Gemeenteblad van Ooststellingwerf
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2025, 417034 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2025, 417034 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Ooststellingwerf
gelezen de tekstinhoud van ”Programma Duurzaamheid” d.d. DATUM
Besluit:
"Programma Duurzaamheid" opgenomen in Bijlage A vast te stellen.
Aldus vastgesteld door Gemeente Ooststellingwerf, DATUM
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Ooststellingwerf
In de inleiding beschrijven we waarom we een nieuw programmaplan vaststellen, de beleids- en wettelijke kaders, de relatie met andere onderwerpen en uitdagingen die op ons af komen. Ook kijken we terug naar wat we in de periode 2021-2025 hebben gerealiseerd.
In de themahoofdstukken zijn per thema de ambitie en speerpunten uitgewerkt. De ambitie en speerpunten beschrijven wat we willen bereiken: het gewenste resultaat in 2030. Per speerpunt stellen we meetbare doelen vast. Hiermee geven we aan hoe we meten of we het gewenste resultaat hebben gehaald. Vervolgens beschrijven we in de tabel “wat gaan we doen” op hoofdlijnen de acties per thema. Per thema beschrijven we met welke beleidsvelden en organisaties we samenwerken aan een actie, wanneer we de actie gaan uitvoeren en de raakvlakken tussen de zes thema’s. Na de themahoofdstukken beschrijven we hoe we de participatie vormgeven, de monitoring en borging, het financieel kader en de risico’s. In de Bijlage 1 - Begrippenlijst is een begrippenlijst opgenomen.
In Ooststellingwerf werken we sinds 2021 aan het programma Duurzaamheid. Hiervoor is een programmaplan opgesteld: Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025. Het huidige programmaplan loopt tot en met 2025. Het onderwerp duurzaamheid is nog niet af. Daarom stellen we een nieuw programmaplan op voor de periode 2026-2030.
Bestaand beleid is vertrekpunt
In 2021 is het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 vastgesteld. Op basis van dit plan is de afgelopen beleidsperiode gewerkt aan de duurzaamheidsambitie: ‘wij willen in 2030 CO2 neutraal zijn’. Dit is verder vertaald in drie thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptatie en Circulaire samenleving[1]. Voor elk van deze drie thema’s is een doel geformuleerd:
Energietransitie: Ooststellingwerf energieneutraal.
Klimaatadaptatie: klimaatbestendig Ooststellingwerf.
Circulaire samenleving: meer gesloten kringlopen in Ooststellingwerf.
Om de ambitie ‘CO2 neutraal in 2030’ te realiseren zijn in de periode 2021-2025 veel stappen gezet (zie Bijlage 7 - Terugblik Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025). Ook is er geïnvesteerd in het neerzetten van een goede structuur om aan de slag te gaan met duurzaamheid. Bijvoorbeeld in de vorm van extra capaciteit voor het programma Duurzaamheid, het vaststellen van uitvoeringsplannen per thema, maar ook in de ondersteuning van inwoners bij verduurzamingsvraagstukken door
bijvoorbeeld de inrichting van het OWO-energiebureau. Het nieuwe programmaplan voor de periode 2026-2030 bevat daarom geen volledig nieuwe koers. De komende beleidsperiode 2026-2030 werken we verder aan onze ambitie CO2 neutraal in 2030 en voeren we de vastgestelde uitvoeringsplannen voor de drie thema’s uit.
We scherpen aan waar nodig
We voegen drie thema’s toe aan het nieuwe programmaplan. Het gaat om de thema’s Biodiversiteit, Duurzaam landelijk gebied en Sociale duurzaamheid. De thema’s Biodiversiteit en Duurzaam landelijk gebied zijn geen nieuwe thema’s: we werken hier nu ook al aan. We ervaren echter dat deze thema’s op dit moment nog onvoldoende belicht zijn in het huidige programmaplan. Het thema Sociale duurzaamheid, waarbij het gaat over een duurzame samenleving die voor alle inwoners toegankelijk is, voegen we toe. De thema’s in het nieuwe programmaplan 2026-2030 zijn:
Duurzaam landelijk gebied
Sociale duurzaamheid
Biodiversiteit
Circulaire samenleving
Energietransitie
Klimaatadaptatie
We verwachten in 2030 op het gebied van energie CO2 neutraal te zijn. Door landbouw, landgebruik en productie van materialen worden broeikasgassen uitgestoten, zoals methaan en CO2. Deze uitstoot van broeikasgassen is niet in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 meegenomen. In dit programmaplan nemen we deze uitstoot wel mee. Hierbij sluiten we aan bij de Europese en landelijke doelstellingen om in 2050 CO2 equivalent-neutraal[2] te zijn. De totale uitstoot van CO2-equivalenten in gemeente Ooststellingwerf was 310 kton in 2021[3]. In de tabel in de bijlage Bijlage 2 - Uitstoot CO2-equivalenten kton Ooststellingwerf 1990 en 2021 is te zien hoeveel uitstoot van CO2-equivalenten uit welke sector komt in 1990 en 2021.
Een programmaplan op hoofdlijnen
Duurzaamheid is een breed onderwerp. Er zijn veel raakvlakken met andere beleidsvelden en ook de zes thema’s staan in verbinding met elkaar. Dit hebben we meegenomen in de ontwikkeling van dit programmaplan. Ook beschrijven we in dit plan per thema met welke beleidsvelden en organisaties we samenwerken aan een actie en welke thema’s een actie raakt. Hiermee maken we de samenhang zichtbaar. Dit programmaplan is een plan op hoofdlijnen. Het geeft kaders voor de komende beleidsperiode. De vertaling naar concrete uitvoeringsplannen (zoals voor de huidige thema’s) volgt nadat dit plan is vastgesteld.
De speerpunten per thema zijn breed geformuleerd
Dat maakt dat de speerpunten ook toepasbaar zijn voor een langere periode dan de beleidsperiode van dit plan: 2026-2030. Op deze manier houden we de mogelijkheid om na 2030 verder te gaan op dezelfde koers en aan te scherpen. Dit zorgt voor continuïteit in beleidsvoering en geeft duidelijkheid over wat het uiteindelijke doel is waar we naar toe willen werken. In de toelichting per thema werken we onze focus voor de periode 2026-2030 uit.
De afgelopen beleidsperiode is er al veel gedaan
We gaan verder met wat al goed gaat. Waar het nodig is gaan we meer doen, maken we aanpassingen en/of scherpen we aan. In het plan laten we per thema met een aantal concrete voorbeelden zien wat we al doen. Een terugblik op wat er de afgelopen beleidsperiode is gedaan, is terug te vinden in de Bijlage 7 - Terugblik Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025.
[1]Van Circulaire economie naar Circulaire samenleving: in het hoofdstuk Circulaire samenleving leggen we uit waarom de naam van dit thema is aangepast.
[2] Binnen een CO2 eqv-neutraal systeem is de uitstoot van broeikasgassen zo ver mogelijk gereduceerd en de restuitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. De uitstoot van broeikasgassen is dus netto nul. Bronnen: fet-kennisdocument-tbv--friese-energievisie.pdf en CO2-equivalenten | CBS
[3] CO2 routekaart 2030 , Berenschot, september 2024.
Duurzaamheid heeft raakvlakken met veel beleidsvelden binnen de gemeente. De collega’s van deze beleidsvelden zijn betrokken bij de totstandkoming van dit plan. Een procesbeschrijving van de totstandkoming van dit programmaplan leest u terug in de bijlage Bijlage 3 - Totstandkoming programmaplan.
De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente namens onze inwoners. In maart 2025 heeft de Adviesraad haar input gegeven op het proces. In mei 2025 is de Adviesraad gevraagd om een formeel advies uit te brengen op het programmaplan, specifiek het thema Sociale duurzaamheid. Het advies van de Adviesraad is als bijlage toegevoegd Bijlage 10 - Adviezen en reactienota. In het hoofdstuk 10 Participatie beschrijven we hoe we de participatie verder vormgeven.
Duurzaamheidsbeleid is niet vrijblijvend. Er zijn meerdere wettelijke kaders die vastleggen waar we als gemeente aan moeten voldoen op het gebied van duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld de Europese en Nederlandse Klimaatwet en de Europese Green Deal. In de Klimaatwet staat dat we in 2030 minstens 55% van onze uitstoot van broeikasgassen gereduceerd moeten hebben ten opzichte van 1990. De Green Deal kijkt nog breder: hier gaat het onder andere over klimaatactie, circulaire economie, biodiversiteit en duurzame landbouw. Het is dus niet altijd de vraag wat we wensen rondom duurzaamheid, maar vaak ook een kwestie van wettelijke kaders waar we aan moeten voldoen. In Bijlage 4 - Wettelijke kaders is een overzicht van de wettelijke kaders met toelichting opgenomen.
Het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2026-2030 is gericht op het verder ontwikkelen, borgen en continueren van de ontwikkelingen die zijn ingezet. Bestaande beleidskaders zijn het vertrekpunt. Een overzicht van bestaande beleidskaders is terug te vinden in Bijlage 5 - Beleidskaders.
Hoe ziet Ooststellingwerf eruit in 2040? Hoe zorgen we ervoor dat Ooststellingwerf ook in de toekomst een aantrekkelijke plek blijft om te wonen, werken en leven? Met deze vragen wordt gewerkt aan de Toekomstvisie voor de gemeente. De Toekomstvisie voor Ooststellingwerf is dus breder dan alleen duurzaamheid. Vanuit het programma Duurzaamheid haken wij aan bij het proces van de Toekomstvisie en brengen de input vanuit het nieuwe programmaplan in. Zo zorgen we ervoor dat de inhoud op elkaar aansluit en elkaar versterkt. We hebben voor dit nieuwe programmaplan bijvoorbeeld gebruik gemaakt van uitkomsten van de trendverkenning van Planbureau Fryslân over hoe inwoners kijken naar de toekomst, specifiek voor klimaat en natuur. Eind 2025 wordt de Toekomstvisie voorgelegd aan de gemeenteraad.
In november 2021 is de Omgevingsvisie Ooststellingwerf[1] vastgesteld. De Omgevingsvisie komt voort uit de Omgevingswet en is de visie van de gemeente op onze leefomgeving. De Omgevingswet gaat uit van een dynamisch systeem van plannen maken en werkt met de beleidscyclus, zie figuur hieronder. Deze cyclus zorgt ervoor dat we steeds aansluiten bij de wensen en uitdagingen van dat moment. Met dit nieuwe programmaplan werken we de duurzaamheidsambities uit de Omgevingsvisie verder uit.

