Beleidsregel Wet Bibob gemeente Duiven 2025

Het doel van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is het voorkomen dat de overheid strafbare activiteiten faciliteert en/ of dat onrechtmatig verkregen voordeel wordt gebruikt. Dit gebeurt door een Bibob-toets uit te voeren naar de integriteit van de betrokkene en diens omgeving. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld vergunningen of subsidies worden geweigerd of ingetrokken of kan besloten worden geen opdracht te verlenen aan een partij of geen vastgoedtransactie aan te gaan.

 

De Wet Bibob geeft de gemeente Duiven een aantal bevoegdheden op welke wijze deze toets kan worden uitgevoerd. De gemeente kan hierbij zelf bepalen wanneer een onderzoek zal worden uitgevoerd.

 

Deze beleidsregel heeft als doel om inzichtelijk te maken wanneer de gemeente de Wet Bibob toepast en hoe de bevoegdheden vanuit de Wet Bibob hierbij worden ingezet.

 

De burgemeester, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, gelet op de bepalingen uit de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat de gemeente Duiven alleen zaken wil doen met integere partijen;

 

Besluiten vast te stellen de “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Duiven 2025”.

 

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1.1 Begripsomschrijving

In deze beleidsregel worden diverse begrippen en definities gebruikt. In deze beleidsregel zijn de definities zoals deze genoemd zijn in artikel 1.1 van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing.

 

Daarnaast worden in deze beleidsregel nog een aantal andere begrippen gebruikt.

 

  • 1.

    In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a.

      Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven;

    • b.

      Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig is en die de gemeente in het kader van het eigen onderzoek kan gebruiken en/of informatie waarover de gemeente over kan beschikken, zoals omschreven in de toelichting van deze beleidsregel;

    • c.

      Eigen onderzoek: de wijze waarop de gemeente Duiven in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de wet. Het eigen onderzoek is nader omschreven in de toelichting van deze beleidsregel;

    • d.

      Bibob-vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a lid 5 van de Wet;

    • e.

      Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Duiven;

    • f.

      RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum, het regionaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 28 lid 2 onder d van de wet;

    • g.

      Landelijk Bureau Bibob (LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de wet;

    • h.

      Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

  • 2.

    Waar in deze beleidsregel “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Duiven 2025” wordt genoemd, wordt hiermee zowel het bestuursorgaan als -wanneer van toepassing- de rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld.

Artikel 1.2 Uitvoering Bibob-onderzoek in afwijking van beleidsregel

Deze beleidsregel laat onverlet dat in afwijking van de hierna volgende bepalingen tot toepassing van de Wet Bibob kan worden besloten, als de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.

Artikel 1.3 Aanleiding eigen Bibob onderzoek

De gemeente Duiven zal een eigen onderzoek uitvoeren naar een aangevraagde, reeds verleende beschikking, subsidie, voorgenomen, overeengekomen overheidsopdracht of vastgoedtransactie als hiertoe een aanleiding bestaat op grond van:

 

  • a.

    Een tip verkregen vanuit het OM zoals omschreven in artikel 26 Wet Bibob en/of ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob (artikel 26 Wet Bibob);

  • b.

    informatie verkregen van het landelijk Bureau Bibob (artikel 11 en/of 11a wet Bibob);

  • c.

    informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;

  • d.

    informatie verkregen uit de eigen ambtelijke organisatie;

  • e.

    informatie verkregen uit het Bibob-register;

  • f.

    andere relevante signalen.

Artikel 1.4 Geen eigen Bibob-onderzoek

De uitvoering van een Bibob-onderzoek blijft, tenzij sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 1.3 achterwege indien aan de orde is dat:

 

  • a.

