Gemeenteblad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2025, 418960 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Gemeenteblad 2025, 418960 | beleidsregel |
Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht
Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12, 35, 48, 51 en 55 van de Participatiewet;
Besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen: Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht
Artikel 6 Berekening draagkracht
In afwijking van lid 3 wordt voor de woonkostentoeslag als bedoeld in artikel 21 en 22, en voor de kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap als bedoeld in artikel 25, alle inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt. Lid 4 en 5 zijn in dat geval niet van toepassing.
In geval géén sprake is van een schuldenbewind vanwege verkwisting of het het hebben van problematische schulden als bedoeld in artikel 431 lid 1 onderdeel b van het Burgerlijk wetboek, Boek 1, wordt in afwijking van lid 6, ten behoeve van de berekening van draagkracht de van toepassing zijnde bijstandsnorm verhoogd met €125,-.
Hoofdstuk 3 Veel voorkomende kosten
Paragraaf 3.2 Zorgkosten en andere kosten met een medisch karakter
Voor zorgkosten wordt geen bijzondere bijstand toegekend, tenzij er sprake is van zeer dringende redenen. De zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn passende en toereikende voorliggende voorzieningen voor zorgkosten.
Artikel 14 Extra kosten maaltijdvoorziening voor de warme maaltijd
Burgemeester en wethouders verstrekken bijzondere bijstand voor de extra kosten van een maaltijdvoorziening voor de warme maaltijd, indien de noodzaak voor het gebruik van een maaltijdvoorziening is vastgesteld op basis van een geneeskundig advies, tenzij zonder dit advies vastgesteld kan worden dat deze noodzaak er is.
Paragraaf 3.3 Kosten in verband met wonen
Artikel 20 Woonkosten tijdens opname en detentie
Burgemeester en wethouders verstrekken bijzondere bijstand voor de noodzakelijke vaste kosten voor het aanhouden van een woning van een belanghebbende met een bijstandsuitkering die tijdelijk is opgenomen in een inrichting en bij wie de bijstandsnorm is omgezet naar de norm in inrichting verblijvend, indien:
Artikel 21 – Woonkostentoeslag voor huurwoningen
De woonkostentoeslag wordt vastgesteld op het verschil tussen de maandelijkse rekenhuur (conform artikel 1, onder d, van de Wet op de huurtoeslag) en het bedrag van gebruikelijke woonkosten zoals opgenomen in de bijlage “Forfaitaire bedragen” onder C, waarbij de woonkostentoeslag niet hoger is dan het maandelijkse verlies aan inkomen.
Als de rekenhuur boven de maximale huurtoeslaggrens voor huurtoeslag ligt waarover huurtoeslag wordt berekend, geldt de verplichting om zo snel mogelijk goedkopere passende woonruimte te vinden of op een andere manier de financiële middelen en de woonkosten meer met elkaar in evenwicht te brengen. Burgemeester en wethouders leggen hierbij nadere verplichtingen op.
Artikel 22 – Woonkostentoeslag voor koopwoningen
De woonkostentoeslag wordt vastgesteld op het verschil tussen de maandelijks noodzakelijke woonkosten als bedoeld in lid 3 en het bedrag van gebruikelijke woonkosten zoals opgenomen in de bijlage “Forfaitaire bedragen” onder C, waarbij de woonkostentoeslag niet hoger is dan het maandelijkse verlies aan inkomen.
Artikel 25 Kosten bewindvoerder, curatele en mentorschap
Indien de aanvraag voor deze kosten is gedaan binnen drie maanden na de datum van de uitspraak door de rechter, wordt met de bijstandsverlening aangesloten bij de ingangsdatum van de bewindvoering, mentorschap of curatele. Voor aanvragen die later dan drie maanden na de uitspraak worden gedaan, telt de eerste dag van de maand van aanvraag als ingangsdatum.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 23 september 2025
De burgemeester
Sharon A.M. Dijksma
De secretaris,
Michiel J. Ruis
Toelichting bij Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Utrecht
Bijzondere bijstand is een gebonden bevoegdheid. Dit betekent dat wanneer voldaan wordt aan de wettelijke voorwaarden van bijzondere bijstand (als bedoeld in artikel 35 van de wet) bijstand niet geweigerd kan worden.
