|
Oude tekst
|
Nieuwe tekst
|
|
2. Algemeen
- 1.
Bijstand ter voorziening in de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan wordt verleend, indien de individuele omstandigheden van de persoon of het gezin leiden tot noodzakelijke kosten van het bestaan die door de belanghebbende niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm en de individuele inkomenstoeslag of het daarmee wat betreft hoogte vergelijkbare inkomen.
- 2.
Bij de vaststelling van het inkomen om het recht op bijzondere bijstand te beoordelen wordt de in aanmerking te nemen vakantietoeslag berekend op basis van de artikelen 11, 12, 13 en 14 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
- 3.
Bijstand ter voorziening in de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in de wet, de daarop gebaseerde regelingen en deze beleidsregels.
- 4.
Bijstand ter voorziening in de (individuele) bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan wordt niet verleend aan belanghebbenden van wie het inkomen hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
- 5.
- a.
In uitzondering op lid 4 is de inkomensgrens voor de categoriale bijzondere bijstand in de vorm van de collectieve ziektekostenverzekering voor minima 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
- b.
In uitzondering op lid 4 is de inkomensgrens van gezinnen met ten laste komende kinderen voor de bijzondere bijstand voor de aanschaf van een computer (beleidsregels 40), tablet (beleidsregel 40a), internet (beleidsregel 40b) en schoolkosten (beleidsregel 40 c) 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bij de bijzondere bijstand voor schoolkosten is bij een inkomen tussen 110% en 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm een tegemoetkoming van 50% van de vastgestelde bedragen van toepassing.
- c.
In uitzondering op lid 4 komen kinderen (tot 18 jaar) in gezinnen met een inkomen vanaf 110% tot 130% van de bijstandsnorm in aanmerking voor een tegemoetkoming van 50% van de vastgestelde bedragen van de regeling maatschappelijke participatie (beleidsregel 44).
- 6.
Bijzondere bijstand die betrekking heeft op periodieke kosten wordt voor een periode van maximaal twaalf maanden achtereen toegekend.
- 7.
Indien de omstandigheden en mogelijkheden van de persoon of zijn gezin daartoe aanleiding geven kan de bijzondere bijstand verleend worden in afwijking van één of meer bepalingen van deze beleidsregels.
- 8.
Bijzondere bijstand wordt toegekend op de datum van aanvraag met een terugwerkende kracht tot maximaal 30 dagen, tenzij dit anders in de beleidsregels is aangegeven.
|
2. Algemeen
- 1.
Bijstand ter voorziening in de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan wordt verleend, indien de individuele omstandigheden van de persoon of het gezin leiden tot noodzakelijke kosten van het bestaan die door de belanghebbende niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm en de individuele inkomenstoeslag of het daarmee wat betreft hoogte vergelijkbare inkomen.
- 2.
Bij de vaststelling van het inkomen om het recht op bijzondere bijstand te beoordelen wordt de in aanmerking te nemen vakantietoeslag berekend op basis van de artikelen 11, 12, 13 en 14 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.
- 3.
Bijstand ter voorziening in de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in de wet, de daarop gebaseerde regelingen en deze beleidsregels.
- 4.
Bijstand ter voorziening in de (individuele) bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan wordt niet verleend aan belanghebbenden van wie het inkomen hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
- 5.
- a.
In uitzondering op lid 4 is de inkomensgrens voor de categoriale bijzondere bijstand in de vorm van de collectieve ziektekostenverzekering voor minima 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
- b.
In uitzondering op lid 4 is de inkomensgrens van gezinnen met ten laste komende kinderen voor de bijzondere bijstand voor de aanschaf van een computer (beleidsregels 40), tablet (beleidsregel 40a), internet (beleidsregel 40b) en schoolkosten (beleidsregel 40 c) 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bij de bijzondere bijstand voor schoolkosten is bij een inkomen tussen 110% en 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm een tegemoetkoming van 50% van de vastgestelde bedragen van toepassing.
- c.
In uitzondering op lid 4 komen kinderen (tot 18 jaar) in gezinnen met een inkomen vanaf 110% tot 130% van de bijstandsnorm in aanmerking voor een tegemoetkoming van 50% van de vastgestelde bedragen van de regeling maatschappelijke participatie (beleidsregel 44).
- 6.
Bijzondere bijstand die betrekking heeft op periodieke kosten wordt voor een periode van maximaal twaalf maanden achtereen toegekend.
- 7.
Indien de omstandigheden en mogelijkheden van de persoon of zijn gezin daartoe aanleiding geven kan de bijzondere bijstand verleend worden in afwijking van één of meer bepalingen van deze beleidsregels.
- 8.
Bijzondere bijstand wordt toegekend op de datum van aanvraag met een terugwerkende kracht tot maximaal 30 dagen, tenzij dit anders in de beleidsregels is aangegeven.
- 9.
Bij het vaststellen van het inkomen om het recht op bijzondere bijstand en minimaregelingen te beoordelen, is een marginale afwijking van toepassing, zodat incidentele, geringe overschrijdingen van de inkomensnorm niet in de weg staan van het recht op de bijstand of regeling.
|
|
21. Bijstand om niet
- 1.
In afwijking van het gestelde in beleidsregel 20 kan bijstand voor duurzame gebruiksgoederen op grond van individuele omstandigheden van de persoon of het gezin om niet (als gift) verleend worden.
- 2.
In afwijking van beleidsregels 19 en 20 wordt bijzondere bijstand voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen aan personen met de pensioengerechtigde leeftijd verleend om niet. De hoogte van de te verstrekken bedragen worden gebaseerd op het Prijzenboek Voorschoten. Deze vorm van bijstand is gemaximeerd op 760,00 euro per drie jaar per huishouden.
|
21. Bijstand om niet
- 1.
