Gemeenteblad van Velsen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Velsen | Gemeenteblad 2025, 405121 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Velsen | Gemeenteblad 2025, 405121 | ander besluit van algemene strekking |
1.1. Waarom een uitvoeringsprogramma?
In dit uitvoeringsprogramma wordt beschreven welke activiteiten de gemeente Velsen op het gebied van VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving) in 2025 uitvoert. Het uitvoeringsprogramma 2025 is onder andere gebaseerd op het VTH-beleidsplan 2022-2026 en het VTH- uitvoeringsprogramma 2024. De reguliere werkzaamheden lopen natuurlijk door én we richten ons in 2025 op een aantal thema’s in het bijzonder. In het uitvoeringsprogramma wordt daarnaast ook ingegaan op activiteiten die worden uitgevoerd door de samenwerkingspartners. De Omgevingsdienst IJmond levert separaat de nodige stukken aan.
Het uitvoeringsprogramma heeft als doel richting te geven aan de inzet van VTH-taken in het fysieke domein om zo effectief en efficiënt mogelijk te kunnen werken. Het draagt daarmee bij aan het realiseren van de jaardoelstellingen en lange termijn beleidsdoelen. Op basis van het uitvoeringsprogramma kunnen gerichte keuzes worden gemaakt over de inzet. Het zorgt ervoor dat voor iedereen helder is hoe wij uitvoering geven aan onze uitvoerings- en handhavingstaken. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering draagt namelijk bij aan meer begrip bij diegenen die hiermee te maken krijgen. Dit bevordert de eenduidigheid, samenwerking en kwaliteit.
Het uitvoeringsprogramma geef inzicht in de activiteiten die de gemeente op het gebied van VTH in 2025 wil uitvoeren en houdt daarbij rekening met ontwikkelingen die zich landelijk, regionaal of lokaal afspelen. Het uitvoeringsprogramma gaat over één kalenderjaar. Het werkveld is erg dynamisch; dit betekent dat de uitvoering in de praktijk kan afwijken van het uitvoeringsprogramma. Als team spelen wij in op de meest recente ontwikkelingen waardoor gemaakte keuzes kunnen worden bijgesteld.
Op grond van artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit is het college van burgemeester en wethouders verplicht om het VTH-beleid jaarlijks uit te werken in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij zullen uitvoeren. Met dit document geven we invulling aan deze verplichting.
In het omgevingsrecht zijn er criteria opgenomen waar wij aan ons moeten houden bij het organiseren van de uitvoering van de VTH-taken. Het opstellen van een jaarverslag en een uitvoeringsprogramma behoren tot deze zogenoemde procescriteria en maken onderdeel uit van een sluitende beleidscyclus, die naar zijn vorm de ´BIG-8´-cyclus wordt genoemd.
Aan de hand van deze beleidscyclus houden wij cyclisch bij of wij op de korte, middel en lange termijn de juiste keuzes maken en of die keuzes ook ten uitvoer worden gebracht.
De provincie Noord-Holland beoordeelt uiteindelijk of de gemeente het uitvoeren van de VTH-taken zó heeft ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd kunnen worden.
Het uitvoeringsprogramma omvat de onderstaande hoofdstukken.
In hoofdstuk 2 geven we aan met welke ketenpartners we samenwerken en welke taken zij voor ons uitvoeren. Daarnaast wordt hier ingegaan op de ontwikkelingen en actualiteiten binnen het VTH-vakgebied.
In hoofdstuk 3 staat aangegeven wat we belangrijk vinden, welke resultaten we in het algemeen willen behalen, wat de visie van Velsen is voor 2050 en wat de speerpunten van VTH zijn voor 2025.
In hoofdstuk 4 wordt beschreven wat we gaan doen inclusief de begrote personele capaciteit en de financiële borging.
In hoofdstuk 5 staat het uitvoeringsprogramma voor Team Handhaving Openbare Ruimte (hierna: THOR) opgenomen. In dit hoofdstuk staan de kaders en uitgangspunten weergegeven waarbinnen het team handelt en zijn de prioriteiten en thema’s voor 2025 opgenomen.
In het uitvoeringsprogramma worden altijd in zekere mate tijd en middelen gereserveerd voor onvoorziene situaties. Het is noodzakelijk om flexibel te kunnen schuiven binnen het programma. Dit betekent dat, als zich specifieke zaken voordoen die acuut aandacht vragen, hierop direct inzet kan worden gepleegd. Een gevolg hiervan kan zijn dat niet alle activiteiten in een jaar kunnen worden gerealiseerd. In het jaarverslag VTH wordt hierover na afloop van het kalenderjaar verantwoording afgelegd.
2.1. Welke taken voeren we uit?
De uitvoering van de VTH-taken en de verplichting om uitvoering te geven aan de beleids- en uitvoeringscyclus liggen vast in de Omgevingswet. Daarnaast houdt het team VTH van de gemeente Velsen zich bezig met veel andere taken en verplichtingen die zijn vastgelegd in bijvoorbeeld de Wet Kinderopvang, de Algemene plaatselijke verordening en de Alcoholwet.
Welke VTH-taken wij, in het kader van de Omgevingswet precies uitvoeren, en hoe wij hieraan concreet invulling geven, is beschreven in hoofdstuk 4.
2.2. Wie voeren de VTH-taken uit?
De VTH-taken worden door de gemeente uitgevoerd in samenwerking met de hierna genoemde ketenpartners:
De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) voert voor de gemeente de milieutaken uit. Dit houdt in dat de ODIJ zich voor de gemeente Velsen toelegt op de vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieubelastende activiteiten. De kaders die de ODIJ daarvoor hanteert zijn vastgelegd in het beleidskader VTH 2023-2026 van de ODIJ.
De ODIJ geeft voor de gemeente Velsen niet alleen uitvoering aan het basistakenpakket milieu, maar ook aan een aantal plustaken. De ODIJ adviseert de gemeente over het milieubeleid, draagt zorg voor de milieuadvisering in het kader van vergunningen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en de Verordening fysieke leefomgeving, ruimtelijke projecten en de wettelijke advisering rond Tata-Steel en voert voor ons de gemeentelijke taken uit de Havenverordening uit. Tot slot coördineert de ODIJ voor de IJmondgemeenten het programma Gezondheid en Luchtkwaliteit.
