Gemeenschappelijke regeling ReinUnie 2010, derde wijziging

Geregistreerd onder nummer D/2025/742714

Wettelijke grondslag:

Wet gemeenschappelijke regelingen

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze regeling en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder:

  • a.

    het samenwerkingsgebied: het gezamenlijke grondgebied van de aan deze regeling deelnemende colleges van de gemeente Beverwijk, Heemskerk en Velsen;

  • b.

    de bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 2 van de regeling

  • c.

    deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de Beverwijk, Heemskerk en Velsen;

  • d.

    gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland;

  • e.

    Wgr/ de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • f.

    Signing Binder en Closing Binder: overeenkomsten tot koop en verkoop van activa en passiva tussen ReinUnie en HVC d.d. 31 januari 2007 en 6 april 2007

Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie

  • 1.

    Bij deze regeling wordt ingesteld een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd: “ReinUnie”.

  • 2.

    De bedrijfsvoeringsorganisatie is rechtspersoon, gevestigd in Heemskerk.

  • 3.

    Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het grondgebied van de deelnemers.

Hoofdstuk 2 Bestuur

Artikel 3 Bestuur

  • 1.

    Iedere deelnemer wijst uit zijn midden één lid aan.

  • 2.

    Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met een dienstverband als personeelslid van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

  • 3.

    De deelnemers wijzen ook een plaatsvervangend lid aan. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangende lid.

Artikel 4 Algemeen bestuur

Vervallen

Artikel 5 Dagelijks bestuur

Vervallen

Artikel 6 Voorzitter

  • 1.

    Het bestuur wijst een van de leden aan als voorzitter. Het bestuur regelt de vervanging van de voorzitter.

  • 2.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het bestuur en bepaalt de plaats, de dag en het aanvangsuur van de vergaderingen van het bestuur.

  • 3.

    De voorzitter tekent de stukken die van het bestuur uitgaan.

  • 4.

    De voorzitter vertegenwoordigt ReinUnie in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gevolmachtigde.

Artikel 7 Zittingsperiode en beëindiging lidmaatschap

  • 1.

    De leden van het bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan de benoemingsperiode van het college dat hen heeft aangewezen.

  • 2.

    De colleges beslissen aan het begin van elke zittingsperiode van het college, uiterlijk in de vergadering volgend op die waarin de benoeming van wethouders plaatsvindt, over de aanwijzing en de eventuele vervanging/ waarneming.

  • 3.

    De leden van het bestuur treden af op de dag waarop de benoemingsperiode van het college dat het lid heeft aangewezen, eindigt.

  • 4.

    Het lidmaatschap van de leden die door de colleges van de gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij tussentijdse beëindiging van het wethouderschap of het burgemeesterschap.

  • 5.

    Een persoon waarvan het lidmaatschap als gevolg van het derde of vierde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.

  • 6.

    Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om andere reden openvallen, vindt plaats binnen één maand na dat openvallen.

  • 7.

    Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

  • 8.

    De leden van het bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter en het college dat hen heeft aangewezen, op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. De leden van het bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap, totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien.

Artikel 8 Orde

  • 1.

    Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer een lid hem dit schriftelijk verzoekt onder opgave van de te behandelen onderwerpen. Indien een vergadering is gevraagd wordt zij binnen twee weken gehouden.

  • 2.

    De vergaderingen van het bestuur zijn niet openbaar.

  • 3.

    Andere rechtspersonen kunnen worden uitgenodigd de vergaderingen van het bestuur bij te wonen.

Artikel 9 Stemrecht en besluitvorming

  • 1.

    Het stemrecht is als volgt verdeeld:

    • a.

      Een lid van het bestuur dat is aangewezen door de gemeente Beverwijk heeft één stem.

    • b.

      Een lid van het bestuur dat is aangewezen door de gemeente Heemskerk heeft één stem.

    • c.

      Een lid van het bestuur dat is aangewezen door de gemeente Velsen heeft één stem.

  • 2.

    In de vergaderingen van het bestuur kan slechts worden besloten indien meer dan de helft van de zitting hebbende leden vertegenwoordigd zijn.

