Nadere regels Gedenkpark Rosenburgh 2024

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten,

 

overwegende nadere regels te stellen voor het gebruik en beheer van gedenkpark Rosenburgh;

 

gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, vierde lid, 7, tweede lid, 11, 12, tweede lid, 14, eerste, tweede en derde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, 17, eerste, tweede en vierde lid, 18, tweede lid, 19, eerste en tweede lid, 22, derde lid, 24, vierde lid, 25, eerste lid, 26, tweede lid, 30, zevende lid en 31, vijfde lid van de Beheerverordening gedenkpark Rosenburgh 2024;

 

besluit vast te stellen de volgende:

 

Nadere regels Gedenkpark Rosenburgh 2024

Artikel 1. Begripsbepalingen

Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de Beheerverordening Gedenkpark Rosenburgh 2024.

Artikel 2. Openstelling

Het gedenkpark is dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang.

Artikel 3. Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is aan steenhouwers, hoveniers, vrijwilligers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op het gedenkpark te verrichten.

  • 2.

    Het is verboden om zonder toestemming van de beheerder met motorrijtuigen op het gedenkpark te rijden. Motorvoertuigen waarvoor toestemming is verleend mogen niet harder dan 10 km per uur.

  • 3.

    Bezoekers met honden kunnen uitsluitend met een aangelijnde hond het gedenkpark bezoeken en dienen uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen.

  • 4.

    Asverstrooiing op het gedenkpark is alleen mogelijk in overleg met, na toestemming van en in het bijzijn van een gedenkparkmedewerker. De beheerder bepaalt waar as verstrooien mogelijk is.

  • 5.

    Bovengrondse asverstrooiing op grafbedekkingen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen is niet toegestaan.

  • 6.

    Het verontreinigen van het gedenkpark, waaronder het achterlaten van afval buiten de daarvoor bestemde bakken, is niet toegestaan.

  • 7.

    Het is niet toegestaan om vazen, potten, gieters, gereedschap en bankjes buiten de grafafmetingen te plaatsen.

Artikel 4. Samenvoegen van overledenen in een graf

  • 1.

    Het samenvoegen van de stoffelijke resten op de onderste laag van een graf, om daarmee ruimte te maken voor een nieuwe overledene, is mogelijk indien de wettelijke grafrusttermijn van tenminste tien jaar wordt gerespecteerd, de resterende graftermijn nog minimaal tien jaar bedraagt, begraven op meer dan één laag mogelijk is en het samenvoegen technisch en op een hygiënische verantwoorde wijze uitvoerbaar is.

  • 2.

    Per graf kan slechts één keer een samenvoeging plaatsvinden.

  • 3.

    Het verdiept begraven van stoffelijke resten onder de onderste laag (schudden) is niet toegestaan.

Artikel 5. Tijden van begraven, cremeren en asbezorging

  • 1.

    De tijden van begraven op maandag t/m zaterdag zijn 9.00 tot 16.00 uur. De uitvaart moet voor de eindtijd afgerond te zijn.

  • 2.

    Het bezorgen van as op maandag t/m zaterdag is van 9.00 tot 15.00 uur.

  • 3.

    Begraven en asbezorging buiten reguliere tijden is mogelijk tot 19.00 uur, met als uiterste tijd een uur voor zonsondergang, tegen betaling van een toeslag van 50%.

  • 4.

    Voor begraven en het bezorgen van as op zaterdag geldt een toeslag van 50%.

  • 5.

    De burgemeester kan in bijzondere gevallen van de genoemde tijden in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel afwijken. Op zon- en feestdagen wordt een toeslag van 100% in rekening gebracht.

Artikel 6. Aantal overledenen in graven en asvoorzieningen

  • 1.

    In particuliere graven die voor twee lagen worden uitgegeven, enkelgraven en natuurgraven uitgezonderd, mogen twee overledenen begraven worden. Bijzetting van maximaal twee asbussen in een urn op de grafbedekking is toegestaan.