    De betrokkene een (semi)overheidsinstantie betreft;

  • b.

    de betrokkene een publiekrechtelijke rechtspersoon met een overheidstaak betreft;

  • c.

    de betrokkene een woningcorporatie betreft die op grond van de Woningwet is aangewezen als toegelaten instelling voor volkshuisvesting;

  • d.

    de betrokkene een terrein beherende organisatie zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten betreft bij een vastgoedtransactie;

  • e.

    het gaat om een partij die binnen een periode van 12 maanden meerdere vastgoedtransacties binnen eenzelfde project aangaat met de gemeente. Deze partij zal bij ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere vastgoedtransactie (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners, etc.) kunnen volstaan met een verwijzing naar de reeds eerder aangegane overeenkomst en het daarbij ingevulde Bibob-formulier. Bij gewijzigde omstandigheden dient de partij slechts de gewijzigde omstandigheden aan te geven.

Artikel 1.5 Weigeren of niet volledig invullen Bibob-vragenformulier

  • 1.

    In het geval van een Bibob-onderzoek bij een aanvraag van een beschikking, zal deze aanvraag buiten behandeling worden gesteld indien het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten niet (volledig/tijdig) worden aangeleverd. Het buiten behandeling stellen is mogelijk op grond van artikel 4:5 Algemene wet Bestuursrecht;

  • 2.

    In het geval van een Bibob-onderzoek bij een verleende beschikking zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig/tijdig) aan te leveren (artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob) worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar (artikel 3 van de Wet Bibob). De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken;

  • 3.

    In het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die wordt aangegaan, zal geen overeenkomst tot stand komen, indien het Bibob-vragenformulier of de gevraagde documenten niet (volledig/tijdig) worden aangeleverd;

  • 4.

    In het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die reeds is aangegaan, zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig/tijdig) aan te leveren (artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob) worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar (artikel 3 van de Wet Bibob) en zal de overeenkomst worden ontbonden.

Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen

In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij publiekrechtelijke beschikkingen.

Artikel 2.1 toepassingsbereik bij aanvragen om een vergunning

  • 1.

    Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt door de gemeente een eigen onderzoek uitgevoerd:

    • a.

      artikel 3 Alcoholwet (Alcoholwetvergunning, met uitzondering van slijterijbedrijven en paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet,);

    • b.

      artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven (Exploitatievergunning openbare inrichting);

    • c.

      artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven (Exploitatievergunning speelgelegenheid);

    • d.

      Artikel 2:40b van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven (Exploitatievergunning kamerverhuurbedrijf)artikel 2:81 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven (Flexibele brancheringsvergunning);

    • e.

      artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven (seksinrichting, escortbedrijf);

    • f.

      artikel 30b van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat/-automaten);

    • g.

      artikel 5, eerste lid Wet goed verhuurderschap, onderdeel a (verhuur van reguliere woonruimten in een aangewezen gebied) of b (verhuur van verblijfsruimten aan arbeidsmigranten);

    • h.

      artikel 3 van de Verordening speelautomatenhallen 2017 gemeente Duiven.

  • 2.

    Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt door de gemeente een eigen onderzoek uitgevoerd wanneer deze vergunning wordt aangevraagd om één of meerdere activiteiten uit te gaan voeren en/ of projecten te starten die zijn genoemd in Bijlage 1 van deze beleidsregel (risicoactiviteiten):

    • a.

      de aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor de activiteiten:

      • -

        een omgevingsplanactiviteit;

      • -

        een bouwactiviteit;

      • -

        een milieubelastende activiteit

    • b.

      de aanvraag als bedoeld in 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven 2025 (evenementenvergunning);

      De toepassing van het eigen onderzoek zal daarbij beperkt blijven tot aanvragen voor evenementen voor vechtsportwedstrijden of -gala’s, bijeenkomsten van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) of daarmee gelijk te stellen, dan wel een daarmee gelijk te stellen evenement betreft;

    • c.

      artikel 3 van de (Huisvestings)verordening (omzettingsvergunning/ splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 21 en 22 van de Huisvestingswet).

