Beleidsregels tegemoetkoming éénverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027

INLEIDING

 

In 2016 werd bekend dat een samenloop van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen voor een groep alleenverdienershuishoudens nadelig uitpakt, waardoor zij toeslagen mislopen. Het gaat hierbij om gehuwden, of daaraan gelijkgestelden, van wie één partner een loondervingsuitkering krijgt van het UWV (al dan niet aangevuld met een uitkering krachtens de Toeslagenwet of een particuliere verzekering) en al dan niet aangevuld met algemene bijstand en de andere partner, die geboren is na 1963, geen of heel weinig inkomen heeft. Als gevolg van een gebrekkige afstemming tussen fiscale regelingen bestaat de kans dat dergelijke huishoudens minder huurtoeslag en zorgtoeslag krijgen dan huishoudens, die alleen van een bijstandsuitkering moeten leven. Als gevolg hiervan hebben zij, ook al ligt het netto inkomen op bijstandsniveau, een lager besteedbaar inkomen dan een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering en ligt dit inkomen onder dit bestaansminimum (bijstandsnorm en maximale toeslagen).

 

Inmiddels heeft het kabinet dit onderkend en is de opdracht om deze huishoudens te compenseren bij de gemeenten neergelegd.

 

Voor de jaren 2022, 2023 en 2024 is conform de landelijke richtlijnen een compensatie via de bijzondere bijstand uitgevoerd (Fase 1). Hierin werd voorzien door de Beleidsregels bijzondere bijstand éénverdienersproblematiek 2022-2024.

 

Voor 2025 tot en met 2027 is een tijdelijke regeling ingevoerd (Fase 2), die in de Participatiewet is opgenomen (artikel 78gg), maar uitdrukkelijk géén (bijzondere) bijstand is.

 

Over de genoemde jaren zullen de hiervoor in aanmerking komende huishoudens op basis van deze regeling jaarlijks een forfaittair bedrag ontvangen. De doelgroep bestaat uit de huishoudens die door de Belastingdienst zijn aangedragen, de huishoudens die over de jaren 2022, 2023 en 2024 op basis van Beleidsregels bijzondere bijstand éénverdienersproblematiek 2022, 2023 en 2024 een compensatie hebben gekregen en nog steeds aan de voorwaarden voldoen en de eventuele huishoudens die zich zelf melden en aan de voorwaarden voldoen. Het bedrag van de tegemoetkoming moet door de gemeente ambtshalve en volledig automatisch worden uitgekeerd.

 

Met deze beleidsregels wordt daarin voorzien.

 

BELEIDSREGELS TEGEMOETKOMING ÉÉNVERDIENERSPROBLEMATIEK 2025, 2026 en 2027

 

ALGEMEEN

Artikel 1: begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Awb, de Gemeentewet en het Burgerlijk Wetboek.

  • 2.

    In deze beleidsregels bijzondere bijstand éénverdienersproblematiek wordt verstaan onder:

    • a.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen;

    • b.

      wet: de Participatiewet;

    • c.

      éénverdienersproblematiek: de situatie waarbij een huishouden als gevolg van een gebrekkige afstemming tussen fiscale regelingen minder belastingtoeslagen ontvangt dan een huishouden in vergelijkbare omstandigheden, die een volledige bijstandsuitkering ontvangt;

    • d.

      belastingtoeslagen: de huurtoeslag en de zorgtoeslag;

    • e.

      kalenderjaar: het jaar 2025, 2026 of 2027

    • f.

      tegemoetkoming: het jaarlijkse bedrag dat over het kalenderjaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling op basis van artikel 78gg Participatiewet.

    • g.

      doelgroep: de van de Belastingdienst verkregen en met de uit de gemeentelijke administratie aangevulde huishoudens, aangevuld met eventuele zelfmelders, waarvan beide partners in het betreffende kalenderjaar fiscaal partner en toeslagpartner zijn, waarvan één partner een loondervingsuitkering van het UWV ontvangt (al dan niet aangevuld met een uitkering op grond van de Toeslagenwet of een aanvulling uit een particuliere verzekering) en de andere partner, die geboren is na 1963, geen of heel weinig inkomsten heeft, en het gezamenlijk inkomen al dan niet wordt aangevuld met een bijstandsuitkering en die naar alle waarschijnlijkheid een lager bedrag aan belastingtoeslagen krijgen dan een vergelijkbaar huishouden, dat als inkomen uitsluitend een bijstandsuitkering heeft.

    • h.

      belanghebbende: één van de partners die tot de huishoudens uit de doelgroep behoren.

    • i.

      zelfmelder: een belanghebbende die niet door middel van de van de Belastingdienst verkregen lijst bij het college bekend is gemaakt en die zich op eigen initiatief bij het college meldt.

    • j.

      vermogensgrens zorgtoeslag: het maximaal vrij te laten vermogen voor de éénverdiener samen met de toeslagpartner in het kader van de Zorgtoeslag, zoals dat door de Belastingdienst voor het betreffende kalenderjaar wordt gepubliceerd.

TOEGANG DOELGROEP

Artikel 2: toekenning

  • 1.

