Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland tot wijziging van de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland 2022

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland;

 

b e s l u i t:

Artikel I  

De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Steenwijkerland 2022 van 5 april 2022, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 februari 2025, wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In de titel van de Leidraad vervalt het jaartal 2022.

 

B

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    Na het eerste gedachtestreepje wordt een nieuw gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

    • -

      bezwaarschriften tegen beschikkingen ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in artikel 26a van de wet;

  • 2.

    In de laatste alinea wordt de tekst beginnend met ‘Wanneer bij de marginale toetsing’ en eindigend met ‘verrekening is bekendgemaakt.’ vervangen en komt te luiden:

     

    Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag gedeeltelijk of geheel in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

    Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek van de belastingschuldige tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. In het geval het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel er sprake is van betalingen uit eigen beweging van de belastingschuldige, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

    De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur het tijdige verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

C

Artikel 3.5 vervalt.

 

D

Artikel 19.3.9 vervalt.

 

E

In artikel 25.5.1 wordt aan de tweede alinea, eindigend met “gunnen dan twaalf maanden.”, een zin toegevoegd, luidende:

Het beleid zoals beschreven bij de berekening van de betalingscapaciteit bij betalingsregelingen tot en met twaalf maanden, is van overeenkomstige toepassing op een regeling die vanwege bijzondere omstandigheden langer dan twaalf maanden duurt.

 

F

Artikel 25.5.8 komt te luiden:

 

25.5.8 Berekening betalingscapaciteit - aflossingsverplichtingen aan derden

De ontvanger kan aflossingsverplichtingen aan derden, waarvan het niet-nakomen tot ongewenste effecten kan leiden, meenemen bij de berekening van de betalingscapaciteit.

 

G

Artikel 25.5.9 komt te luiden:

 

25.5.9 Berekening betalingscapaciteit - extra inkomsten

Bij de berekening van de betalingscapaciteit kan de ontvanger rekening houden met extra inkomsten, zoals vakantiegeld, tantièmes en dergelijke, voor zover uitbetaling daarvan plaatsvindt in de periode waarvoor de betalingsregeling geldt.

 

H

Artikel 25.5.11 vervalt.

 

I

Voor artikel 25.6 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

 

25.5a Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen

 

25.5a.1 Betalingsregeling bij illiquide vermogen

Aan de belastingschuldige bij wie – na aanwending van het eventuele overige vermogen dat niet bezwaarlijk liquide te maken is – sprake is van vermogen dat bezwaarlijk liquide te maken is als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de regeling (hierna: illiquide vermogen) kan de ontvanger de reguliere uitsteltermijn van twaalf maanden waarin de belastingschuldige zijn betalingscapaciteit inzet, verlengen met inachtneming van het volgende.

De ontvanger verlengt de uitsteltermijn van twaalf maanden met ten hoogste 60 maanden. In deze periode dient de belastingschuldige een bedrag af te lossen gelijk aan maximaal de (over)waarde van het illiquide vermogen. Bij de maandelijkse termijnbetalingen houdt de ontvanger rekening met de betalingscapaciteit van de belastingschuldige.

Als de omstandigheden op grond waarvan de betalingsregeling is toegekend veranderen, is belastingschuldige verplicht de ontvanger zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Voorts beoordeelt de ontvanger jaarlijks of er sprake is van een verandering van het inkomen. Als blijkt dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden van het inkomen, berekent de ontvanger opnieuw de betalingscapaciteit van de belastingschuldige. De ontvanger past de betalingsregeling alleen aan als de betalingscapaciteit naar beneden moet worden bijgesteld.

Als gedurende de looptijd van de betalingsregeling een nieuwe belastingschuld ontstaat kan de ontvanger deze op verzoek van de belastingschuldige meenemen in de bestaande regeling, indien deze nieuwe belastingschuld binnen de resterende (maximale) betalingstermijn kan worden voldaan. Indien deze nieuwe belastingschuld vanwege onvoldoende betalingscapaciteit niet kan worden meegenomen in de bestaande betalingsregeling beëindigt de ontvanger de betalingsregeling.

 

25.5a.2 Onvoldoende betalingscapaciteit voor (voortzetten) betalingsregeling

Als een belastingschuldige niet of niet langer over voldoende betalingscapaciteit beschikt om de (over)waarde van zijn illiquide vermogen in (de resterende) 60 maanden te voldoen, dan wijst de ontvanger het verzoek om uitstel af of beëindigt de betalingsregeling. De ontvanger houdt de invordering aan voor een redelijke termijn zodat belastingschuldige het vermogen liquide kan maken dan wel op een andere manier een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het vermogen kan voldoen.

