Gemeenteblad van Ede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2025, 393669 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ede | Gemeenteblad 2025, 393669 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het/De gemeenteraad van Gemeente Ede
gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsvisie Ede 2040” d.d. 2 september 2025
Overwegende dat:
Op 12 mei 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Ede 2040 vastgesteld.
Per 1 januari 2024 is het wettelijk verplicht om wijzigingen van de gemeentelijke Omgevingsvisie digitaal te publiceren op het Omgevingsloket.
Met het technisch in beheer nemen van de Omgevingsvisie Ede 2040 zorgen we ervoor dat de gemeente Ede in staat is om toekomstige wijzingen van de Omgevingsvisie door te kunnen voeren. Het is een eerste stap in het transitieproces van de Omgevingsvisie waarmee we de Omgevingsvisie dynamisch en digitaal kunnen wijzigen en publiceren. Hiermee voldoen we aan de wettelijke eisen aan het publiceren van wijzigingen van de Omgevingsvisie.
Met het in beheer nemen van de Omgevingsvisie in het Omgevingsloket is de PDF versie uit 2022 omgezet in de STOP/TPOD standaard. Hierbij zijn een aantal technische aanpassingen doorgevoerd in de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het om gebruikte voetnoten in de regeling en toelichting, hoofdlettergebruik en gebruik van hyperlinks. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen doorgevoerd. De sfeerfoto’s van de in 2022 vastgestelde Omgevingsvisie zijn niet opgenomen in de versie die op het Omgevingsloket wordt gepubliceerd.
Besluit;
"Omgevingsvisie Ede 2040" opgenomen in Bijlage A wordt technisch in beheer genomen.
Aldus vastgesteld door Gemeente Ede, 9 september 2025
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Maartje Schlebusch (de secretaris),
René Verhulst (de burgemeester)
Ede is een mooie gemeente, met een grote diversiteit aan inwoners die nauw met elkaar verbonden zijn door werk, onderwijs, levensbeschouwing en een sterk verenigingsleven. Ondernemende mensen ook, die zorgen voor een sterke economie, zowel in de stad als in het landelijk gebied, de dorpen en buurtschappen. De Veluwe, de Vallei en de overgangen daartussen bieden de inwoners een prachtige omgeving om in te wonen en te recreëren. Via de centrale ligging nabij hoofdinfrastructuur is Ede goed en sterk verbonden met zijn omgeving. Samenwerking, vooral in Foodvalley-verband, is van strategisch belang voor de ontwikkeling van Ede. En Ede heeft goede voorzieningen op het gebied van onderwijs, cultuur, sport en horeca. Al die kwaliteiten maken dat het goed leven is in Ede.
Ede is een mooie gemeente en dat willen we ook in de toekomst graag zo houden.
Het is goed leven in Ede en dat willen we ook in de toekomst graag zo houden, maar dat gaat niet vanzelf. Ede is volop in beweging en er komt veel op ons af. De wereld om ons heen verandert en we willen en moeten inspelen op die veranderingen. Opgaven op het gebied van onder meer klimaatverandering, energietransitie, woningmarkt, migratie, werken, gezondheid, food, transitie van de landbouw, mobiliteit, biodiversiteit en omgevingskwaliteit vragen regie en sturing. De centrale vraag daarbij is: hoe kunnen we ook in 2040 goed wonen, werken en leven in Ede?
In deze Omgevingsvisie beschrijven we de toekomst voor de leefomgeving van gemeente Ede voor de periode tot 2040. Drie sleutelbegrippen staan daarin centraal: dierbaar, duurzaam en dynamisch.
Dierbaar: omdat het gaat om leefbaarheid en samenleven. Ede is krachtig in haar sociale verbanden en gemeenschapszin.
Duurzaam: omdat het gaat om de kwaliteit van de leefomgeving. We willen duurzaam omgaan met onze leefomgeving. Rentmeesterschap is dan een term die bij Ede past.
Dynamisch: omdat het gaat om een stevige economische ontwikkeling met kansen voor iedereen en levendigheid.
Vanuit die begrippen hebben we een toekomstvisie geschetst voor gemeente Ede richting 2040. Deze is uitgewerkt in vijf strategische keuzen. De Omgevingswet en de andere middelen en instrumenten bieden ons als gemeente de mogelijkheden om het voortouw te nemen bij de realisatie van die toekomstvisie. Samen met onze huidige en toekomstige inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn we in staat vraagstukken op een goede manier aan te pakken. De Omgevingsvisie is bedoeld als inspiratiebron voor die samenwerking. Het doel: een Ede waar het ook in 2040 goed wonen, werken en leven is.
Deze Omgevingsvisie is daarbij een belangrijke eerste stap op basis van de nieuwe Omgevingswet. Die wet biedt ons, meer dan voorheen, de mogelijkheden voor een integrale samenhangende aanpak op basis van zorgvuldig overleg met alle betrokkenen (participatie). Gezondheid, veiligheid en toegankelijkheid zijn daarbij begrippen die in de wet expliciet aandacht krijgen.
We zijn het proces voor de Omgevingsvisie begonnen met dromen over de toekomst van Ede. Die dromen hebben we vertaald en uitgewerkt in drie mogelijke toekomstbeelden:
1. Dynamisch Ede
2. Veluwse flank
3. Natuurlijke proeftuin
Naar aanleiding van de drie toekomstbeelden hebben de gezamenlijke dorpsraden een eigen beeld opgesteld. Deze toekomstbeelden en het beeld van de dorpsraden hebben we in het voorjaar van 2021 uitvoerig besproken met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de dorpsraden. Dit hebben we onder andere gedaan via vijf digitale gebiedsbijeenkomsten, twee online uitzendingen en een online peiling.

Op basis van de resultaten van de participatie, de voorziene ontwikkelingen en eerder vastgesteld beleid hebben we de rode draad voor de Omgevingsvisie beschreven. We hebben hiervoor vijf leidende principes beschreven:
1. Leven in gezonde wijken, dorpen en buurtschappen
2. Duurzame energie en mobiliteit
3. De natuur als basis en de Veluwe centraal
4. Werk maken van Foodvalley
5. Compacte groei vanuit eigenheid van Ede De gemeenteraad heeft deze ‘leidende principes’ op 1 juli 2021 vastgesteld. Ze zijn daarna verder uitgewerkt in een concept- Omgevingsvisie als de ‘vijf strategische keuzen’.
De concept-Omgevingsvisie hebben wij vervolgens in het najaar van 2021 besproken met onze inwoners in vijf fysieke gebiedsbijeenkomsten, een online uitzending en een tweede online peiling. Ook hebben wij overlegd met stakeholders en diverse andere overheden. De uitkomsten van deze raadplegende participatie en de wijze van verwerking zijn opgenomen in een participatieverslag.