  • 3.

    Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige en gemachtigde leden

  • 4.

    Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

  • 5.

    Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, voor zover de regeling niet anders regelt.

  • 6.

    Bij staking van stemmen wordt een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering.

  • 7.

    Indien de stemmen staken in een ingevolge het zesde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

Artikel 9A Inlichtingen

  • 1.

    1Het bestuur geeft aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid.

  • 2.

    Het bestuur verstrekt aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden of colleges worden verlangd.

  • 3.

    Een lid van het bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen en de raad van die gemeente, op de in die gemeente gebruikelijke wijze alle inlichtingen die door het college, de raad of een of meer leden daarvan, worden verlangd.

Artikel 9B Verantwoording

  • 1.

    Een lid van het bestuur kan door het college dat het lid heeft aangewezen, door de desbetreffende raad of door een of meer leden van die raad op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop dat lid de desbetreffende gemeente in het bestuur heeft vertegenwoordigd.

  • 2.

    Het college dat een lid van het bestuur heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid het door hem aangewezen lid te ontslaan, indien dat lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.

  • 3.

    Omtrent de wijze waarop de in lid 1 en 2 van dit artikel genoemde verplichtingen dienen te worden geëffectueerd, kunnen door de afzonderlijke colleges nadere regels worden gesteld.

Hoofdstuk 3 Belang, taken en bevoegdheden

Artikel 10 Belang

  • 1.

    ReinUnie voorziet in de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers in de huur en verhuur van onroerend goed gelegen aan de Amsterdamseweg 10 te Velsen-Zuid.

  • 2.

    ReinUnie behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers die verband houden met de Closing Binder en de Signing Binder.

Artikel 11 Taken en bevoegdheden

Ter verwezenlijking van de in artikel 10 genoemde belang komen aan ReinUnie de volgende taken en bevoegdheden toe:

  • a.

    het doen zorgdragen voor de naleving van de Closing Binder alsmede de Signing Binder;

  • b.

    het financieel beheer van het onroerend goed in Velsen-Zuid, zoals opgenomen in de lening- en huurovereenkomst;

  • c.

    de bevordering van gemeenschappelijke standpuntbepaling van de deelnemers op het gebied van afvalverwerking en reiniging.

Artikel 12 Strekking overdracht bevoegdheden

Voor zover hiervan in deze regeling niet is afgeweken, komt aan het bestuur van ReinUnie ter uitvoering van de in artikel 11 genoemde taken de bevoegdheden toe, die aan de colleges behoren.

Artikel 13 Algemeen bestuur

Vervallen

Artikel 14 Bevoegdheden bestuur

Het bestuur is in ieder geval bevoegd:

  • a.

    tot het voeren van het dagelijks bestuur van ReinUnie;

  • b.

    het doen van voorstellen aan de colleges omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling;

  • c.

    regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van ReinUnie;

  • d.

    ambtenaren aan te nemen en te ontslaan.

  • e.

    te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen met in achtneming van artikel 31a Wgr.

  • f.

    te besluiten namens ReinUnie rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten;

  • g.

    het bestuur consulteert de colleges en raden van de deelnemende gemeenten voordat een besluit wordt genomen over het beheer, werven of verkopen van onroerend goed zoals bedoeld in artikel 11 van deze regeling;

  • h.

    tot het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit;

Artikel 15 De Voorzitter

Vervallen

Artikel 16 De secretaris

  • a.

    De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft een secretaris.

  • b.

    De secretaris wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.

  • c.

    Het bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast.

  • d.

    De secretaris wordt vervangen op een door het bestuur te bepalen wijze.

Artikel 17 Taak secretaris

  • 1.

    De secretaris staat het bestuur, in alles wat hen is opgedragen ter zijde.

  • 2.

    Alle stukken die van het bestuur uitgaan, worden door hem meeondertekend.

  • 3.

    De secretaris is in de vergaderingen van het bestuur aanwezig.

Artikel 18 Medewerkers

Vervallen

Hoofdstuk 4 Financiën

Artikel 19 Algemeen

  • 1.