In deze beleidsregel is een afwegingskader vastgelegd voor vaker voorkomende kosten waarvoor bijzondere bijstand verleend moet worden. Ook is invulling gegeven aan kan-bepalingen die burgemeester en wethouders op grond van artikel 35 mogen inkleuren en als laatste is zogenaamd buitenwettelijk beleid vastgelegd.
Vorm van de bijstandsverlening:
De bijzondere bijstand wordt, onverminderd de toepassing van artikel 48 van de wet, om niet verstrekt. Dus als gift en hoeft niet te worden terugbetaald.
Wanneer zich de situatie voordoet dat er bijvoorbeeld sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan of op korte termi jn kunnen beschikken over middelen kan na individuele afweging besloten worden de bijzondere bijstand als geldlening te verstrekken. In sommige gevallen volgt uit de beleidsregel op artikelniveau dat bijzondere bijstand voor bepaalde kosten de vorm van een geldlening heeft .
De uitgangspunten inzake het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand aan de hand van de opgenomen vragen volgen uit vast jurisprudentie van de CRvB ( o.a. C RvB 24-04-2007, ECLI:NL:CRVB:2007 :BA4282). Naast deze beoordeling gelden ook de algemene voorwaarden die voor algemene bijstand gelden (artikel 11 tot en met 16 van de wet). Belangrijke voorwaarde voor recht op bijzondere bijstand is dat er geen recht is als een beroep kan worden gedaan op een passende en toereikende voorliggende voorziening.
In lid 1 is het stappenplan zoals opgesteld door de CRvB opgenomen. In lid 2 is geregeld dat indien voor beschreven kosten aan de voorwaarden die in de beleidsregel zijn opgenomen wordt voldaan, de vragen over de noodzaak en bijzonderheid van de kosten niet beantwoord hoeven te worden. De kosten die voor bijzondere bijstand in aanmerking komen beperken zich nadrukkelijk niet tot de in deze beleidsregel genoemde kosten .
In afwijking van lid 1 wordt het recht op bijzondere bijstand ambtshalve vastgesteld , indien een schriftelijke of digitale aanvraag vanwege individuele omstandigheden niet mogelijk is . Dat volgt uit artikel 43 lid 1 van de wet.
Artikel 44 uit de wet is onverkort van toepassing op de bijzondere bijstand. Bij zondere bijs tand toekennen met terugwerkende kracht, dus voor kosten die zijn opgekomen voordat een aanvraag is gedaa n , mag in beginsel niet.
Voor de kosten van r echtsbijstand en bewindvoering, curatele en mentorschap gelden afwijkende regels. Indien door dringende omstandigheden van een inwoner niet verwacht kon worden dat er vooraf een aanvraag is gedaan, wordt hiervan afgeweken mits de aanvraag alsnog binnen een maand is ingediend. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een spoedbehandeling bij de tandarts vanwege plotselinge pijnklachten. Maar ook andere omstandigheden kunnen zich hierbij voordoen. Vanzelfsprekend dient het recht op bijstand nog wel beoordeeld te kunnen worden. Of de kosten al wel of niet zijn betaald door de belanghebbende, is bij de beoordeling van het recht in dit geval niet van belang. Vanzelfsprekend kunnen zich situaties voordoen waarbij er niet is voldaan aan het vooraf aanvragen én ook niet aan de voorwaarden uit artikel 3 lid 3. In individuele gevallen kan op grond van de inherente afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artike l 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht alsnog bijstand worden verstrekt indien het handelen volgens deze beleidsregel gevolgen heeft voor een belanghebbende die onevenredig is met het doel van de beleidsregels. Dat geldt niet alleen voor deze bepaling in artikel 3 maar voor de gehele beleidsregel.
Bij de uitvoering van deze regels gaan we uit van het vertrouwen dat de inwoner juiste en volledige informatie geeft en dat de belanghebbende de bijstand gebruikt voor het doel waarvoor deze wordt verstrekt . Om die reden is het uitgangspunt dat vooraf het recht wordt bepaald en de bijstand wordt uitbetaald, zonder dat eerst een rekening / betalingsbewijs moet word en overlegd . Naast de vermindering van administratieve last en het blijk geven van vertrouwen , wordt hiermee in veel gevallen ook voorkomen dat mensen noodzakelijke kosten eerst zelf moeten voorschieten en daarmee een probleem ontstaat.
