Gemeenteblad van Utrechtse Heuvelrug
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2025, 404398 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2025, 404398 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
1ste Wijzigingsverordening Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022
De raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;
De Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022;
de wijzigingen uit het memo IN-2025-241 Memo Rectificatie 1ste Wijziging Bomenverordening 2022 en
het aangenomen amendement met de toevoeging aan het lijstje in artikel 2 lid 1.
Over te gaan tot vaststelling van de volgende wijzigingsverordening:
1ste Wijzigingsverordening Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022
De Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022 wordt als volgt gewijzigd.
A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:
bebouwingscontour houtkap: als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn (voorheen: bebouwde kom zoals bedoeld in artikel 4.1 sub a van de Wet natuurbescherming);
bijzondere boom: Boom van minimaal 50 jaar oud (of minimaal 50 cm stamdoorsnede op 1,3 m boven maaiveld) die bovengemiddeld voldoet aan waarden (natuurwaarde, milieuwaarden, cultuurhistorische waarden, waarden voor dorpsschoon en waarden voor leefbaarheid). In ieder geval behoren de bomen uit het register van monumentale bomen van de Bomenstichting hiertoe;
herplantplicht: de verplichting om, ter vervanging van een gevelde of anderszins verwijderde boom een nieuwe boom te planten die voldoet aan de door het bevoegd gezag gestelde eisen ten aanzien van soort, maatvoering, plantlocatie en aanplantperiode;
lid l - boomvormer: een houtachtig gewas met één of meer houttakken. Het houtachtige gewas kan uitgroeien tot een boom met één of meer stammen;
lid l - griend: bos, meestal met een moerasachtige ondergrond, met aanplanten van wilg of es, waarbij het hout dat op laag afgezette stobben groeit een keer per jaar of meerdere jaren wordt geoogst;
lid l - hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
lid l - heg: een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter;
lid l - houtwal: lijnvormige bosaanplant, hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers;
lid m: hoofdgroenstructuur: groene structuren die als zodanig door de raad zijn vastgesteld en een verbindende functie hebben en als vlak of lijn aangewezen zijn, waarbinnen bomen of houtopstanden staan met een hoog beschermingsniveau;
lid q: noodkap: bevoegdheid van de burgemeester tot het kappen van een boom die in een zodanige staat verkeert dat daardoor direct gevaar voor personen of goederen ontstaat;
lid r: omgevingsboom: een boom met waarde voor de woon- of leefkwaliteit, die geen onderdeel is van de hoofdgroenstructuur en geen herplantboom of bijzondere boom is;
lid s: onrechtmatige hinder: Onrechtmatige hinder is een vorm van schade of overlast die iemand veroorzaakt aan een ander, op een manier die volgens het recht als onaanvaardbaar wordt beschouwd, en daarmee in strijd is met het bepaalde in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek of de algemene regels van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW);
De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bomen effect analyse’, ‘boom’, ‘herplantfonds’, ‘houtopstand’, ‘kappen’, ‘kandelaberen’ en ‘vellen’ komen te luiden:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsstamomtrek van minimaal 63 centimeter (stamdiameter 20 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In het kader van een herplant - of instandhoudingsplicht als bedoeld in de artikelen 7 en 8, kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan een stamomtrek van 63 centimeter (stamdiameter 20 cm) op 1,3 meter boven het maaiveld;
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de levende kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of houtopstand ten gevolge kunnen hebben;
B Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
het vellen van een dode boom / houtopstand of het dunnen van houtopstand op voorwaarde dat het bevoegd gezag ten minste vier weken voor het vellen / dunnen daarvan schriftelijk hierover is geïnformeerd onder opgave van relevante informatie zoals - maar niet uitsluitend - de precieze locatie van de desbetreffende boom / houtopstand en stamdikte;
C Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
Het eerste lid komt te luiden:
De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd door of namens, dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. Daarbij dient de desbetreffende aanvraag te voldoen aan de daaraan te stellen voorwaarden op basis van hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling, paragraaf 16.5.1 Omgevingswet.
D Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen indien er sprake is van een urgent en groot gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.
ARTIKEL 6 Vervaltermijn omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning vervalt indien niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt. Op verzoek kan het bevoegd gezag deze termijn éénmalig met één jaar verlengen.