De Omgevingsvisie gaat uit van de vier milieubeginselen
De vier milieubeginselen zijn vastgelegd in de Omgevingswet[2] en vloeien voort uit het Europees Verdrag[3]. Het zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Er zijn vier regels:
Het voorzorgsbeginsel: dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze negatief zijn voor het milieu.
Het beginsel van preventief handelen: we proberen milieuvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat we vooraf maatregelen nemen om een negatief gevolg van een activiteit te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat.
Het beginsel van bestrijding aan de bron: dit betekent dat we bij een negatief gevolg als eerste kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan worden veranderd. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen bij het bedrijf zelf toe te passen.
Het beginsel de vervuiler betaalt: dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen. Dat is bijvoorbeeld het opruimen van vervuiling of het aanleggen van een wal die het geluid keert bij een woonwijk.
[1]
Omgevingsvisie
[2] wetten.nl - Regeling - Omgevingswet - BWBR0037885
[3] Artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
In het eerste kwartaal van 2025 is er voor het Landelijk gebied een programma opgestart. Vanuit het programma Landelijk gebied wordt gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied in onze gemeente. Het programma Landelijk gebied en het programma Duurzaamheid hebben raakvlakken met elkaar. Onder het thema Duurzaam landelijk gebied in dit plan beschrijven we de samenhang tussen beide programma’s en welk onderwerp vanuit het programma Duurzaamheid wordt opgepakt.
Het gemeentelijke accommodatiebeleid gaat over gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals het gemeentehuis, zwembad, dorpshuizen, de meeste sportaccommodaties en schoolgebouwen. Het accommodatiebeleid heeft raakvlakken met het programma Duurzaamheid, omdat we met de verduurzaming van vastgoed het goede voorbeeld geven en het bijdraagt aan onze duurzaamheidsambities.
Het gemeentelijk woonbeleid en het programma Duurzaamheid hangen nauw met elkaar samen. In de woon(zorg)visie 2022-2026 is het thema leefbaarheid en duurzaamheid opgenomen, waarin de opgave van het verduurzamen van de huidige woningvoorraad staat beschreven. Vanuit het programma Duurzaamheid vinden wij het belangrijk dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling van woonwijken zoveel mogelijk ingezet wordt op duurzaamheid. Hierbij houden we rekening met de doelen over de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen. Ook voor de verduurzaming van de bestaande woonvoorraad werken we samen, onder andere in de prestatieafspraken met de woningcorporaties. In 2025/2026 wordt het gemeentelijke woonbeleid geactualiseerd. Vanuit het programma Duurzaamheid haken wij aan bij dit proces en zorgen we ervoor dat de plannen op elkaar aansluiten.
Voor het traject van de Toekomstvisie heeft Planbureau Fryslân inzichtelijk gemaakt welke uitdagingen er op gemeente Ooststellingwerf af komen richting 2040. Hierbij is, naast demografische cijfers, ook gebruik gemaakt van de uitkomsten van de trendverkenning van het Planbureau Fryslân over hoe inwoners kijken naar de toekomst[1]. De uitdagingen en ervaringen van inwoners gerelateerd aan duurzaamheid worden hieronder beschreven.
Uitdaging: grote opgaven in de gedeelde ruimte
Het grootste deel van het grondgebied van gemeente Ooststellingwerf bestaat uit agrarische grond: 72%. Daarnaast is 20% bos en open natuurlijk terrein en 3% bestaat uit woonterrein[2]. Voor deze gedeelde ruimte liggen er grote opgaven vanuit duurzaamheid om onze gemeente ook voor onze toekomstige generaties leefbaar te houden. Bijvoorbeeld de overgang naar een duurzaam energiesysteem, opgaven in de landbouw, het vergroten van de biodiversiteit en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving. Daarnaast liggen er ook vanuit andere beleidsvelden opgaven, bijvoorbeeld voor wonen, verkeer en vervoer, water, riolering, recreatie en toerisme. We hebben dus te maken met een complexe ruimtelijke puzzel met verschillende opgaven die impact hebben op onze ruimte.
Hoe gaan we met deze uitdaging om?
Deze uitdaging vraagt van ons dat we opgaven integraal bekijken. Vanuit het programma Duurzaamheid doen we dit door vanaf het begin aan te haken bij nieuwe projecten of ontwikkelingen die onze duurzaamheidsthema’s raken. Zo kunnen we op tijd het gesprek voeren over onze doelstellingen en samen per project of ontwikkeling kijken naar wat haalbaar en te realiseren is. In dit programmaplan maken we daarom bij de geformuleerde acties zichtbaar met welke beleidsvelden wij de samenwerking opzoeken in de uitvoering.
Uitdaging: klimaatverandering gaat door
Het veranderende klimaat is zichtbaar in metingen van neerslag, temperatuur en verdamping. We zien een toename in de hoeveelheid neerslag per jaar, maar deze neerslag valt in kortere periodes. De gemiddelde jaartemperatuur (zomer en winter) neemt sinds 1980 fors toe[3]. De zomers zijn vaker heet en droog. Ernstige neerslagtekorten komen vaker voor. Voor het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 hebben we inzichtelijk gemaakt wat klimaatverandering voor onze gemeente betekent. Een overzicht hiervan leest u terug in Bijlage 6 - Wat betekent klimaatverandering voor Ooststellingwerf.
Wat ervaren inwoners?
Uit de trendverkenning van Planbureau Fryslân blijkt dat 37% van de inwoners van de regio Zuidoost-Fryslân aangeeft te ervaren dat de ontwikkeling van het Friese landschap in de afgelopen vijf jaar achteruit is gegaan[4]. 50% van de inwoners ervaart dat de biodiversiteit achteruit gaat[5]. Inwoners maken zich vooral zorgen over[6]:
Het verdwijnen van bomen, heggen en houtwallen (75%);
Het verdwijnen van planten en dieren (72%);
De komst van invasieve soorten (bijvoorbeeld de Japanse Duizendknoop, de Nijlgans of watercrassula) (72%);
Het verstenen van particuliere tuinen (71%);
De verslechterde waterkwaliteit (69%) en het gebruik van bestrijdingsmiddelen (69%).
In 2024 is er een vragenlijst uitgezet onder de inwoners voor het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030. Het inwonerspanel[7] is gevraagd naar hun zorgen over klimaatverandering. Daaruit blijkt dat 71% van de inwoners van Ooststellingwerf zich zorgen maken over klimaatverandering in de toekomst. De negatieve effecten van droogte worden het meest ervaren, gevolgd door hitte en daarna wateroverlast. Zo ervaart 52% van de inwoners van Ooststellingwerf droogte in de tuin/bij beplanting, 32% gezondheidsproblemen door de hitte en 26% overlast van regenwater in de tuin.
Hoe gaan we met deze uitdaging om?
Er zijn twee manieren om met klimaatverandering om te gaan:
Klimaatmitigatie: de oorzaak van klimaatverandering aanpakken, dus de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Het probleem bij de bron oplossen.
Klimaatadaptatie: aanpassen aan het veranderde klimaat en klimaatbestendig worden. De schade proberen te beperken.
Vanuit het programma Duurzaamheid ligt onze focus op klimaatmitigatie: de oorzaak van klimaatverandering aanpakken en het probleem bij de bron oplossen. We werken hieraan vanuit de thema’s Biodiversiteit, Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Circulaire samenleving en Energietransitie. Daarbij is ons uitgangspunt voor de lange termijn (zie hoofdstuk 3) om een balans te creëren waarbij iedereen genoeg heeft om goed te leven, zonder de grenzen van de planeet te beschadigen. We zetten dus in op systeemverandering en gedragsverandering. Dit doen we in verbinding: we zorgen voor elkaar, maar ook voor onze toekomstige generaties. Bij acties en beslissingen houden we rekening met de lange termijn gevolgen voor de aarde, de samenleving en onze toekomstige generaties. Vanuit het thema Klimaatadaptatie proberen we de schade veroorzaakt door klimaatverandering te beperken. Hiervoor heeft de gemeenteraad in november 2024 het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. We richten ons met dit plan op het klimaatbestendig maken van Ooststellingwerf richting 2030. We voorzien wel dat we ook na 2030 steeds meer maatregelen moeten nemen om klimaatbestendig te zijn, omdat de klimaatverandering verder gaat.
[1] Dashboard Planbureau Fryslân: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
[2] Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, bodemgebruik Ooststellingwerf, jaar 2017 (meest recente cijfers).
[3] Bron KNMI, verder uitgewerkt in het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf , pagina 9.
[4] Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, inwonersperspectief op ontwikkeling Friese landschap in laatste vijf jaar, regio Zuidoost-Fryslân, 2024: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
[5] Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, ervaren verandering van de biodiversiteit, regio Zuidoost-Fryslân, 2024: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
[6] Dashboard Planbureau Fryslân, natuur en landschap, bezorgdheid over ontwikkelingen in de natuur en het landschap, regio Zuidoost-Fryslân, 2024: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
Als gemeente hebben we verschillende rollen. Afhankelijk van onze rol hebben we meer of minder invloed op het realiseren van onze ambities. Rollen die we als gemeente hebben zijn:
Realiserend: we voeren zelf maatregelen uit in ons eigendom: de openbare ruimte en ons maatschappelijk vastgoed.
Regulerend: we stellen regels vast vanuit onze rol als bevoegd gezag.
Samenwerkend: we werken samen met inwoners, ondernemers, organisaties en andere overheden aan acties. We maken gebruik van netwerken om thema’s aan te kaarten op provinciaal, landelijk en Europees niveau.
Stimulerend: we stimuleren inwoners, ondernemers en organisaties om maatregelen te nemen. Dit doen we door middel van inspireren, kennisdeling, werken aan het vergroten van bewustwording of het beschikbaar stellen van subsidie.
Vanuit de rollen realiserend en regulerend staan we zelf aan het roer en hebben we direct invloed. Vanuit de rollen samenwerkend en stimulerend werken we samen of proberen we door middel van inspireren, kennisdeling of subsidies een beweging in gang te zetten. Bij de uitwerking van de thema’s hebben we rekening gehouden met de mate van invloed en rol die wij als gemeente hebben.
In de bijlage Bijlage 7 - Terugblik Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 is een overzicht opgenomen met de acties uit het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 met een terugblik op wat we de afgelopen periode hebben gerealiseerd. De belangrijkste conclusies uit de evaluatie zijn:
Er zijn veel acties uit het programmaplan 2021-2025 uitgevoerd en afgerond. Veel van de acties zijn structureel geborgd in de organisatie. Dit staat beschreven in de bijlage Bijlage 7 - Terugblik Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025.
In het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 zijn een aantal ambities opgenomen. Tijdens de evaluatie bleek dat het lastig was om het behaalde resultaat van een actie te koppelen aan de ambitie. In dit plan nemen we daarom per speerpunt meetbare doelen op.
Bij het opstellen van het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 was niet voorzien dat er vanuit de Rijksoverheid in deze periode veel inzet gevraagd zou worden op het thema Energietransitie. De Rijksoverheid heeft hiervoor ook extra geld aan gemeenten beschikbaar gesteld. Daardoor is er de afgelopen periode extra ingezet op acties rondom het thema Energietransitie. Dit had gevolgen voor de uitvoering van het thema Circulaire economie. De uitwerking van de acties van dit thema en de uitvoering van de Circulaire Uitvoeringsstrategie liggen achter op planning.
In 2015 hebben de landen die lid zijn van de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (hierna SDG’s of Global Goals) aangenomen. De SDG’s zijn 17 wereldwijde strategische doelen die ontwikkeld zijn om tegen 2030 een groenere, eerlijkere en betere wereld voor iedereen te bereiken. In 2022 heeft gemeente Ooststellingwerf de status van Global Goals gemeente gekregen. Dit betekent dat wij ons verbinden aan het behalen van de 17 SDG’s. Met dit programmaplan werken we aan de SDG’s.
SDG 13 Klimaatactie staat centraal in het programma Duurzaamheid
SDG 13 is gericht op de aanpak van de door mensen veroorzaakte klimaatcrisis. Deze doelstelling gaat over actie nemen om klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Met de thema’s in dit programmaplan werken we aan dit doel.
Daarnaast werken we ook aan andere SDG’s
In het plan geven we per thema weer welke SDG’s dit zijn. Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de SDG’s per thema. Hierbij is bij de beschrijving van de SDG de vertaling gemaakt naar de situatie in Nederland/Ooststellingwerf. Bijvoorbeeld: voor SDG 2 (geen honger) ligt in Nederland de focus op een duurzame landbouw.
Thema | Sustainable Development Goals |
Duurzaam landelijk gebied | SDG 2: Geen honger à duurzame landbouw |
Sociale duurzaamheid | SDG 1: Geen armoede à duurzame energie voor iedereen toegankelijk |
Biodiversiteit | SDG 3: Goede gezondheid en welzijn |
Circulaire samenleving | SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie à circulaire productie en consumptie |
Energietransitie | SDG 7: Betaalbare en duurzame energie à toegang tot duurzame en betaalbare energie |
Klimaatadaptatie | SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen à veilige, inclusieve en gezonde dorpen |
Zoals aangegeven in de inleiding bevat dit programmaplan geen volledig nieuwe koers. We werken de komende beleidsperiode 2026-2030 verder aan onze ambities richting 2030. Voor de langere termijn na 2030 hebben we behoefte aan een kader, waarmee we stap voor stap naar een duurzaam Ooststellingwerf toewerken. De SDG’s zijn vastgesteld tot 2030. We willen verder kijken dan 2030. Daarom stellen we voor de lange termijn twee uitgangspunten vast gebaseerd op de Sustainable Development Goals, het Donut model van Kate Raworth en het toekomstige generatie principe (zie Bijlage 8 - Achtergrond uitgangspunten lange termijn voor een toelichting). Deze uitgangspunten geven richting aan beslissingen en acties voor de lange termijn. Het gaat om de uitgangspunten balans en verbinding.
Balans
Met balans bedoelen we dat we de behoeften van onze inwoners en de grenzen van onze planeet respecteren: we zorgen ervoor dat iedereen genoeg heeft om goed te leven, zonder de aarde te beschadigen.

