Intrekking Noodverordening Valkenburgse Meer

De burgemeester van Katwijk,

 

overwegende dat;

 

op 1 april 2025 een flink deel van de oever van het Valkenburgse Meer te Valkenburg, gemeente Katwijk, is verzakt waardoor ernstige vrees ontstond voor verdere verzakking van de oever rondom dit meer met alle gevolgen van dien;

 

het daarom noodzakelijk was om publiek en activiteiten te weren in de directe nabijheid van vrijwel de gehele oever van het Valkenburgse Meer en ook in en op dit meer;

 

dit aanleiding vormde om op 4 april 2025 de “Noodverordening Valkenburgse Meer” vast te stellen op basis waarvan het, enkele uitzonderingen daargelaten, een ieder verboden is aanwezig te zijn in het bij deze noodverordening aangewezen gebied;

 

Kennisinstituut Deltares onderzoek heeft verricht naar de inscharing op zich en heeft vastgesteld dat deze zo goed als volledig is gestabiliseerd en tot een nieuw evenwicht is gekomen;

 

het Ingenieursbureau Fugro op basis van reeds beschikbare data uit voormalige onderzoeken en meet- en registratieverplichtingen uit de (ontgrondings)vergunningen tot de conclusie is gekomen dat er sprake moet zijn geweest van een bresvloeiing veroorzaakt door de zandwinning ter plaatse van het incident;

 

deze conclusie uit het desktop onderzoek, in combinatie met resultaten van enkele door Ingenieursbureau Fugro, na het incident in het effectgebied uitgevoerde sonderingen achter de inscharing zijn uitgevoerd, zijn beoordeeld;

 

deze sonderingen de eerder getrokken conclusies uit het desktop onderzoek hebben bevestigd;

 

deze onderzoeken en conclusies door een combinatie van onafhankelijke Ingenieursbureaus (WIR) zijn beoordeeld en geaccordeerd;

 

bovengenoemde onderzoeken en conclusies in een multidisciplinaire werkgroep zijn besproken en geaccordeerd;

 

deze werkgroep haar advies, om op grond van het bovenstaande de noodverordening onder voorwaarden te kunnen intrekken heeft voorgelegd aan het bestuurlijk overleg tussen de burgemeesters van Katwijk en Wassenaar, de gedeputeerde van Zuid-Holland en de dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Rijnland;

 

dit bestuurlijk overleg van mening is:

 

  • dat de onderzoeken hebben aangetoond c.q. aannemelijk hebben gemaakt dat de mogelijke trigger van de zettingsvloeiing de zandwinning is geweest;

  • dat de inscharing is gestabiliseerd;

  • dat de achterliggende waterkering in het effectgebied nog voldoende stabiel is;

  • dat genoemde trigger niet langer actief is en niet zal worden geactiveerd totdat nader onderzoek heeft uitgewezen dat een hervatting van de zandwinning weer veilig kan worden hervat;

  • dat de vergunninghouder in samenspraak met de vergunningverlener (PZH) en adviseurs (waaronder het HHR) een werkplan zal opstellen, waarin beschreven wordt of en op welke wijze de zandwinning weer veilig kan worden opgestart;

  • dat dit werkplan er op gericht zal zijn dat een dergelijk incident zich niet meer zal kunnen voordoen en dat de veiligheid wordt gegarandeerd door de vergunninghouder en de vergunningverlener;

er nog een gebied resteert waarvoor de veiligheid met maatregelen dient te worden gewaarborgd (veiligheidszone);

 

dit gebied ruim zal worden afgezet en ontoegankelijk zal zijn voor het publiek;

 

de overige randvoorwaarden uit het advies van Fugro door de Provincie in acht zullen worden genomen;

 

op grond van het bovenstaande voldoende kan worden onderbouwd dat niet langer sprake is van een noodsituatie en de eventueel nog resterende risico’s door maatregelen en nadere afspraken (werkplan e.d.) beheersbaar gemaakt kunnen worden;

 

er hierdoor geen aanleiding meer is om de hiervoor genoemde noodverordening nog langer te laten voortbestaan;

 

de burgemeester op grond van artikel 176, lid 7 van de Gemeentewet de voorschriften intrekt zodra een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid van de Gemeentewet zich niet langer voordoet;

 

er gelet op het vorenstaande aanleiding is om de hiervoor genoemde noodverordening in te trekken;

 

gelet op artikel 176 van de Gemeentewet;

 

besluit:

  • 1.

    de “Noodverordening Valkenburgse Meer” in te trekken;

  • 2.

    dat dit besluit in werking treedt onmiddellijk na haar bekendmaking op dinsdag 24 juni 2025 om 12.00 uur.

Katwijk, 24 juni 2025

De burgemeester van Katwijk,

Ir. C.L. Visser.

Naar boven