Gedragscode Raads(commissie)leden van de gemeenteraad van Noordoostpolder 2024

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en griffier van 7 maart 2024, no. b24.00131;

 

gelet op artikel artikel 15, derde lid; artikel 41c, tweede lid en art. 69, tweede lid, van de Gemeentewet.

 

B E S L U I T:

 

In te trekken:

  • 1.

    Gedragscode integriteit gemeenteraadsleden en commissieleden Noordoostpolder 2021

Vast te stellen:

  • 1.

    De gedragscode Raads(commissie)leden van de gemeenteraad van Noordoostpolder 2024

1. Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Maar wat is nu precies integer bestuur? Op die vraag is geen eenduidig antwoord te geven. We geven hier allemaal net een andere invulling aan. Duidelijk is wel dat integriteit een individuele én gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Daarnaast verandert de invulling ervan continue. Met deze gedragscode proberen we grip te krijgen op het begrip integriteit.

 

De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Recent is vanuit BZK een Handboek integriteit verschenen. We zijn van mening dat dit een heel gedegen document is, maar wel tamelijk omvangrijk. We hebben ervoor gekozen om de meest relevante aspecten in deze gedragscode op te nemen.

 

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd.

 

De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

 

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit.

1.1 Meerdere perspectieven op integriteit

Dat doen we door in de gedragscode een onderscheid te maken tussen het juridische en het moreel-ethische perspectief op integriteit.

 

Het juridische perspectief is statisch en komt tot uiting in een deel van de normen die in de gedragscode zijn opgenomen. Deze normen vinden grotendeels hun oorsprong in wettelijke bepalingen.

 

Het moreel-ethisch perspectief op integriteit is dynamisch. Opvattingen over moraliteit veranderen namelijk in de loop van de tijd. Dat betekent dat wij als raadsleden1 regelmatig met elkaar bespreken wat ‘integriteit’ en ‘integer bestuur’ voor ons inhouden. Dit betekent ook dat we met elkaar in deze gedragscode afspraken maken over hoe we handelen in het geval van een dilemma of mogelijke schending.

 

Onze gezamenlijke opvattingen over moraliteit leiden ook tot enkele aanvullende afspraken over gedrag. Integriteit is voor ons namelijk niet alleen een kwestie van (het respecteren van) wettelijke normen, maar ziet ook op ons gedrag en de onderlinge omgangsvormen binnen en buiten de gemeenteraad. Het draait in onze ogen om een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen politieke ambtsdragers en medewerkers en tussen politieke ambtsdragers onderling. Een omgang die vrij is van ongewenste omgangsvormen en die bijdraagt aan een veilig werk- en bestuursklimaat.

 

Tegelijkertijd moeten wij ervoor waken dat we integriteit (in het politieke debat) niet te breed oprekken en verwarren met politieke stijl en inhoudelijke voorkeuren. Integritisme2 en de inzet van integriteit als politiek wapen liggen dan op de loer.

1.2 De zes belangrijkste wettelijk vastgelegde integriteitsnormen (juridisch perspectief)

  • 1.

    Volksvertegenwoordigers nemen niet deel aan de beraadslaging en stemming over aangelegen-heden die hen persoonlijk aangaan of waarbij zij als vertegenwoordiger zijn betrokken, of over de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan zij rekenplichtig zijn of tot welks bestuur zij behoren – artikel 28, lid 1, Gemeentewet.

  • 2.

    Volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij bekleden – artikel 12 Gemeentewet.

  • 3.

    Volksvertegenwoordigers verrichten geen ‘verboden handelingen’ - artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet, artikel 15, lid 1 en 2.

  • 4.

    Volksvertegenwoordigers vervullen geen andere – limitatief opgenomen ‘onverenigbare betrekkingen’ – artikel 13 Gemeentewet.

  • 5.

    Volksvertegenwoordigers leggen de eed (verklaring of belofte) af voordat zij functie uitoefenen – artikel 14 Gemeentewet.

  • 6.