Verbinding
Met verbinding bedoelen we dat we zorgen voor elkaar, maar ook zorgen voor onze toekomstige generaties. Bij acties of beslissingen denken we na over de lange termijn gevolgen voor de aarde, samenleving en toekomstige generaties. Op deze manier beschermen we de aarde en houden haar in stand voor onze kinderen.

Hoe maken we de uitgangspunten meetbaar?
Met een SDG-monitor brengen we in kaart waar we nu staan en meten we aan het einde van de beleidsperiode waar we in 2030 staan. We gebruiken hiervoor de SDG-monitor[1] van waarstaatjegemeente.nl. Daarnaast monitoren we aan de hand van de toetsingsinstrumenten die we per thema benoemen.
Relatie SDG’s en Brede welvaart
SDG’s zijn wereldwijde duurzaamheidsdoelen waar Nederland in binnenland en buitenland aan werkt. Brede welvaart stelt het welzijn van de mens centraal en niet alleen de financiële welvaart (Bruto Binnenlands Product). Het is een methode om welzijn, welvaart, duurzaamheid en ongelijkheid in de Nederlandse samenleving te meten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek brengt jaarlijks Brede welvaart en SDG’s in beeld voor Nederland in de Monitor Brede Welvaart en Sustainable Development Goals[2]. Brede welvaart helpt dus om te meten hoe wij er in Nederland voor staan, ook op het gebied van de 17 SDG’s[3].
[1]SDG-monitor: Sustainable Development Goals rapport - Inleiding - Ooststellingwerf
[3] Een overzicht van hoe de SDG’s aansluiten bij de Brede welvaart thema’s is terug te vinden op: Sustainable Development Goals (SDG’s) en brede welvaart | Kenniscentrum voor beleid en regelgeving
Een groot deel van de gemeente Ooststellingwerf bestaat uit landelijk gebied. Met het landelijk gebied bedoelen we in dit programmaplan de landbouw- en natuurgebieden in onze gemeente. Binnen dit thema richten we ons vanuit het programma Duurzaamheid specifiek op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Naast het programma Duurzaamheid wordt vanuit het programma Landelijk gebied gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Dit is breder dan de uitstoot van broeikasgassen. Een toekomstbestendig landelijk gebied gaat ook over de leefbaarheid, duurzame landbouw en een economisch perspectief voor onze boeren. In de uitvoering liggen hier ook raakvlakken met thema’s uit het programma Duurzaamheid. Daarom werken we in de uitvoering nauw samen met het programma Landelijk gebied, zodat de programma’s elkaar versterken.

Het landelijk gebied van Ooststellingwerf heeft een positieve impact op het klimaat.

1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht.
In het landelijk gebied spelen veel ontwikkelingen die invloed hebben op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Zo wordt in het Fochteloërveen door kadeherstel het veengebied vernat. Een deel van de dierhouderijen stoppen door invloed van landelijke stoppersregelingen. Ook zijn er veel initiatieven voor vergisting van mest. Tenslotte zijn er initiatieven voor andere teelten waarmee CO2 opgeslagen wordt in materialen. Dit alles heeft invloed op de uitstoot of afvang van broeikasgassen. Wij monitoren de ontwikkelingen. We informeren over de mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Bijvoorbeeld over de bodem en gewassen die CO2 kunnen binden en opslaan in organisch materiaal. We stimuleren het terugbrengen van boomsingels en heggen, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorie. We faciliteren de omschakeling naar andere teelten, zoals plantaardige eiwitbronnen of teelten die biobased materialen opleveren (bijvoorbeeld vezelhennep en vlas). Door mest te verwerken, wordt methaan omgezet om onze woningen te verwarmen, in plaats van uitstoot van dit sterke broeikasgas. Op de boerenerven wordt steeds meer duurzame energie opgewekt.
Voor het speerpunt hebben we meetbare doelen geformuleerd, om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Bij het formuleren van de meetbare doelen houden we rekening met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom formuleren we alleen meetbare doelen voor de onderwerpen waarbij we zelf aan het roer staan. De meetbare doelen zijn:
Speerpunt | Meetbaar doel | Toetsing |
1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht. | Jaarlijks monitoren we de reductie van uitstoot van broeikasgassen vanuit landbouw en landgebruik. | Rapportage Berenschot |
In 2030 is het aandeel bosareaal en teelten van biobased materialen toegenomen ten opzichte van 2026. | Nulmeting 2026 | |
We organiseren jaarlijks een kennisbijeenkomst over mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen in het landelijk gebied. | Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid). |
In onderstaande tabel beschrijven we welke acties we de komende periode uitvoeren om onze ambities te halen. De acties zijn geformuleerd op hoofdlijnen. Voor het thema Duurzaam landelijk gebied werken we concrete acties voor het speerpunt verder uit in een uitvoeringsplan met uitvoeringsagenda. In de tabel beschrijven we ook met welke beleidsvelden intern en samenwerkingspartners extern we in de uitvoering samenwerken, de planning en met welke thema’s er een raakvlak is.
Speerpunt | Actie | Samenwerking intern | Samenwerking extern | Wanneer? | Raakvlakken thema’s |
1. In het landelijk gebied van Ooststellingwerf is de uitstoot van broeikasgassen teruggebracht. | We stellen een Uitvoeringsplan Duurzaam landelijk gebied op, waarin concrete acties voor dit speerpunt verder worden uitgewerkt. | Programma landelijk gebied, ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling, ecologie) | Boeren, Kennisconsortium Bodem, ELAN Zuidoost-Friesland, stichting Landii, LTO Noord, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland | 2028 | Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit, Circulaire samenleving, Klimaatadaptatie |
| Vanuit het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 stimuleren we de opwek van duurzame energie op boerenerven en het vastleggen van CO2. | Programma landelijk gebied, ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling) | Boeren, Liander, provincie, Energiecoöperatie de Eendracht. | 2026-2030 | Biodiversiteit, Energietransitie |
Bij Sociale duurzaamheid gaat het over het menselijke aspect van duurzaamheid. We vinden het belangrijk dat de maatregelen die we nemen om klimaatverandering tegen te gaan ook sociaal rechtvaardig zijn. Daarmee bedoelen we dat alle inwoners toegang krijgen tot duurzame voorzieningen en gelijke kansen hebben. We vinden het belangrijk dat duurzaamheidsmaatregelen bijdragen aan het welzijn van alle inwoners, nu en in de toekomst.

Een duurzame en gezonde samenleving is voor iedereen toegankelijk.