De ODIJ is een gemeenschappelijke regeling waarin 14 gemeenten en de provincie Noord-Holland participeren. De samenwerkingsafspraken tussen de ODIJ en de gemeente liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: Dvo). Jaarlijks wordt een Kadernota opgesteld, waarin de beleidsprioriteiten voor het komende jaar worden vastgelegd. Dit kader is de basis voor de begroting van de ODIJ. De begroting wordt vervolgens vertaald in een uitvoeringsprogramma. De ODIJ rapporteert drie keer per jaar over de voortgang van de uitvoering van haar taken aan de 14 deelnemende gemeenten en de provincie. Daarnaast brengt ze verslag uit via een jaarverslag. Voor de verslaglegging op het gebied van de uitvoering van de VTH-milieutaken verwijzen we naar deze stukken.
Veiligheidsregio Kennemerland (VRK)
De VRK adviseert ons in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik, brandveiligheid, externe veiligheid, milieu (opslag gevaarlijke stoffen e.d.), standplaatsvergunningen, filmvergunningen en evenementen. Ook voert de VRK op dit gebied het toezicht uit. De VRK geeft tevens voorlichting aan inwoners, ondernemers en instellingen over het voorkomen van brand (thuis en op het werk). De samenwerkingsafspraken tussen de VRK en de gemeente Velsen liggen vast in het beleidsplan, en worden uitgewerkt in het jaarplan, dat in overleg met ons wordt opgesteld. De VRK rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Velsen een jaarplan op.
De GGD valt ook onder de VRK en voert aan de hand van een inspectieschema het toezicht op de kinderopvang uit namens het college. Uit dit toezicht volgt een rapportage met een advies. De GGD voert daarnaast, namens het college van B&W, toezicht uit op het gebied van vervuilde en verwaarloosde woningen.
De provincie Noord-Holland heeft de (wettelijke) taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren.
Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT)
De Provincie Noord-Holland gaat na of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen op onder meer het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.
In de Provinciale Verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats.
In het kader van het interbestuurlijk toezicht heeft de provincie op 3 maart 2025 (brief met kenmerk 2180925/2378993) haar bevindingen aan de gemeente gestuurd. De inhoudelijke toetsing omvatte de toetsing aan de procescriteria die onder het nieuwe stelsel van het Omgevingsrecht gelden. Op basis van de toetsing daarop, kreeg de gemeente het oordeel ‘onvoldoende’. De provincie heeft een aantal aandachts- en verbeterpunten meegegeven die de gemeente dient op te pakken om te voldoen aan de eisen die de wetgever aan gemeenten stelt. In het jaarverslag VTH Velsen 2024 wordt nader op de bevindingen van de provincie ingegaan.
De samenwerking tussen het Hoogheemraadschap Rijnland en de gemeente Velsen heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen.
In het geval dat strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM Noord-Holland. Tevens vindt er samenwerking plaats in het kader van de Wet bibob.
In 2024 hebben we geen zaken gehad die met het OM moesten worden afgestemd. Wel bestaan er afspraken tussen de gemeente en het OM over het delen van informatie ten behoeve van bestuursrechtelijke handhaving.
Politie en Buitengewone opsporingsambtenaren (hierna boa’s)
Op het gebied van strafrechtelijke milieuzaken zijn de milieu-agenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. Daarnaast is de Politie een belangrijke samenwerkingspartner voor evenementenvergunningen, exploitatievergunningen, alcoholvergunningen en film- en standplaatsvergunningen.
De buitengewone opsporingsambtenaren ondersteunen de politie in een aantal taken. Hierbij kan o.a. worden gedacht aan:
• Ondermijnende criminaliteit (ondersteunen bij integrale controles)
• Ondersteunen bij aanpak overlast (bijvoorbeeld bij woon- en jeugdoverlast)
• Ondersteunen bij ongeregeldheden
• Ondersteunen bij aanpak mensenhandel
De ODIJ heeft eigen boa’s voor het milieuspoor en hebben een eigen aanspreekpunt.
Naast de hierboven genoemde partners, werkt de gemeente Velsen met veel andere partners samen zoals Rijkswaterstaat, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, het RIEC, de Belastingdienst, de Douane, verschillende Woningbouwverenigingen, Politie en justitiële informatiedienst.
Voor het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid geldt dat de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland het bevoegd gezag zijn voor de handhaving van de natuurbescherming.
Er vindt zaakgericht (op basis van cases) overleg plaats met de diverse handhavingspartners. Dit overleg is meerdere keren per maand afhankelijk van de te behandelen cases. In dit overleg worden integrale toezicht- en handhavingszaken op elkaar afgestemd. De samenwerking met andere partijen is belangrijk en heeft constante aandacht.
2.3. Welke ontwikkelingen en actualiteiten zijn er in het vakgebied?
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet inwerking getreden. De invloed van de Omgevingswet op het gebied van de uitvoering van de VTH-taken wordt meegenomen in dit Uitvoeringsprogramma 2025.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het bodembeleid van toepassing dat is vastgesteld met de vaststelling van de Nota bodembeheer 2024-2034. Dit bodembeleid zal te zijner tijd worden omgezet in regels in het op te stellen omgevingsplan. Advisering daarover loopt via de Omgevingsdienst IJmond.
Actualisatie van het VTH-beleid
In 2024 is begonnen met het opstellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategie (de naam die onder de Omgevingswet wordt gebruikt voor het VTH-beleid). De uitvoering hiervan is echter vertraagd door formatieve problemen. Het streven is erop gericht om de uitvoerings- en handhavingsstrategie in de eerste helft van 2026 te laten vaststellen. In deze strategie is aandacht voor de aanbevelingen van de provincie.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) beoogt een stelsel te ontwikkelen waarin marktpartijen garanderen dat het te realiseren bouwplan bij oplevering een bepaald kwaliteitsniveau heeft. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de stapsgewijze inwerkingtreding van de Wkb gestart. De Wkb is op 1 januari 2024 ingegaan voor nieuwe bouwwerken (nieuwbouw) in gevolgklasse 1 (o.a. eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden). In 2024 heeft een toets plaatsgevonden om te bepalen wat een goede datum is voor de categorie ‘verbouw’. Op 10 december 2024 is echter besloten de verbouwactiviteiten niet onder het stelsel van de kwaliteitsborging te brengen. Een belangrijk argument daarvoor is dat de kosten van de kwaliteitsborging hoog zijn en niet in verhouding lijken te staan tot wat vooraf als uitgangspunt van de Wkb is bepaald: een toename van de kwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Die kosten zitten vooral in het feit dat toepassing van de kwaliteitsborging meer inspanning vergt en dus meer tijd kost. De minister wil de komende tijd daarom beoordelen of het mogelijk is de kwaliteitsborging bij verbouw te vereenvoudigen.
