Gemeenteblad van Dronten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dronten | Gemeenteblad 2025, 422000 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dronten | Gemeenteblad 2025, 422000 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025
Hoofdstuk 1. Verzoek om ondersteuning
Inleiding verordening sociaal domein
In deze verordening vindt u de regels en afspraken die zijn gemaakt binnen het sociaal domein. Deze verordening is een integrale verordening en tot stand gekomen vanuit de samenwerking tussen de Jeugdwet, de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
De verordening zal jaarlijks geëvalueerd en waar nodig aangepast worden, zodat we aansluiten bij de wetswijzigingen, jurisprudentie, lokale ontwikkelingen, financiële veranderingen en de uitvoeringspraktijk.
U bent inwoner van de gemeente Dronten als u hier ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP), dan wel dat u hier daadwerkelijk verblijft.
In de verordening kunt u lezen wat u van de gemeente Dronten kunt verwachten, maar u leest ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten, doelen en de effecten die we willen bereiken. De effecten die wij met onze inzet willen bereiken zijn:
Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Dronten:
Het is de taak van de gemeente om inwoners hierbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij:
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Deze regels zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De begrippen en afkortingen die wij gebruiken, leggen wij uit in hoofdstuk 11.
Als u ondersteuning nodig heeft, kunt u de vraag stellen bij uw huisarts, de gemeente, de basisvoorzieningen zoals bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg of op school. Waar de vraag ook binnenkomt, deze wordt altijd op dezelfde manier behandeld. Dit noemen wij de Dronter Koers. Het voordeel van deze manier van werken is dat uw vraag altijd op de juiste plek terecht komt en u sneller te horen krijgt of u ondersteuning kunt krijgen.
Gemeente Dronten is verdeeld in verschillende gebieden. Elk gebied heeft gidsen. Een gids werkt voor de gemeente en gaat met u in gesprek. Hij of zij is uw contactpersoon en overlegt/ stemt af met mensen en organisaties die u (kunnen) begeleiden of helpen. Er zijn gidsen voor de verschillende terreinen: Participatie, Jeugd, Wmo en regie Sociaal Domein. Wanneer er meerdere gidsen betrokken zijn, stemmen zij af, met uw goedkeuring, wie de regiehouder wordt.
‘Mensen maken de samenleving’, zo heet het strategisch beleidskader voor het brede sociaal domein 2025 – 2028. In het strategisch beleidskader staat hoe wij samen met de maatschappelijke partners, de gemeenteraad en door gebiedsgericht werken onze doelen willen halen. We vragen de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) hierbij om advies.
Wij willen dat iedereen kan meedoen en gelijkwaardig is. Dat u in een wijk woont waar u zich niet alleen veilig, maar ook prettig voelt. Waar u op een gezonde manier kunt wonen en kinderen gezond kunnen opgroeien.
In ons strategisch beleidskader staat het versterken van eigen kracht centraal. We kiezen er bewust voor om meer in te zetten op de bestaande voorzieningen in de samenleving. Dit betekent dat we netwerken, lokale initiatieven en ondersteunende organisaties activeren en beter aansturen. Zo zorgen we ervoor dat mensen zelf problemen kunnen opmerken en oplossen. Doordat de samenleving meer zelf doet, hoeft de gemeente minder maatwerk te leveren.
Dit betekent niet dat de gemeente haar verantwoordelijkheid opgeeft. De gemeente blijft belangrijk, maar speelt vooral een begeleidende rol. Wij geloven dat als mensen meer in hun eigen kracht staan en de bestaande voorzieningen beter worden aangestuurd, er een sterk en duurzaam sociaal domein ontstaat. Deze aanpak helpt ons om sneller en efficiënter in te spelen op maatschappelijke vraagstukken.
Op deze manier maken we een duidelijke beweging naar voren. De gemeente zal zich steeds meer op het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid richten. Dit vraagt om een nieuwe balans tussen het ondersteunen van zelfredzaamheid en het bieden van passende hulp in een ondersteunende leefomgeving, binnen de grenzen van de beschikbare middelen. Hierdoor verschuift de rol van de gemeente van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’.
Het strategisch beleidskader is uitgewerkt in drie uitvoeringsprogramma’s:
Hoofdstuk 1. Verzoek om ondersteuning
Wij kunnen u op verschillende manieren ondersteunen. Zo kan het zijn dat u een hulpmiddel, zoals een rolstoel nodig heeft, dat u een aanpassing in uw woning of thuis jeugdhulp nodig heeft. U leest in dit hoofdstuk hoe u bij ons ondersteuning aanvraagt en hoe de gemeente besluit of u hier recht op heeft.
Wij willen het voor iedereen duidelijk en overzichtelijk houden. Daarom is er één manier waarop we aanvragen behandelen. Alleen bij spoed wijken wij hiervan af.
1.1.1 Uw rol [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]
U bent als inwoner in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem en/of het pakken van kansen. Wij verwachten daarom dat u:
1.2.1 Ondersteuning aanvragen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Heeft u ondersteuning nodig? Dit kunt u bij ons aangeven. Het is ook mogelijk dat iemand anders dit namens u doet, of samen met u. Een verzoek voor ondersteuning kan op de volgende manier worden ingediend:
u kunt ons een e-mail sturen. Ons e-mailadres is: gemeente@dronten.nl ; of
u kunt u uw verzoek of melding via onze website www.dronten.nl indienen.
1.2.2 Verzoek tot ondersteuning ingediend… en dan? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Zodra wij uw verzoek hebben gekregen, sturen wij u per post of e-mail een bevestiging. Zo weet u dat uw verzoek voor ondersteuning goed is ontvangen.
Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nemen contact met u op.
Vindt u het moeilijk om uw verzoek goed te verwoorden of toe te lichten? U kunt gratis gebruik maken van een cliëntondersteuner.
Als uw verzoek duidelijk is, wordt deze ingediend. Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘werkwijze verzoek’ (1.3). Omdat u als inwoner uw situatie zelf het best kunt beoordelen en vaak weet wat u kan helpen, is het ook mogelijk om zelf een plan op te stellen. In dit plan schrijft u over uw persoonlijke situatie en wat u wilt bereiken met uw verzoek.
1.3.1 Wij nemen contact met u op [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Nadat wij uw verzoek hebben ontvangen, nemen wij contact met u op. Wij kunnen u bellen, een brief of e-mail sturen of wij brengen u persoonlijk op de hoogte. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nodigen wij u uit voor een gesprek. Wij sturen u hiervoor een uitnodiging met daarin waar en wanneer wij met u willen afspreken. Ook geven wij aan over welke onderwerpen wij met u willen spreken.
1.3.2 Persoonlijk gesprek [Jeugdwet, Wmo]
Binnen 10 werkdagen (tenzij u hier iets anders over heeft afgesproken) na uw verzoek heeft u een gesprek met een medewerker van de gemeente. Tijdens dit gesprek willen wij een goed beeld krijgen van wat uw persoonlijke situatie is en waar u behoefte aan heeft.
