Toetsingskader groenafval gemeente Bunschoten

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten;

 

Gelet op:

  • het Landelijk Afvalbeheerplan 3; beleidskader voor het nationale beleid voor afvalpreventie en afvalbeheer (doelstelling van het afvalbeleid);

  • artikel 5.1, tweede lid, Omgevingswet (Ow);

  • paragraaf 3.40c, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): verbod om zonder omgevingsvergunning bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op of in de bodem te brengen;

  • het ontbreken van toetsingscriteria op grond waarvan vergunningaanvragen kunnen worden beoordeeld;

  • art. 4 in samenhang met art. 3 van de Vrijstellingsregeling plantenresten (o.a. afstandsgrens toepassingsgebied vrijkomend groenafval van maximaal 5 kilometer als bedoeld in art. 3, onderdeel a, onder 3);

Besluiten onderstaand toetsingskader vast te stellen, aan de hand waarvan vergunningaanvragen op basis van paragraaf 3.40c, eerste lid van het Bal, om groenafval op of in de bodem te brengen, kunnen worden beoordeeld.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    groenafval: houtachtige fractie (boomstobben, snoeihout, takken, etc.), afkomstig van onderhoud van openbaar groen, bos- en natuurterreinen, en van terreinen van instellingen, alsmede bij hoveniers;

  • b.

    toezichthouders: namens het bevoegd gezag gelegitimeerd optredende ambtenaren, belast met toezicht en handhaving op het in dit toetsingskader bepaalde;

  • c.

    bevoegd gezag: Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bunschoten. 1

Artikel 2 Herkomst groenafval

  • 1.

    Groenafval moet aantoonbaar zijn ontstaan bij het onderhoud van openbaar groen, bos- en natuurterreinen, terreinen van instellingen, dan wel bij hoveniers en:

    • a)

      rechtstreeks worden aangevoerd vanaf de locatie waar het is ontstaan

      en/of

    • b)

      afkomstig zijn van opslaglocaties bij groenvoorzieningsbedrijven (bijvoorbeeld hoveniers) waar, naast het groenafval, geen andere afvalstoffen worden opgeslagen. 2

Artikel 3 Voorwaarden voor toepassing groenafval

Groenafval mag gebruikt worden voor de in artikel 4 genoemde limitatieve doeleinden mits:

  • a)

    De herkomst van het groenafval (de locatie waar het is ontstaan) bekend is en kan worden aangetoond;

  • b)

    Het groenafval schoon en niet verdacht is. Het aangeboden groenafval moet aantoonbaar:

    • 1.

      geen van de gevaarlijke eigenschappen bezitten als bedoeld in bijlage III van de kaderrichtlijn afvalstoffen;

    • 2.

      geen andere materialen bevatten, zoals metaal, kunststof, papier en stenen, e.e.a. in grotere hoeveelheden dan wat als een normaal gehalte aan zwerfvuil kan worden beschouwd;

    • 3.

      vrij zijn van plantenexoten;

    • 4.

      vrij zijn van schimmel en/of ziekte.

  • c)

    Het materiaal onbehandeld is, waarbij verkleining tot 10 cm is toegestaan, maar versnippering niet.

Artikel 4 Toepassingsmogelijkheden groenafval

Groenafval mag onder de in artikel 3 genoemde voorwaarden alleen worden toegepast voor doeleinden die een objectief aantoonbare relatie hebben met natuurontwikkeling en/of met bodem- en perceelverbetering in veengebieden (waaronder het dempen van afgedamde droge sloten).

Artikel 5 Administratieve vereisten bij toepassing groenafval

De houder van een vergunning voor het toepassen van groenafval houdt een op elk moment opvraagbare administratie bij van de herkomst van het groenafval en de aangevoerde / toegepaste hoeveelheden.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Dit gemeentelijk toetsingskader treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 7 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Toetsingskader groenafval gemeente Bunschoten”

Naar boven