de voorrangsgroep die gelet op de tabel van artikel 2.3.7 behoren bij het woningtype ‘seniorenwoning’, komen achtereenvolgens voor de huisvestingsvergunning in aanmerking:
Artikel 2.3.11. Volgordebepaling op basis van urgentieduur en inschrijfduur
De volgorde waarin woningzoekenden als bedoeld in artikel 2.3.9, eerste lid, onder a, achtereenvolgens in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt bepaald op basis van de ingangsdatum van hun urgentieverklaringen en, voor zover dat geen uitsluitsel geeft, op basis van hun inschrijfduur.
Artikel 2.3.12. Volgordebepaling bij woonduur
Bij urgent woningzoekenden die zijn ingedeeld in de urgentiecategorieën ‘stadsvernieuwing’ wordt voor de toepassing van artikel 2.3.11 hun woonduur gelijkgesteld met inschrijfduur.
Artikel 2.3.14. Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.3, tweede lid, of artikel 2.3.6, tweede lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Paragraaf 2.5. Nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte
Artikel 2.5.1. Reikwijdte van deze paragraaf
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op woonruimte zoals bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, onder c, en derde lid.
Artikel 2.5.5. Aanvullende bepalingen over de huisvestingsvergunning
Artikel 2.5.6. Volgordebepaling
Toepassing van de in het vorige lid, onder a en b, bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50% van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan woningzoekenden die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn.
Artikel 2.5.8. Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 2.2.3, tweede lid, of artikel 2.5.5, tweede lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Hoofdstuk 3. De urgentieverklaring voor woonruimte van corporaties
Paragraaf 3.1. Aanvraag, verlening en weigering van de urgentieverklaring
Artikel 3.1.2. Algemene weigeringsgronden
Artikel 3.1.3. Specifieke weigeringsgronden
Artikel 3.1.4. Inhoud van de urgentieverklaring
Artikel 3.1.6. Intrekken en wijzigen van een urgentieverklaring
Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende, al dan niet op zijn of haar verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Indien zij daartoe overgaan, verstrekken burgemeester en wethouders de woningzoekende dan een nieuwe urgentieverklaring.
Artikel 3.1.7. Specifieke gronden voor intrekking en wijziging van een urgentieverklaring
Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in één van de in de artikelen 3.2.1, 3.2.2, 3.2.3 of 3.2.4 bedoelde urgentiecategorieën uitsluitend intrekken als:
Paragraaf 3.2. Urgentiecategorieën
Artikel 3.2.1. Uitstroom naar zelfstandig wonen
Tot de in het vorige lid bedoelde categorieën behoren woningzoekenden:
die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten;
die na een verblijf van tenminste drie aaneengesloten maanden een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten;
Een woningzoekende die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verleent of ontvangt komt in aanmerking voor indeling in de urgentiecategorie ‘mantelzorg’ indien:
de in onderdeel b bedoelde acht uur mantelzorg per week is verleend gedurende ten minste vier dagen per week, tenzij de medische problematiek zoals Alzheimer, schizofrenie of andere chronische psychische aandoeningen 24 uur per dag nabijheid vereisen en de hulp op onverwachte momenten wordt geboden;
Artikel 3.2.3. Ernstige chronische medische problematiek
Een woningzoekende komt in aanmerking voor indeling in de urgentiecategorie ‘ernstige en chronische medische problematiek’ indien:
de woningzoekende kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed;
de woningzoekende met ernstige en chronische problematiek van psychische aard op het moment van aanvraag tenminste twaalf maanden onder behandeling is of is geweest voor het betreffende medische probleem bij een specialistische, tweedelijns instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor geneeskundige geestelijke zorg of instelling voor geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden, of vrijgevestigd psychiater in Nederland.
Burgemeester en wethouders kunnen zich bij de beoordeling of de in het vorige lid, onder b tot en met e genoemde, omstandigheden zich voordoen, laten adviseren door een ter zake deskundige medische of sociaal-medische adviseur die geen behandelrelatie heeft met de in het eerste lid bedoelde woningzoekende.
Bij indeling in de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie van een woningzoekende op grond van ernstige en chronische problematiek van psychische aard kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarde opleggen dat de woningzoekende of een lid van diens huishouden psychiatrische zorg of begeleiding aanvaardt. De voorwaarde wordt dan in de urgentieverklaring vermeld.
Artikel 3.2.4. Deelname aan overheidsprogramma
Indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende, kan bij de indeling in de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie de voorwaarde opgelegd worden dat de woningzoekende voor een door burgemeester en wethouders te bepalen duur begeleiding ontvangt van een instelling in de regio indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende.
Artikel 3.2.6. Sociale problematiek
Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘sociaal’ indien:
aanvrager als gevolg van de onder b. bedoelde omstandigheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs niet anders kan, dan de huidige woonruimte binnen drie maanden te verlaten en verhuizing naar een nieuwe woonruimte in substantiële mate blijvend bijdraagt aan het wegnemen van deze problemen; en,
Artikel 3.2.7. Relatiebeëindiging
Artikel 3.2.8. Stadsvernieuwing
Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘stadsvernieuwing’ indien:
de woningcorporatie met de huurder overeenstemming heeft bereikt over een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten die tenminste gelijkwaardig is aan de tegemoetkoming op grond van het Sociaal Plan dat ten behoeve van de wijkontwikkelingsplannen door woningcorporaties, huurdersorganisaties en burgemeester en wethouders is overeengekomen.
Artikel 3.2.10. Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen bij een beslissing op een aanvraag om een urgentieverklaring afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.2, eerste lid, of artikel 3.1.3, eerste lid, voor zover toepassing van die bepalingen gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen of gelet op het belang om dringend te voorzien in de behoefte aan woonruimte van woningzoekenden met een huisvestingsprobleem naar hun oordeel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Hoofdstuk 5. Opkoopbescherming
Als woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet zijn woonruimten aangewezen met een WOZ-waarde lager of gelijk aan de NHG-kostengrens, geldend voor het jaar waarin de datum van inschrijving van het openbare register van de akte van levering van die woonruimte aan nieuwe eigenaar valt.
Artikel 5.2 Vergunning voor de verhuur van binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimten
Het is verboden om een woonruimte behorend tot een met het oog op de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie van woonruimten, die gelegen is in een in die verordening aangewezen gebied, zonder vergunning van burgemeester en wethouders in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval verleend indien:
de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste 12 maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste 12 maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt, of
Artikel 5.3 Aanvragen van een opkoopvergunning
De vergunning, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, kan slechts worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte.
Artikel 5.4 Te verstrekken gegevens en bescheiden verhuurvergunning opkoopbescherming
De vergunning als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan één of meerdere vormen als bedoeld in het tweede lid van artikel 5.2 of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 5.6 Intrekkingsgronden
De vergunning, bedoeld in artikel 5.2 eerste lid, kan worden ingetrokken indien niet langer wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 5.2 tweede lid, sub a tot en met e, of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Paragraaf 6.1. Bestuurlijke boete
Artikel 6.1.1. Bestuurlijke boete
In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, € 103.000 indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
In afwijking van het vorige lid, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 41, eerste lid, € 103.000 indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
Artikel 6.2.1. Overgangsrecht huisvestingsvergunning en urgentieverklaring
Indien op het moment waarop deze verordening in werking treedt:
nog niet besloten is op een bezwaar dat voorafgaand aan dat moment is ingesteld tegen een besluit op een aanvraag om een huisvestingsvergunning of een aanvraag om urgentieverklaring, wordt op dat bezwaar beslist met toepassing van het recht zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening;
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-422583.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.