In afwijking van het gestelde in beleidsregel 20 kan bijstand voor duurzame gebruiksgoederen op grond van individuele omstandigheden van de persoon of het gezin om niet (als gift) verleend worden.
- 2.
|
|
35. Doelgroep chronisch zieken en gehandicapten en personen met de pensioengerechtigde leeftijd
- 1.
De belanghebbende vanaf 18 jaar of ouder die
- a.
aantoonbare meerkosten heeft vanwege het feit dat belanghebbende chronisch ziek of gehandicapt is, of
- b.
die aantoonbare meerkosten heeft omdat belanghebbende de zorg heeft voor een tot zijn ten laste komend chronisch ziek of gehandicapt kind, of
- c.
die die aantoonbare meerkosten heeft vanwege het feit dat belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd heeft, of
- d.
die de pensioengerechtigde leeftijd heeft en de kosten voor sportieve, culturele of maatschappelijke activiteiten niet kan voldoen uit het inkomen van belanghebbende en die een inkom en ontvangt dat niet hoger is dan maximaal 110% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm en die niet in een inrichting verblijft indien het een chronisch zieke of gehandicapte betreft, komt in aanmerking voor bijzondere bijstand voor deze kosten.
- 2.
Onder chronisch zieken en gehandicapten worden verstaan: personen die 1 jaar of langer onafgebroken gebruikmaken van thuiszorg of voorafgaand een indicatie ontvangen voor ten minste 1 jaar of; gebruik maken van een persoonsgebonden budget (PGB) voor zorg op grond van de Jeugdwet / Wlz / ZVW of; gebruik maken van een periodiek verstrekte WMO-voorziening (zoals taxivergoeding, rolstoel, hulpmiddelen in woning, dagbesteding) of; een uitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering / Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen / Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten of; beschikken over een invalidenparkeerkaart met de duur van ten minste 1 jaar.
- 3.
Onder ‘bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan’ worden onder meer de volgende kosten verstaan, nader omschreven als ‘verborgen kosten’:
- a.
kosten van bloemen, extra telefoonkosten, aankopen gericht op geven van waardering, bijdrage in extra reiskosten. Deze opsomming is niet limitatief;
- b.
de bijzondere bijstand wordt per persoon toegekend tot een maximumbedrag per kalenderjaar, mits aangevraagd in dat kalenderjaar.
|
35. Doelgroep chronisch zieken en gehandicapten
- 1.
De belanghebbende vanaf 18 jaar die aantoonbare meerkosten heeft vanwege het feit dat belanghebbende chronisch ziek of gehandicapt is of de belanghebbende die de zorg heeft voor een tot zijn last komend chronisch ziek of gehandicapt kind , die een inkomen ontvangt dat niet hoger is dan maximaal 110% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm en die niet in een inrichting verblijft, komt in aanmerking voor bijzondere bijstand voor deze kosten.
- 2.
Onder chronisch zieken en gehandicapten worden verstaan: personen die 1 jaar of langer onafgebroken gebruikmaken van thuiszorg of voorafgaand een indicatie ontvangen voor ten minste 1 jaar of; gebruik maken van een persoonsgebonden budget (PGB) voor zorg op grond van de Jeugdwet / Wlz / ZVW of; gebruik maken van een periodiek verstrekte WMO-voorziening (zoals taxivergoeding, rolstoel, hulpmiddelen in woning, dagbesteding) of; een uitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering / Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen / Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten of; beschikken over een invalidenparkeerkaart met de duur van ten minste 1 jaar.
- 3.
Onder ‘bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan’ worden onder meer de volgende kosten verstaan, nader omschreven als ‘verborgen kosten’:
- a.
kosten van bloemen en aankopen gericht op geven van waardering voor een verzorger, extra telefoonkosten, bijdrage in extra reiskosten, contributie patiëntenvereniging. Deze opsomming is niet limitatief;
- b.
de bijzondere bijstand wordt per persoon toegekend tot een maximumbedrag per kalenderjaar, mits aangevraagd in dat kalenderjaar.
|
|
36. Doelgroep personen met de pensioengerechtigde leeftijd
- 1.
De belanghebbende die:
- a.
aantoonbare meerkosten heeft vanwege het feit dat belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd heeft; of
- b.
de pensioengerechtigde leeftijd heeft en de kosten voor sportieve, culturele of maatschappelijke activiteiten niet kan voldoen uit het inkomen van belanghebbende, dat niet hoger is dan maximaal 110% van de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm; en
- c.
niet in aanmerking komt voor de bijzondere bijstand chronisch zieken en gehandicapten zoals bedoeld in artikel 35 heeft recht op een tegemoetkoming door middel van bijzondere bijstand.
- 2.
De bijzondere bijstand als bedoeld in lid 1 is onder meer bedoeld ter dekking van de navolgende kosten:
- a.
de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;
- b.
de kosten van abonnementen, zoals het abonnement op een krant of een tijdschrift;
- c.
de kosten ten behoeve van sport en/of culturele activiteiten;
- 3.
De bijzondere bijstand wordt per huishouden toegekend tot een maximumbedrag per kalenderjaar, mits aangevraagd in dat kalenderjaar.
|
|
52. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2020-2’
|
53. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid 2020-2’
|
|
53. Datum van inwerkingtreding
- 1.
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 01-01-2020
- 2.
Op dat moment worden de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Voorschoten 2020-1’ ingetrokken
|
54. Datum van inwerkingtreding
- 1.
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 01-08-2025
- 2.
Op dat moment worden de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Voorschoten 2020-1’ ingetrokken
|