De drie eerder genoemde uitgewerkte toekomstbeelden hebben we gebruikt voor de verplichte m.e.r -procedure die leidt tot een OER. We spreken hier van een OER (Omgevingseffectrapport), omdat we, breder dan alleen milieu, de omgevingseffecten in beeld brengen. Het OER samen met reacties uit de participatie hebben wij gebruikt om de strategische keuzen aan te scherpen en het uitvoeringshoofdstuk (hoofdstuk 4) concreter te maken. Het resultaat was een ontwerp-Omgevingsvisie. Deze ontwerp-visie heeft de gemeenteraad op 9 december 2021 vastgesteld.
De ontwerp-Omgevingsvisie heeft vanaf half december 2021 zes weken ter inzage gelegen. Hierop zijn 18 zienswijzen ontvangen. Daarnaast ontvingen wij half februari 2022 het advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage, beter bekend als de Commissie m.e.r., op het OER. De verwerking van deze reacties heeft geleid tot de Omgevingsvisie, die nu voor u ligt.
Overgangsrecht en voorrangsregeling
Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Omgevingsvisie Ede 2040 tevens een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
Vanwege het feit dat de doelstellingen en keuzes in deze Omgevingsvisie op hoofdlijnen zijn beschreven, blijven veel beleidskaders in de bestaande structuurvisies en andere beleidsdocumenten voor de aankomende jaren nog relevant voor de uitvoeringspraktijk. Daarmee kunnen deze bestaande structuurvisies en beleidsdocumenten op dit moment dan ook nog niet worden ingetrokken. Intrekking is aan de orde bij de gebiedsgerichte en thematische uitwerking. De strategische keuzen uit de Omgevingsvisie Ede vormen wel de basis voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven en is een voorrangsregeling noodzakelijk in geval van een tegenstrijdigheid met de bestaande structuurvisies. Daarom wordt op deze plek in de Omgevingsvisie uitdrukkelijk bepaald dat deze omgevingsvisie voorrang heeft ten opzichte van bestaande structuurvisies en andere beleidsdocumenten in geval van tegenstrijdige bepalingen.
Om te bepalen waar we naartoe gaan is het belangrijk om te weten waar we vandaan komen. Daarom gaan we na deze inleiding in hoofdstuk 2 verder met een beschrijving van gemeente Ede. Wat is de geschiedenis van Ede, hoe ziet Ede er nu uit, wie wonen, werken en leven er in Ede en wat komt er allemaal op ons af de komende jaren? Een uitgebreidere beschrijving is opgenomen in het OER.
In hoofdstuk 3 hebben we de visie op de toekomst van gemeente Ede uitgewerkt aan de hand van de vijf strategische keuzen. In hoofdstuk 4 beschrijven we hoe we de ambities uit deze Omgevingsvisie denken te realiseren.
In dit hoofdstuk geven we een beeld van gemeente Ede zoals het nu is met hier en daar een uitstapje naar de geschiedenis van Ede en de ontwikkelingen die we nu zien. Het is een opstapje naar de visie die we in hoofdstuk 3 hebben uitgewerkt. Voor meer informatie over de huidige situatie en de ontwikkelingen verwijzen we graag naar de Leefomgeving Foto van de gemeente Ede die als bijlage in het Omgevingseffectrapport (OER) is opgenomen.
De combinatie van traditie en vernieuwing maakt de gemeente Ede sterk.
Ede is uniek door zijn grote grondgebied en diversiteit aan gemeenschappen. Er zijn talloze erven, buurtschappen, dorpen en wijken met hun eigen karakteristieken en waarden. Rode draad is de verweving met het landschap en de unieke natuurwaarden. Ede is een ondernemende gemeente en kent sinds begin vorige eeuw een grote groei. De combinatie van traditie en vernieuwing maakt de gemeente Ede sterk. Er wonen ongeveer 118.500 mensen, er zijn 12.000 bedrijven en 59.400 banen.
De Edenaar
Dé Edenaar bestaat niet. Maar we kunnen wel een beeld geven van de inwoners van de gemeente Ede, wat hun bindt, wat hun drijft en waar de uitdagingen liggen. Gemiddeld genomen gaat het om jonge, ondernemende mensen, met een grote betrokkenheid bij religie en een sterke neiging tot vereniging en maatschappelijke verbondenheid. Ede groeit sterk en heeft een relatief jonge bevolking.
In 2020 kwamen er in de gemeente bijna 1.350 inwoners bij. Begin 2021 telde Ede ruim 118.500 inwoners. Ede herbergt relatief veel gezinnen en weinig eenpersoonshuishoudens.
Ondanks de relatief jonge bevolking heeft ook Ede te maken met vergrijzing.
Binnenlandse verhuizingen vinden vooral plaats naar en van de omliggende gemeenten, vooral Wageningen, Veenendaal en Barneveld. De afgelopen jaren zijn ook veel mensen uit de Randstad naar Ede verhuisd. De bevolkingsgroei manifesteert zich vooral in de wijken Enka, Veluwse Poort en Kernhem. Edenaren verhuizen ook relatief vaak naar Apeldoorn en Nijmegen.
Landelijk heeft ruim 24% van de bevolking een migratieachtergrond. In Ede is dit 16%. Daarvan komt ruim de helft uit vijf landen: Indonesië, Marokko, Turkije, Duitsland en Polen. Arbeidsmigratie vormt een belangrijk onderdeel van deze stroom. Daarnaast komen mensen tegenwoordig ook naar Ede omdat ze een veilig bestaan zoeken vanwege oorlog of bedreiging.
Ondernemerschap is een belangrijk kenmerk, zowel van Ede-stad als van de omliggende dorpen en buurtschappen. We zijn van oudsher sterk in de maakindustrie en diensten, maar ontwikkelen ons meer en meer richting een kenniseconomie en innovatie. De agrarische sector is samen met toerisme en recreatie een belangrijke werkgever in het landelijk gebied. Daar zijn ook veel bedrijfsactiviteiten ontstaan op voormalige agrarische locaties en kleinschalige bedrijventerreinen in de dorpen.
Tweederde van de Edenaren voelt zich betrokken bij een religie of levensovertuiging. Al decennialang stemt 45 tot 50% op een partij met een religieuze achtergrond. Veel inwoners tonen een grote betrokkenheid bij de samenleving. De grote verscheidenheid in de gemeente Ede zorgt voor kleur en dynamiek, maar soms ook voor meningsverschillen. Inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en de gemeente nemen veel initiatieven in de wijken en dorpen om elkaar te ontmoeten en in verbinding te blijven. Die initiatieven zijn van grote waarde.
Verspreid over de gemeente liggen vele buurtschappen als De Valk, De Kraats, Nederwoud, Hoog-Baarlo, Deelen, Pakhuisweg en nog wat kleinere. Ze worden gekenmerkt door een sterke sociale samenhang, en hebben vaak een belangrijke voorziening als school of kerk of gedeelde bedrijfsactiviteiten als gemene deler.
Gezond gaat over ontmoeten en naar elkaar omzien, over bewegen en over gezond en veilig milieu
Sociaal en gezond
Ede is eerder uitgeroepen tot de gelukkigste gemeente van Nederland; dat willen we ook in 2040 blijven. Al weten we dat dit nog niet voor iedereen geldt. Daarom zijn naar elkaar omzien, sociale cohesie en laagdrempelige ontmoeting cruciaal. Wonen in een gezonde leefomgeving met goede voorzieningen is hiervoor onmisbaar.