G Artikel 7, eerste lid, komt te luiden:
Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften, kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. Hieronder worden onder meer begrepen de boomsoort, de handelsmaat en de herplantlocatie(s).
H Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
Het eerste lid komt te luiden:
Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld of op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uitandere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen binnen een te stellen termijn.
I Artikel 10 komt te vervallen.
J Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
K Artikel 12 wordt vernummerd naar artikel 11
L Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 13, eerste lid, komt te luiden:
Artikel 12 lid 1: Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 7 of artikel 10, eerste lid, is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 8 is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.
Artikel 13, tweede lid, komt te luiden:
Artikel 12 lid 2: Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 10, tweede lid of artikel 11 dan wel een voorschrift of een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet na komt, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden.
M Artikel 14 wordt vernummerd naar artikel 13
N Artikel 15 komt te vervallen
O Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
Aanvragen om omgevingsvergunning die vóór de in artikel 15 beschreven publicatie zijn ontvangen, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 juli 2025
De raad voornoemd,
W. Hooghiemstra
de voorzitter,
G.F. Naafs
Wijzigingen ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Bebouwingscontour houtkap: de ruimtelijke begrenzing rondom stedelijke en dorpsbebouwing waarbinnen specifieke regels en beleidsmaatregelen gelden voor het kappen van bomen. Binnen deze contour heeft de gemeente de bevoegdheid om voorwaarden te stellen aan houtkap om stedelijk groen te beschermen, biodiversiteit te bevorderen, en een gezonde leefomgeving te waarborgen.
boom: afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale stamomtrek is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Door de minimale stamomtrek en de meerstammigheid worden ook zeer oude struiken beschermd. Om bomen die in het kader van een herplantplicht geplant zijn te beschermen, is de mogelijkheid opgenomen om ook bomen met een kleinere stamomtrek dan 63 cm (stamdiameter 20 cm) kapvergunningplichtig te maken. Deze bomen zijn anders vogelvrij.
dunning: een velling, die uitsluitend als een verzorgingsregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand beschouwd moet worden. Dunnen is het selectief verwijderen van bomen uit een bos of beplanting, meestal om ruimte en licht te geven aan de overblijvende bomen zodat deze beter kunnen groeien. Het doel is om de kwaliteit, stabiliteit en gezondheid van het bos of de boomgroep (de overblijvende houtopstand) te verbeteren. Door deze ingreep ontstaat tijdelijk een meer open kroonbedekking, dat doorgaans binnen 10 jaar opnieuw wordt gesloten door natuurlijke kroonuitbreiding van overblijvende bomen. Er mag geen ander motief dan de gewone onderhoudswerkzaamheden meespelen, want anders is er geen sprake van dunning.
knotten: het op een zorgvuldige en boomvriendelijke manier uitvoeren van een knotbeurt, waarbij de vitaliteit, veiligheid en levensduur van de boom worden behouden. Knotten is een vorm van periodiek snoeien waarbij de jonge takken van een boom tot op de knot (de afgesnoeide stam of oude takbasis) worden verwijderd. Knotten kan eens in de 3 tot 6 jaar, afhankelijk van de boomsoort. Te lang wachten leidt tot dikke, zware takken die bij het afzagen meer schade geven.
onrechtmatige hinder: Niet elke vorm en mate van hinder is onrechtmatig en een reden tot het vellen van de boom of houtopstand. Wat door de één als een ondraaglijke overlast wordt ervaren is voor de ander een redelijke vorm van hinder die geduld moet worden. De hinder moet buitenproportioneel zijn. Normale bladval, vallende eikels, vallende vruchten, wilgen- en populieren- of berkenpluizen en enige mate van schaduwwerking wordt niet zomaar als onrechtmatige hinder beschouwd. Deze overlast moet in beginsel geaccepteerd worden. Aanvragen die alleen betrekking hebben op de ‘normale/ te accepteren overlast’ worden geweigerd. De Hoge Raad heeft aangegeven dat voor de bepaling van de onrechtmatigheid van hinder moet worden gekeken naar de aard, de duur en de ernst van de overlast in verband met de plaatselijke omstandigheden.