1. Duurzaamheid is voor iedereen toegankelijk: inwoners hebben gelijke kansen en gelijke toegang tot duurzame voorzieningen.
We vinden het belangrijk dat de overgang naar een schonere en groenere wereld eerlijk verloopt. En dat iedereen toegang heeft tot een groene, gezonde leefomgeving en duurzame energie. We zorgen ervoor dat voor inwoners duurzame energie en het verduurzamen van hun woning toegankelijk is. Dit helpt om energiekosten te verlagen. We richten ons specifiek op inwoners die belemmeringen ervaren om duurzaamheidsmaatregelen te nemen, bijvoorbeeld omdat ze het als ingewikkeld ervaren. Of inwoners die moeite hebben met het betalen van de energierekening, waarbij er vaak een combinatie is van een lager inkomen met een hoog energiegebruik in de woning door bijvoorbeeld slechte isolatie. Ook vinden we het belangrijk dat alle inwoners toegang hebben tot educatie en bewustwording over duurzaamheidsthema’s (zie ook speerpunt 2).
Wat doen we al?
Om energiearmoede binnen Ooststellingwerf te verminderen en tegen te gaan, nemen we verschillende maatregelen. Bijvoorbeeld door het aanbieden van energietoeslag in 2022 en 2023 aan inwoners die binnen de risicogroep voor energiearmoede vielen. Maar ook zijn een witgoedwissel en een actie met kleine energiebesparende maatregelen zoals ledlampen en radiatorfolie uitgevoerd. Daarnaast zijn er energiecoaches beschikbaar die inwoners gratis helpen met een advies over energiebesparing in de woning.
2. Inwoners, jong en oud, zijn zich bewust van hoe zij positief kunnen bijdragen aan een duurzaam Ooststellingwerf.
Om onze duurzaamheidsdoelen te halen, hebben we onze inwoners nodig. Via duurzaamheidseducatie en communicatie zetten we in op het vergroten van de kennis en bewustwording over onze duurzaamheidsthema’s bij onze inwoners. Daarbij hebben we ook aandacht voor het vergroten van handelingsperspectief: wat kan je zelf doen? Hierbij zoeken we onder andere de verbinding met kunst en cultuur, waarmee we onderwerpen op een inspirerende en creatieve manier bespreekbaar, zichtbaar en toegankelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan kunst van afval. We delen voorbeelden van anderen uit de praktijk om te laten zien wat al goed gaat. In onze communicatie houden we rekening met de verschillende doelgroepen die er zijn en zorgen we ervoor dat de informatie toegankelijk is voor iedereen.
We vinden het belangrijk dat we op het gebied van duurzaamheid zelf het goede voorbeeld geven. We investeren daarom ook in educatie en bewustwording van onze eigen medewerkers. We laten naar buiten toe meer zien waar we mee bezig zijn door te communiceren over eigen projecten, zoals verduurzaming van ons vastgoed en wagenpark, duurzaam groenbeheer en het in kaart brengen van onze eigen CO2-uitstoot via de CO2-prestatieladder. En we werken in de uitvoering samen met andere beleidsvelden, waardoor duurzaamheid beter geborgd wordt in de organisatie.
Wat doen we al?
Tijdens de Week van de Circulaire Economie in maart 2025 zijn basisschoolkinderen meegenomen in de wereld van bodemleven, bodemvruchtbaarheid en moestuinieren. Tijdens van Tuin tot Tafel in het Biosintrum gingen de kinderen onder andere pieren wippen, een wormenhotel maken en groenten zaaien. ’s Middags was er een minisymposium voor geïnteresseerden over bodem en bodemgezondheid.
Samen met vereniging Kunst & COO en de scholenkoepels stichting Comprix en stichting de Tjongerwerven werken we aan een structureel aanbod voor duurzaamheidseducatie in alle groepen van de basisscholen in Ooststellingwerf. Via het programma Wortels & Vleugels zetten we in op kennisoverdracht en bewustwording over duurzaamheid bij kinderen in het basisonderwijs.
3. Lokaal, vers en onbewerkte voeding is voor alle inwoners beschikbaar.
72% van de oppervlakte van Ooststellingwerf bestaat uit landbouwgrond[1]. Als gemeente hebben we dus de mogelijkheid om lokaal onze eigen voeding te produceren. Toegang tot lokaal, vers en onbewerkte voeding draagt bij aan kortere voedselketens, de gezondheid van inwoners en bewustwording over voedselproductie. Kortere voedselketens waarbij zoveel mogelijk lokaal verbouwd en geconsumeerd wordt, hebben een positieve impact op de CO2-uitstoot doordat er bijvoorbeeld minder logistiek nodig is. We investeren samen met gezondheid in educatie en bewustwording over de impact van voeding op gezondheid, voedselverspilling en zetten ons in voor het verminderen van het gebruik van schadelijke en/of chemische middelen bij lokale voedselproductie. We richten ons daarbij ook op de teelt en consumptie van plantaardige eiwitbronnen die bijdragen aan de eiwittransitie. We stimuleren duurzame kleinschalige, lokale en/of sociale voedselinitiatieven. Denk aan initiatieven waarbij inwoners samen voedsel produceren, bijvoorbeeld vanuit een coöperatie voor duurzaam boeren, in voedselbossen of met sociale voedselinitiatieven die zich richten op het verbeteren van de gezondheid en het beschikbaar stellen van vers en onbewerkt voedsel voor lagere inkomensgroepen. We ontwikkelen samen met ruimtelijke ontwikkeling een handreiking voor dit soort initiatieven binnen de Omgevingswet.
4. Inwoners hebben toegang tot duurzame woningen in een groene, biodiverse leefomgeving.
We vinden het belangrijk dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling van woonwijken zoveel mogelijk ingezet wordt op energieneutraal, klimaatbestendig, natuurinclusief en circulair (ver)bouwen. Wonen in een groene, biodiverse leefomgeving draagt bij aan gezond leven, een betere (mentale) gezondheid en stimuleert recreatie en ontmoeting[2]. Dit helpt om stress en gezondheidsproblemen te verminderen en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van inwoners[3]. Met natuurinclusief (ver)bouwen en verduurzamen beschermen en stimuleren we gebouwbewonende diersoorten, zoals vogels en vleermuizen[4]. Door vanaf het begin bij nieuwbouwprojecten en herontwikkeling van woonwijken betrokken te zijn, kunnen we op tijd onderzoeken welke duurzaamheidsmaatregelen op wijkniveau mogelijk zijn. Ook voor de verduurzaming van de bestaande woonvoorraad werken we samen, onder andere in de prestatieafspraken met woningcorporaties.
5. Inwoners zetten zich met lokale duurzaamheidsinitiatieven in voor de samenleving en hun omgeving.
Lokale duurzaamheidsinitiatieven vergroten de betrokkenheid van de samenleving bij duurzaamheid en de veerkracht van de gemeenschap tegen klimaatverandering. We stimuleren en faciliteren inwonersparticipatie en inwonersinitiatieven om een gezonde duurzame lokale beweging op gang te brengen met aandacht voor gezondheid, sociale samenhang, klimaat, biodiversiteit en voedsel. Denk bijvoorbeeld aan bloeizones, lokale voedselproductie, voedselbossen, gemeenschappelijke moestuinen, het verbeteren van bodemgezondheid, groene daken, het vergroenen van tuinen, het planten van bomen, het creëren van regenwateropvangsystemen en de lokale opwek van hernieuwbare energie.
[1] Dashboard Planbureau Fryslân: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
[2] Position-paper-Samenwerken-aan-de-gezonde-leefomgeving.pdf
[3] Effecten van groen op fysieke en mentale gezondheid | RIVM
[4] Hiervoor ontwikkelen we een plan: het Soortenmanagementplan. Het Soortenmanagementplan maakt het makkelijker voor inwoners om een spouwmuur of dak te isoleren, omdat een onderzoek en ontheffing per woning niet meer nodig is. Wel moet de inwoner aan voorwaarden voldoen: de woning moet natuurvriendelijk geïsoleerd worden.
Per speerpunt hebben we minimaal één meetbaar doel geformuleerd, om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Bij het formuleren van de meetbare doelen houden we rekening met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom formuleren we alleen meetbare doelen voor de onderwerpen waarbij we zelf aan het roer staan. De meetbare doelen zijn:
Speerpunt | Meetbaar doel | Toetsing |
1. Duurzaamheid is voor iedereen toegankelijk: inwoners hebben gelijke kansen en gelijke toegang tot duurzame voorzieningen. | In 2030 is het percentage huishoudens met een laag inkomen en hoge energierekening en/of een woning met lage energetische kwaliteit in onze gemeente afgenomen ten opzichte van 2023 (3,9%)[1]. | TNO Energiearmoede kaart Nederland[2] |
In 2030 heeft minimaal een derde van de zesduizend koopwoningen met energielabel D tot en met G en een maximale WOZ-waarde van € 429.300,- één of meerdere isolatiemaatregelen genomen[3]. | Dashboard Duurzaam Bouwloket | |
2. Inwoners, jong en oud, zijn zich bewust van hoe zij positief kunnen bijdragen aan een duurzaam en gezond Ooststellingwerf. | In 2030 is de kennis en het bewustzijn van inwoners over de duurzaamheidsthema’s toegenomen ten opzichte van 2026. | Vragenlijst inwonerspanel: nulmeting 2026, eindmeting 2030 |
3. Lokaal, vers en onbewerkte voeding is voor alle inwoners beschikbaar. | In 2030 ervaren initiatiefnemers weinig belemmeringen om een duurzaam kleinschalig, lokaal en/of sociale voedselinitiatief op te starten. | Enquête initiatiefnemers: nulmeting 2026, eindmeting 2030 |
We organiseren jaarlijks minimaal één kennis- en inspiratiesessie over voeding. | Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2). | |
4. Inwoners hebben toegang tot duurzame woningen in een groene, biodiverse leefomgeving.
| In 2030 is binnen de omgevingsplannen onderbouwd wat de minimale eisen zijn voor energieneutraal, klimaatbestendig, natuurinclusief en circulair (ver)bouwen. | Omgevingsplannen 2030 |
Duurzaamheid is onderdeel van het ontwerp van gemeentelijke woningbouwprojecten en herontwikkeling van woonwijken. | Analyse ontwerpproces woningbouw en herontwikkeling woonwijken: nulmeting 2027, eindmeting 2030 | |
In 2030 is de populatie van huismussen, huiszwaluwen, gierzwaluwen en vleermuizen gelijk of verbeterd ten opzichte van 2026. | Jaarlijkse monitor Soortenmanagementplan | |
5. Inwoners zetten zich met lokale duurzaamheidsinitiatieven in voor de samenleving en hun omgeving. | In 2030 is het aantal lokale duurzaamheidsinitiatieven van inwoners toegenomen. | Nulmeting 2026 |
[1] Energiearmoede heeft te maken met wat mensen te besteden hebben, wat de energieprijs is en de energetische kwaliteit van een woning. Vanuit dit programma richten we ons op de energetische kwaliteit van woningen.
[2] TNO Energiearmoede kaart Nederland
[3] De doelgroep voor de Lokale Aanpak Isolatie in Ooststellingwerf bestaat uit 6.003 woningen met label D tot en met G en een maximale WOZ-waarde van € 429.300,- (peildatum 1 januari 2022). Er is geld beschikbaar voor isolatiemaatregelen voor maximaal 2.406 van deze woningen (€ 2.177,- per woning).
In onderstaande tabel beschrijven we welke acties we de komende periode uitvoeren om onze ambities te halen. De acties zijn geformuleerd op hoofdlijnen. Voor het thema Sociale duurzaamheid werken we concrete acties per speerpunt verder uit in een uitvoeringsplan met uitvoeringsagenda[1]. In de tabel beschrijven we ook met welke beleidsvelden intern en samenwerkingspartners extern we in de uitvoering samenwerken, de planning en met welke thema’s er een raakvlak is.
Speerpunt | Actie | Samenwerking intern | Samenwerking extern | Wanneer? | Raakvlakken thema’s |
1. Duurzaamheid is voor iedereen toegankelijk: inwoners hebben gelijke kansen en gelijke toegang tot duurzame voorzieningen. | Met het OWO-energiebureau ondersteunen we inwoners bij verduurzamingsvraagstukken, zoals het aanvragen van subsidies. We richten ons specifiek op mensen met een kleinere beurs. Er zijn vrijwillige energiecoaches beschikbaar om laagdrempelig mee te kijken naar mogelijkheden om energie te besparen in de woning. Vanuit de prestatieafspraken werken we met woningcorporaties aan het verduurzamen van sociale huurwoningen. | Samenleven (armoede), communicatie | Gemeente Weststellingwerf, gemeente Opsterland, Friese Energietafel, woningcorporaties, Scala, Energiecoöperatie de Eendracht | 2026-2030 | Energietransitie |
2. Inwoners, jong en oud, zijn zich bewust van hoe zij positief kunnen bijdragen aan een duurzaam en gezond Ooststellingwerf. | We stellen een Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording op waarin alle duurzaamheidsthema’s samenkomen. In dit uitvoeringsplan richten we ons zowel op onze inwoners als op onze medewerkers. | Communicatie, inwonersparticipatie, samenleven (gezondheid, armoede, kunst en cultuur, onderwijs), ruimte en economie (ecologie, ruimtelijke ontwikkeling, dorpencoördinator), openbare ruimte (afval en grondstoffen, groenbeheer, water en riolering, verkeer en vervoer) | Kunst & COO, Scala, Bibliotheek Zuidoost-Fryslân, Klimaatgesprekken, kunst- en cultuurorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland, Energiecoöperatie de Eendracht | 2027 | Duurzaam landelijk gebied, Biodiversiteit, Circulaire samenleving, Energietransitie, Klimaatadaptatie. |
3. Lokaal, vers en onbewerkte voeding is voor alle inwoners beschikbaar. 4. Inwoners hebben toegang tot duurzame woningen in een groene, biodiverse leefomgeving. | We stellen een Uitvoeringsplan Sociale duurzaamheid op, waarin concrete acties voor deze speerpunten verder worden uitgewerkt. | Samenleven (gezondheid, vrijwilligers, welzijnswerk), ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, dorpencoördinator), programma landelijk gebied, programma wonen | Scala, woningcorporaties, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland | 2026 | Duurzaam landelijk gebied, Biodiversiteit, Circulaire samenleving. |
We stellen een Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording op (zie speerpunt 2), waarin ook de bewustwording over lokale voeding, voedselverspilling en het faciliteren van kennisuitwisseling en inspiratiesessies voor duurzame inwonersinitiatieven wordt meegenomen. | Communicatie, inwonersparticipatie, samenleven (gezondheid, welzijnswerk), ruimte en economie (dorpencoördinator) | Scala, Biosintrum, inwoners, ELAN Zuidoost Friesland | 2027 | Biodiversiteit, Circulaire samenleving. |
[1] Speerpunt 2 van het thema Sociale duurzaamheid (educatie en bewustwording) heeft raakvlakken met alle thema’s van het programmaplan. Educatie en bewustwording draagt bij aan het bereiken van alle doelstellingen. Om de uitvoering van dit speerpunt goed tot zijn recht te laten komen, kiezen we ervoor om hier een apart uitvoeringsplan voor op te stellen. Voor de speerpunten 3, 4 en 5 geldt dat we de uitwerking van activiteiten combineren in een Uitvoeringsplan Sociale duurzaamheid.
Biodiversiteit is de verscheidenheid van dieren, planten en micro-organismen. Het is waaruit onze natuurlijke wereld bestaat. Biodiversiteit beïnvloedt ons elke dag: ons voedsel, onze mentale gezondheid, de klimaatverandering en de wereldeconomie. Alle soorten werken samen in een ecosysteem en zorgen zo voor evenwicht in de natuur. Een goede biodiversiteit is belangrijk. Hoe diverser een gebied, hoe meer verbindingen tussen organismen en hoe rijker en beter bestand het is tegen veranderingen zoals klimaatverandering, ziektes en plagen[1]. Binnen een ecosysteem wordt onder andere gezorgd voor de productie van zuurstof, afbraak van dode dieren en planten, bestuiving van planten (waaronder voedsel- en landbouwgewassen), waterzuivering en het beheersen van plagen. Een groene omgeving draagt bij aan onze gezondheid en welzijn[2]. Daarnaast biedt een aantrekkelijke leefomgeving met natuur kansen voor recreatie en toerisme.