    De volksvertegenwoordiging stelt verplicht een gedragscode integriteit vast voor zijn leden, voor bestuurders en voor de kroonbenoemde. De inhoud daarvan is vrijgelaten – artikel 15, lid 3, 41c, lid 2, en 69, lid 2, Gemeentewet.

1.3 Een glazen huis (moreel-ethisch perspectief)

We zijn raadslid en beseffen dat we daarmee in een glazen huis leven. Tegelijkertijd zijn we ook gewoon inwoner van de gemeente en gelden voor ons dezelfde regels en rechten als voor iedere andere inwoner. Leven als een onkreukbaar persoon is geen realistische verwachting. Evenwel zitten er grenzen aan ons gedrag. Er wordt van ons, meer dan van andere burgers, verwacht van onbesproken gedrag te zijn. We zijn ons bewust van deze voorbeeldfunctie en we vertonen binnen en buiten de gemeenteraad fatsoenlijk gedrag. Ook buiten de raadszaal onthouden we ons van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van ons ambt als representatieve volksvertegenwoordiger schaden.

 

Als raadsleden opereren wij vaak in diverse lokale netwerken. Dit is van belang om voeling te houden met de maatschappij waarvoor we het doen. Tegelijkertijd zijn wij ons bewust van de invloeden die van deze netwerken uitgaan en gaan we hier op een zo integer mogelijke manier mee om. Dat wil zeggen dat we transparant zijn over onze belangen en contacten en dat we willen voorkomen dat besluitvorming wordt beïnvloed door persoonlijke belangen. Ook zijn we ons bewust van de gevaren van ondermijning. Criminelen kunnen proberen op onze kieslijsten terecht te komen of op een andere manier de besluitvorming te beïnvloeden. Door het hier te benoemen willen we een bijdrage leveren aan de bewustwording omtrent dit fenomeen en willen we stimuleren om signalen van ondermijning te herkennen en om deze te melden.

1.4 Ondermijning

Ook zijn we ons bewust van de gevaren van ondermijning. Criminelen kunnen proberen op kies- of voordrachtslijsten terecht te komen of op een andere manier de besluitvorming te beïnvloeden. Door het hier te benoemen dragen we bij aan de bewustwording omtrent dit fenomeen en stimuleren we om signalen van ondermijning te herkennen en om deze signalen te melden.

1.5 De gedragscode

Met deze gedragscode geven we nader invulling aan het begrip integriteit. Dat doen we door het opnemen van waarden, normen en afspraken over hoe integriteit levend te houden en procedures voor het geval er sprake is van een dilemma of wanneer integriteit echt in het gedrang komt. Wij zijn ons ervan bewust dat we er met deze gedragscode niet zijn. Individueel en gezamenlijk hebben we de verantwoordelijkheid deze gedragscode levend te houden en bij te dragen aan een ‘integer bestuur’ van Noordoostpolder. De gedragscode is openbaar en voor iedereen digitaal beschikbaar.

1.6 Sancties

Het rechtskarakter van deze gedragscode is dat van een interne regeling. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Dit betekent dat sprake is van zelfbinding. Dat maakt de gedragscode echter niet vrijblijvend. We hebben als raadsleden de verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en de inwoner om conform de gedragscode te handelen. We hebben de verantwoordelijkheid elkaar aan te spreken op gedrag dat niet in lijn is met de gedragscode. Als we er niet uitkomen stappen we naar de burgemeester of de griffier.

 

De gedragscode vormt de basis voor de voorzitter van de raad bij de beoordeling van gedragingen van raadsleden. De voorzitter kan een vertrouwelijke en/of openbare berisping geven. De raad kan wegens schending van de gedragscode besluiten tot een sanctie. Het raadslid in kwestie onthoudt zich daarbij van stemming. Indien een fractie of raadslid zich in strijd met de gedragscode gedraagt, kan de raad de volgende sancties toepassen:

 

  • a.

    een openbaar oordeel uitspreken;

  • b.

    het afnemen van faciliteiten die aan de fractie of het raadslid door de gemeente ter beschikking zijn gesteld;

  • c.

    het in rekening brengen van kosten van misbruik van faciliteiten.