De verbouwactiviteiten vallen vooralsnog dus nog niet onder de kwaliteitsborging en artikel 2.17 lid 4 Bbl blijft van toepassing. Voor de bouwwerken die vallen onder de gevolgklassen 2 en 3 geldt dat die nog altijd buiten het stelsel van de kwaliteitsborging vallen. De Wkb zal eerst worden geëvalueerd, waarna zal worden bekeken of gevolgklassen 2 en 3 onder het stelsel gebracht kunnen worden. Hierbij kan o.a. worden gedacht aan bibliotheken, onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions en ziekenhuizen (gevolgklasse 3).
Voor alle vergunningen die al vóór 1 januari 2024 zijn aangevraagd, blijft het oude stelsel gelden. Ook voor alle lopende bezwaar- en beroepsprocedures geldt de Wkb niet. De invloed van de Wkb op het gebied van de uitvoering van de VTH-taken is opgenomen in het Uitvoeringsbeleid Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (vastgesteld in 2023).
Mede in verband met de invoering van de Omgevingswet is voor een nieuwe VTH-applicatie (CLO) gekozen. De nieuwe applicatie is specifiek ter ondersteuning van de VTH-processen aangeschaft en functioneert naar wens. De VTH-applicatie ondersteunt zowel de processen die onder de Omgevingswet vallen maar ook de VTH-processen die betrekking hebben op andere (lokale) wet- en regelgeving (o.a. APV, Alcoholwet en Wet op de Kansspelen). De nieuwe applicatie maakt een integrale samenwerking makkelijker en biedt de gemeente meer mogelijkheden wat betreft informatiemanagement.
Krapte op arbeidsmarkt en toenemende taken en plichten
De afgelopen jaren zijn er steeds meer taken bij de gemeenten komen te liggen. Daarnaast is er landelijk sprake van een krappe arbeidsmarkt. Openstaande vacatures binnen VTH staan hierdoor langer open dan wenselijk met gevolgen voor de werkdruk. De situatie dwingt ons om scherpere keuzes te maken, prioriteiten te stellen en flexibel te zijn.
In het algemeen willen wij in 2025 de volgende resultaten realiseren:
Wij hanteren voor de uitvoering van de VTH-taken de volgende uitgangspunten:
Het toetsen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels gebeurt risico gestuurd hetgeen betekent dat prioriteit wordt gegeven aan onderwerpen met de grootste impact op de veiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving en dat de aanpak wordt afgestemd op het aanwezige risico en het gedrag van de overtreder. Belangrijke aandachtspunten zijn (constructieve) veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid.
De koers die we met de Visie op Velsen 2050 Kennisrijk Werken kiezen is voor ons van belang. Investeren in kennisrijk werken is nodig om in Velsen te kunnen blijven ontwikkelen en bij te dragen aan een bloeiende economie. De uitdaging is om ervoor te zorgen dat iedereen hieraan mee kan doen: in balans en verbinding, en met respect voor onze leef- en woonomgeving.
Voor VTH geldt in 2025 dat we gaan doen wat werkt en haalbaar is, concreet en realistisch met behulp van de visie op Velsen 2050 als ons kompas.
De ervaring van voorgaande jaren leert dat zelfs met een volledige bezetting de geplande taakuitvoering soms lastig te realiseren is. Daarom staat voor 2025 op de agenda het verder ontwikkelen van een bestuurlijke visie op de VTH-taken en een nieuw VTH-beleidsplan. Totdat de bestuurlijke visie en het nieuwe beleid zijn ontwikkeld en vastgesteld zullen wij ons in hoofdlijnen focussen op de volgende zaken:
Het versterken van de taakuitvoering door de gemeentelijke organisatie door:
Blijvende aandacht voor modellen voor toetsing en besluitvorming. Hierbij is bijhouden van recente inzichten in jurisprudentie en wetsuitleg van belang. Het resultaat is een zogenaamde toetskaart welke als hulpmiddel wordt gebruikt voor het vastleggen van toetsing en voor vindplaatsen van regelgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving en omgevingsplan, inclusief gemeentelijk beleid). Daarnaast het bijhouden van sjablonen voor besluitvorming zodat eenduidigheid en voldoende kwaliteitsniveau wordt gewaarborgd.
Het verder optimaliseren van de overdracht van dossiers naar team Fysieke leefomgeving. Hier gaat het om zaken als: inschatting adviestermijn, de te betrekken disciplines, het benoemen van aandachtspunten en het aftasten van (on)mogelijkheden. Dit wordt geconcretiseerd door op wekelijkse basis een adviestraject op te starten waarbij lopende adviesvragen ook aan de orde komen om tijdig bij te kunnen sturen op proces en inhoud.
Dit hoofdstuk beschrijft zowel in algemene zin, als gedetailleerd per taak/activiteit wat de gemeente in 2025 van plan is uit te voeren. De ervaringen uit voorgaande jaren nemen we hierin mee. Voordat hierop wordt ingegaan wordt eerst de gemeentelijke capaciteit in beeld gebracht.
Voor 2025 is de begrote capaciteit (vooralsnog ) op het gebied van de uitvoering van de VTH-taken als volgt opgebouwd:
De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentebegroting 2025, welke is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. De geraamde uren en middelen van ODIJ en VRK zijn vastgelegd in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en dienstverlenings-overeenkomsten en zijn eveneens geborgd in de meerjarenbegroting.
Vergunningverlening is het integraal beoordelen en toetsen van vergunningsaanvragen aan geldende wet- en regelgeving om uiteindelijk te komen tot een kwalitatief goede vergunning binnen de wettelijke termijn.
Aanbod gestuurd en risicogericht
Het in behandeling nemen van vergunningen geschiedt aanbod gestuurd. Het beoordelen van de vergunningsaanvragen en meldingen vindt vervolgens risicogericht plaats. Zo wordt bijvoorbeeld bij de beoordeling van omgevingsvergunningen voor het bouwen gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Het gaat hierbij zowel om het object van de aanvraag (bijvoorbeeld wat voor soort bouwwerk of inrichting) als de specifieke te toetsen elementen binnen deze aanvraag (bijvoorbeeld veiligheid of gezondheid). Op grond van het Bibob beleid worden bepaalde aanvragen getoetst aan de Wet Bibob.
