artikel I Wijziging Algemene mandaatregeling Delft 2025
A
Onder artikel 1 wordt de definitie onder c vervangen door de volgende definitie:
ambtelijk opdrachtgever gebiedsontwikkeling: functionaris die als onderdeel van zijn functie verantwoordelijk is voor het realiseren van gebiedsontwikkelingen in de gebieden Delft West, Delft Zuid-Oost en Delft Noord-Oost onder verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd Grond en Vastgoed.
B
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
Artikel 6, lid 1, onder c komt te luiden:
- c.
de adjunct-afdelingshoofden, de managers SBR en de teamleiders en
- 2.
Artikel 6, lid 4, komt te luiden:
- 4.
De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de adjunct-afdelingshoofden, de managers SBR en de teamleiders.
- 3.
In artikel 6 lid 5 wordt de bepaling ‘Zowel ambtelijk opdrachtgevers als leidinggevenden kunnen beperkingen opleggen aan het mandaat van de projectleider’ vervangen door ‘Zowel ambtelijk opdrachtgevers gebiedsontwikkeling als leidinggevenden kunnen beperkingen opleggen aan het mandaat van de projectleider’.
artikel II Wijziging bijlagen Algemene mandaatregeling Delft 2025
A
De titel van bijlage 4 komt te luiden:
Bevoegdheden die blijven voorbehouden aan de adjunct-afdelingshoofden, managers SBR en teamleiders.
B
Bijlage 5 wordt vervangen door bijgevoegde bijlage 5.
artikel III Wijziging toelichting bij Algemene mandaatregeling Delft 2025
Het schema in de toelichting onder ‘Staffel aangaan overeenkomsten en aanbestedingen’ wordt vervangen door bijgaand schema:
|
Bevoegd
|
Dienst/Levering
|
Werk
|
|
Besluit aanbesteden
|
Aangaan overeenkomst
|
Besluit aanbesteden
|
Aangaan overeenkomst
|
|
Projectleiders (m.u.v. projectleiders van afdeling Programma’s en Projecten)
|
tot en met € 30.000
|
tot en met € 30.000
|
tot en met € 100.000
|
tot en met € 100.000
|
|
Adjunct-afdelingshoofden, teamleiders en assetmanagers
|
tot en met € 100.000
|
tot en met € 100.000
|
tot en met € 100.000
|
tot en met € 100.000
|
|
Afdelingshoofden en Managers SBR
|
tot Europese aanbestedingsgrens (€ 221.000 in 2024/2025)
|
tot Europese aanbestedingsgrens (€ 221.000 in 2024/2025)
|
tot en met € 1.000.000
|
tot en met € 1.000.000
|
|
Directeuren, CIO en Afdelingshoofd Stadsbeheer & Realisatie
|
tot Europese aanbestedingsgrens (€ 221.000 in 2024/2025)
|
alle bedragen, i.i.g. vanaf de Europese aanbestedings-grens (€ 221.000 in 2024/2025)
|
tot Europese aanbestedingsgrens (€ 5.538.000 in 2024/2025)
|
alle bedragen, i.i.g. vanaf € 1.000.000
|
|
College*
* het college is altijd bevoegd. Het overzicht geeft de bovengrenzen aan voor de andere functionarissen.
|
vanaf Europese aanbestedingsgrens
(€ 221.000 in 2024/2025)
|
alle bedragen
|
vanaf Europese aanbestedingsgrens
(€ 5.538.000 in 2024/2025)
|
alle bedragen
|
artikel IV Slotbepalingen
- 1.
Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2025.
- 2.
Dit besluit wordt aangehaald als "Algemene mandaatregeling Delft 2025, eerste wijziging".
Bijlage 5: Bevoegdheden die op grond van artikel 7 van de Algemene mandaatregeling gemeente Delft zijn gemandateerd aan de in deze bijlage genoemde functionarissen
Voor de in deze bijlage opgesomde mandaten geldt dat zij op grond van artikel 7 AMD worden gemandateerd aan de hierna aangegeven functionarissen, waarbij op grond van lid 3 van dit artikel geldt dat ook de hiërarchisch hoger geplaatste (leidinggevende) functionarissen van het betrokken organisatieonderdeel dit mandaat kunnen uitoefenen.
A.
Cluster Dienstverlening
Publieke Dienstverlening:
Publiekrecht
- 1.
De medewerkers Dienstverlening & Bedrijfsvoering en de medewerkers Servicepunt Inwonerszaken die zich bezighouden met de uitvoering van de Kieswet zijn bevoegd tot het uitoefenen van in de Kieswet aan burgemeester en wethouders en de burgemeester opgedragen taken met betrekking tot de verkiezingen met uitzondering van:
- a.
het benoemen van leden stembureau;
- b.
de taken van de burgemeester als voorzitter hoofdstembureau en centraal stembureau;
- c.
het vaststellen van de vergoeding voorzitter en leden stembureaus.
- 2.
De medewerkers dienstverlening, administratief medewerkers burgerzaken en adviseurs burgerlijke stand en burgerzaken (bs/bz) zijn bevoegd tot:
- a.
het uitvoeren van de aan het gemeentebestuur in de Wet Basisregistraties Personen opgelegde taken;
- b.
het verlenen, vervangen/vernieuwen, intrekken of weigeren van reisdocumenten of rijbewijzen Paspoortwet (Ppw), het Paspoortbesluit (Pb), de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement rijbewijzen (RR);
- c.
het afgeven van de navolgende verklaringen:
- -
- -
verklaring ter legalisatie van handtekening;
- -
verklaring Nederlanderschap;
- d.
het afgeven van verklaringen uit de Basisregistratie Personen (BRP).
- 3.
De medewerkers burgerzaken, en adviseurs bs/bz zijn bevoegd tot verlenen van verlof namens de burgemeester tot het doen:
- a.
van lijkbezorging later dan na de 6e dag na het overlijden (art. 17 Wet op de Lijkbezorging);
- b.
van ontleding van een stoffelijk overschot (art. 68 Wet op de Lijkbezorging);
- c.
van het opgraven en herbegraven/cremeren van een stoffelijk overschot (art. 29 Wet op de Lijkbezorging.
