Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân;
gelet op:
- titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
- de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (ROOO);
overwegende dat:
- er binnen de gemeente Noardeast-Fryslân opvang wordt geboden aan ontheemden uit Oekraïne;
- de ROOO aan de burgemeester de opdracht geeft om die opvang te regelen;
- het college op eenduidige wijze uitvoering wil geven aan de ROOO;
- het wenselijk is om in aanvulling op de ROOO beleidsregels vast te stellen;
besluit vast te stellen: de Beleidsregels Uitvoering ROOO gemeente Noardeast-Fryslân.
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
- 1.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
College: college van burgemeester wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân;
- b.
Gemeente: de gemeente Noardeast-Fryslân;
- c.
ROOO: Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
- d.
Leefgeld: de financiële toelage zoals bedoeld onder artikel 6, eerste lid onder b, artikel 10 en artikel 12 ROOO:
- e.
Leefgeld norm: maandbedrag waar de ontheemde en zijn gezinsleden recht op hebben;
- f.
GOO: Gemeentelijke Opvangvoorziening Oekraïners, zoals bedoeld in artikel 1, onder h ROOO;
- g.
POO: Particuliere Opvang Oekraïners, zoals bedoeld in artikel 1, onder i ROOO;
- h.
LOO: Langdurige Opvang Oekraïners, zoals bedoeld in artikel 1, onder h ROOO;
- i.
BRP: Basisregistratie Personen;
- j.
Voorschot: een vooruitbetaling van leefgeld in afwachting op een besluit op de aanvraag.
- k.
Eigen bijdrage: een bijdrage die betaald dient te worden voor de kosten van gas, water en elektra en de kosten van catering.
- l.
Gezin: een gezin bestaat uit:
- •
echtgenoten of aan gehuwden gelijkgestelde partners;
- •
hun minderjarige kinderen, mits zij ongehuwd en van hun afhankelijk zijn;
- •
de vader, moeder, of en andere volwassene die volgens het recht of de praktijk in Nederland verantwoordelijk is voor de minderjarige en ongehuwde ontheemde.
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de ROOO.
Artikel 2. Doelgroep en reikwijdte
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de ontheemde en zijn gezinsleden zoals bedoeld onder artikel 1, onder c en g ROOO, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de ontheemde verblijft in een GOO, een POO of een zorginstelling zoals bedoeld in artikel 12 lid 10 ROOO in de gemeente;
- b.
de ontheemde is ingeschreven in de BRP van de gemeente.
Artikel 3. Aanvraag en toekenning leefgeld
- 1.
De ontheemde meldt zichzelf en eventuele gezinsleden binnen vijf werkdagen na binnenkomst in de gemeente aan bij Ynkommen voor het aanvragen van leefgeld. Daarna wordt een aanvraagformulier ingevuld.
- 2.
Indien de gemeente hiervan niet in bezit is, verstrekt de ontheemde bij de aanvraag kopieën van de benodigde documenten. Het kan hierbij onder andere gaan om:
- a.
een bankpas of rekeningafschrift waarop duidelijk de tenaamstelling en het rekeningnummer vermeld staat;
- b.
specificaties of arbeidsovereenkomst, waaruit het maandelijkse inkomen blijkt.
- 3.
De identiteit wordt vastgesteld op basis van de gegevens op het aanvraagformulier en de registratie in de BRP. Een kopie van een legitimatiebewijs is niet nodig.
- 4.
Het toekennen van leefgeld met terugwerkende kracht is mogelijk tot 1 maand gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend, maar nooit eerder dan de aankomstdatum in de gemeente. De aanvraag voor leefgeld moet bij de gemeente worden ingediend.
Artikel 4. Verstrekking leefgeld
- 1.
Het leefgeld wordt uitgekeerd op een Nederlandse betaalrekening op naam van de ontheemde of een meerderjarig gezinslid.
- 2.
In afwijking van het eerste lid kan het leefgeld tijdelijk worden uitgekeerd via een prepaid pas (moneycard) of in uitzonderlijke gevallen in contanten:
- a.
zolang het openen van een Nederlandse betaalrekening niet mogelijk is; of
- b.
als voorschot indien er nog geen besluit genomen is op een aanvraag voor leefgeld.
