Gemeenteblad van Voorne aan Zee
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorne aan Zee | Gemeenteblad 2025, 412230 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorne aan Zee | Gemeenteblad 2025, 412230 | beleidsregel |
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Voorne aan Zee 2025
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Alleenverdiener: het huishouden dat:
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en;
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub 2.
Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Voorne aan Zee 2025.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Voorne aan Zee op 9 september 2025.
Hellevoetsluis, 9 september 2025
Burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee,
Lenny Mans
Gemeentesecretaris
Arno Scheepers
Burgemeester
Iedereen in Nederland heeft recht op een besteedbaar inkomen op het bestaansminimum. Dit bedrag is afhankelijk van leeftijd en leefsituatie. Mensen met lage inkomens krijgen extra ondersteuning door middel van toeslagen. Een groep huishoudens ontvangt door een ongelukkige samenloop van wet- en regelgeving te weinig toeslagen. Het betreft (echt)paren waarbij één van de partners de meestverdienende partner is. Het inkomen bestaat uit een loondervingsuitkering (UWV of privaat) of een Wajong-uitkering. Dit heeft nadelige gevolgen voor het netto-inkomen van deze huishoudens. Zij ontvangen een netto-inkomen dat lager is dan een vergelijkbaar (echt)paar met bijstand en maximale toeslagen. Daarmee komen zij netto uit onder het bestaansminimum. Deze omstandigheden noemen we de Alleenverdienersproblematiek.
De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap) is een tijdelijke wet die op 1 januari 2025 in werking is getreden. De wet is een aparte regeling binnen de Participatiewet (artikel 78gg) en biedt de wettelijke grondslag om de bij de Belastingdienst bekende huishoudens met alleenverdienersproblematiek over de jaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve een vaste tegemoetkoming te betalen. De vaste tegemoetkoming wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Huishoudens waarbij het vermoeden bestaat dat zij tot de doelgroep behoren kunnen uitgenodigd worden om een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming te doen. Huishoudens die zelf het vermoeden hebben tot de doelgroep te behoren kunnen op eigen initiatief een aanvraag doen (zogenaamde zelfmelders).
De handhaving van de loondervingsuitkeringen ligt in eerste instantie bij het UWV of het desbetreffende orgaan.
De grondslag van de Beleidsregels Alleenverdienersproblematiek volgt uit in de Participatiewet. Aangezien de grondslag van de beleidsregels voortvloeit uit de Participatiewet valt de handhaving van de alleenverdienersproblematiek formeel onder de gemeente. In de Participatiewet is expliciet opgenomen dat een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming in het kader van de alleenverdienersproblematiek niet ten nadele van het huishouden wordt herzien. Hierdoor heeft de VNG/ministerie SZW besloten niets te regelen met betrekking tot handhaving van de alleenverdienersproblematiek.
Gemeenten worden gecompenseerd voor de toekenning en uitbetaling van de vaste tegemoetkoming.
Behoeft geen nader toelichting.
Artikel 2: Ambtshalve toekenning
Ieder huishouden waarvan het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wtrap biedt hier een grondslag voor. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de desbetreffende gemeente. Daarmee is feitelijk al voldaan aan de minimale vereisten van de lichte toets.
Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan de gemeente voor een eerder jaar (t-x) heeft vastgesteld dat het een alleenverdienershuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in jaar t weer alleenverdienershuishouden zijn maar niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van twee jaar eerder (t-2).
De voorwaarden voor lid 2 en 3 zijn dat beide personen op het moment van toekennen in leven zijn, de meestverdienende partner inwoner is van de gemeente, en er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten.
Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan de gemeente de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek.
Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door de gemeente. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd.
Voor het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming aan al bekende huishoudens moet een vermoeden bestaan dat het om een alleenverdienershuishouden gaat. Dit vermoeden kan nooit blijken uit het feit dat het huishouden het jaar daarvoor op de lijst van de Belastingdienst stond en daarom ambtshalve een tegemoetkoming ontvangen heeft. Dit komt omdat de lijst van de Belastingdienst gegevens bevat over vastgestelde inkomens van twee jaar eerder (t-2). Een vermoeden dat een recht bestaat op de vaste tegemoetkoming zal dus altijd moeten zijn gebaseerd op een situatie dat de gemeente in een eerder jaar zelf heeft vastgesteld dat het een alleenverdienershuishouden betreft.
Artikel 3: Aanvraag op uitnodiging
Huishoudens die nog niet eerder een tegemoetkoming hebben ontvangen en waarvan wordt vermoedt dat zij recht kunnen hebben op een vaste tegemoetkoming worden uitgenodigd om een aanvraag te doen, bijvoorbeeld in geval het huishouden recent de bijstand is ingestroomd.
Artikel 4: Aanvraag zelfmelder
Een huishouden dat vermoedt tot de doelgroep van de alleenverdieners te horen kan zelf een aanvraag indienen. In dit artikel zijn de criteria opgenomen om te bepalen of de zelfmelder in aanmerking komt voor de vaste tegemoetkoming.
Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de vaste tegemoetkoming is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. In het kader van de rechtsgelijkheid is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag ook opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.
De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag.
Om onduidelijkheden bij verhuizing te voorkomen wordt voor alle ambtshalve toekenningen als peildatum voor de woonplaats de datum gehanteerd waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd. Voor 2025 is dat 15 januari 2025. De meestverdienende partner, waarvan het BSN op de lijst staat vermeld, was op die datum inwoner van de gemeente.
De vaste tegemoetkoming voor het betreffende kalenderjaar is het bedrag zoals opgenomen in artikel 15ba Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Behoeft geen nadere toelichting.
Behoeft geen nadere toelichting.
De Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Voorne aan Zee 2025 vervalt per 1 januari 2029 met dien verstande dat deze beleidsregels van toepassing blijven op voor 1 januari 2029 ingediende aanvragen voor een tegemoetkoming 2025, 2026 en 2027.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-412230.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.