Gemeenteblad van Hof van Twente
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2025, 414025 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2025, 414025 | beleidsregel |
Subsidieregeling Z-route subregio Midden Twente 2026
Burgemeester en wethouder van de gemeente Hof van Twente;
gelet op de Wet inburgering 2021;
vast te stellen de navolgende SUBSIDIEREGELING Z-ROUTE SUBREGIO MIDDENTWENTE 2026
1. A1-niveau: een taalniveau voor een zogenaamde beginner overeenkomstig het
Europees referentiekader, inhoudende het begrijpen van eenvoudige woorden en
zinnen die gaan over vertrouwde onderwerpen. Iemand kan: vertrouwde dagelijkse
uitdrukkingen en basiszinnen gebruiken die gericht zijn op concrete behoeften en
gebruiken; jezelf aan anderen voorstellen; vragen stellen en beantwoorden over
persoonlijke gegevens, zoals waar je woont, over mensen die je kent en over dingen
die je bezit; persoonlijke gegevens invullen op een formulier, bijvoorbeeld je naam,
adres en nationaliteit; op een eenvoudige manier reageren op anderen, als zij
langzaam en duidelijk praten en bereid zijn om te helpen.
2. A2-niveau: iemand die het Nederlands beheerst op A2 niveau kan: zinnen en
regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van
direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke
geografie, werk of opleiding); communiceren tijdens simpele en alledaagse taken en
een korte boodschap, zoals een bedankbriefje schrijven; in eenvoudige
bewoordingen aspecten van je eigen achtergrond en omgeving beschrijven.
3. Alfabetiseren: is het letters leren lezen en schrijven om vervolgens ook woordjes en
zinnen te kunnen schrijven en eenvoudige teksten te kunnen lezen.
4. Buiten reguliere uren: avonduren na 18 uur en in het weekend.
5. Bijgewoonde uren: daadwerkelijk door de cursist gevolgde uren.
6. Blik op Werk-keurmerk: het keurmerk voor taalaanbieders, inburgeringscursussen en
duale trajecten dat garantie biedt voor de kwaliteit van de dienstverlening.
7. Besluit: Besluit inburgering 2021.
8. Cursist: statushouder die de Zelfredzaamheidsroute volgt.
9. EVC-procedure: een procedure voor Erkenning van eerder Verworven Competenties
die binnen 6 tot 12 weken wordt doorlopen en gedurende die periode wordt al het
materiaal verzameld dat als bewijs kan dienen dat iemand over de vereiste
10. KNM: Kennis van de Nederlandse maatschappij. Binnen de Z-route (component taal)
volgen de inburgeraars 800 uur taal inclusief het onderdeel KNM. Dit wordt niet
11. Leermiddelen, digitaal en schriftelijk: ieder middel dat in een formele lessituatie wordt
gebruikt om de inburgeraar (digitale) kennis en (digitale) vaardigheden bij te brengen.
12. NT2 docent: docent die Nederlandse taallessen verzorgt voor mensen die
Nederlands niet als moedertaal hebben.
13. Overstap: de overstap van de B1 route naar de Z-route of de overstap binnen de Zroute naar een andere taalschool.
14. Regeling: Regeling inburgering 2021.
15. Reguliere lesuren: lesuren die op werkdagen vallen tussen 08.00 uur ’s ochtends en
16. Statushouder: iemand die een (tijdelijke) verblijfsvergunning heeft gekregen.
17. Subregio Midden-Twente: de gemeente Borne, Haaksbergen, Hengelo en de Hof
van Twente, waarbij de gemeente Hengelo penvoerder is.
18. Traject: de Z-route waarbij in deze regeling wordt uitgegaan van 800 uur
19. Verzuim: het aantal uren dat een cursist niet heeft deelgenomen aan de taalles al
dan niet met een geldige reden. Deze uren tellen niet mee voor het voldoen aan de
20. De wet: Wet inburgering 2021.
21. Z-route: Zelfredzaamheidsroute: een intensieve leerroute gericht op taal (A1-niveau),
activering en participatie bedoeld voor inburgeraars van wie wordt verwacht dat zij
het taalniveau A2 niet binnen 3 jaar kunnen halen.
