Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 in verband met aanscherping verblijfsverboden voor straatdealers in het dealeroverlastgebied Centrum

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 juni 2025, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit:

Artikel I  

De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In Artikel 2.9A wordt ‘48 uur’ telkens gewijzigd naar ‘72 uur’.

 

B

 

Aan Artikel 2.9A wordt een nieuw lid toegevoegd luidende:

 

  • 6.

    Aan degene die een tijdelijk verbod is opgelegd gedurende 48 uur in het aangewezen overlastgebied aanwezig te zijn, wordt voor de toepassing van de leden twee tot en met vier van dit artikel aangenomen een verbod van 72 uur te zijn opgelegd.

Artikel II  

De toelichting bij de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd

 

A

 

De toelichting op artikel 1.4 komt te luiden:

 

In dit artikel is de algemeen geldende beslistermijn gesteld op 8 weken. De eerste dag na ontvangst van de aanvraag is de dag waarop de beslistermijn begint te lopen.

 

Als voor bepaalde soorten besluiten een langere beslistermijn nodig is of als er juist kan worden volstaan met een kortere termijn wordt dat geregeld in de afzonderlijke hoofdstukken. Als in een ander hoofdstuk een afwijkende beslistermijn staat vermeld, heeft die bepaling voorrang boven artikel 1.4 eerste lid. Als het bestuursorgaan in een concreet geval niet in staat is om binnen de algemene termijn van acht weken te beslissen, dan kan het de beslistermijn verlengen (“verdagen”). Daarvoor geldt een maximumtermijn van opnieuw acht weken. De Algemene wet bestuursrecht regelt dat het bestuursorgaan de aanvrager schriftelijk op de hoogte brengt van een verlenging. Een reden om de beslistermijn te verlengen kan bijvoorbeeld zijn de complexiteit van de aanvraag of de noodzaak om advies in te winnen.

 

Op grond van de Dienstenrichtlijn geldt de ‘lex silencio positivo’: een positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen op een aanvraag. Deze wordt geregeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Awb. Deze paragraaf moet van toepassing worden verklaard op vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen, tenzij dwingende redenen van algemeen belang zich daartegen verzetten. Voor een groot deel van de vergunningstelsels in de APV gelden dergelijke redenen. In het derde lid is een opsomming van vergunningen opgenomen waarbij de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen wel van toepassing is verklaard. In lid vier wordt tot uitdrukking gebracht dat er voor de overige vergunningstelsels in de APV wel dwingende redenen van algemeen belang zijn die zich tegen toepassing hiervan verzetten.

 

B

 

In de toelichting op artikel 2.9a wordt waar staat ‘48-uurs’ vervangen door ‘72-uurs’

 

C

 

Aan de toelichting op artikel 2.9a wordt aan het einde een alinea toegevoegd luidende:

 

In lid 6 van het artikel is een overgangsrechtbepaling opgenomen. Tussen eind 2024 en de inwerkingtreding van het huidig geldende artikel gold dat de duur van een eerste op te leggen verblijfsverbod op grond van dit artikel 48 uur was. Omdat het artikel een zodanige structuur kent dat een opvolgend verblijfsverbod van een maand, drie maanden of zes maanden zich baseert op het eerste opgelegde verblijfsverbod in lid 1 zouden overtreders aan wie bijvoorbeeld al een verbod van een maand is opgelegd, geen verbod van drie maanden kunnen worden opgelegd wanneer zij eerder wel een verbod van 48 uur, maar niet van 72 uur hebben ontvangen. Voor dergelijke recidive-gevallen bepaalt deze overgangsrechtbepaling dat in zulke gevallen het opgelegde verbod van 48 uur moet worden gelezen alsof er een verbod van 72 uur heeft plaatsgevonden.

Artikel III  

Deze verordening treedt in werking met ingang van 2 oktober 2025 na publicatie in het gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 17 september 2025

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Toelichting  

Met deze wijzigingsverordening wordt artikel 2.9a zo gewijzigd dat er in plaats van een verblijfsverbod voor 48 uur, een verblijfsverbod voor 72 uur wordt opgelegd bij constatering van overtredingen van de Opiumwet of de APV gerelateerd aan de handel in (nep)drugs. De wijziging vindt plaats naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie van de dealerverblijfsverboden in het kader van de aanpak straatdealen binnenstad. In het nieuwe lid 6 is overgangsrecht opgenomen, zodat wie eerder een verbod voor 48 heeft gehad in het bestaande stramien van verblijfsverboden oplopend in duur kan blijven worden gesanctioneerd, in plaats van eerst opnieuw een verbod voor 72 uur op basis van lid één te moeten krijgen.

 

In de toelichting op de APV is ook de toelichting op artikel 1.4 herschreven. Hierin stond een technische onjuistheid, daarnaast is de tekst ingekort.

Naar boven