Regels voor inschrijving en toewijzing vrijkomende standplaatsen gemeente Voorne aan Zee

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee,

Gelet op de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam,

Overwegende dat als gevolg van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan standplaatsen het wenselijk is nadere regels vast te stellen voor inschrijving- en toewijzing van woonwagenstandplaatsen in de gemeente Voorne aan Zee.

 

Het college van burgemeester en wethouders gemeente Voorne aan Zee

 

B e s l u i t:

 

De regels voor inschrijving en toewijzing van vrijkomende woonwagenstandplaatsen vast te stellen en per direct in te laten gaan.

 

 

Regels voor inschrijving en toewijzing vrijkomende standplaatsen gemeente Voorne aan Zee

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze beleidsregel verstaat onder:

  • a.

    Woonwagenbewoners: Woonwagenbewoners zijn mensen die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Kenmerkend naar woonvorm daarbij is het wonen in familieverband en het wonen in een woonwagen.

  • b.

    Woonwagenlocatie: Clustering van kavels die gekenmerkt zijn als standplaats ten behoeve van het plaatsen van een woonwagen.

  • c.

    Standplaats: een kavel die bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1 van de Woningwet.

  • d.

    Woonwagen: zijnde een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1 van de Woningwet. Een prefab woning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in deze regels ook gezien als woonwagen.

  • e.

    Spijtoptanten: Voormalige woonwagenbewoners uit Voorne aan Zee die tijdelijk in een reguliere woning wonen met de intentie terug te keren naar het woonwagenleven.

  • f.

    Afstammingsbeginsel: het beginsel dat een standplaats of woonwagen die vrijkomt enkel weer beschikbaar komt voor mensen die afstammen van woonwagenbewoners en generatie op generatie de woonwagencultuur intensief hebben beleefd.

  • g.

    Register voor standplaatszoekenden: registratie van standplaatszoekenden in de gemeente Voorne aan Zee die voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden en bij het vrijkomen van een standplaats in rangorde van voorrang worden benaderd voor het accepteren van de vrijgekomen standplaats.

  • h.

    Standplaatszoekende: huishouden dat in het register voor standplaatszoekenden is ingeschreven en in aanmerking wenst te komen voor inneming van een standplaats op een woonwagenlocatie.

  • i.

    Sociale binding: De standplaatszoekende heeft een aantoonbare band met de gemeente Voorne aan Zee. Dit betekent dat de inschrijver minimaal 2 jaar inkomen heeft uit Voorne aan Zee of eerste-, tweede- of derdegraads familie (bloedverwant) heeft die op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee woont.

  • j.

    Bloedverwantschap in eerste, tweede en derde graad:

    • a.

      Eerstegraads bloedverwanten:(adoptie)ouders, (adoptie)kinderen.

    • b.

      Tweedegraads bloedverwanten: broers, zussen, kleinkinderen, opa's, oma's

    • c.

      Derdegraads bloedverwanten: neven en nichten (kinderen van broers of zussen); ooms en tantes (broers of zussen van de ouders)

  • k.

    Familie – bloedverwantschap in de eerste of tweede graad;

  • l.

    Adviescommissie: een vertegenwoordiging van minimaal twee hoofdbewoners van een bestaande woonwagenlocatie in Voorne aan Zee die namens minstens twee-derde van de betreffende woonwagenlocatie, alsmede twee standplaatszoekenden van de wachtlijst, Burgemeester en wethouders van een niet bindend advies voorziet inzake beleidsregels voor woonwagenlocaties en toewijzing van standplaatsen.

  • m.

    Woonnet Rijnmond: regionale inschrijfsysteem voor woningzoekenden in de reguliere woningmarkt.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • a.

    Deze beleidsregel is van toepassing bij de inschrijving voor en toewijzing van woonwagenstandplaatsen aan woonwagenstandplaatszoekenden in Voorne aan Zee.

Artikel 3 Inschrijving register voor standplaatszoekenden

  • a.

    Burgemeester en Wethouders stellen een register voor standplaatszoekenden vast. Burgemeester en Wethouders houden de register actueel op basis van toewijzingen, nieuwe inschrijvingen en uitschrijvingen.