2. Kernwaarden integriteit

De gedragscode is een interne regeling in aanvulling op wettelijke regels. Deze gedragscode richt zich, naast de wettelijke regels, met name op bepalingen over omgangsvormen binnen en buiten de raad en op processtappen die gevolgd kunnen worden indien de integriteit mogelijk in het gedrang is. De nadruk ligt op de praktische aanpak van integriteit en niet op het juridisch dichtregelen van integriteit in deze gedragscode. Dat vereist van ons als raadsleden dat een aantal kernbegrippen in ons handelen leidend zijn.

2.1 Onafhankelijkheid

Ons handelen als raadslid is altijd en volledig gericht op het gemeentelijk belang. Dit doen we vanuit onze eigen waarden en overtuigingen en op onze eigen manier, maar altijd ‘zonder last’. Wij handelen niet uit eigen persoonlijke belangen en laten ons niet leiden door individuele belangen van inwoners of anderen. Bovendien doen we dit in alle openheid en zijn we altijd bereid verantwoording af te leggen over de keuzes die we maken.

2.2 Functionaliteit

Ons handelen heeft een herkenbaar verband met onze functie van representatieve volksvertegenwoordiger. Dat betekent dat wij de belangen van de inwoners vertegenwoordigen, maar ons niet laten leiden door individuele belangen. Dat betekent dat wij luisteren naar wat inwoners te zeggen hebben, maar dat we niet optreden als (onafhankelijke en onpartijdige) klachteninstantie. En dat betekent dat we inwoners helpen waar nodig, maar hen niet als adviseur bijstaan in contacten met de gemeente.

2.3 Respect

Wij gaan op een respectvolle manier om met de inwoners, organisatie en medewerkers van de gemeente, met collegeleden en met elkaar. We hebben een voorbeeldfunctie en zijn ons daarvan bewust. We beseffen ons dat we het regelmatig niet met elkaar eens zijn, maar we respecteren onderlinge verschillen, laten de ander in zijn of haar waarde en zijn bereid naar de ander te luisteren. Er zijn geen excuses voor het uitsluiten of negeren van anderen.

3. Het juridische perspectief

Het juridische perspectief op integriteit is statisch en komt tot uiting in normen. Dit zijn de feitelijke gedragsregels. Deze normen vinden grotendeels hun oorsprong in wettelijke bepalingen.

3.1 Belangenverstrengeling (artikel 28 Gemeentewet)

Bij belangenverstrengeling worden privébelangen onderdeel van (voorbereiding van) besluitvorming. Het is aan raadsleden om te voorkomen dat een conflict ontstaat tussen de publieke taakuitoefening en privé-belangen. Ook de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden.

  • 1.

    Een raadslid maakt tijdig aan de voorzitter van de raad en de griffier bekend dat hij (financiële) belangen heeft bij aangelegenheden waarover besluitvorming in de raad plaatsvindt.

  • 2.

    Een raadslid neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.

  • 3.

    Een raadslid neemt niet deel aan de stemming over de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort.

Toelichting op belangenverstrengeling

 

Bij privébelangen gaat het om zaken die het raadslid direct of indirect aangaan, zoals familierelaties, eigendommen, financiële belangen (zoals aandelen), of bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Bijvoorbeeld bij het raadslid dat meebeslist over de bestemming van een bedrijventerrein waar hij zelf een bedrijf(swoning) bezit, kan sprake zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. Een ander voorbeeld van (de schijn van) belangenverstrengeling is het raadslid dat stemt over de gunning van een bouwopdracht terwijl hij familiebanden heeft met een van de meedingende aannemingsbedrijven.

 

Raadsleden zijn tegelijkertijd ook burgers: zij maken deel uit van het economische en sociale leven in de gemeenschap die ze besturen. Net als iedere andere burger zijn zij afnemer van producten en diensten, lid van verenigingen en wijkbewoner. Daarom kan een raadslid zonder bezwaar meestemmen over bijvoorbeeld de afvalinzameling of over de vaststelling van tarieven van de OZB.