Indie n in het individuele geval een gegrond e reden bestaat om aan te nemen dat de bijstand niet wordt besteed voor de toegekende kosten , kan worden afgeweken van de bepaling in lid 1. In lid 2 wordt de bestedingsverplichting opgelegd. De grondslag hiervoor is artikel 55 van de wet. Uit lid 4 volgt een belangrijk uitgangspunt, dat er gee n bewijsstukken over het inkomen worden opgevraagd die we zelf kunnen verifiëren via bijvoorbeeld Suwinet . Vanzelfsprekend moet een belanghebbende, los van deze bepaling, op verzoek gegevens aanleveren, indien dat anderszins nodig is om het recht op bijzondere bijstand vast te stellen. Een aanvrager die een lopende bijstandsuitkering ontvangt hoeft geen geg evens over inkomen en vermogen aan te leveren tenzij voor een specifieke kostensoort een andere bepaling over middelen geldt, bijvoorbeeld bij artikel 18. Een aanvrager zonder uitkering maar met een geldige U pas hoeft geen bewijs stukken over inkomen te overleggen gelet op de bepaling in artikel 6 lid 5 . In geval sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6 lid 5 en 6 kan het wel nodig zijn om bij een U pas houder naast bewijsstukken van vermogen ook bewijsstukken van inkomen op te vragen indien dit onvoldoende geverifieerd kan worden via bijvoorbeeld Suwinet .
Over inkomen waar op beslag ligt kan een belanghebbende redelijkerwijs niet beschikken en wordt dus buiten beschouwing gelaten bij het vaststellen van het inkomen in het kader van een draagkrachtberekening . Uit lid 4 volgt dat bij incidentele bijzondere bijstand de eventueel aanwezige draagkracht direct en volledig wordt verrekend. Is de draagkracht over de draagkrachtperiode hoger dan de toe te kennen noodzakelijke kosten, wordt de aanvraag afgewezen. In beginsel kan dit ook niet anders . Uit lid 5 volgt dat bij periodieke bijstand, de aanwezig draagkracht maandelijks wordt verrekend over de periode van toekenning. In afwijking van lid 4 wordt dus niet eerst alle draagkracht verrekend voordat er wordt betaald. Dit is een keuze die de gemeenten mag maken. Voor zowel de inwoner als de uitvoering is het handiger en beter uitlegbaar om bij toekenning van periodieke bijzondere bijstand draagkracht ook maandelijk s te verrekenen. Indien zich de combinatie voordoet dat bij periodiek bijstand er ook draagkracht uit vermogen is, wordt ook hier per maand over de toegekende periode rekening mee gehouden.
De draagkracht uit inkomen wordt berekend door het inkomen per maand van een belanghebbende af te zetten tegen de van toepassing zijnde bijstandsnorm (in een maand). Dat volgt uit artikel 35 van de wet . Om het maandinkomen van een belanghebbende vast te stellen wordt in principe gekeken naar de kalendermaand voorafgaand aan de bijzondere bijstandsaanvraag .
Als er sprake is van sterk wisselende inkomsten is het gemiddelde maandinkomen over de drie kalendermaanden voorafgaand aan de aanvraag het uitgangspunt. Als bij het vaststellen van het inkomen van een zelfstandig e de hoogte in redelijkheid niet is af te leiden vanuit de opgave over de voorgaande drie maanden kan naar een andere periode worden gekeken, zoals het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag .
Indien een 18, 19 of 20 jarige , in aanvulling op de reguliere bijstandsnorm bedoel in artikel 20 van de wet, aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud ontvangt als bedoeld in artikel 9 van deze beleidsregel , zetten we inkomsten af tegen de bijstandsnorm inclusief de aanvullende bij zondere bijstand.