  • b.

    Standplaatszoekenden die een inschrijving bij burgemeester en wethouders indienen worden geplaatst op de in het vorige lid bedoelde wachtlijst indien zij:

    • -

      voldoen aan het afstammingsbeginsel, en;

    • -

      de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, en;

    • -

      de Nederlandse nationaliteit bezitten of anderszins rechtmatig in Nederland verblijven en;

    • -

      ingeschreven staan bij Woonnet Rijnmond (www.woonnetrijnmond.nl/), en;

    • -

      een sociale binding hebben met de gemeente Voorne aan Zee, en;

    • -

      Familie hebben die op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee wonen (bloedverwantschap in eerste of tweede graad).

  • c.

    Voor inschrijving wordt gebruikgemaakt van een vastgesteld inschrijfformulier. Op het formulier is aangegeven welke stukken de standplaatszoekende bij indiening van het formulier dient mee te sturen. De standplaatszoekende ontvangt een bevestiging van de inschrijving.

  • d.

    De voorlopige bevestiging van de inschrijving bevat het volgende:

    • -

      het feit dat de inschrijving volledig is en de standplaatszoekende in het register wachtlijst wordt geplaatst. Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders gegevens ontbreken, stelt zij de standplaatszoekende daarvan op de hoogte met het verzoek die gegevens alsnog binnen uiterlijk twee weken aan te leveren.

    • -

      de door burgemeester en wethouders aan de standplaatszoekende toegekende eenmalige aanvangspunten en de categorie op de wachtlijst waar de standplaatszoekende is ingedeeld;

    • -

      de factuur voor de inschrijving.

  • e.

    Na betaling van het inschrijfgeld ontvangt de standplaatszoekende een definitieve inschrijving. De inschrijfdatum is gekoppeld aan de datum van ontvangst van het inschrijfgeld.

  • f.

    De inschrijving van de standplaatszoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar, behoudens in het geval de ingeschreven standplaatszoekende overlijdt en hij/zij een partner heeft die voldoet aan het afstammingsbeginsel, zelf niet op de wachtlijst ingeschreven staat en minimaal 3 jaar ingeschreven staat op hetzelfde woonadres als de standplaatszoekende, in welk geval de opgebouwde punten overgedragen worden aan de desbetreffende partner.

  • g.

    Standplaatszoekenden die al een standplaats huren of in eigendom hebben, kunnen zich ook inschrijven voor plaatsing voor het register.

  • h.

    Een briefadres geldt niet als woonadres.

Artikel 4 Kosten inschrijving en verlenging

  • a.

    De standplaatszoekende betaalt eenmalig € 35,00 inschrijfkosten. Deze inschrijving heeft een geldigheidsduur van 12 maanden. De inschrijving wordt daarna jaarlijks verlengd, mits de verlengingskosten telkenmale tijdig worden betaald. De jaarlijkse verlengingskosten bedragen € 17,50. Zowel het inschrijftarief als het tarief voor jaarlijkse verlenging kan door burgemeester en wethouders worden aangepast.

  • b.

    Het door de standplaatszoekende medegedeelde correspondentieadres wordt door burgemeester en wethouders gebruikt voor de jaarlijkse facturering van de verlengingskosten. De standplaatszoekende is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar actuele correspondentieadres en dient burgemeester en wethouders schriftelijk te informeren bij een wijziging van het correspondentieadres.

Artikel 5 Vervallen van de inschrijving

  • a.

    Burgemeester en wethouders kunnen de inschrijving laten vervallen:

    • -

      op eigen verzoek van de standplaatszoekende;

    • -

      als de standplaatszoekende een aangeboden woonwagenstandplaats accepteert en een overeenkomst met de eigenaar van de standplaats aangaat;

    • -

      in geval de standplaatszoekende onjuiste gegevens voor plaatsing op de wachtlijst heeft verstrekt;

    • -

      als de standplaatszoekende de inschrijf- of verlengingskosten niet tijdig voldoet (na eenmalige herinnering);

    • -

      als de standplaatszoekende is overleden.

  • b.