In het contact met de aanvrager is het uitgangspunt dat iedereen in eenzelfde situatie op eenzelfde manier wordt behandeld. Bij het beoordelen van aanvragen wordt in beginsel het algemeen belang boven het individuele belang gesteld. Er wordt open en transparant gecommuniceerd over de uitvoering van vergunningverlening naar inwoners en ondernemers.
In onderstaand tabel is te zien wat de doelstellingen voor 2025 zijn.
Doelstelling van toezicht is het bevorderen van een veilige, gezonde, duurzame en kwalitatief goede leefomgeving. Dit beogen wij te realiseren door toezichthouders controles te laten uitvoeren. Door de controles wordt voorkomen dat wordt gehandeld zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de verschillende soorten activiteiten (bouwen, monumenten, milieu, sloop etc.) en/of dat wordt gehandeld in strijd met de gebruiksregels van een omgevingsplan of met de voorwaarden die zijn gesteld op grond van een omgevingsvergunning.
Toezicht vindt aanbod- èn risico gestuurd plaats en wordt, indien nodig en mogelijk, integraal (samen met andere toezichthoudende partijen) en in een aantal gevallen projectmatig uitgevoerd.
Op basis van uitgevoerde probleem- en risicoanalyse wordt er binnen de afdeling Fysieke leefomgeving gebruik gemaakt van verschillende vormen van toezicht. Toezicht kan worden onderverdeeld in vergunning-gebonden taken en niet-vergunning-gebonden taken.
Het hoofdbestanddeel van het toezicht wordt gevormd door reguliere controles op verleende vergunningen voor bijvoorbeeld bouw- of milieubelastende activiteiten en aanpassingen aan monumenten. Nadat een vergunning is verleend, wordt contact gezocht met de vergunninghouder over de vergunningsvoorwaarden en wordt deze geattendeerd op aandachtspunten zoals constructie, brandveiligheid en inwerkingtreding van de vergunning. Dit wordt gedaan om tijdig geïnformeerd te worden over bijvoorbeeld de start van de bouw, de uitvoerder (gegevens aannemer), het aanbrengen van milieubeschermende maatregelen en om handhaving te voorkomen.
Niet-vergunning-gebonden taken
Toezicht geschiedt ook naar aanleiding van klachten, meldingen, eigen constateringen (denk aan wijkgericht toezicht) en vooraf bepaalde activiteiten die een verhoogde aandacht nodig hebben (bijvoorbeeld programmatisch of themagericht toezicht). Er vinden dan zowel geplande als ongeplande controles plaats. Ook worden schriftelijk ingediende handhavingsverzoeken behandeld.
Gezien de hoeveelheid taken die moeten worden uitgevoerd en de beperkte personele capaciteit, moeten op het gebied van toezicht en handhaving bestuurlijke keuzes worden gemaakt over de inzet van de medewerkers en de mate van die inzet. Het is dan ook logisch dat het toezicht zich voornamelijk richt op die onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn en het naleefgedrag het minst. Om die reden is prioritering bepalend voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Daarom is het de bedoeling om in de eerste helft van 2026 een bestuurlijke visie op de uitvoerings- en handhavingstaken en een nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie vast te stellen. Hierin zal ook een prioriteringstabel worden opgenomen.
In onderstaande tabel is te zien wat de doelstellingen voor 2025 zijn:
Handhaving zorgt ervoor dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De wet- en regelgeving is erop gericht dat gevaarlijke en/of ongewenste situaties worden voorkomen en/of ongedaan worden gemaakt. Handhaving werkt zowel preventief als repressief.
Omdat de beschikbare capaciteit van medewerkers beperkt is in vergelijking tot het aantal overtredingen en om willekeur te voorkomen wordt in 2025 gestart met de nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie. Hierin worden afspraken over de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen opgenomen en een aangepaste prioritering voor het oppakken van overtredingen. In 2025 formaliseren we voorts de formats voor handhavingsbrieven. Daarnaast wordt er gewerkt aan de kwaliteit van rapportages voor toezicht. We introduceren ook een informele werkwijze waarbij het doel is om overtredingen zoveel mogelijk ongedaan te maken en/of te voorkomen zonder dat daarbij formeel wordt opgetreden door middel van een besluit. Bij het aanpassen van de prioriteringen wordt de bestaande risicomatrix als basis gebruikt (zie bijlage 1).
Naast het formaliseren van onze werkprocessen geven wij projectmatig (extra) aandacht aan de volgende onderwerpen:
- (illegale) tuinen Duinvlietstraat in Velsen-Noord
- woonboten aan de Noordersluisweg in IJmuiden
In onderstaand tabel is te zien wat de doelstellingen voor 2025 zijn.
4.5. Algemene Plaatselijke Verordening (APV)/bijzondere wetten
In het team VTH worden tevens vergunningen, meldingen en ontheffingen verleend en afgehandeld op grond van de Algemene plaatselijke verordening Velsen, de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen en andere bijzondere wetgeving. Dit wordt gedaan door medewerkers die APV/bijzondere wetgeving in hun takenpakket hebben. Evenementenvergunningen en – meldingen worden afgedaan door een ander onderdeel binnen het team VTH.
In onderstaande tabel staan de doelstellingen voor 2025 opgenomen.
Op grond van de Wet kinderopvang (hierna: Wko) is het college van B&W verantwoordelijk voor de naleving van de kwaliteit van de kinderopvang binnen Velsen. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het bijhouden van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en de Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR).
Het LRK is het online basisregister voor de kinderopvang waarin de gegevens van alle kinderdagverblijven, buitenschoolse opvangcentra, gastouderbureaus en gastouders worden geregistreerd en up-to-date worden gehouden. De Gemeenschappelijke Inspectieruimte (GIR) is gekoppeld aan het LRK. De GIR bestaat uit GIR Inspecteren en GIR Handhaven. Inspectieonderzoeken worden door de GGD verwerkt in GIR Inspecteren. De definitieve inspectierapporten worden automatisch gepubliceerd in het LRK en in GIR Handhaven, zodat de verantwoordelijke gemeente ze kan beoordelen.
De GGD Kennemerland (gemeentelijke gezondheidsdienst) voert het toezicht op de Wko uit. Als uit inspectie blijkt dat een kinderopvangvoorziening niet aan de kwaliteitseisen voldoet dan adviseert de GGD aan de gemeente om tot handhaving over te gaan.
De Wko verplicht om jaarlijks alle kinderopvanglocaties (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus) te inspecteren. Daarnaast wordt met een steekproef een inspectie uitgevoerd bij 50% van de gastouders. De steekproef is zodanig ingericht dat alle gastouders minimaal eens in de 3 jaar worden onderzocht. Voor de uitvoering van het toezicht in Velsen maakt de GGD Kennemerland jaarlijks een voorstel voor de opdracht met bijbehorend kostenoverzicht. Het doel is een adequaat niveau van toezicht en handhaving in het kader van de Wet kinderopvang en het borgen van de kwaliteitseisen.
