Beleidsregels Brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente Kampen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen,

gelezen het voorstel van 10 september 2025 met kenmerk 56779-2025,

gelet op artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen en Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit vast te stellen de

Beleidsregels Brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente Kampen

 

 

Inleiding

 

Tienduizenden ouders zijn tussen 2004 en 2019 gedupeerd door de Belastingdienst. (Kleine) fouten bij de aanvraag van de kinderopvangtoeslag werden onevenredig hard bestraft. Dit leidde tot grote financiële problemen en persoonlijk leed. Tot de dag van vandaag ervaren ouders, hun gezinnen, ex-toeslagpartners en nabestaanden hiervan de gevolgen.

Sinds 2020 werkt de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) aan financieel herstel voor de gedupeerden. Maar financieel herstel alleen is vaak niet genoeg. Gedupeerden hebben recht op begrip, erkenning en ondersteuning. Bijvoorbeeld bij het vinden van passend werk, hun financiële situatie op orde te krijgen, of om trauma’s uit het verleden het hoofd te kunnen bieden.

Om die reden startte in september 2020 de ‘brede ondersteuning’ door gemeenten, die (mogelijk) gedupeerde ouders, hun kinderen, ex-toeslagpartners en nabestaanden helpt bij ‘een nieuwe start’. De Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) regelt de bevoegdheden van gemeenten in deze. Daarbij hebben gemeenten ook enige beleidsvrijheid. Deze beleidsregels geven weer hoe gemeente Kampen deze beleidsvrijheid invult en borgen daarmee de rechtspositie van eenieder die gebruikmaakt van de brede ondersteuning.

 

Hoofdstuk 1 Begrippen

 

In deze beleidsregels staan verschillende begrippen. Hieronder een alfabetische opsomming daarvan, met steeds uitgelegd wat de gebruikte term betekent;

  • bedreigende situatie: acute crisissituaties zoals, maar niet uitsluitend, een aangekondigde woningontruiming, beëindiging levering gas, water, licht en ernstig belemmerende psychische omstandigheden;

  • gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen;

  • gezin: de definitie zoals in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet, inclusief het thuiswonende (pleeg)kind van achttien jaar of ouder van rechthebbenden, of hun partner;

  • hulpvraag: vertaling van de behoefte aan brede ondersteuning die weergeeft hoe de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, te bereiken zijn;

  • kindregeling: herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet die een tegemoetkoming en brede ondersteuning biedt aan kinderen van gedupeerde ouders;

  • leefgebieden: financiën, gezin, gezondheid, werk en wonen, gebaseerd op artikel 2.21, eerste lid, van de wet;

  • rechthebbenden: Alle personen, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet, woonachtig in de gemeente Kampen;

  • reguliere ondersteuning: ondersteuning die de gemeente binnen het sociaal domein biedt, anders dan de brede ondersteuning;

  • toekennen: het recht op een voorziening geven;

  • UHT: Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen;

  • verstrekken: de toegekende voorziening verschaffen;

  • wet: Wet hersteloperatie toeslagen.

Hoofdstuk 2 Doel van de brede ondersteuning

 

Artikel 2.21, vierde lid, van de wet, stelt dat de brede ondersteuning gericht is op het maken van ‘een nieuwe start in het kader van herstel’. De brede ondersteuning is tijdelijk en toekomstgericht. Rechthebbenden krijgen ondersteuning die moet helpen grip op het leven te krijgen en perspectief te vinden. Wat daarvoor nodig is, verschilt per persoon.

De gemeente maakt per situatie een afweging over dat wat nodig is om de vastgestelde doelstellingen te bereiken. De geboden ondersteuning is altijd gericht op het behalen van de doelstellingen, zoals omschreven in lid 1 van dit hoofdstuk.

2.1 Doelstellingen

De brede ondersteuning omvat vijf leefgebieden. Per leefgebied is een doelstelling geformuleerd die weergeeft wat nodig is om een nieuwe start te kunnen maken:

  • a.

    financiën: in staat zijn een financieel gezonde huishouding te voeren;

  • b.

    gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen;

  • c.

    gezondheid: mentaal en fysiek welzijn ervaren;

  • d.

    werk: ten minste over een startkwalificatie beschikken en/of duurzaam kunnen deelnemen in een arbeidsproces;

  • e.

    wonen: een veilige en betaalbare plek om te wonen.