Wat gemeente Ede aantrekkelijk maakt, is voor iedereen anders. De één hecht aan ontmoeting en reuring in een dynamische omgeving. Terwijl een ander vooral gaat voor de rust en de natuur. Gelukkig biedt de gemeente Ede een grote diversiteit aan wijken, dorpen en buurtschappen. Dat willen we graag zo houden.
Ontmoeting
Ontmoeting is belangrijk voor het welzijn van mensen. Wanneer mensen elkaar ontmoeten en zich verbonden voelen, ondersteunen ze elkaar wanneer dat nodig en mogelijk is. Ontmoeten kan op veel verschillende plekken. Belangrijke plekken zijn de buurt-, wijk- en dorpshuizen (BWD-huizen). Ieder dorp en vrijwel iedere wijk in Ede-stad beschikt over een BWD-huis. De opzet en invulling is maatwerk, afhankelijk van de behoefte en activiteiten. Kerken, woonzorg-complexen en verenigingen vervullen ook een belangrijke rol op het gebied van welzijn.
Focus op preventie
De focus van het gezondheidsbeleid is de laatste jaren steeds meer komen te liggen op preventie. Het accent is bovendien verschoven naar de mensen zelf, hun veerkracht en wat hun leven betekenisvol maakt. Mensen hebben en houden zo veel mogelijk zelf de regie. Positieve gezondheid slaat een brug tussen voeding, bewegen, zorg, welzijn en gezond gedrag. De fysieke en sociale omgeving ondersteunt de lichamelijke, mentale en sociale gezondheid.
Figuur 2.1 laat zien waarvan mensen ziek worden. Met name roken en een ongezond milieu (linkerkant van de figuur) beïnvloeden de gezondheid in negatieve zin.

Vitaal oud worden
Ouderen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen. Hiervoor doen zij een beroep op hun eigen netwerk (mantelzorgers, buren, vrijwilligers) en de voorzieningen (ontmoetingsplekken, gezondheidscentra, winkels, natuur en passende woningen).
Duurzaam en gezond voedsel
Ons huidige voedselbeleid heeft als hoofddoel: gezond en duurzaam voedsel voor iedereen. Het World Food Center (WFC) en het Food Innovation District (FID) waar onder meer technologische innovaties van voedsel zichtbaar worden, vormen hiervoor een belangrijke ontwikkeling. Er zal meer aandacht komen voor kennis en educatie over voeding en de effecten ervan, met name voor kinderen, ouders en verzorgers.
Milieukwaliteit
Het is de uitdaging om gezondheidswinst en de kwaliteit van de leefomgeving meer centraal te stellen bij toekomstige ontwikkelingen. Dit in plaats van ons te oriënteren op het voldoen aan milieunormen. Voorkomen is beter dan genezen. Nieuwe ontwikkelingen, zoals het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen, bieden ook grote kansen om problemen uit het verleden op te lossen en gezondheidswinst te boeken.
Luchtkwaliteit
Schone lucht is van levensbelang voor iedereen. De lucht is de laatste tientallen jaren schoner geworden. Maar gemiddeld leven Nederlanders negen maanden korter en overlijden in Nederland jaarlijks 11.000 mensen door luchtverontreiniging. Om verdere verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren hebben we in 2020 met de andere gemeenten in de regio Foodvalley het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Dit SLA heeft als hoofddoel een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, om zo 50% gezondheidswinst te realiseren in 2030 (t.o.v. 2016).
Veehouderijbedrijven voldoen in de gemeente Ede aan de wettelijke normen voor geur en ons eigen geurbeleid. Het blijft daarnaast belangrijk dat agrarische sector, overheden, inwoners, kennis- en maatschappelijke instellingen samen werken aan een integrale aanpak voor een verbetering van de luchtkwaliteit, het terugdringen van stikstofdepositie, geur en het beperken en voorkomen van gezondheidseffecten van de veehouderij.
Samen werken aan verbetering van de luchtkwaliteit
Geluid
Economische ontwikkelingen, energietransitie, klimaatverandering, de groei van de mobiliteit en de groei van het aantal woningen leiden tot een toename van het aantal geluidgevoelige bestemmingen en mogelijk een hogere geluidbelasting. Ook het omzetten van kantoren en winkelpanden naar woningen leidt tot meer geluidgevoelige bestemmingen in gebieden met vaak al een hoge geluidsbelasting. De Omgevingswet verplicht gemeenten nieuwe afwegingen te maken met betrekking tot geluid, maar biedt ook meer mogelijkheden om per gebied maatwerk te leveren.
Bodem- en waterkwaliteit
In het algemeen is de bodemkwaliteit van de gemeente goed. De achtergrondkwaliteit voldoet overal aan de wettelijke normen. Door het gevoerde beleid zal de kwaliteit van de bodem en het grondwater langzamerhand verder verbeteren. De meeste vervuilingsbronnen zijn inmiddels gesaneerd. Wel is de verwachting dat, als gevolg van aanvullend onderzoek, ook in de toekomst weer nieuwe vervuilingsbronnen in beeld komen die vragen om sanering.
Veilige leefomgeving
Veiligheid gaat over het voorkomen van rampen of ongevallen, of het beperken van de gevolgen ervan. Eén aspect is externe veiligheid: dit gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen en luchthavens. Daarnaast speelt de inrichting van een veilige fysieke omgeving bij evenementen, energietransitie (windturbines, waterstoftankstations), klimaat (natuurbrand bij droogte), overstroming en compact wonen (vluchtwegen bij hoogbouw, vluchtcapaciteit bij smalle doorgangen). Klimaatverandering, energietransitie en binnenstedelijke verdichting zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. Tegelijk met deze fysieke kant van veiligheid gaat het ook om sociale veiligheid. Dan gaat het om inrichting die bijdraagt een persoonlijke veiligheid(beleving) en voorkomen van criminaliteit.
Wonen
Ook in Ede zien we de druk op de woningmarkt toenemen. Dat komt door de vraag van starters en doorstromers uit Ede zelf. Maar ook door de instroom met name vanuit de Randstad. Daarnaast doen migranten (vluchtelingen en arbeidsmigranten) een beroep op de woningen in Ede. We hebben in Ede 55.055 woningen per 1-12021. Daarvan is 68% eengezinswoning en 32% appartement. 34% van alle huishoudens bestaat uit een eenpersoonshuishouden. 76% van de woningen is voor 2000 gebouwd. Sinds de crisis (2013) zijn de woningprijzen met ruim 60% gestegen.