Wij vragen u om uw geldig legitimatiebewijs te laten zien. U mag het gesprek alleen voeren, maar het is ook mogelijk om iemand te vragen bij het gesprek aanwezig te zijn, bijvoorbeeld een partner, familielid, vriend of cliëntondersteuner. Als het gesprek over uw kind(eren) gaat, dan is het noodzakelijk dat uw kind(eren) ook gezien of gesproken worden. De gezaghebbende ouder(s) moeten hier toestemming voor verlenen. Als u zelf een persoonlijk plan heeft gemaakt, bespreken wij dit plan met u.
Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is;
Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen u precies hebt;
Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig hebt;
Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij ook de eventuele hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en van andere voorzieningen of organisaties. Wij kijken of wij uw hulpvraag kunnen oplossen door ondersteuning in te zetten die vrij toegankelijk is of dat ondersteuning kan worden ingezet op grond van een andere wet;
Stap 5: Wij bepalen welke aanvullende hulp u nodig hebt om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.
Voor de Jeugdwet kijken we ook nog naar het woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Soms kan dit ook een andere gemeente zijn dan de gemeente waarin het kind/jeugdige woont.
Op basis van uw verzoek en het gesprek dat de medewerker van de gemeente met u had, wordt een onderzoeksverslag gemaakt. Het onderzoeksverslag noemen wij in de gemeente Dronten ‘het routeplan’.
Als de medewerker van de gemeente meer informatie van u nodig heeft voor dit routeplan, neemt hij of zij contact met u op.
Als de medewerker meer medische informatie nodig heeft, kan er onafhankelijk medisch advies worden opgevraagd.
1.3.4 Gebruikelijke zorg en draagkracht en draaglast [Jeugdwet]
Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kennen wij geen individuele voorziening jeugdhulp toe.
Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, nemen wij in ons onderzoek (als bedoeld in artikel 7) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Wij bepalen of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigenmogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van deouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen.
Wij maken voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
In kortdurende situaties gaan wij ervan uit dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf, zelfs als wij op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststellen dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht.
1.3.5 Maatwerk [Jeugdwet, Wmo]
Als uw verzoek te maken heeft met kosten van een voorziening die u al voor het verzoek heeft verkregen, dan kunnen wij dit goedkeuren wanneer het een jeugdhulpvraag betreft waarvan de noodzaak achteraf door ons kan worden vastgesteld. Voor de Wmo geldt dit niet en wordt verwezen naar artikel 4.2 van deze verordening.
1.3.6 Deskundig advies [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Wij zorgen ervoor dat de medewerker die uw verzoek behandelt deskundig is. Hebben wij niet de juiste kennis in huis? Dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies wordt meegenomen in de beoordeling van uw verzoek.
1.3.7 Het besluit [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
De gemeente neemt een besluit. Hierover krijgt u een bericht. Dit noemen wij een beschikking. Het kan zijn dat u een uitkering, zorg in natura of persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt. Zorg in natura is begeleiding, zorg, hulp of een voorziening die u krijgt via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente. Pgb is een budget waarmee uzelf de zorg kunt inkopen die u nodig heeft.
1.3.9 Nadere regels of beleidsregels [Gemeentewet]
Over een aantal onderwerpen in deze verordening maken we nadere regels of
beleidsregels. Hierin worden de regels vanuit deze verordening verder uitgewerkt en beschreven.
Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.
Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten, beleidsregels kunnen dit niet.
Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een bepaalde bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze medewerkers om uw hulpvraag te beoordelen.
De gemeente stelt nadere regels of beleidsregels over:
1.4 Sociaal medische indicatie [Jeugdwet, Wmo, PW]
Ouders kunnen conform de beleidsregel Sociaal Medische Indicatie (d.d. 18 november 2022) een tegemoetkoming krijgen voor kinderopvang, wanneer ze als gevolg van een fysiek of psychische beperking onvoldoende voor hun kind(eren) kunnen zorgen.
1.4.1 Afstemmen met andere vormen van ondersteuning [Jeugdwet, Wmo PW, IOAW, IOAZ Wgs]
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Daarom maken wij in overleg met u afspraken met onderwijsinstanties, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:
De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.
Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen
2.1 Voor wie? [PW, IOAW, IOAZ, WMO,Wi2021, Leerplichtwet]
De gemeente helpt u op weg naar werk als:
2.3 Algemene regels over ondersteuning op weg naar werk [PW,IOAW, IOAZ]
De gemeente probeert altijd de meest adequate en goedkoopste ondersteuning aan te bieden. Wij houden daarbij rekening met andere vormen van ondersteuning die beschikbaar zijn binnen uw eigen netwerk binnen het Sociaal Domein en stemmen het aanbod intern af. Dit doen wij voor een optimale en integrale ondersteuning. Ook kijken we naar vormen van ondersteuning op basis van andere wetten. Dit nemen we op in het plan van aanpak/routeplan.
2.5 Voorzieningen gericht op het krijgen en houden van werk [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
Ons doel is dat u werk vindt (of behoudt) dat goed bij u past. We kunnen u hierbij helpen met verschillende vormen van ondersteuning, ook wel voorzieningen genoemd:
Op het moment dat er een beschutte werkplek beschikbaar is, nemen wij contact op met de eerste op de wachtlijst. Het kan zijn dat de beschikbare werkplek niet bij diegene past. Dan nemen wij contact op met de tweede wachtende op de lijst.
2.5.9 Hulp bij het leren van de Nederlandse taal [PW, IOAW, IOAZ]
Voor het vinden en behouden van werk is het belangrijk om de Nederlandse taal te beheersen. Als u de taal nog niet goed genoeg kent, kan de gemeente u helpen door een voorziening aan te bieden waarmee u de taal beter kunt leren. Soms is het verplicht om hiervoor een opleiding te volgen. De gemeente heeft regels opgesteld, genaamd 'Beleidsregels taaleis Participatiewet Dronten’ die u kunt vinden op www.overheid.nl.
2.6 Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen voor inwoners met een arbeidsbeperking
2.6.1 Aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk [PW, IOAW, IOAZ]
de voorziening komt niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de UWV-werkvoorzieningen (www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen);
2.7 Overige Voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
2.7.1 Ondersteuning bij een motorische beperking[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
Als u moeite met bewegen heeft, dan kunt u bij ons hulp of begeleiding aanvragen voor bepaalde taken die u door uw handicap niet goed zelf kunt doen. Deze hulp of begeleiding noemen wij ‘intermediaire diensten’. Denk hierbij aan aanpassing van het toilet of een automatische deuropener.
2.7.2 Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]
Als u iets nodig heeft om te kunnen werken, kan de gemeente u een meeneembare voorziening geven. Meeneembare voorzieningen zijn hulpmiddelen die gemeenten aan mensen met een arbeidsbeperking moeten aanbieden als die nodig zijn om aan het werk te komen of te blijven. Het kan bijvoorbeeld gaan om speciale werkstoelen of orthopedisch schoeisel.
2.8 Tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ,]
Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting geven om een tegenprestatie te doen. Dit kan naast of in aanvulling op uw (parttime) werk. Het mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
2.8.1 Waarom een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ]
Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen.
