Gemeenteblad van Neder-Betuwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2025, 415421 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2025, 415421 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen
Artikel 2 Algemene subsidieverordening
Deze nadere regel is een nadere regel in de zin van artikel 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2019. De Algemene subsidieverordening gemeente Neder-Betuwe 2019 is van toepassing.
Subsidie op grond van deze nadere regel wordt uitsluitend verstrekt aan de aanbieder van de veerdienst die door het college is aangewezen als DAEB.
Het doel van deze subsidie is het in stand houden van de veerverbinding tussen Opheusden en Wageningen. Dit is een integrale openbare vervoersvoorziening voor de bewoners van het desbetreffende gebied. Het dient de noodzakelijke mobiliteit in de regio, ter ontlasting van het omringende wegennet en het terugdringing van congestie, en bovendien milieubelastende uitstoot van uitlaatgassen vermindert en een kortere route biedt, met name voor fietsers.
Artikel 5 Voorwaarden/toetsingskader subsidie
Voor subsidie komen in aanmerking de activiteiten die direct verband houden met de exploitatie van de veerdienst, zoals:
Artikel 9 Staatssteun en DAEB-kader
De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011 inzake de toepassing van artikel 106, tweede lid, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbaredienstverplichtingen (2012/21/EU) en de regels zoals opgenomen in paragraaf 4.13 van de Regels Subsidieverlening Gelderland 2023.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 9 september 2025
Burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe,
de secretaris,
Nicolien de Geus – de Bruijn
de burgemeester,
Jan Kottelenberg
Bijlage Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen (zoals bedoeld in artikel 6 en 7)
De vaartijden vormen de basis voor de personele bezetting en het is dan ook belangrijk om hier kritisch naar te kijken. Tot de vaartijden dient ook gerekend te worden de tijd welke benodigd is voor het dagelijks opstarten en afmeren, maximaal een half uur per dag.
De spitsuren zijn van belang indien tijdens deze uren extra personeel wordt ingezet. Bij een vrij varende pont dient uitgegaan te worden van een bezetting van twee personen.
Een voorbeeld voor het berekenen van de personele bezetting is hierna opgenomen.
Bij dit voorbeeld is uitgegaan van een minimale bezetting van één persoon.
Indien de exploitant zelf meewerkt, dan maakt zijn formatieruimte deel uit van de totale personele bezetting.
Een formulier voor het berekenen van de personele bezetting is als bijlage 4 opgenomen.
Voorbeeld berekening personele bezetting
In dit voorbeeld wordt uitgegaan van een kabelveer en van de volgende vaartijden:
Per dag worden de vaartijden uitgebreid met een half uur voor het opstarten en afmeren.
De gegevens van dit voorbeeld zijn hierna verwerkt op het formulier voor de berekening van de personeelsformatie.
Indien bedrijfskleding wordt verstrekt, mogen de werkelijke kosten worden opgenomen tot een maximum van € 390,-- (prijspeil 2025) per persoon per jaar.
De kosten van woon- werkverkeer dienen gebaseerd te worden op de tarieven voor openbaar vervoer, alsmede redelijke kosten voor noodzakelijke dienstreizen.
REPARATIE EN ONDERHOUD VAN VAARTUIGEN
De kosten van een hellingbeurt mogen niet bij deze kosten worden opgenomen, maar bij de investeringen.
Indien de veerexploitant de veerwegen, omdat hij eigenaar is, moet onderhouden, dan mogen de werkelijke kosten worden opgenomen tot maximaal € 2035,- per km (prijspeil 2025).
ADMINISTRATIE, BANKKOSTEN ENZ.
De werkelijke kosten mogen worden opgenomen tot maximaal 5% van de personeels- en exploitatiekosten.
De verzekeringspremie van de WAB- en de Cascoverzekering, voor zover afgesloten, hier vermelden.
De premie moet zo laag mogelijk zijn.
De investeringen kunnen worden gesplitst in kleine investeringen tot € 3.904,-- (prijspeil 2010) en investeringen boven € 3.904,-- (prijspeil 2025) .
De kleine investeringen kunnen als bedrijfskosten worden verantwoord bij de exploitatiekosten. De investeringen dienen, voor zover te voorzien, te worden geraamd in de exploitatiebegroting. De oevergemeente dient de investering(-en) te beoordelen en geeft schriftelijk toestemming tot de investering(-en). Bij vervanging van het casco dient een rapport van een expertisebureau te worden verstrekt. De restwaarde van het casco bedraagt 10 % van de aanschaffingsprijs. De restwaarde van het casco wordt niet afgeschreven.