- 4.
De medewerkers burgerzaken en adviseurs bs/bz zijn bevoegd tot:
- a.
het adviseren van de Minister van Justitie op verzoeken tot naturalisatie en naamswijziging (circulaire 24 sept. 1987 nr. 509/187 Min. van Justitie);
- b.
het in ontvangst nemen en in behandeling nemen van optieverklaringen op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en hierop gebaseerde regelgeving;
- c.
het bevestigen of weigeren van de verkrijging van het Nederlanderschap op grond van een optieverklaring (RWN) en hierop gebaseerde regelgeving);
- d.
het nemen van beslissingen, afdoen van stukken, ondertekenen van brieven in het kader van verschuldigde leges bij het in behandeling nemen van optieverklaringen / naturalisatieverzoeken (Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap).
- 5.
De medewerkers vergunningen en de medewerkers dienstverlening zijn bevoegd tot het:
- a.
beslissen omtrent verbinden van voorschriften en beperkingen aan verleende vergunning of ontheffing (artikel 1:4 Algemene Plaatselijke Verordening (APV));
- b.
beslissen een vergunning of ontheffing in te trekken of te wijzigen (artikel 1:6 APV);
- c.
beslissen op een verzoek om ontheffing van het verbod om geschreven of gedrukte stukken te verspreiden ed. (artikel 2:5 lid 4 APV);
- d.
beslissen op een verzoek om ontheffing (art. 2:6 lid 3 en 4 APV).
- 6.
De medewerkers vergunningen zijn bevoegd tot het:
- a.
vaststellen van een formulier voor het kennisgeven van het voornemen om op of aan de weg als dienstverlener op te treden (artikel 2:18 lid 2 jo 2:3 lid 3 APV);
- b.
geven van voorschriften voor het optreden als dienstverlener op of aan de weg, waarvan kennis is gegeven (artikel 2:3 lid 4 en 5 APV);
- c.
beslissen op een verzoek om vergunning om de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan (art. 2:7 lid 1 APV);
- d.
beslissen op een verzoek om ontheffing van het verbod om voertuigen te koop aan te bieden (artikel 5:3 APV);
- e.
beslissen op een verzoek om ontheffing voor het parkeren langer dan 3 dagen van kampeermiddelen e.a. op de weg (art. 5:6 lid 4 APV);
- f.
beslissen op een verzoek om ontheffing van het verbod tot het parkeren van grote voertuigen op wegen binnen de bebouwde kom (art. 5:7 APV);
- g.
beslissen op een melding voor het houden van een openbare inzameling (artikel 5:11 lid 1 APV);
- h.
beslissen op een verzoek om een ventvergunning (artikel 5:13 APV);
- i.
beslissen op een verzoek om een vergunning om een standplaats in te nemen of anderszins goederen uit te stallen (artikel 5:16 lid 1 APV);
- j.
beslissen op een verzoek voor het houden van snuffelmarkten e.d. (artikel 5:20 lid 1 APV);
- k.
op een verzoek om vergunning voor het stallen en aanbieden van deeltweewielers (artikel 2:7a APV).
- 7.
De medewerkers vergunningen zijn bevoegd tot het:
- a.
beslissen omtrent verlenen ontheffing verbod tot het verwekken van gerucht op grond van art. 3, lid 3 van de Zondagswet;
- b.
beslissen omtrent verlenen vergunning voor het houden van een loterij (art. 3, lid 1 Wet op de Kansspelen);
- c.
beslissen omtrent de aanvraag om een vergunning voor speelautomaten c.a. (art. 30 b Wet op de Kansspelen);
- d.
beslissen omtrent het verlenen van ontheffingen ingevolge art. 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens;
- e.
verbinden van voorschriften en beperkingen aan vergunning (artikel 1.5 Reclameverordening 2005);
- f.
beslissen omtrent het intrekken of wijzigen van een vergunning of ontheffing (artikel 1.7 Reclameverordening 2005);
- g.
beslissen op een aanvraag om vergunning/ ontheffing van het verbod, zoals bepaald in artikel 3.1, 3.2, 3.5, 3.6, 3.7 3.8, 3.9 en/of 3.10 (artikel 3.14 Reclameverordening 2005);
- h.
beslissen op een aanvraag om vergunning voor het houden van een reclamecampagne op of aan de weg door met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel goederen aan te prijzen te verstrekken, aan te bieden om niet, uit te stallen of op andere wijze reclame te maken voor deze goederen (art. 3.12 en 3.13 Reclameverordening 2005);
- i.
vaststellen van aanvraagformulieren voor vergunningen en ontheffingen ingevolge de Reclameverordening 2005;
- j.
uitoefenen van alle bevoegdheden die geacht worden te behoren tot de bevoegdheden van het college op grond van de Winkeltijdenwet.
- 8.
De medewerkers Inkomensondersteuning zijn bevoegd tot het:
- a.
beschikken op grond van de Participatiewet (incl. Bbz), IOAZ, IOAW en Wmo incl. de op die wet gebaseerde verordeningen en beleidsregels;
- b.
beschikken op aanvragen om een verstrekking in het kader van lokale inkomensondersteunende regelingen.
- 9.
De medewerkers Inkomensondersteuning zijn bevoegd inzake besluiten tot het instellen van, danwel het afzien van, terugvordering en verhaal, inzake het instellen van gerechtelijke invordering, inzake andere rechtshandelingen o.g.v. het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering, zulks voorzover het betrekking heeft op de Participatiewet (incl. Bbz), IOAW, IOAZ, Zorgwet VVTV en WMO en aanverwante minimaregelingen.
- 10.
De medewerkers Inkomensondersteuning die zich bezig houden met terugvordering en verhaal en de juridisch adviseurs dienstverlening zijn bevoegd tot het aanhangig maken van een verhaalsprocedure en de vertegenwoordiging van de gemeente bij terugvorderings- en verhaalsprocedures.