2.8.4 Hoe lang en voor hoeveel uur doet u een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ]
Gemeente Dronten biedt verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wanneer u hier recht op heeft, kunt u vergoedingen ontvangen voor verschillende kosten die u maakt. In dit hoofdstuk leest u hier meer over. Binnen deze regelingen werken wij met uitkeringsnormen en vermogensgrenzen. Er zijn verschillende normen, denk aan normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/ samenwonenden.
2.10 Individuele inkomenstoeslag [PW, IOAW, IOAZ]
Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 Participatiewet), kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan 50 procent van het bedrag voor gehuwden of samenwonenden (volgens artikel 2.10.1, lid 1, onderdeel c en d).
2.13 Schuldhulpverlening [Wgs]
Wij hebben de wettelijke taak om (pro-actief) inwoners met schulden te helpen. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen, voor zowel privé schulden als voor zakelijke schulden. Het gaat hierbij om het voorkomen van problematische schulden, het helpen bij het vinden van een oplossing voor (de problematische) schulden en/of het voorkomen van terugval.
Hoofdstuk 3. Opgroeien en opvoeden
Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Gezond en veilig opgroeien is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale)netwerk. Het kan zijn dat u/je hier ondersteuning bij nodig heeft. Hiervoor kun je bij een gids van de gemeente terecht.
Wij bieden zo vroeg mogelijk ondersteuning aan. Hoe eerder wij erbij zijn, hoe minder groot de kans is dat dure, gespecialiseerde ondersteuning
ingeschakeld hoeft te worden. Het versterken van iemands eigen krachtstaat centraal. Ook stimuleren wij dat gezinnen en de mensen om gezinnen heen zelf hun problemen kunnen oplossen. Dit noemen wij ook wel probleemoplossend vermogen.
Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp kregen toen zij 18 jaar oud waren en die deze ondersteuning vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen, zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Wij spreken kinderen en jongeren graag aan met je en jij, vandaar dat wij dit in deze verordening ook doen.
In dit hoofdstuk lees je wat je eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vind je hier onder andere informatie over maatwerkvoorzieningen en voorzieningen die vrij toegankelijk zijn.
3.1. Wanneer bieden wij ondersteuning [Jeugdwet]
Bij het bepalen van welke ondersteuning noodzakelijk is, betrekken wij jouw wensen en die van je ouders. Bij het onderzoeken van eventuele opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen is de gemeente niet gebonden aan de ondersteuningsvraag van jou en je ouders. Dat betekent dat wij niet alleen kijken naar wat jij en jouw ouders ons gevraagd hebben, maar onderzoek gaan doen naar alles wat van belang is om te bepalen welke ondersteuning noodzakelijk is.
Kun je je doel niet zelf of met je omgeving oplossen en kun je ook niet gebruik maken van een voorliggende voorziening? Dan kan het zijn dat wij ondersteuning inzetten die vrij toegankelijk is. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door de gids zelf, door een jeugdwelzijnsorganisatie of via een stichting.
3.2.1 Ondersteuning die vrij toegankelijk is: pedagogische basis [Jeugdwet]
Deze ondersteuning is vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor geen besluit nodig van de gemeente en ook geen verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts.
3.2.2. Ondersteuning die vrij toegankelijk is: preventieve ondersteuning jeugd [Jeugdwet]
Opvoedondersteuning bij het jonge kind
Doel: Het doel is om gezinnen met jonge kinderen te ondersteunen bij de opvoeding en de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van ouders te vergroten.
Doelgroep: Gezinnen met minimaal één kind in de leeftijd van 0 t/m 7 jaar.
Doel: Het bieden van een laagdrempelig maatjescontact aan jeugdigen om te werken aan het opbouwen/versterken van een eigen sociaal netwerk. Het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de jeugdige wordt versterkt, sociale vaardigheden (door)ontwikkeld en de jeugdige leert beter omgaan met een beperking. Zorg-intensieve gezinnen voelen zich gesteund, gehoord, bekrachtigd en ontlast met behulp van maatjes.
Doelgroep: Jeugdigen tussen de 8 tot 18 jaar.
Kortdurende ambulante begeleiding
Doel: Door kortdurende inzet van ambulante opvoedondersteuning komen tot duidelijkheid over de juiste hulpvraag en advisering welke ondersteuning hier het beste past bij in het gezinssysteem. Een ander doel is ondersteuning bieden aan ouders met kinderen met enkelvoudige opvoedingsproblematiek, bij wie de verwachting is dat zij met kortdurende ambulante hulp hun opvoedvaardigheden vergroten en zelf weer grip op de situatie verkrijgen.
Doelgroep: Gezinnen met kinderen tot 18 jaar, van normaal tot licht verstandelijk beperkt functioneringsniveau met enkelvoudige, of onduidelijke opvoedproblematiek.
Doel: Een levensloopregisseur voorkomt dat iemand door autisme vastloopt of bij aanvang van een nieuwe levensfase opnieuw vastloopt. De levensloopregisseur geeft ondersteuning en advies, waardoor gezinnen weer grip krijgen op de situatie en zorgaanbieders elkaar versterken.
Doelgroep: gezinnen met een kind met autisme
Doel: het doel van de gezinsadviseur is om laagdrempelige ondersteuning te bieden aan gezinnen die een beetje hulp kunnen gebruiken.
Doelgroep: gezinnen met kinderen/jongeren tussen 0 tot 23 jaar.
Doel: Het doel van de gezinscoach is om gezinnen ondersteuning te bieden die te maken hebben met meervoudige problematiek.
Doelgroep: Gezinnen met kinderen/jongeren tussen 0 tot 23 jaar.
Schoolmaatschappelijk werk in het primair onderwijs
Doel: De ondersteuning van een schoolmaatschappelijk werker kan verschillende doelen hebben:
Doelgroep: Kinderen in het primaire onderwijs
Doel: Het doel van deze training is om kinderen van gescheiden ouders onder begeleiding met elkaar in gesprek te laten gaan over de scheiding. Een scheiding tussen ouders is een ingrijpende gebeurtenis, juist ook voor de betrokken kinderen. In de gesprekken kunnen kinderen hun gevoelens en ervaringen delen, met als doel dat zij beter met de scheiding van hun ouders om kunnen gaan.
Doelgroep: kinderen van 8-12 van gescheiden ouders
Doel : Psychomotorische therapie is lichaamsgerichte therapie voor kinderen met sociaal—emotionele hulpvragen. Het doel van de therapie om te ondersteunen bij de hulpvragen en kinderen te leren probleemsituaties anders te benaderen.
Doelgroep: kinderen in de basisschoolleeftijd, waarvan de zorgverzekering de kosten voor inzet van PMT niet (volledig) vergoedt en ouders deze kosten niet zelf kunnen dragen.
GGZ op het voortgezet onderwijs
Doel: Bieden van kortdurende en ondersteunende interventies bij leerlingen met lichte psychische problematiek, zodat de problemen verbeteren en/of voorkomen dat de problematiek verergerd en jeugdigen verwezen worden naar gespecialiseerde GGZ. Daarnaast geeft de GGZ op het voortgezet onderwijs ondersteuning en advies aan het onderwijsteam, door het geven van algemene voorlichting als het verlenen van praktisch hulp voor specifieke leerlingen.