- 3.
Indien een ontheemde zich na de eerste dag van de maand meldt voor leefgeld, dan wordt het leefgeld naar rato voor de resterende dagen van die maand uitgekeerd met inachtneming van het gestelde in artikel 3 lid 4.
- 4.
Het leefgeld wordt verstrekt aan de ontheemde. Het leefgeld is bestemd voor de ontheemde en zijn gezinsleden. Er wordt geregistreerd uit welke gezinsleden dit gezin bestaat.
- 5.
Wanneer een minderjarig ontheemde van een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt, heeft deze zelfstandig recht op leefgeld en dient hiervoor een aanvraag in bij het college.
- 6.
De minderjarige ontheemde die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, moet zelf een bankrekeningnummer openen en een kopie van de bankpas bij de aanvraag voor leefgeld inleveren.
- 7.
Het leefgeld van het gezin waarvan de minderjarige ontheemde deel van uitmaakt, wordt aangepast per de eerste van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de minderjarige ontheemde de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
- 8.
Een alleenstaande minderjarige ontheemde die zonder ouder(s) is gevlucht, heeft recht op leefgeld onder de voorwaarde dat de minderjarige is aangemeld bij Stichting Nidos. In afwachting van de aanvraag van een voogdijmaatregel bij de Rechtbank verstrekt het college leefgeld aan de minderjarige ontheemde of aan de feitelijk verzorger. Na de toekenning van de voogdij verstrekt het college het leefgeld aan diegene met voogdij of aan de feitelijke verzorger.
Artikel 5. Inkomen
- 1.
Onder inkomen wordt verstaan:
- a.
- b.
inkomen uit zelfstandig bedrijf of beroep;
- c.
een toeslag op grond van de Toeslagenwet;
- d.
- e.
inkomsten uit een uitkering ontvangt krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Toeslagenwet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
- 2.
Onder inkomen wordt niet verstaan:
- a.
een inkomen waarvan vooraf duidelijk is dat dit eenmalig wordt ontvangen;
- b.
een vrijwilligersvergoeding als bedoeld in artikel 11a, eerste lid ROOO.
- 3.
De ontheemde is verplicht om bij de start van de werkzaamheden of een toekenningsbeslissing van een uitkering, waardoor een inkomen ontvangen wordt, dit binnen vijf werkdagen na start van de werkzaamheden of de ontvangst van de toekenningsbeslissing bij de gemeente te melden. Voor zover mogelijk onder verstrekking van gegevens. Een arbeidsovereenkomst of toekenningsbeslissing wordt in ieder geval binnen 5 werkdagen na ontvangst overgelegd aan de gemeente.
- 4.
De ontheemde is verplicht om maandelijks binnen vijf werkdagen na ontvangst van het inkomen de specificatie(s) te verstrekken waaruit het inkomen blijkt.
- 5.
De uitbetaling van leefgeld kan worden opgeschort in afwachting van de te overleggen specificaties.
Artikel 6. Beëindiging leefgeld
- 1.
Het college beëindigt het leefgeld wanneer de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft wanneer dat inkomen hoger is dan de leefgeldnorm.
- 2.
Indien een gezinslid inkomsten uit arbeid of een uitkering ontvangt, beëindigt het college het leefgeld voor het gehele gezin, wanneer het inkomen meer bedraagt dan de leefgeldnorm die voor dat gezin van toepassing is.
- 3.
Het college beëindigt het leefgeld met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de inkomsten bekend zijn geworden.
- 4.
Wanneer de inkomsten uit arbeid of uitkering lager zijn dan het leefgeld, ontvangt de ontheemde het verschil tussen de inkomsten en het leefgeld. Hierbij geldt de eerste dag van de daaropvolgende maand als peildatum voor de verrekening van de inkomsten uit voorgaande maand.
- 5.
Het college beëindigt het leefgeld wanneer de ontheemde verhuist naar een andere gemeente of naar het buitenland. Het leefgeld stopt met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de kalendermaand waarin de ontheemde is verhuisd.