- 11.
De medewerkers Inkomensondersteuning die zich bezighouden met de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) als bedoeld in de artikelen 20 tot en met 22 van de Wlb zijn bevoegd om opdrachten te verstrekken en/of verplichtingen en overeenkomsten aan te gaan met het uitvaartcentrum tot en met een bedrag van € 8.000,-. Genoemde medewerkers zijn eveneens bevoegd een opkoper (schriftelijk) opdracht te geven voor het te gelde maken van de inboedel van de woning.
- 12.
De medewerkers financiële hulpverlening zijn bevoegd tot het:
- a.
afgeven van een verklaring ex art. 285 Faillisementswet in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen;
- b.
beschikken inzake toekenningen vanuit het Schuldhulpverleningsfonds tot € 1.000,-;
- c.
uitvoeren van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en het Besluit breed moratorium, gebaseerd op artikel 5 van die wet;
- d.
indienen van een verzoekschrift voorlopige voorziening (ex artikel 284, 287b lid 1 en 287 lid 4 van de Faillissementswet).
- 13.
De medewerkers vergunningen zijn bevoegd tot het:
- a.
beslissen omtrent het verlenen van ontheffing van het verbod tot het houden van wedstrijden op een weg (art. 10 Wegenverkeerswet);
- b.
beslissen op verzoeken om ontheffing ingevolge art. 149 lid 1 sub d van de Wegenverkeerswet.
- 14.
De medewerkers vergunningen zijn bevoegd tot het beslissen op een aanvraag om een huisvestingsvergunning voor particulieren.
- 15.
De medewerkers vergunningen zijn, voor zover betrekking hebbend op woningen van individuele huishoudens en in het kader van de Huisvestingsverordening, bevoegd tot het:
- a.
verlenen c.q. weigeren van een vergunning tijdelijke verhuur, zoals omschreven in artikel 15 van de Leegstandwet;
- b.
verlengen van afgegeven vergunningen tijdelijke verhuur;
- c.
intrekken van een al toegekende vergunning;
- d.
tijdelijk verhuren voor woningen van individuele huishoudens.
- 16.
De medewerkers vergunningen zijn bevoegd inzake vergunningen op grond van de Huisvestingsverordening die betrekking hebben op woningen van professionele partijen (corporaties, instellingen, projectontwikkelaars, e.d.).
- 17.
De medewerkers financiële hulpverlening en de senioren binnen Publieke Dienstverlening zijn bevoegd tot het fiatteren/accorderen van betaallijsten/opdrachten aan ‘betalingsverkeer’.
- 18.
De contractmanager is bevoegd om overeenkomsten aan te gaan en opdrachten te verstrekken en/of verplichtingen aan te gaan voor een dienst of levering met een waarde tot € 30.000,- voor zover hiervoor reeds een toereikend bedrag op de begroting is opgenomen.
- 19.
De juridisch adviseurs dienstverlening zijn bevoegd tot het nemen van een besluit tot het voeren van verweer in procedures op grond van Participatiewet (incl Bbz), IOAW, IOAZ, WMO, Jeugdwet, Wgs en BRP, inclusief de op die wetten gebaseerde verordeningen en beleidsregels.
- 20.
De senior adviseur basisregistraties, bronbeheerder BRP, specialist basisregistraties BRP, medewerker basisregistraties BRP, toezichthouders BRP zijn bevoegd tot:
- a.
het uitvoeren van de aan het gemeentebestuur in de Wet Basisregistraties Personen (BRP) opgelegde taken;
- b.
het afgeven van verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie.
- 21.
De senior adviseur basisregistraties, bronbeheerder BAG, specialist basisregistraties, senior medewerker basisregistraties zijn bevoegd tot:
- a.
het beheren van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG);
- b.
het mogen vaststellen van de definitieve geometrie van panden en verblijfsobjecten (Wet BAG, artikel 8);
- c.
het opmaken van een proces-verbaal van constatering zoals bedoeld in art. 10, eerste lid, onder b van de Wet BAG;
- d.
het opmaken van schriftelijke verklaringen strekkende tot het signaleren van wijzigingen in de feitelijke situatie die van invloed zijn op de gebouwenregistratie en die niet in een ander krachtens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen aangewezen brondocument zijn opgenomen;
- e.
het verrichten van de in de wet BAG genoemde overige feitelijke handelingen nodig voor de uitvoering van de wet.
- 22.
De senior adviseur basisregistraties, bronbeheerder BGT, specialist basisregistraties, senior medewerker basisregistraties zijn bevoegd tot het uitvoeren van de aan het gemeentebestuur in de Wet Basisregistraties Grootschalige Topografie (BGT) opgelegde taken.
- 23.
De senior adviseur basisregistraties, bronbeheerder WKPB, specialist basisregistraties, senior medewerker basisregistraties zijn bevoegd tot het uitvoeren van de aan het gemeentebestuur in de Wet Basisregistraties Ondergrond (BRO) opgelegde taken.
- 24.
De senior adviseur basisregistraties, bronbeheerder WKPB, specialist basisregistraties, senior medewerker basisregistraties zijn bevoegd tot:
- a.
het ter inschrijving aanbieden van een beperkingenbesluit dan wel een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, conform artikel 15, eerste lid van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb);
- b.
het ter inschrijving aanbieden van een verklaring met betrekking tot het vervallen van een beperking, conform artikel 15, derde lid van de Wkpb;
- c.
het aanwijzen van een vervangend object als werkingsgebied indien een aangewezen object blijkens de bijbehorende registratie niet langer actueel is, conform artikel 7 Regeling kpb;
- d.
het opstellen van een verklaring dat de aan te leveren essentialia overeenkomen met de inhoud van het brondocument, conform artikel 5 Regeling kpb.
B.
Cluster Ruimte en Economie
B.1 Publiekrecht
- 1.