Doelgroep: Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 20 jaar met lichte psychische of psychiatrische problematiek, zoals neerslachtigheid, paniek- en angstklachten, neerslachtigheid en emotieregulatie, etc.
Individuele ambulante ondersteuning op school
Doel: Het doel is om op een laagdrempelige manier ondersteuning te bieden aan kinderen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale en emotionele vaardigheden of het omgaan met pesten of faalangst. Door laagdrempelig op school aanwezig te zijn kan problematiek in een vroeg stadium gesignaleerd en behandeld worden.
Doelgroep: 0 tot 4 jaar (het voorschoolse), 4-12 jaar (primair en speciaal onderwijs) en 12 tot 18 jaar (voortgezet onderwijs).
Interculturele traumatraining in groepsverband
Doel: Kinderen van asielzoekers in groepsverband ondersteunen bij het verwerken vaningrijpende en/of traumatische gebeurtenissen en hierdoor voorkomen of verminderen van (ontwikkeling van) ernstige psychische klachten of (gedrags)problematiek.
Doelgroep: Getraumatiseerde kinderen van asielzoekers en/of vluchtelingen.
Doel: Ouders in complexe echtscheidingen te leren om beter met elkaar te communiceren, zodat zij duidelijke afspraken kunnen maken over de zorg van hun kinderen. Met die duidelijkheid ontstaat er een meer stabiele gezinssituatie voor de kinderen.
D oelgroep : ouders van jeugdigen van 0-18 jaar die in een complexe echtscheiding verwikkeld zijn.
Doel: kortdurende behandeling van licht tot matige psychische problemen, waarbij een vermoeden is van een DSM-benoemde stoornis in combinatie met een gemiddeld tot lage beperking van het functioneren. Een ander doel is om de problematiek in kaart te brengen, diagnostiek te verrichten en zo nodig een gerichte verwijzing te doen. Basis Jeugd GGZ biedt eveneens mogelijkheden voor afschaling vanuit de specialistische Jeugd-GGZ, of ondersteuning na behandeling en gestabiliseerde zwaardere problematiek. Naast dit alles biedt Basis Jeugd GGZ consultatie en advies aan de gemeente binnen lopende casuïstiek van lichte tot matige problematiek.
Doelgroep: jeugdigen tot en met 18 jaar met lichte tot matige psychische problematiek, waarbij er een vermoeden is van DSM-benoemde stoornis in combinatie met een gemiddeld tot lage beperking van het functioneren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om burn-out of stressklachten, somberheid, depressie, klachten veroorzaakt door rouw en verlies, een negatief zelfbeeld of angst- en lichte traumaklachten.
1. Wij bieden maatwerk. Dit betekent dat wij goed kijken welke ondersteuning aansluit op je vraag. Wij bieden de volgende vormen van ondersteuning.
Een inwoner kan in zijn of haar leven professionele ondersteuning nodig hebben om mee te doen in de samenleving. Een inwoner kan hiervoor begeleiding ontvangen. In de gemeente Dronten is begeleiding ingedeeld in drie leeftijdsgroepen: inwoners tot 18 jaar, inwoners tussen de 16 en 27 jaar en inwoners van 27 jaar en ouder. De begeleiding vindt plaats binnen het leefsysteem van de inwoner en is er zoveel mogelijk op gericht de inwoner te helpen om meer deel te kunnen nemen aan de samenleving. Begeleiding is in principe tijdelijk totdat inwoner weer voldoende zelfredzaam is. Hieronder wordt eerst per doelgroep de verschillende voorbeelden van resultaten weergegeven waaraan gewerkt kan worden met de inwoner en zijn netwerk. Hierbij is de levensfase waarin een inwoner zich bevindt en de ontwikkelingsleeftijd leidend en niet de daadwerkelijke leeftijd.
Persoonlijke verzorging maakt indien nodig onderdeel uit van de begeleiding. Wanneer nodig levert een aanbieder persoonlijke verzorging, al dan niet met inzet van een onderaannemer wanneer blijkt dat deze hulp niet onder de gebruikelijke zorg van ouders valt.
De verzorging is gericht op het verlenen van hulp door controle en aansturing vanuit de persoonlijke verzorger, vooral bestaande uit:
Als behandeling naast de begeleiding plaatsvindt, dan richt de begeleiding zich ook op het toepassen van wat in de behandeling geleerd wordt.
Begeleiding voor jongeren en jongvolwassenen van 16 tot 27 jaar richt zich op het ondersteunen van de jeugdige, zodat deze binnen deze periode leert als zelfstandig volwassene deel te nemen aan de samenleving (waaronder ook school of (onbetaald) werk).
Het gaat hierbij om een kleine groep jongeren met eigen problematiek, waarbij sprake is van een (ontwikkelings)achterstand, (langdurige) schooluitval, en/of behoefte aan opgroeiondersteuning of ondersteuning bij (het toewerken naar) zelfstandig wonen. Jongeren worden voor hun 18e jaar voorbereid op de overgang naar volwassenheid en vanaf het 18e jaar worden zij begeleid naar het als volwassen inwoner participeren in de samenleving. De kalenderleeftijd is hierbij niet leidend. Aan de hand van de ontwikkelingsleeftijd wordt een plan gemaakt om te komen tot volwassenheid. Aanbieder heeft kennis van ontwikkelingsfases en is op de hoogte van (veranderingen in) wet- en regelgeving. Aanbieder stelt samen met jongere en het systeem een plan op voor de overgang naar volwassenheid. Aanbieder begeleidt jongere en het systeem in het losmaken/loslaten en werkt toe naar het zelfstandig wonen van de jongvolwassene. Indien de jongere onder de 18 jaar is, dan geldt dat Aanbieder ofwel een begeleider inzet met SKJ-registratie, ofwel de begeleider onder toezicht laat werken van een SKJ geregistreerde medewerker
Bij dagbesteding worden er verschillende activiteiten in een groep aangeboden op een locatie in de gemeente Dronten. De activiteiten vinden een of meerdere dagdelen per week plaats onder begeleiding van een professional.
Het gaat hierbij om ontlastingszorg gedurende de dag, zonder overnachting. Waar mogelijk is de zorg gericht op het aanleren van specifieke vaardigheden die passend zijn bij de problematiek van de inwoner. Ouders/opvoeders worden actief betrokken bij het aanleren van deze vaardigheden, zodat de inwoner de geleerde vaardigheden ook thuis kan toepassen en ouders/opvoeders handvaten hebben om inwoner hierbij te ondersteunen.
Kortdurend verblijf is logeren bij een instelling, logeerhuis, vakantieopvang of onder verantwoordelijkheid van een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week. Het kortdurend verblijf is bedoeld voor jongeren/kinderen tot 18 jaar met een psychiatrische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap waarbij sprake is van permanent toezicht. Persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding en passende daginvulling is onderdeel van het kortdurend verblijf. De zorg is bedoeld als tijdelijke ontlasting voor de ouders/opvoeders en heeft een ontwikkelingsgerichte functie voor kinderen/jongeren en de opvoeders.