  • 2.

    Indien samenvoegen is toegestaan kan in de graven van lid 1 een extra overledene worden begraven.

  • 3.

    In een enkelgraf mag maximaal één overledene worden begraven. Bijzetting van maximaal één asbus is toegestaan.

  • 4.

    In een onderhoudsvrij natuurgraf, waaronder bloemgraf en boomgraf inbegrepen, mogen maximaal twee overledenen worden begraven. Bijzetting van asbussen en het samenvoegen van graflagen is niet toegestaan.

  • 5.

    Per algemeen graf mogen twee overledenen begraven worden. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan. De beheerder van het gedenkpark bepaalt wie in het graf worden begraven, waarbij geen rekening wordt gehouden met familiebanden.

  • 6.

    Per particulier (kelder)urnengraf en urnenplaats, natuururnengraven uitgezonderd, mogen maximaal twee asbussen worden bijgezet, voor zover de ruimte het toelaat. De rechthebbende bepaalt wiens asbus wordt bijgezet.

  • 7.

    Per algemeen natuururnengraf mag maximaal één asbus worden bijgezet.

  • 8.

    Per particuliere urnennis mogen maximaal twee asbussen of urnen worden bijgezet.

  • 9.

    Per particuliere gedenkplaats mogen meerdere overledenen herdacht worden.

  • 10.

    Asverstrooiing is uitsluitend toegestaan op een verstrooiplaats.

Artikel 7. Volgorde van uitgifte

  • 7.1

    Nieuwe graven, natuurgraven uitgezonderd, worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 7.2

    Vrijgekomen graven worden opnieuw uitgegeven op verzoek.

  • 7.3

    De beheerder bepaalt welke vakken en rijen voor directe begraving en welke vrijgekomen graven als keuzegraf in aanmerking komen.

Artikel 8. Reserveren van graven

  • 1.

    Het reserveren van een particulier graf kan voor een periode van tien jaar of een veelvoud van tien jaar, met een maximum van 50 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat.

  • 2.

    Het reserveren van een particulier urnengraf, urnenplaats, urnennis en particuliere gedenkplaats kan voor een periode van vijf jaar of een veelvoud van vijf jaar, met een maximum van 50 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat.

  • 3.

    Het reserveren van een natuurgraf, waaronder boomgraf en bloemgraf inbegrepen, kan voor een periode van 100 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat.

  • 4.

    Het reserveren van een natuururnengraf kan voor een periode van 50 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk in gaat.

  • 5.

    De beheerder beoordeelt en bepaalt welke graven voor reservering in aanmerking komen.

Artikel 9. Categorieën

  • 1.

    Op het gedenkpark is een Islamitisch gedeelte vastgesteld waar begraven wordt volgens Islamitische gebruik.

  • 2.

    Op het gedenkpark is een Rooms Katholiek gedeelte vastgesteld waar begraven wordt volgens Rooms Katholiek gebruik.

  • 3.

    De natuurbegraafplaats omvat een afgebakend deel van het gedenkpark. Voor de natuurbegraafplaats gelden specifieke voorwaarden voor de uitgiftetermijn (artikel 10 van de nadere regels) en de grafbedekking (artikel 22 van de nadere regels).

  • 4.

    De dierenbegraafplaats omvat een afgebakend deel van het gedenkpark. Voor de dierenbegraafplaats gelden specifieke voorwaarden voor de uitgiftetermijn (artikel 10 van de nadere regels), de grafafmetingen (artikel 11 van de nadere regels) en de grafbedekkingen (artikel 23 van de nadere regels).

Artikel 10.: Termijnen graven, urnenvoorzieningen en gedenkplaatsen

  • 1.

    Particuliere graven, natuurgraven en diergraven uitgezonderd, worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar of een veelvoud van tien jaar, met een maximum van vijftig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het gedenkpark dat toelaat en waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het tarief van een grafrecht voor tien jaar.

  • 2.