De assetmanager ondergrond en de coördinator kabels en leidingen van de afdeling Stadsbeheer en Realisatie zijn bevoegd om het beheer op de ondergrond te voeren, waaronder het geven van instemmingsbesluiten en het invorderen van bijbehorende leges en degeneratievergoeding.
- 2.
De assetmanager gebiedsbeheer van de afdeling Stadsbeheer en Realisatie is bevoegd om verkeersbesluiten te nemen.
- 3.
Het afdelingshoofd Stadsbeheer en Realisatie is bevoegd om, met inachtneming van het in bijlage 7 vermelde externe mandaat aan Parkeren Delft BV, ontheffingen in het kader van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 te verlenen.
B.2 Privaatrecht
- 1.
De senior adviseurs Economie, Duurzaamheid, Mobiliteit, en Stedenbouw en de jurist ruimtelijke ordening waarbij structureel coördinerende taken zijn belegd als onderdeel van zijn/haar functie is bevoegd om opdrachten te verstrekken en/of verplichtingen aangaan:
- a.
voor een dienst of levering met een waarde tot en met € 30.000,-
- b.
voor een werk met een waarde tot en met € 100.000,-.
- 2.
In afwijking van het bepaalde in bijlagen 1 en 2 zijn het afdelingshoofd Grond en Vastgoed en de gemeentedirecteur Ruimte & Economie bevoegd tot:
- a.
het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten ter verwerving of ruil van onroerende zaken, met een maximum van € 150.000,-, conform het geldende beleid en voor zover er een toereikend bedrag in de begroting is opgenomen;
- b.
het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten ten behoeve van de verkoop van onroerende zaken, met een maximum van € 150.000,--, conform het geldende beleid, onder toepassing van de op dat moment geldende Algemene Voorwaarden van de gemeente Delft voor de verkoop van een registergoed.
Hierbij geldt dat:
- i.
het afdelingshoofd bevoegd is tot een bedrag van € 100.000,-
- ii.
de gemeentedirecteur bevoegd is bij bedragen tussen € 100.000,- en € 150.000,-.
Voor zover het bij de bevoegdheden onder a en b gaat om een/meer onroerende zaak/zaken die uitsluitend is/zijn bedoeld voor het gebruik als openbare ruimte, kan verwerving/verkoop uitsluitend plaatsvinden na voorafgaande instemming van het afdelingshoofd Stadsbeheer en Realisatie.
- 3.
In afwijking van het bepaalde in bijlagen 1 en 2 zijn het afdelingshoofd Grond en Vastgoed en de gemeentedirecteur Ruimte & Economie bevoegd tot het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten ter verwerving of uitgifte van zakelijke rechten op onroerende zaken, waaronder het recht van opstal en erfdienstbaarheden, met een maximum waarde van € 150.000,- en voor zover er een toereikend bedrag in de begroting is opgenomen.
Hierbij geldt dat:
- i.
het afdelingshoofd bevoegd is tot een bedrag van € 100.000,-
- ii.
de gemeentedirecteur bevoegd is bij bedragen tussen € 100.000,- en € 150.000,-.
- 4.
In afwijking van het bepaalde in bijlagen 1 en 2 is het afdelingshoofd Grond en Vastgoed bevoegd tot:
- a.
de uitgifte van onroerende zaken in erfpacht van buitensportvelden (zonder maximale oppervlakte) en van overige onroerende zaken tot een oppervlakte van 500 m2 conform de geldende Nota Erfpacht en de geldende Algemene Erfpachtvoorwaarden (tenzij daarvan in de erfpachtovereenkomst is afgeweken);
- b.
het uitoefenen van alle bijbehorende bevoegdheden voor onroerende zaken die in erfpacht zijn uitgegeven, met inachtneming van de toepasselijke erfpachtvoorwaarden, tenzij daarvan in de erfpachtovereenkomst is afgeweken, en de op dat moment geldende Nota Erfpacht. Hieronder wordt ook verstaan het herzien van de grondwaarden, het geven van toestemming voor omzetting van erfpacht in eigendom met toepassing van de dan geldende algemene verkoopvoorwaarden van de gemeente Delft en het beëindigen van de erfpacht.
- 5.
In afwijking van het bepaalde in bijlagen 1 en 2 is het afdelingshoofd Grond en Vastgoed bevoegd tot:
- a.
het aangaan en ondertekenen van huurovereenkomsten voor de verhuur en verpachting van buitensportvelden (zonder maximale oppervlakte) en van overige gemeentelijke onroerende zaken tot een oppervlakte van 500 m2, voor zover dit valt binnen het vastgestelde beleid en dit is voorzien in de begroting;
- b.
het aangaan en ondertekenen van huurovereenkomsten voor de aanhuur van onroerende zaken voor een maximale duur van 5 jaar en een maximumbedrag van € 100.000,- per jaar;
- c.
het tijdelijk om-niet in gebruik geven van onroerende zaken tot een oppervlakte van 5000 m2 met een maximale duur van 5 jaar;
- d.
het aangaan, wijzigen, beëindigen, ondertekenen en verlengen (onder dezelfde voorwaarden) van overeenkomsten ten behoeve van gemeentelijk kostenverhaal zoals anterieure en posterieure overeenkomsten, nadat het college heeft ingestemd met de inhoud hiervan;
- e.
het aangaan, wijzigen, beëindigen, ondertekenen en verlengen (onder dezelfde voorwaarden) van overeenkomsten met betrekking tot onroerende zaken zoals samenwerkingsovereenkomsten, intentieovereenkomsten en reserveringsovereenkomsten, steeds na instemming van het college met de inhoud;
- f.
het ondertekenen van notariële aktes ter uitvoering van eerder aangegane overeenkomsten aangaande onroerende zaken, inclusief het verlenen van volmacht aan de medewerkers van het betreffende notariskantoor om dit namens de gemeente te doen. Hierbij geldt dat deze bevoegdheid ook mag worden uitgeoefend door de juristen van afdeling Grond en Vastgoed.
- 6.