De investeringen boven € 3.904,-- (prijspeil 2025) worden geactiveerd en dienen te worden afgeschreven gedurende een periode zoals vermeld bij de afschrijvingstermijnen.
Indien bij de Scheepvaartinspectie blijkt dat de benodigde investeringen een bedrag van € 20.000,-- te boven gaan, dienen deze bij de gemeente gemeld te worden en zal door de gemeente een medebeoordeling plaats vinden naar financiële en economische betekenis van deze investering.
Voor de investeringen boven € 3.904,-- (prijspeil 2025) dienen de volgende afschrijvingstermijnen te worden gehanteerd:
De investeringen worden afgeschreven op basis van annuïteiten, uitgezonderd het casco. Het casco wordt afgeschreven met een vast bedrag per jaar.
Het te hanteren rentepercentage wordt verstrekt door de oevergemeente.
De afschrijvingstermijn begint op de eerste van de maand waarin het geïnvesteerde in gebruik wordt genomen.
Het rentepercentage wordt door de oevergemeente verstrekt aan de veerexploitant voor iedere investering en is gebaseerd op het percentage van de BNG. voor langlopende leningen, geldend op het moment dat de investering wordt gedaan, zoveel mogelijk overeenkomend met de afschrijvingstermijn en afschrijvingsmethodiek.
Het ondernemersrisico dient te worden gesteld op 8% van de veeropbrengst
De tarieven voor de overzetveren worden door de veerexploitant in overleg met de gemeente vastgesteld, waarbij de tarieven van het voorgaande jaar als vertrekpunt dienen en eventuele aanpassingen redelijk en onderbouwd moeten zijn.
AANTALLEN OVERGEZETTE PERSONEN, VOERTUIGEN E.D.
De aantallen overzettingen per tariefcategorie dienen controleerbaar te zijn voor de gemeente. De veerexploitant dient hierover overleg te plegen met de oevergemeente.
In de voorwaarden voor het verstrekken van een bijdrage aan de veerexploitant kan worden opgenomen dat de oevergemeente bevoegd is om steekproeven te nemen ter controle van de afgifte van geldige vervoerbewijzen.
B. TOELICHTING EXPLOITATIEREKENING
De kolommen van de exploitatierekening dienen, uitgaande van de exploitatierekening over (bijvoorbeeld) het jaar 2026, als volgt te worden ingevuld:
Afwijkingen met betrekking tot de begroting en werkelijke uitgaven/inkomsten van meer dan 10% moeten worden toegelicht. Hierbij dient aangeven te worden hoe deze afwijking is ontstaan en wat dit voor consequenties heeft voor komende jaren. Het bestuur van de stichting kan hierbij de gemeente om nader (accountant)onderzoek en/of toelichting vragen.
1.1 Salarissen en sociale lasten
Per persoon dienen de volgende gegevens vermeld te worden:
Indien de exploitant zelf meewerkt, dan worden deze kosten ook bij deze post opgenomen.
Indien bedrijfskleding wordt verstrekt dan mogen de werkelijke kosten worden vermeld tot een maximum van € 390,-- (prijspeil 2025) per persoon per jaar.
De kosten van woon- werkverkeer dienen per persoon te worden gespecificeerd. Dit geldt ook voor de dienstreizen.
De kosten moeten redelijk zijn en dienen per persoon te worden gespecificeerd.
Indien de kosten meer dan 10% afwijken van de begroting of van de kosten van voorgaand boekjaar, dan toelichten.
2.2 Reparatie en onderhoud vaartuigen
De kosten van een hellingbeurt mogen niet bij deze kosten worden opgenomen.
Toelichten indien de kosten meer dan 10% afwijken van het geraamde bedrag of van de kosten van voorgaand boekjaar.
De werkelijke kosten dienen te worden opgenomen tot maximaal € 2.035,-- per km.(prijspeil 2025)
De werkelijke kosten specificeren.
Voor iedere investering dienen de volgende gegevens te worden vermeld:
De bedragen dienen te worden getotaliseerd.
Het totaalbedrag van de afschrijving van het boekjaar dient in de exploitatierekening te worden opgenomen.
Voor iedere investering dienen de volgende gegevens te worden opgenomen:
De bedragen dienen te worden getotaliseerd. Het totaalbedrag van de rente dient in de exploitatierekening te worden opgenomen.
4.1 Administratie, bankkosten enz.
De werkelijke kosten dienen te worden vermeld tot maximaal 5% van de personeels- en exploitatiekosten.
De verzekeringspremie van de WAB- en de Cascoverzekering, voor zover afgesloten, hier vermelden.
De werkelijke kosten, voor zover noodzakelijk voor de exploitatie van het veer.