    Particuliere urnengraven, urnennissen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van vijf jaar of een veelvoud van vijf jaar, met een maximum van vijftig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het gedenkpark dat toelaat en waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het tarief van een grafrecht voor vijf jaar.

  • 3.

    Natuurgraven, boomgraven en bloemgraven inbegrepen, worden uitgegeven voor een termijn van 100 jaar.

  • 4.

    Diergraven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar of een veelvoud van tien jaar, waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het tarief van het grafrecht voor tien jaar.

  • 5.

    Particuliere graven, urnengraven, urnennissen, urnenplaatsen, gedenkplaatsen en diergraven worden op verzoek verlengd met een termijn van vijf jaar of een veelvoud van vijf jaar, met een maximum van vijftig jaar, waarbij het te heffen tarief de helft bedraagt van het tarief van tien jaar, of hetzelfde veelvoud van het tarief van vijf jaar.

  • 6.

    Tussentijdse verlenging van grafrechten per jaar is verplicht indien bij een bijzetting de resterende termijn korter is dan de vereiste grafrusttermijn van tien jaar. Het tarief bedraagt een vijfde deel per te verlengen jaar, uitgaande van het vastgestelde tarief van een verlenging met vijf jaar.

  • 7.

    Algemene graven, algemene natuururnengraven uitgezonderd, worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 8.

    Algemene natuururengraven worden uitgegeven voor een termijn van 50 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

Artikel 11. Afmetingen van de graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen

De maximale afmetingen voor een graf en urnenplaats zijn:

  • a.

    voor een particulier graf 2.40 x 1.20 meter (l x b);

  • b.

    voor een algemeen graf 2.00 x 1.00 meter (l x b);

  • c.

    voor een particulier kindergraf voor kinderen jonger dan 1 jaar 1,00 x 0.80 meter (l x b);

  • d.

    voor een particulier kindergraf voor kinderen van 1 tot 8 jaar 1,00 x 0.80 meter (l x b);

  • e.

    voor een particulier kindergraf voor kinderen van 8 tot 12 jaar 2.00 x 1.00 meter (l x b);

  • f.

    voor een particulier (kelder-)urnengraf, daaronder natuururnengraven inbegrepen, 0.70 x 0.80 meter (l x b);

  • g.

    voor een particuliere bovengrondse urnenplaats en particuliere gedenkplaats 0.70 x 0.80 meter (l x b);

  • h.

    voor een urnennis in een urnenmuur of columbarium 0,29 x 0,22 x 0,26 m (h x b x d);

  • i.

    voor een natuurgraf, daaronder bloemgraf en boomgraf inbegrepen, 250 x 150 meter (l x b);

  • j.

    voor een klein diergraf 0.60 x 0.60 meter (l x b);

  • k.

    voor een groot diergraf 1.00 x 0.80 meter (l x b);

  • l.

    voor grotere kistmaten zijn beperkte mogelijkheden aanwezig. Een verzoek daartoe moet uiterlijk twee werkdagen voor een begrafenis schriftelijk worden aangevraagd bij de beheerder.

Artikel 12. Keldergraven

  • 1.

    Nieuwe keldergraven zijn niet meer toegestaan.

  • 2.

    Voor het aanpassen en hergebruiken van bestaande keldergraven is een vergunning vereist.

  • 3.

    Het college kan de vergunning voor het aanpassen en hergebruiken van een bestaand keldergraf weigeren indien:

    • a.

      de materialen niet duurzaam zijn;

    • b.

      de fundering en constructie onstabiel en onveilig zijn;

    • c.

      de aanpassing esthetisch niet aanvaardbaar is;

    • d.

      de binnenmaatse afmetingen kleiner zijn dan 220 x 120 cm (l x b);

  • 4.

    Een vergunning voor een reeds bestaand keldergraf kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:

    • a.

      de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende is;

    • b.

      de fundering en constructie onvoldoende stabiel en veilig zijn;

    • c.

      ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • d.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;

    • e.

      van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen de daarin gestelde termijn;

    • f.

      de houder van de vergunning dit verzoekt;

    • g.

      de beherder om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht.

  • 5.

    Aan de afhandeling van de aanvraag van een vergunning betreffende de aanpassing of hergebruik van een bestaand keldergraf zijn kosten verbonden.

Artikel 13. Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Een rechthebbende kan bij leven verleende rechten overschrijven op een andere persoon. Hiervoor is een overschrijvingsformulier beschikbaar.

  • 2.

    Een rechthebbende kan bij leven schriftelijk bij de administratie van het gedenkpark aangeven wie de nieuwe rechthebbende wordt na overlijden van de huidige rechthebbende.

  • 3.

    Wanneer nabestaanden ontbreken, kan de rechthebbende bij laatste wil of bij notariële akte bepalen dat de rechten worden overgeschreven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, een stichting of instelling voor grafzorg of een kerkgenootschap.

  • 4.

    Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het voorgaande lid afwijken.

Artikel 14. Voorwaarden voor particuliere gedenktekens

  • 1.

    Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas.

  • 2.

    De lengte en de breedte van de grafbedekking en het daarop geplaatste gedenkteken, ornamenten inbegrepen, mogen de afmetingen van het (urnen-)graf, bovengrondse urnenplaats en gedenkplaats niet overschrijden.

  • 3.

    Gedenktekens moeten geplaatst worden op een fundament of afdekplaat die verzakking van het gedenkteken uitsluit.

  • 4.

    De regelgeving en maatvoering kan per grafsoort en categorie verschillen. In bijlage 1 zijn de voorwaarden per grafsoort en categorie vermeld.

  • 5.

    Voor urnennissen is een standaard voorzetplaat beschikbaar. Plaatsing is niet verplicht.

  • 6.

    Bodembedekking of strooibedekking, zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10 cm hoogte boven het maaiveld en indien voorzien van een bodemplaat.

  • 7.

    Op het gedenkteken dient aan de achterzijde het grafnummer zichtbaar aanwezig te zijn.

  • 8.

    De namen van leveranciers, ontwerpers of uitvoerders van gedenktekens mogen alleen aan de achterkant van het gedenkteken worden aangebracht, in de vorm van een klein metalen naamplaatje van maximaal 2 x 4 centimeter.

  • 9.

    Op en in de nabijheid van verstrooiplaatsen zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan.

Artikel 15. Melding en vergunning grafbedekking en gedenkteken

  • 1.

    De melding tot het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van een gedenkteken op een (urnen-)graf, urnenplaats en gedenkplaats moet schriftelijk worden gedaan bij de beheerder van het gedenkpark, uiterlijk een maand voor plaatsing. De melding dient te bevatten:

    • a.

      NAW-gegevens en handtekening van de rechthebbende van het graf, de urnenplaats of de gedenkplaats;

    • b.

      de naam en het adres van de aanvrager en indien deze een ander is dan de rechthebbende tevens de toestemming van de betreffende rechthebbende om eigenaar van de grafbedekking te zijn;

    • c.

      de naam van het gedenkpark, de ligging (grafveld) en nummer van het graf of de plaats;

    • d.

      naam en adres van degene die de te verrichten werkzaamheden op het gedenkpark uitvoert;

    • e.

      een werk-/productietekening, schaal 1:10, waarin aangegeven:

      • een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

      • de soort en kleur van het materiaal van het gedenkteken en de bewerking ervan;

      • de vermelding of de letters en/of tekens, ingehakt, opgehakt of van een ander materiaal zijn;

      • de woordindeling van het opschrift en de plaats van de figuratie(s);

      • de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;

      • de soort vaste planten indien het een levende grafbedekking betreft.

  • 2.

    Voor gewenste grafbedekkingen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 14, lid 1 t/m 4 van de nadere regels, ornamenten voor op het (urnen-)graf, een bovengrondse urnenplaats of een gedenkplaats inbegrepen, kan de beheerder afwijkend besluiten mits het gedenkteken duurzaam en esthetische inpasbaar is. Een vergunning is vereist.

