Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Midden-Groningen 2025

Besluitvorming

De burgemeester van gemeente Midden-Groningen,

gelet op:

  • artikel 2:28, 2:81, 3:7 en 3:9 van de APV,

  • artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet,

  • artikel 30d van de Wet op de Kansspelen juncto artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;

  • artikel 7 van de Verordening Speelautomatenhallen gemeente Midden-Groningen 2021;

  • en artikel 4:81 tot en met artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht,

 

besluit vast te stellen de volgende Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Midden-Groningen 2025:

 

 

 

Deze beleidsregel geeft een nadere invulling van het begrip ‘levensgedrag’ zoals opgenomen in de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen en de APV. Met deze beleidsregel wil de gemeente Midden-Groningen transparant zijn in de manier waarop levensgedrag wordt getoetst.

 

Begripsomschrijvingen

  • APV: Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Midden-Groningen;

  • Beheerder: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft in het (seks)bedrijf;

  • Belastingdienst: de Rijksbelastingdienst;

  • Bibob-toets: een toets van de burgemeester op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob);

  • Burgemeester: de burgemeester van gemeente Midden-Groningen;

  • Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt uitgeoefend;

  • IND: de Immigratie- en Naturalisatiedienst;

  • Informatiebronnen: bronnen die worden geraadpleegd om levensgedrag te toetsen zoals informatie uit openbare bronnen, van de politie, het Justitieel Documentatiesysteem etc.;

  • Justitieel Documentatie Systeem: het register met daarin misdrijven door en overtredingen van natuurlijke personen en rechtspersonen;

  • Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft in de horeca-inrichting;

  • Nederlandse Arbeidsinspectie: de toezichthouder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wiens toezicht is gericht op de naleving van de wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden, de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en het sociale zekerheidsstelsel;

  • Pleegdatum: datum waarop het feit is gepleegd;

  • RIEC: Regionaal Informatie- en Expertise Centrum;

  • Slecht levensgedrag: een of meerdere gedraging(en) van een exploitant, of leidinggevende of beheerder van een vergunningplichtige inrichting die aanleiding geeft dan wel geven om een vergunning te weigeren dan wel een vergunning in te trekken.

 

1. Informatiebronnen

  • 1.

    De burgemeester toetst het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden, beheerders en organisatoren bij de aanvraag van een vergunning, bij een verzoek tot wijziging van de vergunning, dan wel op ieder moment dat de burgemeester dit nodig acht.

  • 2.

    De burgemeester onderbouwt bij de weigering dan wel intrekking van de exploitatievergunning welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.

  • 3.

    De burgemeester weegt bij de toets van het levensgedrag diverse gegevens in samenhang.

  • 4.

    De belangrijkste informatiebronnen, die hierbij gebruikt worden zijn, niet-limitatief weergegeven:

    • a.

      informatie van de politie;

    • b.

      het Justitieel Documentatie Systeem;

    • c.

      handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;

    • d.

      informatie uit een Bibob-toets;

    • e.

      informatie uit openbare bronnen.

  • 5.

    Indien noodzakelijk kan de burgemeester via het RIEC-informatie uitwisselen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, Belastingdienst, de douane en de IND.

 

2. Beoordeling levensgedrag

  • 1.

    De burgemeester bepaalt per geval of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning.

  • 2.

    De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag of een bijschrijving van een leidinggevende of beheerder.

  • 3.

    De burgemeester kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant. Bij de toetsing weegt de burgemeester alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.

  • 4.

    De volgende feiten en gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:

    • a.

      gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal of mutaties van de politie;

    • b.

      gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;

    • c.

      gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;

    • d.

      strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;

    • e.

      zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;

    • f.

      zaken die zijn geseponeerd;

    • g.

      het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd.

  • 5.

    In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.

 

3. Factoren voor het beoordelen van het levensgedrag

Bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden, beheerders en organisatoren, worden de volgende factoren betrokken:

  • a.

    type inrichting;

  • b.

    periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.