Het bevoegd gezag weegt de vermeende hinder af tegen het belang van het behoud van de boom of houtopstand. Er zijn situaties denkbaar dat de overlast van een boom of houtopstand niet door één aspect wordt veroorzaakt maar door meerdere. Waar een enkele vorm van overlast geen argument is om een houtopstand of houtopstanden te kappen, kan een cumulatie wel zodanig zijn dat er sprake is van onrechtmatige hinder en dus de grenzen van hetgeen maatschappelijk nog betamelijk is worden overschreden. Dergelijke situaties kunnen niet in algemeen beleid worden weergegeven. Deze dienen – net als bij de vormen van overlast op zichzelf bekeken - afzonderlijk te worden beoordeeld op basis van redelijkheid en billijkheid. Een combinatie van vormen van overlast is een argument om houtopstanden te kappen indien er sprake is van situaties welke kunnen worden aangemerkt als onrechtmatig.
Slechts in een beperkt aantal gevallen is deze overlast zodanig dat dit reden is voor het verlenen van een vergunning voor het kappen van een boom of houtopstand: indien schade aan bouwwerken ontstaat die redelijkerwijs niet te voorkomen is door andere oplossingen dan rooien van de boom of houtopstand of er sprake is van ernstige, meervoudige overlast die niet anders te bestrijden is dan door rooien van de boom of houtopstand.
Voorbeelden zijn: beschadiging eigendom door boomwortels en ernstige schaduw (met onderzoek bewezen). Onder overlast wordt niet verstaan: allergieën, bladval, vruchten, bloei, vogelpoep, dood hout, stuifmeel. Hierbij moet tevens gelden dat geen andere bevredigende oplossing mogelijk is. Een omgevingsvergunning voor meer dan 20 procent snoeien wordt in sommige gevallen wel verleend.
natuurwaarden en waarden voor biodiversiteit
Potentieel is iedere boom of boomgroep ecologisch van belang. In elke boom kan een vogel nestelen en er zijn altijd wel insecten die in een boom voorkomen (naast ‘vogelvoer’ zijn insecten nuttige afbrekers van organisch materiaal in de houtopstand). Maar dat is niet in eerste instantie wat met natuurwaarde wordt bedoeld. Het gaat om de mate waarin de boom bedraagt aan de lokale ecologie of biodiversiteit.
Er zijn bomen of boomgroepen die een extra toegevoegde ecologische waarde hebben voor de natuur. Bijvoorbeeld eiken, vooral exemplaren van 50 jaar en ouder: vele honderden verschillende soorten inheemse insecten voelen zich thuis op de eik en zijn voor hun voortbestaan zelfs van deze soort afhankelijk! Deze insecten zijn op hun beurt van belang voor bijvoorbeeld vogels, zeker gedurende het broedseizoen. De vleermuis maakt gebruik van de bomen om zich te verplaatsen. De eik maakt zo een zeer belangrijk onderdeel uit van het ecologische voedselweb. Heeft een eik honderden soorten insecten ´bij zich´, een plataan heeft er bijvoorbeeld slechts maximaal 2 of 3. De soortenrijkdom illustreert het potentiële verschil in natuurwaarde.
Een houtopstand heeft in ieder geval natuurwaarde als deze:
Dit is een sterk streekgebonden aspect van bomen en houtopstanden en is veelal van belang buiten de bebouwde omgeving (maar ook wel eens daar binnen). Of een houtopstand of een type beplanting karakteristiek is voor een landschap hangt nauw samen met het ontstaan van het landschap, de ontginningsgeschiedenis en de grondsoort.
Een boom of houtopstand heeft in ieder geval landschappelijke waarde als deze:
Als een boom, boomgroep of laanstructuur karakteristiek is voor de ontstaans- of de ontginningsgeschiedenis van een plek of omgeving (dit kan tevens te maken hebben met de soort en/of met de leeftijd van een boom), of als de boom ooit geplant is vanwege een heugelijk feit in het verleden, dan heeft deze houtopstand een (hoge) cultuurhistorische waarde. Een sierpeer in een wijk heeft dat bijvoorbeeld niet, een oude houtwal in een oudere wijk heeft dat vaak wel.
Een boom of houtopstand heeft in ieder geval cultuurhistorische waarde als deze
Waarden van stads- en dorpsschoon
Dit is te vergelijken met de landschappelijke waarde, maar dan in de bebouwde omgeving, dus vooral in de kernen zelf. De grens tussen landschap en dorp is vaak lastig te trekken.
