Gemeenteblad van Steenwijkerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Steenwijkerland | Gemeenteblad 2025, 409328 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Steenwijkerland | Gemeenteblad 2025, 409328 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
zoals is aangegeven in Bijlage A.
Onze leefomgeving verandert. Omdat we nieuwe wensen hebben, ruimte zoeken om te ondernemen, goed te wonen en te ontspannen. Maar ook omdat we voor een aantal opgaven staan die ruimte vragen en soms grote gevolgen hebben voor hoe we onze leefomgeving in de nabije toekomst kunnen gebruiken. Denk alleen al aan vraagstukken op thema’s als energie, bodemdaling en gezondheid.
Hoe Steenwijkerland er in 2050 precies uitziet, kunnen we niet voorspellen. Laat staan in 2100. Wél weten we wat we van waarde vinden in Steenwijkerland, waar opgaven en kansen liggen om onze gemeente leefbaar en vitaal te houden, kortom: waar we op hoofdlijnen ruimte voor willen houden en maken. Dit heeft een plek gekregen in onze omgevingsvisie.
Het plangebied van deze omgevingsvisie beslaat het gehele grondgebied van de gemeente Steenwijkerland. Tegelijkertijd kijken we ook breder. Dit doen we omdat ontwikkelingen in Steenwijkerland niet los kunnen worden gezien van bijvoorbeeld ontwikkelingen in onze buurgemeenten en -provincies. En dat geldt natuurlijk ook andersom. Een voorbeeld is de samenhang in het watersysteem: bovenstrooms ingrijpen in Drenthe kan benedenstrooms gevolgen hebben in Steenwijkerland. Op een aantal grote opgaven vindt dan ook in verschillende regionale samenwerkingsverbanden visie- en strategieontwikkeling plaats, en kijken we met buurgemeenten en -provincies over bestuurlijke en geografische grenzen heen. Voorbeelden zijn de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) in Fluvius-verband, de Regionale Energie Strategie (RES) met de regio West-Overijssel, en de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest-Overijssel voor de veenweidestrategie
Een omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel van ons ruimtelijk beleid. In deze strategische langetermijnvisie bakenen we af wat we van belang vinden voor de leefomgeving in Steenwijkerland. We beschrijven de noodzakelijke en gewenste ontwikkeling van onze leefomgeving en hoe wij ons daar als gemeente de komende jaren voor inzetten.
De omgevingsvisie moet worden gezien als de paraplu voor alle andere beleidsdocumenten, programma’s en projecten in het ruimtelijk domein. Onze omgevingsvisie is daarmee ook een toetsingskader voor nieuwe initiatieven en verdere uitwerking van opgaven in Steenwijkerland.
De omgevingsvisie heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet en staat primair in dienst van de ruimtelijke sociaaleconomische ontwikkeling van Steenwijkerland. Ontwikkeling die nodig is om de gemeente toekomstbestendig te houden.
Onze omgevingsvisie is geen blauwdruk, maar een richtinggevend document voor de toekomstige ontwikkeling van Steenwijkerland. Binnen het raamwerk van de visie moet voldoende flexibiliteit zijn om in te kunnen spelen op de behoeftes van het moment. Periodiek bekijken we dan ook of de visie nog actueel is of wellicht moet worden bijgesteld.
Onze omgevingsvisie bestaat uit een samenhang van verschillende strategische beleidsstukken voor de fysieke leefomgeving in Steenwijkerland. Daarmee wordt ons omgevingsbeleid overzichtelijker en bieden we duidelijkheid over de speelruimte waarbinnen initiatieven tot bloei kunnen komen en bij kunnen dragen aan het realiseren van ambities van en voor de gemeente Steenwijkerland. Met de visie kunnen we bovendien sturen op samenhang, en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland borgen en zorgdragen voor een kwalitatieve groei van Steenwijkerland.
De gemeente speelt een centrale rol in het vormgeven van de fysieke leefomgeving. Als lokale overheid zijn wij verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening en het maken van keuzes die bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Daarbij scheppen wij randvoorwaarden: we bieden ruimte voor initiatieven, maar stellen ook duidelijke kaders om belangen te beschermen, zoals veiligheid, gezondheid en leefkwaliteit.
Onze rol kent verschillende gezichten. Enerzijds zijn wij partner voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, waarbij we samenwerken aan lokale opgaven. Anderzijds zijn wij uitvoerder van wettelijke taken en gebonden aan kaders die door het rijk en de provincie worden gesteld. Dit zorgt soms voor spanning: tussen lokaal maatwerk en landelijke regelgeving, tussen flexibiliteit en normstelling.
Binnen deze dynamiek zoeken wij steeds naar balans. Wij verbinden beleid met uitvoering, stemmen af met andere bestuurslagen en zorgen ervoor dat de belangen van onze gemeenschap centraal staan in de ruimtelijke keuzes die we maken.
De Omgevingsvisie Steenwijkerland is niet achter een bureau geschreven. Deze visie is het resultaat van een intensief en zorgvuldig traject waarin inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, agrariërs en vele andere betrokkenen samen met de gemeente hebben nagedacht over de toekomst van Steenwijkerland. Vanaf het begin is ervoor gekozen dit proces breed en open in te steken. Niet de gemeente alleen, maar de samenleving in al haar diversiteit moest een stem krijgen in de koers die wordt uitgezet.
Dat zoveel mensen bereid waren om tijd en energie te investeren in dit proces, is indrukwekkend en van grote betekenis. Kinderen tekenden hun droombuurt en leerden nadenken over de toekomst. Inwoners deelden hun zorgen en wensen tijdens bijeenkomsten, straathoeksessies en inloopmomenten. Veel inwoners vulden de enquête in. Ondernemers, agrariërs en maatschappelijke organisaties brachten hun kennis en belangen in tijdens verdiepende gesprekken en workshops. Al deze bijdragen hebben het beeld van Steenwijkerland rijker en completer gemaakt. Voor die inzet en betrokkenheid spreekt de gemeente haar oprechte dank uit.
Tegelijkertijd is het belangrijk om helder te zijn over wat participatie wel en niet betekent. Participatie is geen optelsom van individuele wensen en ook geen garantie dat iedereen zijn of haar zin krijgt. Wat participatie wél doet, is belangen zichtbaar maken, verschillen en overeenkomsten naar voren brengen en zorgen bespreekbaar maken. Het helpt inzicht te krijgen in welke waarden, verwachtingen en vragen er leven. Daarmee vormt participatie de basis voor een zorgvuldiger en transparanter proces van afweging, waarin keuzes worden gemaakt die recht doen aan de diversiteit van de samenleving. Niet alle suggesties zijn letterlijk overgenomen, maar iedere stem is gehoord en iedere bijdrage heeft meegewogen in de afwegingen die tot deze visie hebben geleid.
Daarbij geldt dat de uitkomsten van participatie niet de enige werkelijkheid vormen. De gemeente heeft wettelijke taken en maatschappelijke doelen waar zij aan moet voldoen. Steenwijkerland maakt bovendien deel uit van een regio en werkt samen met omliggende gemeenten. Daarnaast zijn er provinciale, landelijke en Europese beleidskaders die richtinggevend zijn en waar niet van kan worden afgeweken. De Omgevingsvisie is daarom het resultaat van een samenspel: de waardevolle inbreng van de samenleving, gecombineerd met de bestuurlijke, juridische en beleidsmatige kaders die ons binden.
Opvallend in dit proces is dat inwoners vaak spraken over sociale thema’s: over ontmoeten, samenhorigheid, leefbaarheid en geluk. Dat laat zien wat voor mensen in Steenwijkerland van waarde is in hun dagelijks leven. Deze sociale signalen verdienen erkenning. Tegelijkertijd vraagt de aard van de Omgevingsvisie om een focus op de fysieke leefomgeving: ruimte, wonen, infrastructuur, natuur en landschap. Dat betekent dat niet alle sociale thema’s letterlijk in dit document zijn opgenomen. Toch zijn ze van groot belang. Zij vormen de onderstroom die richting geeft aan de fysieke keuzes en herinneren eraan dat ruimtelijke ontwikkeling nooit losstaat van de sociale werkelijkheid van de dorpen, de stad en het buitengebied.
Door dit participatieproces is een Omgevingsvisie tot stand gekomen die niet alleen stoelt op beleidsmatige en wettelijke kaders, maar ook op de inzichten en ervaringen uit de samenleving. Participatie heeft het beeld van wat er leeft in Steenwijkerland verdiept en verrijkt, en daarmee een belangrijke rol gespeeld in de keuzes die zijn gemaakt. Tegelijkertijd vormt participatie één van de vele pijlers waarop deze visie rust: naast de inbreng van inwoners en stakeholders zijn ook wettelijke verplichtingen, provinciale en landelijke richtlijnen en regionale samenwerking bepalend geweest. De gemeente spreekt grote waardering uit voor de brede betrokkenheid en inzet die tijdens het proces is getoond. De opbrengst van participatie heeft de visie versterkt en er mede voor gezorgd dat de gemaakte keuzes beter aansluiten bij de werkelijkheid van Steenwijkerland.
De ontwerp Omgevingsvisie Steenwijkerland 2025 biedt een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. De visie is gebaseerd op brede participatie en sluit aan bij regionale en landelijke opgaven. De volgende kernpunten vormen de basis van de omgevingsvisie:
De omgevingsvisie richt zich op het benutten van van nature hoger gelegen gronden voor stedelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en voorzieningen
De omgevingsvisie stimuleert een aanpak waarin natuur, water en bodem als uitgangspunt worden meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen
De omgevingsvisie zet in op het behoud, herstel en de versterking van deze landschappelijke en historische waarden
De omgevingsvisie zet in op een toekomstbestendig platteland waarin de functies landbouw, natuur, recreatie en wonen elkaar versterken en in balans zijn
We ontwikkelen de ‘entreekernen van de gemeente’ als aantrekkelijke schakels met de regio
De omgevingsvisie biedt ruimte aan de energietransitie en klimaatadaptatie
De omgevingsvisie richt zich op het versterken van onze bedrijventerreinen door in te zetten op vitaliteit, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid
We streven naar een inrichting van de leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, bewegen, spelen, leren en ontspanning
We kiezen voor een zorgvuldige overgang naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet
In hoofdstuk 2 Visie op Steenwijkerland werken we de visie inhoudelijk uit en geven we antwoord op de vraag: waar willen we naartoe met Steenwijkerland? Dit krijgt in de hoofdstukken die daarop volgen nadere uitwerking; in hoofdstuk 3 Vitaal plattenland voor ons platteland, in hoofdstuk 4 Leefbare steden en kernen voor de steden en kernen. Zowel in hoofdstuk 3 Vitaal plattenland als in hoofdstuk 4 Leefbare steden en kernen zoomen we in op een aantal onderscheiden deelgebieden. Bepaalde onderdelen van onze visie komen in meerdere deelgebieden terug. De teksten voor de deelgebieden zijn zo geschreven dat deze ook afzonderlijk te lezen zijn, bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek.
De omgevingsvisie schetst niet alleen onze visie op de ruimte in Steenwijkerland, maar ook hoe wij ons als gemeente daar de komende jaren voor inzetten. Dit is beschreven in hoofdstuk 5 Uitvoeringsparagraaf. Tenslotte geven de bijlagen verdieping over het participatietraject dat we bij de totstandkoming van onze omgevingsvisie doorlopen hebben.
In 2050 is… Steenwijkerland rijk aan verscheidenheid
Steenwijkerland is rijk aan verscheidenheid. De natuurlijke ondergrond kent een grote verscheidenheid in bodem, reliëf en waterhuishouding. In Steenwijkerland zijn er stuwwallen, beekdalen, zeeklei en veenmoerassen. De gemeente heeft grote verschillen tussen enerzijds hoog en droog en anderzijds laag en nat, met hoogteverschillen van +20m NAP tot -2m NAP. De verscheidenheid in landschappen zie je ook terug in de mensen. De aard van de bevolking, de gebruiken, de cultuurhistorie en het cultureel erfgoed verschillen per kern en gebied. Het unieke karakter van Steenwijkerland combineert landschappelijke rijkdom met de meer stedelijke cultuur van Steenwijk.
In 2050 heeft… Steenwijkerland nog steeds internationale aantrekkingskracht
Dat is niet verwonderlijk met iconen als het Nationaal Park de Weerribben-Wieden en de toeristische trekpleister Giethoorn. Steenwijkerland kent in aanvulling op de beschermde natuurgebieden van de Weerribben-Wieden ook een rijk palet aan landbouwlandschappen en karakteristieke dorpen en stadjes. De gemeente is rijk aan cultuur en erfgoed. Het karakter van onze gemeente is veelzijdig en afwisselend. Precies dat is de kracht van Steenwijkerland: de diversiteit aan landschappen, kernen en mensen. Vooral de contrasten in de gemeente worden bijzonder gewaardeerd: afwisseling tussen hoog en laag, tussen meer dynamische en luwere gebieden, en tussen natte en droge gebieden.
In 2050 is… het groenblauwe hart is onmisbaar
Natuur is in Steenwijkerland overal. Vanzelfsprekend in het landschappelijke hart van onze gemeente, de Groene Schatkamer van Weerribben en Wieden. Maar ook langs de groenblauwe dooradering in het landelijk en het Groenblauwe Raamwerk in het stedelijk gebied is de natuur te beleven. Natuur zien we in Steenwijkerland als een onmisbaar onderdeel van onze leefomgeving. Het is een leverancier van schoon water en schone lucht, en het zorgt voor opslag van CO2. Ons landschap is een plek voor rust en ruimte om te ontspannen. Onze natuur is medebepalend voor het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor wonen en werken in Steenwijkerland. Het is bovendien het fundament voor onze toeristische aantrekkingskracht, en daarmee een belangrijk onderdeel van onze regionale economie.
In 2050 zijn we… erin geslaagd om de grote ruimtelijke opgaven aan te pakken
De doorontwikkeling van het Nationaal Park de Weerribben-Wieden heeft ruimte geboden voor oplossingen voor grote ruimtelijke opgaven als biodiversiteitsherstel en waterbeheer. Stikstof- en CO2-reductie waren voorwaardelijk voor het realiseren van de de woningbouwopgave en de omschakeling naar een circulaire economie. Zo weten we in samenwerkingsverband stappen te zetten voor het aanpakken van de klimaatopgave en het herstel van de natuur. We hebben samen met boeren en andere partners in het landelijk gebied gewerkt aan een toekomstperspectief voor de agrarische sector. In innovatieve koploperprojecten en gebiedsprocessen. De leefbaarheid in het stedelijk en landelijk gebied is verbeterd. Van opgaven maakten we kansen. Een voorbeeld is het samen laten gaan van een klimaatbestendig en waterrobuust Steenwijkerland met de ontwikkeling van waterrecreatie, rietlanden en uitbreiding van het vaarlandschap. Met de inzet van water als motor voor ontwikkeling versterkten we zo het onderscheidende profiel van onze gemeente.
In 2050… zijn onze identiteit en gemeenschappelijke verhalen beleefbaar
Initiatieven in onze leefomgeving weten we te verbinden met de kwaliteit en eigenheid van Steenwijkerland. Dat doen we niet alleen door het beschermen van de bestaande kwaliteiten van onze gemeente. Juist ook het versterken en vernieuwen van onze karakteristieke omgeving, gebruiken en cultuur heeft ons de wendbaarheid gegeven om belangrijke opgaven aan te pakken. Met het leggen van verbindingen tussen bestaande kwaliteiten en nieuwe initiatieven in gebiedsprocessen zijn kansen ontstaan voor een duurzame omgeving geënt op onze lokale identiteit. Zo hebben we het karakteristieke ambacht van de rietsnijders op een eigentijdse manier ingezet voor het beschermen van de bijzondere natuurlijke ecosystemen in onze gemeente. Op deze manier blijft Steenwijkerland onderscheidend op het vlak van natuur, landschap en cultuurhistorie.
In 2050…. Gaat wonen, werken en toerisme hand in hand hand op het Hoge land en in het gebied rondom het groenblauwe hart.
Ruimte voor uitbreiding van toekomstig wonen, werken en toeristisch aanbod zagen we in de schil rond de beschermde natuurgebieden. Ruimte voor wonen zijn er vooral in of in aansluiting op de goed bereikbare voorzieningenkernen op het Hoge Land, omdat we rekening houden met het bodem- en watersysteem. Het accent lag daarbij op Steenwijk, een belangrijk knooppunt in het mobiliteitsnetwerk en daardoor goed verbonden met de regio. Ruimte voor regionale uitbreiding van bedrijvigheid koppelden we ook aan dit mobiliteitsnetwerk: in de A32-corridor tussen Steenwijk en Meppel. Een voorbeeld van duurzame economische ontwikkeling waar we trots op zijn, niet in het minst omdat we hier innovatief werk hebben gemaakt van de energietransitie. Het bedrijventerrein is zowel producent, buffer als leverancier van duurzaam opgewekte energie.
In 2050 is… Steenwijkerland sociaal sterk en verbonden
Steenwijkerland is een gemeente waar mensen naar elkaar omkijken en waar iedereen mee kan doen. De kracht van onze gemeenschap zit in de onderlinge verbondenheid, de diversiteit aan leefvormen en de bereidheid om samen verantwoordelijkheid te dragen. In 2050 is dit stevig verankerd in de lokale samenleving: zorg en ondersteuning zijn dichtbij, toegankelijk en afgestemd op wat mensen echt nodig hebben, is de openbare ruimte ingericht op bewegen en ontmoeten, bevorderen we de gezondheid en gaan we eenzaamheid tegen. We bouwen voort op de traditie van gemeenschapszin en versterken deze met nieuwe vormen van samenwerking tussen inwoners, professionals, vrijwilligers en ondernemers. Zo blijft Steenwijkerland een plek waar iedereen zich thuis voelt en kansen krijgt om mee te doen.
In 2050…. Zijn de goed bereikbare kernen entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl
Met de groei van het aantal toeristen en recreanten hebben we sterk ingezet op het verleiden om Steenwijkerland breder te ontdekken. Daarnaast hebben we ingezet op het stimuleren van aanbodontwikkeling in de goed bereikbare kernen in de schil om het groenblauwe hart: de entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl. Zo hebben we het draagvlak voor voorzieningen weten te versterken. Steenwijk, Oldemarkt en Kuinre bruisen, en deze laatste is door de succesvolle realisatie van de Lelylijn nog beter bereikbaar. Bezoekers versterken de lokale economie, en zorgen daarmee voor banen en behoud van voorzieningen. Bezoekers laten de auto liever staan en verkennen onze gemeente te voet, per fiets of per boot. Met het verdichten van het recreatief routenetwerk is de verbinding met en de beleefbaarheid van ons Nationaal Park Nieuwe Stijl uitstekend. Onze inwoners gebruiken deze routes bovendien voor sport en beweging.
In 2050…. Entreekernen Nationaal Park Nieuwe Stijlals schakels in de verbinding met de regio
De entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl verbinden de bredere regio met het hart van onze gemeente. Dit is van groot belang omdat kernen als Emmeloord, Wolvega, Heerenveen, Meppel en Zwolle een belangrijke functie vervullen in het bredere regionale netwerk. Onder andere op het gebied van werkgelegenheid en uiteenlopende voorzieningen als zorg, onderwijs en detailhandel vormt Steenwijkerland één stedelijk netwerk met deze buren. Door een sterk mobiliteitsnetwerk heeft onze economie zich regionaal ontwikkeld. In de regio werken we intensief samen om de zorg voor alle inwoners van de regio te organiseren. We vullen elkaar aan, en maken gebruik van elkaars expertise om ook voor onze inwoners met een zorgvraag een goed woon- en leefklimaat te bieden.
In 2050… Veel om trots op te zijn, maar het allerbelangrijkst… de inwoners en ondernemers
Steenwijkerland heeft veel om trots op te zijn. Denk aan het Corso in Vollenhove en Sint Jansklooster, UNESCO Werelderfgoed waar mensen van buiten de gemeente speciaal voor afreizen. Ook de gondelvaarten in Belt-Schutsloot, Dwarsgracht en Giethoorn, Kopje Cultuur en het Dicky Woodstock Popfestival in Steenwijkerwold zijn uniek. Dit cultureel kapitaal hebben we vooral te danken aan de lokale gemeenschap. Het is deze gemeenschap die aan de basis heeft gestaan van ons waardevaste landschap; het zijn de mensen die Steenwijkerland verrijken, dragen en doorgeven aan de volgende generaties. De mensen die van oudsher niet alleen voor hun leefomgeving zorgen, maar ook voor elkaar en ondernemers die al generaties lang met hun betrokkenheid en initiatieven bijdragen aan levendigheid en het voorzieningenniveau.Het feit dat de mensen elkaar kennen, contacten onderhouden met de buurt, ondernemen en elkaar helpen als het nodig is en in actie komen als er problemen zijn, is van enorme betekenis voor de leefbaarheid in de gemeente.
Dit alles maakt Steenwijkerland in 2050 een fijne plek om te wonen, werken, ondernemen en ontspannen.
In dit hoofdstuk beschrijven we waar we ruimte voor willen houden en maken in de landschappen van onze gemeente.
In paragraaf 3.2 De landschappen van het vitale platteland gaan we nader in op onderscheiden deelgebieden en hun gebiedseigen kwaliteiten. We schetsen een perspectief op de opgaven, kansen en ambities die we per deelgebied zien voor de fysieke leefomgeving.
Op weg naar 2050…
In Steenwijkerland staan we voor een toekomst waarin we de kracht van ons landschap opnieuw leren waarderen. We willen het landschap niet alleen behouden als decor, maar benaderen het als een levend systeem, als drager van identiteit en als richtinggevend kader. Water en bodem krijgen weer een sturende rol. We houden er rekening mee dat kwetsbare veengebieden moeten worden gebufferd, om verdroging te voorkomen. De landbouw krijgt toekomstkracht door vernieuwing en verbreding, en natuur en biodiversiteit bloeien op door herstelde structuren. Tegelijkertijd maken we het landschap beter beleefbaar en bereikbaar: voor inwoners, bezoekers en ondernemers. We verankeren rust, donkerte en stilte opnieuw, juist door zorgvuldig ruimte te geven aan verandering. En vooral: we doen dit niet alleen. Door gebiedsgericht samen te werken, verbinden we de grote opgaven van deze tijd aan de unieke kwaliteiten van onze landschappen. We bouwen aan een samenhangend mozaïek van herkenbare en beleefbare landschappen, waarin natuur, water, landbouw, erfgoed en recreatie met elkaar in balans zijn. Van de stuwwallen op het Hoge Land tot de waterrijke stilte van de Groene Schatkamer. Ieder gebiedsdeel vertelt zijn eigen verhaal, draagt zijn eigen karakter en levert zijn eigen bijdrage aan onze klimaatbestendige, gezonde en vitale leefomgeving. Samen vormen deze landschappen het verhaal van Steenwijkerland.
Landschap als drager van identiteit, beleving en biodiversiteit
We zetten in op behoud en herstel van het unieke karakter van onze landschapstypen. We stimuleren dat kenmerkende elementen zoals houtwallen, petgaten, essen en beekdalen worden hersteld, behouden of opnieuw aangelegd. Daarmee creëren we ook ruimte voor flora en fauna. In de Groene Schatkamer verweven we natuurontwikkeling met cultuurhistorie en duurzame recreatie. Tradities zoals het rietsnijden en de gondelvaarten krijgen nieuwe betekenis in een veranderende samenleving. Het landschap vertelt een samenhangend verhaal van veen en water, van dijken en droogmakerijen. Inwoners en bezoekers zullen het landschap steeds meer beleven als een plek voor rust, ontspanning en inspiratie.
Landschap als vitale leefomgeving
Het landschap van Steenwijkerland wordt een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. We brengen de natuur dichterbij door nieuwe routes, kleinschalige verblijfsplekken en beleefbare erfgoedlijnen. Door recreatieve routes te versterken, dorpen te verbinden met het buitengebied en kleinschalige recreatie zorgvuldig in te passen, maken we het buitengebied toegankelijker. Door het versterken van tradities en landschappelijke identiteit krijgt het landschap ook sociaal meer betekenis. Tegelijkertijd behouden we de rust en kleinschaligheid die Steenwijkerland zo kenmerken.
Bodem en water sturend: klimaat als katalysator voor vernieuwing
In aansluiting op rijks- en provinciaal beleid maken we de omslag naar een water- en bodembewuste inrichting van onze leefomgeving. Het landschap gaat weer werken als een spons: hoger gelegen gebieden zoals het Hoge Land houden water langer vast, in beekdalen wordt piekafvoer vertraagd en de natste gebieden krijgen ruimte om te overstromen. In polders en veenweidegebieden is peilverhoging een maatregel om CO₂-uitstoot terug te dringen. Zo wordt ook schade door droogte, bodemdaling en wateroverlast beperkt. Deze transities zijn complex, maar worden mogelijk door goede samenwerking en tijdig vooruitdenken. Het aanpakken van klimaatverandering dient zo als aanjager van kwaliteit, innovatie en bewustzijn, op weg naar een robuust landschap.
Nieuwe bedrijvigheid voor een vitaal platteland
Op weg naar 2050 ontwikkelt de landbouw in Steenwijkerland zich door naar een veerkrachtig en toekomstbestendig systeem. Boeren combineren steeds vaker voedselproductie met natuurbeheer, streekproductie, recreatie of energiewinning. Erven worden vaker plekken van meervoudig gebruik: knooppunten waar landschapsonderhoud, lokaal ondernemerschap en natuurbeleving samenkomen. In polders en grensgebieden ontstaan innovatieve vormen van landgebruik, zoals natte teelten, nieuwe plantaardige teelten en groene grondstoffen. Op geschikte locaties combineren boeren hun bedrijf met verblijfstoerisme of natuureducatie. Zo wordt het landschap van Steenwijkerland niet alleen mooier, maar ook economisch veerkrachtiger.
Het landelijk gebied in Steenwijkerland hebben we - onder andere op basis van de analyse van de opgaven en de ruimtelijke en functionele verschillen tussen gebieden - nader onderverdeeld. Deze onderverdeling doet recht aan de verschillende ‘gezichten’ van het landelijk gebied in Steenwijkerland.
In deze paragraaf zoomen we in op de onderscheiden deelgebieden en geven we antwoord op vragen als: Wat is onze ambitie? Welke ruimte zien we voor ontwikkeling?
Bepaalde onderdelen komen in verschillende deelgebieden terug; de teksten van de onderscheiden deelgebieden zijn zo geschreven dat deze – bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek – afzonderlijk te lezen zijn.
De onderscheiden deelgebieden in het landelijk gebied zijn:

“Waar eerst ruimte was voor natuur en recreatie, zoals de Bult, zie je nu woningen verschijnen.”
Het Hoge Land is een afwisselend, kleinschalig landschap met houtwallen, bosjes, solitaire bomen, lanen, zandpaden, weilanden, akkers, kleinschalige erven, monumentale landgoederen en beken. De hoge, droge ligging van de stuwwallen maakt dat dit gebied al eeuwenlang bewoond is. De landschappelijke kwaliteit van de stuwwallen is aanzienlijk door de relatief grote hoogteverschillen en de fraaie zichten over het omringende, lager gelegen open landschap. Dit samenspel creëert een kenmerkend contrast tussen enerzijds een hoog en besloten landschap en anderzijds een laag en open landschap. Ook bevinden zich in het gebied verschillende beken, zoals de Reune. De kenmerkende bodemopbouw en waterhuishouding is zichtbaar in specifieke flora en fauna. De aanwezigheid van landschapselementen als houtwallen, bosjes, bloemrijke graslanden, beken, poelen, solitaire bomen en lanen is niet alleen van waarde voor de ruimtelijke kwaliteit maar ook voor de groene dooradering van het gebied, en daarmee voor de biodiversiteit.
Oorspronkelijk bestond het Hoge Land uit dichtbeboste gebieden. Later ontstond hier kleinschalige landbouw met akkers, weides, houtwallen en bosjes. De erven bevinden zich in linten langs de wegen, vrijliggend in het landschap of geclusterd in groepjes rondom een wegsplitsing. Op de hoogste delen werden landgoederen aangelegd. De Eese, de Woldberg en de Oldenhof zijn beeldbepalende plekken geworden met landhuizen en soms eeuwenoude bossen, lanen en tuinen. Op het landgoed de Eese en de Woldberg zijn verschillende grafheuvels te vinden.
Het Hoge Land heeft ook een hoge cultuurhistorische waarde, zichtbaar in de cultuurhistorisch waardevolle linten, buurtschappen en wijken. Deze bestaan bijvoorbeeld uit de koloniehuisjes en modelboerderijen in de Koloniën van Weldadigheid, de landgoederen met monumentale landhuizen en historische parken, en de historische boerderijen. De koloniehuisjes werden zo’n tweehonderd jaar geleden opgericht om de straatarme bevolking in het land een nieuwe toekomst te geven. De armen kregen een boerderijtje met een stuk grond, er werden scholen opgericht en er was geneeskundige hulp. Bijzonder van waarde zijn de essen op de Steenwijker- en Zuiderkamp, met hun karakteristieke bolle ligging, steilranden en groene mantel. De wegen in dit gebied zijn afwisselend recht en slingerend, en voorzien van laanbeplanting. Er is een grote diversiteit aan boerderijtypen en andere karakteristieke bedrijfsgebouwen. De kavels en percelen worden veelal begrensd door houtwallen en singels.
In het Hoge Land zien we het agrarische gebruik sterk terug in het landschap. Daarnaast vinden we er verspreid over het gebied ook verschillende woonkernen, natuur, verblijfsrecreatiegebieden en andere bedrijvigheid. Het gebied is door haar kenmerkende landschap, cultuurhistorische waarden en natuurwaarden ook van toeristisch-recreatieve en economische waarde.
Het gebiedstype Hoge Land vinden we op twee plekken in de gemeente, in het noorden en in het zuiden, met ieder hun eigen kernen en buurtschappen. In het Hoge Land Noord liggen Tuk, Steenwijkerwold, Marijenkampen, Paasloo, Witte Paarden, Oldemarkt, Basse Willemsoord, IJsselham, Baars, De Bult, Eesveen, De Pol, Halfweg en deels Kallenkote. Bovendien ligt Steenwijk op de grens met het Hoge Land Noord. Omdat de stad haar eigen stempel drukt op het landschap, behandelen we Steenwijk onder de paragrafen 4.2.4 Historische vesting Steenwijk en 4.2.6 Woonwijken 1955 tot nu in de Stedelijke Laag. In het Hoge Land Zuid liggen Vollenhove, Sint Jansklooster, Heetveld, Kadoelen, Poepershoek, Barsbeek, Leeuwte en De Krieger.
Een aantrekkelijk, gezond, klimaatbestendig, duurzaam en kleinschalig mixlandschap waarin de oorspronkelijke structuren, contrasten en cultuurhistorische waarden herkenbaar en beleefbaar zijn. Het gebied is aantrekkelijk om te wonen, werken en recreëren.
We zetten in op woningbouw op van nature hoger gelegen gebieden, zoals het Hoge Land. We onderschrijven de warme harten-strategie en de inzet op inbreiding. In diverse kernen in Steenwijkerland is de woningbouwbehoefte echter groot en zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt. Om de toekomstige woningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheid van de kernen te garanderen zijn ook uitleglocaties nodig. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep, zoals opgenomen in het woonbeleid. Natuurinclusief bouwen is nodig om te zorgen dat het voortbestaan van gebouwbewonende soorten, zoals vogels en vleermuizen, gewaarborgd wordt.
Ontwikkelingen in het Hoge Land dragen bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van het karakteristieke landschap met de hoogteverschillen, en versterkt de beleving van de overgang tussen het Hoge Land en de omgeving.
We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten én het water- en bodemperspectief van het Hoge land.
Als agrarische erven vrijkomen geven we ruimte voor transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), bijvoorbeeld in de vorm van knooperven. Bij knooperven gaat het om het hernieuwd gebruik en eigenaarschap van de vrijkomende agrarische erven. De nieuwe bewoners dragen daarbij zorg voor het omliggende landschap, de recreatieve toegankelijkheid en de versterking van eigenschappen van het landschap. Hiermee worden landschappelijke kwaliteiten versterkt en vindt er geen extra verstening plaats.
We bieden ruimte voor nieuwe landgoederen op het Hoge Land en vernieuwing van bestaande landgoederen. We zien kansen voor het uitbreiden van het aanbod aan unieke verblijfsmogelijkheden in Steenwijkerland. Denk dan niet alleen aan mogelijkheden in het hoofdgebouw, maar ook aan vrijkomende historische agrarische erven en andere gebouwen op het landgoed. Deze gebruiksverandering kan bijdragen aan de duurzame instandhouding van de landgoederen op het Hoge Land.
Op het Hoge Land houden we rekening met de noodzaak (regen)water langer vast te houden. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing rekening houden met de (mogelijk) toekomstig benodigde ruimte voor het vasthouden van water in de (beek)dalen op het Hoge Land.
Bij woonfuncties is er ruimte voor bed & breakfast-concepten als nevenactiviteit. Hiertoe zijn ook mogelijkheden op de landgoederen, bijvoorbeeld in het landhuis, op vrijkomende historische erven en in andere gebouwen op het landgoed.
We bieden geen ruimte voor het omzetten van op verblijfsrecreatieterrein gelegen recreatiewoningen naar permanente bewoning. Nieuwe campings en recreatiewoningen staan we niet toe.
We streven naar agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving. Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name bij lelieteelt, wordt kritisch bekeken.
Uitbreiding van bedrijventerreinen op het Hoge Land kan alleen als er ruimte is voor de lokale behoefte aan werklocaties. Voor regionale bedrijventerreinen zetten we in op de zone rond de A32.
We zien kansen in de bossenstrategie van Rijk en provincie, onder andere in de combinatie met landbouw (agroforestry en voedselbossen). De bossenstrategie moet zorgen voor meer bomen in Nederland, ten dienste van het vastleggen van extra broeikasgassen uit de atmosfeer. De bossenstrategie biedt kansen om de kwaliteit en eigenheid van het Hoge Land te versterken, bijvoorbeeld door het herstel van houtwallen, lanen, bossen en het toestaan van agroforestry. Hiermee ontstaan ook kansen om de biodiversiteit te versterken.
Steenwijkerland is omgeven door meerdere aantrekkelijke recreatieve bestemmingen in de aangrenzende provincies, zoals de Koloniën van Weldadigheid in Westerveld. Willemsoord is een van de drie vrije Koloniën van Weldadigheid. Samenwerking met bij de Koloniën van Weldadigheid betrokken partijen biedt kansen om potentiële bezoekers in een breder recreatieaanbod te voorzien.
ad a
Het Hoge Land is door zijn hoge ligging volgens het principe van water- en bodemsturing We onderschrijven de warme harten-strategie en de inzet op inbreiding. In diverse kernen in Steenwijkerland is de woningbouwbehoefte echter groot en zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt. Om de toekomstige woningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheid van de kernen te garanderen zijn ook uitleglocaties nodig. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep, zoals opgenomen in het woonbeleid. Natuurinclusief bouwen is nodig om te zorgen dat het voortbestaan van gebouwbewonende soorten, zoals vogels en vleermuizen, gewaarborgd wordt. Natuurinclusief bouwen is essentieel om gebouwbewonende soorten zoals vogels en vleermuizen te beschermen. Dit draagt bij aan biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit.
ad b
Het Hoge Land kent een goed beleefbare geschiedenis en landschapsinrichting, zoals stuwwallen, beekdalen, Beekdalen op het Hoge Land, essenlandschap en hoevenlandschap. Ontwikkelingen in het gebied versterken de beleving van hoogteverschillen en de overgang naar omliggende gebieden. Dit draagt bij aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Steenwijkerland
ad c
We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector op het Hoge Land zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van natuur, waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, stikstof en klimaat. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. De kernkwaliteit van het Hoge land is dat het kleinschalig, aantrekkelijk, en cultuurhistorisch waardevol is. Het perspectief voor water en bodem is dat water langer moet worden vastgehouden en dat we rekening moeten houden met droogte. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd.
ad d
Bij vrijkomende agrarische erven zetten we in op knooperven: hernieuwd gebruik met eigenaarschap waarbij bewoners zorgdragen voor landschap, toegankelijkheid en belevingswaarde. Dit voorkomt extra verstening en versterkt landschappelijke kwaliteiten.
ad e
Waardevolle landgoederen zoals De Bult, De Eese en De Oldenhofzijn cultuurhistorisch belangrijk. Het inrichten van nieuwe landgoederen is toegestaan en draagt bij aan de omgevingskwaliteit. Gebruik van historische erven en gebouwen voor verblijfsmogelijkheden versterkt de duurzame instandhouding van deze landgoederen. Nieuwe perspectieven, zoals bijzondere belevingsvormen van erfgoed, zijn nodig voor beheer en onderhoud.
ad f
De landbouw en natuur op het Hoge Land zijn kwetsbaar voor droogte. Dit komt doordat op het Hoge Land geen wateraanvoer mogelijk is; de landbouw en natuur zijn hier afhankelijk van neerslag en grondwater. Met de toename van het aantal droge zomers waarin er geen of nauwelijks neerslag valt (en dus geen of nauwelijks wateraanvoer is), meer verdamping plaatsvindt en de grondwaterstanden dalen (ook door beregening van landbouwgronden), neemt het risico op droogteschade en het risico op natuurbranden toe. Bij aanhoudende droogte hebben we bovendien geen garantie dat er in de toekomst altijd voldoende drinkwater beschikbaar is. Het langer vasthouden van water op het Hoge Land zorgt ervoor dat het water de kans krijgt om in de bodem te infiltreren en zo droogteschade of erger voorkomen wordt. De (beek)dalen op het Hoge Land zijn open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt. Hier liggen mogelijkheden om het water langer vast te houden, bijvoorbeeld door het stremmen, stuwen of het minder diep maken van beken als de Reune. Door hier bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing rekening mee te houden blijft de bestaande ruimte beschikbaar. Zo voorkomen we bovendien een toename van het risico op wateroverlast en behouden we de afvoerfunctie van de beekdalen. Zeker gezien de klimaatverandering, waarbij naast de toename van het aantal droge zomers ook de extreme buien toenemen, is het van belang dat de bestaande ruimte in stand blijft en niet verder ingesnoerd wordt door bebouwing.
ad g
Bij woonfuncties is er ruimte voor bed & breakfast-concepten als nevenactiviteit. Dit geldt ook voor landgoederen, waar verblijfsmogelijkheden in het landhuis of op historische erven bijdragen aan recreatie en behoud van erfgoed.
ad h
Permanente bewoning op recreatieterreinen maakt deze minder aantrekkelijk voor recreanten. Daarom staan we geen omzetting van recreatiewoningen naar permanente bewoning toe. Nieuwe campings en recreatiewoningen worden niet toegestaan. Zie ook paragraaf 4.2.9 Verblijfsrecreatiegebieden.
ad i
Onze wens is een agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name bij lelieteelt, wordt kritisch bekeken. Inwoners maken zich zorgen over de gezondheidsrisico’s van met name gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt. Rijk en provincie Overijssel ontwikkelen nieuw beleid; we volgen de richtlijnen en sturen bij op basis van nieuwe inzichten. Op onze eigen pachtgronden staan we geen bollenteelt toe.
ad j
Bedrijventerreinen op het Hoge Land bieden alleen ruimte voor nieuwe werklocaties bij lokale behoefte. Voor regionale bedrijfslocaties zetten we in op de zone rond de A32. In Oldemarkt en Vollenhove is er vraag naar ruimte voor lokale bedrijvigheid. Zie ook paragraaf 4.2.7 Bedrijventerreinen.
ad k
De bossenstrategie van Rijk en provincie biedt kansen voor het Hoge Land. Door herstel van houtwallen, lanen, bossen en het toepassen van agroforestry wordt CO₂ vastgelegd en biodiversiteit versterkt. Dit draagt bij aan klimaatadaptatie, leefomgeving en recreatie. Een natuurinclusieve inrichting biedt ruimte voor sport, beweging en ontspanning.
ad l
Steenwijkerland grenst aan recreatieve bestemmingen zoals de Koloniën van Weldadigheid in Westerveld. Willemsoord is een van de drie vrije koloniën. Samenwerking met betrokken partijen biedt kansen om bezoekers een breder recreatieaanbod te bieden en erfgoed beleefbaar te maken.

“Toerisme biedt kansen voor de regio, maar vraagt wel om duidelijke sturing. Zonder goede sturing komt er druk te liggen op kwetsbare natuurgebieden.”
Met iconen als Nationaal Park Weerribben-Wieden en Giethoorn heeft De Groene Schatkamer internationale aantrekkingskracht op natuurliefhebbers en -recreanten. Het is het grootste aaneengesloten laagveenmoeras in Noordwest-Europa. Het betreft een unieke natuur met endemische soorten en het is een paradijs voor weidevogels, ganzen, de roerdomp, de purperreiger, de otter, insecten en (vuur)vlinders. Dit laagveenmoeras is niet alleen van betekenis voor het behoud van de bijzondere plant- en diersoorten die hier leven. Met de hoge water-, natuur- en landschappelijke kwaliteit is het gebied ook van grote betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken, en voor het toerisme. Het landschap is een afwisseling van petgaten, legakkers, kraggen, rietland, moerasbos, open water en wei- en hooiland. Dit landschap is ontstaan door onder andere vervening, door de oogst van riet en door begrazing. De vaardorpen en de structuren die ze onderling verbinden zijn van hoge cultuurhistorische waarde. In het landschap zijn ook nog Tjaskers, kleine watermolens, te vinden. De hoofdfunctie van het gebied is natuur. Verankerd in dit unieke landschap liggen karakteristieke vaardorpen: organisch gegroeide linten van erven en bebouwing aan een natuurlijke of gegraven waterloop. Voorbeelden daarvan zijn de beschermde dorpsgezichten Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. Ook de dorpen en buurtschappen Belt-Schutsloot, Kalenberg, Ossenzijl, Muggenbeet, Ronduite, Blauwe Hand en Zuideinde zijn gelegen in de Groene Schatkamer.
Giethoorn is het bekendste dorp in de Groene Schatkamer. Oorspronkelijk was dit een nederzetting van veenontginners en was Giethoorn meer naar het westen gelegen. In de loop der jaren is het dorp verplaatst. Het dorp is vooral bekend door de waterwegen, de bruggetjes en de punters. Giethoorn wordt door de vele bruggetjes ook wel Hollands Venetië genoemd.
In Dwarsgracht, Giethoorn en Belt-Schutsloot vindt jaarlijks een gondelvaart plaats. Deze traditie is een mooi voorbeeld van de gemeenschapszin van de dorpen. Er worden veel uren gestoken in de bouw van de gondels. Dit gaat over van generatie tot generatie, en de saamhorigheid van de bouwgroepen is dan ook groot. De gondelvaart van Belt-Schutsloot is bovendien uniek door het gebruik van bloemen.
Onze Groene Schatkamer functioneert als het grootste laagveenmoeras van Noordwest-Europa. De kwaliteit van dit gebied moet worden versterkt. We streven naar een robuust natuurlandschap, waarin het goed wonen, werken en recreëren is, met rust en ruimte om te ontspannen. Binnen de kaders van de beschermde natuurwaarden is de natuurbeleving uitstekend, zo is in het donker bijvoorbeeld de sterrenhemel te zien. De cultuurhistorische waarden zijn herkenbaar en beleefbaar.
We zetten in op de doorontwikkeling van Nationaal Park Weerribben Wieden naar een Nationaal Park Nieuwe Stijl, waarbij we het unieke natuurgebied in verbinding brengen met het omliggende landschap en andere natuurgebieden.
We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van de Groene Schatkamer, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging.
Om de leefbaarheid en functionaliteit van het gebied te vergroten, bieden we ruimte om solitaire recreatiewoningen om te zetten naar woonfuncties. Hierdoor creëren we nieuwe woonmogelijkheden zonder de natuur te belasten. Vanwege de lage ligging en de bijzondere ecologische en cultuurhistorische waarden van de Groene Schatkamer zijn er beperkte mogelijkheden voor woningbouw. Transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing naar wonen biedt mogelijkheden.
We stimuleren dat tradities zoals de gondelvaart worden voortgezet, een waardevol stuk immaterieel erfgoed dat de culturele identiteit van de regio versterkt.
Toerisme is een belangrijke pijler, maar om de druk op natuurgebieden te verminderen, zetten we in op verrijking van de bezoekerservaring door het beter verbinden van onze trekpleisters. Zo bieden we toeristen de gelegenheid om heel Steenwijkerland te beleven en versterken we het hele gebied economisch. Dit voorkomt piekbelasting en zorgt voor behoud van de rust en ruimte die dit gebied zo bijzonder maken.
Het ambacht van rietsnijden koesteren we. Het is niet alleen van grote cultuurhistorische waarde, maar ook cruciaal voor het behoud van het karakteristieke landschap.
Een unieke kwaliteit die we blijven beschermen, is de nachtelijke donkerte in de gemeente: een zeldzaam goed dat zowel mens als dier ten goede komt.
Onze Groene Schatkamer heeft met iconen als Nationaal Park Weerribben-Wieden en Giethoorn een internationale aantrekkingskracht. Dit biedt niet alleen kansen voor natuur en landschap, maar ook voor de vrijetijdseconomie in Steenwijkerland. De vrijetijdseconomie is een belangrijk aspect van het verdienvermogen en de werkgelegenheid in de gemeente, die op hun beurt de investeringscapaciteit voor het beschermen van de Groene Schatkamer vergroten.
De Groene Schatkamer biedt volop kansen voor het behoud van unieke en kenmerkende soorten en habitats behorend bij laagveen. Daarmee blijft het landschap, haar biodiversiteit en het unieke karakter van dit gebied behouden. Dit doen we door in samenwerking met andere partijen de groenblauwe dooradering te versterken, waardoor natuur en landschap beter met elkaar in verbinding komen.
In de groene schatkamer houden we rekening met de noodzaak meer water vast te houden, als voorraad voor droge perioden. Dit betekent onder andere dat we de mogelijkheden onderzoeken om de lage plekken in het gebied in te zetten, waar een hoger waterpeil niet tot problemen leidt.
ad a
Het Nationaal Park Weerribben-Wieden en De Wieden vormen samen een uniek Natura 2000-gebied binnen het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. Nederland heeft zich verplicht tot het behoud van biodiversiteit door leefgebieden van planten en dieren te beschermen. Deze bescherming is essentieel voor de ecologische kwaliteit en voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het ambacht van rietsnijden is van grote cultuurhistorische waarde en cruciaal voor het behoud van het karakteristieke landschap. Tegelijkertijd is werkelijk ecosysteemherstel complex. Door de afsluiting van de Zuiderzee is de natuurlijke dynamiek en nutriëntenuitwisseling verloren gegaan. Zeldzame soorten in voedselarme moerassen zijn afhankelijk van intensief beheer zoals rietsnijden, het graven van petgaten en het maaien van hooilanden. Het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 biedt handvatten voor toekomstgerichte keuzes.
ad b
We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in de Groene Schatkamer zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van natuur, waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, stikstof, klimaat en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. De kernkwaliteit van de Groene Schatkamer is dat het ecologische en cultuurhistorisch waardevol is. Het perspectief voor water en bodem is dat water langer moet worden vastgehouden om verbranding van het veen te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.0. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd.
ad c
De Groene Schatkamer ligt laag en is ecologisch en cultuurhistorisch zeer waardevol. Verdroging van veengronden leidt tot bodemdaling, verzakkingen van infrastructuur en extra CO₂-uitstoot door veenoxidatie. Het gebied ligt circa een meter hoger dan de aangrenzende polders, waardoor grondwater wegzijgt naar deze diep ontwaterde gebieden. Dit versterkt het verdrogingsproces. Alleen door het inpompen van oppervlaktewater vanuit het IJsselmeer via het Vollenhovermeer blijft het gebied nat. Dit water is echter voedselrijk, wat zeldzame plantengemeenschappen verstoort. Transformatie van bestaande agrarische bebouwing naar wonen is wenselijk, maar nieuwbouw is slechts beperkt mogelijk.
ad d
Tradities zoals gondelvaarten zijn waardevol immaterieel erfgoed. Ze versterken de culturele identiteit van de regio en dragen bij aan sociale cohesie en het karakter van de Groene Schatkamer.
ad e
De Groene Schatkamer kent piekbelasting door toerisme, wat druk zet op natuur en leefbaarheid. Door in te zetten op verrijking van de bezoekerservaring door het verbinden van onze parels en door bezoekers via entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl en duurzame vervoersmiddelen het gebied te laten verkennen, behouden we rust en ruimte. Het verbinden van iconen zoals Giethoorn en het Nationaal Park verrijkt de bezoekerservaring en versterkt de vrijetijdseconomie.
ad f
Het ambacht van rietsnijden is niet alleen cultuurhistorisch waardevol, maar ook essentieel voor het beheer van voedselarme moerassen. Zeldzame soorten zijn afhankelijk van actief onderhoud. Zonder dit beheer verdwijnen karakteristieke vegetaties en verliest het landschap zijn unieke identiteit.
ad g
Nachtelijke donkerte is een zeldzame kwaliteit die bijdraagt aan ecologische balans, rustbeleving en gezondheid. Behoud van duisternis vraagt om zorgvuldige afweging bij ruimtelijke ontwikkelingen en verlichting, zodat mens en dier profiteren van deze natuurlijke waarde.
ad h
Iconen zoals Nationaal Park Weerribben-Wieden en Giethoorn zorgen voor internationale aantrekkingskracht. Dit biedt kansen voor natuur, landschap en vrijetijdseconomie. De vrijetijdseconomie versterkt het verdienvermogen en de werkgelegenheid in Steenwijkerland, wat op zijn beurt de investeringscapaciteit vergroot voor het beschermen en versterken van de Groene Schatkamer.
ad i
Het versterken van het groenblauwe raamwerk biedt kansen om unieke soorten en habitats van het laagveen te behouden. Door natuur en landschap beter met elkaar te verbinden, blijven de biodiversiteit en het kenmerkende karakter van het gebied behouden. Herstel van voedselarme moerassen is afhankelijk van intensief beheer. Zonder natuurlijke dynamiek blijft het ecosysteem kwetsbaar en afhankelijk van menselijk ingrijpen.
ad j.
In droge zomers is nu al aanvoer van IJsselmeerwater (vanuit het Vollenhovermeer) nodig om verdroging van de veenbodem in de Groene Schatkamer te voorkomen. We moeten rekening houden met de mogelijkheid dat dit water in de toekomst minder of niet altijd beschikbaar is, onder andere door de toename van het aantal droge zomers en de toenemende vraag naar grondwater voor drinkwater door bevolkingsgroei. Verdroging van de veenbodem is een probleem omdat dit zorgt voor bodemdaling, met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen als gevolg. Daarnaast treedt extra CO2-uitstoot op door veenoxidatie. CO2 is een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering.

Figuur 1: Het risico op verdroging van de veenbodem in de groene schatkamer heeft o.a. te maken met het feit dat het gebied circa een meter hoger ligt dan de aangrenzende polders. Deze hogere ligging én het verschil in de grondwaterstanden tussen de veenmoerassen en de aangrenzende - diep ontwaterde - polders zorgen voor wegzijging (of: het weglekken) van grondwater naar de lager gelegen polders. (Bron: Land van melk én honing; ruimtelijke verkenning naar een vitaal buitengebied voor Steenwijkerland; augustus 2024)
De mogelijkheden om meer water vast te houden om droge periodes te overbruggen zijn binnen de Groene Schatkamer beperkt; de laag liggende bebouwing hier is kwetsbaar voor wateroverlast. Om wateroverlast te voorkomen zijn de Beulakerpolder en de polders Wetering-Oost en -West ingericht om periodiek water op te kunnen vangen. Mogelijk is het een optie om deze polders ook in te zetten om water vast te houden; water dat dan gebruikt kan worden in perioden van droogte. Dit vraagt nader onderzoek. Daarbij vinden we het ook belangrijk om een relatie te leggen met de keuzes of ‘structurerende maatregelen’ die nog onderzocht worden om de bestaande problemen met bodemdaling en veenoxidatie aan te pakken; mogelijk kan het vasthouden van water hier ook een bijdrage leveren in de aanpak van de veenweideproblematiek (zie paragraaf 3.2.7 De Polders rondom scheerwolde). De integrale afweging met andere functies en opgaven moet nog plaatsvinden. Daarin denken we als gemeente mee en brengen we de belangen van onze inwoners en ondernemers in. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen.

“Het is hier echt mooi, met natuur, landbouw en toerisme, maar je merkt wel dat die balans begint te schuiven.”
Het gebied ‘Op de grens van het Oude en Nieuwe Land’ vormt de overgangszone tussen het 'oude land' langs de historische Zuiderzeekust en het 'nieuwe land' van de Noordoostpolder, drooggelegd in de 20e eeuw. Het gebied weerspiegelt een rijke geschiedenis van natuurlijke processen en menselijke ingrepen. De vorming van de Zuiderzee en de inpoldering (1937-1942) transformeerden dit ooit welvarende kustgebied met havenstadjes tot een landinwaarts gelegen gebied met verdrogingsproblemen door het ontbreken van een randmeer. Dit unieke landschap draagt sporen van veenontginningen, heeft een maritiem verleden en heeft een abrupte overgang naar polderland.
Steenwijkerland lag ooit aan de Zuiderzee. Dit gebied was toen de kust, een overgangszone tussen land en water. Klei en zand werden over elkaar en over veenmoerassen afgezet. Het veen in het achterland klonk door ontginning in, en kwam lager te liggen terwijl de zeespiegel steeg. Om het land te beschermen werd de Zuiderzeedijk aangelegd. Er ontwikkelden zich Zuiderzeestadjes: Vollenhove, Blokzijl en Kuinre. In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen, waarmee werd besloten tot de aanleg en inpoldering van de Zuiderzee tot de IIsselmeerpolders. Hierdoor veranderde het karakter van het gebied: de stadjes lagen niet langer aan zee. Doordat het veen is ingeklonken, is de voormalige zeekust een hoger gelegen zone in het landschap geworden. Dit gebied kenmerkt zich nu door een open landschap met een uitgesproken agrarisch karakter. De door het gebied slingerende en nog steeds herkenbare voormalige Zuiderzeedijk markeert de grens tussen het Oude en Nieuwe Land. Ook nog aanwezig in het landschap zijn een groot aantal kolken, restanten van dijkdoorbraken. De grens van Steenwijkerland ligt aan de westzijde van de dijk, waardoor ook een klein deel van het nieuwe land in de gemeente ligt. Het hoofdgebruik van dit deelgebied is agrarisch. Daarnaast zijn er verspreid ook de functies wonen, recreatie, natuur en niet-agrarische bedrijvigheid te vinden. Het open landschap van dit gebied is van belang voor weidevogels.
Een klimaatbestendig, leefbaar en economisch vitaal gebied met een duurzaam agrarisch toekomstperspectief en een zorgvuldige inpassing van wonen, recreatie en natuur.
Er is ruimte voor de doorontwikkeling naar een innovatieve en circulaire landbouwsector, waarbij economische rendabiliteit hand in hand gaat met natuurbehoud, leefbaarheid en landschapskwaliteit.
We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van het gebied 'Op de grens van het oude en nieuwe land', dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging.
Vrijkomende erven kunnen een andere functie krijgen, zoals voor nieuwe woonfuncties of voor toeristische functies. We houden hierbij rekening met een toekomstbestendig agrarisch perspectief van het gebied.
Bij ontwikkelingen houden we de beleving van de oude Zuiderzeedijk in stand. Hierdoor blijft het contrast tussen het oude en nieuwe land beleefbaar, en daarmee ook de geschiedenis van dit landschap.
De Entreekernen Nationaal Park Nieuwe Stijl binnen dit deelgebied, de kernen Kuinre, Blokzijl en Vollenhove, zetten we gerichter in voor het stimuleren van verblijfsrecreatie en het beleven van het gebied, mede gelet op de goede bereikbaarheid over provinciale wegen en de mogelijke aanleg van de Lelylijn.
Bij ontwikkelingen houden we rekening met de weidevogelgebieden en andere natuurwaarden. Ontwikkelingen passen binnen dat kader. We houden rekening met het streven naar grotere aaneengesloten weidevogelgebieden met actief weidevogelbeheer om de grutto en andere soorten weidevogels te beschermen.
We streven naar een agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving , voor inwoners en recreanten. Op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor met name lelieteelt zijn we kritisch.
Het rijke cultuurhistorisch erfgoed, met de voormalige Zuiderzeestadjes, de oude Zuiderzeedijk en de kolken, vormt een uitstekende basis voor de ontwikkeling van duurzaam erfgoedtoerisme. Het verbinden van deze toeristische elementen, het uitbreiden van het recreatieve aanbod in de kernen en de ontwikkeling van de voormalige Zuiderzeedijk als bloemrijk lint door het landschap, kan de aantrekkelijkheid van de regio als toeristische en ecologisch waardevolle bestemming vergroten.
Door in te zetten op bezoekers die geïnteresseerd zijn in cultuur en natuur kan een duurzame vorm van toerisme worden ontwikkeld. Het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van jachthavens en het ontwikkelen van belevingsconcepten langs het water bieden eveneens mogelijkheden. Daarnaast kan de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing voor recreatieve doeleinden een nieuwe dynamiek in het gebied creëren.
We houden rekening met de noodzaak om op termijn het weglekken van (grond)water naar de lager gelegen gronden van het nieuwe land en de grote veenpolder in Friesland te beperken. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing initiatiefnemers informeren over de keuzes die voorliggen in het kader van de veenweidestrategie.
ad a.
Het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 biedt inzicht in mogelijke keuzes of ‘structurerende maatregelen’ om de bestaande problemen met bodemdaling en veenoxidatie in het gebied aan te pakken. Door te investeren in circulaire en natuurinclusieve landbouw ontstaat ruimte voor economische rendabiliteit en herstel van bodem en waterkwaliteit.
ad b.
We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in het gebied 'Op de grens van het oude en nieuwe land' zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur (weidevogels), stikstof, klimaat en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van het gebied 'Op het oude en nieuwe land' is de wijdsheid en cultuurhistorisch waardevolle verkaveling. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet worden vastgehouden, om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.0. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd.
ad c.
Er wordt meer leegstand van agrarische bebouwing verwacht. Herbestemming naar wonen of recreatie is kansrijk, mits het toekomstperspectief van de landbouw behouden blijft en ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd.
ad d.
Het behoud van het open karakter van het polderlandschap en het zicht op de oude Zuiderzeedijk is essentieel voor het beleefbaar houden van het cultuurhistorische contrast tussen oud en nieuw land. Dit draagt bij aan de identiteit van het gebied en versterkt de landschappelijke samenhang.
ad e.
Het verbeteren van verbindingen tussen bestaande recreatieve voorzieningen en het toevoegen van nieuwe, onderscheidende recreatieve functies in de kernen draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het gebied. De ligging aan provinciale wegen en de mogelijke komst van de Lelylijn versterken dit potentieel.
ad f.
Weidevogelgebieden staan onder druk door verdroging. Actief weidevogelbeheer en het streven naar grotere aaneengesloten weidevogelgebieden zijn noodzakelijk om soorten als de grutto te beschermen.
ad g.
We streven naar agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving. Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name bij lelieteelt, wordt kritisch bekeken. Inwoners maken zich zorgen over gezondheidsrisico’s; we volgen richtlijnen van Rijk en provincie en sturen bij op basis van nieuwe inzichten. Op gemeentelijke pachtgronden staan we geen bollenteelt toe.
ad h.
Het cultuurhistorisch erfgoed, zoals de voormalige Zuiderzeestadjes, de kolken en de Zuiderzeedijk, biedt kansen voor duurzaam toerisme. Door deze elementen te verbinden en te versterken ontstaat een ecologisch en recreatief waardevolle bestemming.
ad i.
Bezoekers met interesse in cultuur en natuur kunnen bijdragen aan een duurzame toeristische ontwikkeling. Herbestemming van agrarische bebouwing en het verbeteren van jachthavens en belevingsconcepten langs het water zorgen voor nieuwe dynamiek.
ad j.
Het weglekken van (grond)water van het oude naar het nieuwe land is een probleem, omdat dit in perioden van langdurige droogte het proces van veenoxidatie op het oude land versnelt. Veenoxidatie leidt tot bodemdaling (met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen tot gevolg) en uitstoot van CO2 (een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering). Het weglekken van het (grond)water wordt veroorzaakt door het verschil in peil tussen het oude land en het enkele meters lager gelegen nieuwe land, dat grotendeels gelegen is in de gemeente Noordoostpolder. De intensieve ontwatering voor de landbouw hier versterkt dit effect. Om de schade te beperken is aanvoer van ‘vreemd’ IJsselmeerwater nodig om het veen vochtig te houden, een situatie die steeds lastiger wordt bij toenemende droogte/toename van het aantal droge zomers en druk op de zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied. De in beeld gebrachte ‘structurerende maatregelen’ om het weglekken van (grond)water van het oude naar het nieuwe land te remmen, hebben impact op het toekomstig gebruik van de ruimte hier. Door initiatiefnemers te informeren over de keuzes die voorliggen, willen we ondernemers hierover informeren zodat ze dit mee kunnen nemen in de overweging al dan niet te gaan investeren. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen.