Behandeling is voor kinderen/jongeren tot 18 jaar met ontwikkelings-, opgroei- en gedragsproblemen. Het gaat hierbij om kinderen of jongeren die in het dagelijks leven problemen ervaren vanwege de problematiek. Behandeling is altijd tijdelijk met een duidelijk eindpunt. Indien verdere professionele inzet na afronding van de behandeling nodig is, werkt de behandeling toe naar afschalingsaanbod, zoals begeleiding, basis GGZ, Praktijkondersteuner GGZ, etc.
Het gaat hierbij om lichte tot matige psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen, verstandelijke beperking van de jongere of opvoedingsproblemen van ouders.
De behandeling richt zich op herstel en/of vermindering van de ervaren problematiek, het leren omgaan met de problematiek (psycho-educatie, waar nodig ook aan gezinsleden of derden) en de versterking van de opvoedvaardigheid. Waar nodig herstelt en versterkt de behandeling de ouder-kind relatie/interactie en geeft het kind betere ontwikkelkansen.
Is voor jonge kinderen tot 5 jaar met ontwikkelingsvraagstukken en/of opgroei- en gedragsproblemen, waarbij kinderen in een groep worden behandeld door een team van professionals met verschillende expertises. Behandeling groep is gericht op het herstel en/of verminderen van de problematiek en toeleiding naar school of een andere voorziening. Per levensjaar worden maximaal 2 dagdelen per week beschikt.
Dit bestaat uit jeugd- en opvoedhulp voor jeugdigen, waarbij sprake is van (een vermoeden van) een psychiatrische stoornis en/of een stagnerende ontwikkeling in combinatie met opvoedproblematiek. De behandeling gebeurt in gezinscontext, waarbij afhankelijk van de problematiek meer ingezet wordt op jeugdige of op het gezin. Individuele behandeling van een gezinslid kan dus onderdeel uitmaken van de gezinsgerichte behandeling. De behandeling richt zich op herstel of vermindering van de ervaren problematiek, het leren omgaan met de problematiek (psycho-educatie), de versterking van de opvoedvaardigheid en het herstel en/of de versterking van de ouder-kind relatie.
Specialistische jGGZ, GGZ-diagnostiek en medicatiecontrole die met name gericht is op individuele behandeling van de jeugdige. De behandelaar is aangesloten bij de brancheorganisatie GGZ Nederland en voldoet aan de eisen die worden gesteld aan de beroepsgroep. Daarnaast werkt de aanbieder met e-health of een soortgelijk programma. Ook richt aanbieder zich op het normaliseren van de problematiek, werkt toe naar afschaling en biedt de mogelijkheid tot groepswerk of lotgenotencontact.
Alle inspanning is gericht om uithuisplaatsing te voorkomen. Als thuis wonen uiteindelijk niet haalbaar is wordt er (tijdelijk) jeugdhulp met verblijf ingezet en plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Wij gaan daarbij uit van ‘zo thuis mogelijk’. Wij kiezen daarom voor pleegzorg boven een verblijf in een instelling.
Vervoer naar een plek waar je jeugdhulp krijgt is een verantwoordelijkheid van het gezin zelf. Alleen bij uitzonderlijke situaties kunnen wij besluiten tot inzet van vervoer.
Deze maatwerk-ondersteuning is niet vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente of een verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts.
3.2 Overgang van 18- naar 18+ [Jeugdwet, Wmo]
De gemeente geeft beschikkingen voor pleegzorg/gezinshuis in vrijwillig kader standaard af tot je 21e verjaardag. Wel kun je vanaf 18 jaar zelf aangeven hiervan geen gebruik te willen maken.
Het kan zijn dat je voor je 18e onder toezicht bent gesteld. Als de rechter een ondertoezichtstelling uitspreekt, wordt er een gezinsvoogd toegewezen. De gezinsvoogd begeleidt je en helpt je bij het oplossen van problemen. Deze hulp is verplicht. Als de gezinsvoogd bepaalt dat pleegzorg nodig is, zorg en wij dat je pleegzorg krijgt. Wij geven deze hulp dan af tot het einde van de ondertoezichtstelling. Een ondertoezichtstelling eindigt uiterlijk als je 18 jaar wordt. Als je daarna nog gebruik wilt blijven maken van pleegzorg, dan kan dat in vrijwillig kader tot je 23 jaar wordt.
Als er een voogdij-maatregel is uitgesproken en blijkt dat pleegzorg nodig is, dan zorgen wij dat die pleegzorg wordt verstrekt tot je 18 jaar wordt. Deze hulp is ook verplicht. Wanneer de voogdij-maatregel afloopt en je gebruik blijft maken van pleegzorg, dan kan dat in vrijwillig kader tot je 23 jaar wordt.
Als de verwachting is dat je ook na je 18e verjaardag nog zorg en ondersteuning nodig hebt, dan kan er een Wmo-indicatie worden aangevraagd. Het kan wel zijn dat er een ander aanbod en een ander tijdsindicatie aan de orde is. Het betekent niet dat de eerder verstrekte jeugdhulp vanzelfsprekend na je 18e verjaardag wordt omgezet naar Wmo-ondersteuning. Het is verstandig om als je 17,5 jaar oud bent, hiervoor een melding te doen bij de jeugdgids. We streven naar een soepele overgang van de Jeugdwet naar andere wetten.
Hoofdstuk 4. Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden
Wij ondersteunen inwoners (met bijvoorbeeld lichamelijke of psychische problemen) om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen omgeving te kunnen blijven wonen en kunnen meedoen in de samenleving. Wij kijken hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen, de langere termijn dus.
In dit hoofdstuk vindt u de regels over de ondersteuning die de gemeente u kan geven. Deze ondersteuning is voor inwoners van 18 jaar en ouder. Ben je jonger dan 18? Dan verwijzen we je naar hoofdstuk 3.
Wij zetten ons ervoor in dat inwoners met lichamelijke, psychische en/of verstandelijke problemen zo langmogelijk zelfstandig kunnen wonen. Wij willen dat u in een schoon huis kunt wonen, uw administratie op orde is, inzicht heeft in uw eigen mogelijkheden, dat u zich aan afspraken kan houden en genoeg mensen om u heen heeft. Daarnaast kunnen wij (tijdelijke) ondersteuning inzetten om een mantelzorger te ontlasten.
Heeft u ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen wonen? Dan kunt u ondersteuning bij ons aanvragen. Ondersteuning kan professionele hulp zijn van een hulpverlener of een hulpmiddel zoals een rolstoel of traplift.
Wij kunnen ondersteuning inzetten. Dit gaat via een gids. Een gids werkt voor de gemeente en kan ondersteuning regelen als dat nodig blijkt. Hij of zij heeft de regie en is aanspreekpunt voor zowel u, uw gezin als betrokken professionals. Als ondersteuning nodig is, dan maakt de gids een routeplan waarin staat welke ondersteuning wordt ingezet. Als u akkoord bent met dit routeplan stuurt u deze getekend retour. Ook wanneer u niet akkoord bent met het plan kunt deze aanvraag voor niet-akkoord getekend retour zenden. De aanvraag is dan officieel door u gedaan, de gids maakt vervolgens een beschikking, die u eveneens zult ontvangen.