- 6.
De ontheemde kan de GOO, POO of LOO verlaten voor de duur van maximaal aaneengesloten 28 dagen met behoud van het leefgeld. Het verlaten van de GOO, POO en LOO voor bovengenoemde duur moet vooraf bij de locatiemanager van de opvang en de gemeente worden gemeld.
- 7.
Indien de ontheemde na afloop van de periode van 28 dagen, als bedoeld in het vorige lid, niet is teruggekeerd naar de GOO, POO of LOO, beëindigt het college het leefgeld. Het leefgeld wordt per de eerste dag van de volgende maand beëindigd.
- 8.
Wanneer de ontheemde gedurende de kalendermaand verhuist naar een ander type opvang binnen de gemeente, dan behoudt de ontheemde het reeds ontvangen leefgeld voor de maand waarin hij/zij is verhuisd. Na verhuizing ontvangt de ontheemde het nadien van toepassing zijnde leefgeld op de eerste van de daaropvolgende kalendermaand. Het college vordert een eventueel verschil in het leefgeld niet terug.
- 9.
Het college beëindigt het leefgeld wanneer de ontheemde in detentie zit. Het leefgeld wordt per de eerste van de volgende maand beëindigd.
Artikel 7. Recht op nieuwe aanvraag leefgeld
- 1.
Wanneer de ontheemde na beëindiging van het leefgeld geen inkomsten uit arbeid meer heeft, of inkomsten lager dan de leefgeld norm heeft, kan hij of zij bij het college opnieuw een aanvraag indienen voor leefgeld.
- 2.
Het leefgeld wordt toegekend vanaf datum melding bij de gemeente door de ontheemde.
- 3.
Bij terugkeer in de gemeente na een verblijf langer dan 28 dagen kan de ontheemde bij het college opnieuw een aanvraag indienen voor leefgeld. Het leefgeld wordt toegekend vanaf datum melding bij de gemeente.
Artikel 8. Tussentijdse wijzigingen
Indien er een tussentijdse wijziging plaatsvindt die van invloed is op de verstrekking van het leefgeld, wordt de wijziging aangepast op de eerste dag van de maand nadat de wijziging heeft plaatsgevonden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer de ontheemde en/of een gezinslid gedurende de maand verhuist naar een ander type opvang binnen de gemeente.
Artikel 9. Terug- en invordering leefgeld
- 1.
Het college vordert het leefgeld terug indien het ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt aan de ontheemde of zijn gezinsleden.
- 2.
Invordering van de vordering, als bedoeld in het eerste lid, kan in overleg met de ontheemde plaatsvinden door het bedrag te verrekenen met het leefgeld van de volgende maand(en). Voor zover er geen leefgeld wordt ontvangen, geldt een terugbetalingstermijn van zes weken.
- 3.
De ontheemde kan altijd contact opnemen voor het treffen van een betalingsregeling.
- 4.
Indien de ontheemde zijn terugbetalingsverplichting niet nakomt kan het college besluiten de invordering te verrekenen met, indien van toepassing, met het leefgeld van de volgende maand(en)
- 5.
Terugvordering vindt niet plaats van:
- a.
verstrekt leefgeld over de maand voorafgaand aan de intrekking;
- b.
een eventueel verschil in leefgeld dat is ontstaan door een tussentijdse wijziging, zoals bedoeld in artikel 6, lid 4.
- 6.
Het college vordert alleen terug wanneer de totale vordering het drempelbedrag van maximaal eenmaal de leefgeld norm per kalendermaand overschrijdt.
- 7.
Het college ziet af van terugvordering:
- a.
wanneer de vordering is ontstaan voor de datum waarop deze beleidsregels zijn gepubliceerd;
- b.
volledige of gedeeltelijke terugvordering voor de ontheemde gelet op bijzondere omstandigheden in het individuele geval leidt tot onaanvaardbare gevolgen op financieel en sociaal-maatschappelijk gebied.
- 8.
Het college kan afzien van (verdere) invordering wanneer dat doelmatig wordt geacht.