    Het bestuur stelt met in acht name van de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording regels vast over het financieel beheer, de inrichting van de begroting, de rekening en de boekhouding en controle.

  • 2.

    Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

  • 3.

    Met betrekking tot het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam alsmede de controle met betrekking tot de laatste twee onderwerpen zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19A Kadernota

Het bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de vertegenwoordigende organen.

Artikel 20 Begroting

  • 1.

    Het bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op en zendt deze uiterlijk 15 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten om hen in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen.

  • 2.

    De raden van de gemeenten kunnen bij het bestuur voor 15 augustus hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

  • 3.

    Het bestuur laat, voor zij de begroting definitief vaststelt, schriftelijk en gemotiveerd weten aan de raden wat zij vindt van eventueel ingediende zienswijzen en tot welke conclusies dat heeft geleid.

  • 4.

    Het bestuur stelt de begroting uiterlijk vast op 8 september van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient.

  • 5.

    Na vaststelling zendt het bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten eventueel hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 6.

    Wanneer de (ontwerp) begroting ongewijzigd wordt vastgesteld, hoeft de begroting niet opnieuw naar de raden te worden toegezonden.

  • 7.

    Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september, ter kennisgeving aan gedeputeerde staten.

  • 8.

    Op het wijzigen van de begroting zijn de leden 2 tot en met 7 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij het technische begrotingswijzigingen betreft die niet zorgen voor een verhoging van de bijdragen van de deelnemers. Voor laatstgenoemde begrotingswijzigingen is het bestuur bevoegd deze vast te stellen zonder daarvoor een zienswijze van de deelnemers te verzoeken.

Artikel 21 Rekening

  • 1.

    Het bestuur stelt jaarlijks de concept jaarrekening vast en zendt deze voor 30 april aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag uiterlijk 1 juli definitief vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking hebben.

  • 3.

    Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

Artikel 22 Financiering

Voor nakoming van aangegane geldleningen en de in de rekening-courant opgenomen gelden staan de deelnemers garant voor zover ter zake door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt.

Artikel 23 Verantwoording baten en lasten

Vervallen

Artikel 24 Controle

Vervallen

Artikel 25 Lasten bedrijfsvoeringsorganisatie

  • 1.

    De lasten van de bedrijfsvoeringsorganisatie bestaan uit:

    • a.

      kosten verbonden aan het financieel beheer van het onroerend goed, opgenomen in de lening- en huurovereenkomst, zoals het gebouwencomplex in Velsen-Zuid;

    • b.

      bestuurskosten.

  • 2.

    De in het eerste lid onder a bedoelde kosten worden verrekend met HVC.

  • 3.

    De in het eerste lid onder b bedoelde kosten worden verrekend met de in de gemeenschappelijke regeling beschikbare gelden.

  • 4.

    Het vaststellen van de door elke gemeente verschuldigde jaarlijkse bijdrage geschiedt binnen één maand na de vaststelling van de rekening van baten en lasten door het bestuur.

  • 5.

    Het bestuur doet, onder gelijktijdige toezending van een exemplaar van de rekening van baten en lasten, van het vaststellen van de bijdrage mededeling aan de gemeenteraden.

  • 6.

    Indien niet binnen twee maanden wordt betaald zal het bestuur de betreffende deelnemer met ingang van de derde maand een rentevergoeding op basis van wettelijke rente in rekening brengen.

  • 7.

    De lasten worden verdeeld op basis van het aantal woonhuisaansluitingen per 1 januari 2007. (Beverwijk 27.32%; Heemskerk 25.71%; Velsen 46.97% conform verdeling overnamesom)

Artikel 26 Baten bedrijfsvoeringsorganisatie

De baten van de bedrijfsvoeringsorganisatie worden verdeeld op basis van het aantal woonaansluitingen per 1 januari 2007. (Beverwijk 27.32%; Heemskerk 25.71%; Velsen 46.97% conform verdeling overnamesom).

Hoofdstuk 5 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 27 Toetreding

  • 1.

    Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van colleges alsmede de toe te treden bestuursorganen en met de benodigde toestemming van de raden. Aan de toetreding kunnen door de colleges bepaalde voorwaarden worden verbonden.