Artikel 5 lid 3 kan voor verwarring zorgen in de context van artikel 6 lid 6 in geval van bewindvoeringskosten in combinatie met een schuldregeling van de de gemeente en de vraag of er sprake is van draagkracht bij een inkomen boven de bijstandsnorm . A ls er ruimte is in het V TL B (vrij te laten bedrag) voordat er een schuld regeling wordt opgestart is dat voorliggend en dienen de kosten van bewind voering primair uit het beschikbare inkomen te worden voldaan en is een aanvraag voor bijzondere bijstand niet aan de orde. Als de aanvraag voor bijzondere bijstand voor bewindvoer ingskosten er is voordat er een schuldregeling is wordt vanzelfsprekend gewoon rekening gehouden met alle inkomen boven de bijstandsnorm . Met de afdeling Schulddienstverlening zijn werk afspraken gemaakt over deze situaties .
Uit lid 3 volgt dat een vastgestelde draagkracht niet wijzigt gedurende de draagkrachtperiode . Omdat bij de berekening van draagkracht wordt ge rekend met inkomsten die in de toekomst liggen kan een belanghebbende hierdoor bij daling van het inkomen in die periode worden benadeeld. Op verzoek kan een nieuwe berekening worden gemaakt wat ook tot aanpass ing van het eerdere besluit kan leiden. Wijzigingen in het inkomen of vermogen moeten bij de kosten als bedoel in lid 4 direct worden doorgegeven en zullen ook direct leiden tot aanpassing van de draagkracht. Feitelijk wordt de draagkracht iedere maand opnieuw beoordeeld. Voor een eenvoudige uitvoering kiezen we ervoor de draagkracht altijd per de eerste van de maand te wijzigen.
Bij deze specifieke vorm van bijzondere bijstand zijn de draagkrachtregels niet van toepassing, maar de gebruikelijke regels voor inkomen en vermogen zoals die gelden bij algemene bijstand , inclusie f de bepaling en uit artikel 31 lid 2 en artikel 34 lid 2 van de wet.
Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding moeten er al orthodontie kosten zijn gemaakt voor het betreffende kind van € 200 0,- . ( Voor dit bedrag kan in redelijkheid worden voorzien door een aanvullende verzekering af te sluiten ) . Of de reeds gemaakte kosten worden gedekt door een aanvullende verzekering of door iemand zelf moeten worden betaald is niet van belang voor het recht op de maximale vergoeding van € 1000.
Onder dieetkosten worden verstaan: de meerkosten ten opzichte van de kosten van normale gezonde voeding. Deze meerkosten komen voort uit een (medisch noodzakelijk) dieet.
Dieetpreparaten zijn voedingsmiddelen die in vergelijking met normale voeding een gewijzigde chemische samenstelling en een gewijzigde fysische samenstelling hebben. Voorbeelden van dieetpreparaten zijn de drinkvoedingen zoals Nutridrink , Fortimel en dergelijke. De Wlz en Zvw zijn voor de kosten van dieetpreparaten een voorliggende, toereikende en passende voorzieningen.
Voedingssupplementen komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking
Verhuiskosten zijn algemeen noodzakelijke kosten welke in beginsel uit het eigen middelen v oldaan moeten worden. Bij een noodzakelijke en onvoorzienbare verhuizing wordt wel bijzondere bijstand verleend onder de voorwaarde dat de onvoorzienbaarheid en noodzaak zijn onderbouwd met objectieve bewijsstukken en bijvoorbeeld geen beroep mogelijk is op een voorliggende voorziening. Bij een medische reden kan bijvoorbeeld de Wmo een voorliggende voorziening zijn.
Het gaat in alle situaties op een periode die vrij direct aanslui t op de periode van bijvoorbeeld crisisopvang, verblijf in een inrichting of detentie . Het gaat bij dit artikel om volledige woninginrichting, waarbij er wordt gewerkt met forfaitaire bedragen. In deze bedragen zijn zowel stofferingskosten ( zoals verf, behang, etc ) als duurzame gebruiksgoederen en andere inrichtingskosten inbegrepen.
Toel ichting bij artikel 17 lid 1 onder f : het gaat om situaties vergelijkbaar met de overige doelgroepen uit dit artikel : De verhuizing is noodzakelijk. Klant heeft geen eigen woninginrichting of kan hier niet over beschikken. Klant betrekt eigen woning in Utrecht.