 

Het raadslid moet steeds zelf de afweging maken of hij kan deelnemen aan beraadslagingen en stemming. Een harde gedragslijn is hiervoor niet te geven. Het begint met transparantie over belangen en onderling overleg.

3.2 Nevenfuncties (artikel 12 Gemeentewet)

Voor raadsleden bestaat de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Dit om te voorkomen dat er sprake kan zijn van (een schijn van) belangenverstrengeling. Onderstaande bepalingen zijn de uitwerking van de wettelijke verplichting in artikel 12 van de Gemeentewet om nevenfuncties openbaar te maken.

 

  • 1.

    Het raadslid levert de griffier alle informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap; dan wel direct bij na aanvaarding van een nieuwe (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin zo spoedig mogelijk door.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval een concrete omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

3.3 Verboden handelingen (artikel 15 Gemeentewet)

Een aantal handelingen is voor een lid van de raad verboden. Deze handelingen zijn verboden ter waarborging v an de zuiverheid in de verhoudingen tussen enerzijds raadsleden en anderzijds de gemeente.

 

  • 1.

    Een lid van de raad mag niet:

    • a.

      als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • c.

      als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

      • 1e.

        overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

      • 2e.

        overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente.

    • d.

      rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

      • 1e.

        het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

      • 2e.

        het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

      • 3e.

        het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

      • 4e.

        het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

      • 5e.

        het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

      • 6e.

        het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

      • 7e.

        het onderhands huren of pachten van de gemeente.

  • 2.

    Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

Wat wordt bedoeld met de term ‘adviseur’?

 

Er is een onderscheid tussen het als raadslid optreden als adviseur bij geschillen of als adviseur bij het aangaan van overeenkomsten.

 

Bij adviseur in geschillen gaat het om iedere vorm van advies aan een derde in verband met een geschil met de gemeente. Het verbod heeft betrekking op die adviezen die worden uitgebracht in het kader van een door het desbetreffende raadslid uitgeoefend bedrijf of beroep, of kort gezegd, al die adviezen waarbij het raadslid een professioneel belang heeft, zoals dat ook geldt ten aanzien van bijvoorbeeld advocaten.

 

Bij adviseur bij het aangaan van overeenkomsten past een bredere uitleg van het begrip adviseur. Daarbij gaat het om elke vorm van advisering van een wederpartij van de gemeente. Dus niet alleen advisering uitgebracht in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep.

 

Meer informatie: zie memo Verboden handelingen, te vinden bij basisstukken in GO (na inlog).

3.4 Informatie (artikel 2:5 Awb)

Een raadslid kan de beschikking krijgen over niet-openbare informatie. Informatie waarvan je als raadslid het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden mag nooit met derden worden gedeeld. Bij twijfel over het vertrouwelijke karakter van informatie raadpleeg je als raadslid de griffier en/of burgemeester, tenzij griffier en/of burgemeester niet over deze informatie (mogen) beschikken.

 

  • 1.

    Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.

  • 2.

    Aan de bespreking van geheime of vertrouwelijke informatie tijdens de fractievergadering nemen alleen raadsleden deel, omdat deze beëdigd zijn.

  • 3.

    Het raadslid maakt niet te eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

3.5 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Deze normen hebben onder andere tot doel om corruptie, nepotisme en belangenverstrengeling tegen te gaan.

 

Geschenken, faciliteiten en diensten

 

  • 1.

    Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 3.

    Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente; ook wanneer een geschenk ter waarde van >€ 50 door het raadslid geweigerd of teruggegeven, wordt melding gedaan bij de griffier.

  • 4.

    De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet (raadssite) beschikbaar.

  • 5.

    Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt krijgt aangeboden worden niet op het huisadres ontvangen. Indien het raadslid geschenken onverhoopt op het huisadres ontvangt, wordt daarvan melding gemaakt bij de griffie.

Excursies en evenementen

 

  • 1.

    Deelname aan excursies en evenementen - niet zijnde reguliere werkbezoeken - voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen.