Figuur 2: Structurerende maatregelen voor Blokzijl (bron: Bouwstenen voor veenweidestrategie 2.0, februari 2024)

“Dit gebied is met de handen opgebouwd, met hardwerken en met de natuur. We zijn eigenwijs en nuchter, maar we staan voor elkaar klaar en weten van aanpakken.”
Het Slagenlandschap zonder Veen ligt aan de oostzijde van de gemeente en is van oorsprong een nat landschap. Waar de veenlaag verdwenen is, kunnen de gronden nu tamelijk droog zijn. Het landschap heeft echter wel nog duidelijk de kenmerken van de veenontginningen, zoals de strokenstructuur en de lintbebouwingen. Het landschap wordt gekenmerkt door weidse vergezichten. De belangrijkste gebruiksfunctie van het slagenlandschap is agrarisch. Daarnaast zijn ook wonen, recreatie en niet-agrarische bedrijvigheid verspreide functies in het gebied. Er bestaat een concentratie van verblijfsrecreatie rond Wanneperveen.
Oorspronkelijk was dit gebied een veenmoeras. Vanaf de 10e eeuw is het planmatig ontgonnen voor de landbouw. Loodrecht op de Sethe, nu het Meppelerdiep, werden honderden meters lange sloten in het veen gegraven. De sloten zorgden ervoor dat het water uit het veen liep, waardoor het begaanbaar en bewerkbaar werd. Zo ontstonden de langgerekte, smalle percelen die nu nog vrijwel overal in het landschap te herkennen zijn. Mogelijk werden er al voor de grootschalige veenontginningen ook veengronden ontgonnen vanaf de stuwwallen. Vaak waren dit kortere stroken de laagte in. In dit deelgebied is dit te zien bij Zuidveen.
De ontginners maakten gebruik van geringe, van nature aanwezige hoogteverschillen in het veenmoeras. De lintbebouwingen van de veenontginningen, vaak aangeduid als streekdorpen, komen vooral voor op plekken waar de veenlaag is verdwenen of waar deze dun is. Een voorbeeld is Wanneperveen op de iets hogere en drogere gedeelten, ongeveer 0,5m boven NAP. De wegen hebben een licht kronkelend verloop.
Waarschijnlijk stonden de eerste boerderijen van de veenontginning Wanneperveen op korte afstand van de Sethe en vormden ze daar een bebouwingslint. Naarmate het veen natter werd, werden stroken verder naar het noorden het veen in verlengd, en werden ook de boerderijen verplaatst. Langs de verplaatste boerderijen werd een weg aangelegd, en zo ontstond een lintbebouwing. Het huidige Wanneperveen is de laatste fase van deze dorpsverschuiving. Iets ten noordoosten hiervan werden ook nog enkele boerderijen gebouwd. De gronden waren daar droger.
Het slagenlandschap wordt behouden als een open en cultuurhistorisch waardevol landschap waarbij de landbouw en de waterhuishouding worden verbeterd. Kleinschalige en goed ingepaste recreatieve- en woonmogelijkheden worden omarmd, mits deze de unieke ruimtelijke structuur van het slagenlandschap respecteren. Ontwikkelingen dragen bij aan het beschermen van h et culturele en natuurlijke erfgoed, en het verbeteren van de klimaatbestendigheid.
We vergroten de beleving van het slagenlandschap voor de recreant. Door wandel- en fietspaden aan te leggen langs bestaande wegen en sloten, maken we dit historische landschap toegankelijk zonder de kenmerkende openheid te verstoren.
We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van het Slagenlandschap zonder veen, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging.
Mogelijkheden voor woningbouw zien we in de bestaande kernen of op vrijkomende agrarische erven. Inbreiding in de kernen en transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing of maatschappelijk vastgoed zoals scholen, gaan voor uitbreiding buiten de kern. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep, zoals opgenomen in het woonbeleid. Natuurinclusief bouwen is nodig om te zorgen dat het voortbestaan van gebouwbewonende soorten, zoals vogels en vleermuizen, gewaarborgd wordt.
Woningbouw in de vorm van stedelijke ontwikkeling in de agrarische linten is alleen mogelijk als er binnen de bestaande kernen geen mogelijkheden meer zijn. Nieuwbouw kan hier alleen met inachtneming van de landschapsstructuur van erven, afgewisseld met open ruimte en doorzichten.
We koesteren de bestaande linten aan de Veneweg in Wanneperveen, en zien woningbouwontwikkelingen in de vorm van bijvoorbeeld ‘generatie-erven’ als een positieve ontwikkeling. Op deze wijze blijft de kenmerkende open ruimte tussen de erven behouden, maar kan er wel worden gewerkt aan de ontwikkeling van woningen.
Uitgangspunt is dat recreatieve bebouwing ook recreatief wordt gebruikt. We bieden ruimte voor een mogelijke omzetting van solitaire recreatieve bebouwing naar een woonfunctie.
Vrijkomende verblijfsrecreatieterreinen kunnen worden getransformeerd naar een andere functie, waarbij een goed woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke inpassing altijd het uitgangspunt is.
Subtiele toevoegingen maken de verkaveling en het waterbeheer beleefbaar. Het lineaire patroon van het gebied leent zich goed voor recreatieve routes die de schoonheid van het slagenlandschap benadrukken. Dit biedt niet alleen een waardevolle ervaring voor inwoners en bezoekers, maar stimuleert ook lokale betrokkenheid en creëert mogelijkheden voor kleinschalige economische activiteiten, zoals recreatieve voorzieningen. d
Door het bestaande slotenpatroon slim te benutten voor natuurlijke wateropvang en -afvoer ontstaan er kansen voor klimaatadaptatie. Dit historische stelsel van watergangen, ooit ontworpen voor watermanagement, kan worden geoptimaliseerd om water te bergen bij hevige regenval en vast te houden tijdens droge periodes. Kleine aanpassingen, zoals bredere greppels of retentiegebieden, maken het landschap klimaatbestendig zonder dat deze het landschap ingrijpend veranderen. Dit versterkt de weerbaarheid van het landschap tegen klimaatverandering, terwijl de natuurlijke functie van het slagenlandschap intact gehouden wordt.
In het slagenlandschap zonder veen houden we bij initiatieven rekening met de noodzaak om op termijn water langer vast te houden. Bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing gebruiken wij de maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving.
ad a.
De aanleg van nieuwe wandel- en fietspaden langs bestaande wegen en sloten verhoogt de toegankelijkheid van het slagenlandschap zonder het historische vergezicht aan te tasten. Door routes nauwkeurig in het verkavelingspatroon in te passen, blijft de open structuur intact en krijgen dagrecreanten een direct ervaarbare verbinding met de eeuwenoude greppels en percelen.
ad b.
We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in het gebied 'Slagenlandschap zonder veen' zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur, stikstof en klimaat. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van het gebied 'Slagenlandschap zonder veen' is de kleinschalige verkaveling. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet worden vastgehouden om verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.0. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd.
ad c.
De kernen in het slagenlandschap, met hun compacte bebouwing, vormen de beste locaties voor nieuwe woningen. Inbreiding en hergebruik van vrijkomende schuren, stallen of schoolgebouwen voorkomen uitbreiding in open veld en maximaliseren het gebruik van bestaande infrastructuur. Natuurinclusieve bouwmethoden zoals geïntegreerde nestvoorzieningen borgen het voortbestaan van gebouwbewonende soorten.
ad d.
Alleen wanneer kernen volledig benut zijn, komt kleinschalige uitbreiding in de lintbebouwing in beeld. Door nieuwe clusters bewust af te wisselen met open ruimte en doorzichtlijnen blijven de lineaire lijnen en historische doorzichten bewaard, waardoor het typische veldpatroon volledig herkenbaar blijft.
ad e.
‘Generatie-erven’ langs de Veneweg bieden ruimte voor meerdere huishoudens op één erf zonder concessies te doen aan het originele vergezicht. Door erfclusters te ontwerpen met behoud van brede doorzichten blijft de kenmerkende openheid voelbaar en ontstaat tegelijkertijd woonruimte voor verschillende leeftijden en gezinsvormen.
ad f.
Solitaire vakantiewoningen zijn bestemd voor seizoensverhuur, maar kunnen worden omgezet naar permanente bewoning. Deze omzetting beperkt de druk op het landschap.
ad g.
Vrijkomende verblijfsrecreatieterreinen bieden kansen voor transformatie naar woongebieden, mits ze zorgvuldig in het landschap worden ingepast met ruime groenvoorzieningen en hoge eisen aan woon- en leefklimaat. Zo krijgen vakantieparken een tweede leven zonder dat het open karakter van het slagenlandschap verloren gaat.
ad h.
Informatiepunten, uitzichtplatforms en rustbanken langs routes bieden recreanten context en verdieping bij hun bezoek aan het landschap. Deze subtiele toevoegingen maken de lineaire verkaveling beleefbaar en stimuleren de betrokkenheid van omwonenden. Dit biedt niet alleen een waardevolle ervaring voor inwoners en bezoekers, maar stimuleert ook lokale betrokkenheid en creëert mogelijkheden voor kleinschalige economische activiteiten, zoals recreatieve voorzieningen.
ad i.
Het historische slotenstelsel, dat al eeuwen fungeert als fijnmazig waterbeheer, wordt geoptimaliseerd door gerichte verbredingen, de aanleg van retentiezones en oeverherstel. Hierdoor ontstaat zonder het herkenbare slotenpatroon aan te tasten extra bergings- en zuiveringscapaciteit, die zowel piekbuien opvangt als gewassen ondersteunt in droge perioden.
ad j.
De toename van het aantal droge zomers maakt het noodzakelijk water langer vast te houden in Steenwijkerland, ook in dit deelgebied. Dit helpt om droge periodes - ook in de toekomst - te (kunnen) overbruggen. De maatlat laat zien hoe klimaatadaptief gebouwd kan worden.

“De druk op het watersysteem neemt toe. Water vasthouden en bodemdaling tegengaan vraagt om meer dan technische oplossingen, het begint bij ruimtelijke keuzes.”
In de gemeente bevinden zich twee gebieden die tot De Beekdalen behoren: het gebied rond Ossenzijl en het gebied tussen Kallenkote, Eesveen en Steenwijk. Kallenkote en Eesveen vallen gedeeltelijk binnen het Beekdal. Het Beekdal bij Ossenzijl grenst aan de Rottige Meente.
De Beekdalen kenmerken zich door open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt. Hier hebben zich in het verleden waterstromen gevormd, zoals in het stroomdal van de Steenwijker Aa en de Linde. We zien hier hoogteverschillen en meanderende waterlopen. Het landschap wordt sterk gekenmerkt door de openheid en weidse vergezichten, en door het contrast tussen de open laagtes en de hogere verdichte randen. De laagtes van de beekdalen zijn van groot belang voor de weidevogelpopulaties in het gebied. Door deze ruimtelijke verschillen is de landschappelijke kwaliteit van de beekdalen hoog. De waterlopen vormen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Bovendien hebben ze een belangrijke afvoerfunctie bij grote hoeveelheden neerslag, en spelen ze daarmee een rol bij het voorkomen van wateroverlast elders. De kenmerkende bodemopbouw en waterhuishouding uiten zich in specifieke flora en fauna.
Het beekdalengebied was van oorsprong een dynamisch landschap. ‘s Winters traden de Linde en de Steenwijker Aa geregeld buiten hun oevers. Bij hoogwater reikte het water van de Steenwijker Aa tot Eesveen, en het water van de Linde tot de Ossenzijlerweg. Door de tijd heen zijn deze oorspronkelijk meanderende waterstromen deels rechtgetrokken en gereguleerd om gronden sneller te ontwateren ten behoeve van de moderne landbouw. Direct aan de rechte wegen door het gebied bevinden zich enkele moderne erven, als eilanden in het open weidelandschap. Er is sprake van regelmatige strokenverkaveling. De Beekdalen zijn grotendeels agrarisch in gebruik.
De Beekdalen vormen een belangrijk onderdeel van een robuust waterstelsel voor de berging en afvoer van water, in het bijzonder in situaties van extreme neerslag. Oude waterlopen worden op een eigentijdse manier ingezet als natuurlijke waterafvoer en waar mogelijk hersteld. De Beekdalen vormen beleefbare verbindingen voor mens, plant en dier. Hiermee dragen ze bij aan de basiskwaliteit natuur en de Groenblauwe Dooradering.
In de beekdalen van de Linde en de Steenwijker Aa houden we rekening met de noodzaak water langer vast te houden. Dit betekent onder andere dat we hier geen ruimte zien voor gebruik en functies die het waterbergend vermogen beperken.
We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van de Beekdalen. Dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging.
In de laaggelegen gronden in de Beekdalen voegen we geen woningen toe. Op de grens van de Beekdalen is verdichting mogelijk langs de bestaande hoger gelegen linten. Dit gaat samen met de inzet op energieopgaven en natuurinclusief bouwen.
Op vrijkomende erven in de laagte van de Beekdalen zien we geen ruimte om bij sloop terug te bouwen op hetzelfde erf. Daarvoor maken we een kwaliteitsimpuls ter plaatse mogelijk tegen het ruimte bieden van een ontwikkeling op een andere, meer geschikte locatie, zoals op percelen in het Hoge Land.
In Ossenzijl willen we ruimte maken voor eventuele verplaatsing van functies naar de randen van het dorp om zo mogelijkheden te creeëren voor inbreiding in de kern.
Het versterken van de ecologische structuur in het beekdal van de Linde is een belangrijke opgave. Naast het opnieuw laten meanderen van de Linde is hierbij ook aandacht voor het ontwikkelen van recreatieve voorzieningen in het gebied.
De aanleg van de ecologische verbinding tussen de Weerribben en de Rottige Meente biedt kansen voor mens en natuur. Het vergroten van het opvangvermogen van de Linde kan samengaan met herstel van de dynamiek van het landschap, en daarmee van de beleving van de Linde.
Er liggen kansen om de oude Steenwijker Aa weer te herstellen. Hiermee kan de kwaliteit van de leefomgeving worden vergroot, de biodiversiteit worden versterkt en de effecten van klimaatverandering worden beperkt. Bovenal biedt dit kansen om de historische vesting Steenwijk op verschillende schaalniveaus weer te verbinden met het water.
In het beekdal van de Linde houden we rekening met de noodzaak om op termijn het weglekken van (grond)water naar de lager gelegen grote veenpolder in Friesland te beperken. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing initiatiefnemers informeren over de keuzes die voorliggen in het kader van de veenweidestrategie.
ad a.
Klimaatverandering zorgt wereldwijd voor natter, droger, warmer en extremer weer. Dit betekent aan de ene kant dat het risico op wateroverlast toeneemt, aan de andere kant ook het risico op schade door droogte. Denk aan schade aan infrastructuur, gebouwen, dieren en planten, onze voedselvoorziening, en onze gezondheid.
Met de toename van het aantal droge zomers waarin er geen of nauwelijks neerslag valt, meer verdamping plaatsvindt en de grondwaterstanden dalen (ook door beregening van landbouwgronden) neemt het risico op droogteschade en het risico op natuurbranden toe. Bij aanhoudende droogte hebben we bovendien geen garantie dat er in de toekomst altijd voldoende drinkwater beschikbaar is. De beekdalen van de Steenwijker Aa en de Linde zijn open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt en mogelijkheden liggen om het water langer vast te houden, bijvoorbeeld door herstel van oorspronkelijke meanders.
Mogelijk kunnen delen van de beekdalen van de Steenwijker Aa en Linde op termijn ook structureel worden ingezet om water te bergen, dat dan gebruikt kan worden in perioden van droogte. De gedachte is dat dit in het beekdal van de Linde bovendien een bijdrage kan leveren in de aanpak van de veenweideproblematiek.

Figuur 3: Strcuturerende maatregelen voor de Beekdalen (bron: Bouwstenen voor veenweidestrategie 2.0, februari 2024)
Door gebruik en functies te weren die het waterbergend vermogen beperken, blijft niet alleen de bestaande ruimte beschikbaar om water te bergen om droge periodes te overbruggen, we voorkomen tegelijkertijd ook een toename van het risico op wateroverlast en behouden de afvoerfunctie van de beekdalen van de Steenwijker Aa en de Linde. Zeker gezien de toename van het aantal extreme buien is het van belang dat de bestaande ruimte in stand blijft en niet verder ingesnoerd wordt door bijvoorbeeld bebouwing. Om wateroverlast in Steenwijk te voorkomen, heeft de provincie Overijssel het overgrote deel van het stroomdal van de Steenwijker Aa aangewezen als primair watergebied. Primaire watergebieden zijn als zodanig aangewezen laaggelegen gebieden die bij hevige neerslag ruimte bieden voor waterberging. Het vollopen van deze gebieden voorkomt dat waterafvoersystemen overbelast raken en wateroverlast optreedt op plaatsen waar dit meer schade veroorzaakt, bijvoorbeeld in delen van Steenwijk.
ad b.
We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in de Beekdalen zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur (weidevogels), stikstof, klimaat, waterberging en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van de Beekdalen is het weidse open landschap. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet kunnen worden opgevangen in de laagste delen en dat op de veenweidegronden water moet worden vastgehouden om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.0. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitsimpuls die wordt gevraagd.
ad c.
In de laaggelegen delen van de Beekdalen komen geen nieuwe woningen, vanwege de kwetsbaarheid voor wateroverlast en kwel. Op de hogere linten is langs de randen juist verdichting mogelijk, gekoppeld aan energieopgaven en natuurinclusief bouwen. Zo behoudt het stroomdal zijn waterfunctie en groeit de woonkwaliteit op drogere, beter beheersbare locaties.
ad d.
Wanneer een boerenerf vrijkomt, stimuleren we geen directe herbouw op dezelfde plek. In plaats daarvan bieden we een kwaliteitsimpuls op het oude erf in ruil voor herontwikkeling op een beter passende locatie, bijvoorbeeld in het Hoge Land. Dit versterkt zowel de ruimtelijke samenhang van het landschap als de robuustheid van het watersysteem.
ad e.
Klimaatadaptatie en economische ontwikkeling verbinden we als drijvende kracht voor gebiedsvernieuwing. Bijvoorbeeld door Steenwijk op verschillende schaalniveaus opnieuw met het water te verbinden of door langs het water multifunctionele randen in te richten. Waterfuncties kunnen zo fungeren als kwaliteitsimpuls en nieuwe economische kansen bieden.
ad f.
Het beekdal van de Linde krijgt meer ecologische samenhang door herstel van meanders. Voorbeelen daarvan zijn recreatieve routes voor wandelen, fietsen en boottochten, zodat inwoners en bezoekers de dynamiek en beleving van de rivier herontdekken.
ad g.
De nieuwe koppeling tussen Weerribben en Rottige draagt bij aan de Natura2000 doelstelling voor natte habitats. Het ondersteunt de migratie van flora en fauna en versterkt de beleving van natte natuur voor recreanten. De integratie van riet en bufferzones vergroot de robuustheid tegen piekbuien en draagt bij aan weidevogelherstel.
ad h.
Het herstel van de oorspronkelijke loop van de Steenwijker Aa verbetert de waterkwaliteit, biodiversiteit en cultuurhistorische beleving van het gebied. Door meanders terug te brengen en verbindingszones te creëren, koppelen we de historische vesting Steenwijk[IS1] [LB2] weer aan het water, wat zowel toeristisch als ecologisch waardevol is.
ad i.
Het weglekken van (grond)water is een probleem omdat dit in perioden van langdurige droogte het proces van veenoxidatie in het beekdal van de Linde versnelt. Veenoxidatie leidt tot bodemdaling (met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen tot gevolg) en uitstoot van CO2 (een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering). Het weglekken van het (grond)water wordt veroorzaakt door het verschil in peil met het aangrenzende lager gelegen gebied.
Eén van de in beeld gebrachte ‘structurerende maatregelen’ om het weglekken van (grond)water naar de lager gelegen grote veenpolder in Friesland te remmen, heeft impact op het toekomstig gebruik van de ruimte in de Broekpolders. Door initiatiefnemers te informeren over de keuzes die voorliggen, willen we voorkomen dat initiatiefnemers desinvesteringen doen. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen.

“Er is behoefte aan een balans tussen bereikbaarheid, recreatie en bescherming van het landschap, met oog voor de leefkwaliteit van bewoners en bezoekers.”
In het laagstgelegen deel van het buitengebied van Steenwijkerland, waar het maaiveld soms op wel -2,5 NAP ligt, liggen de Polders rondom Scheerwolde. Rond 1900 bestond dit gebied uit veenmoeras dat werd ontgonnen voor de landbouw. Later is het gebied vrijwel geheel verveend, waarna het rond 1925 werd drooggelegd en voor de tweede keer werd ontgonnen. In deze periode is het gebied omgevormd tot de planmatig ingerichte polders met goede landbouwgrond zoals we deze nu kennen.De hoofdfunctie in dit gebied is agrarisch gebruik. Daarnaast is er verspreid ook ruimte voor de functies wonen, recreatie en niet-agrarische bedrijvigheid.
De polders bestaan uit een jong ontginningslandschap met lange rechte lijnen, lanen en karakteristieke domeinboerderijen. Deze staan op regelmatige afstand van elkaar als groene bewoonde eilanden in het open landschap. De boerderijen zijn georiënteerd op de door bomen gemarkeerde lanen, en bieden ruimte aan zowel veeteelt als akkerbouwbedrijven. Rond de polders liggen kades met daaromheen ringsloten. Daar waar buiten de polders nog een kraggenlandschap ligt, is het markante contrast zichtbaar tussen het lager gelegen droge land van de polder en het hoger gelegen natte landschap met riet, water en moerasbos. Oorspronkelijk bestonden er plannen om in dit gebied bewoningskernen te realiseren voor de landarbeiders die in de nieuwe polders in de omgeving zouden gaan werken. Als gevolg van de daling van de behoefte aan arbeidskrachten door de gelijktijdig intredende landbouwmechanisatie is het aantal bewoningskernen beperkt gebleven. Alleen het ontworpen dorp Scheerwolde kwam tot stand.
De lange lijnen van de polder Giethoorn komen voort uit de ontginningsgeschiedenis van het oorspronkelijke veengebied en verwijzen naar het ontstaan van de vaardorpen Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. De historische grachten uit de tijd van de oorspronkelijke vervening van het gebied zijn grotendeels nog zichtbaar. Daarmee is het gebied cultuurhistorisch en landschappelijk van grote waarde. De openheid en weidse vergezichten van het landschap, de innovatieve ondernemers en inrichting voor de voedselproductie zijn karakteristiek voor deze polders.
Een gezond, vitaal en klimaat robuust voedselproductielandschap waar vernieuwende initiatieven, technologieën en samenwerkingen samenkomen om duurzame oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke, economische of ecologische uitdagingen, met economische perspectief en leefbaarheid als belangrijkste speerpunten.
We zetten in op het versterken van het landschappelijk raamwerk en zien ruimte voor meervoudig ruimtegebruik.
We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak en kapitaalintensieve functies moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van de Polders rondom Scheerwolde, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging.
In de polders zien we mogelijkheden voor het opwekken van energie. De benodigde verduurzaming van akkerbouw en veeteelt kan gecombineerd worden met de opwek van duurzame energie. De opbrengsten uit deze opwek kunnen daarmee op bedrijfsniveau geïnvesteerd worden in de verduurzaming van de landbouw.
Het gebied Weerribben-Wieden, waaronder de polders rondom Scheerwolde, is een populaire bestemming voor toerisme en recreatie, met mogelijkheden voor varen, wandelen en fietsen. De focus op natuurontwikkeling en waterbeheer kan de ecotoeristische aantrekkelijkheid van het gebied vergroten. De ontwikkeling van nieuw water kan de aantrekkelijkheid van het landschap versterken. Het creëren van nieuwe recreatieve routes en voorzieningen, zoals Gewenste fietspaden, kan de lokale toeristische economie stimuleren.
In de polders rondom Scheerwolde ligt een kans om de bodem- en wateropgaven te combineren met andere grote ruimtelijke opgaven. Hydrologische bufferzones kunnen bijvoorbeeld gestapeld worden met seizoensbergingen, recreatie en de teelt van riet of lisdodde.
We stimuleren innovatieve teelten in het kader van de eiwittransitie en biobased-bouwen.
Ook in de polders rondom Scheerwolde is het ontwikkelen van een nieuw recreatiegebied in combinatie met water een bijzondere kans. Boeren in dit gebied kunnen hun bedrijfsvoering doorontwikkelen met recreatie als neven- of hoofdactiviteit.
In de polders rondom Scheerwolde houden we rekening met de noodzaak op termijn het weglekken van (grond)water uit het aangrenzende natuurgebied richting de polders te beperken en water te bergen. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing initiatiefnemers informeren over de keuzes die voorliggen in het kader van de veenweidestrategie.
ad a.
De polders rondom Scheerwolde kennen een open, vlak landschap met een lage ligging en intensieve ontwatering. Dit maakt het gebied kwetsbaar voor bodemdaling, wateroverlast en ecologische schade. Door het landschappelijk raamwerk te versterken en ruimte te bieden voor meervoudig ruimtegebruik zoals natuur, landbouw en recreatie, ontstaat een robuuster en toekomstbestendiger landschap. Dit draagt bij aan het behoud van de sociale en culturele waarde van het gebied en biedt perspectief voor bewoners die zich verbonden voelen met het polderlandschap.
ad b.
We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in de Beekdalen zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur (weidevogels), stikstof, klimaat, waterberging en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van de Beekdalen is het weidse open landschap. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet kunnen worden opgevangen in de laagste delen en dat op de veenweidegronden water moet worden vastgehouden om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.0. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd.
ad c.
In de drogere delen van de polder kan de verduurzaming van akkerbouw gecombineerd worden met duurzame energieopwek. Kantelbare zonnepanelen kunnen goed geïntegreerd worden in landbouwpercelen, met beperkt verlies aan landbouwareaal. De opbrengsten uit zonne-energie kunnen worden ingezet voor verduurzaming van landbouwbedrijven. Dit biedt een duurzaam toekomstperspectief voor boeren, zeker in een gebied waar traditionele landbouw onder druk staat door bodemdaling en veranderende waterstanden.
ad d.
Het gebied Weerribben-Wieden, inclusief de polders rondom Scheerwolde, is een populaire bestemming voor ecotoerisme. Klimaatverandering en waterbeheeropgaven bieden kansen om de aantrekkelijkheid van het landschap te vergroten. Nieuwe recreatieve routes, waterontwikkeling en voorzieningen als fietspaden kunnen de lokale toeristische economie stimuleren. Zo wordt het bestaande fietspadenstelsel uitgebreid met gewenste fietspaden. Tegelijkertijd draagt dit bij aan het behoud van de biodiversiteit en het unieke karakter van het landschap, dat bezoekers nu soms als leeg en onsamenhangend ervaren.
ad e.
De polders liggen ruim een meter lager dan de omgeving en kennen weinig neerslagbuffering. Bij extreme neerslagpieken kan het afvoersysteem overbelast raken. Hydrologische bufferzones kunnen gecombineerd worden met seizoensbergingen, rietteelt, lisdodde-teelt en recreatie. Deze gestapelde functies bieden een integrale oplossing voor waterretentie, bodemdaling en ecologische versterking. Dit draagt bij aan een robuust watersysteem dat bestand is tegen extremere weersomstandigheden.
ad f.
Er zijn kansen voor innovatieve landbouwpraktijken die passen bij nieuwe omstandigheden. Alternatieve teelten kunnen helpen om bodemdaling te remmen en CO₂-uitstoot te verminderen, en tegelijkertijd nieuwe inkomstenbronnen voor boeren mogelijk maken. De overgang naar een circulaire voedselketen biedt daarbij ook nieuwe perspectieven.
ad g.
In de polders rondom Scheerwolde ligt een bijzondere kans om recreatie te combineren met water en rietontwikkeling. Boeren kunnen hun bedrijfsvoering doorontwikkelen met recreatie als neven- of hoofdactiviteit. Dit biedt perspectief in een gebied waar traditionele landbouw onder druk staat. Tegelijkertijd draagt het bij aan het behoud van het landschap en versterkt het de toeristische aantrekkelijkheid van de regio.
ad h.
Het weglekken van (grond)water uit het aangrenzende natuurgebied is een probleem omdat dit in perioden van langdurige droogte het proces van veenoxidatie in het natuurgebied versnelt. Daar heeft niet alleen de bijzondere natuur in de Weerribben-Wieden onder te lijden: veenoxidatie leidt ook tot bodemdaling (met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen tot gevolg) en uitstoot van CO2 (een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering). Om de schade te beperken is aanvoer van ‘vreemd’ IJsselmeerwater nodig om het veen vochtig te houden, een situatie die steeds lastiger wordt bij toenemende droogte/toename van het aantal droge zomers en druk op de zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied.