Kosten voor vervanging van d uurzame gebruiksgoederen zoals de wasmachine, kookplaat en koelkast zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaa n welke uit eigen middelen voldaan moeten worden . Op basis van dit (buitenwettelijk begunstigende) artikel is bepaald dat bepaalde kosten onder bepaalde omstandigheden wel voor bijstandsvertrekking in aanmerking komen . De gewone draagkrachtregels uit hoofdstuk 2 zijn van toepassing. In lid 3 is echter in aanvulling daarop bepaald dat als een belanghebbende bij aanvraag een hoger vermogen heeft dan 1 x keer de bijstandsnorm (waarbij art.34 lid 2 van de wet buiten toepassing blijft) er geen recht bestaat op bijstand voor deze kosten. In dat geval kan iemand direct zelf voorzien in deze kosten e n worden de kosten niet beoordeeld als kosten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden.
Bijzondere bijstand voor de kosten van een eerste babyuitzet word en in beginsel alleen toegekend voor een eerste kindje. In de omstandigheid dat het niet om een eerste kindje gaat maar de belanghebbende geen babyspullen meer heeft en dit in redelijkheid niet verwijtbaar is, wordt bijstand toegekend.
De bepalingen in lid 1 onder b en lid 2 onder e zijn opgenomen omdat in die situatie in beginsel een achterblijvend persoon de woonkosten op zich kan nemen. Vanzelfsprekend moet wel beoordeeld worden of dit in een specifieke situatie ook mogelijk is. Wanneer er sprake is van een achterblijvende partner is bijzondere bijstand voor de doorbetaling van de woonkosten nooit aan de orde.
De W et op de h uurtoeslag is voor alle huurwoningen (zelfstandig en onzelfstandig en ongeacht de hoogte van de huur en ongeacht of feitelijk huurtoeslag wordt ontvangen ) aan te merken als een voorliggende voorziening die toereikend en passend i s.
In artikel 21 wordt in afwijking van dat uitgangspunt geregeld dat voor een zelfstandige huurwoning onder de genoemde voorwaarden toch bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag wordt verstrekt.
Zowel voor woonkostentoeslag voor een huurwoning als koopwoning geldt een maximale termijn van 12 maanden. Wanneer de rekenhuur boven de maximale ( gesubsidieerde) huurgrens ligt of in geval van een koopwoning worden altijd nadere verplichtingen opgelegd om zo snel mogelijk goedkopere passende woonruimte te vinden of op een andere manier de financiële middelen en de woonkosten meer met elkaar in evenwicht te brengen. Op basis van de in dividu ele omstandigheden en de ingeschatte mogelijkheid om op kortere termijn een oplossing te vinden voor de hoge woonkosten waarvoor bijstand wordt verstrekt, kan een kortere periode toegekend worden dan 12 maanden.
Alleen in uitzonderlijke situaties kan op basis van de i nherente afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 4.84 van de Awb worden afgeweken van de maximale termijn van 12 maanden. Daarbij moe t in ieder geval door belanghebbende aantoonbaar zijn voldaan aan alle nadere verplichtingen die zijn opgelegd .
Wanneer d e situatie zich voordoet dat de WKT langer dan 12 maanden moet worden verstrekt heeft bijzonder bijstand altijd de vorm van een geldlening in geval van :
Wanneer er sprake is van h ypotheekrenteaftrek in de vorm van een Voorlopige Teruggaaf of fiscale aftrek achteraf wordt hiermee rekening gehouden. Het voordeel van de hypotheekrenteaftrek wordt meegenomen bij de bepaling van het inkomen en dus bij de draagkrachtberekening.
De situatie kan zich voordoen dat een belanghebbende zowel algemene bijstand ontvangt als woonkostentoeslag. De V oorlopige T erugga af kan niet 2 keer als inkomen in aanmerking worden genomen. I n dat geval wordt de te ruggave in mindering gebracht op de woonkostentoeslag.
D e wijze waarop de hoogte van de woonkostentoeslag wordt vastgesteld is geregeld in artikel 21 lid 3 en 22 lid 4. Na vaststelling van de woonkostentoeslag moet vervolgens nog rekening worden gehouden met de maandelijkse draagkracht.
De Wet op de Rechtsbijstand ( Wrb ) is een voorliggende voorziening die de financiering van rechtsbijstand voor mensen met een laag inkomen regelt. De Raad voor Rechtsbijstand voert de Wrb uit en beslist op verzoek om een toevoeging voor een rechtsbijstandsverlener. De Raad regelt ook de betaling aan de advocaat.