De gemeente kan de volgende ondersteuning inzetten:
De gemeente kan niet altijd ondersteuning bieden. De gemeente geeft geen ondersteuning, als:
financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Daarvan is sprake als de gevraagde voorziening binnen een termijn van 3 jaar zou kunnen worden gespaard bij een maandelijkse reservering van 5 procent van de voor u geldende uitkeringsnorm of inkomensvoorziening per maand, rekening houdend met de beslagvrije voet;
Sinds 1 januari 2024 bepaalt het Besluit bouwwerken leefomgeving dat er geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn in de vluchtwegen en verkeersroutes van gebouwen. En sinds 1 juli 2024 is het expliciet verboden om (onder meer) fietsen en scootmobielen in gangen, galerijen en trappenhuizen te plaatsen.
4.3 Zelfstandig en veilig wonen
4.3.2 Nieuw artikel Anti-speculatiebeding [Wmo]
Als gemeente willen we bij grote verbouwingen (aanbouw woning en grondverwerving) voorkomen dat er bij verkoop van de woning gespeculeerd wordt met de meerwaarde van de woning. Als binnen tien jaar nadat de woning is aangepast tot verkoop van de woning wordt overgegaan, dan bent u verplicht om de meerwaarde aan de gemeente terug te betalen tot het maximale bedrag dat aan u is toegekend. U dient hierover de gemeente schriftelijk te informeren. Dit geldt alleen voor particuliere woningeigenaren. De bepaling van de meerwaarde vindt plaats zoals omschreven in lid 3.
4.3.3 Een schone en leefbare woning [Wmo]
Wij werken met ‘het resultaat schoon en leefbaar huis.’ We gebruiken hierbij het normenkader huishoudelijke ondersteuning van HHM 2025. Dit houdt in dat u hulp kunt krijgen bij de lichte en/of zwaardere huishoudelijke taken. Een schoon en leefbaar huis houdt in dat het huis, met name de elementaire woonfunctie zoals woonkamer, keuken, hal, toilet, trap, slaapkamer en badkamer normaal bewoond kunnen worden. Dat u beschikt over schone kleding, dat er zorg is voor de kinderen en dat u kunt eten en drinken. Schoon betekent dat de basis hygiëne in orde is en dat vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen. Leefbaar houdt in dat het huis opgeruimd en functioneel is, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Samen met de gids wordt er gekeken welke onderdelen in uw situatie van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt wat een hulp oppakt en wat u en het netwerk kan doen. U krijgt vervolgens een routeplan en een ondersteuningsplan Schoon en Leefbaar (S&L), waarin staat welke taken uzelf en welke taken door de hulp worden gedaan. Voor de wasverzorging kunnen mogelijk andere regels van toepassing zijn.
Als u een psychische aandoening heeft, kunnen wij onderdak en begeleiding bieden. Dit noemen wij beschermd wonen. Bij beschermd wonen kunt u begeleid worden om mee te doen in de samenleving.
Beschermd wonen hoog. Bij deze vorm ontvangt u zeer intensieve zorg gericht op het (in de eerste instantie) overnemen van taken op alle levensgebieden zoals financiën en huishouden. Daarnaast leert u waar mogelijk omgaan met uw beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig;
U kunt u voor beschermd wonen, optie 1 tot en met 3, aanmelden bij ‘Centrale Toegang’ via de websitewww.ggdflevoland.nl. De gemeente Dronten werkt samen met andere gemeenten in Flevoland op het gebied van beschermd wonen. Deze samenwerking staat beschreven in het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020 - 2026.
Centrumgemeente Almere voert per 1 januari 2026 de toegangsbepaling voor beschermd wonen uit. Het jaar 2025 geldt als overgangsjaar waarin GGD Flevoland stapsgewijs de toegangsbepaling zal overdragen. Voor meer informatie over de toegang wordt u verwezen naar de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2025.
U kunt u voor beschermd wonen optie 4 melden bij de gemeente. Een Wmo-gids zal dan samen met u onderzoeken of dit een passende maatwerkvoorziening voor u is.
4.3.5 Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang [Wmo]
Maatschappelijke opvang. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Met opvang wordt de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang bedoeld. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld.
4.4.1 Individuele begeleiding [Wmo]
Als het u niet lukt om de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u hier ondersteuning bij krijgen. Samen met de begeleider werkt u aan de gestelde resultaten genoemd in het routeplan zoals het aanbrengen van dagstructuur, uw sociale netwerk te versterken, samen op zoek te gaan naar iemand die u kan helpen bij uw administratie en het beheren van uw financiën. Als u individuele begeleiding wilt, moet u aan de voorwaarden uit deze verordening (zie 1.3.4) voldoen.
4.4.3 Contact met anderen [Wmo]
Als u geen gebruik kunt maken van uw auto en het collectief taxivervoer niet voldoet, kunnen wij overwegen om een aanpassing aan uw auto te doen. Wij beoordelen of uw auto de investering waard is. U wordt dan verzocht uw auto te laten keuren. Uit deze keuring moet blijken dat uw auto nog minimaal 5 tot 7 jaar meegaat.
Als u uzelf niet of nauwelijks kunt verplaatsen in en om uw woning, kunt u ondersteuning krijgen door middel van een (maatwerk) rolstoel. Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar.
Hoofdstuk 5. De financieringsvorm van de ondersteuning
Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor.
Wij kunnen hulp bieden in de vorm van een dienst, inzetten van ondersteuning of het toekennen van een product of hulpmiddel. Dit kan zowel in zorg in natura , in geld of als een persoonsgebonden budget (pgb).
Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of een professional krijgt, die een contract heeft met de gemeente.
Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld.
Een persoonsgebonden budget (pgb) is een geldbedrag waarmee de ondersteuning of hulp zelf inkoopt.
Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren. Dit wordt ook wel de goedkoopst passende ondersteuning genoemd.
5.3 Persoonsgebonden budget (pgb)
5.3.1. Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo]
Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders het budget beheren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat deze budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerdermoet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als de gemeente daarom vraagt.
als een zzp-er de zorg levert, moet hij of zij een actuele verklaring ‘inkomen uit eigen onderneming’ van de boekhouder aanleveren bij de gemeente. Deze verklaring is maximaal 3 maanden oud. Wanneer de zzp-er geen eigen boekhouder heeft, dan moet een verklaring van de belastingdienst worden aangeleverd, waaruit blijkt dat de financiële verplichtingen worden voldaan.
5.3.2 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo]
U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-uitvoeringsplan. Hiervoor gebruikt u het standaardformulier van de gemeente. In het pgb-uitvoeringsplan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.