Figuur 4: Structurerende maatregelen voor de polders rondom Scheerwolde (bron: Bouwstenen voor Veenweidestrategie 2.0, februari 2024)
De gedachte is dat eventuele maatregelen om het weglekken van (grond)water te beperken in de polders rondom Scheerwolde samen kunnen gaan met het bergen van water om zo een buffer te hebben voor periodes van langdurige droogte. De toename van het aantal droge zomers en de druk op de zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied maakt namelijk ook dat de landbouw in de polders bij langdurige droogte kwetsbaar is. Dit onder andere omdat de grondwaterstanden hier door de intensieve ontwatering voor de landbouw al relatief laag zijn en in droge perioden, als de beregening uit grondwater toeneemt, dat nog een extra verlagende impact heeft op de grondwaterstanden. Dit kan betekenen dat beregening tijdelijk ingeperkt wordt, zeker als de bovenstroomse aanvoer van water dan ook laag is.
Andersom, bij piekneerslag, zijn de polders door de lage ligging kwetsbaar voor wateroverlast. Wateroverlast kan in het gebied verder vergroot worden door toekomstige aanpassingen aan het peilbeheer in het IJsselmeergebied. Dit heeft invloed op de belasting en afwatering van het stroomgebied Stroink. Het bergen van water heeft dus niet alleen betrekking op het bergen van water om droge periodes te overbruggen, maar ook op het bergen van water om wateroverlast te voorkomen op plaatsen waar dit meer schade veroorzaakt.
De in beeld gebrachte ‘structurerende maatregelen’ om het weglekken van (grond)water te remmen/stoppen, hebben impact op het toekomstig gebruik van (een deel van) de ruimte in de polders. Door initiatiefnemers te informeren over de keuzes die voorliggen, willen we voorkomen dat initiatiefnemers hier investeringen doen die op termijn desinvesteringen blijken te zijn. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen.
In dit hoofdstuk gaan we nader in op de kernen in Steenwijkerland. De gemeente kent een tal van waardevolle dorpen, steden, buurtschappen en andere woonkernen, ieder met hun eigen identiteit en kwaliteiten. In dit hoofdstuk beschrijven we waar we ruimte voor willen houden en maken in de kernen binnen onze gemeente.
In paragraaf 4.2 De kernen en steden gaan we nader in op deze deelgebieden en hun gebiedseigen kwaliteiten. We schetsen een perspectief op de opgaven, kansen en ambities die we per deelgebied zien voor de fysieke leefomgeving.
In 2050 wil Steenwijkerland met een verscheidenheid aan ontspannen woonmilieus een belangrijke aanvulling vormen op de regio. We streven naar steden, dorpen en buurtschappen die elk een eigen kleur en profiel hebben, met een karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw, eigen kwaliteiten en een eigen inbedding in het landschap. Hier werken we bewust aan. We blijven zuinig op het bestaande, maar benutten tegelijkertijd ruimte voor het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. We sorteren voor op veranderingen in ons woonmilieu. Zo realiseren we samen met innovatieve ontwikkelaars en corporaties onderscheidende, klimaatadaptieve en gezonde woonmilieus. Creativiteit en innovatie kenmerken deze ontwikkelingen, bijvoorbeeld door het realiseren van levensloopbestendige woningen door nieuwbouw en transformatie. Een mix van activiteiten laat onze woonwijken bruisen, onder andere door het sterke verenigingsleven dat onze woonkernen nog altijd kenmerkt. Onze inwoners, van jong tot oud, vinden hier een passende woning, maar ook voor nieuwe bewoners is er voldoende te kiezen. We zetten goed in op de bouw van voldoende sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen, zodat iedereen nog steeds zijn of haar plek vindt in Steenwijkerland.
Ruimte voor het toevoegen van nieuwe woningen zoeken we zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied of in aansluiting daarop. We versterken hiermee de bestaande kernen in het hart. Daarmee gebruiken we de woonopgave als vliegwiel voor de aanpak van andere maatschappelijke opgaven in het bebouwd gebied. Zo pakken we transitieopgaven op thema’s als klimaat, energie, circulariteit en mobiliteit samen aan. Nieuwbouw zetten we ook in als vliegwiel voor verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. We zetten sterk in op vergroening en verduurzaming in kernen.. De succesvolle omslag naar duurzaam vervoer draagt bij aan het schoonhouden van onze lucht, en creëert bovendien ruimte voor groen, ontmoeting en beweging in onze straten. Met duurzame en natuurinclusieve bouwmethoden creëren we in onze woonbuurten meer ruimte voor flora en fauna. Buurten zijn divers, zowel in hun bevolkingsopbouw als in de typen eigendom.
Onze ambitie is te voldoen aan de lokale woningvraag, en daarnaast een bijdrage te leveren aan de regionale behoefte. Ruimte voor de regionale opgave vinden we vooral in de goed bereikbare kernen op het Hoge Land, met het accent op Steenwijk. In de kleine kernen buiten het Hoge Land zoeken we ruimte voor de lokale woningvraag, zodat bewoners ook in de toekomst kunnen blijven wonen in hun eigen dorp of kern. We bouwen klimaatadaptief en natuurinclusief. Bovendien versterken we de diversiteit aan woonomgevingen in onze gemeente door nieuwe milieus te verbinden met bestaande buurten. Daarbij sluiten we aan op het eigen karakter van de buurt.
We zetten ons in voor toekomstbestendige voorzieningen, omdat de druk op de gezondheidszorg toeneemt en de beschikbaarheid van huisartsen in alle kernen niet vanzelfsprekend is. Daarom zetten we ons in om deze essentiële zorg toegankelijk te houden voor al onze inwoners. Tegelijkertijd investeren we in duurzame onderwijshuisvesting, waarbij we inzetten op de samenhang tussen onderwijs en opvang. Door te bouwen aan kindcentra en slimme clustering van functies, spelen we in op veranderende behoeften en versterken we de leefbaarheid in onze dorpen en stad.
Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2050 van het aardgas af moet zijn. Gemeenten houden de regie en bepalen welke wijk wanneer aan de beurt is en wat de alternatieve voorkeursbron wordt voor aardgas. De Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte geeft ons daarbij handvatten. In onze gemeente ligt de weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving bij individuele oplossingen. Dit betekent dat huiseigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het stapsgewijs verduurzamen van hun woning. Met input van netbeheerders en woningcorporaties scherpen we de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte 2021 aan. Deze uitgangspunten dienen als leidraad voor de warmtetransitie; we beoordelen elke stap hierop om een duurzame toekomst te waarborgen.
Focus op besparen: isoleren en gedrag
Het terugdringen van de warmtevraag is een noodzakelijke stap om de overstap naar duurzame warmte mogelijk te maken. Goede isolatie vormt daarbij de basis: alleen met voldoende isolatie kunnen gebouwen op een comfortabele manier verwarmd worden met duurzame, aardgasvrije oplossingen. Daarnaast speelt gedrag een steeds belangrijkere rol. Een graadje lager stoken of bewuster omgaan met energieverbruik zijn eenvoudige maar effectieve maatregelen die direct verschil maken, zowel voor het energieverbruik als voor de belasting van het energienet. De gemeente ondersteunt inwoners met zowel grote als kleine stappen om hiermee aan de slag te gaan. We bieden passende ondersteuning, zowel op individueel niveau als over de hele gemeente, waarbij kennisdeling, begeleiding en het wegnemen van drempels centraal staan. Zo zorgen we ervoor dat iedereen stapsgewijs de warmtevraag kan verlagen en zich kan voorbereiden op een toekomst zonder aardgas.
De juiste energiedrager op de juiste plek
In Steenwijkerland is een grootschalig collectief warmtenet niet haalbaar. De woningdichtheid is te laag en de variatie in bebouwing, van historische kernen tot het uitgestrekte buitengebied, maakt een uniforme grootschalige aanpak lastig. Daarom ligt de focus in het grootste deel van de gemeente op individuele oplossingen. In wijken met een complexe opbouw, zoals historische centra, blijft klimaatneutraal gas naar verwachting nodig. De route richting aardgasvrij verschilt per buurt en woningtype. In nieuwbouwwijken stimuleren we de directe overstap naar duurzame warmte, omdat deze snel haalbaar is. In oudere wijken zetten we eerst in op het 'aardgasvrij-ready' maken van woningen, met prioriteit voor isolatie. Een hybride warmtepomp biedt daarvoor een praktische tussenoplossing: deze vermindert het aardgasverbruik en de CO₂-uitstoot aanzienlijk, en ontlast bovendien het elektriciteitsnet tijdens piekmomenten. De gemeente ondersteunt en faciliteert lokale initiatieven, zoals kleinschalige warmtenetten, die bijdragen aan een toekomstbestendige energievoorziening en die het energienet ontlasten.
Iedereen kan meedoen
De betaalbaarheid van de warmtetransitie is voor veel inwoners een belangrijk aandachtspunt. Energie wordt naar verwachting duurder en de kosten van verschillende warmteoplossingen zijn nog niet volledig voorspelbaar. Hoewel dit warmteprogramma niet alle onzekerheden kan wegnemen, maken we wel duidelijke keuzes. We geven prioriteit aan warmteoplossingen met zo laag mogelijke eindgebruikerskosten, en houden we rekening met de totale kosten voor de samenleving. De warmtewissel moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn, ongeacht het inkomen. Daarom streven we naar oplossingen die ook voor mensen met een laag inkomen binnen bereik liggen. De gemeente zit zich hier actief voor in, onder andere via lobby richting het Rijk om voldoende ondersteuning en middelen beschikbaar te krijgen.
Alle inwoners krijgen een duidelijk handelingsperspectief
Om inwoners te helpen bij de overstap naar duurzame warmte, biedt de gemeente een helder handelingsperspectief per woningtype en wijk. Zo zien bewoners welke stappen zij kunnen nemen om hun woning voor te bereiden op een toekomst zonder aardgas, van isoleren tot het kiezen van een geschikt alternatief als een warmtepomp of een aansluiting op een kleinschalig warmtenet. We maken daarbij ook inzichtelijk waar je terecht kan voor onafhankelijk advies en technische ondersteuning, en welke subsidies beschikbaar zijn om de kosten te verlagen. Denk aan energieloketten, landelijke regelingen of collectieve inkoopacties. Door deze informatie overzichtelijk en toegankelijk aan te bieden, maken we het makkelijker om goed geïnformeerde keuzes te maken, in uw eigen tempo.
Gefaseerde warmtewissel
Gemeenten krijgen via de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte de aanwijsbevoegdheid om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum aardgasvrij moeten zijn, en overgaan op duurzame warmte. In dit warmteprogramma kiest de gemeente er bewust voor om de aanwijsbevoegdheid nog niet in te zetten. Omdat het eindbeeld voor het overgrote deel van Steenwijkerland individueel is, vinden we het belangrijk dat iedereen in eigen tempo kan overstappen. Geen enkele wijk wordt op dit moment verplicht om eerder dan 2045 van het aardgas af te gaan. Wel blijft 2045 het einddoel voor de gehele gemeente. We onderzoeken of, hoe en wanneer we de aanwijsbevoegdheid richting 2045 verantwoord toepassen. Denk daarbij aan situaties waarin het overgrote deel van een wijk al is overgestapt naar een duurzame warmteoplossing en slechts een klein deel nog volgt. In zulke gevallen leidt het blijven faciliteren van dubbele infrastructuur tot hogere maatschappelijke kosten, die uiteindelijk ook op gebruikers drukken. Daarom verkennen we zorgvuldig hoe deze bevoegdheid passend en doelgericht wordt ingezet.
De energietransitie vraagt om ingrijpende aanpassingen in zowel de openbare ruimte als de ondergrond. Het huidige energienetwerk in Nederland heeft onvoldoende capaciteit om de groeiende vraag en het wisselende aanbod van energie op termijn goed op te vangen. Verzwaring en uitbreiding van het netwerk zijn noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen, ook in bestaande wijken. Bij al onze ontwikkelingen reserveren we daarom ruimte voor netversterking en een zorgvuldige inpassing in de omgeving.
Tegelijkertijd leidt de stijgende energieprijs tot toenemende druk op huishoudens. Steeds meer mensen hebben moeite om hun energierekening te betalen. De energiearmoede in Steenwijkerland ligt boven het landelijk gemiddelde, met name bij bewoners van slecht geïsoleerde woningen. Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en energiebesparing zijn daarom cruciaal. Ze zorgen voor een lagere energierekening en verkleinen de energievraag: wat niet wordt verbruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt.
Het vergroenen van de openbare ruimte, vooral in de oude binnenstad, draagt bij aan meerdere doelen: het tegengaan van hittestress en wateroverlast, het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit en het bevorderen van biodiversiteit. Natuurinclusief bouwen speelt hierin een belangrijke rol. Deze aanpak, vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), is inmiddels wettelijk verankerd. Ook het zuinig omgaan met grondstoffen is verplicht. In lijn met het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma Circulaire Economie werken we toe naar een volledig circulaire economie in 2050, waarbij het verbruik van primaire grondstoffen is gehalveerd.
Om onze bedrijventerreinen in Steenwijkerland vitaal en aantrekkelijk te houden, investeren we fors in hernieuwbare energie, de circulaire economie en een natuurinclusieve omgeving. We faciliteren ondernemers bij het toepassen van efficiëntere productiewijzen en -processen, waar mogelijk binnen de kaders van een duurzame en klimaatadaptieve leefomgeving. Zo vangen we structurele tekorten op de arbeidsmarkt op. In 2050 zijn onze bedrijventerreinen duurzaam en gezond, en sluiten ze goed aan bij de vestigingseisen van bedrijven. We stimuleren ondernemers en eigenaren van bedrijventerreinen om duurzaamheid tot een onderscheidend kenmerk van bedrijventerreinen in Steenwijkerland te maken. Een mooi voorbeeld hiervan is de bedrijvigheid in de zone langs de A32 tussen Steenwijk en Meppel: hier fungeren bedrijven als producent, buffer en leverancier van energie.
We zetten in op een vitale en toekomstbestendige binnenstad van Steenwijk, waarin retail, horeca en andere functies elkaar versterken. Door leegstand tegen te gaan, de beleving te verbeteren en samenwerking tussen ondernemers te stimuleren, creëren we een levendig centrum dat bijdraagt aan de economische veerkracht en sociale samenhang van de gemeente.
Goede bereikbaarheid is een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Het zorgt voor economische dynamiek en welvaart. Dit is een van de redenen dat we inzetten op de ontwikkeling van bedrijvigheid in de zone langs de A32. Door werkgelegenheid te creëren aan een bestaande corridor voor autoverkeer en openbaar vervoer brengen we balans in de werknemerspendel vanuit Steenwijk. Daarnaast zetten we in op het doortrekken van de snelfietsroute van Zwolle en Meppel naar Steenwijk en Heerenveen om mensen te bewegen ook voor woon-werkverkeer vaker op de fiets te stappen en de auto te laten staan. Dit levert een belangrijke bijdrage aan een schoner leefmilieu en een verbeterde gezondheid.
Uitbreiding van wonen en werken gaat in Steenwijkerland samen met uitbreiding van water en groen. Hiermee bieden we ruimte aan sport, spel, beweging, ontmoeting, cultuur en ontspanning. We creëren ruimte om effecten van klimaatverandering als wateroverlast en hittestress te beperken. De toegankelijkheid van onze buitenruimte krijgt daarbij in het bijzonder een impuls: iedereen kan naar wens en vermogen meedoen. Met het toevoegen van ontbrekende schakels werken we toe naar een continu, samenhangend groenblauw raamwerk en brengen we de natuur tot aan de voordeur. We zorgen voor groene en blauwe verbindingen tussen de kernen en het land van Weerribben en Wieden, ontwikkelen water- en bodemsturend en waar rust en ruimte is om het hoofd leeg te maken.
Om onze steden en kernen bruisend en toegankelijk te houden, investeren we in een robuust en veelzijdig mobiliteitssysteem. Dit betekent dat we streven naar een samenhangend netwerk van openbaar vervoer, fietsvoorzieningen en autowegen dat aansluit op de behoeften van inwoners, ondernemers en bezoekers. We stimuleren de inrichting van multimodale knooppunten waar verschillende vormen van vervoer naadloos op elkaar aansluiten. Denk hierbij aan verbeterde OV-verbindingen, zoals frequentere bus- en treindiensten, en de aanleg van hoogwaardige fietsroutes. Daarnaast onderzoeken we slimme mobiliteitsoplossingen, zoals deelvervoer en mobiliteitshubs, om de bereikbaarheid te vergroten en tegelijkertijd de druk op het wegennet te verminderen. Verkeersveiligheid is een prioriteit in onze visie, met specifieke aandacht voor de interactie tussen landbouwverkeer en andere weggebruikers. Landbouwvoertuigen spelen een belangrijke rol in onze regio, maar kunnen risico’s opleveren op smalle wegen of in drukke kernen.
De spoorzone in Steenwijk biedt unieke kansen voor economische, ruimtelijke en sociale ontwikkeling. We zetten in op de transformatie van dit gebied tot een levendig knooppunt dat wonen, werken en recreëren combineert. Een sleutelonderdeel van deze ontwikkeling is het verbeteren van de bereikbaarheid en veiligheid rondom het intercitystation in Steenwijk. Hiertoe wordt een fietstunnel gerealiseerd die een veilige en snelle verbinding biedt voor fietsers en voetgangers tussen beide zijden van het spoor. Daarnaast investeren we in de spoorzone in een hoogwaardige openbare ruimte, duurzame woningbouw en ruimte voor ondernemerschap, passend bij de identiteit van Steenwijk. Door deze maatregelen wordt de spoorzone een aantrekkelijke entree van de stad en een katalysator voor regionale ontwikkeling.
Binnen de kernen en steden hebben we – op basis van de analyse van de opgaven én de ruimtelijke en functionele verschillen tussen gebieden – gekozen voor een nadere onderverdeling. In deze paragraaf zoomen we in op de onderscheiden deelgebieden en geven we antwoord op vragen als: Wat is onze ambitie? Welke opgaven en kansen zien we? En: Welke ruimte zien we voor ontwikkeling?
Bepaalde onderdelen komen in verschillende deelgebieden terug; de teksten van de onderscheiden deelgebieden zijn zo geschreven dat deze – bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek – afzonderlijk te lezen zijn.
De onderscheiden deelgebieden binnen de kernen en steden zijn:
Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl
Beschermd dorpsgezicht Giethoorn
Historische vesting Steenwijk
Cultuurhistorisch waardevolle linten, kernen en gebieden
Woonwijken 1955 tot nu
Bedrijventerreinen
Groenblauwe raamwerk
Verblijfsrecreatiegebieden
Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties

“Wat meer plekken waar mensen elkaar kunnen tegenkomen zou geen kwaad kunnen. Niet per se weer een supermarkt, maar iets waar de buurt samenkomt of kan komen.”
Bij Rijksbeschermde stadsgezichten gaat het om gebieden met een bijzonder historisch karakter. Dat karakter kan in de loop van eeuwen zijn gegroeid, zoals een historische binnenstad. Het kan ook gaan om ontworpen gebieden, bijvoorbeeld een vooroorlogse arbeiderswijk. De gemeente moet deze gebieden beschermen. Deze bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en te benutten als kwaliteit bij ontwikkelingen. De beleving van het bijzondere karakter reikt verder dan het begrensde gebied. Het is belangrijk ook zichtlijnen en open terreinen rond het beschermde gezicht te betrekken: het gaat om de historische structuur en de samenhang in en om het gebied, en om het samenspel tussen bebouwing en openbare ruimtes.
In Steenwijkerland kennen we twee Rijksbeschermde stadsgezichten: de Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl.
Vollenhove is een compacte stad, met de historische kern als centrale identiteitsdrager. De stad is strategisch gelegen op de uitloper van een stuwwal. Deze hoogteverschillen zijn nog goed waarneembaar, zeker daar waar bebouwing ontbreekt. De hoofdstructuur van de stad wordt bepaald door de oude haven en de daarop aansluitende parallelle straten die onderling verbonden zijn door stegen. Karakteristiek voor de structuur zijn hier ook de hoge tuinmuren. Vollenhove wordt gekenmerkt door smalle straatjes, de karakteristieke panden en monumenten, en aan andere erfgoeddragers, zoals de ruïne van Toutenburg, de Binnenhaven, Park Oldruitenborgh, de restanten van historische havezaten, de stadsboerderijen,de grote kerk en Mariakerk. Maar ook aan het groen in de stad: de oude lanen, de grote bomen en het stadspark. Allen bakens in de tijd die het verhaal van ‘Veno’ vertellen. Dit vormt een fraai decor voor het corso, de Survivalrun, Typisch Vollenhove en andere mooie evenementen die van ver bezoekers trekken.
De historische kern vormt ook in andere opzichten het hart van de stad. Het sociale hart, omdat je elkaar hier ontmoet: bij de bakker, de groenteboer, op de markt of in de supermarkt. En het functionele hart: in en rond de historische kern vind je de meeste voorzieningen. Deze concentratie aan voorzieningen draagt bij aan de levendigheid in de kern en zorgt voor combinatiebezoeken met andere publieksfuncties, waardoor de kern veel bezoekers trekt. De combinatie van voorzieningen, ontmoetingen en typerende evenementen zorgt voor een sterk gemeenschapsgevoel in Vollenhove.
Ook bij Blokzijl denkt men allereerst aan de historische kern. Blokzijl biedt een authentieke blik op het Nederland van de Gouden Eeuw. De kern kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw en heeft veel van zijn historische charme behouden. Blikvangers zijn de centraal gelegen havenkolk en sluizen omgeven door karakteristieke monumentale panden, in het bijzonder de rijke koopmanshuizen aan de Bierkade en de bomenstructuur aan de kolk. De smalle gebogen straatjes met historische panden, de hoge kerktoren en natuurlijk de 17e-eeuwse vestingwerken rond de compacte historische kern. Blokzijl ontstond aan de monding van de Steenwijker Aa. Vooral de turf die in het achterland gewonnen werd, zorgde in de havenkolk voor veel bedrijvigheid. Die bedrijvigheid vind je nog steeds in en om de havenkolk, maar nu gericht op watersportliefhebbers. Vooral in de zomerperiode trekt Blokzijl veel bezoekers. Ook de ligging in de buurt van Weerribben-Wieden, met de nabije hoogwaardige natuur en boerenlandschappen, vergroot de aantrekkingskracht op bezoekers.
Leefbare, vitale en aantrekkelijke kernen met een uitgesproken en herkenbaar historisch karakter, met duurzame woningen en een klimaatadaptieve openbare ruimte waar gezondheid van mensen en biodiversiteit voorop staan. In de stadskernen is het goed samenleven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst.
De Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl zijn waardevol, en we koesteren het behoud van de woonfunctie. Bij het beoordelen van nieuwe initiatieven kijken we niet alleen naar het belang van de initiatiefnemer, maar wegen we ook draagvlak, de monumentale waarde en het behoud van een goed woon- en leefklimaat nadrukkelijk mee.
Er is ruimte voor ontwikkeling op locaties waar de cultuurhistorische waarde in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier zien we kansen voor transformatie of herstructurering die aansluit bij de cultuurhistorische waarde van het omringende gebied. Door in te zetten op zulke projecten versterken we de herkenbaarheid en kwaliteit van de beschermde stadsgezichten, waardoor hun historische identiteit wordt benadrukt en verbeterd.
Nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten worden zorgvuldig afgestemd op de bestaande maat en schaal van de bebouwing. Hierbij vragen we bijzondere aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap. Dit betekent dat nieuwe projecten harmonieus moeten aansluiten bij het bestaande karakter, met respect voor de historische context en visuele samenhang. In Vollenhove en Blokzijl zien we ruimte voor uitbreiding van op toeristen gerichte detailhandel, horeca, verblijfsrecreatie en cultuur. Bij de beoordeling van deze initiatieven houden we opnieuw rekening met draagvlak en het belang van een goed woon- en leefklimaat, naast de belangen van de initiatiefnemer. Dit zorgt ervoor dat economische groei hand in hand gaat met het behoud van de leefbaarheid voor bewoners. Bij ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
In Blokzijl realiseren we de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg die het autoverkeer om de stad heen leidt– biedt mogelijkheden om de historische kern meer autoluw in te richten. De kern kan dan meer gericht worden op wandelaars en fietsers, met een hoge verblijfskwaliteit, horeca, winkeltjes en voorzieningen.
Een herinrichting van de publieke ruimte in Blokzijl biedt kansen om de historische betekenis van de stad meer zichtbaar en beleefbaar te maken. Een bijzondere kans biedt bijvoorbeeld het beter inrichten van het Oude Verlaat, de plek van de gedempte Oude Sluis waar Blokzijl omheen is gebouwd.
Vollenhove heeft een grote toeristische potentie. Daarbij is de relatie met de omgeving van belang, bij de havens specifiek de ligging van Vollenhove aan het water. Cultuurhistorie kan de toeristische en recreatieve aantrekkelijkheid vergroten, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe functies bij het water.. Historische schepen kunnen het havenbeeld verfraaien, in het bijzonder buiten het vaarseizoen.
ad a.
De Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl vormen hun gemeenschappelijke identiteit. De cultuurhistorische waarde is zeer hoog, met een historisch patroon van straten en bebouwing dat nog steeds herkenbaar is. Beide kernen kennen veel rijksmonumenten en karakteristieke bebouwing als tastbare verwijzingen naar hun ontstaansgeschiedenis. De kleinschaligheid en menselijke maat maken dat het hier goed wonen is. Deze woonfunctie is wezenlijk voor de levendigheid en gemeenschapszin. Bewoners verrijken en dragen de historische kernen en zetten zich actief in voor het behoud van het erfgoed. Het beleid koestert deze woonfunctie en weegt bij nieuwe initiatieven niet alleen het belang van de initiatiefnemer, maar ook het draagvlak, de monumentale waarde en het behoud van een goed woon- en leefklimaat.
ad b.
Er is ruimte voor ontwikkeling op locaties waar de cultuurhistorische waarde in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Door in te zetten op transformatie of herstructurering die aansluit bij de cultuurhistorische waarde van het omringende gebied, wordt de herkenbaarheid en kwaliteit van de beschermde stadsgezichten versterkt. Dit benadrukt en verbetert hun historische identiteit. Tegelijkertijd biedt dit kansen om verpaupering van historische panden tegen te gaan en de ruimtelijke kwaliteit van stadsranden te verbeteren, zoals in Blokzijl waar het zicht op de vesting wordt belemmerd door campings en geparkeerde vrachtwagens.
ad c.
Nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten worden zorgvuldig afgestemd op de bestaande maat en schaal van de bebouwing. Vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap vragen bijzondere aandacht. Nieuwe projecten moeten harmonieus aansluiten bij het bestaande karakter, met respect voor de historische context en visuele samenhang. Dit is van belang in beide kernen, waar bewoners zich zorgen maken over de impact van de energietransitie op de beleving van de kwaliteit en eigenheid van hun woonomgeving.
Vollenhove en Blokzijl bieden ruimte voor uitbreiding van toeristische detailhandel, horeca, verblijfsrecreatie en cultuur. Bij de beoordeling van deze initiatieven wordt rekening gehouden met draagvlak en het belang van een goed woon- en leefklimaat. Er zijn zorgen over de verhuur van woningen aan seizoenarbeiders en vakantiegangers, waardoor de historische kwaliteit en leefbaarheid onder druk komen te staan. Het beleid zorgt ervoor dat economische groei hand in hand gaat met het behoud van de leefbaarheid voor bewoners.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd.
Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen.
Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
Het uitgangspunt is dat ieder project, ongeacht de omvang, bijdraagt aan de kwaliteit en eigenheid van de beschermde stadsgezichten. Of het nu gaat om een kleinschalige aanpassing of een grootschalige ontwikkeling, een initiatief moet de unieke identiteit van Vollenhove en Blokzijl versterken en de historische waarde van deze bijzondere kernen waarborgen. Dit is essentieel in een context waarin historische panden verpauperen en de ruimtelijke samenhang onder druk staat.
ad d.
In Blokzijl kruist de enige doorgaande straat het drukbevaren water. De frequente brugopeningen en smalle straatjes leiden tot wachtend verkeer en overlast voor bewoners en ondernemers. We werken aan de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg die het autoverkeer om de stad heen leidt. Hierdoor kan de historische kern autoluw worden ingericht, gericht op wandelaars en fietsers, met een hoge verblijfskwaliteit, horeca, winkeltjes en voorzieningen.
ad e.
De herinrichting van de publieke ruimte biedt kansen om de historische betekenis van Blokzijl meer zichtbaar en beleefbaar te maken. Een bijzondere kans ligt bij het Oude Verlaat, de plek van de gedempte Oude Sluis waar Blokzijl omheen groeide. Deze locatie staat nu vol met geparkeerde auto’s, maar kan worden heringericht als historisch herkenbare en aantrekkelijke verblijfsplek.
ad f.
Vollenhove heeft grote toeristische potentie, mede door de ligging aan het water. De relatie met de omgeving is van belang, vooral bij de havens. Cultuurhistorie kan de toeristische en recreatieve aantrekkelijkheid vergroten, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe functies bij het water. Het strandje en strandpaviljoen zijn hier een goed voorbeeld van. Historische schepen kunnen het havenbeeld verfraaien, vooral buiten het vaarseizoen. Tegelijkertijd is er in de historische kern sprake van verkeers- en parkeerhinder, en is de stadsentree bij de passantenhaven geen visitekaartje. Hier is een kwaliteitsimpuls gewenst, net als bij de binnenhaven.