  • 3.

    Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt een eigen onderzoek gestart wanneer er vermoedens zijn dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1.3 van deze beleidsregel:

    • a.

      artikel 3 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning voor slijterijbedrijven);

    • b.

      de aanvraag als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet (bijschrijving leidinggevende op Alcoholwetvergunning);

    • c.

      de aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet, in het geval het een paracommerciële rechtspersoon betreft, als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning paracommerciële rechtspersonen);

    • d.

      overige aanvragen om vergunningen die niet eerder zijn benoemd in deze beleidsregel, of die niet vallen onder de in Bijlage 1 van deze beleidsregel genoemde risicoactiviteiten, waarbij de gemeente bevoegd is tot het toepassen van de Wet.

Artikel 2.2 toepassingsbereik bij verleende vergunningen

  • 1.

    De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende vergunningen als:

    • a.

      sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet (wijziging aanvrager of vergunninghouder) en de activiteit(en) waar deze beschikking op ziet in Bijlage 1 is aangewezen als een risicoactiviteit;

  • 2.

    De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als sprake is van een wijziging van leidinggevende(n) en of zeggenschaphebbende(n) van de vergunninghouder.

Artikel 2.3 toepassingsbereik bij subsidies

De gemeente start een eigen onderzoek met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een reeds vastgestelde of verleende subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening, als de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd valt onder één of meer van de in de Bijlage 1 genoemde risicoactiviteit en/ of risicogebieden dan wel sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1.3 van deze beleidsregel.

Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties

Artikel 3.1 toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

De gemeente kan de wet toepassen bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. In het vastgoedbeleid en/of bij de start van onderhandelingen, stelt de gemeente de wederpartij ervan in kennis dat een eigen onderzoek en een adviesaanvraag bij het LBB deel kan uitmaken van de procedure.

 

In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen op grond van de Wet Bibob, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.

 

  • 1.

    De gemeente start een eigen onderzoek als:

    • a.

      Het vastgoedobject/onroerend goed gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel;

    • b.

      het een beeldbepalend vastgoedobject/beeldbepalend onroerend goed betreft;

    • c.

      er sprake is van een exceptioneel financieel risico voor de gemeente;

    • d.

      wanneer tevens sprake is (of gaat worden) van een aanvraag om beschikking genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel;

    • e.

      er sprake is van een situatie zoals beschreven in artikel 1.3 van deze beleidsregel.

Artikel 3.2 toepassingsbereik bij overheidsopdrachten

De gemeente kan de wet toepassen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

 

In (aanbestedings)documenten wordt opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning wordt overgegaan, een eigen onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Wet Bibob.

 

In de af te sluiten overeenkomsten kan een integriteitsclausule worden opgenomen waarin is aangegeven dat de overeenkomst kan worden ontbonden als één van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Wet Bibob zich voordoet.

 

  • 1.

    De gemeente start een eigen onderzoek indien:

    • a.

      de activiteit(en) waarop de overheidsopdracht ziet genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel;

    • b.

      er sprake is van een situatie zoals beschreven in artikel 1.3 van deze beleidsregel;

    • c.

      onderdeel b gericht is op een onderaannemer.

  • 2.

    Voornoemde kan ook aanleiding zijn voor de gemeente om tijdens de uitvoering van de overeenkomst een eigen onderzoek te starten naar de contractpartij en/of de onderaannemer.

Hoofdstuk 4: Slotbepalingen

Artikel 4.1 intrekken oude beleidsregel

  • 1.

    De beleidslijn/beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur “Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur Beleidslijn Wet Bibob Duiven 2018 “vastgesteld op 19 december 2017, wordt ingetrokken.

Artikel 4.2 invoeringsdatum

  • 1.

    Deze beleidsregel is vastgesteld door de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven op 2 september 2025 en treedt in werking op dag na bekendmaking.