Artikel 2 Toepassing Algemene subsidieverordening
De vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Hengelo is geheel van
toepassing voor zover hiervan in deze subsidieregeling niet nadrukkelijk wordt
HOOFDSTUK 2 AANVRAAG, PROCEDURE EN TOEKENNING
Artikel 3 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:
1. een traject waarbij de cursist in een periode van drie jaren – met eventueel bij wet,
besluit of regeling geregelde verlengingen – 800 uur Nederlandse taalles bijwoont.
Het gaat hierbij om lezen, luisteren, schrijven en spreken op minimaal A1-niveau
tijdens reguliere lesuren, waarbij KNM inbegrepen is. Dit traject is ten behoeve van
statushouders die woonachtig zijn in gemeente Hengelo, Hof van Twente, Borne of
Haaksbergen. Een alfabetiseringsprogramma kan mogelijk deel uitmaken van
2. een traject waarbij de cursist in een periode van drie jaren– met eventueel bij wet,
besluit of regeling geregelde verlengingen – 800 uur Nederlandse taalles bijwoont.
Het gaat hierbij om lezen, luisteren, schrijven en spreken op minimaal A1-niveau,
waarbij KNM inbegrepen is, buiten reguliere lesuren. Dit traject is ten behoeve van
statushouders die woonachtig zijn in gemeente Hengelo, Hof van Twente, Borne of
Haaksbergen. Een alfabetiseringsprogramma kan mogelijk deel uitmaken van
Een aanvrager kan voor één of beide activiteiten een aanvraag indienen. Voor de
activiteit als bedoeld in het tweede lid heeft te gelden dat het tot de mogelijkheden
behoort om, indien gewenst door de aanvrager, naast de gevraagde lesuren één maal
per week tijdens reguliere lesuren in een deel van het traject te voorzien.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een aanbieder die:
1. in het bezit is van het Blik Op Werk-keurmerk;
2. bekend is met de lokale netwerken en samenwerkingspartners van de deelnemende
3. werkt met het percentage voor NT2-gecertificeerde docenten, en het percentage
docenten dat bezig is met de opleiding NT2/EVC-procedure die mag lesgeven onder
toezicht van een NT2-gecertificeerde (hoofd)docent volgens de meest recente
handleiding van Blik op Werk; en
4. docenten in dienst heeft die aantoonbare ervaring hebben of gespecialiseerd zijn in
het doceren van alfabetiseringscursisten.
Artikel 5 Maximaal aantal subsidieontvangers
De subsidie wordt verstrekt aan maximaal één aanbieder voor de activiteit zoals
opgenomen in artikel 3, eerste lid en maximaal één aanbieder voor de activiteit zoals
opgenomen in artikel 3, tweede lid, voor de gemeenten Hengelo, Hof van Twente, Borne
en Haaksbergen gezamenlijk, waarbij het aanbieders is toegestaan onderaannemers in
De subsidie wordt verleend voor een tijdvak van vier kalenderjaren, voor het eerst voor
het tijdvak van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029.
1. De subsidie wordt berekend aan de hand van de kostprijs per uur van maximaal
€ 13,75 per uur voor een traject als bedoeld in artikel 3, tot een maximum van
€ 11.000,-- per traject inclusief btw.
2. In de maximum kostprijs per uur zijn de benodigde leermiddelen voor de deelnemers
3. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal bijgewoonde uren per
deelnemer per jaar tegen het in de verleningsbeschikking opgenomen tarief per uur.
4. Het tarief per uur wordt jaarlijks geïndexeerd voor het eerst in januari 2027
gebaseerd op het percentage dat de rijksoverheid hanteert bij de jaarlijkse
aanpassing voor loon- en prijs aanpassingen van de specifieke uitkering voor
Artikel 8 Indieningstermijn aanvraag subsidieverlening
1. Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode vanaf
3 september tot en met 8 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak
waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2. Aanvragen die voor 24 september zijn ontvangen, worden beoordeeld op
volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de
aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 8 oktober.
3. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 8 oktober worden ontvangen,
Een aanvraag bevat de daarin gevraagde bescheiden, waaronder in ieder geval:
1. Een plan waarin een heldere beschrijving is opgenomen van de activiteit en de wijze
waarop invulling wordt gegeven aan de trajecten voor de periode van 3 jaar. Het
volgende moet in ieder geval worden beschreven:
a. visie, (praktische) invulling en gebruikte methodiek van het praktijkgericht
taalonderwijs, waar ook aangegeven wordt op welke wijze aandacht wordt
gegeven aan lezen en schrijven;
b. een voorbeeld van een praktijkgericht lesprogramma;
c. hoe de aanbieder aansluit bij de leerbehoefte en het leervermogen van
inburgeraars waarbij aandacht is voor verschillende leeftijdscategorieën;
d. de wijze waarop verzuim wordt tegengegaan;
e. de wijze waarop in de zomervakantie, ook buiten de (normale) lessen om, er
blijvende aandacht voor taalontwikkeling is;
f. de groepsgrootte, wijze van samenstelling van de groep en hoe omgegaan wordt
met wisselende leerlingenaantallen; en
g. de bekendheid met lokale netwerken en samenwerkingspartners van de
deelnemende gemeenten en de wijze waarop aanvrager de lokale en
(sub)regionale samenwerking met betrokken partners wil vormgeven.
2. Een overzicht van het percentage NT2-gecertificeerde docenten en een overzicht
van docenten die in dienst zijn die alfabetiseringservaring hebben.
3. Een sluitende begroting met een toelichting waarin de aanvrager inzicht geeft in de
Artikel 10 Rangschikking aanvragen
1. Als er meer dan één aanvraag voor de activiteit zoals opgenomen in artikel 3, eerste
lid dan wel meer dan één aanvraag voor de activiteit zoals opgenomen in artikel 3,
tweede lid is ingediend die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen
voor subsidie, rangschikt de subsidieverlener de aanvragen op basis van de
beoordelingscriteria zoals vermeld in artikel 11.
2. Een aanvraag wordt hoger gerangschikt naarmate deze naar het oordeel van
subsidieverlener beter voldoet aan de beoordelingscriteria.
3. De subsidie wordt verleend aan de hoogst gerangschikte subsidieaanvrager(s), tot
een maximum van de trajectprijs.
4. Wanneer twee of meer partijen gelijk eindigen als hoogst gerangschikt voor de
betreffend activiteit, wordt een keuze tussen deze aanvragers gemaakt door middel
van het afnemen van een interview van de gelijk gerangschikte aanvragers. Het
interview wordt afgenomen aan de hand van een casus, waarbij de volgende
aandachtspunten van belang zijn:
- visie op praktijkgericht onderwijs;
- de wijze waarop leerlingbegeleiding vorm wordt gegeven;
- de wijze waarop gestalte wordt gegeven aan lokale/subregionale samenwerking.
Van deze interviews worden verslagen gemaakt, waarin de waardering van
bovengenoemde punten wordt gemotiveerd.
Artikel 11 Beoordelingscriteria
De subsidieverlener rangschikt de aanvragen in de situatie als bedoeld in artikel 10,
eerste lid, aan de hand van de volgende criteria:
1. De kwaliteit van het traject op de volgende onderdelen:
a. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de visie, (praktische) invulling en
gebruikte methodiek praktijkgericht taalonderwijs, alsook op welke wijze aandacht
wordt gegeven aan lezen en schrijven.
b. De wijze waarop omgegaan wordt met verzuim/verzuim wordt voorkomen.
c. De mate waarin de aanvrager aansluit bij de leerbehoeftes en leervermogens van
d. De wijze waarop wordt omgegaan met wisselende aantallen cursisten, met
aandacht voor groepsgroottes en leeftijdscategorieën.
e. De wijze waarop lokale/subregionale samenwerking en afstemming voor duale
2. Het opgegeven tarief voor de trajectprijs.
3. De subsidieverlener kent voor de criteria, genoemd in het eerste en tweede lid, het
volgende aantal maximale punten toe:
Hierbij geldt de volgende weging tussen prijs en kwaliteit: 10% voor de prijs en 90%
De beoordeling wordt gegeven op basis van de volgende uitgangspunten:
uitstekend inzicht biedt in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie
van de doelstelling en duidelijk meerwaarde biedt in het realiseren van de
inzicht biedt in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de
doelstelling en goede meerwaarde biedt in het realiseren van de doelstellingen.
beperkt inzicht biedt in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van
de doelstelling en/of geen of zeer beperkte meerwaarde biedt in het realiseren
beperkt inzicht biedt in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van
de doelstelling en/of geen of zeer beperkte meerwaarde biedt in het realiseren
geen inzicht biedt in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de
doelstelling en/of aanleiding geeft twijfels te hebben over het kunnen realiseren
geen inzicht biedt in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de
doelstelling en/of aanleiding geeft twijfels te hebben over het kunnen realiseren
Het criterium onder lid 2 wordt als volgt beoordeeld: laagste prijs gedeeld door de
prijs van de aanvrager x 10 punten.
