Gemeenteblad van Voorne aan Zee
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorne aan Zee | Gemeenteblad 2025, 411308 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorne aan Zee | Gemeenteblad 2025, 411308 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieverordening peuteropvang en voorschoolse educatie Voorne aan Zee 2025 - 2026
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
VVE-aanbod: Het aanbod is 960 uur over anderhalf jaar per doelgroeppeuter in de leeftijdsperiode 2½ tot 4 jaar. Het komt neer op maximaal 650 uur per jaar. Hierbij mag maximal 6 uur per dag VE meetellen voor deze urennorm. Waar nodig worden de uren gevarieerd naar leeftijd aangeboden. Peuters van 2 jaar en 3 maanden tot 2½ jaar mogen ook deelnemen aan de VE, maar die uren tellen niet mee in de urennorm van totaal 960 uur. De bekostiging valt wel onder deze subsidieverordening.
Artikel 2 Algemene subsidieverordening
De voorliggende subsidieverordening is opgesteld voor (kinder)opvangorganisaties die voorschoolse educatie of die kortdurende reguliere kinderopvang aanbieden. Dit is een aanvulling op de Algemene subsidieverordening (Asv) van de gemeente.
Artikel 3 Doelstelling, doelgroep en toepassingsbereik
De doelgroep voor deze subsidieregeling zijn peuters van 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar oud, woonachtig in de gemeente Voorne aan Zee. Subsidie hiervoor wordt aangevraagd door de VE-aanbieders met locaties in de gemeente Voorne aan Zee. Deze subsidieverordening heeft tot doel:
Artikel 4 Gemeentelijke doelstellingen voor het verstrekken van subsidie aan voorscholen
De activiteiten moeten een bijdrage leveren aan één of meerdere van onderstaande doelstellingen:
De ontwikkeling van doelgroeppeuters wordt op een gestructureerde en samenhangende wijze gestimuleerd op het gebied van spraak, taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Hierdoor wordt de kans vergroot op een start in het basisonderwijs zonder achterstanden. Een goede aansluiting van de voorschool op de basisschool is een voorwaarde om dit te kunnen bereiken.
Hoofdstuk 3. Subsidiemogelijkheden
Artikel 6 Subsidie voor pedagogisch coach voor VVE-kinderopvang
Het college kan subsidie verstrekken ten behoeve van certificering van medewerers en de inzet van de VE-coach of pedagogische beleidsmedewerker op de VE-groep, conform het ‘Besluit bassisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’. Hiervoor gelden de volgende uitganspunten:
De norm van 10 uur betreft een rekenregel. Dat betekent dat de werkzaamheden niet één op één zijn terug te brengen op 10 uur per doelgroepkind. Het totaal aantal voorgschreven uren per locatie mag naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbetering van beroepskrachten en het VE-aanbod waar doelgroeppeuters aan deelnemen.
Artikel 7 Subsidie voor zorgondersteuning op de VE-groep (korte dagdelen setting)
Het college kan subsidie verlenen ten behoeve van de inzet van zorgondersteuning op de VE-groep. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
De norm van 5 uur betreft een rekenregel. Dat betekent dat de werkzaamheden van de pedagogisch beleidsmedewerker niet één op één zijn terug te brengen op 5 uur per doelgroepkind. Het totaal aantal vooregschreven uren per locatie mag naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op de zorgondersteuning van doelgroeppeuters.
Artikel 8 Groepssubsidie (korte dagdelen setting)
Het college verleent subsidie aan een opvangorganisatie waarbij VE-groepen bestaan met doelgroeppeuters, zodat de pedagogisch medewerkers extra uren kunnen inzetten voor begeleiding van de doelgroepkinderen en hun ouders.
Artikel 9 Subsidie voor VE in kinderopvangsetting (lange dagdelen)
VE-kinderopvangorganisaties in een setting van lange dagdelen van meer dan 5,5 uur per dag kunnen subsidie aanvragen. Er wordt bij deze organisaties niet gewerkt met een vast aantal dagdelen waarop de doelgroepkinderen komen. Hier maken enkel ouders gebruik van mét recht op kinderopvangtoeslag.