    Een standplaatszoekende die is uitgeschreven, verliest daarmee de tot dan toe opgebouwde inschrijftijd en puntenaantal.

Artikel 6 Puntenopbouwsysteem en indeling in voorrangscategorie

  • a.

    De inschrijver die aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoet, wordt bij inschrijving ingedeeld in één van de vijf categorieën. Deze categorieën zijn als volgt:

     

    CATEGORIE 1

    • a.

      De inschrijver en diens ouders of grootouders zijn woonwagenbewoners die minimaal drie generaties op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee wonen, en;

    • b.

      Kinderen of kleinkinderen, ingeschreven als standplaatszoekende, die nog onafgebroken op de betreffende woonwagenlocatie bij hun (groot)ouders inwonen. Deze kinderen of kleinkinderen moeten volgens de Basisregistratie personen (BRP) nog op de betreffende woonwagenlocatie inwonend zijn bij hun ouders of grootouders (100 startpunten), of;

    • c.

      Kinderen of kleinkinderen, die niet sinds geboorte onafgebroken op de woonwagenlocatie bij hun ouders of grootouders wonen, doch minstens drie jaar voorafgaand de inschrijving bij diens ouders of grootouders wonen en ingeschreven staan (90 startpunten), of;

    • d.

      Kinderen kleinkinderen, die niet sinds geboorte onafgebroken op de woonwagenlocatie bij hun ouders of grootouders wonen, en wegens een dringende noodzakelijkheid gedurende maximaal 5 jaar (gerekend tot inschrijving) elders wonen (90 startpunten).

  • CATEGORIE 2

    • a.

      Kinderen waarvan de ouders op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee wonen en waarbij het kind 5 tot 10 jaar geleden vertrokken is (80 startpunten), of;

    • b.

      Kinderen waarvan de ouders op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee wonen en waarbij het kind 10 tot 20 jaar geleden vertrokken is (70 startpunten), of

    • c.

      Kinderen waarvan de ouders op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee wonen en waarbij het kind meer dan 20 jaar geleden vertrokken is (60 startpunten), of;

    • d.

      Kind van spijtoptanten met aantoonbaar sterke familiebanden op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee (50 startpunten).

  • CATEGORIE 3

    • a.

      Spijtoptant die 10 tot 20 jaar geleden vertrokken is naar een woning in Voorne aan Zee (40 startpunten), of;

    • b.

      Spijtoptant die meer dan 20 jaar geleden vertrokken is naar een woning in Voorne aan Zee (30 startpunten), of

    • c.

      Spijtoptanten die buiten Voorne aan Zee woonachtig is (20 startpunten).

  • CATEGORIE 4

    • a.

      De inschrijver en diens ouders of grootouders zijn woonwagenbewoners die maximaal twee generaties op een woonwagenlocatie in Voorne aan Zee wonen, en;

    • b.

      Kinderen of kleinkinderen, ingeschreven als standplaatszoekende, die nog onafgebroken op de betreffende woonwagenlocatie bij hun (groot)ouders inwonen. Deze kinderen of kleinkinderen moeten volgens de Basisregistratie personen (BRP) nog op de betreffende woonwagenlocatie inwonend zijn bij hun ouders of grootouders (10 startpunten), of;

    • c.

      Kinderen kleinkinderen, die niet sinds geboorte onafgebroken op de woonwagenlocatie bij hun ouders of grootouders wonen, doch minstens drie jaar voorafgaand de inschrijving bij diens ouders of grootouders wonen en ingeschreven staan (10 startpunten), of;

    • d.

      Kinderen kleinkinderen, die niet sinds geboorte onafgebroken op de woonwagenlocatie bij hun ouders of grootouders wonen, en wegens een dringende noodzakelijkheid gedurende maximaal 5 jaar (gerekend tot inschrijving) elders wonen (10 startpunten).

  • CATEGORIE 5

    • a.

      Hoofdhuurder, medehuurder of medebewoner van een woonwagenstandplaats in Voorne aan Zee (5 startpunten), of;

    • b.

      Overige standplaatszoekende die aan de inschrijfvoorwaarden van artikel 3 voldoet en binnen de regio woont (5 startpunten), of;

    • c.