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Duiven 2025”.

Aldus vastgesteld 2 september 2025.

Burgemeester

Burgemeester en wethouders van Duiven,

Burgemeester

Secretaris

Bijlage 1: Risicoactiviteiten

 

In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Duiven – als dat kan – een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.

 

Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?

 

In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:

  • -

    Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).

  • -

    Activiteiten waarvoor in de gemeente Duiven een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.

  • -

    Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebied toevoegen aan de lijst.

De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.

 

Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob

 

Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt.1 Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:

 

  • 1.

    Zijn criminelen goed bekend met de branche?

  • 2.

    Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?

  • 3.

    Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?

  • 4.

    Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?

Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector.2

 

In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe.3

 

Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe.4 Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).

 

Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen.5 Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.

 

Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?

 

De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).

 

Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.

 

Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.

 

De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.

 

Voorbeelden hoe de gemeente de Wet Bibob uitvoert bij risicoactiviteiten

 

Voorbeeld 1:

Bij de gemeente komt een ondernemer die een nagelstudio wil beginnen. Nagelstudio’s vallen onder de risicoactiviteiten, dus de gemeente wil hier een Bibob-onderzoek voor doen. Maar omdat er geen vergunning nodig is voor een nagelstudio, kan de gemeente het Bibob-onderzoek nu niet doen.

De ondernemer zegt dat hij voor de nagelstudio een gebouw van de gemeente wil huren. Dit is een vastgoedtransactie, dus daarvoor kan de gemeente wel een Bibob-onderzoek doen. Zo kan de gemeente het Bibob-onderzoek dus indirect toch uitvoeren voor de nagelstudio.

Als de ondernemer de nagelstudio wilde starten in een gebouw dat niet van de gemeente is, kan de gemeente geen Bibob-onderzoek doen. Huurcontracten met particulieren vallen namelijk niet onder de Wet Bibob.

 

Voorbeeld 2:

Een ondernemer meldt zich bij de gemeente met een plan om een zorgboerderij te starten. Het gebouw dat de ondernemer hiervoor wil gebruiken is van de gemeente. Dit gebouw is nu nog niet geschikt en heeft een andere functie in het omgevingsplan. De ondernemer wil het gebouw duurzaam verbouwen. Zij vraagt daarvoor duurzaamheidssubsidie aan bij de gemeente.

 

Het aanbieden van zorg is een risicoactiviteit. Daarom wil de gemeente hiervoor een Bibob-onderzoek uitvoeren. De gemeente heeft daar verschillende mogelijkheden voor, want voor alle activiteiten hieronder kan de gemeente een Bibob-onderzoek starten:

  • -

    De ondernemer vraagt een vergunning aan voor een omgevingsplanactiviteit.

  • -

    Er komt een vastgoedtransactie want de ondernemer huurt het gebouw van de gemeente.

  • -

    De ondernemer vraagt om een wijziging van het omgevingsplan.

  • -

    De ondernemer vraag duurzaamheidssubsidie aan.

  • -

    Voor de zorgactiviteiten koopt de gemeente zorg in bij deze aanbieder.

Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. De eerste stap is waarschijnlijk het sluiten van een huurcontract (vastgoedtransactie), of het veranderen van het omgevingsplan. De gemeente kan het beste al meteen bij die eerste stap het Bibob-onderzoek doen. Zo voorkomt de gemeente dat in een latere stap blijkt dat de ondernemer niet integer is en dan al van alles is geregeld voor de zorgboerderij.

 

Lijst van risicoactiviteiten

 

In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Duiven. Ze zijn verdeeld over categorieën.

 

Horeca-activiteiten

 

Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de APV van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.

  • 1.

    Horecabedrijven

  • 2.

    Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten

  • 3.

    Coffeeshops

  • 4.

    Shishalounges

  • 5.

    Zaalverhuur

De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven6 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob.7

 

Recreatie en vrije tijd

 

Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de APV van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig.

  • 1.

