Gedragscode raadsleden en burgerleden gemeente Zwolle 2025

De gemeenteraad van Zwolle;

 

Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet;

 

 

BESLUIT:

 

 

Onder gelijktijdige intrekking van de Gedragscode integriteit Zwolle voor raadsleden en burgerleden van de gemeente Zwolle de navolgende gedragscode vast te stellen:

 

GEDRAGSCODE RAADSLEDEN EN BURGERLEDEN GEMEENTE ZWOLLE 2025

 

INLEIDING

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en politieke ambtsdragers. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de gemeenteraad en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed dan wel verklaring en belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

 

De gemeenteraad stelt zowel voor de eigen (burger)leden als voor de andere bestuurders (wethouders en burgemeester) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de raadsleden en burgerleden is er naast die voor de wethouders en burgemeester een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de raadsleden en burgerleden. Veel bepalingen in beide gedragscodes zijn identiek. Maar er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke integriteitsregels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

 

Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk.

 

Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De politieke ambtsdragers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan onderdeel worden van politiek debat en derhalve ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.

 

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.

 

Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in en vanuit een glazen huis. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige (digitale) wereld is onontkoombaar sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.

 

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.

 

Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten. 1

 

1 Algemene bepalingen

Wettelijk kader

De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor zijn leden (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).

 

  • 1.1

    De gedragscode geldt voor de raadsleden en burgerleden. Waar in deze gedragscode wordt gesproken over raadsleden wordt ook gedoeld op burgerleden.

  • 1.2

    De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

2 Voorkomen van belangenverstrengeling

Wettelijk kader

Afleggen eed of verklaring en belofte (artikel 14 Gemeentewet)

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden en burgerleden, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid/burgerlid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid/burgerlid naar eer en geweten zal vervullen.”

 

Persoonlijke belangen:

  • Een lid van een gemeenteraad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over

    • -

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • -

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort

    • -

      (artikel 28 lid 1 Gemeentewet)

  • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Verboden handelingen, incompatibiliteiten en nevenfuncties:

  • Verboden handelingen: raadsleden en burgerleden mogen in geschillen, waarin gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bij het aangaan van bepaalde overeenkomsten die met de gemeente worden gesloten niet rechtstreeks of middellijk betrokken zijn. Van dit verbod kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen waar het gaat om raadsleden.

  • (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).

  • Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het raadslidmaatschap (artikel X8 Kieswet). Hiertoe kan de raad besluiten.

  • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van raadslid sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 lid 1 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de gemeenteraad (artikel X1 Kieswet)

  • Openbaarmaking nevenfuncties: raadsleden maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties is digitaal in te zien en ligt ter inzage in het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet).

 

  • 2.1

    Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.

  • 2.2

    De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het statenlidmaatschap/raadslidmaatschap/lidmaatschap van het algemeen bestuur en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 2.3

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Toelichting

Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualisering daarvan.

3 Informatie

Wettelijk kader

Informatieplicht

De burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de gemeenteraad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele raadsleden informatie vragen zal die informatie aan de gemeenteraad moeten worden verstrekt.

De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 lid 3 Gemeentewet)

 

Geheimhouding

  • -

    De gemeenteraad, het college van B&W, de burgemeester en een commissie kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 lid 1 en 2 van de Wet open overheid een verplichting tot geheimhouding opleggen op informatie die onder hen berust.

  • -

    De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien de informatie onder de raad berust dan wel aan de raad is verstrekt – de gemeenteraad die de verplichting tot geheimhouding opheft.

  • -

    Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

 

  • 3.1

    Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad beschikt en zorgt ervoor dat geheime informatie veilig wordt opgeslagen en dat computers, tablets en andere data- en communicatieapparatuur en computerbestanden niet toegankelijk zijn voor anderen dan het raadslid zelf.