    Het college kent aan ieder huishouden uit de doelgroep, niet zijnde zelfmelders, jaarlijks ambtshalve en automatisch de vaste tegemoetkoming over het van toepassing zijnde kalenderjaar, voor zover het huishouden de tegemoetkoming nog niet heeft ontvangen en voor zover het huishouden nog aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de tegemoetkoming voldoet.

  • 2.

    Voor zover het banknummer (IBAN) nog niet bekend is wordt dit opgevraagd.

  • 3.

    Het college kan zelfmelders, van wie na onderzoek is vastgesteld dat zij tot de doelgroep behoren, eveneens ambtshalve de vaste tegemoetkoming toekennen.

     

ONDERZOEK ZELFMELDERS

Artikel 3: procedure

  • 1.

    Ten aanzien van een zelfmelder, die zich door middel van het indienen van een aanvraag bij het college heeft gemeld, wordt onderzocht of het huishouden in de gemeente Achtkarspelen staat ingeschreven en behoort tot de doelgroep en over het betreffende kalenderjaar nog niet eerder een tegemoetkoming (eventueel via een andere gemeente) heeft gekregen.

  • 2.

    Op het aanvraagformulier verklaart een zelfmelder dat zijn vermogen minder bedraagt dan de vermogensgrens, zoals deze voor de Zorgtoeslag geldt.

  • 3.

    Op het aanvraagformulier geeft een zelfmelder aan wat zijn banknummer (IBAN) is.

  • 4.

    Een aanvraag voor een bepaald kalenderjaar moet binnen twee weken nadat de jaaropgaven of de definitieve berekening toeslagen van dat bewuste kalenderjaar bekend zijn, zijn ingediend.

Artikel 4: status bedrag van de compensatie

Het bedrag van de compensatie:

 

  • a.

    behoort niet tot het nominatieve deel van de aangifte die de gemeente moet doen en wordt dus niet tot het verzamelinkomen van de belanghebbende gerekend;

  • b.

    is in het licht van de Participatiewet geen inkomens- danwel een vermogenscomponent;

  • c.

    telt niet mee in de berekening voor het recht op kwijtschelding gemeente- en waterschapsbelasting;

  • d.

    telt niet mee voor de berekening van aflossingscapaciteit in het kader van een schuldenregeling, danwel schuldensanering;

  • e.

    is niet vatbaar voor beslag, verrekening en terugvordering;

  • f.

    is niet vatbaar voor het toepassen van een maatregel;

Artikel 5: hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in de beleidsregels, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden.

Artikel 6: onvoorziene situaties

In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien beslist het college.

Artikel 7: citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels tegemoetkoming éénverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027.

Artikel 8: inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag dat zij officieel zijn gepubliceerd en werken terug tot en met 1 januari 2025.

  • 2.

    Deze beleidsregels vervallen met ingang van 1 maart 2028.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen op 19 augustus 2025,

de secretaris,

(dhr. Mr. M.C. de Jong)

de burgemeester,

(dhr. J.D. de Vries)

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING  

ALGEMEEN

 

Artikel 1

Dit artikel geeft aan wat onder de verschillende begrippen moet worden verstaan.

 

Artikel 2

Dit artikel geeft aan dat de verstrekking van de compensatie ambtshalve en automatisch plaatsvindt aan dat deel van de doelgroep dat bij het college bekend is. Tevens wordt aangegeven dat aan zelfmelders, die nog niet bekend zijn bij het college, eveneens een ambtshalve verstrekking kan plaatsvinden.

 

Artikel 3

Voor de zelfmelders is een eenvoudige aanvraagprocedure in het leven geroepen, waarbij slechts vastgesteld moet worden of de belanghebbende behoort tot de doelgroep. Het vermogen mag hiervoor niet hoger zijn dan de vermogensgrens die geldt voor de Zorgtoeslag en aan de hand van de jaaropgaven of de definitieve berekening toeslagen van dat bewuste kalenderjaar moet aannemelijk zijn dat het huishouden in vergelijking met een huishouden dat een bijstandsuitkering als inkomen heeft minder huur- en zorgtoeslag heeft ontvangen. Het exacte bedrag hiervan is niet van belang, aangezien men toch een forfaitair bedrag ontvangt.

 

Artikel 4

Dit artikel maakt duidelijk dat het bedrag van de compensatie voor de getroffen huishoudens beschikbaar moet blijven en door niets kan worden aangetast.

 

Artikelen 5 en 6

Deze artikelen geven aan dat het college te allen tijde bevoegd is om afwijkend van, of aanvullend op deze beleidsregels kan handelen.

 

Artikel 7

Deze artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 8

Hoewel de beleidsregels betrekking hebben op de jaren 2025, 2026 en 2027 moeten zij na 31 december 2027 nog wel enige tijd van kracht blijven, aangezien een zelfmelder eerst een jaaropgave of een definitieve berekening van de toeslagen moet kunnen overleggen om aan te tonen dat hij tot de doelgroep behoort. Om deze reden is de uiterste datum op 1 maart 2028 vastgesteld.

Naar boven