Flexibiliteit van de inspectieactiviteit:
In 2025 is het flexibel toezicht weer thematisch en risicogestuurd van aard. Er wordt maatwerk geboden bij het toezicht, waarbij de inspectiegeschiedenis (tekortkomingen) en onderwerpen waar zorg over is, het uitgangspunt van de inspectie vormt. Verplichte voorwaarden (VOG/PRK, pedagogisch klimaat en voorschoolse educatie indien van toepassing) maken altijd deel uit van de inspectie. Door flexibel toezicht worden over de jaren meerdere kwaliteitseisen getoetst, waardoor er een breed beeld wordt gevormd over de kwaliteit van de opvanglocatie.
De personele uitdagingen binnen de kinderopvang blijven naar verwachting de werkzaamheden van de GGD ook in 2025 beïnvloeden. De aanhoudende personele krapte in de kinderopvang veroorzaakt tekortkomingen, zoals het benodigd aantal in te zetten beroepskrachten en de inzet van vaste gezichten. Dat betekent dat het toezicht steeds meer maatwerk wordt en de toezichthouder van de GGD met de houder in dialoog gaat om de situatie te kunnen beoordelen en/of een herstelaanbod te kunnen geven.
Investering in nieuwe wetgeving
De ervaring van 2024 heeft geleerd dat de tijdsinvestering van de toezichthouder om nieuwe regelgeving bij ieder jaarlijks onderzoek in het eerste jaar mee te nemen, loont. De nieuwe kwaliteitseisen van 2023 zijn nu min of meer geborgd in het huidige beleid van de kinderopvang waardoor er minder handhaving en daardoor minder nader onderzoeken nodig zijn. Ook in 2025 maakt daarom de nieuwe regelgeving deel uit van iedere inspectie. In 2025 vinden houdergesprekken plaats waarin de houders van kinderopvangcentra door de toezichthouder worden geïnformeerd over nieuwe regelgeving met ingangsdatum januari en juli 2024. De houdergesprekken worden uitgevoerd bij jaarlijkse onderzoeken, volledig onderzoeken bij een onderzoek na registratie. De verwachting is dat met deze informatieverstrekking aan houders, het aantal tekortkomingen afneemt en de nalevingsbereid van houders toeneemt.
Toezicht en handhaving rood risicoprofiel
Voor toezicht bij kindercentra die een rood risicoprofiel hebben, dus waar grote zorgen bestaan, is een plan van aanpak geschreven. Hiermee wordt beoogd dat deze centra binnen twee jaar naar minimaal een oranje profiel worden begeleid of, bij uitblijven kwaliteitsverbetering, om richting een advies van een exploitatieverbod over te gaan. Kern van de afspraken is:
Invoering van hernieuwd risicoprofiel
In 2025 wordt de toekenning van het hernieuwde risicomodel voor kindercentra en gastouderbureaus geïmplementeerd. Met het model schatten toezichthouders de mate van zorg in met betrekking tot verantwoorde kinderopvang. Waar er voorheen over kleuren werd gesproken, wordt nu het risicoprofiel op basis van zorgen toegekend. Hierbij wordt niet alleen naar tekortkomingen gekeken maar ook naar de bedrijfsvoering van de houder en de inschatting of er sprake is van duurzame kwaliteit. Zo is voorheen een groene locatie, in de nieuwe situatie een locatie zonder zorgen. Het doel is dat met de invoering van dit model de adviesfunctie naar gemeenten duidelijker wordt.
Landelijk zijn er de volgende ontwikkelingen die mogelijk van invloed hebben op het toezicht in 2025 en daarna:
Wetswijziging gastouderopvang. Het ministerie heeft een wetsvoorstel opgesteld om de verschillen in kwaliteit van gastouderopvang te verkleinen. De Eerste Kamer is inmiddels akkoord. Enkele wijzigingen in de Wet kinderopvang: gastouderopvang moet voldoen aan dezelfde pedagogische basisdoelen die ook gelden voor kinderdagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum; een gastouder mag bij maximaal 2 gastouderbureaus zijn aangesloten; gastouderbureaus gaan pedagogische coaching geven aan gastouders; en gastouders gaan scholing volgen en werken met een pedagogisch werkplan. De maatregelen gaan gelden vanaf 1 juli 2026, zodat betrokken partijen nog ruim een jaar de tijd hebben om zich voor te bereiden op de nieuwe eisen.
Met een uitnodigend evenementenbeleid verwelkomt de gemeente Velsen een fors aantal evenementen, groot en klein. Dit heeft gevolgen voor leefbaarheid en veiligheid binnen de gemeente. Het grote aantal evenementen vereist oplettendheid en zorgvuldigheid bij het verlenen van de vergunningen. Voor het proces van vergunningverlening zijn de belangrijkste stakeholders, de organisator, de adviseurs en de burgemeester. De burgemeester is onder meer belast met het toezicht en de handhaving van openbare en veiligheid en is daarmee primair verantwoordelijk voor veiligheid van evenementen binnen de gemeente. Daarnaast spelen tactisch adviseurs van onder meer de Veiligheidsregio (brandweer en GGD/GHOR), politie en andere gemeentelijke afdelingen een belangrijke rol bij het bepalen of, en onder welke voorwaarden, een evenement kan plaatsvinden. Binnen het team VTH coördineert het cluster evenementen het proces van vergunningverlening. Zij vormen een link tussen de organisator, andere afdelingen en de gezagsorganen. Het proces van vergunningverlening bestaat uit een uitvoerige informatievoorziening aan organisatoren, o.a. met behulp van het digitale evenementenloket, correspondentie via de mail en telefoon, transparantie in het tijdspad en de stappen in het vergunningsproces. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een risicogerichte aanpak van aanvragen, zodat de vergunningsvoorwaarden kunnen worden gebaseerd op reële risico’s. Daarnaast streeft het cluster een tijdige afhandeling van aanvragen na door het bewaken van (indiening)termijnen en organisatorisch op te schalen bij onverwachte vertragingen. Hierbij is het cluster echter ook afhankelijk van de aanvragen die binnenkomen en de mate waarin dit tijdig gebeurt. Naast het standaard takenpakket waarin het cluster informatie verleent en vergunningsaanvragen afhandelt, zal net als in 2024 nog aandacht worden besteed aan een drietal extra taken (zie onderstaande tabel). De uitvoering van deze taken is mede afhankelijk van andere afdelingen en de daar beschikbare capaciteit en prioriteiten.