In afwijking van het bepaalde in bijlagen 1 en 2 zijn het afdelingshoofd Grond en Vastgoed en de vastgoedbeheerders bevoegd tot het (doen) uitoefenen van stemrecht in een Vereniging van Eigenaren waarbij al dan niet financiële verplichtingen worden aangegaan, voor zover daartoe reeds een toereikend bedrag in de begroting is opgenomen.
- 7.
Het afdelingshoofd Grond en Vastgoed is bevoegd tot alle bevoegdheden die uit de toegepaste algemene voorwaarden volgen waaronder:
- a.
het vorderen van een vergoeding voor het reserveren van grond;
- b.
het eisen van het storten en tevens restitueren van de waarborgsom;
- c.
het verlenen van ontheffing van inrichtingsplicht;
- d.
het opleggen van een gedoogplicht ten behoeve van kabels en leidingen;
- e.
het vaststellen van de schadevergoeding;
- f.
het vaststellen van de wijze van beschoeiing;
- g.
- 8.
Het afdelingshoofd Ruimte en Economie Advies is bevoegd tot:
- a.
het aangaan van afzonderlijke planschadeafwentelingsovereenkomsten ex artikel 13.3c Ow ten behoeve van verhaal van de eventueel uit een planologische wijziging voorvloeiende schade als bedoeld in artikel 15.1 Ow;
- b.
het aangaan van kostenverhaalovereenkomsten ex artikel 12.8 Ow.
B.3 Overig:
Aan de ambtelijk opdrachtgevers gebiedsontwikkeling worden in het kader van de gebiedsontwikkeling Delft West, Delft Zuid-Oost en Delft Noord-Oost, de volgende mandaten toegekend ten behoeve van de projecten binnen die gebieden:
Aanbestedingen
- 1.
Het nemen van een besluit tot het volgen en het intrekken van een Enkelvoudige of Meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure:
- i.
voor een dienst of levering waarbij de totale waarde van de dienst of levering niet boven de drempelbedragen voor een Europese aanbestedingsprocedure komt (exclusief omzetbelasting);
- ii.
voor een werk waarbij de totale waarde van dit werk niet groter is dan een bedrag van € 1.000.000,- (exclusief omzetbelasting).
- 2.
Het nemen van een besluit tot het uitsluiten van een inschrijver in een dergelijke Enkelvoudige of Meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure.
- 3.
Het nemen van een besluit tot het uitsluiten van een inschrijver in een Nationale of Meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure met een maximale waarde tot aan de drempelbedragen van een Europese aanbestedingsprocedure voor diensten of leveringen dan wel tot en met een bedrag van € 1.000.000,- voor werken.
Besluiten inzake gunnen c.q. niet gunnen in aanbestedingsprocedures met een maximale waarde tot aan de drempelbedragen van een Europese aanbestedingsprocedure voor diensten of leveringen dan wel tot en met een bedrag van € 1.000.000,- voor werken
- 1.
Het nemen van een gunningsbesluit na een Nationale, Enkelvoudige dan wel Meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure.
- 2.
Het niet gunnen van een opdracht na een aanbesteding.
Contracten
- 1.
Het aangaan van een overeenkomst:
- i.
voor een dienst of levering waarbij de totale waarde van de opdracht voor deze levering of dienst niet boven de drempelbedragen voor een Europese aanbestedingsprocedure komt (exclusief omzetbelasting), doch binnen de grenzen van het hem daartoe toegekende budget blijft;
- ii.
voor een werk waarbij de totale waarde van de opdracht voor dit werk niet meer bedraagt dan € 1.000.000,- (exclusief omzetbelasting), doch binnen de grenzen van het hem daartoe toegekende budget.
- 2.
Het aangaan van een overeenkomst na het volgen van een Europese aanbestedingsprocedure, een Dynamisch Aankoopsysteem (DAS)-procedure, een regionale aanbestedingsprocedure en een Nationale of Meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure voor een dienst, levering of werk waarbij de totale waarde van de opdracht voor deze dienst of levering, dan wel dit werk niet boven de drempelbedragen voor een Europese aanbestedingsprocedure komt voor diensten of leveringen dan wel niet meer bedraagt dan € 1.000.000,- voor werken.
- 3.
Het opleggen van kortingen en boetes aan opdrachtnemers voor zover deze voortvloeien uit de bepalingen van het contract.
C.
Cluster Samenleving en Veiligheid
C.1 Publiekrecht
- 1.
De senior strategie en regio (HR21-functie Medewerker Ontwikkeling I) waarbij structureel coördinerende taken zijn belegd als onderdeel van zijn/haar functie is bevoegd om opdrachten te verstrekken en/of verplichtingen aangaan:
- a.
voor een dienst of levering met een waarde tot en met € 30.000,-
- b.
voor een werk net een waarde tot en met € 100.000,-.
- 2.
De senior strategie en regio (HR21-functie Medewerker Ontwikkeling I) en de senior regisseur Regie op Uitvoering (HR21-functie Medewerker Ontwikkeling I) waarbij structureel coördinerende taken zijn belegd als onderdeel van zijn/haar functie is bevoegd tot het nemen van besluiten tot het verlenen, weigeren en vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidie tot en met een maximum van € 30.000,-.
- 3.
De senior strategie en regio (HR21-functie Medewerker Ontwikkeling I) waarbij structureel coördinerende taken zijn belegd als onderdeel van zijn/haar functie is bevoegd tot het nemen van het besluit tot het toepassen, het weigeren toe te passen of het beëindigen van de toepassing van handhavingsinstrumenten.
- 4.
De senior strategie en regio (HR21-functie Medewerker Ontwikkeling I) waarbij structureel coördinerende taken zijn belegd als onderdeel van zijn/haar functie is bevoegd tot het nemen van besluiten ter uitvoering van een door het college vastgestelde regeling.
- 5.
De secretaris van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit is bevoegd te toetsen of een bouwplan voor een licht omgevingsvergunningplichtig bouwwerk voldoet aan de sneltoetscriteria uit de Welstandsnota en daarover advies uit te brengen aan het college.