  • 3.2

    Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

  • 3.3

    Het raadslid gaat verantwoord en zorgvuldig om met social media en diens uitingen daarop. Het raadslid is zelf verantwoordelijk voor het beheer van zijn eventuele social media-accounts en is altijd aanspreekbaar op zijn gedrag en uitlatingen hierop. Bij uitingen op social media wordt geen onderscheid gemaakt tussen het raadslid en de privépersoon.

Toelichting

3.1 Met de tegenwoordige stand van zaken op het terrein van digitale gegevensopslag en communicatiemogelijkheden, wordt extra zorgvuldigheid betracht bij het omgaan met en transporteren van (digitale) informatie. Het raadslid is hiervoor verantwoordelijk en kan hierop worden aangesproken. Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met geheime informatie.

4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

Wettelijk kader

De eed of verklaring en belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of verklaring en belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

 

  • 4.1.1

    Een raadslid accepteert en geeft geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 4.1.2

    Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 4.1.3

    Fysieke geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en aan de griffier overgedragen om aldus eigendom van de gemeente te worden.

  • 4.1.4

    De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 4.1.5

    Geschenken worden indien mogelijk niet op het huisadres ontvangen.

  • 4.2.1

    Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente buiten de privésfeer maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen.

  • 4.2.2

    De informatie is via internet beschikbaar.

  • 4.3.1

    Een raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden buiten de privésfeer binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.

  • 4.3.2

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Toelichting

4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.

Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, indien mogelijk niet op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden na overdracht eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente aldus heeft ontvangen en welke bestemming daaraan is gegeven.

4.2 en 4.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene in de hoedanigheid van raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij c.q. in de privésfeer vallen hier dus niet onder.

De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente.

De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

Wettelijk kader

Procedure van declaratie

Er worden voor raadsleden voorschriften opgenomen in de Verordening Rechtspositie raadsleden en burgerleden over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten.

 

  • 5.1.1

    Burgemeester en wethouders richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 5.1.2

    Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

  • 5.2

    Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 5.3

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.

6 Omgangsvormen

Wettelijk kader

De gemeenteraad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast (artikel 16 Gemeentewet).

 

Handhaving van de orde

De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzetten. Ook kan hij de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor te hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd (artikel 26 Gemeentewet)

 

  • 6.1

    Raadsleden bejegenen elkaar, andere bestuurders, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (social) media. Zij vermijden elke vorm van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn ongewenste omgangsvormen.

  • 6.2

    Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen raadsleden actief de sociale veiligheid. Dat doen raadsleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-raadsleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen.

  • 6.3

    Als raadsleden ongewenst gedrag van collega-raadsleden ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor advies en ondersteuning.

  • 6.4

    Raadsleden houden zich tijdens de vergaderingen binnen het Raadsplein aan het Reglement van Orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

Toelichting

Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook raadsleden. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van raadsleden van fundamenteel belang voor het goed functioneren van de democratie. Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in de raad van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.

Als een raadslid de grens van een ander raadslid overschrijdt kan het raadslid daarop aangesproken worden, op het moment zelf of achteraf. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de persoon die de ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij collega-raadsleden.

De bevoegdheid van de raad om op voorstel van de voorzitter een raadslid de toegang tot de vergadering te ontzeggen, beperkt zich wettelijk gezien enkel tot de raadsvergadering (besluitvormingsronde) en is dus niet van toepassing op de andere vergaderingen binnen het raadsplein.

7 Uitvoering gedragscode

  • 7.1

    De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

  • 7.2

    Op voorstel van de burgemeester worden afspraken gemaakt over de navolgende onderwerpen:

    • a)

      de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder;

    • b)

      de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;

    • c)

      de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.

    • d)

      In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.

Toelichting

7.1

De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.

 

7.2

De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zijn leden en voor de wethouders en burgemeester een gedragscode vast te stellen.

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich moeten houden.

De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd.

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de gemeenteraad als binnen het college van B&W.

De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt. 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 januari 2025.

De raad voornoemd,

P. Snijders, voorzitter

E. Meurs, griffier

Naar boven