“Ik ben best tevreden hoor maar de drukte, vooral in Giethoorn, kan teveel zijn. Het maakt het minder prettig om er gewoon even te zijn.”
Bij Rijksbeschermde stads– en dorpsgezichten gaat het om gebieden met een bijzonder historisch karakter. Dat karakter kan in de loop van eeuwen zijn gegroeid, zoals een historische binnenstad. Het kan ook gaan om ontworpen gebieden, bijvoorbeeld een vooroorlogse arbeiderswijk. De gemeente moet deze gebieden beschermen. Deze bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen. De beleving van het bijzondere karakter reikt overigens verder dan het begrensde gebied. Het is belangrijk ook zichtlijnen en open terreinen rond het beschermde gezicht te betrekken: het gaat om de historische structuur, de samenhang in en om het gebied en om het samenspel tussen bebouwing en openbare ruimtes.
In Steenwijkerland kennen we één beschermd dorpsgezicht, Beschermd dorpsgezicht Giethoorn, voor drie dorpen: Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen.
Giethoorn ontstond als veenontginning. De lintbebouwing van het dorp lag aanvankelijk dicht bij het Giethoornse Meer, maar is met de ontginning van het veen stapsgewijs naar het oosten opgeschoven. Voor de turfwinning werden sloten verbreed en verbindende dwarsgrachten aangelegd. De huidige Dorpsgracht is zo’n dwarsgracht. Ook het huidige dorp Dwarsgracht, de naam verraadt het al, ontstond aan zo’n verbinding. Deze typische vaardorpen hebben hun ontstaan daarmee te danken aan de turfwinning.
Kenmerkend voor Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen zijn de organisch gegroeide bebouwingslinten gericht op het water, en de sterke verwevenheid met het landschap van Weerribben-Wieden. Water vormde de ruggengraat; vrijwel al het vervoer ging immers over water. Vaak ontbrak een weg in deze vaardorpen en was er alleen een pad. In Jonen is dit nog overigens nog steeds het geval. Het kleine vaardorp is niet bereikbaar per auto; Jonen is enkel per fiets, veer of boot bereikbaar.
Giethoorn heeft het karakteristieke beeld van een vaardorp grotendeels behouden, met een gracht, een smal pad, uitneembare vonders, hoge smalle bruggen en kleine veelal rietgedekte boerderijen zijn gericht op het water. Ze worden van elkaar gescheiden door opvaarten. De Dorpsgracht vormt de groene ruggengraat van het unieke waterrijke woonmilieu van Giethoorn. De essen, eiken, wilgen en elzen langs deze gracht markeren het dorp al van ver in de omgeving. Water en groen zijn hier nog steeds een belangrijk onderdeel van de beleveniseconomie. De karakteristieken van Dwarsgracht en Jonen zijn vergelijkbaar. De hoge smalle bruggen ontbreken echter in Jonen: Jonen is een zogenaamd éénrijig vaardorp.
Leefbare, vitale en aantrekkelijke vaardorpen met een uitgesproken en herkenbaar historisch karakter dat we zorgvuldig behouden. In de vaardorpen is het goed samen leven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst.
Het Beschermd dorpsgezicht Giethoorn is een waardevolle schat die we met zorg bewaken, met bijzondere nadruk op de woonfunctie binnen deze gebieden. Nieuwe initiatieven worden niet zomaar toegelaten; bij elke afweging wegen we het belang van de initiatiefnemer af tegen het behoud van een goed woon- en leefklimaat.
Ontwikkelingsmogelijkheden liggen vooral op plekken waar de cultuurhistorische waarde van het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier bieden transformatie en herstructurering kansen om de aansluiting bij de cultuurhistorische waarden van het omringende gebied te verbeteren. Deze aanpak versterkt niet alleen de herkenbaarheid en kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht, maar houdt ook rekening met de specifieke eigenheid van Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen.
Nieuwe bebouwing moet zorgvuldig aansluiten bij de bestaande maat en schaal. Dit vraagt aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het landschap. De bebouwing blijft kleinschalig, met één laag, een (rieten) kap en materialen die harmoniëren met de omgeving, zodat het unieke karakter van deze dorpen behouden blijft.
Uitbreiding of nieuwvesting van toeristische activiteiten zoals detailhandel, horeca, dagrecreatie of recreatiewoningen is binnen het beschermd dorpsgezicht niet mogelijk. Een uitzondering geldt voor kleinschalige, ondergeschikte detailhandel, bijvoorbeeld aan huis vervaardigde producten of streekproducten. Dit stimuleert lokale initiatieven die de authenticiteit versterken zonder de balans te verstoren.
We zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
Smart Mobility biedt kansen om de overlast van bezoekersstromen te verminderen. Met technologie gericht op verplaatsingen en communicatie kunnen we sturen op drukte en alternatieven aanbieden wanneer de toeristische druk in Giethoorn of Nationaal Park Weerribben-Wieden te groot wordt.
Toerisme blijft een belangrijke economische pijler. Om de druk op bekende kernen te verlichten, zetten we in op het verrijken van de bezoekerservaring door het verbinden van iconische plekken. Dit stelt toeristen in staat heel Steenwijkerland te beleven en versterkt de economie van het hele gebied. Zo voorkomen we piekbelasting en behouden we de leefbaarheid, rust en ruimte die dit gebied zo bijzonder maken.
ad a.
Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen zijn door het Rijk grotendeels aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Deze status is bedoeld om de authentieke, organisch gegroeide dorpslinten te behouden als cultuurhistorische dragers van de vaardorpen. De landschappelijke en cultuurhistorische waarde van deze linten is zeer hoog en vormt een karakteristiek onderdeel van het Kraggenlandschap. Naast hun toeristische functie hebben deze dorpen een wezenlijke woonfunctie. Giethoorn is geen museumdorp: levendigheid en gemeenschapsgevoel moeten blijven bestaan, ook buiten het toeristenseizoen. Bewoners dragen het erfgoed en zetten zich actief in voor het behoud ervan. Het beleid bewaakt deze woonfunctie zorgvuldig en weegt bij nieuwe initiatieven het belang van de initiatiefnemer af tegen het behoud van een goed woon- en leefklimaat.
ad b.
Ruimte voor ontwikkeling moet er blijven, zodat de historische kernen vitaal en leefbaar blijven. Ontwikkelingsmogelijkheden liggen vooral op plekken waar de cultuurhistorische waarde van het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier bieden transformatie en herstructurering kansen om de aansluiting bij de cultuurhistorische waarden van het omringende gebied te verbeteren. Deze aanpak versterkt de herkenbaarheid en kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht en houdt rekening met de specifieke eigenheid van Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen.
ad c.
Nieuwe bebouwing moet aansluiten bij de bestaande maat en schaal. Dit vraagt aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het landschap. De bebouwing blijft kleinschalig, met één laag, een (rieten) kap en materialen die harmoniëren met de omgeving. Zo blijft het unieke karakter van de dorpen behouden. De groeiende populariteit van de dorpen brengt extra druk op het kleinschalige karakter, waardoor zorgvuldige inpassing des te belangrijker wordt.
ad d.
Binnen het beschermd dorpsgezicht is geen ruimte meer voor uitbreiding van toeristische detailhandel, horeca en recreatiewoningen. Dit voorkomt dat het woon- en leefklimaat en de eigenheid van de vaardorpen verder onder druk komen te staan. De toename van verhuur aan vakantiegangers tast de historische kwaliteit en leefbaarheid aan, waardoor het dorp steeds meer een toeristische bestemming wordt in plaats van een leefgemeenschap.
Een uitzondering geldt voor kleinschalige, ondergeschikte detailhandel, zoals aan huis vervaardigde producten of streekproducten. Dit stimuleert lokale initiatieven die de authenticiteit versterken zonder de balans te verstoren. Zo blijft er ruimte voor bewoners om actief bij te dragen aan de levendigheid van hun dorp, zonder dat dit ten koste gaat van het dorpsgezicht.
ad e.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd.
Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen.
Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
ad f.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd.
Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen.
Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
ad g.
Toerisme blijft een belangrijke economische pijler. Om de druk op bekende kernen te verlichten, zet het beleid in op het verrijken van de bezoekerservaring door het verbinden van iconische plekken. Zo kunnen toeristen heel Steenwijkerland beleven en wordt de economie van het hele gebied versterkt. Dit voorkomt piekbelasting en behoudt de rust, ruimte en leefbaarheid die het gebied zo bijzonder maken. Bezoekers komen voor schoonheid en stilte, en het beleid zorgt ervoor dat deze kwaliteiten behouden blijven.

“Het centrum mag van mij best autoluw worden – geef fietsers en voetgangers de ruimte. Dat maakt het aangenamer en veiliger voor iedereen.”
De binnenstad van Steenwijk is een oude vestingstad; de historische Vesting Steenwijk. De contouren van deze vesting zijn nog duidelijk zichtbaar in de stadsplattegrond, en het erfgoed binnen de vestingwallen verwijst op veel plaatsen naar de rijke ontstaansgeschiedenis van de stad. De historische vesting Steenwijk vormt daarmee een uniek stedelijk milieu binnen Steenwijkerland, dat door het intercitystation bovendien goed verbonden is met andere kernen in de regio. Hier is dan ook ruimte voor een combinatie van wonen, werken en cultuur, waarbij we de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Steenwijk altijd als uitgangspunt nemen en waar mogelijk versterken. De grachten en vestingwallen stammen uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, toen Steenwijk een strategische plaats was in de strijd tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en Spanje. De robuuste vestingwallen om de oude stad werden beschoten en ondermijnd; Steenwijk werd geplunderd en bijna platgebrand. Veel moois is gelukkig bewaard gebleven. En ‘d’olde veste’ is met zorg gerestaureerd.
De historische vesting vormt in verschillende opzichten het hart van Steenwijk. Het sociale hart, omdat mensen elkaar hier ontmoeten: op de markt, bij de supermarkt of op een terrasje. Het functionele hart, omdat zich in en rond de oude vestingstad zich een concentratie van voorzieningen bevindt op het vlak van detailhandel, horeca en culturele voorzieningen. Ook het kernwinkelgebied is hier gelegen. En het emotionele hart, vanwege de gemeenschappelijke identiteit: denk je aan Steenwijk, dan denk je aan de oude vestingstad.
De compacte bebouwingsstructuur binnen de vestingwallen kent een typische stedelijke structuur met gesloten gevelwanden direct aan de straat, die een fijnmazig web van straten vormen. Het oorspronkelijke middeleeuwse stratenpatroon is hier nog goed zichtbaar. De individuele panden in deze straten zijn door de eeuwen heen organisch gegroeid, en laten veel karakterverschillen zien op korte afstand van elkaar. Alleen de belangrijkste gebouwen steken uit boven de historische binnenstad. Blikvangers hier zijn de Steenwijker Toren, de centraal gelegen Markt en de vele monumenten en karakteristieke panden. Daaronder bevinden zich rijk gedecoreerde panden met trap- en halsgevels, te vinden rondom de Markt, in de Oosterstraat, Gasthuisstraat, het zuidelijke deel van de Kerkstraat en de Woldpromenade. Bijzonder is ook de ruimte achter de Gasthuisstraat, die altijd open en groen is gebleven. Andere voorbeelden van karakteristieke elementen in Steenwijk zijn de van ver herkenbare kerken, de groene zoom van de vestingwallen om de compacte kern en Rams Woerthe, een van de mooiste Art Nouveau-parels die in Nederland bewaard is gebleven.
Een leefbare, vitale en aantrekkelijke binnenstad met een uitgesproken historisch karakter. In de binnenstad is het goed samen leven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst. De vestingstad is goed verbonden. Er zijn goede verbindingen tussen de wijken, naar de dorpen, de Groene schatkamer en de regio.
De historische Vesting Steenwijk koesteren we als een plek met een unieke identiteit en rijke historie. We zetten in op het versterken van deze identiteit en beleving door zorgvuldig om te gaan met de cultuurhistorische waarden en deze waar mogelijk te benadrukken. Daarbij besteden we speciale aandacht aan locaties waar de cultuurhistorie in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast, met respect voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap.
De woonfunctie in de vestingstad is van groot belang. We stimuleren een evenwichtiger bevolkingsopbouw door een gevarieerd woningaanbod te realiseren, zoals grondgebonden stadswoningen en wonen boven winkels. Ook streven we naar het verbeteren van woningen die niet voldoen aan moderne eisen op het gebied van energieprestatie en levensloopbestendigheid, om zo de woonkwaliteit te verhogen.
Economisch richten we ons op een compacter kernwinkelgebied waarin ruimte is voor nieuwe functies zoals recreatie, toerisme en cultuur. Het winkelaanbod krijgt een impuls door samenwerking tussen ondernemers te stimuleren en door nieuwe initiatieven en tijdelijke invullingen van leegstaande panden te faciliteren.
Het culturele fundament van de binnenstad, grotendeels gelijk aan de historische vesting Steenwijk, krijgt extra aandacht. Voorbeelden hiervan zijn de transformatie van de Spijkervetstallen tot stadsmuseum met de collectie van Hildo Krop en de realisatie van een congresvoorziening bij theater de Meenthe. Ook de Markt, het evenementenaanbod, de bibliotheek, kunst en cultuur en de diversiteit van de horeca verdienen aandacht om de binnenstad levendig en bruisend te houden.
De verbindingen tussen de historische Vesting Steenwijk en omliggende wijken, kernen en het landschap worden verbeterd. De groene gordel van vestingwallen speelt hierbij een belangrijke rol, net als het versterken van de entree bij de Oosterpoort en de verbinding tussen het intercitystation en de binnenstad. Bij de Oosterpoort liggen ook kansen om de identiteit van Steenwijk als vestingstad te versterken en tegelijk effecten van klimaatverandering te beperken, de verblijfskwaliteit te verhogen en de biodiversiteit te versterken.
We onderzoeken de mogelijkheid om delen van de binnenstad autoluw te maken. Dit draagt bij aan verkeersveiligheid, een beter leefklimaat en biedt ruimte voor vergroening, beleving, wandelen en fietsen, wat de verblijfskwaliteit en het klimaatadaptieve karakter van de binnenstad versterkt. Bij ontwikkelingen binnen Steenwijk, Tuk en Zuidveen zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van het eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
Voor de ontwikkeling van nieuwe maatschappelijke voorzieningen, zoals huisartsen- en tandartspraktijken, zien we mogelijkheden in de transformatie van bestaande panden of nieuwbouw. Deze voorzieningen moeten goed en veilig bereikbaar zijn voor de inwoners van Steenwijk en omliggende kernen.
De rol van religieuze gemeenschappen wordt gewaardeerd en ondersteund. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden voor nevenactiviteiten en culturele activiteiten in bestaande voorzieningen zoals kerken en wijkcentra.
ad a.
De historische Vesting Steenwijk vormt de sociale en functionele kern van Steenwijk. De cultuurhistorische waarde van de kern is zeer hoog. Het historisch patroon van straten en bebouwing dat eeuwen geleden is ontstaan, is nog steeds herkenbaar in de binnenstad. De historische vestingwallen en grachten zijn een herkenbaar onderdeel van de ontstaansgeschiedenis van Steenwijk. Monumenten zoals de oude Waag, het Swindermanpoortje, de stallen van Spijkervet en Rams Woerthe zijn tastbare verwijzingen naar het verleden. Deze elementen vormen de basis voor het beleid dat inzet op het versterken van identiteit en beleving door zorgvuldig om te gaan met cultuurhistorische waarden. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan locaties waar deze waarden zijn aangetast, met respect voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap.
ad b.
De woonfunctie in de vestingstad is essentieel voor het stedelijk leven. De bevolkingssamenstelling wijkt af van de rest van Steenwijk: 60% van de huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens, tegenover 32% in de hele stad. Slechts 12% van de huishoudens in de binnenstad heeft kinderen, vergeleken met 36% in Steenwijk als geheel. Van de 505 woningen is 75% huur en 25% koop, terwijl dit in Steenwijk 43% huur en 56% koop is. De helft van de huurwoningen is in handen van particuliere eigenaren van buiten de stad of provincie. Een deel van de woningen voldoet niet aan moderne eisen zoals energieprestatie en levensloopbestendigheid. Het beleid stimuleert een evenwichtiger bevolkingsopbouw door een gevarieerd woningaanbod te realiseren, zoals grondgebonden stadswoningen en wonen boven winkels, en door bestaande woningen te verbeteren.
ad c.
Door veranderingen in winkelgedrag, zoals de toename van online winkelen, stond in 2022 ongeveer één op de tien winkels in de binnenstad leeg. Deze leegstand en de daarmee gepaard gaande verrommeling hebben een negatieve impact op het leef- en ondernemersklimaat en verminderen de aantrekkingskracht van de binnenstad. We richten ons op een compacter kernwinkelgebied met ruimte voor nieuwe functies zoals recreatie, toerisme en cultuur. Samenwerking tussen ondernemers en tijdelijke invulling van leegstaande panden worden actief gestimuleerd om het winkelaanbod te versterken.
ad d.
Een aantrekkelijke binnenstad met een uitgesproken historisch karakter is van grote waarde voor economie en toerisme. Historische binnensteden trekken niet alleen toeristen en recreanten, maar zijn ook populair als woonplaats vanwege hun voorzieningen, uitstraling en evenementenaanbod. De transformatie van de Spijkervetstallen tot stadsmuseum met de collectie van Hildo Krop en de realisatie van een congresvoorziening bij theater De Meenthe zijn concrete voorbeelden van het versterken van het culturele fundament. Ook de Markt, het evenementenaanbod en de diversiteit van de horeca dragen bij aan een levendige en bruisende binnenstad.
ad e.
Goede verbindingen zijn essentieel, zowel met omliggende wijken, steden en kernen als met de bredere omgeving. De grote verkeersstromen door de vestingstad maken de oversteekbaarheid en veiligheid bij de Burgemeester Goeman Borgesiusstraat en de Kornputsingel tot een punt van zorg. Belangrijke verbindingen en entrees missen kwaliteit, vooral bij de Oosterpoort, de Paardenmarkt en de verbinding tussen intercitystation en binnenstad. We richten ons op het verbeteren van deze verbindingen, waarbij de groene gordel van vestingwallen een belangrijke rol speelt. Bij de Oosterpoort liggen bovendien kansen om de identiteit van Steenwijk als vestingstad te versterken en tegelijk klimaatverandering te beperken, de verblijfskwaliteit te verhogen en de biodiversiteit te versterken.
ad f.
Het autoluw maken van delen van de binnenstad draagt bij aan verkeersveiligheid, een beter leefklimaat en biedt ruimte voor vergroening, beleving, wandelen en fietsen. Dit versterkt de verblijfskwaliteit en het klimaatadaptieve karakter van de binnenstad. De historische context en de ruimtelijke structuur van de vestingstad bieden kansen om deze transitie zorgvuldig vorm te geven.
ad g.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd. Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen. Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
ad h.
Voorzieningen zoals huisartsen- en tandartspraktijken zijn essentieel voor de leefbaarheid van de binnenstad. Wij zien kansen in de transformatie van bestaande panden of in nieuwbouw, mits deze voorzieningen goed en veilig bereikbaar zijn voor inwoners van Steenwijk en omliggende kernen. Dit draagt bij aan een inclusieve en toegankelijke binnenstad.
ad i.
Religieuze gebouwen vormen herkenningspunten in het centrum en spelen een belangrijke rol in de beleving en verbinding binnen de stad. De rol van religieuze gemeenschappen wordt gewaardeerd en ondersteund. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden voor nevenactiviteiten in bestaande voorzieningen zoals kerken en wijkcentra, waarmee de maatschappelijke functie van deze gebouwen wordt versterkt.

“Voorzieningen zoals onderwijs mogen best wat dichterbij blijven. Het is fijn als kinderen in hun eigen dorp naar school kunnen, of dat de kleinere kernen hierin wat meer worden meegenomen.”
Introductie
De Cultuurhistorisch waardevolle linten, buurtschappen en wijken vertellen het verhaal van de rijke ontstaansgeschiedenis van Steenwijkerland. De historische beleving en de inbedding in het landschap worden hoog gewaardeerd. De relatie tussen de ondergrond en de patronen van wegen, bebouwing en opgaande beplanting die eeuwen geleden zijn ontstaan, zijn nog steeds herkenbaar.
Het Hoge Land
Vooral op het Hoge land is de diversiteit in gebiedstypen hoog. Hier vind je op de hoogste plekken in het landschap cultuurhistorisch waardevolle buurtschappen als Paasloo of Gelderingen, op de randen van de stuwwal de agrarische linten als Barsbeek en de Leeuwte en langs oude routes of verbindingswegen de meer verdichte bebouwingslinten zoals in Tuk, Sint Jansklooster en Oldemarkt. Ook de historische landgoederen als de Eese, de Oldenhof en de Bult, met monumentale landhuizen, historische tuinen en waardevolle boerderijen, zijn alle op het Hoge Land te vinden. Opvallend op het Hoge land is Willemsoord, onderdeel van de oorspronkelijk aangelegde Koloniën van Weldadigheid. Ondanks recentere toevoegingen is het regelmatige en ontworpen karakter nog steeds herkenbaar.
De Groene Schatkamer
In de Groene Schatkamer bevinden zich de voor de Weerribben-Wieden typische waterlinten: langgerekte, organisch gegroeide bebouwingslinten aan een of twee zijden van een natuurlijke of gegraven waterloop. Voorbeelden zijn: Belt-Schutsloot, Kalenberg, Nederland, Ossenzijl, Wetering en natuurlijk het beschermde dorpsgezicht van Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen (zie ook paragraaf 4.2.3 Beschermd dorpsgezicht Giethoorn). Minder op het water gericht is het bebouwingslint langs de Beulakerweg in Giethoorn, waarvan de oude verbindingsweg naar Steenwijk de ruggengraat vormt. Het lint aan de Hoofdstraat in Ossenzijl heeft de oude dijk als ruggengraat, min of meer parallel aan de Linde.
Op de Grens van ’t Oude en Nieuwe Land
Op de grens van ’t Oude en Nieuwe land heeft de Zuiderzee grote invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis: hier konden gevaarlijk hoge waterstanden optreden. De oude, cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten van Blankenham en Kuinre liggen dan ook niet voor niets op dijkhoogte. Blankenham ligt binnendijks, op de voormalige Zuiderzeedijk van Blokzijl naar Kuinre. De vele kolken getuigen hier nog van de watersnoodramp van 1825. Kuinre ligt op een brede kade die de waterscheiding vormt tussen twee gegraven waterwegen, in het mondingsgebied van de Linde en de Kuinder. Bijzonder aan Kuinre is de markante ruimtelijke structuur die tot stand kwam na eeuwen van sleutelen aan rivierlopen.
Historische vesting Steenwijk en omgeving
Ook in Steenwijk kennen we enkele gebieden die cultuurhistorisch waardevol zijn. Dit betreft vooral de stadsuitbreidingen net buiten de oude vestingstad, gebouwd in de periode 1880-1940. Stadsuitbreidingen met enerzijds een projectmatige opzet en samenhangende bebouwingswanden zoals aan de Gasthuislaan, bij de Irisstraat en aan de Oostwijkstraat, de eerste stadsuitbreiding van Steenwijk buiten de vesting. Meer geleidelijk gegroeide stadsuitbreidingen met individuele of geschakelde bebouwing zijn de vinden bij de Meppelerweg, de J.H. Tromp Meestersstraat en de Tramlaan.
Beekdalen
Net buiten Steenwijk, aan de rand van het beekdal van de Steenwijker Aa, liggen de cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten van Kallenkote en Eesveen. De Steenwijker Aa trad ’s winters regelmatig buiten z’n oevers; bij hoogwater reikt het water tot aan Eesveen en Kallenkote.
Slagenlandschap Zonder Veen
Cultuurhistorisch waardevol zijn ook de bebouwingslinten van Zuidveen en Wanneperveen. Beide plaatsnamen verwijzen naar het veen dat hier in de ondergrond aanwezig was. De ligging van Zuidveen is anders dan de meer typische veenontginningen: Zuidveen is waarschijnlijk pas vanaf de 16e eeuw ontstaan toen turfgravers zich vestigden aan de rand van het veengebied.
Leefbare, vitale, natuur inclusieve en aantrekkelijke buurtschappen, linten en wijken; elk met een eigen karakter, eigen kwaliteiten en eigen inbedding in het landschap. In de buurtschappen, linten en wijken is het goed samen leven; nu en in de toekomst.
De linten, buurtschappen en wijken van Steenwijkerland vertellen het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het gebied. We zetten deze op de kaart als cultuurhistorisch waardevol om hun karakter, identiteit en bijzondere erven te behouden voor de toekomst.
Wonen is een wezenlijk onderdeel van deze gebieden. De aanwezigheid van bewoners draagt bij aan de levendigheid, gemeenschapszin en het behoud van het erfgoed. Het zijn de bewoners die deze plekken verrijken, in stand houden en doorgeven aan volgende generaties.
We willen ruimte blijven bieden voor ontwikkeling zodat deze gebieden vitaal en leefbaar blijven en kunnen meebewegen met nieuwe wensen en opgaven. Ontwikkelingen moeten aansluiten bij de bestaande karakteristieken en bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Daarnaast zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van het eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
Uitbreiding van het toeristisch aanbod zien we uitsluitend in de bebouwingslinten van Kuinre en Oldemarkt, waar draagvlak en potentie bestaan voor meer bezoek.
Door de verwachte afname van agrarische bedrijvigheid komen erven en boerderijen vrij. Deze vrijkomende agrarische erven bieden kansen voor ontspannen wonen en werken zonder extra verstening van het buitengebied. Door hergebruik, transformatie of herbouw kunnen meerdere huishoudens op een erf gehuisvest worden, waarmee we bijdragen aan de woningvoorraad, de diversiteit aan woonmilieus en het behoud van cultuurhistorisch waardevol agrarisch erfgoed. Dit erfgoed vormt een belangrijk en beeldbepalend onderdeel van het boerenlandschap van Steenwijkerland.
De groei van het toerisme vraagt aandacht. We zien een goede kans om toeristische ontwikkelingen te stimuleren in goed bereikbare kernen aan de rand van het groenblauwe hart, met name in Kuinre en Oldemarkt. Deze kernen hebben niet alleen potentie voor meer bezoekers, maar kunnen ook profiteren van de economische impulsen die toerisme biedt. Dit versterkt de lokale economie, zorgt voor behoud van voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer, en draagt bij aan de leefbaarheid van de dorpen.
ad a.
Binnen veel linten en buurtschappen zijn de historische boerderijen van beeldbepalend belang. Leegstand gaat vaak hand in hand met achterstallig onderhoud, verpaupering en verloedering. Ook is het risico op ondermijnende activiteiten vergroot.
ad b.
Er zijn zorgen over het toenemende gebruik van woningen als vakantiehuis, of voor verhuur aan vakantiegangers. Dit zet de leefbaarheid in de vaardorpen onder druk.
ad c.
Erftransformaties leiden soms tot krimp van erven en het verlies van de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. In de meer verdichte bebouwingslinten ontstaat een risico op ruimtelijke verschraling door verlies van de karakteristieke functiemix van wonen en kleinschalige bedrijvigheid.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd.
Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen.
Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
ad d.
In de meer verdichte bebouwingslinten, zoals Kuinre en Oldemarkt, zijn verkeer en parkeren beeldbepalend geworden voor de openbare ruimte. Deze kernen hebben potentie voor meer bezoekers, maar vragen ook om zorgvuldige ruimtelijke afwegingen.
ad e.
De verwachting is dat een groot deel van de boeren de komende jaren gaat stoppen en dat gebouwen daardoor leeg komen te staan. Door hergebruik, transformatie of herbouw kunnen meerdere huishoudens op een erf gehuisvest worden, waarmee we bijdragen aan de woningvoorraad, de diversiteit aan woonmilieus en het behoud van cultuurhistorisch waardevol agrarisch erfgoed en behoud van erfgoed in Toekomstig mogelijk cultuurhistorische waardevolle linten
ad f.
De groei van het toerisme vraagt aandacht. In Kuinre en Oldemarkt kan toerisme bijdragen aan de lokale economie, het behoud van voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer, en de leefbaarheid van dorpen.

“Er moeten meer woningen komen voor zowel jongeren als ouderen. Als ouderen kunnen doorstromen, komt er ook weer plek vrij voor starters.”
De naoorlogse Woonwijken 1955 tot nu zijn vaak monofunctionele woonbuurten met een gepland of planmatig karakter. Ze hebben verkavelingsstructuren die verschillende ordeningsprincipes volgen, afhankelijk van de bouwperiode. Denk bijvoorbeeld aan de repeterende stempels van de wederopbouwwijken of de woonerven uit de jaren ’70 en ’80. Het beeld van deze wijken varieert van een grote mate van uniformiteit en collectiviteit in bijvoorbeeld Oostermeenthe tot juist een grote mate van variatie.
Leefbare, aantrekkelijke, groene, gezonde, klimaatbestendige, natuurinclusieve en duurzame woonwijken waar het goed en plezierig wonen is, nu en in de toekomst.
We zetten in op het behouden en versterken van de diversiteit aan woonmilieus, zowel in woningtypen als in woonomgeving. Daarbij streven we naar aantrekkelijke, leefbare wijken die aansluiten bij de specifieke kenmerken van iedere kern.
In bestaande wijken stimuleren we inbreiding en herstructurering met aandacht voor voldoende nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen voor ouderen, bij voorkeur in de nabijheid van voorzieningen. In kwetsbare wijken streven we naar een evenwichtiger bevolkingsopbouw door toevoeging van een passend woningaanbod, met behoud van het eigen karakter van de wijk.
Bij ontwikkelingen binnen de bestaande woonwijken zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van het eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
We verbeteren en breiden fiets- en wandelverbindingen uit, waardoor woonwijken beter worden verbonden met omliggende wijken, het landschap en recreatiemogelijkheden. Dit bevordert een gezonde leefstijl, vergroot de beleefbaarheid van het buitengebied en stimuleert bewegen.
Bij het toevoegen van functies in bestaande wijken kijken we eerst naar het hergebruiken of transformeren van ruimte, zoals parkeervoorzieningen. Hierbij blijft een goede parkeercapaciteit leidend, maar slimme mobiliteitsoplossingen, multifunctioneel ruimtegebruik en innovatieve voorzieningen zoals solar-carports helpen bij het efficiënt inzetten van schaarse ruimte.
Woningbouw wordt strategisch gepland in aansluiting op bestaande bebouwing in kernen zoals Oldemarkt, Sint Jansklooster en Steenwijkerwold, met oog voor het bodem- en watersysteem en met aandacht voor toekomstbestendige, klimaatrobuuste woonomgevingen.
In Steenwijk zijn uitbreidingslocaties mogelijk aan de rand van bestaande kernen. In Tuk kan ruimte tot aan de N334 benut worden voor nieuwe woningen met landschappelijke inpassing, waarmee de groene dorpsrand behouden blijft. Aan de Schansweg, nabij de binnenstad en voorzieningen, biedt de Kamp ruimte voor woningbouw. Tegelijkertijd werken we hier aan verkeersveiligheid, onder andere door de mogelijke invoering van een 30 km/u-regime op de Schansweg en Zuidveenseweg, en de aanleg van een groen landschapspark dat het open karakter langs de Burgemeester G.W. Stroïnkweg versterkt. Zie hiervoor ook paragraaf 4.2.10.4 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties woningbouw.
In Vollenhove richten we ons op inbreidingslocaties zoals Molenberg/Clarenberglaan en Canneveltstraat, met een accent op wonen en zorg dankzij de nabijheid van voorzieningen. Ook stimuleren we zelfbouw, bijvoorbeeld via CPO-initiatieven zoals aan het Roer in plan Noordwal. We realiseren een compacte, autoluwe uitbreidingswijk die goed is verbonden met het centrum en de landgoederenzone via fiets- en wandelroutes, met autoverkeer afgewikkeld via de provinciale weg Oppen Swolle. Zie hiervoor ook paragraaf 4.2.10.4 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties woningbouw.
ad a.
Het behouden en versterken van diverse woonmilieus sluit aan bij de uiteenlopende woonwensen en financiële draagkracht van bewoners en woningzoekenden. In wijken met een eenzijdige bevolkingsopbouw of eigendomssituatie kan een gevarieerd woningaanbod de leefbaarheid verbeteren.
ad b.
De nadruk ligt op woningen voor kleine huishoudens, zoals betaalbare starterswoningen en grondgebonden nultreden woningen met een slaap- en badkamer op de begane grond voor ouderen of andere kleine huishoudens. Nultreden, zorggeschikte en geclusterde woningen zijn nog niet opgenomen in het volkshuisvestingsprogramma.
ad c.
In naoorlogse wijken uit de jaren zeventig en tachtig is de buitenruimte vaak versteend, wat hittestress kan veroorzaken en de gezondheid beïnvloedt. Bij hevige regen is er wateroverlast in lagergelegen gebieden. Veel bestaande woningen voldoen niet aan moderne kwaliteitseisen, zoals energieprestatie.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd.
Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen.
Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
ad d.
Nieuwe woningbouwlocaties worden gezocht nabij bestaand bebouwd gebied, met aandacht voor het bodem- en watersysteem. Dit is essentieel om met een veranderend klimaat te kunnen blijven wonen en werken, vooral in gebieden met bodemdaling, slappe bodems of waterbeheeruitdagingen.
ad e.
Het volkshuisvestingsprogramma streeft naar een passende woning voor iedereen, met een gedifferentieerd woningbouwprogramma per kern. Multifunctioneel ruimtegebruik en innovatieve voorzieningen zoals solar-carports helpen bij het efficiënt inzetten van schaarse ruimte.
ad f.
Uitbreiding vindt alleen plaats op het Hoge Land, niet in laaggelegen gebieden zoals de Beekdalen, om problemen met water- en klimaatopgaven te voorkomen. Dit sluit aan bij de koerswijziging van het Rijk en de provincie Overijssel, waarbij ruimtegebruik zich aanpast aan het bodem- en watersysteem.
ad g.
Nieuwe woningbouwlocaties worden gezocht nabij bestaand bebouwd gebied, met aandacht voor het bodem- en watersysteem. Opties zijn anders bouwen, extra maatregelen om risico’s te beperken of alternatieve locaties kiezen.
ad h.
Met een toename van 65-plussers en een- en tweepersoonshuishoudens is er vraag naar goedkopere, kleinere, duurzamere en levensloopbestendige woningen.