Voor behandeling, kortdurend verblijf, begeleiding, schoon en leefbaar huis en dagbesteding geldt het volgende: u bepaalt welk vast bedrag u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen. Het pgb is niet hoger dan de volledige kostprijs van het product of de dienst (100%) en is niet hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning in te kopen. De kostprijs bestaat o.a. uit loonkosten, verzekering, materiële kosten en reiskosten. Extra kosten voor overhead en innovatie/ontwikkeling (10%) worden alleen vergoed in het Zorg in Natura tarief (110%). Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan het maximumbedrag van 100%, of hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning, betaalt u dit zelf.
In het pgb voor behandeling, kortdurend verblijf, begeleiding, schoon en leefbaar huis en dagbesteding is vervoer inbegrepen bij het budget. In uw beschikking staat aangegeven hoeveel uur zorg u dient in te kopen. Bijvoorbeeld als u beschikking aangeeft dat er 4 uur zorg nodig is om de resultaten te behalen, dan zijn dit de uren waarin u zorg krijgt van de zorgverlener. De reistijd van de zorgverlener valt buiten deze 4 uur. U maakt zelf of met behulp van uw netwerk afspraken over het vervoer met de aanbieder. Wanneer dit niet lukt, krijgt u niet een hoger Pgb.
Voor pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. De gemeente bepaalt aan de hand van deze offertes of u in aanmerking komt voor een vergoeding en zo ja, de hoogte van het pgb.
5.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo]
5.4 Wat is de eigen bijdrage? [Wmo]
Zo lang u gebruik maakt van een Wmo-voorziening in natura of in pgb, betaalt u een bijdrage in de kosten. Deze bijdrage betaalt u in de vorm van een abonnementstarief. Als u een product krijgt, dan betaalt u een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De kostprijs voor maatwerk in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.
Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders of personen die het gezag voeren, de eigen bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek).
Hoofdstuk 6. Afspraken tussen inwoner en gemeente
U leest in dit hoofdstuk over de afspraken tussen inwoners en de gemeente. Wij zijn er voor u en u kunt dingen van ons verwachten. Andersom verwachten wij ook dingen van u. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat de consequenties zijn als u zich niet aan uw plichten houdt.
Wij sturen u een brief. Hierin vermelden wij duidelijk wat de consequentie is van uw gedrag, wat dit voor u betekent en wat u ertegen kunt doen. Wij leggen u uit op welke manier u het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en wij de dienstverlening kunnen voortzetten (als die is stopgezet).
6.1 Afspraken en verplichtingen
6.1.1Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ]
6.1.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ]
Wij verlagen uw uitkering niet als:
wij vinden dat er belangrijke redenen zijn om uw uitkering niet te verlagen. Als dit het geval is, sturen wij u hierover een brief.
6.1.3. Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ]
Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit geldt wanneer lid 1 van dit artikel niet kan worden toegepast omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, zolang de uitkering nog niet is uitbetaald.
6.1.6 Te weinig inzet of besef van verantwoordelijkheid [PW]
Wij kunnen de verlaging herzien of stoppen als u alsnog de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet nakomt. Is dit het geval? Dan dient u een verzoek tot stoppen van de verlaging bij ons in. Dit kan per brief of e-mail, binnen drie maanden nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen.
6.1.7 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen [PW, IOAW, IOAZ]
In tegenstelling tot lid 1, 2, 4 en 5 kunnen wij u een schriftelijke waarschuwing geven. Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging gezien uw omstandigheden een te zware sanctie is.
6.1.9 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ]
6.1.10 Niet-nakomen van andere verplichtingen [PW]
Wij verlagen uw uitkering als u de afspraken en verplichtingen (bedoeld in artikel 55 en 56a van de Participatiewet) niet voldoende nakomt. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:
6.1.11 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ]
Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van de gedraging, of u er iets aan had kunnen doen (mate van verwijtbaarheid) en uw persoonlijke omstandigheden.
6.1.12 Herhaling (recidive) [PW,IOAW, IOAZ]
Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet én er toepassing is gegeven aan lid 1 en 2 van dit artikel.
6.2. Beëindigen en terugvorderen voorziening
6.2.1. Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
6.2.2. Terugvordering voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wko, Gw, BW]
Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de in artikel 6.3.1 opgesomde redenen. Wij kunnen Wmo-voorzieningen alleen terugvorderen als die voorzieningen zijn ingetrokken, omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.
6.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?
6.3.1 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
Wij controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangen. Wij controleren dit onder andere door huisbezoeken te doen, aanbieders van hulp te bezoeken, gegevens te vergelijken met andere instanties en signalen en tips uit te zoeken.
6.3.2. Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
Wij voeren een actief beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over de rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van onjuist of oneigenlijk gebruik.
Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten dan wel herhaalde onzorgvuldige omgang met verstrekte voorzieningen, kunnen wij al dan niet tijdelijke maatregelen ten aanzien van de cliënt treffen ter bescherming van de medewerker van een aanbieder dan wel voorkomen van (verdere) schade. Als de ‘Aanwijzing sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Hoofdstuk 7. Inwonersparticipatie
Wij zijn er voor onze inwoners. Daarom horen wij graag uw ervaringen, zodat wij ons beleid als het nodig is, kunnen aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk leest u hoe u invloed kunt uitoefenen op ons beleid. Ook vindt u meer informatie over de Adviesraad Sociaal Domein Dronten (ASD Dronten).
7.1. Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet]
Wij vinden het belangrijk dat u inspraak heeft in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Deze regels vindt u in onze Uitvoeringsnota Inwonersparticipatie. Hierin staat hoe de gemeente inwonersparticipatie inzet. Hieronder geven wij een korte samenvatting van de Uitvoeringsnota Inwonersparticipatie.
7.2. Adviesraad Sociaal Domein Dronten [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]
Hoofdstuk 8. Klachten en bezwaar
Hoewel wij ons beleid zo goed mogelijk proberen uit te voeren, kan het zijn dat u een klacht of bezwaar heeft. In dit hoofdstuk leest u hoe u een klacht bij ons indient en hoe u bezwaar kunt maken. Daarnaast geven wij meer informatie over wanneer u met onze vertrouwenspersoon kunt praten. Voor klachten sluit de gemeente aan op de visie klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Wij vinden het belangrijk om alert en laagdrempelig te zijn. Wij willen klachten voorkomen en ervan leren.
Wat is een klacht? U dient een klacht in als u het niet eens bent met hoe u of een andere persoon dooreen medewerker van de gemeente bent behandeld. Het gaat dan om het gedrag van een medewerker, de manier waarop een medewerker een verzoek heeft behandeld of de manier waarop een medewerker een voorziening heeft toegekend of een dienst heeft uitgevoerd.
8.5 Vertrouwenspersoon [Jeugdwet, Gemeentewet]
Voor de Jeugdwet kan de vertrouwenspersoon een jongere, ouder of pleegouder ondersteunen. Als u dat wilt kan de vertrouwenspersoon ondersteuning bieden bij problemen en klachten. Ook kunt u bij hem of haar terecht als u vragen heeft over onze hulpverlening of die van een jeugdhulpaanbieder, een gecertificeerde instelling jeugdbescherming, jeugdreclassering, het advies- en meldpunt huiselijk gewelden/of kindermishandeling (Veilig Thuis).