  • 2.

    De informatie is via internet beschikbaar.

Buitenlandse reizen

 

  • 1.

    Het raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.

  • 2.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

3.6 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

Aan raadsleden worden voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Het is aan raadsleden om daar op een zorgvuldige manier mee om te gaan.

 

  • 1.

    Burgemeester en wethouders richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

  • 3.

    Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 4.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.

4. Het moreel-ethisch perspectief

Het moreel-ethisch perspectief op integriteit is dynamisch. Opvattingen over moraliteit veranderen in de loop van de tijd. Dat betekent dat wij als raadsleden regelmatig met elkaar in gesprek gaan over wat integriteit en ‘integer bestuur’ voor ons inhouden. Dit betekent ook dat we met elkaar afspraken maken over hoe we handelen in het geval van een dilemma of mogelijke schending. Daarnaast is het van belang om samen afspraken te maken over hoe we als politieke ambtsdragers met elkaar omgaan tijdens vergaderingen en daar buitenom.

4.1 Aandacht voor de gedragscode en integriteit

  • 1.

    Wij vinden het van belang om integriteit blijvend op de agenda te houden. Gezamenlijk zijn we hiervoor als raadsleden verantwoordelijk. Van de burgemeester en de griffier verwachten wij in het bijzonder een actieve houding bij het onder de aandacht brengen en houden van het thema integriteit.

  • 2.

    Burgemeester en griffier organiseren minimaal jaarlijks (januari) een avond over het thema integriteit, waarbij steeds aandacht wordt besteed aan het hoofdthema integriteit / gedragscode en aan een deelthema dat daarop betrekking heeft. Dit kan betrekking hebben op ‘leren van het verleden’ en ‘vooruitkijken om te voorkomen’.

  • 3.

    Voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen wordt (de werking van) de gedragscode geëvalueerd. Daarnaast wordt het thema besproken met lokale afdelingen c.q. commissies van werving en selectie van kandidaat-raadsleden.

4.2 Procesafspraken bij (vermoedens van) integriteitsschendingen binnen het gemeentebestuur

Ten behoeve een helder inzicht in verantwoordelijkheden en taken zijn procesafspraken vastgelegd die van toepassing zijn bij de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur. Het zijn procedurele afspraken die alle actoren – raadsleden, wethouders en burgemeester van de gemeente Noordoostpolder – met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij (mogelijke) integriteitsschendingen.

4.3 Omgangsvormen

Voor ons gaat integriteit ook over onderlinge omgangsvormen. In de omgang met inwoners, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Met grensoverschrijdend gedrag bedoelen wij gedrag dat door de ander als zodanig wordt ervaren. Dit geldt niet alleen binnen de raadzaal, maar ook daarbuiten. En deze gelden zowel online als offline.

 

Tijdens de raads (commissie)vergadering

  • 1.

    Het raadslid voert het debat op de inhoud en speelt niet op de persoon.

  • 2.

    Het raadslid houdt zich tijdens vergaderingen aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op.

  • 3.

    Het raadslid laat zich tijdens vergaderingen in woord, gebaar en online niet onnodig grievend uit over collegeleden of collega-raadsleden.

  • 4.

    Het raadslid onthoudt zich van grensoverschrijdend gedrag.

Buiten de raads (commissie)vergadering

  • 1.

    Het raadslid laat zich in het openbaar in woord, gebaar en geschrift (offline en online) niet onnodig grievend uit over collegeleden of collega-raadsleden.

  • 2.

    Het raadslid onthoudt zich van grensoverschrijdend gedrag.

4.4 Bedreiging politieke ambtsdragers

In het kader van het (integer) uitvoeren van hun publieke taak gebeurt het wel dat politieke ambtsdragers worden bedreigd. Mocht dit onverhoopt het geval zijn, dan is daarvoor een handreiking geschreven onder de titel Memo bedreiging politieke ambtsdragers (zie GO, na inlog).

Aldus besloten in de openbare vergadering van 25 maart 2024.

De griffier,

de voorzitter,

Naar boven