 

  • Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1° de pleegdatum is leidend;

  • 2° voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee;

  • 3° de peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar is de datum van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van de exploitatievergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant, leidinggevende of beheerder dan wel de intrekking van de exploitatievergunning;

  • 4° indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken;

  • c.

    type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant, leidinggevende of beheerder -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt. Feiten die zijn begaan in de privésfeer worden eveneens betrokken in de beoordeling;

  • d.

    mate van relevantie van de gedragingen met de activiteit waarvoor de vergunningplicht geldt;

  • e.

    de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende of beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;

  • f.

    de leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van de exploitant, leidinggevende of beheerder. Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;

  • g.

    de omstandigheid of de exploitant, leidinggevende of beheerder verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een pand dat op last van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174a van de Gemeentewet, of op grond van de APV is gesloten.

 

4. Aanvullende factoren bij beoordelen van het levensgedrag

  • a.

    De burgemeester weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en leidinggevenden van alcoholschenkende inrichtingen alcoholgerelateerde en/of drugsgerelateerde feiten verzwaard mee;

  • b.

    De burgemeester kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en beheerders van seksbedrijven onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de exploitant en de beheerder om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting;

  • c.

    In het geval van bedrijven, die op grond van de APV vergunningplichtig zijn, betrekt de burgemeester bij de beoordeling van het levensgedrag ook de reden voor deze vergunningplicht.

 

5. Hardheidsclausule

De burgemeester kan in bijzondere en dringende gevallen een artikel of artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan, gelet op het belang van de belanghebbende, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

 

6. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking en wordt aangehaald als ‘Beleidsregels beoordeling levensgedrag gemeente Midden-Groningen 2025’.

 

 

Ondertekening

Hoogezand, 26 augustus 2025,

de burgemeester,

E. van Lente

Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Midden-Groningen 2025

 

Overzicht van relevante feiten en gedragingen

De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die in ieder geval mee kunnen wegen in de beoordeling van het levensgedrag.

 

Geweldsdelicten en vernieling

Mishandeling

Moord of doodslag

Overige misdrijven tegen het leven

Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen

Vernieling, vandalisme, baldadigheid

Brandstichting

 

Alcoholgerelateerde feiten

Rijden onder invloed van alcohol

Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol

Weigeren ademanalyse

Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol

Overtreding ge- en verbodsbepalingen Alcoholwet

 

Drugsgerelateerde feiten

Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, inclusief voorbereidingshandelingen

Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs

Rijden onder invloed van drugs of medicijnen

Drugsafval

 

Wapens en munitie

Bezit en handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie

Schiet- en/of steekpartijen

Messenverbod

 

Vermogensdelicten

Verduistering

Heling

Chantage of afpersing

Witwassen

Fraude

verdachte transacties

Vals/vervalst geld aanmaken of vals/vervalst geld uitgeven

Oplichting en flessentrekkerij

Omkopen ambtenaar in functie

 

Zedendelicten en mensenhandel

Zedendelicten

Vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno

Gijzeling of ontvoering

Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en/of mensensmokkel

 

Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

Wederspanningheid

Niet voldoen aan bevel of vordering

Valse aangifte

Vals/vervalste ID opgeven

Valsheid in geschrifte

Weigeren ademanalyse/ Weigeren bloedproef/ Weigeren vervangend (urine) onderzoek

Rijden tijdens rijverbod/ Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd/ Rijden tijdens rijontzegging

Omkopen ambtenaar in functie

 

Verplichtingen inzake Rijksbelastingen

Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van Invorderingswet 1990

Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

 

Openbare orde en APV

Hinderlijk gedrag

Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen

Geluidshinder

Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

Zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting

Inkoop- en verkoopregister handelaren in tweedehands goederen

 

Wegenverkeerswet

Joyriding

Snelheidsovertreding

Agressief rijgedrag

Onveilig rijgedrag

Verkeersongeval met letsel

Verlaten plaats na verkeersongeval

Rijden met vals/vervalst kenteken

Onverzekerd rijden

 

Overig

Diefstal/ Overval

Zakkenrollerij/ Straatroof

Oplichting/ Heling

Discriminatie

Belediging

Bedreiging/ Intimidatie

Openbare schennis der eerbaarheid

Stalking

Cybercrime

Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)

Overtreding huisverbod

Huisvredebreuk

Chantage/ Machtsmisbruik

Criminele contacten

Deelname aan een criminele organisatie

Lidmaatschap verboden rechtspersoon

Naar boven