8.6 Meldingsregeling calamiteiten en geweld [Jeugdwet en Wmo]
In het geval van calamiteiten, wordt er door de aanbieder altijd melding gedaan bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (Jeugd) en de GGD Flevoland (Wmo). Daarnaast meldt de aanbieder calamiteiten of geweld, conform wettelijke richtlijnen, bij het uitvoeren van de dienstverlening onverwijld aan de gemeente. Aanbieder doet dit door binnen 48 uur na ontvangst signaal schriftelijk (email) melding te maken bij de Gids en de Contractmanager van de gemeente Dronten.
Hoofdstuk 9 Kwaliteit en aanbesteding
Wij leveren diensten en producten aan inwoners. Een voorbeeld van een dienst is individuele begeleiding en een voorbeeld van een product is een rolstoel. Als u onze diensten of producten afneemt, dan mag u van ons verwachten dat wij kwaliteit bieden. Wij vinden het belangrijk dat onze diensten aansluiten op uw behoeften. Producten moeten degelijk en goed bruikbaar zijn. Bij de inkoop van deze producten en diensten houden wij ons aan bepaalde regels. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van producten en diensten. De verschillende vormen van ondersteuning kunt u lezen in hoofdstuk 1 t/m 5.
Hoofdstuk 10. Van oud naar nieuw
Een verordening is nooit af. De inhoud van deze verordening wordt daarom in de toekomst regelmatig beoordeeld. Wij kunnen bepalingen als dat nodig is verder uitwerken of invullen.
U vindt in dit hoofdstuk informatie over de zogenaamde uitvoeringsregels, wanneer wij kunnen afwijken van de verordening en welke oude verordeningen komen te vervallen.
10.1. Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) [Gemeentewet]
Als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de resultaten die met deze verordening worden nagestreefd, kunt u de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. Het is niet de bedoeling dat toepassing van deze verordening meer kwaad dan goed doet. Als dat naar het oordeel van de gemeente wel het geval is, zal de gemeente de hardheidsclausule toepassen en afwijken van deze verordening.
10.3. Overgangsrecht [Gemeentewet]
Als u een aanvraag heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening (en waarover wij pa slater een besluit nemen) wordt deze aanvraag afgehandeld volgens deze verordening. Aanvragen die u vóór de ingangsdatum van deze verordening indient op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ vallen nog wel onder de ingetrokken verordening.
In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?
Algemene wet bestuursrecht ( Awb ): Deze wet bestaat uit algemene regels voor de verhouding tussen de overheid, en de individuele burgers, bedrijven en overige overheidsinstanties onderling. Hierin staan onder andere definities van belangrijke bestuursrechtelijke begrippen als aanvraag, belanghebbende en beschikkingen bovendien zijn de bezwaar- en beroepsprocedures vastgesteld.
AOW-leeftijd: leeftijd waarop de inwoner de van rechtswege ingestelde pensioengerechtigde leeftijd bereikt en waarop de AOW-uitkering ingaat.
Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet.
ASD Dronten: Adviesraad Sociaal Domein Dronten.
Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert.
Beschikking: Een officiële schriftelijke beslissing van de gemeente waarin staat welke ondersteuning en voorziening(en) je krijgt of niet krijgt.
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5 van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Cliënt: persoon die gebruik maakt van diensten of voorzieningen die het gemeentebestuur van Dronten aanbiedt bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015),de Jeugdwet en/of de Wet sociale werkvoorziening;
Cliëntenparticipatie: het door het gemeentebestuur op gestructureerde wijze betrekken van cliënten en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid aangaande het sociaaldomein waaronder de Participatiewet, de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet sociale werkvoorziening, het armoedebeleid en aanverwante beleidsterreinen;
Cliëntondersteuner: is een onafhankelijke ondersteuner die een inwoner informatie, advies en algemene ondersteuning kan geven voor vragen over het sociaal domein. Een cliëntondersteuner is gratis voor de inwoner.
Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectiefvraagafhankelijk vervoer genoemd).
Dagdeel: een morgen of middag waarin zorg wordt geleverd. Een dagdeel is ongeveer 4 uur.
Doelgroep: groep van cliënten met een gemeenschappelijk kenmerk.
Draagkracht: De kracht of het vermogen van een inwoner, om zelf met dagelijkse situaties en uitdagingen om te gaan.
Draaglast: De druk, stress of problemen die een inwoner ervaart in zijn of haar leven.
Effect: het resultaat of het doel.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten.
Gemeentewet (GW): De gemeentewet regelt de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van een gemeentebestuur.
Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt.
Gids: Een gids werkt voor de gemeente Dronten en kan ondersteuning regelen als dat nodig blijkt. De gids heeft de regie en is aanspreekpunt voor zowel een inwoner/gezin als betrokken professionals.
Hulpbronnen: Alle vormen van hulp die iemand kan inzetten; dit kan gaan om eigen kracht, steun van familie of professionele voorzieningen.
Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.
Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet.
Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 3.6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen.
Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft.
Leefsysteem: De gehele woon- en leefomgeving, inclusief huis, familie, vrienden en de buurt, die invloed heeft op hoe een inwoner functioneert.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en(zorg)verzekeringen.
Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling.
Maatwerk: een op de inwoner afgestemde voorziening.
Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening.
Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand.
Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden.
Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.
Mantelzorg: is langdurige (onbetaalde) hulp van familieleden of vrienden aan een hulpbehoevende, vanuit een sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt.
Niet-professional: iemand die hulp verleent zonder passende opleiding en/of iemand die onderdeel van het huishouden, 1e of, 2de graads familielid is.
Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere.
Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner.
Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen.
Pgb- uitvoerings plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.
Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn.
Respijtzorg: Tijdelijke vervanging van de zorg, zodat mantelzorgers even kunnen rusten of zelf op adem komen.
Routeplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeentemogelijke oplossingen aandraagt.
Samenwonenden: inwoners die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
Sociaal Domein: alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorgen jeugd, op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Zoals handhaving bij leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, passendonderwijs, leerlingenvervoer, de reguliere en bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en(jeugd)gezondheidzorg.
Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt(inclusief mantelzorgers).
Trekkerswoning: Een speciaal ingerichte woning waar mensen zelfstandig wonen, maar toch dichtbij ondersteuning hebben.
Uitkering: algemene bijstandsuitkering, bijzondere bijstand (PW), minimaregelingen, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.
Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ.
Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen, minus de schulden, zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag of een combinatie daarvan.
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente.
Vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald, wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet.
Wgs : Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Wmo : Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wmo -hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Woningaanpassing: Bouwkundige aanpassing aan de woning, zoals een uitbouw, het verbreden van deuren of aanpassing aan keuken. Een woningaanpassing is onderdeel van de woning en kan moeilijk verwijderd worden.
Woningvoorziening: een ‘losse’ voorziening voor in de woning zoals een douchestoel of traplift.
Woonplaatsbeginsel: Het principe dat je hulp krijgt van de gemeente waar je officieel woont, omdat zij jou en jouw omgeving het beste kennen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-422000.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.