5. Team Handhaving Openbare Ruimte (THOR)
Het Team Handhaving Openbare Ruimte (hierna: THOR) valt ook onder het team VTH. Zodoende is ook het uitvoeringsprogramma van THOR in dit document opgenomen.
Op het thema leefbaarheid zet de raad in op een schoon, groen en aantrekkelijk Velsen. De boa’s zetten zich hiervoor in op het gebied van de aanpak van (zwerf)afval en verontreiniging door honden. Dit gebeurt onder meer door een aangeschaft afvalvoertuig waarbij elke week drie afvaldiensten worden verzorgd en hotspots worden aangepakt en meldingen worden afgereden.
Op het thema veiligheid zet de gemeenteraad in op veilig leven en werken in Velsen. De raad wil voorkomen dat mensen slachtoffer worden van criminelen. Iedereen moet zich veilig voelen op straat. In sommige kernen en in de haven zijn de aanpak van (drugs)criminaliteit en ondermijning belangrijke opgaven. De aanpak verloopt over twee sporen:
Op beide thema's levert THOR wederom in 2025 een belangrijke bijdrage door de positie en zichtbaarheid van de wijkboa en handhaving in de wijk verder te versterken, samen met Huisvuilcentrale (HVC) te komen tot een gezamenlijke aanpak van (zwerf)afval, de inzet van jeugdboa's in de aanpak jeugdoverlast en actief te participeren in de aanpak van ondermijning.
Ten aanzien van de dienstverlening zorgen we ervoor dat we telefonisch goed bereikbaar blijven en werk maken van direct oplossen van kwesties. We reageren snel op meldingen van inwoners over de openbare ruimte. En we gaan door met de doorontwikkeling van de Slim Melden-app.
Kadernota veiligheid 2023-2026
Een ander lokaal uitgangspunt is de kadernota veiligheid. De prioriteiten uit de kadernota zijn:
THOR heeft op veel van deze onderwerpen een taak. Handhavers zijn veel op straat, zij zijn de ogen en oren van de gemeente. Op thema’s als ondermijning, mensenhandel en polarisatie kunnen zij signalen delen binnen de organisatie, observeren ze locaties en voeren integrale controles uit. Op jeugd en veiligheid blijft een taak liggen voor de jeugdboa’s als onderdeel van de integrale jeugdaanpak. Ook als ze in hun werk personen tegenkomen waar zij zich zorgen over maken kunnen ze dit melden.
Team THOR van de gemeente Velsen richt zich op het versterken van de leefbaarheid en veiligheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag in de openbare ruimte. Wat grensoverschrijdend is, wordt o.a. bepaald in de APV. We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:
Dialoog waar kan, consequent waar nodig
Het gesprek aangaan staat voorop en het handhavingsteam is op de hoogte van de werkelijke leefbaarheidssituatie in de gemeente. We geven de ruimte om de situatie te herstellen. Maar zijn consequent op excessen, herhaalde overtredingen en geprioriteerde onderwerpen.
Het team is het visitekaartje van de gemeente en staat in contact met de inwoners en ondernemers in de wijken. De taken worden op een dienstverlenende manier uitgevoerd. We zijn bereikbaar. Handelen meldingen snel af en geven waar mogelijk een terugkoppeling aan de melder.
Het afgelopen jaar is er een start gemaakt met het wijkgericht werken. Iedere wijk heeft een eigen wijkboa. Deze wijkboa’s hebben nauw contact met inwoners, ondernemers en partners in de wijk. Zo is er bijvoorbeeld veel contact tussen de wijkboa en de wijkagent. Het komende jaar willen we ons richten op het verder versterken van de positie van de wijkboa’s in de wijken en verder te werken aan zichtbaarheid in de wijk. Dit stelt het team nog beter in staat om per wijk de prioriteiten te bepalen en daarop te acteren.
Data- en informatiegestuurd werken
Afgelopen jaren zijn de eerste stappen gemaakt van een reactieve werkwijze naar een meer proactieve werkwijze. Deze ontwikkeling zet team THOR ook het komende jaar voort. Data-gestuurd werken speelt hierbij een grote rol. Hieronder verstaan we: ‘Informatie en kennis verzamelen, delen en analyseren om op basis van overzicht en inzicht beslissingen te nemen over een effectieve aanpak van leefbaarheids- en veiligheidsproblemen’. Operationeel betekent dit voor Team THOR het vastleggen van informatie zoals waarnemingen, processen verbaal en waarschuwingen. Hierin zien we het afgelopen jaar een groei. Er wordt steeds meer en beter gemuteerd hoor het team. Naast de informatie die het team zelf op straat verzamelt komt er informatie binnen via verschillende kanalen zoals bijvoorbeeld de Slim Melden app. Het afgelopen jaar zijn er ook nieuwe zaak- en informatiesystemen ingevoerd binnen de gemeente Velsen. Doel is om in 2025 met deze nieuwe systemen een kwaliteitsslag te maken in het data-gestuurd werken.
We volgen de landelijke ontwikkelingen ten aanzien van de professionalisering van de gemeentelijke handhaving. De boa's worden jaarlijks getraind op vakbekwaamheid zoals kennis van wetgeving, gesprekstechnieken en inzet van geweldsmiddelen. We vragen de korte wapenstok aan en professionaliseren de opvang van onze medewerkers na een geweldsincident. Daarnaast borgen we onze manier van werken door het opstellen van werkprocessen en een handboek. Dit vergroot de uniformiteit en de kwaliteit van ons werk.
In deze paragraaf gaan we voor 2025 in op de acties van handhaving en welke handhavingsstrategie daaraan ten grondslag ligt.
Met de inzet van de handhavers proberen zij in eerste instantie bij te dragen aan het oplossen van leefbaarheidsvraagstukken, door met inwoners, ondernemers en bezoekers in gesprek te gaan. Samen met hen proberen ze overtredingen te voorkomen of op te heffen. Hierbij staat het goede gesprek voorop en wordt er gehandhaafd als de regels bewust overtreden worden. Handhaving is hierbij een middel om een doel te bereiken en niet het doel op zich.
In de gemeente Velsen is veel duidelijkheid naar inwoners en ondernemers over wat wel en niet is toegestaan. Bij geconstateerde overtredingen handelen handhavers dienstverlenend en consequent. Vergelijkbare situaties handelt de gemeente op vergelijkbare wijze af. Hiermee voorkomen we willekeur en rechtsongelijkheid.