  • 3.

    De beslissing op de vergunningaanvraag wordt door de beheerder schriftelijk meegedeeld.

  • 4.

    Op natuurgraven, bloem- en boomgraven inbegrepen, is als grafbedekking uitsluitend toegestaan een boomschijf met inscriptie. De boomschijf is van onbehandeld inheems hout, heeft een diameter van maximaal 50 cm en een dikte van 10 cm.

  • 5.

    Tijdelijke grafmarkeringen mogen maximaal tot 1 jaar na begraven op een graf blijven staan, natuurgraven uitgezonderd. Het opschrift van een tijdelijke grafmarkering bevat uitsluitend de naam en overlijdensdatum van de overledene en optioneel een persoonlijke figuratie. De maximaal toegestane afmeting van een markeerbordje is 20 x 30 cm (h x b) en van een liggende tegel 30 x 30 cm (l x b).

Artikel 16. Grafbeplanting

  • 1.

    De beplanting op een graf moet binnen de afmeting van het graf blijven en mag niet hoger worden dan de maximaal toegestane hoogte van de toegestane hoogte van het gedenkteken, conform bijlage 1.

  • 2.

    Verboden zijn sterk woekerende planten, invasieve exoten en planten met stekels en doornen.

  • 3.

    Het planten van bomen op en naast graven is niet toegestaan, met uitzondering van boomgraven.

Artikel 17. Herinneringsplaatje

  • 1.

    Ter nagedachtenis van een overledene die begraven is op de natuurbegraafplaats kan een herinneringsplaatje geplaatst worden op een algemene herdenkingszuil op de natuurbegraafplaats.

  • 2.

    Ter nagedachtenis van een overledene kan na ruiming van het graf een herdenkingsplaatje geplaatst worden op een herdenkingsmonument in de nabijheid van het verzamelgraf.

  • 3.

    Ter nagedachtenis van een overledene wiens as verstrooid is kan een herinneringsplaatje geplaatst worden op een algemene herdenkingszuil in de nabijheid van het strooiveld.

  • 4.

    Het plaatsingsrecht voor een herinneringsplaatje wordt uitgegeven voor een termijn van tien jaar. Verlenging met een termijn van tien jaar is mogelijk.

  • 5.

    Aan het plaatsingsrecht van een herinneringsplaatje zijn kosten verbonden.

Artikel 18. Plaatsen gedenkteken, herinneringsplaatje en vaste beplanting.

  • 1.

    Voor plaatsingswerkzaamheden van een gedenkteken, afsluitplaat voor een urnennis, herinneringsplaatje op een herdenkingsmonument en vaste beplanting is toestemming nodig van de beheerder.

  • 2.

    Het gedenkteken met toebehoren moet volgens aanwijzingen van en onder toezicht van door de beheerder daarmee belaste gedenkparkmedewerkers worden geplaatst.

  • 3.

    Afsluitplaaten van een urnennis en herdenkingsplaatjes voor algemene gedenkmonumenten worden geplaatst door medewerkers van het gedenkpark.

  • 4.

    Indien de nabestaanden er voor kiezen geen afsluitplaat voor de urnennis te plaatsen moet de asbus in een urn geplaatst worden en met door de beheerder goedgekeurde lijm of pasta vastgezet worden.

  • 5.

    Vaste beplanting mag uitsluitend geplaatat worden na toestemming van en in overleg met de beheerder van het gedenkpark.

  • 6.

    Alle sporen van werkzaamheden, ontstaan door of ten gevolge van plaatsingswerk-zaamheden, moeten worden opgeruimd.

Artikel 19. Onderhoud door de houder van het gedenkpark

  • 1.

    De houder van het gedenkpark is verantwoordelijk voor algemeen onderhoud van het gedenkpark. Hieronder wordt verstaan: onderhoud algemeen groen, onderhoud bomen, nieuwe aanplant plantsoen, verwijderen bladafval en het onderhoud van paden, servicepunten en banken.