Het aanbod is beperkt, zeker van bestaande (koop)woningen. We bouwen veel nieuwe woningen, maar het is van belang om deze goed aan te laten sluiten bij de vraag. Met name in het betaalbare segment is de vraag groter dan het (huidige) aanbod. De woningen in de nieuwe wijk Enka zijn voor ongeveer de helft verkocht aan woningzoekenden van buiten Ede. Starters komen nauwelijks aan bod. Ook is het lastig voor Edenaren om door te stromen. De woningcorporatie(s) hebben te weinig investeringscapaciteit om het gewenste aandeel sociale woningen te bouwen. Tenslotte ligt er een stevige opgave voor woningen en woonvormen die geschikt zijn voor ouderen, zoals geclusterde woonvormen en/of met een collectief karakter.
De belangrijke ontwikkelingen op het gebied van wonen zijn:
Het besef groeit dat wonen geen verdienmodel is, maar een maatschappelijke voorziening. Voldoende betaalbare woningen, goede ruimtelijke ordening en zelfstandig wonen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Huurtoeslag, verhuurderheffing en hypotheekrenteaftrek zijn belangrijke instrumenten voor een noodzakelijk nieuw evenwicht tussen betaalbaar voor de consument en haalbaar voor de corporatie of bouwer.
Gemeenten nemen steeds meer de regierol voor de woningmarkt in samenwerking met andere overheden en marktpartijen. Ook in de regio Foodvalley is de wens om te komen tot een regionale woonagenda uitgesproken (uitwerking van het Nationaal Woonakkoord).
Door ontwikkelingen zoals de huisvesting van zeer kwetsbare (zorg)groepen, meer weerstand en minder draagvlak vanuit de omgeving krijgen corporaties meer op hun bord.
De landelijke Taskforce Wonen en Zorg moedigt gemeenten aan om woonzorgvisies te integreren in het woonbeleid. Deze verbinding is cruciaal, omdat langer zelfstandig wonen door ouderen een gecombineerde vastgoed- en maatschappelijke opgave is.
Door de COVID-pandemie is er meer aandacht voor de ruimte in en om de woning. Op naar een groene en frisse woonomgeving zonder hittestress.
De drie zogenoemde speerpunten voor wonen in 2021 zijn: energiezuinig, circulair en klimaatbestendig. Deze fungeren als vliegwiel voor een toekomstbestendige woonomgeving.
Bouwbedrijven, ontwikkelaars, corporaties en overheid zoeken elkaar meer op. De vraag is: wat kunnen we voor elkaar betekenen? Publiek-private samenwerking kent een opleving.
Om het woningtekort terug te dringen wordt ook gekeken naar ander gebruik van bestaand vastgoed door woningsplitsen, co-housing, mantelzorgwoningen.
Traditionele bouwvormen zijn te duur en te star. Er zijn nieuwe flexibele en betaalbare woonconcepten nodig voor jongeren, thuiswerkers, ouderen, spoedzoekers, arbeidsmigranten, kleine huishoudens tot statushouders. Conceptueel en industrieel bouwen helpt de kosten te verlagen. Dit vraagt nieuwe organisatievormen met een nieuwe rol voor (samenwerkende) gemeenten.
Voorzieningen
Meer inwoners betekent ook meer sportvoorzieningen
Sport en bewegen
Beweegvriendelijkheid vormt een belangrijke leidraad voor het inrichten van de leefomgeving en het verbinden van wijken, dorpen en voorzieningen. Het besef groeit dat meer inwoners ook betekent dat er meer sportvoorzieningen nodig zijn.
Bij sport en bewegen onderscheiden we de ‘traditionele’ sportcomplexen enerzijds en sportvoorzieningen in de openbare ruimte anderzijds. Bij sportcomplexen, zoals binnensport-accommodaties en sportvelden, heeft de gemeente een regisserende rol.
Sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte zijn de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Ede hoort bij de top 3 van meest aantrekkelijke gemeenten voor sport in de openbare ruimte. Dit komt vooral door de Veluwe met het uitgebreide routenetwerk voor wandelen, fietsen, mountainbiken en paardrijden. Maar ook door het fijnmazige netwerk van voorzieningen in de wijken en dorpen voor spelen, bewegen, sporten en ontmoeten op basis van een buitenruimteplan.
Samengevat willen we de sportieve ruimte (‘sportcomplexen’) meer openbaar maken en de openbare ruimte sportiever.
Cultuur
Cultuur zorgt voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Sprekende voorbeelden zijn het Kröller-Müller Museum en Akoesticum, evenals het ARTBASE-initiatief, waarbij het verhaal van Hélène Kröller-Müller als inspiratiebron wordt gebruikt. En cultuur is een bron voor geluk en persoonlijke groei, het brengt plezier en ontspanning, verbinding met anderen en heeft positieve effecten op de gezondheid. Onze focus ligt bij een kwalitatief goed, breed en zichtbare toegankelijke basisvoorziening cultuur, cultuurontwikkeling en het versterken van netwerken en relaties (accountmanagement). Ede heeft meer dan tachtig instellingen op het gebied van kunst en cultuur (verenigingen, podia, musea et cetera). En Ede heeft veel kunstuitingen in de openbare ruimte (o.a. beelden, streetart).
Cultuur brengt plezier, verbinding en is positief voor gezondheid. En maakt Ede aantrekkelijk voor vestiging van bedrijven
Onderwijs
Het onderwijs in Ede spreidt zich van primair onderwijs tot hbo. Er is een breed aanbod van primair onderwijs (po) en de daarbij behorende voorschoolse voorzieningen (65 scholen verspreid over de gemeente). Ede-stad heeft vier scholen voor voortgezet onderwijs (vo), van praktijkonderwijs tot vwo. Leerlingen uit Bennekom en de dorpen en buurtschappen gaan ook vaak naar Wageningen of Barneveld.
Daarnaast kent Ede scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs (vso), mbo en hbo. De Wageningen Universiteit (WUR) is dichtbij en vormt samen met de Kenniscampus (12.000 studenten en scholieren) een belangrijke partner in Foodvalley en de KennisAs EdeWageningen.
Mobiliteit
Bereikbaarheid, weg, OV, fietsen en delen
Gemeente Ede is goed bereikbaar per spoor en over de weg. Intercity’s verbinden Ede met de Randstad en Arnhem/Nijmegen. De Valleilijn ontsluit de Foodvalley en Amersfoort per spoor. De rijkswegen A12 en A30 bieden goede verbindingen met de rest van Nederland. Behoud van frequente OV-verbindingen met name met de buitendorpen aan de noordoostzijde, alsmede de toeristische voorzieningen vinden wij belangrijk. Dit moet omwille van inclusiviteit steeds meer gecombineerd worden met een netwerk van (vraagafhankelijke) vormen van deur-tot-halte vervoer. Wij blijven hiervoor aandacht vragen bij de provincie. De komende jaren wordt volop gewerkt aan een groot aantal projecten in gemeente Ede en de regio, zoals een nieuw station Ede-Wageningen, de Rijnlijn (een snelle busverbinding tussen Ede, Wageningen en Arnhem), de Parklaan, de verdubbeling van de N233 bij Veenendaal, de aansluiting A1/A30 en knooppunt Hoevelaken.
Deelauto’s en -fiets zijn in opkomst en maken onderdeel uit van een groeiende keten aan (digitale) vervoersdiensten, zoals Mobility as a Service (MaaS), die complete reizen van deur tot deur reserveren.