[1] Biodiversiteit | WWF | Wat betekent het voor ons?
[2] Effecten van groen op fysieke en mentale gezondheid | RIVM
De biodiversiteit in Ooststellingwerf is vergroot.

1. Duurzaam groenbeheer als standaard.
We passen ons groenbeheer aan om bloeiende planten, bomen en insecten te ondersteunen. We gebruiken voornamelijk inheemse bomen en planten in openbaar groen en creëren bijenlinten, vlindervriendelijke omgevingen en natuurvriendelijke oevers. Hoewel onze focus ligt op het verbeteren van de biodiversiteit, vinden we het ook belangrijk dat beplanting in de openbare ruimte een positieve impact heeft op de beleving van inwoners. Bij nieuwe projecten in de openbare ruimte onderzoeken we of en waar we een stapje extra kunnen doen voor het vergroten van de biodiversiteit. We houden hierbij ook rekening met de cultuurhistorie en het landschap: welke vormen van natuur zijn geschikt op welke plek? Onze inwoners weten waarom we kiezen voor duurzaam groenbeheer en wat dit voor de openbare ruimte betekent (zie speerpunt 2 Sociale duurzaamheid).
Wat doen we al?
Ons groenbeheer is de laatste jaren veranderd. We houden meer rekening met biodiversiteit. Bij onderhoudswerkzaamheden zaaien we een deel van onze bermen in met een kruidenrijk mengsel. Dit is op meerdere plekken in de gemeente al gedaan, zoals bijvoorbeeld bij de werkzaamheden aan de Abbendijk waar de bermen zijn ingezaaid met een kruidenmengsel dat van nature voorkomt in de regio.
Daarnaast houden we rekening met biodiversiteit bij het aanleggen van optische wegversmallingen. Waar we vroeger altijd kozen voor een haag van één soort, kiezen we nu voor een haag met verschillende soorten. Zo brengen we diversiteit aan in het straatbeeld, verlagen we de kans op ziektes in de haag en werken we aan het vergroten van de biodiversiteit.
2. Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is.
Een groene infrastructuur draagt bij aan het bevorderen van biodiversiteit in de dorpen en biedt leefruimte voor verschillende soorten. Met ecologische verbindingszones zetten we door middel van groene daken, tuinen en parken in op minder stenen en meer biodivers groen in het bebouwd gebied. Zowel in de openbare ruimte als in de privéruimte. We informeren inwoners en ondernemers over het belang van meer groen en stimuleren hen om tuinen, ruimte rondom bebouwing en waar mogelijk daken te vergroenen. In de openbare ruimte en bij ons eigen vastgoed geven we zelf het goede voorbeeld. Overal waar verharding gerealiseerd moet worden, maar volledige verharding niet noodzakelijk is, kiezen we voor alternatieven, zoals bijvoorbeeld graskeien of karrensporen. Hierbij houden we rekening met de toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking. Ook houden we bij de aanleg van meer biodivers groen rekening met klimaatbestendigheid. In het landelijk gebied haken we aan bij initiatieven die een positieve impact hebben op de biodiversiteit en het vergroenen van boerenerven en landerijen, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van groenstroken, boomsingels en kruidenrijke graslanden.
Wat doen we al?
Op steeds meer plekken kiezen we voor open parkeerplaatsen met graskeien. Een voorbeeld is het Haerenkwartier waar de ervaringen tot nu toe positief zijn. Wanneer een grasveld vervangen wordt door parkeerplaatsen, zetten we zoveel mogelijk in op het behouden van het groene uiterlijk. Graskeien zijn hier een goede optie voor. Hierbij houden we rekening met de ruimte op straat en het straatbeeld. Een voordeel van graskeien is dat ze onderhoudsvriendelijker zijn: er hoeft geen borstelmachine overheen. Af en toe onderhoud met een grasmaaier is voldoende. Deze vorm van meer groen verminderd dus ook onze onderhoudswerkzaamheden.