Het hierboven beschreven proces is samengevat in het volgende figuur:
Er is een aantal thema’s die dit jaar hoge prioriteit hebben. Het is belangrijk om prioriteiten te stellen voor team THOR omdat het met de huidige capaciteit niet mogelijk is om alle thema’s in dezelfde mate op te pakken. De thema’s die in 2025 prioriteit hebben zijn:
Ook in 2025 wordt verder gewerkt aan en geïnvesteerd in het team. Een nieuw team heeft tijd nodig om zich aan te passen aan de omgeving, de behoeften van inwoners, de vraag vanuit de gemeenschap en interne processen binnen de teamontwikkeling.
Daarnaast is de samenwerking met de teams VTH en OOV cruciaal en dient deze goed in overweging te worden genomen. Elke afdeling kampt met specifieke uitdagingen, zoals personeelsgebrek en moeite om vacatures in te vullen. Dit is vooral merkbaar bij het team Veiligheid, die hier het afgelopen jaar zwaar onder heeft geleden.
Om ervoor te zorgen dat wij elkaar op de raakvlakken waar onze taken en verantwoordelijkheden samenkomen goed ondersteunen, zullen de teams gezamenlijk optrekken om de ambities voor 2025 te realiseren. Vanuit dit onderwerp zijn dit de doelen voor 2025:
2. Wijkgericht werken, proactief en informatiegestuurd
Het voortijdig signaleren van actualiteiten moet beter worden aangepakt. Dit vereist een ontwikkelslag van onze wijk-boa’s. Gezien politieke verschuivingen en polarisatie, jeugdgroepen, en de terugtrekkende beweging van de politie, moeten de wijkboa’s beter voorbereid zijn op de vraagstukken in de wijk. De wijkboa’s moeten de regisseur zijn in de wijk op het gebied van leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid.
De termen intelligence en informatie worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl intelligence hét hulpmiddel is om onze taak zo goed mogelijk uit te voeren. Om verzamelde informatie om te zetten in intelligence doorlopen we het informatieproces. Dit bestaat uit de stappen: verzamelen, vastleggen, veredelen en analyseren.
Het verzamelen van informatie begint al op straat. Alles wat we op straat horen en zien en wat door boa’s wordt opgemerkt, wordt vastgelegd in de daarvoor bestemde systemen van onze organisatie.
Dit betekent dat zoveel mogelijk waarnemingen die op straat worden opgedaan ook daadwerkelijk worden vastgelegd. Vanaf het moment dat de medewerkers deze intelligence (actiegerichte informatie welke kan leiden tot handelen) kunnen omzetten naar informatie gestuurd werken kunnen we spreken van efficiënt werken en inzet van onze inspanningen. Bij een toename van mutaties en ruwe waarnemingen is er sprake van succes. Een betere informatiepositie van de wijkboa’s zijn leiden tot meer pro-actie en preventie. Deze doelstelling heeft tegenslagen ondervonden door het personeelsverloop binnen het team, het gebrek aan tijd en capaciteit, en de constante vraag vanuit meldingen. Ook hebben de beperkte financiële middelen het team niet de ruimte gegeven om extra trainingen te faciliteren.
Desondanks streven we naar een toename van tenminste 25% van mutaties en ruwe waarnemingen in 2025 door:
Met het voltallige team gevuld, beschikken wij nu over een basis om de komende jaren te bouwen aan een robuust team dat functioneert als een goed geoliede machine. Het team heeft toestemming om de vier nieuwe senioren een opleiding te laten volgen. Dit vormt feitelijk een nieuw team, bestaande uit min of meer 50% ervaren krachten en 50% nieuwe medewerkers. Ook de senioren zullen moeten wennen aan elkaar en dienen uniform en gestandaardiseerd te werken. Zoals bij elke nieuwe groep, is het belangrijk dat we elkaar goed leren kennen, inclusief onze competenties, valkuilen en blinde vlekken en hoe we optimaal kunnen samenwerken.
Met het huidige personeelsbestand kunnen we niet alle taken en werkzaamheden voldoende tijd en aandacht geven die daarvoor nodig zijn. Daarnaast is er een trend te zien in de toename van werkzaamheden en door recente ontwikkelingen, bijvoorbeeld door vergrijzing bij de politie en de grote uitstroom van medewerkers daar, is de verwachting dat deze trend zich voortzet.
Er is een benchmarkonderzoek uitgevoerd. De aanbevelingen uit het benchmarkonderzoek zijn echter, door naderende bezuinigingen, vooralsnog niet tot uitvoer gebracht. Dit is van invloed op de mogelijkheden en keuzes ten aanzien van de uitvoering van de plannen.
Een goede thuisbasis en zorg voor de medewerkers is onmisbaar. De psychische en sociale opvang voor medewerkers is op basis van het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) 2024 in uitvoering gebracht. Er is een gedetailleerd plan geschreven waarbij meerdere teams van de gemeente zijn benaderd die te maken hebben met geweld.
Het streven is om het plan in 2025 geïmplementeerd te hebben. Hieronder volgen enkele actiepunten:
In 2023 en 2024 is er substantieel gewerkt aan het onderwerp afval. De overgang van strafrechtelijke afhandeling naar bestuursrechtelijke afhandeling is inmiddels afgerond en doorgevoerd. Op basis van de gegevens van de afgelopen jaren, die als leidraad dienen, verwachten wij dat 15% van de zaken in bezwaar zal gaan.
Dit proces dient aan het einde van het jaar geëvalueerd te worden, omdat de administratieve werkzaamheden die hieruit voortvloeien volledig op ons team neerkomen. De vraag die zich zal voordoen, is of één fulltime equivalent (fte) handhavingsjurist voldoende zal zijn.
Daarnaast is in 2024 een eigen afvalvoertuig aangeschaft, hetgeen de autonomie versterkt.
De verwachting is dat rond de zomer 2025 een vergelijkbare hoeveelheid bekeuringen zelf administratief moet worden afgehandeld, met spoedbestuursdwang. Kortom, dit is een positieve ontwikkeling die zichtbaar is.