Paragraaf 3.
Eigen bijdrage
Artikel 10. Opleggen eigen bijdrage
- 1.
Met ingang van 1 januari 2025 brengt het college maandelijks een eigen bijdrage in rekening voor de opvang van meerderjarige ontheemden uit Oekraïne die vallen onder de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en die verblijven in de GOO binnen de gemeente Noardeast-Fryslân:
- 2.
De volgende ontheemden, en hun meerderjarig gezinslid, betalen een eigen bijdrage:
- a.
de meerderjarige ontheemde met inkomsten uit arbeid, in binnen- en/of buitenland;
- b.
de meerderjarige ontheemde die inkomsten uit een loondervingsuitkering ontvangt;
- c.
de meerderjarige ontheemde die gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;
- d.
de meerderjarige ontheemde die inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.
- 3.
Er wordt geen eigen bijdrage opgelegd als het inkomen van het gezin lager is dan het van toepassing zijnde drempelbedrag. Het drempelbedrag is gelijk aan de leefgeldnorm + de eigen bijdrage x 115%.
- 4.
De eigen bijdrage wordt door middel van een beschikking opgelegd aan de meerderjarige belanghebbende en, indien van toepassing, diens meerderjarige gezinslid.
- 5.
Een meerderjarig kind vormt een eigen gezin.
Artikel 11. Hoogte eigen bijdrage
- 1.
De eigen bijdrage bestaat uit:
- a.
een bijdrage voor gas, water en energiekosten voor de opvang, en;
- b.
een bijdrage voor de catering, als de ontheemde in een GOO verblijft waar 1 worden verstrekt.
- 2.
De hoogte van de eigen bijdrage voor gas, water en energiekosten wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de ROOO.
- 3.
De hoogte van de eigen bijdrage voor de catering wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 10 lid 2 van de ROOO.
Artikel 12. Betaling eigen bijdrage
- 1.
De hoogte en de ingangsdatum van de eigen bijdrage wordt meegedeeld per beschikking.
- 2.
De eigen bijdrage is maandelijks met ingang van de eerste van de maand verschuldigd over de voorgaande maand. De bijdrage moet zijn betaald voor de 25e van de maand waarin de eigen bijdrage moet worden betaald.
Artikel 13. Niet of niet meer voldoen aan de eigen bijdrage
- 1.
Indien de ontheemde niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, kan worden besloten de ontheemde te dagvaarden voor de bevoegde rechtbank teneinde een executoriale titel te verkrijgen.
- 2.
Nadat een executoriale titel is verkregen, kan worden besloten om tot dwanginvordering over te gaan, door de vordering in handen van een (gerechts)deurwaarder te stellen.
- 3.
Bij het voeren van de civiele procedure wordt de volledige achterstand tot dat moment meegenomen in de procedure.
- 4.
Uitgangspunt is dat voor de maandelijkse eigen bijdrage geen betalingsregeling wordt getroffen als daarnaast ook nog maandelijks de eigen bijdrage moet worden betaald
Artikel 14. Beëindiging eigen bijdrage
- 1.
De eigen bijdrage is over een volledige kalendermaand verschuldigd.
- 2.
De eigen bijdrage is niet langer verschuldigd, indien de meerderjarige belanghebbende niet langer
- a.
in gemeentelijke opvang verblijft;
- b.
inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of een ander land heeft;
- c.
een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;
- d.
niet langer gehuwd is of een geregistreerd partnerschap heeft en geen inkomsten heeft.
In afwijking van het eerste lid, wordt de eigen bijdrage naar rato van het aantal dagen berekend, indien zich een situatie voordoet als bedoeld in het tweede lid.
Paragraaf
4
.
Inlichtingenplicht
Artikel 15. Leefgeld/eigen bijdrage en inlichtingenplicht
- 1.
De ontheemde is verplicht om uiterlijk binnen twee weken nadat de gemeente daarom heeft verzocht, mededeling te doen over zijn inkomsten en gezinssamenstelling.
- 2.