De fiets wordt steeds belangrijker. Met de (e) fiets wordt de reistijd korter en de gemiddeld afgelegde afstand groter. Daarmee is de fiets ook op langere afstanden een aantrekkelijk alternatief voor de auto geworden.
Verkeersveiligheid
Specifieke aandachtspunten voor Ede liggen in het landelijk gebied (hard rijden, grote (landbouw) voertuigen, alcoholgebruik). Op steeds meer wegen waar we langzaam en snel verkeer niet goed kunnen scheiden, kiezen we ervoor om de snelheid door inrichtingsmaatregelen te verlagen. Ook door technische innovaties zoals automatisering van voertuigen zal de veiligheid toenemen.
Mobiliteit en openbare ruimte
Vooral rijdende en parkerende auto’s zetten de kwaliteit van de beperkt beschikbare openbare ruimte onder druk. Parkeren heeft in veel wijken en op bedrijventerreinen bijgedragen aan een sterke verstening van de openbare ruimte. Daarnaast is er overlast van lang parkerend vrachtverkeer. Sommige wegen zijn zwaar belast met doorgaand verkeer, terwijl de inrichting van de weg en de omgeving zich hier niet voor leent. Ook is een aantal wegen ingericht met het accent op autoverkeer, waardoor er voor voetgangers, fietsers en groen onvoldoende ruimte overblijft. In de woonwijken zien we deelmobiliteit en thuiswerken opkomen. Op langere termijn verwachten we dat dit met name in Ede-stad bijdraagt aan een verschuiving van autobezit naar autogebruik.
Terugdringen CO2 -uitstoot is een van de grootste opgaven
Gezonde mobiliteit voor iedereen
Bij gezonde mobiliteit hoort lopen, fietsen of reizen met het openbaar vervoer. We zien echter dat nog steeds veel korte ritten met de auto worden gemaakt, naar werk, school, het sportveld, enzovoort. We zien ook dat routes naar (basis)scholen niet altijd kindvriendelijk zijn en dat afstanden tot sportvelden zijn toegenomen door de uitplaatsing naar de stadsrand. We vinden het belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk mee kan doen in onze samenleving. Het openbaar vervoer is voor mensen met een beperking echter nog niet overal goed toegankelijk. Zo zijn bijvoorbeeld de meeste bushaltes wel toegankelijk maar ontbreken goede routes naar de nabijgelegen voorzieningen.
We zien dat het openbaar vervoer zich vooral richt op de grotere vervoerstromen en zich terugtrekt uit het landelijk gebied en de dorpen en buurtschappen. Dankzij de service- en buurtbussen en de Valleihopper heeft Ede aanvullend vervoer. Dit systeem staat echter onder druk door hoge kosten. Er is de afgelopen jaren wel geïnvesteerd in gezonde recreatie: er zijn klompenpaden aangelegd, recreatieve fietspaden zijn verbreed en verbeterd, en de mountainbikeroutes zijn na een volledige herziening een groot succes geworden.
Schone mobiliteit
De transitie naar duurzame energie heeft ook gevolgen voor de mobiliteit. Vanaf 2030 worden in Nederland uitsluitend emissieloze personenauto’s verkocht en in 2025 rijden alle bussen elektrisch of op waterstof. In Ede-stad is een Zero Emissiezone voor Stadslogistiek (ZES) in voorbereiding.
Voor grote afstanden is sprake van een verschuiving van wegtransport naar schoon railvervoer. Initiatieven voor een railterminal aan de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn ter hoogte van Barneveld spelen daar op in en kunnen ook interessant zijn voor bedrijven in de gemeente Ede.
Energie
Duurzame energie
Het overgrote deel van het energieverbruik in 2020 in de gemeente Ede komt voor rekening van woningen, bedrijven en instellingen (48%) en verkeer en vervoer (43%). Overige sectoren hebben een relatief klein aandeel: industrie 6% (landelijk 29%) en landbouw 3% (landelijk 8%). Ede wil in 2050 energieneutraal zijn, door minder energie te gebruiken en uitsluitend energie van duurzame energiebronnen. Hoe, dat staat in de Routekaart Ede Energieneutraal (2018).
Energie besparen en opwekken
Energiebesparing is de eerste en belangrijkste stap om energieneutraal te worden. Veel Edenaren hebben dan ook hun woning of bedrijf geïsoleerd en geïnvesteerd in energiezuinige verlichting en installaties. Ondanks deze successen ligt er voor het isoleren van woningen, kantoren en andere gebouwen nog een grote opgave. De afgelopen jaren is al veel geïnvesteerd in het opwekken van duurzame energie. Op steeds meer daken van woningen, bedrijven, agrarische gebouwen en scholen liggen zonnepanelen. (circa 300.000 in 2020). Het toepassen van duurzame energie bij realisatie van nieuwe gebouwen is inmiddels wettelijk verplicht.
Naast zonnepanelen op daken zien we de eerste zonnevelden verschijnen – kleine velden bij boerenbedrijven (tot 150 m2) en een eerste middelgroot zonneveld (2 hectare) aan de Meikade. Plannen voor nog meer middelgrote en enkele grote zonnevelden zijn in voorbereiding. Langs de A30 staan al enkele jaren twee windmolens met een masthoogte van 99 meter te draaien. Deze wekken genoeg stroom op voor zo’n 4.000 huishoudens. In de zone langs de A12 en A30 wordt de bouw van meer windmolens voorbereid.
Duurzaam verwarmen
Het Rijk wil dat in 2050 alle woningen en andere gebouwen aardgasloos zijn. De gemeentelijke warmtetransitievisie zal voor deze opgave de basis vormen. Sinds 2013 kent Ede-stad een duurzaam warmtenet, dat deels gebruik maakt van restwarmte van de industrie. Op verschillende plaatsen in Ede wordt gebruik gemaakt van warmte- en koudeopslag in de bodem. Geothermie in de vorm van diepe aardwarmte is een potentiële bron voor ons duurzame warmtenet. Het warmtenet kan met deze bron verder worden uitgebreid.
Met biomassa (rest,- snoei-, en kapafval) uit de regio rondom Ede wekt het bedrijf in drie centrales genoeg duurzame warmte op voor de verwarming van ruim 20.000 woningen. Gebruik van biomassa beschouwen wij als een overgangssituatie. Op termijn willen wij toe naar emissievrije energie-opwekking.
Duurzame energie en het elektriciteitsnetwerk
De overgang naar elektrische automobiliteit vraagt van de gemeente een passende openbare laadinfrastructuur. Inpassing in de bestaande en toekomstige gebouwde omgeving heeft ruimtelijke consequenties. Het elektriciteitsnetwerk zal moeten worden uitgebreid en aangepast om de toename van het gebruik van elektriciteit, decentrale opwek en opslag van energie mogelijk te maken. Deze aanpassingen hebben in Ede bovengronds en ondergronds ruimtelijke consequenties, in de bestaande gebouwde omgeving en daarbuiten. Dit is zichtbaar door uitbreiding van bestaande onderstations en transformatiehuisjes in wijken. Het opslaan van decentraal, duurzaam opgewekte stroom in bijvoorbeeld een (buurt) accu of autoaccu’s vormen een belangrijke schakel in ons energiesysteem. Dat vraagt aanpassingen in woningen, andere gebouwen en wijken.