 

25.5a.3 Redenen beëindigen betalingsregeling illiquide vermogen

In aanvulling op artikel 25.1.4. van deze leidraad en op de redenen tot beëindiging van de betalingsregeling genoemd in artikel 25.5a.1 en 25.5a.2, beëindigt de ontvanger de betalingsregeling eveneens als de gerechtigdheid tot het illiquide vermogen wijzigt.

 

J

Artikel 26.3.8 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    De tekst van het vierde gedachtestreepje komt te luiden:

    • -

      Dwangcrediteuren. Onder “dwangcrediteuren” worden in dit verband handelscrediteuren verstaan van wie het aannemelijk is dat zij niet bereid zullen zijn aan een akkoord mee te werken, terwijl zonder de betrokkenheid van deze handelscrediteuren de onderneming na de totstandkoming van het saneringsakkoord niet kan worden voortgezet.

  • 2.

    Na het vierde gedachtestreepje wordt een nieuw gedachtestreepje ingevoegd:

    • -

      De boekhouder of adviseur die stukken moet produceren die voor de beoordeling van een saneringsakkoord nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de ontvanger rekening met de volledige betaling van de vordering van de boekhouder of adviseur voor zover deze ziet op die werkzaamheden.

K

Artikel 26.3.9 komt te luiden:

 

26.3.9 Betaling bedrag saneringsakkoord

De betaling van het bedrag van het saneringsakkoord vindt in beginsel zonder uitstel plaats. De ontvanger kan echter toestaan dat het bedrag in termijnen wordt betaald. Dit kan indien de belastingschuldige na de sanering het bedrijf of zelfstandig beroep blijft uitoefenen en aannemelijk maakt dat de termijnen, bedoeld in de tweede volzin, evenals de nieuw opkomende fiscale verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. In het geval de ontvanger betaling in termijnen heeft toegestaan, treedt hij voorwaardelijk toe tot het akkoord. Op de betalingsregeling voor het bedrag van het saneringsakkoord zijn de artikelen 25.6.1, 25.6.2 en 25.6.2a van overeenkomstige toepassing waarbij in afwijking van:

  • -

    artikel 25.4.3 van deze leidraad geen verrekening plaatsvindt van belastingteruggaven en andere teruggaven voor zover die materieel zijn ontstaan na de dag waarop het verzoek tot het sluiten van het saneringsakkoord is ingediend;

  • -

    artikel 25.6.1 van deze leidraad de looptijd van twaalf maanden aanvangt op de dag na de dagtekening van de voorwaardelijke beschikking tot kwijtschelding;

  • -

    artikel 25.6.2 van deze leidraad de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen, waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen, niet alleen gedurende de uitstelregeling, maar gedurende de gehele looptijd van de saneringsprocedure nakomt;

  • -

    artikel 25.6.2 van deze leidraad de belastingschuldige geen zekerheid hoeft te stellen;

  • -

    artikel 25.6.2a van deze leidraad het bedrag van het saneringsakkoord in meer dan twaalf maandelijkse termijnen kan worden betaald, indien de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij het bedrag van het saneringsakkoord niet binnen twaalf maandelijkse termijnen kan voldoen en nakoming van het akkoord is geborgd.

    Daarnaast hoeft de belastingschuldige met een verklaring van een derde deskundige alleen aannemelijk te maken dat de betalingsproblemen met het saneringsakkoord zullen worden opgelost en dat er sprake is van een levensvatbare onderneming. De tweede alinea van artikel 25.6.2b van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing.

De ontvanger verleent kwijtschelding indien het saneringsakkoord in het geheel is nagekomen.

 

L

Artikel 73.4.6 komt te luiden:

 

73.4.6 Toestemming voor faillissementsaanvraag

Als een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt met betalen (artikel 1 FW) kan de ontvanger het faillissement aanvragen. De ontvanger vraagt voor iedere faillissementsaanvraag vooraf schriftelijk toestemming aan het college. Het voorgaande geldt ook voor in hoger beroep te voeren zaken over een faillissementsaanvraag.

 

M

In artikel 73.4.8 vervalt de laatste zin beginnend met “In dat geval” en eindigend met “vereist.”.

 

N

In artikel 73.5.5 wordt na “als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet” ingevoegd: “of een verzoek tot toelating tot de WSNP”.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

Steenwijk, 9 september 2025

Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,

de secretaris,

Marco de Graaf

de burgemeester,

Rob Bats

Naar boven