- 6.
De juridisch medewerkers Sociaal Domein en de juridisch adviseurs Sociaal Domein zijn bevoegd tot het nemen van een besluit tot het voeren van verweer, het voeren van correspondentie inzake het proces en het vragen van externe adviezen in bezwaar-en beroepsprocedures als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan Samenleving.
- 7.
De regisseur uitgaande subsidies en de senior adviseur subsidies zijn in het kader van subsidieverstrekking bevoegd tot het geven van gelegenheid tot aanvulling of verbetering van aanvragen en/of verantwoordingen, het verlenen van uitstel voor indienen van aanvragen en/of verantwoordingen, het rappelleren voor indienen van verantwoording, het opschorten en verlengen van beslistermijnen en het doen van een mededeling als bedoeld in artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht.
- 8.
De regisseur uitgaande subsidies en de senior adviseur subsidies zijn bevoegd tot het nemen van besluiten tot het toe- of afwijzen van een aanvraag ingediend in het kader van de Verordening Stimuleringslening Stedelijke Vernieuwing gemeente Delft 2023, Verordening Starterslening gemeente Delft, Verordening Blijverslening gemeente Delft en de Verordening Blijverslening gemeente Delft tot en met een maximum van € 30.000,-.
- 9.
De procesondersteuner wettelijke taken is bevoegd om aanvragen te doen ten behoeve van onderzoek in het kader van de Wet kinderopvang, aanvragen te doen ten behoeve van onafhankelijk extern advies in het kader van de urgentieverklaring en tot het geven van gelegenheid tot aanvulling of verbetering van aanvragen en het opschorten en verlengen van beslistermijnen in het kader van de urgentieverklaring.
- 10.
De leerplichtambtenaar is bevoegd tot besluiten op aanvragen als bedoeld in de artikelen 3a, 3b en 15 van de Leerplichtwet.
- 11.
De medewerker leerplichtadministratie is bevoegd om aanvragen te doen ten behoeve van onafhankelijk extern advies in het kader van leerlingenvervoer en tot het geven van gelegenheid tot aanvulling of verbetering van aanvragen en het opschorten en verlengen van beslistermijnen in het kader van leerlingenvervoer.
- 12.
De senioren en coördinatoren van de afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek (BBO) zijn in het kader van vergunningverlening, toezicht en (bestuursrechtelijke) handhaving ieder afzonderlijk bevoegd namens het college besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Algemene wet bestuursrecht, Gemeentewet, Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft, Woningwet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet ruimtelijke ordening, Wet basisregistratie adressen en gebouwen, Huisvestingswet 2014, Wet veiligheidsregio’s, Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging, Reclameverordening, Bomenverordening, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling BBO en de bevoegdheid niet is voorbehouden aan (leden van) het college of de functionarissen en personen genoemd in de bijlagen 2, 3, 4, 6, 7 en 8.
- 13.
De inspecteurs binnendienst en buitendienst van de afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek (BBO) zijn ieder afzonderlijk bevoegd tot het doen van een verzoek om aanvulling van de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede het uitoefenen van de bevoegdheden genoemd in artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht, ter uitvoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling BBO.
- 14.
Het afdelingshoofd en de senioren van afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek zijn bevoegd inzake besluiten tot het instellen van, danwel het afzien van, terugvordering en verhaal, inzake het instellen van gerechtelijke invordering, inzake andere rechtshandelingen o.g.v. het Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering, zulks voor zover het betrekking heeft op de Participatiewet (incl. Bbz), IOAW, IOAZ, Zorgwet VVTV en WMO en aanverwante minimaregelingen.
- 15.
De senioren van de afdeling Toezicht en Handhaving (T&H) zijn in het kader van vergunningverlening ieder afzonderlijk bevoegd namens het college of burgemeester besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Algemene wet bestuursrecht, Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft, Afvalstoffenverordening en de Reclameverordening, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling T&H en de bevoegdheid niet is voorbehouden aan de burgemeester, (leden van) het college of de functionarissen en personen genoemd in de bijlagen 2, 3, 4, 6, 7 en 8.
- 16.
De senioren van de afdeling Toezicht en Handhaving (T&H) zijn in het kader van toezicht en (bestuursrechtelijke) handhaving ieder afzonderlijk bevoegd namens het college of burgemeester besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, Alcoholwet, Algemene Plaatselijke Verordening Delft voor Delft, Alcoholverordening, Afvalstoffenverordening, Verordening ontheffingverlening autoluw-plusgebied, Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent parkeerregulering en parkeerbelasting (Parkeerverordening Delft 2020), Wet op de Kansspelen en Reglement verkeersregels en verkeerstekens, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling T&H en de bevoegdheid niet is voorbehouden aan de burgemeester, (leden van) het college of de functionarissen en personen genoemd in de bijlagen 2, 3, 4, 6, 7 en 8.
- 17.
De senioren en de (adjunct) Havenmeester van de afdeling Toezicht en Handhaving (T&H) zijn in het kader van vergunningverlening, toezicht en (bestuursrechtelijke) handhaving ieder afzonderlijk bevoegd namens het college besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wrakkenwet, de Scheepsvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement en de Verordening openbaar gemeentewater Delft, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling T&H en de bevoegdheid niet is voorbehouden aan (leden van) het college of de functionarissen en personen genoemd in de bijlagen 2, 3, 4, 6, 7 en 8.
- 18.
De senioren en coördinatoren van de afdelingen Bouw en Bijzonder Onderzoek (BBO) en Toezicht en Handhaving (T&H) zijn ieder afzonderlijk bevoegd tot het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten voor de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het beslissen over de invordering van een verbeurde dwangsom als bedoeld in artikel 5:37, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling BBO of T&H.
- 19.