Energiebesparing is eerste en belangrijkste stap
Het hele systeem van bodem, water, lucht en landschap beschouwen we als ons natuurlijk kapitaal. Het maakt Ede uniek. Dat natuurlijk kapitaal staat al lang flink onder druk. De vraag is: hoe kunnen we onze schitterende Veluwe en groene leefomgeving beschermen en herstellen? En dat in een tijd waarin ook grote groeiopgaven voor woningen en bedrijventerreinen ruimte vragen.
Het natuurlijk kapitaal maakt Ede uniek
Groen en biodiversiteit
De groenstructuur van Ede kan in drie zones worden onderverdeeld: de Veluwe, de flanken en de Gelderse Vallei (zie ook paragraaf 2.7).
In Ede leven veel soorten planten en dieren. Voor een aantal soorten voelen we een extra verantwoordelijkheid om ze te beschermen en behouden. Dit zijn ten eerste de soorten die op de landelijke Rode Lijst staan en dus in hun voortbestaan bedreigd worden. Verder zetten we vooral in op de bodem, de vegetatie en insecten, die de basis vormen voor een gezond ecosysteem en een onmisbaar onderdeel vormen in het leefgebied van soorten.
Op veel locaties op de Veluwe is de bodem uit balans door neerslag van stikstof (zie 2.5). Ook versnippering van leefgebieden door nieuwe wegen of andere ruimtelijke ontwikkelingen verkleinen de overlevingskansen van soorten. Klimaatverandering leidt tot meer weersextremen. Veel soorten leiden onder de droogte. De droogte zorgt voor meer risico op bos- en natuurbranden en dus verlies van leefgebied. Ook buiten de natuurgebieden in het agrarisch gebied hebben planten en dieren het moeilijk. Door de intensivering van de landbouw zijn landschapselementen verdwenen. Ook bestrijdingsmiddelen, verdroging en vermesting dragen bij aan de afname van soorten. In Ede-stad, zeker in de binnenstad, is er weinig groen. Ook de verstening van tuinen maakt het aanbod van voedsel en nestelplekken voor diersoorten kleiner. Veel soorten hebben het moeilijk.

Bodem- en watersysteem
Een vitaal bodem- en watersysteem is essentieel voor de landbouw, bosbouw, natuur, (drink)water en opslag van koolstof. Verdichting, neerslag van stikstof, verzuring en verdroging vormen de belangrijkste knelpunten.
Aan de hand van de groenstructuur kunnen we goed zien dat de bodem van grote invloed is op hoe Ede eruitziet. De overgangen van de hooggelegen Veluwe, de lagere flanken en de Vallei zijn duidelijk te zien. De gemeente ligt op de overgang van ‘hoog en droog’ naar ‘laag en nat’. Dit is in figuur 2.3 schematisch weergegeven.
In de gemeente Ede wordt de (diepe) ondergrond onder andere gebruikt voor ondergrondse infrastructuur, (drink) waterwinning en warmte-koude opslag. Daarnaast heeft het Warmtebedrijf Ede in 2020 een vergunning gekregen om rond de Ede-stad te onderzoeken of met geothermie duurzame warmte gewonnen kan worden. Voor de langere termijn wordt een locatie voor een nieuwe drinkwaterwinning gezocht. De effecten daarvan op onder andere de landbouw en natuur zullen zorgvuldig moeten worden onderzocht.

Klimaatverandering
Het klimaat verandert. Ook de gemeente Ede krijgt steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden: het wordt warmer, droger en natter. Klimaatstresstesten maken duidelijk wat klimaatverandering voor de gemeente Ede gaat betekenen.
Natuurlijk kapitaal staat flink onder druk

Stikstof
Voor onze natuur, gezondheid en voedselproductie moet de hoeveelheid uitgestoten stikstof omlaag. Voor belangrijke beschermde natuurgebieden (Natura 2000, in Ede vooral de Veluwe) is afgesproken dat er een maximale hoeveelheid stikstof mag neerslaan (kritische depositiewaarde). Daar gaan we fors overheen. Dat is schadelijk voor de natuur. Door (bron)maatregelen te nemen in de landbouw, verkeer en industrie moet de neerslag van stikstof verminderen.
In combinatie met herstelmaatregelen wordt de natuur versterkt. Zo kunnen we vertraging van de bouw van woningen, bedrijven en nieuwe infrastructuur voorkomen.
Ede is van oudsher een economisch sterke gemeente met een bijzonder ondernemend karakter, herkenbaar voor de Veluwe (veel familiebedrijven en veel mkb). Ede is ‘groot’ geworden mede dankzij de groei van bedrijven met een hechte binding met Ede. Ook de agrarische sector en toerisme en recreatie zijn belangrijke pijlers voor de economische ontwikkeling van Ede. De bosrijke en veelzijdige natuur van de Veluwe en het landelijk gebied trekken veel bezoekers.
Gemeente Ede heeft ruim 12.000 bedrijven (2020). Hiervan is ruim 7.500 zzp-er. Het andere deel van 4.500 betreft mkb of grote bedrijven.
Gemeente Ede heeft circa 20 grote bedrijven met meer dan 200 medewerkers. De werkgelegenheid in Ede bedraagt 59.400 banen. Het aantal arbeidsplaatsen en bedrijven groeit al jaren gestaag. De werkgelegenheid groeit gemiddeld tussen de 1 en 2% per jaar. In 2019 groeide het aantal banen met 2,5 %. In 2020 is er sprake van een kleine dip van circa 1%. Groeisectoren zijn al enkele jaren de zakelijke dienstverlening, de bouw en de handel.
Ede van oudsher een economisch sterke gemeente met ondernemend karakter
Next-economie
Ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in hoog tempo op. Er komt een nieuwe generatie ondernemers met nieuwe ideeën over productie, dienstverlening, marketing & sales, samenwerking en personeelsbeleid.
Samenwerking, diversiteit en kennisuitwisseling zijn steeds belangrijker en vormen randvoorwaarden voor innovatie. De ‘next economy’ is het gevolg van ontwikkelingen, zoals:
duurzaamheid, circulariteit en energietransitie;
automatisering, robotisering en de impact daarvan;
functiemenging, behoefte aan informele milieus;
betekeniseconomie: ondernemers die van betekenis willen zijn voor hun omgeving.
Vestigingsklimaat
Gemeente Ede is aantrekkelijk voor bedrijven van buitenaf. Dat heeft in afgelopen decennia tot flinke groei van de werkgelegenheid geleid én tot een groot areaal bedrijventerreinen. Vooral de centrale ligging en de goede verbindingen van Ede vormen een belangrijke vestigingsfactor (A12, A30 intercity-verbinding met Schiphol).