Het ondernemersrisico bedraagt 8% van de opbrengst veergelden(zie post 10).
Per tariefcategorie dienen de volgende gegevens te worden verstrekt:
De opbrengsten per tariefscategorie dienen te worden getotaliseerd en te worden vermeld op de exploitatierekening. Indien in de loop van het jaar een bepaald tarief is gewijzigd dan beide tarieven specificeren. Belangrijke verschillen ten opzichte van de begroting c.q. voorgaand boekjaar hier vermelden.
11. BIJDRAGEN OVERGANGSREGELING WUW
12. BIJDRAGEN OEVERGEMEENTE(N)
D. TOELICHTING EXPLOITATIEBEGROTING
De oevergemeente zal jaarlijks aan de veerexploitant gegevens verstrekken voor het opstellen van de exploitatiebegroting, zoals salarisschalen, sociale lasten, inflatiecorrectie e.d.
De kolommen van de exploitatiebegroting dienen, uitgaande van de exploitatiebegroting over (bijvoorbeeld) het jaar 2011, als volgt te worden ingevuld:
Belangrijke verschillen ten opzichte van de begroting c.q. voorgaand boekjaar hier vermelden.
1.1 Salarissen en sociale lasten
Per persoon dienen de volgende gegevens vermeld te worden:
Indien de exploitant zelf meewerkt, dan worden deze kosten bij deze post opgenomen.
Indien bedrijfskleding wordt verstrekt dan mogen de kosten worden geraamd tot een maximum van € 390,-- (prijspeil 2025) per persoon per jaar
De kosten van woon- werkverkeer dienen gebaseerd te worden op de geraamde kosten voor het lopend jaar te verhogen met de inflatiecorrectie.
De geraamde kosten moeten redelijk zijn en overeenstemmen met de geraamde kosten voor het lopende jaar.
Geraamde kosten voor het lopend jaar te verhogen met een inflatiecorrectie.
2.2 Reparatie en onderhoud vaartuigen
De geraamde kosten van een hellingbeurt mogen niet bij deze kosten worden opgenomen. Opnemen de geraamde kosten voor het lopend jaar inclusief de inflatiecorrectie.
De geraamde kosten dienen te worden opgenomen tot maximaal € 2.035,-- (prijspeil 2025),-- per km.(prijspeil 2010)
De geraamde kosten specificeren.
De investeringen dienen gesplitst te worden in investeringen tot en met vorig jaar en de geraamde investeringen voor het lopend jaar en voor het komend jaar.
Voor iedere investering dienen de volgende gegevens te worden vermeld:
De bedragen dienen te worden getotaliseerd.
Het geraamd totaalbedrag van de afschrijving van het boekjaar dient in de exploitatierekening te worden opgenomen.
Voor iedere investering dienen de volgende gegevens te worden opgenomen:
De bedragen dienen te worden getotaliseerd. Het geraamd totaalbedrag van de rente dient in de exploitatierekening te worden opgenomen.
4.1 Administratie, bankkosten enz.
De geraamde kosten dienen te worden vermeld tot maximaal 5% van de geraamde personeels- en exploitatiekosten
De geraamde verzekeringspremie van de WAB- en de Cascoverzekering, voor zover afgesloten of nog af te sluiten, hier vermelden.
De geraamde kosten, voor zover noodzakelijk voor de exploitatie van het veer.
Het ondernemersrisico bedraagt 8% van de opbrengst veergelden (zie post 10).
Per tariefcategorie dienen de volgende gegevens te worden geraamd:
De opbrengsten per tariefscategorie dienen te worden getotaliseerd en te worden vermeld op de exploitatiebegroting. Indien wordt afgeweken van de jaarlijkse verhoging c.q. bijstelling van de veertarieven dan dient dit hier gemotiveerd te worden.
11. BIJDRAGEN OVERGANGSREGELING WUW
12. BIJDRAGEN OEVERGEMEENTE(N)
Bij vervanging van een veer dienen de volgende gegevens verstrekt te worden
BEREKENING VAN DE PERSONEELSFORMATIE
1) alleen invullen indien tijdens de spitsuren extra personeel wordt ingezet.
E. ONDERDELEN ACCOUNTANTSVERKLARING OF SAMENSTELLINGSVERKLARING
In artikel 7 van de Nadere regel subsidie veerverbinding Opheusden – Wageningen is aangegeven dat bij een verzoek bijdrage ten behoeve van het veer een accountantsverklaring nodig is.
In deze verklaring moeten de volgende onderdelen opgenomen worden.
Afhankelijk van de bevindingen moet het verslag in een van onderstaande verklaringen resulteren:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-415421.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.