“Er zijn wel banen, maar voor mensen met een hogere opleiding is het soms lastig om hier passend werk te vinden. Dan kijk je toch sneller buiten de stad of regio.
Bedrijventerreinen zijn gebieden die bedoeld zijn voor bedrijfsactiviteiten die niet in andere gebieden kunnen landen. Het gaat hierbij doorgaans om bedrijven die behoefte hebben aan meer ruimte, bepaalde infrastructurele voorzieningen of een hogere milieucategorie. Deze gebieden zijn daardoor redelijk monofunctionele terreinen, vaak aan de rand van de bebouwde kom en in de buurt van infrastructurele knooppunten.
De grotere bedrijventerreinen in Steenwijkerland vind je in Steenwijk, Vollenhove, Blokzijl en Oldemarkt. Deze bedrijventerreinen zijn goed bereikbaar via de provinciale wegen en hebben een korte reistijd naar de snelwegen A32 en A6. Een groot deel van de werkgelegenheid in Steenwijkerland is te vinden op deze bedrijventerreinen. Kenmerkend voor de werkgelegenheid in Steenwijkerland is dat een groot deel hiervan bestaat uit mkb, terwijl het aantal bedrijven met meer dan 100 werknemers beperkt is. Steenwijkerlanders zijn trots op het grote aantal familiebedrijven in de gemeente. Onderscheidende ontwikkelingen op de bedrijventerreinen in Steenwijkerland zijn bijvoorbeeld de hoogwaardige innovatieve maakindustrie op Groot Verlaat in Steenwijk en de energiehub op bedrijventerrein Eeserwold, waar lokale bedrijven samen energie opwekken, opslaan en gebruiken.
Op de bedrijventerreinen is plek voor milieubelastende activiteiten. Dit betekent dat we in deze gebieden ruimte bieden voor een hogere milieubelasting dan elders in de gemeente. Dit mag echter niet ten koste gaan van de gezonde leefomgeving in Steenwijkerland. Bij het beoordelen van nieuwe activiteiten wegen we altijd het effect op omliggende gebieden mee, zodat we de kwaliteit van de leefomgeving kunnen beschermen.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen die een aantrekkelijk en florerend ondernemersklimaat bieden met een groene en gezonde werkomgeving, die bijdragen aan klimaatdoelstellingen en die bestendig zijn voor de veranderende economie. Daarnaast een gevarieerde en actieve arbeidsmarkt met voldoende kans op werk en opleiding in Steenwijkerland.
We zetten allereerst in op het beter benutten, verduurzamen en toekomstbestendig maken van Bestaande bedrijventerrein. Het behouden van bedrijfsbestemmingen en milieucategorieën vormt daarbij het uitgangspunt.
Bij hergebruik van leegstaande of vrijkomende bedrijfspanden en bij herstructurering van bedrijventerreinen koppelen we ontwikkelingen nadrukkelijk aan energie- en klimaatopgaven. We stimuleren innovatieve energieconcepten zoals energiehubs, zetten in op zuinig gebruik van grondstoffen en natuurinclusief bouwen.
Voor zover het bestaande aanbod niet voorziet in de behoefte aan bedrijfskavels, creëren we ruimte voor uitbreiding van bedrijventerreinen. Daarbij hanteren we het principe van concentratie en regionale afstemming. Steenwijk kan voorzien in regionale bedrijventerreinbehoefte; in de overige kernen faciliteren we alleen lokale behoefte.
Bij voorkeur zoeken we ruimte voor de Gewenste aanvulling hoofdwegenstructuur, met aandacht voor het bodem- en watersysteem. Nieuwe terreinen moeten klimaatrobuust, natuurinclusief en multimodaal ontsloten zijn: goed bereikbaar per fiets, auto, OV en met mogelijkheden voor duurzame ketenmobiliteit.
Verduurzaming en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit staan centraal bij zowel uitbreiding als herontwikkeling van bedrijventerreinen. Dit vraagt om kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, aantrekkelijke architectuur en groen van formaat — geen snippergroen, maar landschappelijke kwaliteit met grote bomen en natuurlijke inrichting die uitnodigt tot bewegen en ontmoeting.
Het verbeteren van en toevoegen van Gewenste fietspaden en wandelverbindingen zorgen voor een betere relatie tussen bedrijventerreinen, de omliggende kernen en het landschap. Aandacht voor een zachte overgang tussen dorp en landschap versterkt de landschappelijke inpassing.
Veiligheid en gezondheid zijn onmisbare randvoorwaarden. Afstanden tussen bedrijvigheid en woonwijken worden zorgvuldig meegewogen.
We benutten cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten van bedrijventerreinen om het vestigingsklimaat te versterken en zo ook werkgelegenheid en toerisme te stimuleren.
Samen met de gemeente Meppel verkennen we de mogelijkheid voor een regionaal bedrijventerrein aan de corridor A32. Dit kan bijdragen aan regionale samenwerking, duurzame energieopwekking en biedt groeikansen voor lokale bedrijven.
In Vollenhove ligt een belangrijke kans voor verduurzaming en herstructurering op bedrijventerrein De Weyert, waar inbreiding, herontwikkeling of verplaatsing naar de rand van Vollenhove wordt onderzocht. Hiermee voorkomen we leegstand, versterken we economische functies en maken we bedrijventerreinen toekomstbestendig.
Waar bedrijvigheid geen toekomstperspectief meer heeft, maken we ruimte voor transformatie. In Vollenhove onderscheiden we daarbij locaties nabij de historische kern, die op termijn kunnen ‘verkleuren’ naar wonen. Dit draagt bij aan de kwaliteit en leefbaarheid van de kernen en voorkomt leegstand.
ad a.
Verouderde panden en terreinen verhogen het risico op leegstand, verpaupering en ondermijning. Vitaliteit van bedrijventerreinen in Steenwijkerland vraagt om investeringen in hernieuwbare energie, klimaatadaptatie, circulaire economie en natuurinclusieve omgevingen.
ad b.
In lijn met Europese doelen: 42,5% hernieuwbare energie (streefdoel 45%), 38% energie-efficiëntie en een circulaire economie in 2050. Netcongestie beperkt nieuwe grootverbruikersaansluitingen, wat groei van bedrijvigheid remt.
ad c.
Er is een tekort aan bedrijfskavels: 7–12 hectare in Steenwijk en 3 hectare in Vollenhove. Onder regie van de provincie maken we afspraken om vraag en aanbod van bedrijventerreinen in balans te houden, passend bij de (boven)regionale markt.
ad d.
Uitbreiding van bedrijventerreinen houdt rekening met het bodem- en watersysteem om klimaatrobuustheid te waarborgen en water- en klimaatopgaven niet te verergeren. In gebieden met bodemdaling, slappe bodems of waterbehoefte kiezen we voor alternatieve bouwmethoden, risicobeperkende maatregelen of andere locaties.
ad e.
Krappe, versteende openbare ruimtes vergroten hittestress en wateroverlast. Door het klimaatrobuust inrichten van deze terreinen komt er ruimte voor water en groen. De groeninrichting gaat niet alleen de hittestress tegen, maar zorgt ook voor een gezondere verblijfomgeving.
ad f.
De mobiliteitstransitie vraagt om schonere, slimmere mobiliteit. Betere ontsluiting voor fietsers, voetgangers, OV en duurzame ketenmobiliteit stimuleert gedragsverandering en een gezondere leefomgeving. Veel terreinen zijn echter slecht bereikbaar voor voetgangers en fietsers, met beperkte OV-verbindingen.
ad g.
Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor wonen, werken en vrije tijd is essentieel in de regionale concurrentie. De meeste bedrijventerreinen kenmerken zich door veel bebouwing/verharding en weinig groen, wat wateroverlast en hittestress veroorzaakt.
ad h.
Een kwaliteitsslag, in samenwerking met de Business Club Steenwijk en VOC, is nodig om bedrijven op de juiste plek te krijgen. Dit versterkt het vestigingsklimaat en voorkomt leegstand.
ad i.
Steenwijk kan voorzien in regionale bedrijventerreinbehoefte; in de overige kernen faciliteren we alleen lokale behoefte. Duurzaamheid, natuurinclusief bouwen en directe fietsverbindingen zijn leidende principes.
ad j.
In Vollenhove ligt een belangrijke kans voor verduurzaming en herstructurering op bedrijventerrein De Weyert. Hiermee voorkomen we leegstand, versterken we economische functies en maken we bedrijventerreinen toekomstbestendig.
ad k.
In Vollenhove onderscheiden we locaties nabij de historische kern, die op termijn kunnen verkleuren naar wonen. Dit draagt bij aan de kwaliteit en leefbaarheid van de kernen en voorkomt leegstand.

“Er moeten meer leuke plekken komen om te spelen, zoals een voetbalveldje, een pannakooi of een kabelbaan. En het moet er wel netjes uitzien, zonder hondenpoep.”
Het Groenblauwe raamwerk is de gemeentelijke hoofdstructuur van water en groen. Onderdeel van deze hoofdstructuur zijn zowel historische als nieuwe stedelijke structuren. Voorbeelden van historische structuren zijn de vestingwallen om de historische kern van Blokzijl en Steenwijk, in het groen ingebedde waterwegen als de Steenwijker Aa en de door bomen begeleide historische wegen als de Laan van Toutenburgh in Vollenhove en oude dijken als de Weerdijk in Oldemarkt. Voorbeelden van nieuwe groenstructuren zijn de brede grasbermen met bomenrijen langs belangrijke ontsluitingswegen en grote groengebieden als de Groene Long in Steenwijk met sportvelden, fiets- en wandelpaden, waterpartijen en volks- en speeltuinen.
Een robuust Groenblauwe raamwerk dat ruimte biedt voor sport, spelen, beweging, ontmoeting en ontspanning om de effecten van klimaatverandering als wateroverlast en hittestress te beperken, waterkwaliteit te verbeteren, Ook verbindt het groenblauwe raamwerk de ecologische structuren en gebieden in het buitengebied met het bebouwd gebied. Daarmee wordt de biodiversiteit in het bebouwd gebied versterkt en natuur ‘tot aan de voordeur’ gebracht.
We zetten in op het behouden, benutten en waar mogelijk versterken van (de kwaliteiten van) het Groenblauwe raamwerk met daarbij bijzondere aandacht voor:
het versterken van de biodiversiteit in bebouwd gebied – met de basiskwaliteit natuur (BKN) als richtlijn;
de mogelijkheden om effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) te beperken;
de mogelijkheden om mensen te verleiden om te bewegen en te spelen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten.
We koesteren en versterken waar mogelijk de eigenheid, continuïteit en kwaliteit van historische structuren en patronen.
We zetten in op het vergroten van de relatie met en de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het water.
Daar waar de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking te wensen over laat gaan we aan de slag met het verbeteren van de toegankelijkheid.
We zetten in op het aanvullen van ontbrekende schakels in het groenblauwe raamwerk.
Uitbreiding van steden en kernen - met woningbouw of bedrijventerrein - gaat samen met uitbreiding van het groenblauwe raamwerk. Zie ook 4.2.10 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties
ad a.
Het Groenblauwe raamwerk vervult belangrijke functies voor mens, natuur en economie:
het draagt bij aan de kwaliteit van onze (woon-, werk- en) leefomgeving (aantrekkelijk én gezond);
biedt ruimte voor ontmoeting en verbinding -> van belang voor de sociale cohesie en daarmee de leefbaarheid in de wijk/buurt, kan op die manier ook bijdragen aan de vermindering van eenzaamheid;
biedt ruimte voor sport, spelen, beweging en ontspanning -> van belang voor ons welzijn, onze gezondheid (kan bijdragen aan bijvoorbeeld de vermindering van overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten, en aan geestelijk welzijn en welbevinden)
draagt bij aan het beperken van de effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress, welzijn, gezondheid);
zorgt voor behoud/verhoging van de biodiversiteit en maakt natuurbeleving in de directe leefomgeving mogelijk; geeft een meerwaarde aan onroerend goed;
draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven.
In bepaalde delen laten het onderhoud en de kwaliteit van de openbare ruimte te wensen over. Bewoners vragen specifiek aandacht voor de grote bomen (“wees daar zuinig op!”), groen van formaat (“snippergroen heeft weinig toegevoegde waarde”) en de groter wordende groep ouderen. Dit laatste o.a. omdat op sommige plaatsen de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor mensen in een rolstoel of met een rollator te wensen over (dit geldt overigens ook voor mensen met een kinderwagen) – zie ook (ad) d.
De bijzondere aandacht voor het versterken van de biodiversiteit, de mogelijkheden om effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) te beperken en de mogelijkheden om mensen onder andere te verleiden om te bewegen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten, komen voort uit overkoepelende opgaven:
De afgelopen decennia is de biodiversiteit (de verscheidenheid aan plant- en diersoorten) afgenomen. Wereldwijd verdwenen er o.a. kwetsbare planten, vogels en insectensoorten.
Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met hevige regenbuien, perioden van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Ook in Steenwijkerland. Zo laten de klimaatstresstesten onder andere zien dat er in delen van de steden en kernen bij hevige of aanhoudende regen sprake is van wateroverlast in lager gelegen delen. En zien we, vooral in dichter bebouwde delen van de steden en kernen met veel steen en weinig groen en water, bij hogere temperaturen een groter risico op hittestress.
Veranderingen in onze leefstijl hebben de afgelopen decennia onder andere geleid tot een forse toename van het aantal mensen met overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten. In Steenwijkerland is het totale percentage jongeren met overgewicht hoger dan in de regio (20% versus 15%), maar Steenwijkerland wijkt daarin niet of nauwelijks af van het landelijke beeld. Dit geldt ook voor de cijfers over eenzaamheid, een punt van zorg onder ouderen én jongeren. De laatste jaren zien we tevens een stijging van het aantal mensen met psychische klachten.
ad b.
Het belang van het koesteren en waar mogelijk versterken van de eigenheid, continuïteit en kwaliteit van historische structuren en patronen ligt in het behoud van de leesbaarheid en de (streekeigen) identiteit van onze leefomgeving; mensen hebben niet alleen behoefte aan een aantrekkelijke, maar ook een herkenbare omgeving.
ad c.
Uit onderzoek van de provincie Overijssel blijkt dat een tekort aan zwemwater ontstaat bij groei van het aantal inwoners. In Steenwijkerland kun je, ondanks het vele water binnen de gemeentegrenzen, het water ook niet overal goed beleven: “Er is bijvoorbeeld nog weinig zwemwater met strandjes.” Meer plek voor waterrecreatie zien we dan ook als een belangrijke meekoppelkans, zeker bij de water- en klimaatopgaven.
ad d.
M.b.t. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte: een inclusieve samenleving creëert de noodzakelijk condities voor mensen met een beperking om naar wens en vermogen mee te doen in de samenleving. Een (fysiek) toegankelijke leefomgeving draagt hier aan bij.
ad e.
Met het toevoegen van ontbrekende schakels werken we toe naar een continu, samenhangend groenblauw raamwerk. Denk hierbij aan schakels binnen de kernen, maar ook in verbindingen met het omliggende landschap en de natuur ‘om de hoek’. Belangrijk voor mens, plant en dier. Door dit te koppelen aan het wandel- en fietsnetwerk (ad f.) draagt het ook bij aan de noodzakelijke verandering van mobiliteit (schoner, slimmer en anders). En daarmee aan een schoner en gezonder leefmilieu en een betere gezondheid.

“Toerisme is op zich prima, maar het mag niet ten koste gaan van de natuur en het wonen. Als je het beter spreidt en de druk op kwetsbare plekken vermindert, blijft het voor iedereen leefbaar.”
Onder Verblijfsrecreatiegebieden verstaan we gebieden voor recreatieve en toeristische verblijfs- en overnachtingsmogelijkheden, zoals kampeerplaatsen en (complexen van) recreatiewoningen. In dit hoofdstuk richten we ons vooral op de campings en recreatiewoningen in vakantieparken. Deze liggen veelal in of gekoppeld aan aantrekkelijk landschappen in de gemeente. De kwaliteit van het landschap bepaalt vaak de aantrekkelijkheid van de camping of recreatiewoningen.
Steenwijkerland kent een vitale verblijfssector. Het aanbod verblijfsrecreatie bestaat uit circa 275 accommodaties (recreatiewoningen, hotelkamers, ligplaatsen, kampeerplaatsen etc.) met naar schatting circa 24.500 slaapplaatsen. Circa 73% van deze slaapplaatsen zijn te vinden op de campings en in (complexen van) recreatiewoningen.Een aanzienlijk deel van deze campings en (complexen van) recreatiewoningen is te vinden aan het water (in onder andere Giethoorn, Ossenzijl en Wanneperveen) en in de bosrijke omgeving op het Hoge land (rondom Paasloo en in de directe omgeving van de Bult en de Eese).
Een aantrekkelijk, gastvrij, vitaal, duurzaam, authentiek, onderscheidend en gedifferentieerd verblijfsaanbod, passend in het landschap en bij de identiteit van Steenwijkerland.
In de Verblijfsrecreatiegebieden bewaren we de balans tussen natuur en toerisme. We gaan zorgvuldig om met de landschappelijke en ecologische kwaliteiten die deze gebieden aantrekkelijk maken. Rust, ruimte en biodiversiteit zijn daarbij kernwaarden. We koesteren het open landschap en de ecologische netwerken. Bij het toestaan van nieuwe verblijfsaccommodaties wegen we zorgvuldig de invloed op verkeersdrukte, ecologische impact en milieueffecten mee.
Nieuwe ruimte voor aanbodontwikkeling, invulling van de ‘gele vlekken’ uit provinciaal beleid, zien we in de directe omgeving van goed bereikbare kernen in de schil rond het groenblauwe hart van Steenwijkerland, zoals Steenwijk, Oldemarkt, Blokzijl, Vollenhove en Kuinre — de Entreekernen Nationaal Park Nieuwe Stijl.. Hier ligt het accent op aanvullend aanbod en het versterken van plekken met draagvlak en potentie voor meer bezoek, inclusief minder bekende locaties.
In Giethoorn en het deelgebied De Groene Schatkamer is geen ruimte voor uitbreiding van verblijfsrecreatie, tenzij sprake is van een innovatief concept dat bijdraagt aan versterking van de kwaliteit, eigenheid en beleving van het gebied. Ook kan nieuwe ontwikkeling hier onderdeel zijn van een kwaliteitsimpuls of verplaatsing van bestaande terreinen.
In Giethoorn biedt verplaatsing van verblijfsrecreatieterreinen kansen om de kwaliteit en identiteit van het gebied te versterken. Hierdoor ontstaat ruimte voor oeverrecreatie, natuurherstel en vermindering van verkeersdrukte. Hoogwaardige verblijfsrecreatie kan aan de randen van het dorp worden gecombineerd met uitbreiding van het vaarlandschap en nieuwe natuur. Dit ontlast het beschermd dorpsgezicht en draagt bij aan een kwaliteitsimpuls voor de beleving van authentiek Giethoorn.
Grootschaliger aanbodontwikkeling voor verblijfsrecreatie wordt nadrukkelijk alleen gezien op de zogenaamde ‘gele vlekken’: zoeklocaties voor nieuwe hoogwaardige verblijfsrecreatie. Hier kunnen kansen ontstaan voor uitbreiding van het vaarlandschap en het versterken van het onderscheidende profiel van Steenwijkerland.
We zetten in op kwaliteit en diversiteit van het verblijfsaanbod in plaats van kwantiteit.
In nieuwe natuurgebieden kan verblijfsrecreatie worden verbonden aan de kwaliteiten van de omgeving en worden gedifferentieerd naar het karakter van de plek, passend binnen het groenblauwe raamwerk en de ecologische doelen.
We stimuleren zowel het hogere segment (‘vijfsterrenverblijven’) als het eenvoudige, ‘back-to-basic’ kamperen voor avontuurlijke doelgroepen. Hiermee spelen we in op trends waarbij bezoekers op zoek zijn naar unieke en persoonlijke ervaringen.
Het permanent bewonen van recreatiewoningen, waaronder chalets en stacaravans op recreatieparken, blijft niet toegestaan. Wel bestaat de mogelijkheid om solitaire recreatiewoningen een andere bestemming te geven. Om permanente bewoning te ontmoedigen, worden nieuwe recreatieve onderkomens gemaximaliseerd tot 70 m².
Wanneer een vakantiepark of camping geen recreatief toekomstperspectief meer heeft, wordt transformatie naar andere functies mogelijk gemaakt.
ad a.
Verkeersstromen van en naar vakantieparken veroorzaken soms overlast, wat impact heeft op leefbaarheid en verkeersveiligheid. Recreatie en toerisme zijn belangrijke economische pijlers voor Steenwijkerland, maar op bepaalde plekken, zoals Giethoorn, staan leefbaarheid en natuur onder druk.
In bepaalde delen laten het onderhoud en de kwaliteit van de openbare ruimte te wensen over. Bewoners vragen specifiek aandacht voor de grote bomen (“wees daar zuinig op!”), groen van formaat (“snippergroen heeft weinig toegevoegde waarde”) en de groter wordende groep ouderen. Dit laatste o.a. omdat op sommige plaatsen de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor mensen in een rolstoel of met een rollator te wensen over (dit geldt overigens ook voor mensen met een kinderwagen) – zie ook (ad) d.
De bijzondere aandacht voor het versterken van de biodiversiteit, de mogelijkheden om effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) te beperken en de mogelijkheden om mensen onder andere te verleiden om te bewegen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten, komen voort uit overkoepelende opgaven:
De afgelopen decennia is de biodiversiteit (de verscheidenheid aan plant- en diersoorten) afgenomen. Wereldwijd verdwenen er o.a. kwetsbare planten, vogels en insectensoorten.
Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met hevige regenbuien, perioden van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Ook in Steenwijkerland. Zo laten de klimaatstresstesten onder andere zien dat er in delen van de steden en kernen bij hevige of aanhoudende regen sprake is van wateroverlast in lager gelegen delen. En zien we, vooral in dichter bebouwde delen van de steden en kernen met veel steen en weinig groen en water, bij hogere temperaturen een groter risico op hittestress.
Veranderingen in onze leefstijl hebben de afgelopen decennia onder andere geleid tot een forse toename van het aantal mensen met overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten. In Steenwijkerland is het totale percentage jongeren met overgewicht hoger dan in de regio (20% versus 15%), maar Steenwijkerland wijkt daarin niet of nauwelijks af van het landelijke beeld. Dit geldt ook voor de cijfers over eenzaamheid, een punt van zorg onder ouderen én jongeren. De laatste jaren zien we tevens een stijging van het aantal mensen met psychische klachten.
ad b.
Een rijk en onderscheidend verblijfsaanbod is cruciaal voor de concurrentiekracht van Steenwijkerland als vakantiebestemming of uitje. Door verblijfsrecreatiegebieden sterker te verbinden met de omgeving wordt het aanbod specifieker, wat bijdraagt aan onderscheidend vermogen en versterking van de gebiedsidentiteit.
ad c.
Op bepaalde plekken, zoals Giethoorn, staan leefbaarheid en natuur onder druk. Bij verdere groei van het toerisme is inzetten op verrijking van de bezoekerservaring door verbinden van onze iconen/parels noodzakelijk.
ad d.
Door verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de omgeving wordt het aanbod specifieker, wat bijdraagt aan onderscheidend vermogen en versterking van de gebiedsidentiteit. Dit maakt terreinen ook onderdeel van het recreatieve netwerk.
ad e.
Het verblijfsrecreatie-aanbod in Steenwijkerland is relatief eenzijdig, mede door de overname van campings door grote partijen en de verschuiving naar chalet- en duurdere vakantieparken. Het hotelaanbod is beperkt, en een deel van de accommodaties wordt gebruikt voor andere doeleinden, zoals de opvang van Oekraïners.
ad f.
Ontwikkelingen op bestaande terreinen of beperkte uitbreiding daarvan moeten bijdragen aan differentiatie van het aanbod (niet ‘meer van hetzelfde’) en gaan idealiter gepaard met een duidelijke kwaliteitsimpuls. Denk aan landschappelijke versterking, verbetering van architectonische kwaliteit of een betere inpassing in het omringende landschap.
ad g.
Door verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de omgeving wordt het aanbod specifieker, wat bijdraagt aan onderscheidend vermogen en versterking van de gebiedsidentiteit. Dit maakt terreinen ook onderdeel van het recreatieve netwerk.
ad h.
We stimuleren zowel het hogere segment (‘vijfsterrenverblijven’) als het eenvoudige, ‘back-to-basic’ kamperen voor avontuurlijke doelgroepen. Hiermee spelen we in op trends waarbij bezoekers op zoek zijn naar unieke en persoonlijke ervaringen.
ad i.
Recreatiewoningen voldoen vaak niet aan technische eisen voor permanente bewoning, zoals brandveiligheid. In Steenwijkerland is (semi)permanente bewoning, onder andere door arbeidsmigranten, ook een issue, wat impact heeft op het aanbod van verblijfsrecreatie en de klantbeleving. Steeds meer parken bieden onderdak aan kwetsbare personen en gezinnen die nergens anders terechtkunnen, wat risico’s met zich meebrengt zoals mensen die van de radar verdwijnen en een verhoogd risico op criminele activiteiten, zoals ondermijning.
ad j.
Beperkte transformatie naar wonen kan bijdragen aan het verminderen van de druk op de woningmarkt. Ook tijdelijke huisvesting op recreatieparken kan, mits regionaal afgestemd binnen het woonbeleid, worden ingezet als tussenoplossing. Dergelijke transformaties moeten echter altijd zorgvuldig worden afgewogen en gepaard gaan met kwaliteitsverbetering van het gebied.
Steenwijkerland is een gemeente waar het landschap, de dorpen en de mensen samen een hechte gemeenschap vormen. Van de historische stad Steenwijk tot de karakteristieke kernen van Vollenhove, Oldemarkt, Blokzijl, Giethoorn, Wanneperveen, Tuk en Steenwijkerwold: elke plek draagt bij aan de unieke identiteit van onze gemeente. Het is een plek waar het fijn wonen, werken en recreëren is, midden in een omgeving van natuur, water en cultuurhistorie.
Toch staan we ook voor belangrijke keuzes. De wereld verandert, en Steenwijkerland verandert mee. We zien een groeiende vraag naar woningen, een toenemende behoefte aan ruimte voor bedrijven en voorzieningen die aansluiten bij de wensen van onze inwoners. Jongeren die hier willen blijven, gezinnen die zich willen vestigen, ondernemers die kansen zien — zij vragen om nieuwe mogelijkheden.
Die mogelijkheden willen we bieden, maar altijd op een manier die past bij de kernwaarden van Steenwijkerland. Groei mag nooit ten koste gaan van de kwaliteiten die onze gemeente zo bijzonder maken. Daarom kiezen we voor een ontwikkeling waarbij het groenblauwe raamwerk als fundament dient. Dit netwerk van natuur, water, groenstructuren en landschappen vormt de ruggengraat van nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en voorzieningen. Het zorgt voor leefomgevingen die niet alleen functioneel zijn, maar ook bijdragen aan biodiversiteit, klimaatbestendigheid en gezondheid.
We bouwen natuurinclusief, waarbij flora en fauna vanaf het eerste ontwerp worden meegenomen en waar ruimte is voor water, groen en schaduw. Dit betekent niet alleen groene straten en pleinen, maar ook slimme verbindingen met het omringende landschap, de Groene schatkamer, het Hoge Land en aandacht voor duurzame energieinclusief en circulair bouwen.
In dit hoofdstuk benoemen we zowel de beoogde Ontwikkellocatie woningen , Ontwikkellocatie voorzieningen en Ontwikkellocatie bedrijven als de Zoekrichting woningbouw en de Zoekrichting bedrijven. Denk aan het versterken van Steenwijk als stedelijk hart en economische motor, het behouden en versterken van levendige kernen als Vollenhove, Sint Jansklooster, Oldemarkt, Tuk en Steenwijkerwold, en het creëren van nieuwe woon- en werkmogelijkheden die aansluiten bij de schaal en het karakter van de verschillende kernen. We verkennen waar en hoe we ruimte willen maken voor groei - met respect voor het landschap, de natuur en de mensen die hier wonen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendig Steenwijkerland, waarin iedereen zich thuis kan blijven voelen.
Steenwijkerland groeit met respect voor het landschap, de natuur en gemeenschap. We creëren ruimte voor wonen, werken en voorzieningen op plekken die passen bij de identiteit van onze kernen. Ontwikkelingen worden gedragen door het groenblauwe raamwerk, met aandacht voor natuurinclusief, klimaatbestendig en duurzaam bouwen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendig Steenwijkerland waar iedereen zich thuis blijft voelen.
Tot 2035 ligt er een opgave om 1.735 woningen toe te voegen voor de lokale behoefte in de hele gemeente. Voor Deze opgave is grotendeels ingevuld op inbreidingslocaties (deels gerealiseerd en deels op genomen in plannen). In het woonbeleid is tevens de ambitie uitgesproken om, aanvullend op de lokale behoefte, 1.000 tot 1.500 woningen toe te voegen tot 2040 in Steenwijk. In 2025 wordt in het nieuwe woonbeleid de lokale en bovenregionale woningopgave geactualiseerd. Met de bouw van nieuwe woningen wil de gemeente voorzien in genoeg passende woningen voor verschillende doelgroepen, zoals 0-tredenwoningen, gezinswoningen, startersappartementen, seniorenwoningen en bijzondere woonconcepten. Het uitgangspunt is dat er 30% sociale huurwoningen, 40% middeldure huur-of betaalbare koopwoningen en 30% vrije sectorwoningen gebouwd worden. Wat betreft de bestaande woningen is het belangrijk om deze te verduurzamen en levensloopbestendig te maken. De verdere uitwerking vindt plaats in het Volkshuisvestingsprogramma.
We zetten in op de ontwikkeling van aantrekkelijke, groene en gezonde woonwijken die klimaatbestendig, natuurinclusief en duurzaam zijn. Deze wijken bieden een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de behoeften van verschillende doelgroepen, waaronder ouderen, een- en tweepersoonshuishoudens en mensen met een bijzondere woonvraag.
Bij het zoeken naar aanvullende ruimte voor woningbouw doen we dit in aansluiting op bestaand bebouwd gebied en Bij het zoeken naar aanvullende ruimte voor woningbouw doen we dit in aansluiting op bestaand bebouwd gebied en zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
De realisatie van nieuwe woonwijken gaat samen met maximale inzet op opwek van energie, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief bouwen, veilige en directe fiets- en wandelverbindingen met de bestaande (voorzieningen in de) kern en uitbreiding van het groenblauwe raamwerk (zie 4.2.8 Groenblauwe raamwerk).
Bij het uitwerken van nieuwe plannen ontwerpen we vanuit het belang van de langzame weggebruiker. Daarvoor hanteren we de volgorde: stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteit als een dienst, personenauto (STOMP-principe).
Lokale behoefte
In Vollenhove ligt de focus op de transformatie van landelijke percelen naar een gevarieerd woongebied. Op Oppen Swolle wordt ingezet op een mix van huur en koop, passend bij verschillende doelgroepen. Clarenberglaan, Molenberglaan en Canneveltstraat bieden ruimte voor nieuwe woonvormen, waaronder ook seniorenhuisvesting.
Steenwijkerwold en de noordoostelijke kernen worden versterkt door kleinschalige uitbreidingen en inbreidingen nabij voorzieningen. Holthinge Campweg en het gebied achter boerderij Linthorst krijgen nieuwe wooninitiatieven, en de Beek geldt als potentiële ontwikkellocatie.
In Steenwijk en Tuk ligt de nadruk op grootschalige uitbreiding en binnenstedelijke verdichting. Kornputkwartier fase IV, Stormbaan en Steenwijk Zuidoost (Betap Crilux) maken deel uit van de plannen. Ook Eeserwold en Oostercluft worden verder ontwikkeld, met aandacht voor verschillende woonbehoeften. In Eesveen wordt gekeken naar herbestemming van een oud horecacomplex.
In Blokzijl, Oldemarkt, Sint Jansklooster, Belt-Schutsloot en Giethoorn zijn diverse initiatieven in samenwerking met woningcorporaties en ondernemers. Noordermaten IV, het oude gemeentehuis in Oldemarkt en Krukmansveldweg zijn in ontwikkeling. Ook Windsingel, Molenkampen IV en Vaste Belterweg maken deel uit van de regionale woningbouwagenda.
Wanneperveen breidt uit met nieuwe woningen en een brede school en in Ossenzijl worden tijdelijke huisvestingsmogelijkheden voor starters gerealiseerd.
Bovenregionale opgave
Als onderdeel van de regio Zwolle werkt Steenwijk mee aan de Verstedelijkingsstrategie ‘Warme Harten in een klimaatadaptieve Delta’ (2023). Als middelgrote kern met een intercitystation liggen in Steenwijk bijzondere kansen om bij te dragen aan de regionale ambities. Bij het intercitystation liggen er kansen voor verdichting en functiemenging, een mobiliteitsknoop voor stad en regio en stationsgebied waar je prettig kan verblijven en comfortabel fietsen. In Steenwijk liggen er kansen om nieuwbouw te realiseren met aandacht voor lokale identiteit, vitaliteit en klimaatopgaven. Steenwijk heeft de ambitie om als onderdeel van deze regionale strategie 1.000 tot 1.500 woningen te bouwen in Steenwijk tot 2040.
Aan de hand van 7 ontwikkelprincipes uit de verstedelijkingsstrategie van regio Zwolle (Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta) wordt in de regio invulling gegeven aan het accommoderen van ontwikkelingen (wonen en werken, groen, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit), aan het versterken van de concurrentiekracht van de regio (economisch profiel en kwaliteit vestigingsklimaat), aan het bereikbaar blijven in de regio en in de stad (functionerend systeem en mobiliteitstransitie) en aan het benutten en versterken van kwaliteiten in bestaande en nieuwe gebieden (leefbaarheid, natuurinclusiviteit, landschap en energietransitie).
In Steenwijk liggen de woningen op steenworp afstand van winkels, vertier en voorzieningen. De stad blijft richting 2050 groeien en doet dit op de wijze die bij de stad past: in de nabijheid en met zorg ingepast in en aan de stad en op hogere gronden. Door de gebalanceerde mix van inbreiding en uitbreiding is er, naast ruimte voor de lokale opgave (820 woningen), ruimte voor de ambitie van 1.000 - 1.500 woningen, blijft er in de bestaande wijken ruimte voor groen en aan de stadsranden gaat de woningbouw hand in hand met de ontwikkeling van toegankelijke groene gebieden. Omliggende kernen met kenmerkende identiteit, zoals Zuidveen en Steenwijkerwold, blijven vrij gelegen van Steenwijk met groen en landschap rondom.
De Oostermeenthe zuidis zeer geschikt om als stedelijke woonomgeving te ontwikkelen vanwege zijn centrale ligging nabij voorzieningen en het station. Daarbij zijn er mogelijkheden voor winkels, werken, voorzieningen en de vernieuwing van de scholen. Kansrijk is de herinrichting van de Steenwijker Aa met oog op wateropvang en infiltratie, voor de ecologie in en aan het water, en als wandel en fietsroute naar het buitengebied langs de historische loop van de Aa.
Tuk noordwestis een kansrijke locatie voor woningbouw door de ligging op de hoge gronden en dicht bij de kern van Tuk. Er liggen hier kansen voor een groene woonwijk met afwisselend brede open groene ruimtes die aansluit op het karakter van Tuk, het coulisselandschap en hoogteverschillen.
De Kamp is geschikt als woningbouwlocatie door zijn gunstige ligging. Voorzieningen en vesting liggen om de hoek waardoor deze goed te voet en fiets te bereiken zijn. Het gebied is hoger gelegen waardoor het voor woningbouw vanuit het bodem en watersysteem geschikt is. Het gebied ligt aan bestaande wegen en paden waardoor er geen grote investeringen nodig zijn in nieuwe wegen. Daarnaast heeft de gemeente een groot deel van het gebied in eigendom en kan het sterk regie voeren op de ontwikkeling van zowel te ontwikkelen woongebied als het openbare groene landschap.
Woningbouw komt tegen Steenwijk aan te liggen aan de noordzijde van het focusgebied. Er is ruimte voor circa 375 woningen. Hier liggen mogelijkheden om een gemengd programma te realiseren met veel betaalbare en middeldure woningen, grondgebonden en gestapeld en voor diverse doelgroepen (staters, ouderen en gezinnen). Tegen de hoge delen van de Kamp zijn de gebouwen laag. In de lagere delen kunnen ze wat hoger zijn. Het gebied is interessant voor bijzondere (collectieve) woonvormen. De Kamp is kansrijk als een meer landschappelijk woonmilieu, niet door grote kavels, maar juist door kleinere kavels en woningen aan het openbare groen. Daarbij past ook een hedendaagse aandacht voor energieneutraal, klimaatadaptief, natuurinclusief en biobased (houtbouw) bouwen. Steenwijk komt door de ontwikkeling weer meer aan de Kamp te liggen. Niet de Schansweg bepaalt het aangezicht, maar een groene woonwijk en landschapspark. De loop van historische routes en zichtlijnen op de Grote Kerk worden zorgvuldig ingepast.
De Spoorzoneis van strategisch belang als belangrijke multimodale (overstaps)locatie voor stad en regio. Investeringen in de knoop zorgen voor een beter functioneren van het intercitystation en voor betere verbindingen in de stad. Lopen, fietsen en ov krijgen een impuls. De spoorzone wordt daarnaast goed benut en ontwikkeld tot een prettige woon-, werk- en verblijfsplek.
De Binnenstadspeelt op talloze vlakken een centrale rol in Steenwijk. Het historische en dynamische hart van Steenwijk wordt ruimtelijk en programmatisch versterkt. De vesting wordt groener, met meer aandacht voor cultuurhistorie, verblijf en fietsen. De binnenstad is en blijft een aantrekkelijke ontmoetingsplek waar ook gewoond wordt.