2.2 Uitzonderingen brede ondersteuning

De brede ondersteuning is niet gericht op financieel herstel en biedt geen compensatie voor schade uit het verleden. Het maken van een nieuwe start in de toekomst staat centraal. Hoewel binnen de brede ondersteuning veel mogelijk is, is de brede ondersteuning niet allesomvattend.

De gemeente hanteert als uitgangspunt dat de volgende zaken in de basis geen onderdeel zijn van de brede ondersteuning:

  • a.

    algemene inkomensondersteuning of inkomensaanvulling;

  • b.

    ondersteuning op andere leefgebieden dan genoemd in hoofdstuk 1;

  • c.

    vergoeding van schade zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet;

  • d.

    vergoeding van schulden, tenzij sprake is van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en alleen wanneer aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling te voorkomen;

  • e.

    kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat de rechthebbende toegang kreeg tot de brede ondersteuning, tenzij sprake was van een bedreigende situatie of de rechthebbende de noodzaak van de voorziening kan aantonen;

  • f.

    kosten voor een advocaat voor het proces van vergoeding van schade, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.

2.3 Doelgroep brede ondersteuning

De brede ondersteuning kan starten zodra aanvragers van de kinderopvangtoeslag zich hebben aangemeld bij de UHT. Wanneer uit de integrale beoordeling blijkt dat iemand niet als gedupeerde ouder wordt erkend, komt deze persoon niet langer in aanmerking voor brede ondersteuning. In bezwaar gaan tegen die beslissing heeft daarbij geen opschortende werking, zie ook hoofdstuk 6. Kinderen, ex-toeslagpartners en nabestaanden krijgen na erkenning door de UHT toegang tot de brede ondersteuning. De gemeente gaat bij de UHT na of iemand inderdaad rechthebbend is.

De gemeente verleent toegang tot brede ondersteuning aan:

  • 1.

    rechthebbenden die niet eerder via de brede ondersteuning een nieuwe start hebben gemaakt;

  • 2.

    het gezin van de rechthebbende, waarbij de samenstelling van het gezin op het moment van aanmelding leidend is voor de brede ondersteuning;

  • 3.

    in overleg met de gemeente waar rechthebbende inwoner is, in bijzondere situaties ook aan rechthebbenden die geen inwoner van de gemeente Kampen zijn, bijvoorbeeld wanneer sprake is van verhuizing of detentie;

  • 4.

    een rechthebbende minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling, als deze:

    • a.

      jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat, of;

    • b.

      jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die een van de gezaghebbers is, of;

    • c.

      zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.

Hoofdstuk 3 Aanvraag brede ondersteuning, eerste gesprek en vaststellen hulpvraag

 

Een inwoner van gemeente Kampen kan direct bij de gemeente een aanvraag doen voor brede ondersteuning. Dat kan telefonisch, per mail, of bij de balie Zorg en inkomen. De gemeente gaat in dergelijke gevallen bij de UHT na of de aanmelder inderdaad rechthebbende is.

3.1 Aanvraag brede ondersteuning

  • 1.

    De gemeente neemt aanvragen voor toegang tot brede ondersteuning zowel schriftelijk als mondeling in ontvangst.

  • 2.

    De gemeente stelt vast of de aanvrager rechthebbende is, zoals omschreven in hoofdstuk 2.3.

  • 3.

    Rechthebbenden kunnen ook bij de UHT aangeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, waarna de UHT via haar gegevensportaal contactgegevens verstrekt aan de gemeente en de gemeente deze per ontvangstdatum als aanvraag in behandeling neemt.

  • 4.

    Aanvragers die geen rechthebbende blijken te zijn, worden hierover telefonisch en schriftelijk geïnformeerd door de gemeente en warm doorverwezen naar reguliere ondersteuning.

3.2 Eerste gesprek en vaststellen hulpvraag

  • 1.

    De gemeente nodigt de rechthebbende binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, telefonisch uit voor een eerste gesprek.