  • 2.

    Graven waarvan het jaarlijks onderhoudsrecht van de grafbedekking tegen betaling door het gedenkpark wordt verzorgd worden minimaal tweemaal per jaar onderhouden. Onderhoud betreft onkruidbeheersing, snoeien van de grafbeplanting en het verwijderen van oppervlakkig vuil.

Artikel 20. Onderhoud door de eigenaar van een grafbedekking

  • 1.

    De eigenaar van een grafbedekking is eindverantwoordelijk voor het onderhoud van de grafbedekking, tenzij het onderhoud is afgekocht (conform artikel 19, lid 2 van de nadere regels). Onder onderhoud wordt mede verstaan het schoonhouden van het gedenkteken, het verwijderen van spontaan opkomende kruiden of zaailingen op de grafbedekking, het rechtzetten van verzakkingen van de grafbedekking of het gedenkteken, het verven of vergulden van letters en andere figuraties op het gedenkteken en het uitvoeren van overige herstellingen van het gedenkteken.

  • 2.

    Voor het schoonmaken van de gedenktekens en voor algenbestrijding zijn alleen biologisch afbreekbare middelen toegestaan.

  • 3.

    Eigenaren van graven kunnen onderhoud van de grafbedekking tegen betaling laten verzorgen door de beheerder van het gedenkpark. Onderhoud betreft onkruidbeheersing, snoeien van de grafbeplanting en het verwijderen van oppervlakkig vuil.

  • 4.

    De houder van het gedenkpark kan in opdracht van de eigenaar van de grafbedekking, tegen betaling van een vergoeding, verzakkingen herstellen voor zover die niet vallen onder het onderhoud van lid 3.

  • 5.

    Voor het niet tijdig uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan de grafbedekking, binnen de in de aanschrijving genoemde termijn, voert de beheerder deze werkzaamheden uit met recht op betaling van een vergoeding.

Artikel 21. Losse bloemen, planten en ornamenten

  • 1.

    Het plaatsen op graven van losse bloemen in steekvazen en planten in potten of bakken is toegestaan, mits geplaatst binnen de maximale afmetingen van de grafbedekking, met uitzondering van natuurgraven. Glazen vazen en voorwerpen waarin glas verwerkt is, zijn vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan.

  • 2.

    De eigenaar van de grafbedekking draagt zelf zorg voor het verwijderen van verwelkte bloemen en planten die in verwaarloosde staat verkeren en het terugsnoeien van beplanting binnen de toegestane afmetingen.

  • 3.

    Ornamenten, linten en dergelijke die na een teraardebestelling op het graf worden achtergelaten moeten binnen vier weken na de dag van de teraardebestelling door de rechthebbende of de gebruiker worden verwijderd. Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze ongevraagd te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende zes weken na een begrafenis ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een verzoek heeft ingediend bij de beheerder.

  • 5.

    De beheerder is gerechtigd om losse voorwerpen, buiten de toegestane afmetingen groeiende planten, verwelkte bloemen en dode planten te verwijderen indien de eigenaar van de grafbedekking dat niet tijdig zelf doet, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 22. Boomgraven

  • 1.

    De beheerder van het gedenkpark bepaalt welke graven en bomen in aanmerking komen voor een boomgraf.

  • 2.

    Voor het plant- en plaatsingssrecht van een boom is een vergunning nodig.

  • 3.

    De aanschaf en het planten van de gedenkboom zijn voor risico en kosten van de rechthebbende van het boomgraf.

  • 4.

    Het planten van de gekozen gedenkboom geschiedt onder toezicht van de beheerder van het gedenkpark.

  • 5.

    Nabestaanden kunnen de gedenkboom zelf planten of de werkzaamheden uitbesteden aan een erkend hoveniersbedrijf.

  • 6.