De Wrb dekt alleen geen griffiegelden, de kosten die je betaalt om een zaak bij de rechtbank in te dienen. Daarnaast moet de persoon die hulp zoekt een eigen bijdrage betalen aan de advocaat. Deze bijdrage hangt af van het inkomen van die persoon. De kosten voor de eigen bijdrage en griffiegelden kunnen wel in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Als iemand vraagt om bijstand voor deze kosten, moet de gemeente volgens artikel 35 van de Participatiewet beoordelen of die bijstand terecht is. De gemeente moet ervan uitgaan dat de rechtsbijstand nodig is, als er een toevoeging is verleend .
Een belanghebbende is verplicht een verzoek tot peiljaarverlegging te doen indien hij een toevoeging heeft ontvangen met een hoge eigen bijdrage en het actuele inkomen lager is dan 2 jaar geleden. Het verzoek moet binnen zes weken na de eerste beslissing over de eigen bijdrage zijn ontvangen door de Raad voor de Rechtsbijstand.
Reiskosten zijn incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan welke uit het eigen inkomen betaald moeten worden. Dat geldt ook voor incidentele kosten voor het bezoek aan familieleden die bijvoorbeeld in detentie of in het ziekenhuis liggen.
In dit artikel is alleen geregeld de noodzakelijke bezoeken aan familieleden. Andere reiskosten ( zoals eigen kosten geneeskundige behandeling) vallen hier niet onder. Uiteraar d zullen andere verzoeken voor bijzondere bijstand voor reiskosten zelfstandig op basis van de algemene BB uitgangspunten moeten worden beoordeeld (artikel 2)
Om de noodzaak van het bezoek vast te stellen dienen vooraf bewijsstukken te worden overlegd over de opname en de opnameduur, zoals een b ewijs van behandeling (afsprakenkaart) , o pname bewijs, detentieverklaring, bewijs van uit huisplaatsing van het kind . De consulent bepaalt op basis daarvan de periode van toekenning.
Berekening route reisdoel via de ANWB routeplanner voor het openbaar vervoer (OV) of kilometers als men reist met de auto (optie ‘kortste route’).
We hanteren in principe een maximaal bedrag van € 250 per toekenning (per jaar). Hiervan kan in bijzondere situatie van afgeweken worden.
In bijzondere situaties, zoals terminale ziekte of een advies van reclassering of instelling, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.
Zie de toelichting bij artikel 6 voor situaties waarbij er sprake is van een schuldregeling en een inkomen boven de bijstandsnorm. In die gevallen zal eerst naar een verhoging van het VTLB moeten worden gekeken voordat er bijstand kan worden beoordeeld.
In eerste instantie is de eventuele (huwelijks)partner voor de kosten aansprakelijk en vervolgens familieleden in de 1e graad, dan wel enig andere erfgenaam.
De begrafeniskosten zijn voor rekening van de opdrachtgever, welke daarvoor zonodig de nabestaanden kan aanspreken. De nabestaanden, voor zover zij erfgenaam of bloedverwant zijn en op grond van artikelen 392 – 396 BW:1 tot onderhoud van de overledene verplicht zijn, kunnen ieder afzonderlijk voor hun aandeel in de kosten, bijstand aanvragen in de gemeente waarin zij woonachtig zijn.
Er kan slechts bijstand worden toegekend indien de nabestaanden over onvoldoende middelen beschikken om de begrafeniskosten te betalen. Ook dient er rekening te worden gehouden met de eigen middelen van de overledene, de draagkracht van de aanvrager, alsmede met de noodzakelijke kosten van lijkbezorging.
In principe blijven besluiten, waaronder ook de vastgestelde draagkracht en draagkrachtperiode die zijn genomen onder de RBBU ongewijzigd.
Een uitzondering hierop zijn de besluiten waarbij er periodieke bijzondere bijstand is verstrekt de kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap. Deze lopen door tot uiterlijk 1 februari 2026. Personen die periodieke bijzondere bijstand toegekend hebben gekregen voor deze kosten voor een periode die doorloopt na 1 oktober 2025, moeten tijdig doormiddel van een besluit op de hoogte worden gesteld van de intrekking van het eerder genomen besluit per 1 februari 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-418960.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.