Figuur 5: Beoogde woningbouwaantallen in Steenwijk (bron: Stadsvisie Steenwijk 2050 'stad en landschap dichtbij', 2025)
Alle bedrijventerreinen in Steenwijk dragen bij aan een sterke, duurzame economie voor de stad en de regio. Er wordt geïnvesteerd in innovatieve bedrijven, circulaire economie en een groene inrichting van de bedrijventerreinen. Daarnaast wordt gezorgd voor voldoende werkgelegenheid en een interessante werkomgeving voor jongeren, bijvoorbeeld door ruimte aan start-ups te bieden. Er is op dit moment behoefte aan uitbreiding van bedrijventerreinen. De huidige behoefte aan bedrijventerrein overstijgt het aanbod met 12 hectare (Biro, Provincie Overijssel, Stec groep, gemeente Steenwijkerland). In regionaal verband is er een opgave voor bedrijventerreinen. Uit het onderzoek Ruimtelijke Economische Bouwsteen van de regio Zwolle, komt voort dat er een zoekopgave is voor terreinen langs de corridors van snelwegen.
Toekomstbestendige bedrijventerreinen die een aantrekkelijk en florerend ondernemersklimaat bieden met een groene en gezonde werkomgeving, die bijdragen aan klimaatdoelstellingen en die bestendig zijn voor de veranderende economie. Daarnaast een gevarieerde en actieve arbeidsmarkt met voldoende kans op werk en opleiding in Steenwijkerland.
We zetten allereerst in op het beter benutten, verduurzamen en toekomstbestendig maken van Bestaande bedrijventerrein. Het behouden van bedrijfsbestemmingen en milieucategorieën vormt daarbij het uitgangspunt.
Bij hergebruik van leegstaande of vrijkomende bedrijfspanden en bij herstructurering van bedrijventerreinen koppelen we ontwikkelingen nadrukkelijk aan energie- en klimaatopgaven. We stimuleren innovatieve energieconcepten zoals energiehubs, zetten in op zuinig gebruik van grondstoffen en natuurinclusief bouwen.
Uitbreiding van bedrijventerrein gaat samen met uitbreiding van het groenblauwe raamwerk
Van belang zijn: voldoende groen (geen snippergroen maar groen van formaat, grote bomen en natuurlijke spelmogelijkheden), een omgeving die uitnodigt tot bewegen, “passend in de omgeving”. En, naast het robuust inrichten, ook het robuust verbinden van nieuwe uitbreidingen. Denk aan directe fietsverbindingen met (de voorzieningen in) de (omliggende) kern(en) en aan het beter verbinden van ontwikkelingen met het landelijk gebied en de natuur ‘om de hoek’ (door bij ontwikkelingen het routenetwerk voor langzaam verkeer te verdichten en daarmee de recreatie- en uitloopmogelijkheden uit te breiden).
Een nieuw bedrijventerrein van 12 ha, binnen de A32 corridor met Meppel en Steenwijk en dichtbij de stad voorziet in de lokale behoefte. Dit werkgebied heeft oog voor de leefomgeving en de brede welvaart van de inwoners, zowel in de aangrenzende woonwijken als stadsbreed. In nauwe samenwerking met Meppel verkent de gemeente mogelijkheden voor een regionaal bedrijventerrein langs de snelweg tussen Steenwijk en Meppel.
Met de komst van een nieuw bedrijventerrein ten zuidwesten van Tuk, van bruto 12 hectare groot (netto 7 ha. bedrijfkavels), voorziet Steenwijk in een lokale behoefte. Dit sluit aan bij het karakter van de compacte stad Steenwijk met wonen, werken en de dynamiek van de binnenstad dicht bij elkaar. Het terrein krijgt een eigen en onderscheidende identiteit. Hier is met name plek voor kleinere bedrijven die bijdragen aan de innovatie en brede welvaart in Steenwijk. De kavels zijn niet groter dan 5.000 m2. Ondernemers worden uitgedaagd op duurzaamheid (energiezuinig, klimaatadaptief, circulair en biobased), innovatie van het bedrijf, de interactie tussen bedrijven en de verbinding met de stad. Om dit kracht bij te zetten wordt het bedrijventerrein met ruimte voor ontmoeting en groen. Naast kavels voor individuele percelen komt er ook een gezamenlijke flexwerkplek en ontmoetingsplek centraal in het gebied. Ontmoeting wordt hier gestimuleerd mede door een groot groen verblijfshart in het gebied dat comfortabel toegankelijk is voor fietser en voetgangers. De bedrijven zijn georiënteerd op zowel het centrale ontmoetingshart als de randen. Etalages en werkruimtes zijn gelegen aan de N334, Hooidijk, aan de noordkant en aan het groene hart zodat de bedrijven met trots kunnen laten zien waaraan gewerkt wordt. Deze randen moeten als groene voorkanten ingericht worden. Samen met Tuk Noordwest vormt het bedrijventerrein één geheel van een groene afwisselende dorpsrand met open velden, houtwallen, wadi’s en waterlopen, woon- en werkvelden en doorlopende routes voor actief verkeer.
Binnen het plangebied ten westen van de Ruxveenseweg en ten zuiden van de Hooidijk wordt gekeken naar mogelijkheden voor het realiseren van bedrijfsmatige activiteiten, alsmede het mogelijk realiseren van een crematorium.
In Vollenhove zien we een mogelijke toekomstige verplaatsing van de Weijert richting het westen tot een van de mogelijkheden om te voorzien in een bedrijventerrein voor de lokale behoefte. De huidige locatie van het bedrijventerrein kan worden getransformeerd naar wonen of een andere functie.
Binnen de gemeente Steenwijkerland zijn er gebieden aangemerkt als mogelijk nieuwe ontwikkellocaties van bedrijventerreinen. Een nieuw bedrijventerrein van 12 ha, binnen de A32 corridor met Meppel en Steenwijk en dichtbij de stad voorziet in de lokale behoefte. Dit werkgebied heeft oog voor de leefomgeving en de brede welvaart van de inwoners, zowel in de aangrenzende woonwijken als stadsbreed. In nauwe samenwerking met Meppel verkent de gemeente mogelijkheden voor een regionaal bedrijventerrein langs de snelweg tussen Steenwijk en Meppel.
Met de komst van een nieuw bedrijventerrein ten zuidwesten van Tuk, van bruto 12 hectare groot (netto 7 ha. bedrijfkavels), voorziet Steenwijk in een lokale behoefte. Dit sluit aan bij het karakter van de compacte stad Steenwijk met wonen, werken en de dynamiek van de binnenstad dicht bij elkaar. Het terrein krijgt een eigen en onderscheidende identiteit. Hier is met name plek voor kleinere bedrijven die bijdragen aan de innovatie en brede welvaart in Steenwijk. De kavels zijn niet groter dan 5.000 m2. Ondernemers worden uitgedaagd op duurzaamheid (energiezuinig, klimaatadaptief, circulair en biobased), innovatie van het bedrijf, de interactie tussen bedrijven en de verbinding met de stad. Om dit kracht bij te zetten wordt het bedrijventerrein met ruimte voor ontmoeting en groen. Naast kavels voor individuele percelen komt er ook een gezamenlijke flexwerkplek en ontmoetingsplek centraal in het gebied. Ontmoeting wordt hier gestimuleerd mede door een groot groen verblijfshart in het gebied dat comfortabel toegankelijk is voor fietser en voetgangers. De bedrijven zijn georiënteerd op zowel het centrale ontmoetingshart als de randen. Etalages en werkruimtes zijn gelegen aan de N334, Hooidijk, aan de noordkant en aan het groene hart zodat de bedrijven met trots kunnen laten zien waaraan gewerkt wordt. Deze randen moeten als groene voorkanten ingericht worden. Samen met Tuk Noordwest vormt het bedrijventerrein één geheel van een groene afwisselende dorpsrand met open velden, houtwallen, wadi’s en waterlopen, woon- en werkvelden en doorlopende routes voor actief verkeer.
Binnen het plangebied ten westen van de Ruxveenseweg en ten zuiden van de Hooidijk wordt gekeken naar mogelijkheden voor het realiseren van bedrijfsmatige activiteiten, alsmede het mogelijk realiseren van een crematorium.
Ook zijn er gebieden aangemerkt als zoekrichting voor het verplaatsen van bedrijventerreinen. In Vollenhove zien we een mogelijke toekomstige verplaatsing van de Weijert richting het westen tot een van de mogelijkheden om te voorzien in een bedrijventerrein voor de lokale behoefte. De huidige locatie van het bedrijventerrein kan worden getransformeerd naar wonen of een andere functie.
Steenwijkerland is een groene en toekomstgerichte gemeente en verbonden met haar kernen. De identiteit van Steenwijkerland wordt gekenmerkt door een sterke relatie tussen mens, natuur en landschap. De gemeente koestert haar open landschap, historische stad en dorpen, en zet in op een gezonde leefomgeving waarin duurzaamheid, bereikbaarheid en leefkwaliteit centraal staan.
Steenwijkerland werkt aan een duurzame, gezonde en verbonden leefomgeving, waarin energie, mobiliteit, onderwijs, sport en recreatie slim samenkomen. We zetten in op toekomstbestendige voorzieningen, klimaatneutrale energieopwekking, sterke sociale infrastructuur en een landschap dat uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontwikkelen.
We zetten in op een lokale energieopwekking met wind, zon en waterstof, en werken toe naar een aardgasvrije gemeente in 2045.
We zetten in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee
We ontwikkelen Woldmeenthe Noord tot een groen sport- en recreatiegebied, goed bereikbaar en passend in het landschap.
We verbeteren de mobiliteit met een comfortabele multimodale stationsomgeving en nieuwe verbindingen die de stad ontlasten.
We spelen flexibel in op demografische veranderingen door schoollocaties te transformeren en nieuwe onderwijshuisvesting te realiseren, waaronder een unilocatie voor voortgezet onderwijs.
Er wordt dus voor de beoogde Ontwikkellocatie voorzieningen vooral gekeken naar voorzieningen in:
Energie
In 2050 is er minimaal 80GWh aan opwek door middel van windturbines aanwezig in onze gemeente. In 2050 moet de energievraag van onze gemeente volledig duurzaam worden opgewekt. Dit lukt niet geheel binnen onze eigen gemeente. Voor energie opwek zijn we deels afhankelijk van andere gemeenten en wind op zee. De opgave voor de langere termijn vraagt nog om een zorgvuldige belangenafweging, onder andere in relatie tot onze ambitie voor Nationaal Park Nieuwe Stijl, recreatie en toerisme, weidevogels, het landschap en de leefbaarheid. Bij een stedelijke ontwikkeling zetten we in op het mee koppelen van de energieopgaven.
Steenwijkerland werkt toe naar aardgasvrij zijn in 2045, door te investeren in het lokaal opwekken van duurzame energie (o.a. met zonnepanelen en waterstof). Tot ca. 2034 zijn er geen nieuwe (grootverbruik) aansluitingen mogelijk. De vraag naar energie is groot en daardoor ontstaan er knelpunten op het energienet (netcongestie).Dat wordt aangepakt door het energienet te versterken, de vraag naar energie te beperken, en het energieverbruik door bedrijven slim af te stemmen.
Sport en recreatie
Woldmeenthe Noord in Steenwijk is strategisch gelegen gebied. Enerzijds is het gebied makkelijk en verkeersveilig te bereiken met de fiets en te voet vanuit Tuk en Steenwijk en anderzijds kunnen sporters uit de regio eenvoudig met het openbaar vervoer (bus- en intercitystation Steenwijk) of de auto (vanaf de A32) naar de velden komen. Er is geen overlast van autoverkeer en parkeren in de woonwijken. Daarmee is Woldmeenthe een geschikte locatie voor de verhuizing van de sportclubs uit Oostermeenthe Zuid. Het gebied biedt ruimte tot circa 8,5 veld en clubgebouw. Voldoende voor de bestaande clubs en de groeiende bevolking van Steenwijk. Woldmeenthe en de Groene long zijn daarmee de twee groene sportgebieden van Steenwijk. Naast de sport is er ruimte voor recreatie in het gebied, in aansluiting op het landschap. De omgeving krijgt een impuls wat gunstig is voor het bestaande hotel. Zowel sportvelden als recreatievoorzieningen blijven op afstand van de Aa en de woonwijk Woldmeenthe.
Mobiliteit en bereikbaarheid
Om van intercitystation Steenwijk een hub voor stad en regio te maken en te laten functioneren als verbindende schakel in de groeiende gemeente is een kwaliteitsslag noodzakelijk. Het stationsgebouw en de stationsomgeving hebben een opfrisbuurt gekregen en de grotere potentie wordt zichtbaar. Opgave is om een stap verder te gaan. In de toekomst is de multimodale stationsknoop Steenwijk logisch en comfortabel ingericht. De bus ligt naast het intercitystation aan de Tramlaan en het stationsgebouw is vernieuwd. Via de voetgangers- en fietstunnel onder het spoor door loop je direct vanuit de P+R naar het perron of door naar het theater en de binnenstad. De P+R is aan de noordzijde van het spoor gesitueerd en is een gebouwde parkeervoorziening voor auto en fiets. De gebouwde parkeervoorziening past mooi bij maat en schaal van de noordzijde van de spoorzone. De parkeervoorziening heeft een maximale bouwhoogte van 4 bouwlagen.
Met de ontwikkeling van Woldmeenthe Noord komt er een Gewenste aanvulling hoofdwegenstructuur tussen de recreatiegebieden op de Bult en de vesting van Steenwijk. Deze route is een aantrekkelijk alternatief voor de meer functionele route over de Eesveenseweg. Tot slot is de ontsluiting van de sportvelden ook in potentie een nieuwe verbindingsweg tussen het noorden van Steenwijk en Tuk. Hiermee kan autoverkeer door de binnenstad en voorlangs het intercitystation beperkt worden. De verbindingsweg kan aansluiten op de Productieweg met een tunnel onder het spoor.
Onderwijshuisvesting
De komende jaren staat Steenwijkerland, net als veel andere gemeenten, voor ingrijpende demografische en maatschappelijke veranderingen. Een belangrijke ontwikkeling die hieruit voortvloeit, is de mogelijke toekomstige transformatie van bestaande schoollocaties in verschillende kernen van onze gemeente.
Door veranderende bevolkingssamenstelling, zoals vergrijzing en krimp in sommige dorpen, ontstaat in bepaalde kernen een afname van het aantal schoolgaande kinderen. Dit kan ertoe leiden dat sommige scholen in de toekomst leeg komen te staan of geconfronteerd worden met fusies of sluitingen. Deze ontwikkeling vraagt om een doordachte en flexibele benadering van de vrijkomende schoollocaties.
In de omgevingsvisie willen wij ruimte creëren voor het herbestemmen van deze locaties naar andere maatschappelijke, sociale of ruimtelijke functies. Afhankelijk van de specifieke kenmerken en behoeften van de betreffende kern kan gedacht worden aan functies zoals wonen, zorg & welzijn, maatschappelijke functies of werk & ondernemerschap.
Naast de transformatie van bestaande schoollocaties naar bijvoorbeeld wonen of maatschappelijke functies, is er ook ruimte voor nieuwe schoollocaties. Uitgangspunt hierbij is het zoveel mogelijk clusteren van volumes en activiteiten, zoals onderwijs en kinderopvang. In Wanneperveen wordt een nieuwe school gerealiseerd ten noorden van de sportvelden, in Vollenhove wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het realiseren van een nieuwe school in de buurt van de Burght en ook in Blokzijl zijn er plannen voor het realiseren van een nieuwe school.
Sinds medio 2021 werken we aan de realisatie van een unilocatie in Steenwijk. De gemeenteraad heeft in 2025 ingestemd met de realisatie van de unilocatie voor het Voortgezet Onderwijs in Steenwijkerland aan de Lijsterbesstraat in Steenwijk. Met een unilocatie kan kwalitatief hoogstaand onderwijs aangeboden worden en is er ruimte voor de ambities van het VO op het gebied van techniek, sport en passend onderwijs.
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie willen operationaliseren. Als gemeente staan we hiervoor niet alleen zelf ‘aan de lat’. Samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners gaan we aan de slag om Steenwijkerland nog mooier te maken. Hierom beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven.
In dit hoofdstuk beschrijven we verder de doorwerking van de omgevingsvisie in de andere Omgevingswet-instrumenten. Daarnaast geven we aan hoe we als gemeente de uitvoering van onze gestelde ambities in de visie gaan monitoren en hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.
Het uitgangspunt van de Omgevingswet is ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk op hoofdlijnen zien hoe we in Steenwijkerland initiatieven willen ondersteunen waarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. De concrete uitwerking van de omgevingsvisie hangt ook af van de rol die de gemeente aanneemt. We hebben als overheid diverse rollen en sturingsfilosofieën tot onze beschikking.

Figuur 6: Perspectieven op overheidssturing (bron: Nederlandse school voor openbaar bestuur, 2015)
We hebben als gemeente hoge ambities om de democratie van onderaf beter te faciliteren, meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen te werken. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet.
Deze visie sluit goed aan bij de 'netwerkende' en 'responsieve' overheid. Hierbij staat 'van buiten naar binnen werken' centraal en draagt de samenleving initiatieven aan. Dat is voor ons een belangrijke leidraad. We zetten daarom in op alliantievorming, het zoeken naar partners om gezamenlijke doelen of belangen te behalen. Dit doen we met een relatiegerichte houding en we moedigen actief burgerschap aan. Hier, bij de ontwikkeling naar een meer netwerkende en responsieve overheid, ligt ook een organisatorische opgave.
Dit neemt niet weg dat het belangrijk is te benoemen dat we op verschillende thema's en/of gebieden verschillende sturingsfilosofieën nodig zullen hebben om het gewenste resultaat te behalen. Op onderdelen zal er dus een andere sturingsfilosofie gekozen kunnen worden. We werken dit verder uit bij concrete projecten.
De sturingsfilosofie gaat overigens niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook over de rolneming van de raad ten opzichte van het college. In Steenwijkerland vinden we het belangrijk dat de raad nauw betrokken blijft bij de uitvoering van de visie.
De Omgevingswet voorziet in een zestal Omgevingswet-instrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswet-instrumenten.
De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze cyclus en is een dynamisch document dat we als gemeente samen met betrokkenen blijven aanscherpen.