      Overige standplaatszoekende die aan de inschrijfvoorwaarden van artikel 3 voldoet en buiten de regio woont (1 startpunten).

  • b.

    Het puntenopbouwsysteem gaat uit van een eenmalige puntentoekenning bij inschrijving én een jaarlijks op te bouwen puntenaantal. Jaarlijks bouwt de standplaatszoekende die op de wachtlijst staat, 12 punten extra op.

Artikel 7 Toewijzing vrijkomende standplaats

Lid 1 vrijkomende standplaats op een bestaande woonwagenlocatie

  • a.

    Vrijkomende standplaatsen op een bestaande locatie door Burgemeester en wethouders aangeboden aan de standplaatszoekende die in het register voor standplaatszoekenden staat opgenomen, in volgorde van categorie en binnen de categorie aan de standplaatszoekende met de meeste punten heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, 9 en 10.

  • b.

    Als in de eerste categorie geen gegadigde wordt gevonden, worden de standplaatszoekenden in categorie 2 en verder aangesproken totdat acceptatie plaatsvindt.

  • c.

    De standplaatszoekende kan de standplaats weigeren; dit heeft geen consequenties voor het aantal punten of de categorie-indeling dat de standplaatszoekende heeft. Niet reageren binnen de daarvoor door Burgemeester en wethouders gestelde termijn, wordt beoordeeld als een weigering.

  • d.

    Als één of meerdere standplaatszoekenden in dezelfde categorie hetzelfde aantal punten hebben, dan is de inschrijfdatum in het register leidend.

  • e.

    Als ook de inschrijfdatum gelijk is zal toewijzing op basis van loting plaatsvinden.

Lid 2 vrijkomende standplaats op een nieuwe woonwagenlocatie

  • f.

    Vrijkomende standplaatsen op een nieuwe locatie worden door Burgemeester en wethouders aangeboden aan alle standplaatszoekende die in het register voor standplaatszoekenden staan opgenomen, in volgorde van standplaatszoekende met de meeste punten heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, 9 en 10. Dit betekent dat degene op de wachtlijst met de meeste punten (ongeacht de categorie indeling), het eerste recht van acceptatie krijgt.

Artikel 8 Adviescommissie

  • a.

    De Burgemeester en wethouders raadpleegt de bewonerscommissie bij de voorgenomen toewijzing van een vrijkomende standplaats. De Adviescommissie binnen veertien dagen na berichtgeving van het college een niet-bindend advies geven. Indien de commissie geen advies geeft, gaat het college uit van instemming met de voorgenomen toewijzing.

  • d.

    Het college van burgemeesters en wethouders is niet gebonden aan adviezen van de adviescommissie.

Artikel 9 Gereserveerde mantelzorg

  • a.

    Indien de huurder van de standplaats met een eigendomswoonwagen aan wie gereserveerde mantelzorg werd verleend, komt te overlijden of vertrekt, zal de standplaats eenmalig met voorrang worden toegewezen aan de bij de verhuurder geregistreerde mantelzorger, ongeacht zijn rangorde op de wachtlijst.

  • b.

    De voorwaarden voor het bepaalde in het vorige lid zijn als volgt:

    • 1.

      de standplaatszoekende moet opgenomen zijn op wachtlijst;

    • 2.

      de standplaatszoekende moet met het formulier 'Gereserveerde mantelzorg' zijn aangemeld en geregistreerd worden door de gemeente voor de desbetreffende standplaats;

    • 3.

      het inkomen van de standplaatszoekende dient in redelijke verhouding te staan tot de woonlast van de standplaats en de woonwagen tezamen;

    • 4.

      indien op de standplaats reeds een ouder recht kracht gereserveerde mantelzorg van toepassing is, kan geen aanspraak meer worden gemaakt op gereserveerde mantelzorg.

  • c.

    De gereserveerde mantelzorg geldt enkel voor de situatie waarin sprake is van een huurstandplaats met een eigendomswoonwagen.

Artikel 10 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen een artikel of artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing ervan gelet op het belang van de bestrijding van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking de dag na datum van bekendmaking.

Naar boven