De overlast van jeugdigen is een thema in de gemeente Velsen. De jeugdboa’s zijn drie dagen per week als koppel aanwezig. Daarbij worden ook regelmatig combinaties gemaakt met de reguliere handhavers om het bereik te vergroten. De reguliere handhavers nemen ook in 2025 bekende hangplekken ook bijna dagelijks mee in hun rondes. Het blijft namelijk een actueel vraagstuk gezien de cijfers, interventies en de aanhoudende drugsoverlast in de gemeente Velsen. In het kader van preventie is er contact met scholen/opleidingscentra voor het geven van voorlichting over de gevaren van drugs, wapens en het gebruik van sociale media.
Intussen is er een stevig netwerk opgezet met partners op het terrein van leefbaarheid, zoals Jongerenwerk, straathoekwerk, jeugdagenten, jeugdboa’s en Halt. Het netwerk, althans een groot gedeelte daarvan, wordt in 2025 op vlieghoogte gebracht met methodisch werken (Straatcontact), zodat er een systeem is waarin alle informatie wordt opgeslagen, jeugdigen worden gemonitord en er maatwerk wordt toegepast in het collectief van de jeugdgroepen, maar ook per individu. Het onderscheiden van criminele jeugd, overlast en/of hinderlijke jeugdgroepen is ook een onderdeel daarvan. Een ander doel is het borgen van kennis op lange termijn: dit betekent kruisbestuiving vanuit de jeugdboa’s naar ons eigen vaste personeel. Concreet betekent dit samen op pad gaan met jeugdboa’s om kennis en methodiek te delen met ons eigen personeel, zodat deze kennis en methodiek niet verloren gaat wanneer de contracten met jeugdboa.nl beëindigd worden. Er staan periodieke overleggen gepland om de voortgang continu te monitoren en eventueel bij te stellen.
Het is heugelijk, dat de criminaliteitscijfers zijn afgenomen. Het veiligheidsrisicogebied is opgeschort en er lijkt enige rust terug te keren op dit dossier. Dit mag echter niet de indruk geven dat de situatie volledig is opgelost; hoewel de overlast significant is verminderd, blijft onze aandacht ook in 2025 vereist.
Dit geldt met name voor de criminele jeugd, waarbij de hoofdverantwoordelijken nog steeds actief zijn binnen de gemeente Velsen.
Wij zullen in 2025 blijven inzetten op preventie, vroeg signaleren en samenwerking met scholen, buurtcoaches en het jeugdnetwerk. Het streven blijft gericht op de terugdringing van de jeugdproblematiek in de gemeente Velsen, hetgeen inhoudt dat wij de lijn voortzetten die in 2020 is ingezet met de komst en samenwerking van de jeugdboa’s, ditmaal met een eigen handhaver die goed op de hoogte is van de diverse problemen en betrokken personen.
Toezicht op en rond het strand heeft ook in 2025 prioriteit. De doelstelling tijdens het hoogseizoen is om drie keer per week tenminste vier uur per dag aanwezig te zijn op het strand om daar de handhavingstaken op te pakken.
Een positieve ontwikkeling was de in 2024 gehouden pilot met de inzet van fiscalisten/toezicht-houders met als enige taak het surveilleren en het toezicht houden op naheffingsaanslagen.
Daarnaast zorgde de bijna continue aanwezigheid van toezichthouders op het strand voor een verbetering van de veiligheid.
Met de aanschaf van een eigen strandvoertuig is er bovendien meer autonomie in het uitvoeren van toezicht.
Wij blijven in 2025 de ingeslagen weg voortzetten en proberen bij elke samenkomst aanwezig te zijn om de wensen van de stakeholders te inventariseren en zo goed mogelijk op te pakken. Daarnaast wordt de pilot jaarlijks herhaald, waardoor dit een structurele aanpak blijft.
In 2024 is de lijst met horecazaken geactualiseerd door middel van fysieke controles.
De aanpak van de horecasector is een doorlopend proces. Van de circa 350 horecagelegenheden in onze gemeente, zijn er ongeveer 100 gecontroleerd. Uit deze controles blijkt dat bij ongeveer een derde van de zaken niet alles op orde is.
Op dit moment hebben wij in plaats van één, drie gediplomeerde handhavers voor de Alcoholwet en nog eens drie in opleiding. Dit biedt meer capaciteit om de handhaving in dit domein verder uit te breiden.
De afgelopen jaren is ingezet in een verbeterslag binnen THOR door meer te signaleren en beter te rapporteren. Daarnaast is de focus gelegd op het versterken van de verbinding tussen de teams OOV, VTH en andere gemeentelijke instanties: er zijn kortere lijnen ontstaan waardoor we elkaar sneller vinden.
Ook in 2025 wordt aandacht besteed aan het periodiek controleren van (horeca-)zaken waar signalen van ondermijning aanwezig zijn. Wij willen de controles in de horeca intensiveren tot drie controles per week. Hierbij houden we rekening met de geschatte aanname dat ongeveer een derde van de horecazaken niet volledig aan de regels voldoet. Bij constatering van dergelijke overtredingen is het team VTH nodig voor het uitvoeren van BIBOB-onderzoeken en het inzetten van bestuurlijke of herstelmaatregelen om deze overtredingen te stoppen.
Daarnaast is de betrokkenheid van OOV van belang om criminele activiteiten aan de burgemeester voor te leggen, zodat een horecazaak gesloten kan worden indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ondermijnende criminaliteit. Een voortdurende uitdaging hierbij is de samenwerking met de politie, die door personeelstekort steeds minder capaciteit heeft. Dit vraagt van ons om hierop in te spelen en onze teams toekomstbestendig te maken in deze context.
Alle overige onderwerpen die niet geprioriteerd genoemd zijn, worden uiteraard ook opgepakt. Het vergroten van de leefbaarheid in de wijken is één van de basistaken. Thema's zoals sluipverkeer, hondenoverlast, veilige schoolomgeving en parkeren worden door de wijkboa's en integraal handhavers opgepakt tijdens de reguliere diensten. Waar nodig wordt een kort project gestart om een overlastsituatie in een wijk aan te pakken.
In bijlage 2 zijn de te handhaven situaties nader uitgewerkt op basis van de geformuleerde uitgangspunten. De geprioriteerde thema’s (rood) gaan voor op thema’s met minder prioriteit (oranje), die op hun beurt weer voorgaan op situaties met een lage prioriteit (groen).
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 8 juli 2025
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Velsen
De secretaris, De burgemeester,
D. Veurink F.C. Dales
De onderstaande tabel toont de uitkomsten risicomatrix aan. Waar in de tabel wordt verwezen naar het Bouwbesluit, Woningwet, Natuurbeschermingswet of Wabo, is vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet bedoeld.
Bijlage 2: Prioriteringstabellen THOR
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-405121.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.