    Recreatieparken

  • 2.

    Jachthavens

  • 3.

    Evenementen, zoals

    • o

      Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)

    • o

      Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)

  • 4.

    Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s

  • 5.

    Fitnessbedrijven/sportscholen

  • 6.

    Sporthallen/-complexen

  • 7.

    Commerciële sportactiviteiten

Prostitutie

 

Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de APV van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximum aantal per gebied. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.

  • 1.

    Prostitutie- en seksbedrijven

  • 2.

    Seksinrichtingen

  • 3.

    Escortbedrijven

  • 4.

    Seksbioscopen

  • 5.

    Erotische massagesalons

De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven8 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob.9

 

Detailhandel en dienstverlening

 

Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd.

  • 1.

    Smartshops/headshops/giftshops

  • 2.

    Wellnesscentra/zonnestudio’s

  • 3.

    Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops

  • 4.

    Belwinkels

  • 5.

    Goudinkoopbedrijven

  • 6.

    Pandjeshuizen

  • 7.

    Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)

  • 8.

    Darkstores

Wonen

 

Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.

  • 1.

    Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen en exploitatievergunning APV voor kamerverhuur- en/of logiespanden met drie of meer kamers)

  • 2.

    Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten

  • 3.

    Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)

  • 4.

    Opvang vluchtelingen

  • 5.

    Huisvesting van arbeidsmigranten

Opslag

 

Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.

  • 1.

    Garageboxen/opslagruimtes

  • 2.

    Bedrijfsverzamelgebouwen

Milieubelastende activiteiten

 

Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit):

  • 1.

    (gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking

  • 2.

    Afvalrecycling

  • 3.

    Mestverwerking

  • 4.

    Sloop- en/ of asbestverwijdering

  • 5.

    Autodemontage

  • 6.

    Vuurwerkopslag/-transport

  • 7.

    Datacenters

Zorg, welzijn, religieus en opleiden

 

Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.

  • 1.

    Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)

  • 2.

    Re-integratie-activiteiten

  • 3.

    Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten

  • 4.

    Religieuze instellingen

Duurzaamheid en transitie

 

Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.

  • 1.

    Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)

  • 2.

    Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)

Toelichting op het toepassen van de Wet Bibob door de gemeente Duiven

Ten aanzien van het eigen onderzoek wordt opgemerkt dat de hierna genoemde stappen bedoeld zijn om het eigen onderzoek door de gemeente voor de betrokkene(n) en eventuele relevante Bibob-relaties inzichtelijk te maken. De gemeente behoudt zich het recht voor om het eigen onderzoek op een andere wijze uit te voeren, binnen de hiervoor gestelde wettelijke kaders en bevoegdheden.

 

Ten aanzien van de privaatrechtelijke overeenkomsten zijn de bepalingen opgenomen in het (algemene) Inkoopbeleid van de gemeente, (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en bepalingen in (voorgenomen) overeenkomsten leidend.

 

In de beleidsregel is bepaald wanneer de gemeente een eigen onderzoek zal en kan starten in het kader van de Wet Bibob.

 

Wanneer in de beleidsregel is bepaald dat het eigen onderzoek zal worden gestart op basis van eigen ambtelijke informatie, kan deze eigen ambtelijke informatie mede verkregen worden door bevraging van één of meerdere (gesloten) bronnen, waarbij de bevoegdheid om deze bronnen te bevragen gebaseerd is op de Wet Bibob.

 

Eigen onderzoek

Wanneer de gemeente een eigen onderzoek start, dient de betrokkene (en eventueel degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld) het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd die in deze vragenformulieren ter onderbouwing van de gegeven antwoorden worden gevraagd.

 

In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de beschikking.

 

  • a.