De procesregisseurs van de Zorg- en Veiligheidskamer, de informatiecoördinator Veiligheidshuis en de ketenregisseur jeugdcriminaliteit en overlast van de afdeling Veiligheid Advies zijn ieder afzonderlijk bevoegd tot het doen van uitnodigingen voor bijeenkomsten, hoorzittingen en dergelijke en het nemen van besluiten in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en het melden van gegevensverwerkingen bij de Autoriteit Persoonsgegevens, ter uitvoering van Persoonlijke aanpak Delft (PAD), complexe casuïstiek 0-100 jaar en de aanpak radicalisering van de Zorg- en Veiligheidskamer.
- 20.
De juridisch adviseurs van de afdeling Veiligheid Advies zijn bevoegd tot het nemen van een besluit tot het voeren van verweer bij de gerechtelijke instantie die het administratiefrechtelijk (hoger) beroep behandelt, als deze taakuitoefening organisatorisch is opgedragen aan de afdeling Veiligheid Advies.
- 21.
Het afdelingshoofd Erfgoed en de medewerkers Ontwikkeling II en III van de afdeling Erfgoed zijn ieder afzonderlijk bevoegd om beslissingen te nemen in het kader van hoofdstuk 5 (Archeologische monumentenzorg) en hoofdstuk 9 (Overgangsrecht) van de Erfgoedwet.
- 22.
Aan de gemeentearchivaris en de medewerkers adviseur III van de afdeling Erfgoed worden de volgende bevoegdheden toegekend, voor zover dit tot hun takenpakket behoort:
- a.
het nemen van besluiten op grond van de Archiefwet 1995, met daarbij behorende het Archiefbesluit 1995 en de archiefregeling, de gemeentelijke archiefverordening 2023 en het informatiebesluit 2023;
- b.
het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats;
- c.
het besluiten tot vernietiging van archiefbescheiden, welke conform wet- en regelgeving voor vernietiging in aanmerking komen;
- d.
het besluiten tot opname van archiefbescheiden van overheidsarchieven, archieven van gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen, particuliere archieven en documentatieverzamelingen in de archiefbewaarplaats door middel van overbrenging, inbewaringgeving of schenking.
- 23.
Aan de uitvoeringsverantwoordelijken Sociaal Domein I en II wordt de bevoegdheid toegekend om:
- a.
adviseurs in te schakelen bij onderzoek en/of het behandelen van een aanvraag op grond van de van toepassing zijnde regelgeving;
- b.
periodiek overleg te voeren en te controleren in verband met de naleving van kwaliteitseisen, klachtenregelingen en medezeggenschap van cliënten bij zorgaanbieders;
- c.
te adviseren en voorbereidend werk te verrichten omtrent het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart en indien nodig, (externe) adviseurs in te schakelen bij het onderzoek en/of het behandelen van de aanvraag;
- d.
beslissen op aanvragen op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de verordening Wmo en de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning en op grond van de door de regiogemeenten (Westland, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland) afgegeven mandaten aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft ten aanzien van beschermd wonen.
- 24.
Aan de uitvoeringsverantwoordelijken Sociaal Domein I en II wordt de bevoegdheid toegekend om:
- a.
te beslissen op aanvragen op basis van de Participatiewet (en Wet, werk en bijstand), inclusief de op die wet gebaseerde verordeningen en beleidsregels en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz);
- b.
te beschikken op aanvragen om een verstrekking in het kader van lokale inkomensondersteunende regelingen.
- 25.
De coördinatoren Evenementen en Horeca (HR21 medewerker beleidsontwikkeling 0), de medewerkers dienstverlening 2e lijn (HR medewerker publiek I) en de financieel administratief medewerker (HR medewerker publiek II) van afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek zijn bevoegd tot het:
- a.
beslissen omtrent het verbinden van voorschriften en beperkingen aan verleende vergunning of ontheffing (artikel 1:4 Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
- b.
beslissen een vergunning of ontheffing in te trekken of te wijzigen (artikel 1:6 APV);
- c.
vaststellen van een formulier voor het kennisgeven van het voornemen op of aan de weg vertoningen e.d. te geven (artikel 2:18 lid 2 jo 2:3, lid 3 APV;
- d.
geven van voorschriften voor het geven van vertoningen e.d. op of aan de weg, waarvan kennis is gegeven (artikel 2:3 lid 4 en 5 APV);
- e.
vaststellen van een formulier voor het kennisgeven van het voornemen om op of aan de weg als dienstverlener op te treden (artikel 2:18 lid 2 jo 2:3 lid 3 APV.
- 26.
De coördinatoren Evenementen en Horeca (HR21 medewerker beleidsontwikkeling 0), de medewerkers dienstverlening 2e lijn (HR medewerker publiek I) en de financieel administratief medewerker (HR medewerker publiek II) van afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek zijn bevoegd tot het:
- a.
beslissen op een verzoek om vergunning voor het organiseren van een groot evenement of evenement (artikel 2:18 lid 1 APV);
- b.
beslissen over een klein evenement binnen 10 dagen na ontvangst van de melding te verbieden (artikel 2:18 lid 3 APV);
- c.
aanwijzen van gebieden en/of locaties aanwijzen en/of het stellen van nadere regels voor evenementen (artikel 2:18 lid 4 APV);
- d.
vaststellen van nadere regels betreffende het beslissen op een aanvraag om een vergunning voor het houden van een evenement (artikel 2:18 lid 5 APV);
- e.
beslissen op een verzoek om vergunningen voor een terras bij een horecabedrijf (artikel 2:27b lid 1 APV);
- f.
beslissen om een vergunning of ontheffing, als bedoeld in de gemandateerde artikelen aan afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek, in te trekken of wijzigen (artikel 2.27f lid 1 APV);
- g.
vaststellen van nadere regels betreffende het beslissen op een aanvraag om vergunning van een terras bij een horecabedrijf (artikel 2.27d APV);
- h.
vaststellen van voorschriften omtrent exploitatietijden conform artikel 2.28a lid 3 en 4 APV;
- i.
beslissen om ontheffing te verlenen conform artikel 2.28b lid 1 APV;
- j.
nemen van een besluit omtrent het afmeren van terrasboot, seizoensgebonden of tijdelijk, als bedoeld in artikel 6.lid 1, in samenhang met de artikelen 12 tot en met 15, van de Verordening Openbaar Gemeentewater Delft;
- k.
beslissen op een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in de artikelen 30b tot en met 30e van de Wet op de Kansspelen;
- l.
beslissen omtrent het verlenen van een ontheffing tot het verbod tot het verwekken van gerucht i.v.m. openbare vermakelijkheden op grond van artikel 4, lid 3 van de Zondagswet;
- m.
afhandelen op grond van artikel 2.4 B Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP) van een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 2.1 BGBOP alsmede de wijziging van nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 2.5 BGBOP;
- n.
beslissen omtrent een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 1.4 BGBOP.
