Publicatiedatum: 31 januari 2025 (reageren binnen 20 kalenderdagen)
Ingevolge de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moeten overheidslichamen kennisgeven van het voornemen om te besluiten tot het aangaan van een overeenkomst waarbij sprake is van de uitgifte van onroerende zaken en zakelijke rechten.
De Gemeente Breda (‘de gemeente’) geeft in dat kader te kennen dat zij voornemens is om de grond (zoals aangegeven op bijgaande tekening), gelegen aan Baarschot 36-38 te Breda, onderhands te verkopen. Naar het oordeel van de gemeente is de beoogde koper de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor de hiervoor vermelde verkoop.
Motivering
De betreffende grond is bestemd als bedrijfskavel en kavel voor twee woonwagenstandplaatsen ten behoeve van bedrijfswoningen. De beoogde koper is reeds huurder van zowel de bedrijfskavel als de grond die bestemd is voor de bedrijfswoningen en heeft deze in die hoedanigheid reeds geruime tijd in gebruik. Beoogd koper heeft op de betreffende gronden ook opstallen geplaatst. Uitsluitend omdat sprake is van een zittende huurder die aan de gemeente heeft verzocht om de volledige eigendom te mogen verwerven, is de gemeente voornemens het eigendom aan die partij over te dragen. Deze partij heeft immers op basis van zijn bestaande rechten reeds geïnvesteerd in deze locatie en is daarvoor afhankelijk voor zijn onderneming en huisvesting. Voorts is verkoop aan een andere partij wat de gemeente betreft niet opportuun, omdat de zittende huurder nog doorlopende rechten heeft die bij een eventuele verkoop gerespecteerd dienen te worden door die andere partij. De gemeente streeft bovendien naar een zo hoog mogelijke opbrengst. De opbrengst bij verkoop aan een zittende huurder is hoger dan bij verkoop aan een andere partij omdat die laatste de rechten van de zittende huurder moet respecteren.
Gelet op het voorgaande is de gemeente van oordeel dat op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria alleen beoogde koper als serieuze gegadigde in aanmerking komt voor aankoop, gelet op diens bestaande rechten op dit object.
Vervaltermijn
Indien u zich niet kunt verenigen met deze voorgenomen onderhandse uitgifte door de gemeente, omdat u meent daarvoor zelf als gegadigde in aanmerking te komen en u bovendien daadwerkelijk in staat en bereid bent om het betreffende object onder marktconforme condities af te nemen van de gemeente, dan kunt u dat binnen 20 dagen na de datum van de onderhavige publicatie kenbaar maken. Dat kunt u alsdan doen door een kort geding procedure aanhangig te maken bij de daartoe bevoegde voorzieningenrechter van de rechtbank Breda. In dat geval dient u de gemeente hiervan onverwijld in kennis te stellen middels betekening van de dagvaarding op het adres van de gemeente, bij gebreke waarvan het recht vervalt om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige aanspraak in welke vorm of hoedanigheid dan ook te baseren, althans zijn uw rechten daarop uitgewerkt. Een digitaal afschrift van de dagvaarding dient u tevens per e-mail aan contact@breda.nl te verzenden.