De totaalscores op kwaliteit en totaalscore op prijs worden vervolgens gewogen met
90% voor kwaliteit en 10% voor prijs.
De subsidieverlener rangschikt de aanvragen hoger naarmate meer punten aan de
HOOFDSTUK 3 VERPLICHTINGEN EN INTREKKINGSGRONDEN
Artikel 12 Algemene meldplicht
De subsidieontvanger is verplicht:
1. Te melden wanneer het Blik op Werk-keurmerk dreigt te worden ingetrokken, dreigt
te worden geschorst of niet te worden verlengd.
2. Melding te maken van een situatie waardoor hij in de toekomst mogelijk niet meer zal
voldoen aan de verplichtingen als genoemd in artikel 15.
Een subsidie kan worden ingetrokken wanneer:
a. het aan de subsidieontvanger afgegeven Blik op Werk keurmerk niet wordt verlengd,
wordt geschorst of ingetrokken;
b. sprake is van surseance/faillissement van de subsidieontvanger; of
c. naar het oordeel van subsidieverlener aannemelijk is dat niet meer wordt voldaan of
niet meer zal worden voldaan aan de verplichtingen als genoemd in artikel 15.
Artikel 14 Verplichting voortgangsrapportages en verantwoording
De subsidieontvanger is verplicht:
1. Een algemene voortgangsrapportage per gemeente te overleggen die in ieder geval
een opgave van de aantallen cursisten per gemeente bevat, alsook of de reguliere Zroute wordt gevolgd dan wel alfabetisering, gegevens over verzuim en doorlooptijd
en bijgewoonde uren van de cursist van de uitgevoerde trajecten.
2. Minimaal 2 keer per jaar een voortgangsgesprek te voeren met de subsidieverlener
aan de hand van de voortgangsrapportages als bedoeld in lid 1.
3. Eens per kwartaal een rapportage te verstrekken op individueel niveau van de
inburgeraar aan de individuele gemeenten. In de voortgangsrapportages is minimaal
a. de bijgewoonde uren van de deelnemer;
b. de ontwikkeling van het taalniveau van de deelnemer;
c. indien van toepassing de voortgang ten aanzien van de alfabetisering; en
d. de verplichte gegevens volgens de Statistiek Wet Inburgering.
4. Twee keer per jaar overleg te voeren met de individuele gemeenten over de
voortgang van de cursisten en doelen af te spreken voor de komende tijd.
5. Een contactpersoon per inburgeraar aan te wijzen die verantwoordelijk is voor alle
communicatie tussen hem en de individuele gemeenten.
6. Een eindrapportage op te stellen van het traject, waarin in ieder geval is opgenomen:
a. wat de reden van beëindiging is;
c. indien van toepassing, een advies voor de vervolgstap(pen) van de inburgeraar
ten aanzien van een eventueel vervolgtraject of wijziging van het traject.
7. Zaken die het inburgeringstraject in de weg staan direct aan de individuele
gemeenten terug te koppelen, zoals, maar niet limitatief:
b. gebrek aan inzet of motivatie;
c. behoefte aan extra ondersteuning; en/of
Artikel 15 Overige verplichtingen
De subsidieontvanger voldoet voorts aan de volgende bepalingen:
1. De subsidieontvanger heeft oog voor de capaciteiten van een cursist en streeft naar
het zo hoog mogelijke taalniveau.
2. In de zomervakantie bedraagt de onderbreking van de taalontwikkeling, dan wel de
reguliere lessen, maximaal zes weken.
3. Het streven is dat deelnemers op minimaal 4 momenten per jaar kunnen instromen in
4. De locatie(s) waar de lessen worden verzorgd, zijn bereikbaar met openbaar vervoer
en op maximale reisafstand van 60 minuten voor de deelnemers uit de deelnemende
5. De lesroosters staan per kwartaal vast en kunnen slechts worden gewijzigd na tijdig
overleg en in afstemming met betrokken partners.
6. De subsidieontvanger verplicht zich deel te nemen aan frequente overleggen met
betrokken partners, onder regie van de gemeente, op subregionaal en lokaal niveau.