De aantrekkingskracht wordt verder versterkt door de intensieve samenwerking met Wageningen (Wageningen Campus, WUR) en andere partners in de regio Foodvalley. In Foodvalley zetten we nadrukkelijk in op de versterking van de kenniseconomie rondom de thema’s agro en food. Een goed voorbeeld in Ede is het Food Innovation District op het World Food Center. De kracht van Ede en de regio Foodvalley zit ook in de prachtige groene omgeving, in combinatie met een hoog voorzieningenniveau.
Wel is er nog ruimte voor hoogwaardige culturele topvoorzieningen.
Bedrijven en werklocaties
Gemeente Ede heeft een breed palet aan werklocaties: bedrijventerreinen, kantorenlocaties, winkelgebieden, recreatieve locaties en campusomgevingen. In totaal gaat het over circa 360 hectare bedrijventerreinen. Er is sprake van een concentratie van werkgelegenheid op bedrijventerreinen in Ede-stad en deels in Lunteren. Er zijn diverse kleinere bedrijventerreinen, specifiek voor lokale bedrijven met een binding met de kern, zoals bijvoorbeeld Het Laar in Wekerom. Daarnaast is er sprake van veel verspreide bedrijvigheid in het landelijk gebied, al dan niet in (voormalige) agrarische bebouwing. Regelmatig groeit een starter in het landelijk gebied uit tot een bedrijf dat qua omvang beter past op een bedrijventerrein. Verhuizen gebeurt niet altijd omdat er geen geschikte locatie is of omdat de ondernemer dat zelf niet wil of kan realiseren.
Er is een grotere vraag naar ‘informele’ of meer gemengde omgevingen. Klassieke kantoren op monofunctionele terreinen worden steeds minder gevraagd. Ook omdat de verwachting is dat er blijvend meer thuis zal worden gewerkt. Belangrijk is de kwaliteit van die locaties zo goed mogelijk op orde te hebben en houden. Vooralsnog gaat het dan bijvoorbeeld om een campusachtige omgeving op het WFC-terrein, het Food Innovation District (FID). En om een uitbreiding van Kievitsmeent als circulair bedrijventerrein. Ook de uitbreiding van De Stroet in Lunteren is een goed voorbeeld.
Winkelgebieden
Het Edese winkelaanbod bestaat uit ongeveer 1.350 verkooppunten (detailhandel, leisure en diensten). De detailhandel is grotendeels verdeeld over vijftien winkelgebieden, evenwichtig verdeeld over de wijken en dorpen in de gemeente Ede. Gemeten in vloeroppervlak stond in Ede begin 2017 17,6% van de winkels in het centrum leeg. In september 2021 bedroeg dit 18,3%. De manier waarop we eten, boodschappen doen en hoe we onszelf en onze woonomgeving gebruiken verandert de komende jaren verder. Online bestedingen groeien flink en ook thuiswerken heeft invloed op de dynamiek in centra. Daarmee stijgt de behoefte aan nieuwe en toekomstbestendige functies in deze gebieden, bijvoorbeeld wonen, andere typen retail, dienstverlening, lichte ambachten en culturele activiteiten. De concentratie van consumentgerichte voorzieningen en wonen kan de levendigheid in deze centra bevorderen. De distributie van consumentengoederen zal steeds fijnmaziger worden en het vervoer zelf (moet) steeds milieuvriendelijker en slimmer (datagestuurd).
Vrijetijdseconomie
De gemeente Ede is hét gebied waar liefhebbers van ongerepte natuur, sportieve outdoor-activiteiten, bijzonder militair erfgoed en cultuur hun hart kunnen ophalen. Recreatie en toerisme zijn van belang op landschappelijk, sociaal en economisch gebied. Al komen in sommige gebieden de grenzen van het draagvlak in beeld. Enkele cijfers:
Ieder jaar vinden er meer dan 1 miljoen toeristische overnachtingen plaats in de gemeente Ede.
De jaarlijkse bestedingen van bezoekers en dagrecreanten in Ede bedragen ruim € 165 miljoen.
De gemeente Ede heeft circa 170 toeristische bedrijven en werkgelegenheid voor circa 3.200 mensen in de toeristische sector, dit is ongeveer 5,6% van de totale werkgelegenheid.
We werken samen met andere overheden in het programma Vitale vakantieparken. De ambitie is dat er in 2023 voor alle circa vijfhonderd vakantieparken op de Veluwe een toekomstperspectief ligt.
De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme zijn:
Er komt meer aandacht voor authenticiteit, lokaal, beleving, betekenis.
Er is een verschuiving van bezit naar gebruik van middelen (geen eigen caravan, camper of vakantiehuisjes, maar huren, lenen of ruilen).
De aandacht voor duurzaamheid en gezondheid groeit in de vorm van duurzaam ondernemerschap en duurzame recreatieve mobiliteit (laadmogelijkheden, ontsluiting, camperplaatsen).
Toenemende invloed van automatisering en gebruik van sociale media.
Andere samenstellingen van vakantiegezelschappen en solo-reizen nemen toe.
In de sector in Ede is het aantal bedrijven en banen in vijf jaar tijd zo rond de 10% toegenomen.
Bestemmingsmanagement wordt belangrijker om druk op te vangen door spreiding van de bezoekers in locatie (Veluwse ontvangstlocaties) en tijd en een slim routenetwerk.
Recreatie zorgt voor bewustwording van het belang van natuur en landschap en een gezonde en groene leefomgeving
Agrarische sector
We kennen in gemeente Ede van oudsher veel gemengde bedrijven, vaak een combinatie van melkveehouderij met varkens en/of kippen. Gemiddeld zien we in de periode 1980-2020 een forse schaalvergroting. Het aantal bedrijven nam af en het aantal dieren nam toe. Zie figuur 2.5.
De inkomens in de agrarische sector staan al lange tijd onder druk. Veel agrarische ondernemers zijn op zoek naar andere verdienmodellen, binnen de agrarische sector maar ook daarbuiten. Veel agrarisch ondernemers werken erbij in loondienst. In de gemeente Ede zien we steeds meer combinaties van een agrarische activiteit met andere activiteiten, zoals zorg, recreatie en toerisme (minicamping, B&B, streekproducten, theetuinen, rondleidingen) et cetera. De stikstofcrisis versterkt naar verwachting de daling van het aantal bedrijven én het aantal dieren. Er is al een regeling voor opkoop van bedrijven nabij Natura 2000-gebieden.
De agrarische sector is van grote betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving
Parallel is de afgelopen jaren een verandering in gang gezet die er mogelijk toe leidt dat bedrijven met grond zich sterker gaan verbinden met hun omgeving (natuurinclusief). De overige bedrijven zullen zich bewegen naar een meer circulaire bedrijfsvoering, zonder of met heel weinig impact op hun omgeving. Veel zal afhangen van de komende regeerperiode omdat de middelen (geld, regelgeving) voor de transitie van de agrarische sector vooral in handen zijn van het Rijk en de provincies.