De ontheemde is verplicht om in geval van verandering in inkomsten of gezinssamenstelling de gemeente daarvan onverwijld (binnen 7 dagen) mededeling te doen via mail of telefonisch contact.
Paragraaf
5
. Buitengewone kosten
Artikel 16. Buitengewone kosten
- 3.
Het college kan een vergoeding voor buitengewone kosten aan de ontheemde verstrekken.
- 4.
Buitengewone kosten worden volledig vergoed voor ontheemden die niet meer inkomsten ontvangen dan 100% van de van toepassing zijnde leefgeld norm.
- 5.
Indien de ontheemde een inkomen ontvangt hoger dan 100% van de leefgeld norm, gelden de draagkrachtregels zoals bedoeld in artikel 4.3, 4.4 en 4.5. van de Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023. In afwijking hiervan, moet in plaats van de bijstandsnorm, worden gelezen: de van toepassing zijnde leefgeld norm.
- 6.
Onder buitengewone kosten wordt onder andere verstaan:
- a.
kosten voor reiskosten voor een verblijfsrechtelijke procedure;
- b.
kosten om acute persoonlijke medische redenen, tenzij de zorgverzekeraar deze kosten bij het CAK kan declareren op grond van de Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) of als de kosten gedekt worden door de zorgverzekering;
- c.
reiskosten voor medische zorg in bijzondere gevallen;
- d.
reiskosten voor leerlingen die voortgezet onderwijs volgen in een Internationale Schakelklas (ISK) buiten de gemeente;
- e.
reiskosten voor leerlingen die een inspanningsverplichting hebben voor het behalen van een startkwalificatie op minimaal MBO-2 niveau en hiervoor deelnemen aan de entree-opleiding op een locatie van ROC “Firda” in de provincie Fryslân.
- f.
kosten voor de vangnetregeling uit de Wet op de lijkbezorging (Wlb): als de nabestaanden niet kunnen of willen zorgdragen voor de laatste bestemming van het lichaam of er geen nabestaanden zijn of te achterhalen zijn, draagt op grond van artikel 21 Wlb de burgemeester daarvoor zorg.
- 7.
Er is geen recht op een verstrekking voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de persoon toereikend en passend te zijn.
- 8.
De buitengewone kosten worden maximaal met 1 maand terugwerkende kracht verstrekt, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn aangevraagd.
- 9.
Bij het vaststellen van de hoogte reiskosten wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer. Wanneer dit niet mogelijk is dan wordt de bijstand verstrekt voor vervoer per auto voor de kortste route volgens de ANWB routeplanner. Daarbij wordt de maximale kilometervergoeding toegepast zoals opgenomen in artikel 31a van de Wet op de Loonbelasting 1964.
- 10.
In gevallen waarin dit artikel niet voorziet kan worden teruggevallen op hoofdstuk 4 van de Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023.
Paragraaf
6
. Overige bepalingen
Artikel 17. Gegevensverwerking
Het dagelijks bestuur maakt gebruik van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan het dagelijks bestuur verstrekte gegevens die op grond van artikel 33, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verwerkt worden in de polisadministratie, in ten minste de volgende gevallen:
- 1.
het beoordelen van verzoeken om en wijzigingen van leefgeld;
- 2.
de handhaving op de rechtmatige verstrekking van leefgeld;
- 3.
het vaststellen van een op te leggen eigen bijdrage;
- 4.
het vaststellen van de hoogte van een vordering leefgeld;
- 5.
het beoordelen van de afloscapaciteit bij betalingsregelingen.
Artikel 18. Onvoorziene situaties
In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien beslist het dagelijks bestuur.
Artikel 19. Hardheidsclausule
Het college kan van een of meer artikelen of artikelleden van deze beleidsregels afwijken als daaraan vasthouden voor de ontheemde gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 20. Inwerkingtreding en duur beleidsregels
- 1.
Deze beleidsregels treden in werking per 1 oktober 2025
- 2.
Deze beleidsregels worden gewijzigd indien vaststelling van nieuwe hogere regelgeving dit noodzakelijk maakt.
Artikel 21. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels Uitvoering ROOO gemeente Noardeast-Fryslân.