FORMTEXT Collegebesluit Eerste wijziging Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse educatie 2020

 

 

Besloten in de vergadering van het college van de gemeente Terneuzen op FORMTEXT 9 september 2025.

 

 

Besluit van het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen tot wijziging van de Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse educatie 2020.

 

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Terneuzen;  

gelet op het bepaalde in artikel 1:3 vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening Terneuzen 2025;  

 

besluit:

 

de subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie wordt als volgt gewijzigd gedurende de periode 1 juli 2025 t/m 31 december 2026.

 

A

 

In beleidsdoelstellingen Zeeuws- Vlaanderen wordt aangepast:

 

Beleidsdoelstellingen Zeeuws- Vlaanderen

  • Iedere peuter in onze regio vanaf 2,5 jaar gebruik kan maken van peuteropvang;

  • Iedere doelgroeppeuter vanaf 2,5 jaar voorschoolse educatie aangeboden krijgt;

 

B

 

Artikel 1, wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 1 . Begripsbepalingen

  • Doelgroeppeuter VVE: kind van 2,5 tot 4 jaar, met een door Jeugdgezondheidszorg Zeeuws- Vlaanderen afgegeven indicatie en verwijzing voor voorschoolse educatie;

 

C

 

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 2. Subsidiabele activiteiten

 

De voorschool:

In de periode juli 2025 tot en met 31 december 2026 verlenen wij subsidie voor uitvoering van de voorschool.

 

Doelgroep en aanbod voorschool 

Alle peuters van 2,5 tot 4 jaar krijgen de mogelijkheid om één dagdeel (4 uur per week) kosteloos voorschoolse educatie te volgen. 

  • Doelgroeppeuters plus krijgen daarnaast een tweede dagdeel (extra 4 uur per week) kosteloos aangeboden. 

  • Ouders van doelgroeppeuters kunnen daarnaast kiezen voor een derde en vierde dagdeel. Deze extra dagdelen worden bekostigd via kinderopvangtoeslag en een eigen bijdrage. 

  • Indien ouders van doelgroeppeuters geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, compenseren wij de kosten voor het derde en vierde dagdeel, zo kunnen ook deze kinderen gebruik maken van het volledige aanbod. Ouders betalen in dit geval een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.  

  • Voor niet doelgroeppeuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag verstrekken wij een subsidie vanuit de gemeentelijke peutermiddelen voor het tweede dagdeel (4 uur per week). Ouders betalen in dit geval een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.  

  • Er geldt een overgangsregeling voor alle peuters 

waarvan ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en  

die voor 1 juli 2025 gebruik maken van opvang en 

tussen de 2 en 2,5 jaar zijn. 

  • Aan deze ouders verstrekt de gemeente een GVK-subsidie van 8 uur per kind tot ze 2,5 jaar zijn.  

  •  

D

 

Artikel 4, onder 1, wordt als volgt gewijzigd;

 

Artikel 4. Subsidiesystematiek en looptijd subsidie

Wij baseren de subsidie op een aanbod van dagdelen van 4 uur en 40 weken per jaar.  

 

1. Kindercentra ontvangen het volgende subsidiebedrag  

A. Peuters van 2,5 tot 4 jaar, die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, voor twee dagdelen per week met een maximumaantal uren van 8 per week. Per peuter pr week is dit 8 uur x (100% belastingdienst uurtarief minus ouderbijdrage VNG modaal).  

B. Doelgroeppeuters VVE plus van 2,5 tot 4 jaar, die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, voor twee dagdelen per week met een maximumaantal uren van 8 per week. Per peuter per week is dit 8 uur x (115% belastingdienst uurtarief minus ouderbijdrage VNG modaal).  

C. Doelgroeppeuters VVE plus van 2,5 tot 4 jaar voor het 3e en 4 e dagdeel per week met een maximum van 8 uur per week. Per peuter per week is dit 8 uur x 115% belastingdienst uurtarief.  

D. Aanbod aan varende peuters van 2,5 tot 4 jaar, per daadwerkelijk afgenomen uren; Per peuter per uur (100% Belastingdienst uurtarief minus ouderbijdrage VNG modaal)  

 

E

 

Artikel 6, onder 2 en 3 wordt als volgt gewijzigd;

 

Artikel 6. Aanvraag

2. De aanvraag om verlening van subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 juli 2025, voor de gehele periode tot en met 31 december 2026.

3. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het daartoe door het college vastgestelde formulier. De aanvraag vindt plaats op basis van de peuteraantallen op peildatum 1 april 2025. De houder geeft in het aanvraagformulier aan, op welke wijze invulling wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 2 van deze regeling.  

 

F

 

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd;

 

Artikel 8. Verantwoording en definitieve vaststelling

1. De subsidie wordt vastgesteld aan het eind van de periode waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden.

2. De verantwoording wordt ingediend uiterlijk op 1 januari 2026 en bevat de peuteraantallen op peildata 1 oktober 2025, 1 april 2026 en 1 oktober 2026 van het betreffende kalenderjaar.  

 

G

 

Artikel 9, onder 3 wordt als volgt gewijzigd;

 

Artikel 9. Bevoorschotting en uitbetaling

3. Bevoorschotting vindt plaats op basis van de peuteraantallen op peildatum 1 april 2025, 1 oktober 2025, 1 april 2026 en 1 oktober 2026.  

 

H

 

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd;

 

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 2025 en loopt af op 31 december 2026.

2. Deze regeling wordt aangehaald als Tijdelijke aanpassing subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie juli 2025 - december 2026.

 

 

Burgemeester en Wethouders van Terneuzen,

 

gemeentesecretaris,

burgemeester,

 

S.I.L. (Steven) de Waal

H.J.A. (Erik) van Merrienboer

 

 

Naar boven