    Het eigen onderzoek bestaat onder andere uit:

    • -

      de controle en analyse van de door de betrokkene aangereikte informatie/documenten bij het Bibob-vragenformulier, inclusief bijlagen;

    • -

      de controle en analyse van eventuele extra, op verzoek van de gemeente door betrokkene overgelegde documenten of informatie;

    • -

      “open bronnen” onderzoek (zoals Kamer van Koophandel, Kadaster, etc.) ten aanzien van de betrokkene en mogelijke relevante Bibob-relaties.

  • b.

    op grond van de Wet Bibob kunnen in het kader van het eigen onderzoek de volgende gegevens opgevraagd worden:

    • -

      politiegegevens ten aanzien van de betrokkene(n) op grond van artikel 4.3 onder l van het Besluit politiegegevens;

    • -

      Justitiële gegevens ten aanzien van de:

      • o

        de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet Bibob;

      • o

        degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene;

      • o

        degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over betrokkene;

      • o

        degene die direct of indirect vermogen verschaft of heeft verschaft aan betrokkene;

      • o

        degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager is of zal worden vermeld op de beschikking die is aangevraagd of is gegeven;

      • o

        degene die redelijkerwijs met betrokkene gelijk kan worden gesteld op grond van zijn feitelijke invloed op de betrokkene.

    • -

      Informatie over de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties bij het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob;

    • -

      Informatie van de Rijksbelastingdienst over de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties als bedoeld in artikel 7c van de Wet Bibob.

  • c.

    Ten aanzien van de financiering van het project/de activiteit geldt dat de financiering aannemelijk en inzichtelijk dient te zijn. Om de financiering aannemelijk en inzichtelijk te maken, gelden ten aanzien van de financiering nog de volgende bepalingen:

    • o

      bij financiering door middel van eigen vermogen dient de aanwezigheid en de herkomst van dit eigen vermogen aangetoond te worden;

    • o

      wanneer sprake is van financiering uit eigen vermogen door middel van contante gelden, dient de aanwezigheid en de herkomst van het contante geld aannemelijk en inzichtelijk te worden gemaakt door de betrokkene(n);

    • o

      bij financiering door middel van vreemd vermogen dient altijd een (in het Nederlands dan wel vertaalde) lenings- of schenkingsovereenkomst overgelegd te worden waaruit de financiering blijkt en onder welke voorwaarden deze financiering is verstrekt;

    • o

      bij financiering door middel van vreemd vermogen dient de identiteit van de (indirecte) vermogensverschaffer aangetoond te worden door middel van een geldig identiteitsbewijs, actuele adres- en woonplaatsgegevens van de vermogensverschaffer. Bij financiering door rechtspersonen dienen de uiteindelijk natuurlijke personen (aandeelhouders) achter deze rechtspersonen inzichtelijk gemaakt te worden;

    • o

      schriftelijke bewijsstukken (overeenkomsten, jaaropgaven, loonstroken, belastingaangiftes etc.) waaruit de bron, omvang en herkomst van de financiering (vreemd vermogen) blijkt;

    • o

      bij financiering door middel van vreemd vermogen dient door middel van bankafschriften aangetoond te worden dat deze gelden ontvangen zijn;

    • o

      wanneer financiering van vreemd vermogen plaatsvindt door middel van contante gelden dient de geldstroom van de vermogensverschaffer naar betrokkene(n) volledig inzichtelijk en aannemelijk te worden gemaakt;

    • o

      wanneer financiering van vreemd vermogen plaatsvindt door middel van crowdfunding dan wel vergelijkbare financiering, kan de gemeente het betreffende platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers kenbaar te maken aan betrokkene of de gemeente.

  • d.

    Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, dan wel de gegevens zoals genoemd onder c (financiering) niet volledig zijn verstrekt, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld, nadat aanvrager in de gelegenheid is gesteld binnen een door de gemeente gestelde termijn de aanvraag aan te vullen.

    Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren kan leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag of tot het intrekken van de verleende beschikking;

  • e.