Hierbij moet worden ingeschat wat de invloed op het dorpsschoon is als er een boom of een aantal bomen wordt verwijderd. Bomen kunnen (lelijke) gebouwen aan het zicht onttrekken, ze kunnen lege plekken opvullen, ze kunnen een structuur versterken (bijvoorbeeld een weg) en kunnen bijdragen aan het groene karakter van een wijk.
Maar ook bomen met een bijzondere vorm, kleur of ouderdom vallen extra op: zij leveren een bijdrage aan stads- en dorpsschoon. Dat kunnen overigens ook ‘gewone’ soorten zijn, maar dan met een kenmerkende vorm, of heel groot, of erg oud. Zij bepalen het beeld van die specifieke plek. Die plek wordt geassocieerd met die boom en andersom.
Een boom of houtopstand heeft in ieder geval waarde voor stads- en dorpsschoon als deze:
Waarden voor gezondheid, recreatie en leefbaarheid
Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van een dorp of omgeving. Zij vangen bijvoorbeeld de wind af, zij filteren stof uit de lucht, ze dempen geluid, ze leveren zuurstof, ze zorgen voor koelte in de zomer en remmen al te grote temperatuurschommelingen af, ze vormen een groen decor, stimuleren tot het maken van ommetjes, dragen bij aan meer bewegen en uitzicht op bomen leidt tot minder stress.
De meeste bomen leveren wel een bijdrage aan de leefbaarheid, maar zeker in ’betonnen nieuwbouwwijken’ is elke bijdrage aan die leefbaarheid meer dan welkom. Dan is ook een eenzame sierpeer welkom! De bomen kunnen bovendien waardevol zijn als speelplaats voor kinderen of als lommerrijke, beschutte plek voor ouderen.
Een boom of houtopstand heeft in ieder geval waarde voor gezondheid, recreatie en leefbaarheid als deze:
Groot maatschappelijk belang wil zeggen een belang dat zodanig zwaar weegt voor de samenleving als geheel, dat het kan rechtvaardigen dat van het kapverbod wordt afgeweken. Het moet gaan om een belang dat het individuele overstijgt en dat aantoonbaar ten goede komt aan de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, infrastructuur of algemeen welzijn.
Normaal gesproken worden alleen zwakke exemplaren in een laanbeplanting vervangen. Soms is het echter noodzakelijk om meerdere bomen tegelijk te kappen om voldoende ruimte en licht te creëren voor nieuwe aanplant. In die gevallen kan er soms voor gekozen worden om een gezonde boom te kappen om de laanbeplanting als gehele weer toekomstbestendig te maken.
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Herplantplicht. De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte en binnen een bepaalde tijd. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. Voor het vaststellen van een optimale, respectievelijk minimale onder- en bovengrondse groeiruimte, die als randvoorwaarde mede bepalend is voor het (kunnen) opleggen van een herplantplicht, zijn de bepalingen uit het meest recente gemeentelijke bomenbeleidsplan leidend en aanvullend wordt gebruik gemaakt van de landelijk toegepaste richtlijnen die in het meeste actuele Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen zijn opgenomen.
Artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft het verwijderingsrecht voor bomen, die staan binnen tweemeter, en heesters en heggen, die staan binnen een halve meter vanaf de erfgrens. Maar in lid 2 van dit artikel5:42 BW staat “tenzij ingevolge een verordening of gewoonte een kleinere afstand is toegelaten”. In deze verordening is een artikel toegevoegd waarbij de afstand tot de erfgrens wordt verkleind om niet alleen bomen en heesters en heggen beter te beschermen, maar vooral om burengeschillen en discussies over gemeentebomen binnen de ‘verboden zone’ beperkt te houden en artikel 5:42 van het BW niet op te veel bomen van toepassing te laten zijn. Er zijn immers ook nog artikelen over overlast/hinder (art. 5:37 BW), overhangende takken en doorschietende wortels (art. 5:44 BW) en (onrechtmatige hinder) schade (art. 6:162 BW). Met “nihil”-afstand voor heesters en heggen is bedoeld bescherming te geven aan deze natuurlijke wijze van erfafscheiding. Het is al vele jaren constante rechtspraak dat in een burengeschil de rechter eerst kijkt of in een gemeentelijke verordening de wettelijke twee meterafstand is ingeperkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-404398.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.