3. We werken aan een groene leefomgeving die de biodiversiteit bevordert.
Met een groene leefomgeving bedoelen we een omgeving met onder andere schone lucht, schoon (drink)water, een gezonde bodem, geen hittestress en geen wateroverlast. Een groene leefomgeving stimuleert bewegen, een betere (mentale) gezondheid, recreatie en ontmoeting. Dit helpt om stress en gezondheidsproblemen te verminderen en draagt bij aan het welzijn van inwoners[1]. We vinden het belangrijk om de impact op de biodiversiteit, zowel positief als negatief, mee te nemen in de ontwikkeling van plannen. Kunstlicht heeft ’s nachts bijvoorbeeld een verstorende werking op dieren, dat vermijden we daarom zoveel mogelijk.
Een gezonde bodem helpt bij het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en droogte. Daarnaast levert een gezonde bodem voedingsstoffen voor de productie van gezonde gewassen en gezond voedsel, houdt het water vast, zuivert water en levert schoon drink- en oppervlaktewater. Een gezonde bodem kent veel biodiversiteit en vormt de basis voor een grote hoeveelheid biodiversiteit boven de grond. De bodemgezondheid staat onder druk door het gebruik van schadelijke stoffen. Dit geldt ook voor de waterkwaliteit waar vervuiling en uitspoeling van schadelijke stoffen in grond- en oppervlaktewater invloed op hebben. Wij vinden het verbeteren van de waterkwaliteit en bodemgezondheid belangrijk. Daarom zetten we in op bewustwording over waterkwaliteit, watergebruik en bodemgezondheid.
[1] Position-paper-Samenwerken-aan-de-gezonde-leefomgeving.pdf
Per speerpunt hebben we minimaal één meetbaar doel geformuleerd, om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Bij het formuleren van de meetbare doelen houden we rekening met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom formuleren we alleen meetbare doelen voor de onderwerpen waarbij we zelf aan het roer staan. De meetbare doelen zijn:
Speerpunt | Meetbaar doel | Toetsing |
1. Duurzaam groenbeheer als standaard. | Het openbaar groen heeft in 2030 een meetbaar betere biodiversiteit dan in 2026. | Nulmeting 2026 Eindmeting 2030 |
2. Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is. | In 2030 is het percentage versteend oppervlak in de openbare ruimte afgenomen ten opzichte van 2026. | Nulmeting 2026 Eindmeting 2030 |
3. We werken aan een groene leefomgeving die naast biodiversiteit ook gezondheid bevordert. | In de ontwikkeling van plannen is de impact op biodiversiteit, zowel positief als negatief, meegenomen. | Er is een toetsingsinstrument ontwikkeld waarmee de impact op biodiversiteit, zowel positief als negatief, in de ontwikkeling van plannen wordt gemonitord. |
We communiceren jaarlijks over waterkwaliteit en watergebruik. | Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid). | |
We organiseren jaarlijks minimaal één kennis- en inspiratiesessie over bodemgezondheid. | Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid). |
In onderstaande tabel beschrijven we welke acties we de komende periode uitvoeren om onze ambities te halen. De acties zijn geformuleerd op hoofdlijnen. Voor het thema Biodiversiteit werken we concrete acties verder uit in een uitvoeringsplan met uitvoeringsagenda. Deze acties zijn voor de drie speerpunten gelijk. In de tabel beschrijven we ook met welke beleidsvelden intern en samenwerkingspartners extern we in de uitvoering samenwerken, de planning en met welke thema’s er een raakvlak is.
Speerpunt | Actie | Samenwerking intern | Samenwerking extern | Wanneer? | Raakvlakken thema’s |
1. Duurzaam groenbeheer als standaard. 2. Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is. 3. We werken aan een groene leefomgeving die de biodiversiteit bevordert. | We stellen een Uitvoeringsplan Biodiversiteit op, waarin concrete acties voor de speerpunten verder worden uitgewerkt. | Ruimte en economie (ecologie, ruimtelijke ontwikkeling), openbare ruimte (groenbeheer), communicatie, programma landelijk gebied, vergunningverlening, toezicht en handhaving, programma wonen | Inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties, ELAN Zuidoost Friesland | 2026 | Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid |
We ontwikkelen een meetsysteem waarmee we de ontwikkeling van de biodiversiteit en de verstening kunnen meten. | Ruimte en economie (ecologie), openbare ruimte (groenbeheer) | Natuur- en milieuorganisaties, kennisinstellingen, ELAN Zuidoost Friesland | 2027, 2028 | Duurzaam landelijk gebied | |
We stellen een Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording op (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid), waarin ook de onderwerpen duurzaam groenbeheer, vergroenen, water en gezonde bodem worden meegenomen. | Openbare ruimte (groenbeheer), ecologie, communicatie, inwonersparticipatie | Inwoners, ondernemers, Kennisconsortium Bodem, Biosintrum, ELAN Zuidoost Friesland | 2027 | Sociale duurzaamheid |
Een circulaire samenleving is een samenleving waarin we zuinig omgaan met onze grondstoffen, inzetten op het hergebruik van grondstoffen en het verminderen van afval. Door zoveel mogelijk lokaal te produceren en consumeren verkleinen we ketens. Dit heeft een positieve impact op de CO2-uitstoot, doordat er bijvoorbeeld minder logistiek nodig is en transportafstanden korter zijn. Minder stappen maken de keten transparanter. Zo ontstaat er een betere afstemming tussen producent en consument, waardoor verspilling kan afnemen. Door lokale productie en consumptie te bevorderen, versterken we de lokale economie en werkgelegenheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om de lokale productie en consumptie van voedselgewassen. Maar ook de teelt van nieuwe gewassen die toegepast kunnen worden als biobased materiaal voor biobased produceren. Voor het thema Circulaire samenleving is in oktober 2023 de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030[1] vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.
Op basis van de evaluatie van het programmaplan 2021-2025 scherpen we de volgende punten aan:
De naam van het thema Circulaire economie is aangepast naar Circulaire samenleving. Bij een circulaire economie ligt de focus op economische processen en het hergebruik van materialen en producten. Een circulaire samenleving is meer dan een circulaire economie. Het gaat niet alleen om de bedrijvigheid, maar ook om het anders inrichten van de hele maatschappij. In een circulaire samenleving gebruiken we minder spullen en grondstoffen en gaan we op zoek naar manieren om kringlopen te sluiten en ketens korter te maken. Circulaire samenleving sluit beter aan bij wat wij met dit thema bedoelen.
In de Circulaire Uitvoeringsstrategie hebben we speerpunt 1: ‘in 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair’ vastgesteld. We laten de doelstelling staan, maar verwachten dat dit waarschijnlijk niet volledig te realiseren is. We merken in de praktijk dat bij weg- en waterbouwprojecten, ondanks grote inspanningen, 100% circulair niet altijd haalbaar is. Zo is om voldoende sterkte te krijgen bijvoorbeeld een toevoeging aan hergebruikt asfalt nodig.
Onder speerpunt 2: ‘in 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen’ staat dat we een innovatiebudget beschikbaar stellen voor circulaire innovaties en ontwikkelingen. Deze actie is nog niet uitgevoerd. Samen met ondernemers gaan we de komende beleidsperiode in gesprek over waar zij behoefte aan hebben om circulaire innovaties en ontwikkelingen mogelijk te maken.
Onder speerpunt 3: ‘in 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen’ staat beschreven dat we in 2025 de VANG-doelstelling (Van Afval Naar Grondstof) van 30 kilogram restafval per inwoner per jaar willen halen. De VANG-doelstelling bestaat echter uit het totaal aantal kilogram huishoudelijk afval (container) plus het aantal kilogram grof huishoudelijk afval wat wordt ingeleverd op de milieustraat. De landelijke VANG-doelstelling richtte zich erop de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terug te brengen tot onder de 100 kilo per jaar. In 2024 was dit 107,9 kilogram per inwoner in onze gemeente. De VANG-doelstelling stond dus niet juist beschreven onder speerpunt 3. Inmiddels ligt het accent van de VANG-doelstelling op het recyclen van het huishoudelijk afval: in 2030 is minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen[2]. De komende beleidsperiode sluiten we aan bij de nieuwe VANG recycledoelstelling en focussen we op het beter inrichten van de verwerking van het grof huishoudelijk afval bij de milieustraat.
In de tabel meetbare doelen zijn de jaartallen uit de Circulaire uitvoeringsagenda geactualiseerd.

[1] Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 def.pdf
[2] Nieuwe VANG recycledoelstelling - VANG Huishoudelijk afval
Meer gesloten kringlopen in Ooststellingwerf.

1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair.
Als gemeente willen we bijdragen aan de transitie naar een circulaire samenleving en anderen inspireren om hetzelfde te doen. Daarbij geven we het goede voorbeeld. We vinden het belangrijk dat medewerkers van de gemeente actief bijdragen aan een circulaire gemeente. Daarnaast willen we in 2030 100% circulair, CO2-neutraal en energieneutraal inkopen.
Wat doen we al?
Als gemeente kopen we veel producten en diensten in: van het aanleggen van wegen tot het inhuren van schoonmaakbedrijven of het kopen van kantoormeubilair. Bij maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen kijken we niet alleen naar prijs en kwaliteit, maar ook naar de impact op mens en milieu. Dat betekent concreet dat we bij elke inkoop letten op zaken zoals:
Circulariteit: hergebruiken van materialen of afval voorkomen. Bijvoorbeeld het kiezen voor straatstenen die al eerder zijn gebruikt.
Klimaat: het product of de dienst zorgt voor minder CO₂-uitstoot. Bijvoorbeeld door te werken met aannemer die elektrische machines gebruiken.
Klimaatadaptatie: de opdracht draagt bij aan een omgeving die beter om kan gaan met hitte, droogte of extreme regen. Bijvoorbeeld door waterdoorlatende bestrating toe te passen.
Sociale waarde: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen via de inkoopopdracht een kans op werk of ontwikkeling. Bijvoorbeeld door te eisen dat een leverancier ook mensen in dienst neemt die moeilijker aan werk komen.
Verantwoordelijkheid in de keten: producten worden onder eerlijke en veilige werkomstandigheden geproduceerd. Bijvoorbeeld door leveranciers te vragen inzicht te geven in de productieketen.
2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen.
We willen circulair ondernemen bevorderen. Denk hierbij aan een stabielere materiaaltoevoer, een verbeterde leveringszekerheid van grondstoffen en een betere concurrentiepositie. Door als ondernemers kennis en informatie met elkaar uit te wisselen en als overheid innovatie te stimuleren, kunnen er veel waardevolle circulaire ontwikkelingen ontstaan. We zetten daarom in op bewustwording: ondernemers in onze gemeente weten wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn.
3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen.
Het concept circulaire samenleving is bij veel inwoners nog onbekend. We zetten in op het creëren van bewustwording en het in gang zetten van circulaire acties. Dit doen we door als gemeente actief te communiceren over het thema circulariteit. We werken aan het terugbrengen van de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar en focussen op het recyclen van het huishoudelijk afval. Dit draagt bij aan de VANG-doelstelling[1]. In 2030 heeft gemeente Ooststellingwerf haar eigen circulaire hub, waarbij maximaal wordt ingezet op het hergebruiken, repareren, opknappen, reviseren, herbestemmen en recyclen van producten en materialen.
4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen.
Er wordt binnen de gemeente vanuit verschillende hoeken kennis opgedaan over circulariteit. Om stappen te zetten is het van belang dat deze kennis daadwerkelijk in de gemeente wordt toegepast. We inventariseren welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennis- en onderwijsinstellingen, organisaties en ondernemers leven. Vanaf 2026 zetten we de denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen in op lokale ontwikkelingen en uitdagingen.
[1] De VANG-doelstelling bestaat uit het totaal aantal kilogram huishoudelijk afval (container) plus het aantal kilogram grof huishoudelijk afval wat wordt ingeleverd op de milieustraat.
De Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 beschrijft hoe we in onze gemeente meer gesloten kringlopen willen realiseren in 2030. Om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen, zijn meetbare doelen vastgesteld in dit uitvoeringsplan. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. De meetbare doelen zijn:
Speerpunt | Meetbaar doel | Toetsing |
1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair. | In 2030 dragen de medewerkers van de gemeente actief bij aan een circulaire gemeente. | Nulsituatie vaststellen door middel van een grondstofstromenanalyse. Elke twee jaar deze grondstofstromenanalyse uitvoeren om te monitoren en evalueren. |
In 2030 koopt de gemeente 100% circulair, CO2-neutraal en energieneutraal in. | De nulsituatie duurzaam inkopen is vastgesteld. In 2030 is de CO2-uitstoot van de inkoop vanuit de gemeentelijke organisatie nul. | |
2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen. | In 2030 weten ondernemers in de gemeente wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn.
| Steekproef bekendheid beschikbare middelen en opgestarte projecten bij ondernemers. Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid). |
In 2030 wisselen ondernemers kennis, (gebruikte) grondstoffen en materialen met elkaar uit. | Er is een circulaire hub opgezet. | |
3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. | In 2030 is minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen. | Aantal kilogram restafval per inwoner per jaar (VANG-doelstelling). |
We communiceren jaarlijks over het thema Circulaire samenleving. | Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid). | |
In 2030 beschikt de gemeente Ooststellingwerf over een circulaire hub. | Er is een circulaire hub gerealiseerd. | |
4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen. | In 2026 is geïnventariseerd welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers leven.
| Er is een ambassadeur aangesteld die verbindingen legt tussen kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers.
Onderzoek thema circulariteit bij kennis- en onderwijsinstellingen. |
Vanaf 2026 wordt de denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen ingezet op de lokale ontwikkelingen en uitdagingen. | Er is een (bestaand) netwerk met kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers. |
In oktober 2023 is de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan zijn acties voor de periode 2023-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s.
Speerpunt | Actie | Samenwerking intern | Samenwerking extern | Wanneer? | Raakvlakken thema’s |
1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair. 2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen. 3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. 4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen. | We voeren de acties uit de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 uit. | Openbare ruimte (afval en grondstoffen, milieustraat), inkoop, ruimte en economie (economie), communicatie | Kennis- en onderwijsinstellingen, Biosintrum, Omrin, ondernemers, inwoners | 2026-2030 | Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit |
In 2030 is de CO2-uitstoot door energieverbruik van onze woningen, bedrijven en instellingen nul. We gebruiken steeds minder energie. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op en gebruiken we efficiënt. Voor het thema Energietransitie is in december 2024 het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030[1] vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.