7. De subsidieontvanger werkt in samenwerking met betrokken partners aan de
totstandkoming van een inhoudelijk, praktijkgericht programma met praktische
kennisthema’s waarbij taal en activiteiten optimaal en effectief worden gecombineerd
onder regie van de subsidieverlener.
8. De subsidieontvanger toont een proactieve houding ten aanzien van nieuwe
ontwikkelingen en vernieuwingen met betrekking tot de Z-route.
HOOFDSTUK 4 VASTSTELLING SUBSIDIE
Artikel 16 Indieningstermijn en beslistermijn vaststelling subsidie
1. De subsidie wordt jaarlijks vastgesteld.
2. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk 1 juni na
afloop van het betrokken kalenderjaar in.
3. De subsidieverlener beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot
Artikel 17 Indieningsvereisten vaststelling subsidie
Subsidieontvanger is verplicht bij de aanvraag tot subsidievaststelling de gegevens aan
te leveren, zoals opgenomen in de artikelen 14, 15 of 16, van de Algemene
subsidieverordening gemeente Hengelo, zulks afhankelijk van de hoogte van het bedrag
waarvoor de aanvraag tot vaststelling wordt ingediend.
Artikel 18 Inwerkingtreding en overgangsbepaling
1. Deze nadere regeling treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking,
onder gelijktijdige intrekking van de subsidieregeling Z-route subregio MiddenTwente.
2. Op subsidiëring van trajecten op grond van de subsidieregeling Z-route subregio
Midden-Twente blijft de subsidieregeling Z-route subregio Midden-Twente 2021 van
toepassing tot het traject van 800 uur Nederlandse taalles is afgerond, tot maximaal
drie jaar nadat het traject is gestart.
Deze nadere regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Z-route subregio MiddenTwente 2026.
Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,
drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM
Toelichting Subsidieregeling Z-route subregio Midden-Twente 2026
De wet inburgering 2021 (WI2021) biedt veel ruimte voor maatwerk. Zo zijn er drie
leerroutes. Een van de leerroutes is de zelfredzaamheid route, de Z-route. Dit is een
intensief traject gericht op taal, activering en participatie met als doel meedoen naar
De Z-route is bedoeld voor inburgeraars van wie wordt verwacht dat zij het taalniveau A2
niet binnen 3 jaar kunnen halen. Deze inburgeraars zijn gebaat bij een praktische insteek
van het inburgeringstraject. Het programma sluit aan bij het leervermogen van de
inburgeraar. De Z-route is bedoeld voor zowel statushouders als gezins- en overige
migranten met een inburgeringsplicht. Echter de laatste twee categorieën zijn zelf
verantwoordelijk voor de inkoop van hun leerroute en vallen buiten deze subsidie.
De keuze voor de Z-route volgt op de brede intake en leerbaarheidstoets die bij elke
inburgeraar wordt afgenomen. In het plan inburgering en participatie, kortweg PIP, wordt
onder meer vastgelegd welke leerroute de inburgeraar gaat doen.
Om aan de inburgeringsplicht te voldoen moet een inburgeraar in de Z-route 800 uur aan
taal (inclusief alfabetiseren) en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) hebben
gevolgd en 800 uur aan participatieactiviteiten. In een eindgesprek met de gemeente
wordt geconcludeerd of de afspraken in het PIP zijn nagekomen en of degene daarmee
aan zijn/haar inburgeringsplicht heeft voldaan.
Wanneer blijkt dat een inburgeraar in de Z-route op een of meerdere onderdelen een
examen op niveau A2 kan doen, stimuleren de betrokken partijen dit.
Voor gezins- en overige migranten geldt een andere urenverplichting. Zij moeten voldoen
aan 800 uur taal en KNM. Voor het participatiedeel doen ze de MAP (module
arbeidsmarkt en participatie) en het PVT (participatieverklaringstraject) maar hebben
geen verplichting tot 800 uur participatie.
Wat verstaan we onder zelfredzaamheid? Zelfredzaamheid is niet alleenredzaamheid!
De inburgeraar kan ook vaardigheden, expertise, mogelijkheden van anderen zoals
familie, vrienden en organisaties inzetten.