  • 2.

    Het bestuur regelt de gevolgen van de toetreding.

  • 3.

    De toetreding gaat in onmiddellijk nadat de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden of zoveel later als is besloten in het besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 28 Uittreding

  • 1.

    Uittreding uit de regeling geschiedt door een daartoe strekkend besluit van het college en de benodigde toestemming van de raad.

  • 2.

    Voor uittreding wordt een opzegtermijn van een jaar in acht genomen.

  • 3.

    Een deelnemende gemeente deelt het voornemen tot uittreding schriftelijk gemotiveerd mee aan het bestuur.

  • 4.

    De uittreding gaat, behoudens door de deelnemers geaccepteerde afwijking, in vanaf het begin van het kalenderjaar.

  • 5.

    Indien een gemeente uittreedt, besluiten de colleges van de overige gemeenten over de voortzetting van de gemeenschappelijke regeling en de wijze waarop.

  • 6.

    Uitgangspunt bij uittreding is dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreeks gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden.

  • 7.

    De vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer in het bestuur houdt gedurende de periode van het besluit tot uittreding tot de daadwerkelijke uittreding bij de beraadslaging en besluitvorming door het bestuur rekening met de belangen van ReinUnie zoals deze zich kunnen voordoen vanaf het moment van daadwerkelijke uittreding.

Artikel 28A Uittredingsplan

  • 1.

    Ter voorbereiding op de besluitvorming van het bestuur, inventariseert het bestuur met inachtneming van het bepaalde in deze regeling de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in een concept uittredingsplan.

    Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.

  • 2.

    Het uittredingsplan bepaalt met inachtneming van het bepaalde in deze regeling de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer. De in het uittredingsplan omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.

  • 3.

    Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding, hierna te noemen: de voorlopige uittreedsom. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de jaarrekening van het meest recent verstreken boekjaar.

  • 4.

    Het bestuur stelt het voorlopige uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast en zendt dit voor een zienswijze naar de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 5.

    Op grond van het voorlopige uittredingsplan besluit het college, dat te kennen heeft gegeven te willen uittreden, of daadwerkelijk tot uittreding wordt overgegaan. Het college besluit hiertoe nadat het toestemming van zijn raad heeft gekregen. Het college zendt zijn besluit tot uittreding met het toestemmingsbesluit orgaan aan het bestuur.

  • 6.

    Het bestuur stelt het uittredingsplan en de uittredingsom definitief vast na ontvangst van het in het vijfde lid genoemde besluit.

  • 7.

    Nadat het uittredingsplan definitief is vastgesteld is de uittredende gemeente gehouden binnen zes maanden de daarin omschreven financiële verplichtingen te voldoen.

Artikel 29 Wijziging

Deze regeling kan worden gewijzigd bij unaniem genomen besluiten van de colleges en met toestemming van de raden.

Artikel 30 Opheffing

  • 1.

    Deze regeling kan worden opgeheven bij unaniem besluit van de colleges en met toestemming van de raden.

  • 2.

    Ter voorbereiding op die besluitvorming stelt het bestuur een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de colleges om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de colleges te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

  • 3.

    Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor de secretaris en eventuele andere medewerkers en de administratieve en financiële afwikkeling na definitieve besluitvorming door de colleges.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 31 Intrekking oude regeling

Vervallen

Artikel 31a Participatie

Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Artikel 31b Evaluatie

  • 1.

    Het bestuur evalueert iedere vier jaar, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van de derde wijziging van de regeling, de samenwerking en gaat daarbij in elk geval in op het functioneren van ReinUnie.

  • 2.

    De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden aangeboden aan de colleges en de raden.

Artikel 32 Inwerkingtreding en publicatie

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging door de gemeente Heemskerk bekend is gemaakt.

  • 2.

    Het bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, Wgr.

Artikel 33 Duur van de regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 34 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling ReinUnie 2010, derde wijziging.

Aldus vastgesteld in de B&W vergadering van 1 juli 2025

burgemeester en wethouders van Heemskerk,

de secretaris,

de burgemeester,

Naar boven