    In het geval van een (voorgenomen) overheidsopdracht gunt de gemeente een overheidsopdracht niet, indien de betrokkene heeft nagelaten:

    • 1.

      de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op grond van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;

    • 2.

      de wijze van financiering, zoals genoemd onder c van stap 1 (financiering) door de betrokkene(n) onvoldoende aannemelijk en inzichtelijk is gemaakt ter beoordeling van de geschiktheidseis inzake financiële en economische draagkracht;

    • 3.

      de op grond van artikel 12 van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Landelijk Bureau Bibob zijn gesteld op grond van dat artikel binnen de door het Landelijk Bureau Bibob gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.

  • f.

    In het geval van een (voorgenomen) vastgoedtransactie zal geen overeenkomst tot stand komen, wanneer:

    • 1.

      betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op grond van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;

    • 2.

      de wijze van financiering, zoals genoemd onder c van stap 1 (financiering) door de betrokkene(n) onvoldoende aannemelijk en inzichtelijk is gemaakt;

    • 3.

      betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 12 Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het Landelijk Bureau Bibob zijn gesteld op grond van dat artikel binnen de door het Landelijk Bureau Bibob gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;

  • g.

    bij reeds aangegane overeenkomsten ten aanzien van vastgoedtransacties of overheidsopdrachten wordt bij overeenkomst voorzien.

  • h.

    Het Bibob-vragenformulier dient volledig en naar waarheid te worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 227a en 227b, Wetboek van Strafrecht). De gemeente kan de beschikking in dat geval weigeren of intrekken (art.3, lid 6 van de Wet). Indien het vermoeden bestaat dat ter verkrijging of behoud van de vergunning een strafbaar feit, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, is gepleegd kan de gemeente aangifte doen bij de politie.

  • i.

    Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan de informatiepositie van de gemeente ondersteund worden door het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Ook kan de gemeente desgewenst gebruik maken van de expertise van het RIEC bij het toepassen van de Wet Bibob;

  • j.

    Als de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat sprake is van een ernstige of mindere mate van gevaar als bedoeld in de Wet Bibob, kan de gemeente de gevraagde beschikking weigeren of de verleende beschikking intrekken dan wel aanvullende voorschriften verbinden aan de beschikking.

  • k.

    Als de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat sprake is van een ernstige of mindere mate van gevaar als bedoeld in de Wet Bibob, kan dit aanleiding zijn om de (voorgenomen) overheidsopdracht of vastgoedtransactie niet aan te gaan, dan wel de overeenkomst te ontbinden of op te schorten.

Advies Landelijk Bureau Bibob

Aanvullend op het eigen onderzoek kan een advies bij het Landelijk Bureau Bibob worden gevraagd indien:

  • a.

    vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob;

  • b.

    na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en);

  • c.

    na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten;

  • d.

    het Landelijk Bureau Bibob de gemeente adviseert om ten aanzien van een betrokkene advies aan te vragen, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;

  • e.

    de gemeente van de officier van justitie of een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidsopdracht een tip heeft ontvangen als bedoeld in artikel 26 van de Wet.

Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van een advies van het Landelijk Bureau Bibob geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokkene en diens relaties te onderzoeken. Bij deze zware inbreuk op de privacy zal de gemeente de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat de gemeente eerst gebruik zal maken van de eigen instrumenten of de weigerings- en intrekkingsgronden van de onderliggende regelgeving.

 

De adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel staat het de aanvrager van een vergunning te allen tijde vrij de aanvraag in te trekken.

 

Adviestermijn

Indien de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, wordt op grond van artikel 31 van de Wet Bibob, de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Landelijk Bureau Bibob in behandeling wordt genomen. De opschorting eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in artikel 15, eerste lid, van de Wet Bibob.

 

Indien het Landelijk Bureau Bibob het advies niet binnen de in artikel 15, eerste lid gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid, van de Wet Bibob, de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de termijn genoemd in artikel 15, derde lid, van de Wet Bibob. De gemeente informeert de betrokkene onverwijld over deze verlenging.

