Artikel I
De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd:
A
In Artikel 2.9A wordt ‘48 uur’ telkens gewijzigd naar ‘72 uur’.
B
Aan Artikel 2.9A wordt een nieuw lid toegevoegd luidende:
- 6.
Aan degene die een tijdelijk verbod is opgelegd gedurende 48 uur in het aangewezen overlastgebied aanwezig te zijn, wordt voor de toepassing van de leden twee tot en met vier van dit artikel aangenomen een verbod van 72 uur te zijn opgelegd.
Artikel II
De toelichting bij de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd
A
De toelichting op artikel 1.4 komt te luiden:
In dit artikel is de algemeen geldende beslistermijn gesteld op 8 weken. De eerste dag na ontvangst van de aanvraag is de dag waarop de beslistermijn begint te lopen.
Als voor bepaalde soorten besluiten een langere beslistermijn nodig is of als er juist kan worden volstaan met een kortere termijn wordt dat geregeld in de afzonderlijke hoofdstukken. Als in een ander hoofdstuk een afwijkende beslistermijn staat vermeld, heeft die bepaling voorrang boven artikel 1.4 eerste lid. Als het bestuursorgaan in een concreet geval niet in staat is om binnen de algemene termijn van acht weken te beslissen, dan kan het de beslistermijn verlengen (“verdagen”). Daarvoor geldt een maximumtermijn van opnieuw acht weken. De Algemene wet bestuursrecht regelt dat het bestuursorgaan de aanvrager schriftelijk op de hoogte brengt van een verlenging. Een reden om de beslistermijn te verlengen kan bijvoorbeeld zijn de complexiteit van de aanvraag of de noodzaak om advies in te winnen.
Op grond van de Dienstenrichtlijn geldt de ‘lex silencio positivo’: een positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen op een aanvraag. Deze wordt geregeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Awb. Deze paragraaf moet van toepassing worden verklaard op vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen, tenzij dwingende redenen van algemeen belang zich daartegen verzetten. Voor een groot deel van de vergunningstelsels in de APV gelden dergelijke redenen. In het derde lid is een opsomming van vergunningen opgenomen waarbij de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen wel van toepassing is verklaard. In lid vier wordt tot uitdrukking gebracht dat er voor de overige vergunningstelsels in de APV wel dwingende redenen van algemeen belang zijn die zich tegen toepassing hiervan verzetten.
B
In de toelichting op artikel 2.9a wordt waar staat ‘48-uurs’ vervangen door ‘72-uurs’
C
Aan de toelichting op artikel 2.9a wordt aan het einde een alinea toegevoegd luidende:
In lid 6 van het artikel is een overgangsrechtbepaling opgenomen. Tussen eind 2024 en de inwerkingtreding van het huidig geldende artikel gold dat de duur van een eerste op te leggen verblijfsverbod op grond van dit artikel 48 uur was. Omdat het artikel een zodanige structuur kent dat een opvolgend verblijfsverbod van een maand, drie maanden of zes maanden zich baseert op het eerste opgelegde verblijfsverbod in lid 1 zouden overtreders aan wie bijvoorbeeld al een verbod van een maand is opgelegd, geen verbod van drie maanden kunnen worden opgelegd wanneer zij eerder wel een verbod van 48 uur, maar niet van 72 uur hebben ontvangen. Voor dergelijke recidive-gevallen bepaalt deze overgangsrechtbepaling dat in zulke gevallen het opgelegde verbod van 48 uur moet worden gelezen alsof er een verbod van 72 uur heeft plaatsgevonden.