Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling volwasseneneducatie Den Haag 2025

Toelichting 

 

Deze wijzigingsregeling voorziet in verlaging van de subsidieplafonds voor 2026 als gevolg van bezuinigingen vanuit het Rijk op de budgetten voor het onderwijsachterstandenbeleid en de specifieke uitkering voor educatie. Daarnaast zijn enkele technische wijzigingen doorgevoerd. Het betreft een wijziging van het tijdvak waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend, alsmede een verlaging van het minimum aantal deelnemers waarvoor subsidie kan worden aangevraagd voor taaltrajecten gericht op specifieke doelgroepen onder volwassenen. Hiermee wordt ruimte geboden om een meer en gevarieerd aanbod mogelijk te maken, vooral ook voor doelgroepen die nu nog onvoldoende of niet worden bereikt.

 

Besluitvorming 

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, 

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020; 

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling volwasseneneducatie Den Haag 2025: 

 

Artikel I

De Subsidieregeling volwasseneneducatie Den Haag 2025 wordt gewijzigd als volgt.

  • A

    In artikel 1.4, tweede lid onder a, wordt “1 juni tot en met 30 september” vervangen door: 1 oktober tot en met 30 november.

 

  • B

    Artikel 2.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

    1 In sub b wordt “digitale vaardigheden, die bevorderen dat laaggeletterde en laagopgeleide volwassen inwoners” vervangen door: digitale vaardigheden en activiteiten die hieraan ondersteunend of aanvullend zijn en bevorderen dat laaggeletterde en laagopgeleide volwassen inwoners.

    2 sub c vervalt.

 

  • C

    Artikel 2.1.4 komt te luiden:

    Artikel 2.1.4 Hoogte van de subsidie

    1. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder a, bedraagt voor het kalenderjaar 2025 maximaal € 7.856.388,- per aanvrager.

    2. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder b, bedraagt voor het kalenderjaar 2025 maximaal € 1.800.000,- per aanvrager.

    3. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder c, bedraagt voor het kalenderjaar 2025 maximaal € 800.000,- per aanvrager.

    4. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder a, bedraagt voor het kalenderjaar 2026 maximaal € 6.000.000,- per aanvrager.

    5. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder b, bedraagt voor het kalenderjaar 2026 maximaal € 2.416.000,- per aanvrager.

 

  • D

    Artikel 2.1.5 komt te luiden:

    Artikel 2.1.5 Subsidieplafond

    1. Voor subsidieverlening voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder a, geldt een subsidieplafond van € 7.856.388,- voor het kalenderjaar 2025. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het bedrag dat het Rijk beschikbaar stelt op grond van artikel 2.3.1 van de WEB.

    2. Voor subsidieverlening voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder b, geldt een subsidieplafond van € 1.800.000,- voor het kalenderjaar 2025.

    3. Voor subsidieverlening voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.2, onder c, geldt een subsidieplafond van € 800.000,- voor het kalenderjaar 2025.

    4. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.1.2, onder a, geldt een subsidieplafond van € 6.000.000,- voor het kalenderjaar 2026. Dit bedrag kan wijzigen afhankelijk van het bedrag dat het Rijk beschikbaar stelt op grond van artikel 2.3.1 van de WEB.

    5. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.1.2, onder b, geldt een subsidieplafond van € 2.416.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    6. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

 

  • E

    Artikel 2.2.3, onder e, komt te luiden:

    e. er activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.2.2 onder a, voor minimaal 800 deelnemers per kalenderjaar worden gerealiseerd, of activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.2.2 onder b, voor minimaal 30 deelnemers per kalenderjaar worden gerealiseerd.

 

  • F

    Artikel 2.2.4 komt te luiden:

    Artikel 2.2.4 Hoogte van de subsidie

    1. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder a, bedraagt voor het kalenderjaar 2025 maximaal € 725.500,- per aanvrager.

    2. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder b, bedraagt voor het kalenderjaar 2025 maximaal € 175.000,- per aanvrager.

    3. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder c, bedraagt voor het kalenderjaar 2025 maximaal € 150.000,- per aanvrager.

    4. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder a, bedraagt voor het kalenderjaar 2026 maximaal € 776.000,- per aanvrager.

    5. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder b, bedraagt voor het kalenderjaar 2026 maximaal € 175.000,- per aanvrager.

    6. Een subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder c, bedraagt voor het kalenderjaar 2026 maximaal € 75.000,- per aanvrager.

 

  • G

    Artikel 2.2.5 komt te luiden:

    Artikel 2.2.5 Subsidieplafond

    1. Voor subsidieverlening voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder a, geldt een subsidieplafond van € 725.500,- voor het kalenderjaar 2025.

    2. Voor subsidieverlening voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.2.2, onder b, geldt een subsidieplafond van € 175.000,- voor het kalenderjaar 2025.

    3. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.2.2, onder c, geldt een subsidieplafond van € 150.000,- voor het kalenderjaar 2025.

    4. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.2.2, onder a, geldt een subsidieplafond van € 776.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    5. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.2.2, onder b, geldt een subsidieplafond van € 175.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    6. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.2.2, onder c, geldt een subsidieplafond van € 75.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    7. Het college kan een subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

 

  • H

    Artikel 2.3.5 komt te luiden:

    Artikel 2.3.5 Subsidieplafond

    1. Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.2 geldt een subsidieplafond van € 720.000,- voor het kalenderjaar 2025.

    2. Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.3.2 geldt een subsidieplafond van € 684.000,- voor het kalenderjaar 2026.

    3. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

 

  • I

    In artikel 2.4.4 wordt “€ 1.918.500, per aanvrager” vervangen door: € 1.457.819,- per aanvrager.

 

  • J

    Artikel 2.4.5 komt te luiden:

    Artikel 2.4.5 Subsidieplafond

    1. Voor subsidieverlening voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.4.2 geldt een subsidieplafond van € 1.918.500,- voor het kalenderjaar 2025.

    2. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.4.2 geldt een subsidieplafond van € 1.457.819,- voor het kalenderjaar 2026.

    3. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

 

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat de bepalingen die op grond van deze regeling worden gewijzigd van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

 

Den Haag, 23 september 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

 

Naar boven