    Het college is niet aansprakelijk voor de levering van verkeerd plantmateriaal of het onjuist aanplanten van de boom.

  • 7.

    De beheerder van het gedenkpark is verantwoordelijk voor een jaarlijkse controle en regulier onderhoud van de gedenkboom.

  • 8.

    Bij sterfte van de boom binnen twee jaar na planten als gevolg van nalatigheid bij het onderhoud wordt de boom vervangen door een nieuwe vergelijkbare boom op kosten van de houder van het gedenkpark.

  • 9.

    De beheerder is niet aansprakelijk voor directe en indirecte schade door derden, ziekten en plagen, invloed van weersomstandigheden (storm, langdurige hitte, overstroming) en andere niet direct aanwijsbare oorzaken.

  • 10.

    Indien de gedenkboom gevaarlijke situaties oplevert voor derden kan de beheerder overgaan tot verwijdering van die delen van de boom die gevaar opleveren.

  • 11.

    De boom blijft eigendom van het gedenkpark.

Artikel 23. Diergraven

  • 1.

    De beheerder van het gedenkpark bepaalt welke graven in aanmerking komen voor het begraven van een huisdier.

  • 2.

    Alleen kleine dieren die niet onder de destructieverplichting vallen komen in aanmerking voor begraving.

  • 3.

    Het plaatsen van één urn met de as van een mens of dier op de grafbedekking van een diergraf is toegestaan.

Artikel 24. Crematie en herbegraven na opgraving

  • 1.

    Voor een opgraving is een vergunning nodig. De burgemeester verbindt daaraan voorwaarden.

  • 2.

    Transport van stoffelijke resten voor crematie of herbegraving elders buiten het gedenkpark is alleen toegestaan door medewerkers van het gedenkpark, een erkende uitvaartonderneming, een BVOB gespecialiseerd bedrijf of door een belanghebbende met gebruikmaking van een verzegelde kist.

Artikel 25. Ruiming van graflagen en graven

  • 1.

    Het samenvoegen van de stoffelijke resten op de onderste laag is éénmalig toegestaan.

  • 2.

    Na het verstrijken van de termijn van het grafrecht kan de beheerder van het gedenkpark overgaan tot verwijdering van de grafbedekking en de stoffelijke resten. Aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf.

  • 3.

    De beheerder is bevoegd een grafbedekking een andere bestemming te geven en een graf waarvan het grafrecht verlopen is opnieuw uit te geven aan een nieuwe rechthebbende.

Artikel 26. Lijst historische graven

  • 1.

    De lijst met historische graven wordt minimaal 1 keer per tien jaar geactualiseerd.

  • 2.

    Het college voorziet na afloop van de graftermijn in het onderhoud van deze graven.

Artikel 27. Slotbepalingen

Deze nadere regels treden in werking met ingang van 1 januari 2024. De nadere regels aangehaald als “Uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen” vastgesteld op 26 oktober 2010, “Uitvoeringsbesluit tijden van begraven en bezorgen van as” vastgesteld op 26 oktober 2010 en ”Uitvoeringsbesluit Graven, asbezorging en gedenkplaatsen”, vastgesteld op 26 oktober 2010 en alle eerdere nadere regels worden ingetrokken gelijktijdig met het in werking treden van deze nieuwe nadere regels.

Artikel 28. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels Gedenkpark Rosenburgh 2024”.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders in zijn vergadering van 19 maart 2024.

Met vriendelijke groet,

het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen,

gemeentesecretaris

mw. drs. N. Stemerdink,

burgemeester

Bijlage  

 

  • 1.

    Algemene voorwaarden gedenktekens

    Staande gedenktekens dienen per grafplek gefundeerd te worden op een onder het maaiveld liggende fundering (fundatieraam).

    Een bodemplaat en een opstaande rand van 10 cm zijn verplicht bij grafbedekking-en met gebruik van aarde, grind, split, schelpen, boomschors, tegels en keitjes.

    Bodemplaten zijn voorzien van gewapend beton en minimaal 6 cm dik.