[1] Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030.pdf
1.We gebruiken steeds minder fossiele energie.
Door isoleren en verwarmen met warmtepompen, zetten we in op het verminderen van het gebruik van fossiele energie in woningen. We willen als gemeente belemmeringen wegnemen en het mogelijk maken voor inwoners, bedrijven en instellingen om energie te besparen en te verduurzamen. Vanuit de prestatieafspraken werken we met woningcorporaties aan het verduurzamen van sociale huurwoningen. We zetten in op het verminderen van de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer in onze gemeente. We stappen over op duurzame vormen van brandstof, zoals stroom en waterstof, en stimuleren het gebruik van de fiets of bus in plaats van de auto.
Wat doen we al?
De gemeente Ooststellingwerf heeft van het Rijk subsidie ontvangen om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen. Het isoleren van een woning helpt bij het verminderen van het energiegebruik. Het gaat hierbij om koopwoningen met label D t/m G of twee slecht geïsoleerde bouwdelen én een WOZ-waarde die onder de €429.300,- ligt. Met het ontvangen geld stimuleren we deze koopwoningeigenaren om één of meerdere isolatiemaatregelen te nemen.
In juni 2024 zijn we gestart met de isolatiesubsidie. Eind 2024 waren er 276 aanvragen ingediend.
2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op.
In 2030 willen we dat het gasverbruik in woningen, bedrijven en instellingen is afgenomen. Het gas dat nog gebruikt wordt, is lokaal opgewekt groengas. Onze industrie maakt daarnaast gebruik van waterstof uit lokale zonnestroom. We zetten in op bedrijventerreinen als energiehubs, waar energievraag, productie en opslag onderdeel van zijn. Via energiegemeenschappen kunnen inwoners, lokale overheden en kleine ondernemingen samen energie opwekken, delen en verkopen. Hiermee maken we verder de omslag naar lokaal en sociaal eigenaarschap van energie. We faciliteren en stimuleren inwoners en bedrijven bij het doen van investeringen en maken aanpassingen in de openbare ruimte.
3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt.
In 2030 gaan onze inwoners, bedrijven en instellingen efficiënt en bewust met stroom om: zij gebruiken minder stroom en vraag en aanbod van stroom is slim op elkaar afgestemd. Hierdoor gebruiken we stroom wanneer het beschikbaar is en wordt netcongestie beperkt. Pieken in stroom slaan we op met batterijen. Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden.
Wat doen we al?
Gemeente Ooststellingwerf doet sinds 2023 mee aan een praktijkproef met thuisbatterijen. Samen met Charged, Rabobank en Liander is een pilot gestart bij tien particuliere huishoudens. Begin 2024 is er een startbijeenkomst georganiseerd voor de deelnemers aan het project. In september 2024 is er een vervolgbijeenkomst geweest. De deelnemers hadden veel vragen voor de leverancier en producent van de thuisbatterijen. Ook bleek dat de deelnemers hun energieverbruik nauwgezet volgden en sommige van de deelnemers handelen op verschillende energiemarkten. De deelnemers zijn tevreden over het gebruik van de thuisbatterij. In 2025 wordt samen met onder meer Liander de inzet van de thuisbatterijen beoordeeld. We kijken of de thuisbatterij balans in het netwerk creëert en of het gebruik van duurzaam opgeslagen energie op momenten dat de zon niet schijnt een positieve meerwaarde geeft aan de inzet van de thuisbatterij.
4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen.
Naast maatregelen om onze CO2-uitstoot te verlagen, planten we bomen en telen we gewassen waarmee we de CO2-opname in onze gemeente vergroten. We planten bomen op een manier dat ze, naast CO2-opname, ook een meerwaarde bieden voor biodiversiteit, een vruchtbare bodem, het creëren van schaduw, het vasthouden van regen, als bouwmaterialen en grondstoffen, voor toerisme en recreatie en zuivering van lucht, water en bodem. Hierbij houden we zoveel mogelijk rekening met de cultuurhistorische waarde van het landschap.
Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 beschrijft hoe onze gemeente in 2030 CO2 equivalent-neutraal kan zijn voor wat betreft het energieverbruik. Om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen, zijn meetbare doelen vastgesteld in het uitvoeringsplan. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. De meetbare doelen zijn:
Speerpunt | Meetbaar doel | Toetsing |
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie | Door meer isolatie en gebruik van warmtepompen is het gasverbruik in woningen afgenomen. Er wordt nog maximaal 8 miljoen m3 gas per jaar gebruikt in 2030 in de woningen. | Rapportage Berenschot Klimaatmonitor |
Door energiebesparing is het aardgasverbruik door bedrijven en instellingen afgenomen. Het aardgasverbruik is afgenomen tot 6 miljoen m3 per jaar in 2030 bij bedrijven en instellingen. | Rapportage Berenschot Klimaatmonitor | |
De CO2-uitstoot door verkeer en vervoer is in 2030 afgenomen. De CO2-uitstoot door verkeer en vervoer is in 2030 minder dan 30 kiloton per jaar.
| Rapportage Berenschot Klimaatmonitor | |
We wekken evenveel groengas en waterstofgas op als we aardgas verbruiken in onze woningen en bedrijven | Klimaatmonitor | |
2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op. | Waterstof uit lokale zonnestroom wordt ingezet in de lokale industrie. | In 2030 wordt de lokaal opgewekte waterstof alleen binnen de gemeente Ooststellingwerf gebruikt. |
We wekken in 2030 evenveel stroom duurzaam op als we gebruiken. Jaarrond is onze stroomopwekking gelijk of hoger dan ons stroomgebruik. | Rapportage Berenschot Klimaatmonitor | |
3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt. | Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden. | In 2030 zijn er op minimaal drie locaties samenwerkingen tussen bedrijven om gezamenlijk te verduurzamen.
|
Pieken in energie-aanbod slaan we duurzaam op. Hierin nemen we een actieve rol. We onderzoeken of een gemeentelijk energiebedrijf hiervoor een goede manier is. | In 2030 is een onderzoek afgerond naar de mogelijkheden voor een gemeentelijk energiebedrijf. | |
4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en bomen. | In 2030 verwachten we alleen nog CO2-uitstoot door verbranding van benzine en diesel in (vracht)auto’s. Deze CO2-uitstoot leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen. De aanplant van bomen en organische (bouw)materialen legt in 2030 evenveel CO2 vast als de uitstoot door verbranding van benzine en diesel. | Rapportage Berenschot |
In december 2024 is het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan is een uitvoeringsagenda voor de periode 2025-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s.
Speerpunt | Actie | Samenwerking intern | Samenwerking extern | Wanneer? | Raakvlakken thema’s |
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie. 2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op. 3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt. 4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen. | We voeren de uitvoeringsagenda uit het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 uit. | Ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting), samenleven (armoede), communicatie, programma landelijk gebied, programma wonen, openbare ruimte (groenbeheer, wegen, verkeer en vervoer) | Gemeenten Weststellingwerf en Opsterland, de Friese Energietafel, Liander, Provincie, Energiecoöperatie de Eendracht, woningcorporaties, Veiligheidsregio Fryslân, vereniging Circulair Friesland, Biosintrum, Kunst & COO (duurzaamheidseducatie), bedrijven en instellingen, agrariërs, inwoners | 2026-2030 | Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit |
Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat en de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Door de klimaatverandering is er meer kans op weersextremen met wateroverlast, hitte en droogte. Wateroverlast neemt toe omdat er vaker heftige regenbuien vallen in korte tijd. Naast wateroverlast neemt ook de droogte toe, met name in het voorjaar en de zomer. De stijging van de gemiddelde temperatuur kan leiden tot hittestress bij mensen. Een ander risico van klimaatverandering is een afname van de biodiversiteit. Voor het thema klimaatadaptatie is in november 2024 het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030[1] vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.

Een klimaatbestendig Ooststellingwerf.