Figuur 7: Relatie tussen de de ow-instrumenten (bron: onbekend, nader te bepalen)
Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Ook alle onderdelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in het omgevingsplan worden opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld. De omgevingsvisie wordt zodanig opgesteld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. We hebben namelijk in deze omgevingsvisie al de kernkwaliteiten en beleidsprioriteiten van Steenwijkerland als geheel - en per deelgebied - opgenomen die in het omgevingsplan verder uitgewerkt kan worden. Het doel is dat in het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Hiervoor zal het integrale inspiratie- en afwegingskader in deze paragraaf worden opgenomen. Dit is het kwalitatieve kader waarmee de gemeenteraad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders.
De omgevingsvisie stelt ambities voor de toekomst en formuleert hiervoor het strategisch beleid aan de hand van kaders en richtlijnen. Gewenste verdere uitwerking van het strategisch beleid kan op tactisch/ operationeel niveau plaatsvinden via het (vrijwillige/onverplichte) programma-instrument. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s wordt daarop voortgeborduurd en worden de lijnen voor de uitvoering uitgezet. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Deze kunnen gebiedsgericht of thematisch van aard zijn. Momenteel beoogt de gemeente te werken aan de volgende programma’s:
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het Omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de Omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet worden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het Omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect wat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste Omgevingsvisie.
De omgevingsvisie gaat uit van realisatie van initiatieven door eenieder die in de gemeente Steenwijkerland woont, werkt of recreëert of er op een andere manier bij betrokken is. Als gemeente stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) we initiatieven die bijdragen aan de ambities, de richting voor de toekomst, beleidskeuzes per deelgebied en gebiedsprioriteiten in de omgevingsvisie. De gezamenlijk gestelde waarden zijn de basis geweest voor het beschrijven van de beleidsdoelstellingen uit deze visie en voor het formuleren van gebiedsgerichte uitgangspunten. In de uitvoering geven we daadwerkelijk vorm aan de gestelde ambities in de praktijk. Naar wens vindt de uitwerking plaats in thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s.
De omgevingsvisie wordt uitgevoerd door het opstellen van het omgevingsplan en programma’s, maar is op zichzelf ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. De omgevingsvisie is een inspiratie en afwegingskader. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits - benadering’ uit de Omgevingswet. Het is van belang daarbij de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de NOVI zijn nuttige algemene kaders.
Milieubeginselen Omgevingswet en Afwegingsprincipes NOVI:
het voorzorgsbeginsel;
het beginsel van preventief handelen;
het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;
het beginsel dat de vervuiler betaalt;combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en;
afwenteling wordt voorkomen.
Aanvullend op deze algemene kaders bieden het integrale afwegingskader en de afwegingskaders voor de deelgebieden uit de omgevingsvisie inhoudelijke en gebiedsgerichte richting voor initiatieven. Richting voor de nadere uitwerking in programma’s en het omgevingsplan alsmede een toetsing van de wenselijkheid van een nieuwe ontwikkeling.
De ontwikkelingen in Steenwijkerland staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Overijssel en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden. In hoofdstuk 3 Vitaal plattenland is gereflecteerd op een aantal belangrijke regionale visies van onze partners. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Alle aangrenzende gemeenten waren uitgenodigd om deel te nemen aan ketenpartnersessies tijdens de totstandkoming van deze Omgevingsvisie. Vooroverlegpartners provincie Overijssel en waterschap WDOD hebben in het kader van vooroverleg positief gereageerd op de omgevingsvisie. Daarnaast hebben alle ketenpartners een uitnodiging gekregen om te reageren op de Omgevingsvisie tijdens de inzageperiode.
De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de Omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het Omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten.
Wie de grond in eigendom had bepaalde in beginsel de koers van een gebiedsontwikkeling. Gemeenten hadden via de bestemmingsplannen ook (publiekrechtelijk) al een duidelijke rol daarin. Echter, door het bezit van de grond kon de gemeente de ontwikkeling nog meer bepalen en ook de winst van de ontwikkeling naar zich toe trekken. Tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw was de positie van de gemeente bij locatieontwikkeling dominant. Er was toen vooral sprake van actief grondbeleid (traditioneel model). Private ontwikkelaars hebben zich in de laatste decennia ook op de grondmarkt begeven. Gemeenten en private ontwikkelaar waren daardoor genoodzaakt samen te werken. Als gevolg van de invoering van de Grondexploitatiewet in 2008 en de (vastgoed)crisis werd de samenwerking opnieuw geordend. De rol van de gemeente is steeds meer faciliterend geworden. De verwachting is dat door de invoering van de Omgevingswet de faciliterende rol verder zal toenemen. Door de Omgevingswet komt er meer nadruk te liggen op participatie en samenwerking en de benadering vanuit de initiatiefnemer. Maar omdat de markt het bij gebiedsontwikkeling op bepaalde vlakken soms laat afweten is er momenteel zeker ook behoefte aan een overheid die meer de regie neemt bij gebiedsontwikkeling en daardoor ook een meer actievere rol op zich neemt.
Bij actief grondbeleid verwerft de gemeente zelf de in exploitatie te brengen gronden. De gemeente voert zelf de grondexploitatie en regie, en maakt het plangebied bouw- en woonrijp. De gemeente verhaalt de kosten van het in exploitatie nemen van dat plan via de uitgifte van bouwkavels. De gemeente draagt dan volledig het risico, maar bepaalt ook zelf de uitgifteprijzen, de fasering van de werkzaamheden en het moment van uitgifte. Risicofactoren waaraan onder andere gedacht moet worden zijn de verwervingskosten, rente, (bodem) sanering en het afzetrisico. Van actief grondbeleid is op dit moment sprake bij onder andere de woningbouwplannen Noordermaten te Blokzijl, Van den Kornputkwartier Steenwijk, en de bedrijventerreinen Boterberg Oldemarkt, De Weg van Rollecate (De Weijert) (de voormalige Siebrand-locatie) en (de uitbreiding van) Schaarkampen te Vollenhove.
Sinds eind jaren tachtig zijn ook veel gronden verworven door particuliere projectontwikkelaars. De vastgoedmarkt was een aantrekkelijke markt geworden waar veel winst kon worden gemaakt. Hierdoor werd de positie van de gemeente minder dominant en moest er worden samengewerkt. Het voordeel was dat de gemeente ook niet meer het volledige risico droeg voor de ontwikkeling. Het werd ook aantrekkelijk om verouderde woon- en werklocaties te herontwikkelen. De private marktpartij ontfermde zich over de locatie en de gemeente pakte de openbare ruimte aan. De gemeente regelde de faciliteiten en kreeg er een beter functionerend gebied voor terug.
Op basis van de hiervoor beschreven ontwikkelingen heeft de gemeente een steeds meer faciliterende rol gekregen. Daarbij speelt ook de toenemende betrokkenheid van de eindgebruiker in de gebiedsontwikkeling. Er vindt een overgang plaats waarbij de markt wijzigt van aanbodgericht naar vraaggericht.
Door een toenemende behoefte aan flexibiliteit van plannen (bijv. op het gebied van fasering en het bouwprogramma) speelt de beheersing van de (financiële) risico’s een omvangrijkere rol. Uit de Omgevingswet blijkt dat er meer ruimte geboden wordt voor een vraaggerichte en flexibele aanpak van het grondbeleid, voor uitnodigingsplanologie en faciliterend grondbeleid. Bij faciliterend grondbeleid (ook wel passief grondbeleid genoemd) bezit de particuliere ontwikkelaar(exploitant) de grond en neemt hij de exploitatie van die grond voor zijn rekening en risico. De rol van de gemeente is met name faciliterend. De rol van de gemeente is beperkt tot het opstellen en toetsen van het omgevingsplan, toetsen aan gemeentelijke beleidskaders, kostenverhaal en het beheer van de openbare ruimte, nadat deze door ontwikkelaar is gerealiseerd en in eigendom aan de gemeente is overgedragen. Faciliterend grondbeleid kan nog onderverdeeld worden in pro-actief faciliterend en passief faciliterend grondbeleid. Het grote verschil is dat bij pro-actief grondbeleid de gemeente meedenkt met de marktpartijen die de grondeigendom hebben, indien nodig marktpartijen stimuleert, en met elkaar in contact brengt om een ruimtelijke ontwikkeling van de grond te krijgen. Bij passief faciliterend grondbeleid neemt de gemeente geen initiatief en faciliteert slechts door te toetsen aan de publiekrechtelijke kaders. De afweging tussen pro-actief en passief wordt o.a. bepaald door de bestuurlijke ambities en opgaven en prioritering van de ontwikkeling.
Hoewel de Omgevingswet vooral de mogelijkheden voor faciliterend grondbeleid versterkt en enkele (beoogde) woningbouwlocaties door ontwikkelaars ontwikkeld gaan worden in Steenwijkerland, is het vaak in de praktijk ook gewenst dat de gemeente actief grondbeleid toepast. Daarom past de gemeente situationeel grondbeleid toe, zodat de gemeente de vrijheid heeft om per situatie het grondbeleid toe te passen dat het meest geschikt is voor de beoogde situatie.
De komende jaren voert de gemeente Steenwijkerland situationeel grondbeleid zodat de gemeente de vrijheid heeft om per situatie het grondbeleid (actief dan wel faciliterend) toe te passen dat het meest geschikt is voor de beoogde situatie rekening houden met o.a. volkshuisvestings- en/of economische redenen.

Figuur 8: verschil actief en faciliterend grondbeleid (bron: onbekend, nader te bepalen)
De gemeente Steenwijkerland heeft in de omgevingsvisie ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Enerzijds is dit omdat nog niet alle ambities zijn uitgewerkt. Anderzijds is dit het geval, daadwerkelijke kosten en opbrengsten van projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen en aangescherpte eisen en regelgeving. Het is dan ook belangrijk om de financiële uitvoerbaarheid - op basis van dit soort nieuwe inzichten en projecten - periodiek te evalueren, te actualiseren en waar nodig bij te stellen. Op projectniveau maakt de financiële uitvoerbaarheid deel uit van het Omgevingsplan.
De gemeente Steenwijkerland heeft in de Omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven (een deel zal door andere partijen worden uitgevoerd) delen hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom was de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. In grote lijnen is dit systeem overgenomen in het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, maar er zijn ook wijzigingen.
Kostenverhaal in de wet
|
De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen, en het wijzigen van het omgevingsplan. Uitgangspunt is dat die kosten verhaald worden. In deze paragraaf wordt ingegaan op de mogelijkheden tot kostenverhaal bij actief grondbeleid en bij faciliterend grondbeleid.
Bij actief grondbeleid vindt kostenverhaal plaats via de uitgifteprijs van de door de gemeente uit te geven bouwkavels. Via de uitgifteprijs worden onder andere verhaald:
De Omgevingswet verplicht overheden om bij particuliere grondexploitatie de kosten (waaronder begrepen het verhalen van nadeelcompensatie (was: planschade)) voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Dit is nodig voor de financieel-economische haalbaarheid van het omgevingsplan voor de gemeente. De Omgevingswet biedt in artikel 13.6 (Kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen) van de Omgevingswet het instrumentarium voor kostenverhaal.
Artikel 13.11 verplicht de gemeente tot kostenverhaal bij de in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit omschreven bouwactiviteiten en bij gebruiksactiviteiten die mogelijk worden op grond van een nieuw toegedeelde functie. Behalve dat de plicht tot kostenverhaal is begrensd tot de activiteiten als aangewezen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit, zijn ook de typen kosten die kunnen worden verhaald beperkt.
Artikel 8.15 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat de te verhalen kosten beperkt zijn tot de kosten die op de kostensoortenlijst van Bijlage IV bij het Omgevingsbesluit staan. De gemeente mag volgens artikel 13.11 de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan drie criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT-criteria). Ook moet de locatie het kostenverhaal kunnen dragen. Dat houdt in dat er niet meer kosten mogen worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn. De kosten moeten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalgebied van de kostensoorten heeft.
Voor het berekenen van de hoogte van de te verhalen kosten wordt de zogenaamde ‘plankostenscan’ gehanteerd uit de Omgevingsregeling. Er hoeft geen kostenverhaal plaats te vinden bij een in artikel 8.13 genoemde bouwactiviteit als er sprake is van ‘kruimelgevallen’. Het gaat dan volgens artikel 8.15 Omgevingsbesluit om gevallen waarbij:
Het totaal van de te verhalen kosten niet meer bedraagt dan €10.000;
Er geen verhaalbare kosten zijn gemaakt die vallen in de specifieke kostensoorten (gemaakt ten behoeve van de uitvoering van fysieke werkzaamheden) die in A5 tot en met A9 van Bijlage IV bij het Omgevingsbesluit worden genoemd, of
De verhaalbare kosten uitsluitend de kosten voor de aansluiting van de bouwlocatie op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen.
De mogelijkheid om ook kostenverhaal achterwege te kunnen laten indien de kosten uitsluitend voor de aansluiting van de bouwlocatie op nutsvoorzieningen zijn, is gelet op de energietransitie wellicht geen reden meer om af te zien van kostenverhaal bij kruimelgevallen. In deze ‘kruimelgevallen’ wegen de kosten van het kostenverhaal niet op tegen de te ontvangen bedragen. Op basis van artikel 8.15 Omgevingsbesluit kan de gemeenteraad een vrijstelling van het kostenverhaal verlenen. Op dat moment zijn de gebruikelijke leges verschuldigd.
De gemeente Steenwijkerland kiest ervoor om bij ‘kruimelgevallen’ met uitzondering van de kosten voor aansluiting van de bouwlocatie op nutsvoorzieningen, geen kostenverhaal toe te passen (kruimelontheffing), maar in die gevallen wél de leges te heffen.
Artikel 13.12 van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is om een bouwactiviteit die op grond van artikel 8.13 Omgevingsbesluit is aangewezen te verrichten, voordat de verschuldigde kosten zijn betaald. Op deze regel kan een uitzondering worden gemaakt ingeval kostenverhaal plaatsvindt op basis van een overeenkomst waarin een later tijdstip en een zekerheidstelling voor de betaling is overeengekomen. Dit wordt vaak de anterieure overeenkomst genoemd.
In Afdeling 13.6 (Kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen) van de Omgevingswet is een gemengd stelstel voor kostenverhaal gehandhaafd met zowel een privaatrechtelijk als publiekrechtelijk spoor, waarbij vrijwillige privaatrechtelijke samenwerking voorop staat en het publiekrechtelijke instrumentarium als achtervang geldt.
Bij het privaatrechtelijke spoor sluit de gemeente met de particuliere exploitant een overeenkomst waarin het kostenverhaal is verzekerd. Op grond van artikel 13.13 Omgevingswet kunnen de gemeente en een initiatiefnemer een overeenkomst sluiten over kostenverhaal voorafgaand aan het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt. Dit noemen wij de ‘anterieure overeenkomst'.
In lid 3 van artikel 13.13 is bepaald dat een publiekrechtelijke verankering van het kostenverhaal achterwege kan blijven voor zover het verhalen van kosten is verzekerd door een overeenkomst.
Tot aan de vaststelling van het planologische besluit, zoals het omgevingsplan, bestaat er contractvrijheid.
Onder de Omgevingswet zijn de overeenkomsten over kostenverhaal (was: grondexploitatie) ook nog onder te verdelen in anterieure en posterieure overeenkomsten. Een anterieure overeenkomst is een overeenkomst tussen de gemeente en de particuliere eigenaar over kostenverhaal, gesloten vóór de vaststelling van een planologische maatregel. De posterieure overeenkomst wordt gesloten na de vaststelling van de planologische maatregel. Het sluiten van een anterieure overeenkomst heeft zowel voor gemeente als voor een particuliere eigenaar voordelen. Bij een anterieure overeenkomst hebben partijen veel onderhandelingsruimte en zijn ze niet gebonden aan het publiekrechtelijke kader van het omgevingsplan. Al vroeg in het proces krijgen partijen helderheid en zekerheid over de ontwikkeling van de locatie, het te realiseren programma, bijzondere locatie-eisen en kostenverhaal via de verschuldigde exploitatiebijdrage. De particuliere exploitant kan via onderhandelingen zelf ook invloed hebben op de inhoud van de overeenkomst.
In een anterieure overeenkomst kan de gemeente meer maatwerkafspraken vastleggen dan in het omgevingsplan. De anterieure overeenkomst regelt onder andere de inspanningsverplichting van de gemeente voor de planologische maatregel, het verhalen van kosten, nadeelcompensatie (was: planschade), aansprakelijkheid voor bouwschade, een onderhoudsplicht voor de openbare ruimte, de overdracht van de openbare ruimte en hoe en op welk tijdstip de exploitatiebijdrage wordt betaald (kostenverhaal). Ter zekerheidstelling van het kostenverhaal kan overeengekomen worden dat er een bankgarantie afgegeven wordt of dat er een recht van hypotheek gevestigd wordt.
In een anterieure overeenkomst mogen naast afspraken over kostenverhaal ook afspraken gemaakt worden over het betalen van financiële bijdragen voor ontwikkelingen van gebieden. Planschade uit de Wet ruimtelijke ordening wordt in artikel 15.1 van de Omgevingswet aangemerkt als nadeelcompensatie. Voor het verhalen van nadeelcompensatie uitsluitend als gevolg van een omgevingsplan of omgevingsvergunning kan een overeenkomst gesloten worden (was: planschadeverhaalsovereenkomst).
Als er geen anterieure overeenkomst tot stand komt, moet het kostenverhaal publiekrechtelijk verhaald worden. Het exploitatieplan uit de Wet ruimtelijke ordening is met de invoering van de Omgevingswet verdwenen. Publiekrechtelijk verhaal in de Omgevingswet wordt geregeld in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (= afwijking van het omgevingsplan, ook wel “Bopa” genoemd). Dat kan door kostenverhaalsregels in het omgevingsplan op te nemen of het kostenverhaal te regelen in de omgevingsvergunning.
In artikel 13.14 wordt het publiekrechtelijk kostenverhaal met tijdvak geregeld en in artikel 13.15 het publiekrechtelijk kostenverhaal in het omgevingsplan zonder tijdvak. Bij publiekrechtelijk verhaal met tijdvak neemt het bevoegde gezag in het besluit dat de activiteit mogelijk maakt regels of voorschriften op over kostenverhaal. Deze besluiten zijn een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsactiviteit (Bopa) of een projectbesluit. In het besluit, zoals het omgevingsplan:
worden kostenverhaalsgebieden aangewezen,
worden per kostenverhaalsgebied bepaald welke kostensoort waarvan het gebied ten dele profijt heeft,
naar evenredigheid aan dat kostenverhaalsgebied toegerekend,
wordt per kostenverhaalsgebied een raming van de kosten en opbrengsten opgenomen,
wordt per kostenverhaalsgebied regels gesteld over de verdeling van kosten over activiteiten en de eindafrekening
en is maximaal kostenverhaal mogelijk ten hoogte van de opbrengsten (= macro-aftopping).
Als geen overeenkomst is aangegaan, wordt de verschuldigde geldsom bij beschikking vastgesteld: “de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld”. Op deze beschikking is Titel 4.4 Awb van toepassing. De procedurele bepalingen zijn opgenomen in Hoofdstuk 16 van de Omgevingswet. Het moment van betaling en de mogelijkheid voor aanvullende zekerheden wordt geregeld in artikel 13.19 Omgevingswet. Pas na betaling mag een initiatiefnemer gaan bouwen.
Artikel 13.15 Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal in een omgevingsplan zonder tijdvak. Deze wijze van kostenverhaal is bedoeld voor zogenaamde organische gebiedsontwikkeling, waar ten aanzien van zowel de voor de gebiedsontwikkeling benodigde periode als de concrete invulling van de ontwikkeling bij vaststelling van het omgevingsplan nog sprake is van relatief veel onzekerheid.
Het algemeen beeld van een organische gebiedsontwikkeling is dat er meer sprake is van een procesmatige aanpak, een open-einde karakter, ruimte voor (kleinschalige) initiatieven van partijen, meer flexibiliteit en een meer faciliterende rol van de gemeente, dan bij een omgevingsplan met tijdvak (integrale gebiedsontwikkeling). De verschillen tussen integrale gebiedsontwikkeling (met tijdvak) en organische gebiedsontwikkeling zijn verder op het vlak van de rekenwijze, de kostensoorten en de begrenzing van het kostenverhaal.
De locatie-eisen zijn in de Omgevingswet niet meer in de afdeling kostenverhaal geregeld maar in de afdeling over het omgevingsplan zelf zoals de artikelen 4.1 (fysieke leefomgeving) en 4.2 (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) van de Omgevingswet.
Nadat de planologische maatregel door de raad is vastgesteld, kunnen er tussen de gemeente en particuliere grondexploitanten met wie niet reeds een anterieure overeenkomst is gesloten, overeenkomsten gesloten worden over kostenverhaal. Deze overeenkomsten worden posterieure overeenkomsten genoemd en mogen niet afwijken van het vastgestelde kostenverhaal uit het omgevingsplan. Verder moeten er posterieure overeenkomsten bij publiekrechtelijk kostenverhaal gesloten worden om bepaalde privaatrechtelijke zaken te regelen. Dit omdat het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) onder andere niet de eigendomsoverdracht van de openbare ruimte aan de gemeente of het vestigen van zakelijke rechten voor nutsvoorzieningen regelt.
Sinds de invoering van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 in Nederland vastgestelde bestemmingsplannen is kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie voor 95% geregeld via anterieure overeenkomsten en voor 5 % via een exploitatieplan. In Steenwijkerland zijn geen exploitatieplannen vastgesteld.
Omdat het bij betaling vaak nog om geraamde kosten gaat, kunnen de werkelijke kosten aanzienlijk afwijken. Als bij de eindafrekening blijkt dat de verhaalde kosten hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte kosten, vindt een evenredige terugbetaling plaats. De gemeente mag een meevaller van maximaal 5% van de betaalde bijdrage houden. Degene die betaald heeft kan vanaf 5 jaar na de betaling om een eindafrekening voor zijn betaalde bijdrage vragen.
Kostenverhaalsregels in het omgevingsplan moeten digitaal conform standaarden worden vastgesteld. Deze eis zal later gaan gelden voor omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor de anterieure en posterieure overeenkomst en de kostenverhaalsbeschikking zijn nog geen plannen voor digitalisering.
Bij particuliere grondexploitatie geeft de gemeente de voorkeur aan het privaatrechtelijke spoor. Als de gemeente geen anterieure overeenkomst onder het privaatrechtelijk spoor kan sluiten, wordt het publiekrechtelijke spoor gevolgd.
Op het moment dat er sprake is van kostenverhaal op basis van afdeling 13.6 van de Omgevingswet (via een anterieure overeenkomst, omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of posterieure overeenkomst) dan zijn er (behoudens de ‘kruimelgevallen’) geen leges verschuldigd die betrekking hebben op diensten en producten in het kader van de planologische medewerking. In de legesverordening van de gemeente Steenwijkerland is hiervoor een ontheffing opgenomen (zie artikel 4 lid d van de legesverordening). Anders zouden bepaalde kosten dubbel in rekening kunnen worden gebracht. Ten overvloede, maar de legesverordening blijft onverwijld van kracht voor andersoortige vergunningen (omgevingsvergunning etc.).
In Afdeling 13.7 van de Omgevingswet wordt het mogelijk gemaakt om bijdragen voor gebiedsontwikkeling op zowel privaatrechtelijke als op publiekrechtelijke wijze te verkrijgen.
Op grond van artikel 13.22 Omgevingswet kan een vrijwillige financiële bijdrage voor gebiedsontwikkeling worden overeengekomen. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van het gebied. Het gaat dan om bijdragen ten behoeve van o.a. landschap, infrastructuur, natuur, stedelijke herstructurering, recreatie, energie en sociale woningbouw, zoals is aangegeven in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit. De vrijwillige bijdrage vindt een basis in deze omgevingsvisie of programma. Deze omgevingsvisie of het programma moeten de hoofdlijnen van de bekostiging en planning van de ontwikkeling uiteenzetten, dus:
het gebied omschrijven of aangeven dat ontwikkeld wordt,
het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen,
ingaan op de financiering van de ontwikkeling,
een indicatie geven van de gewenste bijdrage
en ingaan op de planning en realisatie van de ontwikkeling.
Het kostenverhaal en de vrijwillige financiële bijdragen hebben beide een eigen zelfstandige grondslag, namelijk respectievelijk artikel 13.13 en 13.22., die twee afzonderlijke onderdelen in een anterieure overeenkomst vormen. Als geen overeenkomst over kostenverhaal is gesloten, dan moet het betalen van de bijdrage op publiekrechtelijke wijze via een beschikking vastgesteld worden (artikel 13.24 onder a Omgevingswet).
Ter voorkoming van discussies over ‘betaalplanologie’ en dat de betaalde bijdrage daarom teruggevorderd wordt wegens onverschuldigde betaling is het raadzaam om het verhalen van de financiële bijdrage ook publiekrechtelijk te regelen.
Op grond van de artikelen 13.23 en 13.24 kunnen via een beschikking bestuursrechtelijke geldschuld financiële bijdragen in een omgevingsplan verhaald worden. De criteria die hiervoor zijn:
ter verbetering van kwaliteit fysieke leefomgeving functionele samenhang bouwplan en ontwikkeling
bekostiging is niet anderszins verzekerd gemaximeerd op opbrengsten (met tijdvak)/waardevermindering (zonder tijdvak). De functionele samenhang kan ook in een omgevingsvisie of programma onderbouwd worden.
Bij publiekrechtelijk verhaal van financiële bijdragen geldt wel dat het verhalen van de bijdrage beperkt is tot de activiteiten die als kostenverhaalsplichtig bouwplan uit artikel 8.21 Omgevingsbesluit aangemerkt worden. Dit betekent dat het verhalen van een financiële bijdrage voor de realisatie van een zonnepark wel privaatrechtelijk mogelijk is maar niet publiekrechtelijk. Het verhalen ten behoeve van sociale woningbouw (ter compensatie van het realiseren van te weinig sociale huurwoningen in een bepaald gebied) en bovenwijkse/bovenplanse infrastructuur (bijv. parkeer of mobiliteitsfonds) is wel publiekrechtelijk mogelijk. Eigenlijk gaat het niet om een ‘fonds’, maar om een balanspost ‘vooruit ontvangen bedragen’. Een en ander kan dan geregeld worden in een separate voorziening of in de balans waarin tot uitdrukking komt wat de tegenprestatie vormt.
Ten tijde van de Wet ruimtelijke ordening hadden veel gemeenten een nota Bovenwijkse Voorzieningen/Fonds Bovenwijks. Hierin was vastgelegd dat ontwikkelaars van woningen en/of bedrijfsruimte naast de kosten die rechtstreeks verband hielden met de betreffende ontwikkeling, ook een bijdrage moesten leveren aan de in de nota genoemde voorzieningen voor de totale gemeente. In de Omgevingswet staat dat de gemeente verplicht is om de kosten die rechtsreeks verband houden met een ontwikkeling, bij de initiatiefnemer in rekening te brengen. Hiervoor geldt het principe dat er sprake moet zijn van Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit. Dit valt onder het reguliere kostenverhaal.
Daarnaast kan de gemeente dus een financiële bijdrage vragen voor investeringen in de gemeente, die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving verbeteren. Er moet dan sprake zijn van functionele samenhang, dat wil zeggen dat de toekomstige bewoners/gebruikers voordeel hebben van de investering, maar dat de investering niet rechtstreeks met de ontwikkeling verbonden is. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanpassingen van de openbare ruimte en het voorzieningenniveau die noodzakelijk zijn omdat de kern groeit en waar alle bewoners gebruik van maken. Het betreft dus investeringen die tot de invoering van de Omgevingswet via de Bijdrage Bovenwijkse voorzieningen in rekening werden gebracht.
In de Omgevingswet wordt de term Bovenwijkse voorzieningen echter gebruikt voor voorzieningen die toegerekend moeten worden aan meerdere ontwikkelingen, maar die wel onder het reguliere kostenverhaal vallen. De voorzieningen waarvoor de gemeenten voorheen de Bijdrage Bovenwijks in rekening bracht voldoen niet aan deze nieuwe omschrijving. De bijdrage die we voorheen Bovenwijks noemden, wordt daarom voortaan in rekening gebracht op basis van de nieuwe mogelijkheid in de Omgevingswet, de vrijwillige financiële bijdrage.
De gemeente zal voorzieningen treffen, zoals het instellen van ‘fondsen’, zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk voor de verevening sociale woningbouw, bovenplanse/bovenwijkse infrastructuur, zonneparken.
Voor overgangssituaties is in de invoeringswet Omgevingswet (overgangsrecht) bepaald dat de Wet ruimtelijke ordening blijft gelden als de anterieure overeenkomst voor de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is gesloten (artikel 4.112 Invoeringswet Omgevingswet). Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag is ingediend om een besluit op grond van de Wro of Wabo blijft op die aanvraag het oude recht van toepassing (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet).
Als gemeente kunnen we een ‘voorkeursrecht’ vestigen op gronden van anderen. Besluit een eigenaar tot verkoop dan wordt die grond eerst aan de gemeente aangeboden. De gemeente mag de grond daardoor als eerste aankopen. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat bepaalde gronden een functie krijgen die de gemeente in de Omgevingsvisie voor ogen heeft. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het mogelijk maken van woningbouw op nu nog agrarische grond.
Een milieueffectrapportage (m.e.r.; het proces) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvormingsprocedure een plaats te geven. Een Milieueffectrapport (MER; het product) brengt op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld voordat het besluit wordt genomen of het plan wordt vastgesteld. Zo kan het bevoegd gezag de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken en krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over projecten en plannen met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu.
De omgevingsvisie vormt het strategische kader voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Steenwijkerland. Deze visie bevat de lange termijndoelen en beleidsuitgangspunten die richting geven aan toekomstige plannen en projecten. Voor de uitvoering van deze omgevingsvisie zijn geen directe uitvoeringshandelingen of concrete projecten opgenomen die significante effecten op het milieu kunnen veroorzaken.
Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer en de richtlijnen van de Europese Strategic Environmental Assessment (SEA)-richtlijn (2001/42/EG) is beoordeeld of voor deze omgevingsvisie een milieueffectrapportage (MER) verplicht is. De omgevingsvisie is strategisch en abstract van aard en legt geen concrete activiteiten vast die directe milieugevolgen hebben. Daarnaast zijn de in de visie opgenomen beleidsvoornemens flexibel en worden deze nader uitgewerkt in vervolgplannen of -projecten, waarvoor, indien nodig, afzonderlijke MER-procedures worden doorlopen. Op basis van deze beoordeling is geconcludeerd dat de omgevingsvisie niet MER-plichtig is.
De uitvoering van de visie vindt plaats via nadere uitwerking in omgevingsplannen, programma’s en projecten. Bij deze uitvoeringsinstrumenten wordt, conform de wettelijke verplichtingen, getoetst of een MER noodzakelijk is, afhankelijk van de aard en schaal van de voorgenomen activiteiten. Hiermee wordt gewaarborgd dat milieuaspecten tijdig en zorgvuldig worden meegewogen in de besluitvorming.
Met de omgevingsvisie hebben we als gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Met een monitoringssysteem houden we als gemeente zicht op de voortgang van onze koers. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie.
Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn bekijken we of we de tijdsdoorloop van de cyclus kunnen verlengen naar vier jaar.
Deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Steenwijkerland zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat vanaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continu aangescherpt wordt.
Vanzelfsprekend gaan we als gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsstukken, maar integraal meegenomen in een herziening van deze omgevingsvisie. Via programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitwerking van een bepaald thema, een specifieke gebiedsuitwerking of anderszins. De strategische uitspraken van een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de Omgevingsvisie en vanwege eventuele juridische consequenties verwerkt worden in het omgevingsplan.
In deze zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van nieuw strategisch ruimtelijk beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte programma’s. Er zijn een aantal thema’s die nog een verdere discussie behoeven, alvorens we daar een keuze over maken. Vanaf 2027 starten we met de eerste actualisatieslag waar we deze onderwerpen verder integreren in een volgende versie van onze omgevingsvisie (de zogenaamde versie 2.0):
In de eerdere hoofdstukken zijn de verschillende lagen en deelgebieden van de omgevingsvisie besproken en afgebeeld. Deze lagen en deelgebieden komen samen in de onderstaande visiekaart.

/join/id/regdata/gm1708/2025/gio2b73beaf-c071-4512-94c8-a5fbe00261f0/nld@2025‑09‑19;51-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio647e206b-d80a-47d5-ace8-4ec0f7f04a7b/nld@2025‑09‑19;17-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio09fa71d8-7b5b-426a-9fe5-298c0d5ec0a8/nld@2025‑09‑19;43-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio61c80bfe-a8e4-42cf-90ec-166bab2bba3c/nld@2025‑09‑19;19-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/giob14c45fa-55aa-46ab-95da-d07fb69e2852/nld@2025‑09‑19;21-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio6a2e5fb2-4b4f-4857-8a6a-86266e73ac13/nld@2025‑09‑19;3-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio530eca4c-32c8-48f0-a0ff-a3b1f7dd4f44/nld@2025‑09‑19;5-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio50cc5674-4e94-4a1a-bbf7-f515c01e650e/nld@2025‑09‑19;33-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio4d04232a-964e-4af2-afdb-e5c937718130/nld@2025‑09‑19;23-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio83080d69-9b7f-40a5-adef-58a316ceb382/nld@2025‑09‑19;25-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/giof990ca0d-fc48-4e2c-8815-3d8ba96f55ba/nld@2025‑09‑19;27-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio9766eeef-376e-4084-af48-213b9bca1290/nld@2025‑09‑19;7-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio68205002-82f6-4777-9135-d05c4d59a220/nld@2025‑09‑19;29-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio3e919aeb-c3f5-4be0-8e28-8279363109b2/nld@2025‑09‑19;31-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio51c2fe85-7a5d-4eb5-9f00-a11945fbdf4c/nld@2025‑09‑19;49-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gioe49062ca-f351-4a20-aeee-452451383de6/nld@2025‑09‑19;9-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio3d659772-1649-40e5-89b7-9dc6c269a0b8/nld@2025‑09‑19;11-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/giofe3b19f5-a1cf-4100-afa3-f2f8d54b5436/nld@2025‑09‑19;13-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/giof236c0de-e1fd-4a30-a9d7-2388b7ad8a9c/nld@2025‑09‑19;35-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio2932f6d0-0161-40a3-ba56-6bf68b91e985/nld@2025‑09‑19;37-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio2cc44c49-e0b5-4943-845c-7c1361a72cc6/nld@2025‑09‑19;45-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gioeb3be968-cc51-4e11-afec-1131e8378729/nld@2025‑09‑19;39-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/gio2ac05fef-2c23-4709-b5ca-84f1c54e0277/nld@2025‑09‑19;41-0
/join/id/regdata/gm1708/2025/giofed3afd8-88c8-48f4-b580-38cba1f007d6/nld@2025‑09‑19;47-0
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-409328.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.