Hoofdstuk 4. Subsidieverlening
In art. 5, lid 1, staat benoemd voor welke peuters subsidie aangevraagd kan worden. In dit hoofdstuk wordt dit nader uitgewerkt.
Artikel 10 Aanvraag subsidie reguliere kinderopvang
Een opvangorganisatie kan subsidie aanvragen voor deelname van een peuter aan reguliere kinderopvang, bestaande uit een aantal dagdelen per week. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
ouders zonder rechtop KOT van het Rijk geven de opvangorganisatie (aanbieder) inzicht in het gezamenlijk jaarinkomen. Op basis hiervan wordt de inkomensafhankelijke bijdrage door de aanbieder vastgesteld, conform de tabel ouderbijdragen van de kinderopvangtoeslag. De gemeente subsidieert het overige deel aan de aanbieder, dus het bedrag tussen de ouderbijdrage en het geldende fiscaal maximum voor kinderdagopvang per uur.
Artikel 11 Gegevens voor de subsidieaanvraag voor reguliere kinderopvang
De voorschoolse voorziening neemt in de subsidieaanvraag de volgende punten op:
berekening van gevraagde subsidie voor ouders zonder recht op toeslag:
aantal ouders zonder recht op KOT en zonder VVE-indicatie vermenigvuldigd met het fiscaal maximum, minus de gemiddelde ouderbijdrage, is de bijdrage van de gemeente. Dit vermenigvuldigd met het aantal in het contract overeengekomen uren per jaar is de aangevraagde subsidie.
Artikel 12 Subsidie voor VE-aanbod in de kinderopvang
De berekening van de subsidie is als volgt:
De berekening van de aangevraagde subsidie voor ouders met recht op toeslag:
aantal ouders met recht op KOT voor een kind met VVE-indicatie vermenigvuldigd met het normtarief VE, minus het fiscaal maximum van het betreffende jaar, is de gemeentelijke bijdrage. Dit wordt vermenigvuldigd met de helft van het aantal in het contract overeengekomen uren per jaar en dat is de eerste helft van de aangevraagde subsidie. Er wordt vermenigvuldigd met de helft van het aantal uren per jaar, omdat de tweede helft van VE geheel door de gemeente vergoed wordt. Hiervoor betaalt de gemeente het VE-normtarief aan de aanbieder (tweede helft van subsidie aanvraag).
De berekening van de aangevraagde subsidie voor ouders zonder recht op toeslag:
aantal ouders zonder recht op KOT en met een VVE-indicatie vermenigvuldigd met het normtarief VE, minus de gemiddelde ouderbijdrage, is de gemeentelijke bijdrage. Dit wordt vermenigvuldigd met de helft van het aantal in het contract overeengekomen uren per jaar en dat is de eerste helft van de aangevraagde subsidie. Er wordt vermenigvuldigd met de helft van het aantal uren per jaar, omdat de tweede helft van VE geheel door de gemeente vergoed wordt. Hiervoor betaalt de gemeente het VE-normtarief aan de aanbieder (tweede helft van subsidie aanvraag).
Artikel 13 Hoogte ouderbijdrage voor deelname aan VE-aanbod
Voor ouders die niet in aanmerking komen voor KOT van het Rijk geldt het volgende:
ouders betalen voor de eerste 50%, dus de eerste helft van het totaal aantal VE-uren, een ouderbijdrage per uur conform de inkomensafhankelijke tabel ouderbijdragen voor de kinderopvangtoeslag. Deze wordt jaarlijks vastgesteld door het Rijk. De kinderopvangorganisatie stelt, op basis van de door ouders ingediende inkomstenopgaves, de hoogte van de ouderbijdrage vast.
Artikel 15 Toetsing recht op een gesubsidieerde peuterplaats
Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde reguliere peuterplaats dient de kinderopvangorganisatie vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag van het Rijk. Dit gebeurt door de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag in combinatie met een inkomensverklaring van beide ouders.
Hoofdstuk 5. De subsidiebetaling en -vaststelling
De verleende subsidies worden in zijn geheel (in één keer) overgemaakt naar de opvangorganisaties in januari van het subsidiejaar.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-411308.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.