  • 2.

    De rechthebbende bepaalt of het eerste gesprek plaatsvindt bij deze persoon thuis, in het stadhuis, of op een andere locatie.

  • 3.

    Bij het eerste gesprek zijn altijd twee medewerkers van de gemeente aanwezig.

  • 4.

    Het eerste gesprek is bedoeld om het ondersteuningsproces toe te lichten en de situatie van rechthebbende, en eventueel het gezin, in kaart te brengen.

  • 5.

    In de hierna volgende gesprekken wordt samen met de aanvrager, op basis van de doelstellingen zoals omschreven in hoofdstuk 2.1, per leefgebied de eventuele hulpvraag vastgesteld.

Hoofdstuk 4 Beschikking en plan van aanpak

 

De gemeente controleert vóór het eerste gesprek of de aanmelder recht heeft op brede ondersteuning. De beschikking, waarin deze toegang wordt bevestigd, volgt pas nadat in elk geval het eerste gesprek heeft plaatsgevonden. Reden daarvoor is dat bij deze beschikking ook het plan van aanpak wordt gevoegd. Op hoofdlijnen, omdat het lastig kan zijn om binnen een aantal weken volledig zicht te hebben op doelstellingen en ondersteuningsbehoeften.

4.1 Beschikking

  • 1.

    De gemeente zorgt ervoor dat de rechthebbende maximaal acht weken na het eerste gesprek een beschikking ontvangt, met daarin:

    • a.

      een verlening van toegang tot de brede ondersteuning, inclusief een minstens op hoofdlijnen vastgesteld plan van aanpak, of;

    • b.

      een gemotiveerde weigering van de toegang tot de brede ondersteuning.

  • 2.

    De gemeente kan de termijn voor het opstellen van een plan van aanpak, benoemd in het eerste lid, met maximaal vier weken verlengen.

4.2 Het plan van aanpak

  • 1.

    De gemeente stelt samen met de rechthebbende een plan van aanpak op, waarbij de situatie van de rechthebbende op het moment van het eerste gesprek het startpunt vormt.

  • 2.

    Het plan van aanpak omschrijft:

    • a.

      hoe stapsgewijs en in samenhang naar de doelstellingen die de rechthebbende per leefgebied heeft, wordt toegewerkt; en

    • b.

      welke voorzieningen zijn toegekend om de rechthebbende op adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.

  • 3.

    Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de rechthebbende:

    • a.

      achttien jaar of ouder is; en

    • b.

      in aanmerking komt voor de kindregeling; en

    • c.

      naar oordeel van de gemeente in een problematische schuldsituatie zit; en

    • d.

      binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, een aanvraag heeft ingediend; en

    • e.

      bereid is hulp te aanvaarden om de financiële situatie in kaart te brengen en te stabiliseren.

  • 4.

    De gemeente kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak samen met de rechthebbende aanvullen en nieuwe of andere voorzieningen toekennen, waarbij geldt dat materiële voorzieningen tot maximaal zes maanden na het eerste gesprek toegekend kunnen worden.

  • 5.

    De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen zijn alleen te wijzigen wanneer zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die een wijziging noodzakelijk maken.

Hoofdstuk 5 Voorzieningen toekennen en verstrekken

 

Voorzieningen zijn bedoeld om het doel van de brede ondersteuning, een nieuwe start kunnen maken, te realiseren. Voorzieningen zijn daarom altijd gekoppeld aan een doelstelling op een of meerdere leefgebieden. De onderbouwing van een toegekende voorziening legt uit op welke manier de voorziening een bijdrage levert aan de doelstelling(en).

5.1 Voorzieningen

  • 1.

    De gemeente verstrekt aan rechthebbende de voorzieningen die in het plan van aanpak aan rechthebbende zijn toegekend.

  • 2.

    Bij het toekennen van voorzieningen houdt de gemeente onder meer, maar niet uitsluitend, rekening met de volgende zaken:

    • a.

      de vaardigheden van de rechthebbende;

    • b.

      de draagkracht en financiële armslag van de rechthebbende;

    • c.

      de omvang en samenstelling van het huishouden van de rechthebbende;

    • d.

      het duurzame karakter van de voorziening;

    • e.

      hoe de voorziening de rechthebbende in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.