- 27.
De coördinatoren Evenementen en Horeca (HR21 medewerker beleidsontwikkeling 0), de medewerkers dienstverlening 2e lijn (HR medewerker publiek I) en de financieel administratief medewerker (HR medewerker publiek II) van afdeling Bouw en Bijzonder Onderzoek zijn bevoegd tot het:
- a.
verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet;
- b.
beslissen omtrent het verlenen van een ontheffing verbod verstrekken zwak-alcoholische drank op grond van artikel 35 van de Alcoholwet;
- c.
beslissen op een verzoek om ontheffing van de verboden gesteld in artikel 2 en 3 (artikel 4 lid 1 en 2) van de Alcoholverordening;
- d.
beslissen op een verzoek om verlof tot het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse (artikel 5 van de Alcoholverordening);
- e.
alle overige bevoegdheden die geacht worden te behoren tot de bevoegdheden van het college in het kader van de Alcoholverordening, voor zover in relatie tot het werkveld van het cluster Bouw en Bijzonder Onderzoek.
C.2 Privaatrecht
- 1.
De uitvoeringsverantwoordelijke Sociaal Domein I is bevoegd tot het aangaan van een overeenkomst voor een dienst of levering door een zorgaanbieder waarbij de totale waarde van de opdracht voor deze levering of dienst ligt tussen € 100.000,- (exclusief omzetbelasting) en de drempelbedragen voor een Europese aanbestedingsprocedure, doch binnen de grenzen van het hem daartoe toegekende budget.
- 2.
De uitvoeringsverantwoordelijke Sociaal Domein II is bevoegd tot het aangaan van een overeenkomst voor een dienst of levering door een zorgaanbieder waarbij de totale waarde van de dienst of levering niet meer bedraagt dan € 100.000,- (exclusief omzetbelasting).
- 3.
Het afdelingshoofd Erfgoed, de teamleider Stadsarchief en de medewerkers Ontwikkeling II en III van de afdeling Erfgoed zijn ieder afzonderlijk bevoegd om beslissingen te nemen in het kader van het in bruikleen geven van stukken uit de collecties van Erfgoed.
C.3 Overig
- 1.
De programmadirecteur Delft West, is bevoegd tot het verrichten van handelingen namens de gemeente Delft in het kader van de dagelijkse aansturing van het programmabureau Delft West tot een bedrag van maximaal € 30.000,-.
- 2.
Hierbij geldt dat de gemeentedirecteur Samenleving & Veiligheid instructies kan geven voor het gebruik van de bevoegdheden die conform dit artikel zijn gemandateerd of beperkingen kan opleggen aan dit mandaat.
D.
Cluster Bestuur
D.1 Publiekrecht
- 1.
De Functionaris Gegevensbescherming en (Senior) Adviseur Gegevensbescherming zijn bevoegd datalekmeldingen te doen in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en Wet politiegegevens aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
- 2.
De projectmanager (HR21 functie Programmamanager I) van de afdeling P&P mag, ongeacht welke portefeuille dit betreft, in het kader van opdrachten verstrekken en/of verplichtingen aangaan:
- i.
voor een dienst of levering met een waarde tot € 30.000,-
- ii.
voor een werk met een waarde tot € 100.000,- .
D.2 Privaatrecht
In afwijking van het bepaalde in bijlage 1 en 2 is het afdelingshoofd Controlling/de Gemeentecontroller bevoegd tot:
- a.
het beleggen dan wel financieren van het liquiditeitssaldo in rekening-courant en het hiertoe aangaan van rekening-courant-overeenkomsten met in Nederland gevestigde bankinstellingen;
- b.
het uitzetten van bedragen op deposito’s, onderhandse geldleningen dan wel schuldbewijzen in euro, voor zover deze impliciet een hoofdsomgarantie inhouden;
- c.
het aantrekken van geldleningen op de geld- en kapitaalmarkt;
- d.
het nemen van besluiten over het opnemen en verstrekken van geldleningen op en via de kapitaalmarkt;
- e.
het met off-balance instrumenten wijzigen van de vaste rente op langlopende geldleningen in variabele rente;
- f.
het verrichten van rechtshandelingen ter uitvoering van de onder a tot en met d genoemde besluiten;
- g.
het aangaan van achtervangovereenkomsten, SVN-financieringen, overeenkomsten van borgtocht en het vestigen van hypotheekrecht in het kader van garantieverlening.
Hierbij geldt dat de bevoegdheden onder a tot en met e worden uitgeoefend binnen het kader van het bepaalde bij of krachtens de financiële verordeningen als bedoeld in de artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet. Voor de bevoegdheid onder f geldt dat deze wordt uitgeoefend binnen het kader van het bepaalde bij of krachtens de nota gemeentegaranties en de Verordening Gemeentegaranties en Geldleningen Delft.
E. Zelfstandige Bedrijfseenheden
Museum Prinsenhof
De directeur Museum Prinsenhof is bevoegd te besluiten tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen bij leven, legaten en erfenissen van voorwerpen die een zekere culturele doch, individueel of tezamen, een getaxeerde financiële waarde hebben van ten hoogste € 100.000,- en van schenkingen bij leven, legaten en erfenissen van geldbedragen tot een bedrag van € 10.000,-.