    Het gewicht van de staande stenen mag niet meer dan 200 kg zijn.

    Staande gedenktekens mogen maximaal 30 cm uit het hoofdeinde van het graf worden geplaatst.

    Het gedenkteken dient zodanig geconstrueerd te zijn dat staande delen niet kunnen omwaaien.

    Het gedenkteken moet zonder het verbreken van cementvoegen in eenvoudig verplaatsbare delen uit elkaar genomen kunnen worden, indien dit nodig is voor het openen van het graf c.q. de tijdelijke verwijdering.

    Onder de bovenrand van een schuin-liggend gedenkteken dient een zodanige steun (stut) te worden aangebracht, dat de lengte daarvan gelijk is aan de breedte van de grafsteen. De stut mag geen grotere hoogte hebben dan 10 cm.

    Staande steen is minimaal 8 cm dik.

    Banden zijn minimaal 8 x 10 cm (b x h).

    Zerk is minimaal 8 cm dik.

    Liggende en staande glasplaat zijn minimaal 10/12 mm dik.

    Flagstones moeten verlijmd zijn op fundatie.

    Geen onderdelen van het monument, met uitzondering van flackstones en keien, zijn verlijmd aan de fundering.

  • 2.

    Gedenktekens particulier graf

    Op een particulier graf, met uitzondering van een natuurgraf en dubbelgraf, mag een liggende en staande grafbedekking met gedenkteken geplaatst worden van maximaal 200 x 100 x 125 cm (l x b x h).

  • 3.

    Gedenktekens particulier dubbelgraf

    Op een particulier dubbelgraf mag een liggende en staande grafbedekking met gedenkteken geplaatst worden van maxiaal 200 x 210x 125 cm (l x b x h).

  • 4.

    Gedenktekens algemeen graf

    Op een algemeen graf mag door iedere gebruiker één gedenkteken in schuin-liggende vorm worden geplaatst, waarbij het gedenkteken niet meer ruimte mag innemen dan 50 x 50 cm (l x b) en maximaal 50 cm boven het maaiveld geplaatst.

    Het gedenkteken moet geplaatst worden op een fundatieplaat (grondplaat) van 100 x 100 x 5 cm (l x b x h). De fundatieplaat moet minimaal 10 cm onder het maaiveld worden geplaatst.

  • 5.

    Gedenktekens particulier kindergraf

    Op een particulier kindergraf mag een staande en liggende steen geplaatst worden. De maximale afmetingen zijn:

    kindergraf voor kinderen jonger dan 1 jaar 0.60 x 0.60 x 0.60 meter (l x b x h);

    kindergraf voor kinderen van 1 tot 8 jaar 0.80 x 0.80 x 0.80 meter (l x b x h);

    kindergraf voor kinderen van 8 tot 12 jaar 2.00 x 1.00 x 1.25 meter (l x b x h);

    Alle stenen minimaal 5 cm dik.

  • 6.

    Gedenkteken particulier onderhoudsvrij natuurgraf en urnennatuurgraf

    Op een particulier natuurgraf is slechts een boomschijf toegestaan van onbehandeld inheems hout. De diameter van de boomschijf bedraagt maximaal 50 cm.

  • 7.

    Gedenkteken particulier urnengraf

    Op een particulier urnengraf mag een gedenkteken in schuin of platliggende vorm worden geplaatst of een staande steen.

    Het gedenkteken mag maximaal 80 cm hoog, 70 cm breed en 5 cm dik zijn.

    Een schuin of platliggende zerk mag maximaal 90 cm lang, 80 cm breed en minimaal 5 cm dik zijn.

  • 8.

    Monumenten en gedektekens diergraven

    Voor een klein diergraf is toegestaan een gedenkteken van 0.60 x 0.60 x 0.60 meter (l x b x h);

    Voor een groot diergraf is toegestaan een gedenkteken van 1.00 x 0.80 x 0.60 meter (l x b x h).

Naar boven