 

De verlenging van de adviestermijn van het Landelijk Bureau Bibob, alsmede eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Landelijk Bureau Bibob in gevallen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet Bibob, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.

 

Informatieplicht

De gemeente informeert de betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Landelijk Bureau Bibob.

 

De betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 31 van de Wet Bibob. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het Landelijk Bureau Bibob.

 

In geval een van het Landelijk Bureau Bibob ontvangen advies ten grondslag wordt gelegd aan een motivering om een gevraagde beschikking te weigeren dan wel een eerder verleende beschikking in te trekken, of wanneer op basis van dit advies voorschriften worden verbonden aan de beschikking, wordt aan de betrokkene een afschrift van het advies ter hand gesteld.

 

De betrokkene wordt daarbij door de gemeente schriftelijk gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de Wet Bibob;

 

Voornoemde is eveneens van toepassing op de in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob bedoelde derde, met dien verstande dat alleen die onderdelen uit het advies worden verstrekt die op deze derde betrekking hebben.

 

Besluitvorming naar aanleiding van een Bibob-onderzoek:

Indien naar aanleiding van het Bibob-onderzoek sprake is van een (voor de betrokkene) negatieve beslissing wordt de betrokkene(n) en eventuele derden in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen, als bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.

 

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij beschikkingen

  • 1.

    De gemeente gaat in beginsel over tot een negatief besluit op de aanvraag op de beschikking of de verleende beschikking, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt dat sprake is van een ernstige mate van gevaar, zoals als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob;

  • 2.

    Wanneer blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar, zoals als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob, kan de gemeente bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan de gemeente de beschikking intrekken;

  • 3.

    De gemeente kan bij een ernstige mate van gevaar in plaats van het weigeren of intrekken van de beschikking, indien de ernst van de strafbare feiten het weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt, aan de beschikking aanvullende voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan de gemeente de beschikking intrekken.

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij vastgoedtransacties

  • 1.

    De gemeente zal in beginsel overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt dat ten minste één van de onderstaande situaties zich voordoet:

    • a.

      er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten;

    • b.

      er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd;

    • c.

      er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten die naar het oordeel van de gemeente een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar);

    • d.

      er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd;

    • e.

      In de gevolgen van een Bibob-onderzoek dat is gestart nadat de vastgoedtransactie is aangegaan, wordt bij overeenkomst voorzien.

Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij overheidsopdrachten

  • 1.

    In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, kan de informatie uit het Bibob-onderzoek dienen als onderbouwing van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012;

  • 2.

    Bij overeenkomsten als bedoeld in de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan de informatie uit het Bibob-onderzoek aanleiding zijn om de overeenkomst niet aan te gaan, dan wel te ontbinden.

Inzetten van overige bevoegdheden

 

Gebruik Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)

De gemeente kan een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie verkregen uit het eigen onderzoek gedurende vijf jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.

 

Bibob-register

Indien sprake is van een zelfstandige gevaarsbeoordeling (zonder advies van het Landelijk Bureau Bibob) of sprake is van een vermoeden dat de betrokkene(n) zich terugtrekt vanwege het toepassen van de Wet Bibob zal de gemeente hiervan melding maken zoals bedoeld in artikel 7a lid 7 en lid 8 van de Wet , door middel van inschrijving in het daar voor ingerichte bibob-register.

 

Tippen andere gemeenten en/ of rechtspersonen

De gemeente zal indien hier aanleiding toe is gebruik maken van haar tipbevoegdheid als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

 

Verstrekken van gegevens aan andere gemeenten en/ of rechtspersonen

De gemeente zal op verzoek de informatie verkregen op grond van de Wet Bibob verstrekken aan andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak zoals bedoeld en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 28 lid 2 onder m van de Wet Bibob.

Naar boven