Ondermandaatbesluit gebiedsontzeggingen

De burgemeester van de gemeente Kaag en Braassem;

 

Overwegende dat:

 

  • een gebiedsontzegging een maatregel is om de openbare orde te handhaven, criminaliteit en overlast terug te dringen en bewoners hun gevoel van veiligheid terug te geven;

  • de burgemeester bevoegd is om een gebiedsontzegging op te leggen teneinde openbare orde verstorende gedragingen te beëindigen of te voorkomen;

  • in artikel 2:78 van de APV is bepaald is op welke wijze de burgemeester invulling geeft aan deze bevoegdheid;

  • het wenselijk is deze bevoegdheid die de burgemeester in het kader van de handhaving van de openbare orde bezit, tevens te beleggen bij politieambtenaren van politie eenheid Den Haag en toezichthouders met toezichthoudende bevoegdheid op handhaven APV;

  • dit mandaat van de burgemeester aan ambtenaren van de politie en toezichthouders met toezichthoudende bevoegdheid op handhaven APV, zal bijdragen aan een spoedige, effectieve en efficiënte toepassing van gebiedsontzeggingen;

  • mandatering plaatsvindt met in achtneming van afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Gelet op:

 

  • Artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Kaag en Braassem 2012 (hierna: APV);

  • Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluit:

Artikel 1 Aanwijzing

  • 1.

    Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2:78 van de APV:

    • a.

      aan de ambtenaren van politie-eenheid Den Haag van de Nationale politie, als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a van de Politiewet 2012 juncto artikel 1 lid 1 onder d Besluit algemene rechtspositie politie en toezichthouders met toezichthoudende bevoegdheid op handhaven APV, als bedoeld in het aanwijzingsbesluit toezichthouders gemeente Kaag en Braassem de bevoegdheid te mandateren tot het opleggen van een gebiedsontzegging met een looptijd korter dan twee weken zoals bedoeld in artikel 2:78 van de APV;

    • b.

      de ‘Instructie gebiedsontzeggingen artikel 2:78 APV’ vast te stellen zoals opgenomen als bijlage bij dit mandaatbesluit;

    • c.

      het format ‘Gebiedsontzegging’ vast te stellen zoals opgenomen als bijlage bij dit mandaatbesluit;

 

Een besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging die door cumulatie van overtredingen een looptijd van langer dan twee weken heeft, wordt opgelegd door de burgemeester en is dus uitdrukkelijk niet gemandateerd.

 

 

Artikel 2 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

 

Artikel 3 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Besluit mandaat gebiedsontzeggingen gemeente Kaag en Braassem’.

 

 

 

Aldus vastgesteld te Roelofarendsveen, 16 september 2025

 

 

 

De burgemeester van Kaag en Braassem

A. Heijstee-Bolt

Bijlage 1: Werkinstructie gebiedsontzeggingen artikel 2:78 APV

Ter zake van de uitoefening worden de volgende instructies worden meegegeven:

 

De gemandateerde politieambtenaren en toezichthouders met toezichthoudende bevoegdheid op handhaven APV kunnen alleen een gebiedsontzegging opleggen onder de voorwaarden zoals opgenomen in de APV: Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen.

 

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1 (samenscholing), 2:26 (ordeverstoring evenement), 2:31 (ordeverstoring in openbare inrichting), 2:31a (verbod messen), 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:50 (hinderlijk gedrag voor in publiek toegankelijke ruimten), 2:74 (drugshandel op straat), 2:74a (verzameling van personen met drugs), 2:75 (bestuurlijke ophouding) of 3:9 (straatprostitutie) van deze verordening overtreedt een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

 

  • 2.

    Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

 

  • 3.

    Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

 

  • 4.

    De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

 

Gebiedsontzegging beleidsregel

  • a.

    de burgemeester kan een gebiedsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren zoals genoemd in artikel 2:78 APV;

  • b.

    voor het opleggen van een gebiedsontzegging wordt alleen gebruik gemaakt van het door de burgmeester vastgestelde en beschikbaar gestelde format;

  • c.

    de gebiedsontzegging wordt ingevuld door een gemandateerde politieambtenaar of toezichthouder met toezichthoudende bevoegdheid op handhaven APV en bijzondere wetten en uitgereikt aan de betrokkene;

  • d.

    een bewijs van uitreiking wordt uiterlijk één werkdag na uitreiking gestuurd aan de burgemeester;

  • e.

    bij twijfel of een situatie in aanmerking komt voor het opleggen van een gebiedsontzegging, overlegt de politie met de ambtenaren van de gemeente die met het opstellen van gebiedsontzeggingen door de burgemeester zijn belast.

 

In de beschikking tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt geen begunstigingstermijn opgenomen. De spoedeisendheid verzet zich tegen het opnemen van een dergelijke termijn.

 

Bij verstoring van de openbare orde is direct optreden noodzakelijk en gerechtvaardigd. De negatieve impact van deze verstoringen op de leefomgeving en samenleving is groot.

Naar boven