  • 3.

    Voorzieningen kunnen materieel en immaterieel zijn, waarbij geldt dat:

    • a.

      een materiële voorziening een zaak is die noodzakelijk is om belemmeringen van de rechthebbende bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken;

    • b.

      een immateriële voorziening een vorm van hulpverlening of dienst is die nodig is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de rechthebbende voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak.

  • 4.

    De gemeente kan, voordat een voorziening wordt toegekend, de rechthebbende vragen om medewerking om te kunnen bepalen of een beoogde voorziening voldoet in relatie tot de voorwaarden die in het tweede en derde lid zijn benoemd.

5.2 Weigeren voorzieningen

De gemeente kan weigeren een voorziening toe te kennen, wanneer:

  • a.

    de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek, of zonder overleg met de gemeente, is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij op dat moment sprake was van een bedreigende situatie of de rechthebbende de noodzaak van de voorziening kan aantonen;

  • b.

    de voorziening niet voldoet aan de voorwaarden zoals omschreven in hoofdstuk 5.1, tweede en derde lid;

  • c.

    de rechthebbende niet de medewerking heeft verleend, zoals omschreven in hoofdstuk 5.1, vierde lid.

Hoofdstuk 6 Beëindiging brede ondersteuning

 

Een ondersteuningstraject van de brede ondersteuning kan maximaal twee jaar duren, maar eindigt eerder als de rechthebbende een nieuwe start heeft kunnen maken. Nadat de brede ondersteuning is geëindigd, vindt een periode van nazorg plaats. Daarin neemt de gemeente, afhankelijk van de behoefte van rechthebbende, nog regelmatig contact op. Als tijdens de periode van nazorg nieuwe hulpvragen ontstaan, is voor rechthebbende reguliere ondersteuning mogelijk.

6.1 Beëindiging brede ondersteuning

  • 1.

    De brede ondersteuning eindigt wanneer de gemeente van oordeel is dat de rechthebbende een nieuwe start in het kader van herstel heeft kunnen maken, maar uiterlijk twee jaar na het eerste gesprek, zoals bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, sub b, van de wet.

  • 2.

    Wanneer de inwoner die brede ondersteuning ontvangt, niet-rechthebbende blijkt te zijn, beëindigt de gemeente de brede ondersteuning binnen dertig dagen nadat de Dienst Toeslagen de gemeente hierover heeft geïnformeerd, zoals bedoeld in artikel 2.21, zesde lid, van de wet.

  • 3.

    De brede ondersteuning eindigt verder wanneer de rechthebbende:

    • a.

      om beëindiging van de brede ondersteuning verzoekt;

    • b.

      tijdens de uitvoering van de brede ondersteuning het contact met de gemeente weigert en ondanks herhaalde oproepen geen contact meer opneemt, waardoor de uitvoering van de brede ondersteuning naar oordeel van de gemeente niet langer mogelijk is.

  • 4.

    Wanneer de brede ondersteuning eindigt, bevestigt de gemeente dat via een beschikking waarin staat toegelicht waarom de ondersteuning eindigt.

  • 5.

    Wanneer de brede ondersteuning eindigt, nodigt de gemeente de rechthebbende uit om weer in contact te treden als daartoe de behoefte ontstaat.

  • 6.

    Wanneer de rechthebbende bij het beëindigen van de brede ondersteuning nog niet alle doelstellingen uit het plan van aanpak heeft bereikt, zorgt de gemeente in samenspraak met de rechthebbende voor een warme overdracht naar de reguliere ondersteuning.

Hoofdstuk 7 Hardheidsclausule

 

De gemeente kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, wanneer strikte toepassing ervan zou leiden tot onevenredige benadeling van een belanghebbende of een uitkomst die kennelijk onredelijk is.

 

Hoofdstuk 8 Inwerkingtreding en citeertitel

 

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2025.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente Kampen.

 

 

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 9 september 2025.

Het college van burgemeester en wethouders van Kampen.

N.J. Middelbos,

secretaris

S. de Rouwe,

burgemeester

Naar boven