1. We creëren leefbare dorpen waar ruimte is voor waterberging, groen en koelte.
De leefomgeving is groen en nodigt uit tot gezonde buitenactiviteiten. De soortenrijkdom op gemeentelijk grondgebied is toegenomen. Met gelaagd en divers groen en het stimuleren van het bodemleven is onze bodem klimaatrobuust. We nemen fysieke maatregelen om wateroverlast tegen te gaan en brengen hitte en droogte in kaart door risicodialogen met de dorpen te voeren. We stellen een communicatieplan op over klimaatrisico's en handelingsperspectieven.
Wat doen we al?
De gemeente heeft begin 2024 een subsidieregeling opengesteld voor het vergroenen van schoolpleinen. Groene schoolpleinen dragen bij aan een groenere leefomgeving en stimuleren kinderen om meer te bewegen. Ze vergroten daarnaast de biodiversiteit en dragen bij aan klimaatadaptatie. Om de aanleg van groene schoolpleinen te stimuleren, kunnen scholen een subsidieaanvraag indienen. Deze subsidieregeling staat open tot eind 2026.
2. Het landelijk gebied is bestand tegen hevige buien en periodes van droogte.
In 2030 wordt het water in het landelijk gebied langer vastgehouden in sloten en beken. Regenwater infiltreert in de bodem op plekken waar dat mogelijk is. We werken mee aan de aanpak droogte in natuurgebieden en aan het vasthouden van regenwater in kleinere sloten ter bestrijding van droogte voor agrariërs.
3. We realiseren klimaatbestendige nieuwbouw.
Nieuwbouw wordt klimaatbestendig en natuurinclusief gebouwd, waarbij in locatiekeuze en inrichting rekening is gehouden met het bodem- en watersysteem. We hanteren de landelijke maatlat klimaatbestendigheid bij nieuwbouw[1].
[1] Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving - Klimaatadaptatie
Om te meten of de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte wordt vergroot, zijn meetbare doelen vastgesteld in Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom zijn er binnen het uitvoeringsplan meetbare doelen opgenomen voor speerpunt 1 Leefbare dorpen.
Onderwerp | Meetbaar doel | Toetsing |
Wateroverlast bij korte hevige bui (op basis van modelstudie 60 millimeter in 1 uur)[1]. | Geen water in panden. De maximale waterstand op maaiveld (openbaar gebied) is lager dan de aangenomen vloerpeilen van woningen. | Friese klimaatatlas: |
Hoofdwegen en wijkontsluitingswegen blijven toegankelijk voor calamiteitenverkeer. De maximale waterdiepte op deze wegen is minder dan 10 centimeter. | Friese klimaatatlas: | |
De overlast op alle overige wegen binnen de bebouwde kom blijft beperkt. De duur van water op straat is minder dan 12 uur. | Friese klimaatatlas: | |
Hitte op een extreem hete dag (op basis van modelstudie scenario 1 juli 2023, 15.00 uur)[2]. | Voldoende koele, biodiverse openbare verblijfsplekken. Gebouwen in de bebouwde kernen hebben een koele plek in de openbare ruimte van minstens 200 m2 binnen een loopafstand van 300 meter. | Nulmeting 2026 |
Voldoende schaduw op doorgaande fiets- en wandelroutes. Er is minstens 40% schaduw op deze routes | Nulmeting 2026 | |
Droogte bij lange periode van neerslagtekort (op basis van openbare data en beheerdata van de riolering). | Voldoende onverhard oppervlak voor infiltratie van regenwater. Minimaal 30% van de openbare ruimte per wijk is onverhard. | Dit meetbaar doel heeft raakvlakken met het meetbaar doel van speerpunt 2, Biodiversiteit. We hanteren dezelfde toetsingsmethode: Nulmeting 2026 |
Regenwater is voor groter deel afgekoppeld van de riolering en kan infiltreren in de bodem tijdens perioden van droogte. Vuile riooloverstortingen naar het oppervlaktewater nemen af, met positief effect voor de waterkwaliteit. 50% van het openbaar areaal is gescheiden gerioleerd. | Water- en rioleringsprogramma 2030, Beheersysteem openbare ruimte (GeoVisia) 2030 |
[1] Dit is in lijn met de klimaatbui waarop het bebouwde gebied is getoetst in de Friese Klimaatatlas (Geodienst Rijksuniversiteit Groningen). Schade bij hevige buien is niet uitgesloten.
[2] Om de gevoelstemperatuur op een hete zomerdag in beeld te brengen is de PET-index gebruikt. PET staat voor Physiological Equivalent Temperature. De PET-kaart geeft de lokale gevoelstemperatuur weer op een hete zomermiddag en helpt bij het identificeren van de hitteopgave en het verkoelend inrichten van de buitenruimte. (Bron: Technische toelichting landelijke hittekaart gevoelstemperatuur_2050.pdf )
In november 2024 is het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan is een uitvoeringsagenda voor de periode 2025-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s.
Speerpunt | Actie | Samenwerking intern | Samenwerking extern | Wanneer? | Raakvlakken thema’s |
1. We creëren leefbare dorpen waar ruimte is voor waterberging, groen en koelte. 2. Het landelijk gebied is bestand tegen hevige buien en periodes van droogte. 3. We realiseren klimaatbestendige nieuwbouw. | We voeren de uitvoeringsagenda uit het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 uit. | Openbare ruimte (water en riolering, groenbeheer, wegen), ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting) programma landelijk gebied, samenleven (gezondheid) en communicatie | Wetterskip, GGD Fryslân, drinkwaterbedrijf, stichting Steenbreek, scholen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Provincie, woningcorporaties, Veiligheidsregio, inwoners | 2026-2030 | Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit |
Wij vinden het belangrijk om samen met inwoners en samenwerkingspartners te werken aan de uitvoering van de duurzaamheidsdoelstellingen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de participatie bij de totstandkoming van dit programmaplan hebben vormgegeven en hoe we de participatie in de uitvoering willen oppakken.
Voor dit programmaplan is bestaand beleid vertrekpunt en ligt de focus op aanscherpen waar nodig. Bij de totstandkoming van dit programmaplan hebben we daarom geen uitgebreid extern participatietraject opgestart. We kiezen ervoor om in de uitvoering uitgebreider met onze inwoners en samenwerkingspartners te participeren, omdat acties en maatregelen dan concreter worden. Dit doen we op dit moment in de uitvoering ook al. Wel hebben we in het traject van dit programmaplan de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om mee te denken in het proces, specifiek voor het thema Sociale duurzaamheid. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente namens onze inwoners. Daarnaast is gebruik gemaakt van informatie die er is, zoals de trendverkenning van Planbureau Fryslân over hoe inwoners kijken naar de toekomst[1] en de uitkomsten van het inwonerspanel Klimaatadaptatie uit 2024[2].
In mei 2025 is de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om een formeel advies uit te brengen op dit programmaplan. In dezelfde periode is het programmaplan gedeeld met een aantal samenwerkingsorganisaties. Welzijnsorganisatie Scala, vereniging Kunst & COO, de Friese Milieufederatie, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland en energiecoöperatie de Eendracht zijn gevraagd om te op het concept programmaplan. ELAN Zuidoost Friesland en energiecoöperatie de Eendracht hebben hier gebruik van gemaakt. Alle reacties zijn verwerkt in de adviezen- en reactienota die toegevoegd is als bijlage Bijlage 10 - Adviezen en reactienota Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt het programmaplan zes weken ter inzage gelegd en kan iedereen een zienswijze indienen op het programmaplan.
[1] Dashboard Planbureau Fryslân: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public
In dit programmaplan hebben we in de tabellen in de themahoofdstukken onder het kopje ‘wat gaan we doen’ een kolom opgenomen ‘samenwerking extern’. In deze kolom staan de samenwerkingspartners die we willen betrekken bij de uitvoering van deze actie. We denken aan vormen zoals een kinder- en jongerenraad, het digitaal jongerenpanel, het inwonerspanel en meedenk- en dialoogsessies met inwoners en/of keten-/samenwerkingspartners.
Voor de thema’s Circulaire samenleving, Energietransitie en Klimaatadaptatie loopt de uitvoering van de uitvoeringsplannen al. In de uitvoeringsagenda’s van deze plannen staat wie betrokken worden bij de uitvoering.
Wat doen we al?
Vanuit het project groene dorpsprofielen willen we voor alle dorpen in de gemeente een groen dorpsprofiel opstellen. Een groen dorpsprofiel laat zien hoe het dorp er qua natuur en water uitziet en waar de gemeente de komende jaren – samen met het dorp – aan kan werken. Bijzondere aandacht is er voor biodiversiteit in en rond de dorpen. Met het project groene dorpsprofielen gaan we per dorp aan de slag en vragen we daarbij hulp van de inwoners. Waar zien zij bijvoorbeeld verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit?
Het Programma Duurzaam Ooststellingwerf loopt tot en met 2030. De voortgang van de uitvoering monitoren we in de planning en control cyclus. Per thema zijn meetbare doelen geformuleerd waarmee we kunnen meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Dit helpt ons in het rapporteren over de voortgang van de uitvoering van het programmaplan. Daarnaast geeft de landelijke klimaatmonitor[1]ons inzicht in de stappen die we zetten op het gebied van energie.
Dit programmaplan is tot stand gekomen in samenwerking met veel collega’s van verschillende afdelingen en beleidsvelden. Per thema hebben we in het programmaplan inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we samenwerken in de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van acties is dus over meerdere beleidsvelden en budgetten verdeeld. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Dit bewaken we in de planning en control cyclus, specifiek de programmabegroting en de jaarrekening, waarin we de samenwerking met de andere afdelingen opzoeken.
De handreiking Duurzaamheidsrapportage en – verantwoording voor decentrale overheden[1] biedt richtlijnen en tips voor het meten, rapporteren en verbeteren van duurzaamheidsprestaties. We onderzoeken de komende beleidsperiode of en hoe we de richtlijnen en tips uit deze handreiking kunnen toepassen voor de monitoring en borging.
[1] Handreiking duurzaamheidsrapportage decentrale overheden | VNG
Alle op dit moment beschikbare budgetten voor de komende jaren voor de uitvoering van het programma Duurzaamheid zijn verwerkt in een overzicht (zie Bijlage 9 - Financieel overzicht). Het structurele budget voor het totale programma Duurzaamheid bedraagt € 170.000 per jaar.
Voor de uitvoering van plannen binnen het programma Duurzaamheid is aanzienlijk meer budget nodig. Voor de korte termijn is er een aanvullend incidenteel budget van € 250.000 per jaar (tot en met 2026) en zijn er diverse specifieke uitkeringen vanuit het Rijk beschikbaar. Wij kunnen nu nog niet voorzien welke eventuele aanvullende specifieke uitkeringen er de komende jaren beschikbaar komen. Daarom hebben we bij de jaarrekening 2024 ook voorgesteld om het resterende incidentele budget van het programma Duurzaamheid toe te voegen aan een reserve programma Duurzaamheid (onderdeel van de algemene reserve). Hier kunnen tijdens de looptijd van het programma kosten uit worden gedekt.
Een groot deel van de personele inzet voor het programma wordt gedekt uit de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) . De VNG heeft gemeenten recent geïnformeerd over de uitkomsten overhedenoverleg en voorjaarsnota. Op basis van deze informatie gaan we ervan uit dat het reguliere budget dat we de afgelopen jaren ontvingen (ongeveer € 530.000 per jaar) tot en met 2030 wordt gecontinueerd met een korting van 10%. Deze korting wordt gehanteerd vanwege de overheveling van de specifieke uitkering naar het gemeentefonds. Dit budget wordt niet geïndexeerd en ook niet verhoogd voor de aanvullende taken op het gebied van klimaat en energie, die gemeenten inmiddels hebben gekregen. In de Bijlage 9 - Financieel overzicht is af te lezen dat er voor 2025 € 1.311.000 beschikbaar is. Door te schuiven met budgetten (het budget in jaar x mag benut worden tot en met jaar x+2) verwachten we elk jaar ongeveer € 635.000 beschikbaar te hebben.
We zien de laatste maanden een terugloop in het aantal verstrekte duurzaamheidsleningen. Dit is onderdeel van de Stimuleringregeling duurzaam en leefbaar Ooststellingwerf. Wij gaan ervan uit dat dit samenhangt met de beschikbaarheid van een landelijke regeling en politieke keuzes (beëindigen salderingsregeling). Wij verwachten dat deze lijn zich de komende jaren voorzet. Wij gaan er daarom vanuit dat nieuwe verstrekkingen kunnen plaatsvinden uit aflossingen van bestaande leningen.
Duurzaamheid is een breed onderwerp dat verschillende beleidsvelden raakt. In het programmaplan hebben we inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we samenwerken in de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de acties is dus over meerdere beleidsvelden en budgetten verdeeld. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Dit bewaken we door de voortgang van de uitvoering te monitoren in de planning en control cyclus.
/join/id/regdata/gm0085/2025/03c5079030cf4a35b8c13496a4e9cda7/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/741b4676dfe94e9fa700afb66920a84d/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/8f32efb2a3554de4b47b3f508399a4c7/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/7020239d2fa24de284f7253a436b5c8e/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/6eae2bfb0cc64a22804d15355199ee3d/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/b4ca678238144dd0ae81ac5f66915610/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/9f3f801b29f3420088f77597e47c3058/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/dfd9a47c0ffb4dfcb333cf7c9aa6d426/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/1c28abfb08bf409faae5c5cc7a90dcc1/nld@2025‑09‑24;07141878
/join/id/regdata/gm0085/2025/5f3723816f9b4bf5b54f3083812cd2d2/nld@2025‑09‑24;07141878
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-417034.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.