Dat biedt de volgende praktische aanknopingspunten voor de Z-route.
goed te kunnen functioneren, bijvoorbeeld praktische kennis van stad/wijk,
gezondheid, schoolsysteem in Nederland kortom van verschillende gebieden.
Inburgeraars hebben vaak nog geen netwerk als ze pas in Nederland zijn. Daarom
wordt netwerkvorming gestimuleerd, door koppeling met maatjes, activering
(vrijwilligerswerk etc.) of participatie (stages, vrijwilligerswerk).
nodige competenties bijvoorbeeld assertiviteit, digitale vaardigheden.
De taallessen in de Z-route, praktijkgericht leren
Voor inburgeraars in de Z-route is het belangrijk dat taallessen praktijkgericht zijn, dat er
een goede verbinding is tussen de praktijk van alle dag en de lessen. Dat situaties uit de
praktijk in de les worden besproken. Dat cursisten worden gestimuleerd om buiten
Leren door te doen. De Nederlandse taal wordt vooral buiten de les geleerd door
betekenisvolle communicatie, veel en veelvuldige contacten. Het gaat dan om echt
communiceren bijvoorbeeld kunnen aangeven dat iets niet wordt begrepen, vragen om
iets nog eens uit te leggen. Dat is essentieel voor het taalverwervingstraject. Het leren
wordt duurzamer. Bovendien werkt deze manier van taalverwerving motiverend, omdat
het direct zichtbaar wordt dat de taal in de praktijk nodig is.
Het belang van leren lezen en schrijven voor deze groep mag niet worden onderschat.
Deelnemers moeten voldoende worden toegerust om in het dagelijks leven om te
kunnen gaan met de geschreven taal. Een deel van de cursisten moet mogelijk
Samenwerking met partners (taalaanbieder/participatie/non-formeel/gemeente).
De Z-route wordt vooral sterk als de verschillende partners die een rol hebben goed
contact met elkaar onderhouden bijvoorbeeld over thema’s die aan de orde zijn, de
voortgang etc. Dat vraagt regelmatig samen evalueren en bijstellen als nodig.
Verwachte instroom inburgeringsplichtige asielmigranten
Kennispunt Twente heeft op verzoek van de 14 Twentse gemeente een prognose
gemaakt van het aantal inburgeringsplichtigen in Twente voor de komende jaren.
Daarnaast is een prognose gemaakt van het aantal inburgeringsplichtigen per leerroute.
De prognoses zijn gebaseerd op gegevens bekend op 1 mei 2025.
In de volgende tabel staan de geschatte aantallen volgens het midden scenario.
Tabel 1: aantal inburgeringsplichtigen per gemeente op basis van de midden
Tabel 2 : : Prognose aantal nieuwe inburgeraars per leerroute, per gemeente, 2025-
De verdeling over de verschillende leerroutes is gebaseerd op de verdeling over de
leerroutes in de individuele gemeenten.
Artikel 3. Subsidiabele activiteit
Wanneer een aanbieder subsidie voor de activiteit als bedoeld in het tweede lid verleend
krijgt - taalles buiten de reguliere lesuren - dan is het wanneer de aanbieder dat
wenselijk acht toegestaan om één keer per week de lesuren tijdens de reguliere tijden
aan te bieden. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een groep twee keer per week na
18.00 uur en/of in het weekend les krijgt en diezelfde groep een derde les gedurende de
reguliere tijden aangeboden krijgt (op een doordeweekse dag vóór 18.00 uur).
Artikel 9. Indieningsvereisten
Bijvoorbeeld geïllustreerd door het aanleveren van uitgewerkte praktijkgerichte
Hoe sluit de aanbieder aan bij de leerbehoefte en ondersteunt hij bij de leerbehoefte en
leervermogen van inburgeraars. Daarbij kan aanbieder bijvoorbeeld ingaan op de manier
waarop hij er zorg voor draagt dat:
o Een inburgeraar die dat kan ook werkelijk examen doet op niveau A2
o Hoe hij denkt aan te sluiten bij de belangstelling van de inburgeraar;
o In hoeverre hij kan aansluiten bij het tempo van inburgeraar.
Artikel 14. Verplichting voortgangsrapportages en verantwoording
Indien van toepassing een advies voor de vervolgstap(pen) van de inburgeraar ten
aanzien van een eventueel vervolgtraject of wijziging van het traject. Bijvoorbeeld een advies voor vervolgonderwijs of advies voor participatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-414025.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.