Ede is een mozaïek: uniek door haar grote grondgebied en diversiteit aan landschappen en gemeenschappen. Ede-stad wordt omringd door grote en kleinere landelijke dorpen, buurtschappen en landelijke erven. Rode draad, in al die variatie van gemeenschappen, is de verweving met landschap, natuur en karakteristieke bebouwing. Deze eigen identiteit komt voort uit de cultuurhistorische ontwikkeling van de gemeente Ede.
De overgang van de hooggelegen Veluwe naar de lager gelegen Vallei is voor de mens van oudsher een erg aantrekkelijke plek om te wonen. In Ede onderscheiden we drie herkenbare landschappen, met daarin de dorpen en buurtschappen:
De Veluwe met overwegend bos en heidelandschappen, stuifzand en landbouw-enclaves;
de flanken met daarop het engenlandschap;
de Vallei met kampenlandschappen, de jonge heide en broekontginningen en de nattere veenontginningen.
Daar doorheen liggen verspreid de Edese landgoederen, zoals Nergena bij Bennekom en Kernhem in Ede. Dit zijn de pareltjes in de verschillende landschappen. Oorspronkelijk lagen ze alle buiten de dorpen en buurtschappen.
Veluwe
In de relatie met de Veluwe ligt de meest krachtige ruimtelijke kwaliteit van Ede besloten. De Veluwe behoort tot de oudste en langst bewoonde gebieden van Nederland. Het landschap van de Edese Veluwe is zeer divers door de afwisseling van open en gesloten landschapstypen, natte en (vooral) droge gronden, stilstand en ontwikkeling, natuur en cultuur, rust en incidentele drukte, stuifzand en heide, loofbos en productiebos, oude en jonge landbouwenclaves, oude zandwegen en nieuwe fietspaden, landgoederen en Het Nationale Park de Hoge Veluwe.
Flanken van de Veluwe
De flanken van de Veluwe boden goede vestigingsmogelijkheden. Veel van ons erfgoed concentreert zich in dit Edese ‘parelsnoer’ van wijken, dorpen en buurtschappen. Ook nu nog biedt de flank gunstige omstandigheden voor mens en natuur. We koesteren het cultuurhistorisch landschap van de grote engen, dat uniek is voor Nederland.
De overgang van de hooggelegen Veluwe naar de lager gelegen Vallei is van oudsher een erg aantrekkelijke plek om zich te vestigen
Vallei
De Gelderse Vallei ligt tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug en bestaat uit een afwisselend landschap met een uitgebreid bekensysteem (o.a. sloten, griften en beken). Herkenbare (groen)structuren zorgen voor een raamwerk dat veel mogelijk maakt(e): boeren, bedrijven en inwoners dicht op elkaar, zonder dat het in ruimtelijke zin elkaar erg bijt. Weinig landelijke gebieden zijn zo vol als in Ede.
Dorpen en buurtschappen
De ruimtelijke kwaliteit in de dorpen en buurtschappen leunt sterk op de nog aanwezige cultuurhistorische structuren, maar nog meer op de fraaie landelijke omgeving daarbuiten. De kleinere dorpen in de gemeente Ede zoals Harskamp, Otterlo, Wekerom, Ederveen en De Klomp zijn overzichtelijk van opzet. De bebouwing is veelal sober en doelmatig. Oude routes en linten vormen nog steeds krachtige dragers voor de structuur, beleving en identiteit van de dorpen. Bennekom, Lunteren en Ede hebben door de jaren een grote(re) groei doorgemaakt. Waardoor fraaie buurten en plekken zijn ontstaan, zoals lommerrijke woonbuurten, villabebouwing langs de linten, groene enclaves en centrumgebieden. De naoorlogse uitbreidingen zijn introvert van opzet waardoor de relatie en de bereikbaarheid van het omliggende landschap is beperkt. In Ede-stad is dit het sterkst te ervaren. De ruimtelijke kwaliteit staat onder druk, waardoor verbindingen en samenhang ontbreken. Losstaande structuren en plekken zijn kwetsbaar en beperken de belevingswaarde. Verspreid over het landelijk gebied van Ede liggen diverse buurtschappen, zoals De Kraats, De Valk, De Venen, Meulunteren, Nederwoud, Walderveen, Pakhuisweg en Overwoud. De buurtschappen hebben betekenis voor hun wijdere, landelijke omgeving, waarin zij ruimtelijk, qua bebouwing, vrijwel helemaal opgaan. Ze zijn te herkennen aan een concentratie van voornamelijk woningen, een gemeenschappelijk gebouw of ruimte en een samenhangende ruimtelijke opzet.
Ruimtelijke kwaliteit
De ruimtelijke kwaliteit in gemeente Ede vervlakt, zowel in het landschap als in de dorpen en buurtschappen. Tegelijkertijd koesteren de inwoners van het landelijke gebied, de dorpen en buurtschappen steeds meer hun eigen identiteit. Historische structuren en het landschap spelen daarbij een belangrijke rol. De landbouw is essentieel voor het beheer en de kwaliteit van het landelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen, binnen en buiten de landbouw, hebben het oude agrarische systeem met een sterke binding met het landschap aangetast. Ook in de dorpen en buurtschappen staat de eigenheid en herkenbaarheid onder druk: oude verbindingswegen verliezen hun karakteristiek, zijn opgeknipt of verdwenen onder de stedelijke uitbreidingen. Groenstructuren lijden onder de grote parkeerbehoefte. In de dorpen en Ede stad blijft het van belang de oude linten en groene dooradering te beschermen en waar dat kan te versterken. In de dorps- en stadrandzones is de druk op het landschap het grootst. De groene dooradering is beperkt en verbindingen met het omliggende landschap ontbreken vaak.
Ede (s)maakt
In dit hoofdstuk formuleren we de ambities uit de Omgevingsvisie in de vorm van vijf strategische keuzen. De strategische keuzen geven een integraal en samenhangend beeld van het Ede in 2040. Een gemeente Ede dat vanuit de keuze voor Food en Veluwe werk maakt van een dierbare, duurzame en dynamische toekomst. Het goede leven in Ede. Kortom: een Ede dat (s)maakt!
Werk maken van een dierbare, duurzame en dynamische toekomst
De vijf strategische keuzen geven richting aan de ontwikkeling van gemeente Ede voor de komende twintig jaar. Ze vormen daarmee het hart voor de Omgevingsvisie en een inspiratiebron voor iedereen die betrokken is of in de toekomst wil zijn bij de ontwikkeling van Ede.
De strategische keuzen zijn na vaststelling door de gemeenteraad op 1 juli 2021 uitgewerkt en van een toelichting voorzien. Zo ontstaat er een beeld van de samenhang van de verschillende ontwikkelingen. De strategische keuzen beïnvloeden elkaar. Vaak in positieve zin, maar soms lijken ze met elkaar op gespannen voet te staan. Vaak is er bij de uitvoering nog speelruimte om via gebiedsgericht maatwerk tot een oplossing te komen.
Met deze strategische keuzen zetten we nadrukkelijk een stip op de horizon voor de sturing op toekomstige ontwikkelingen, bij voorkeur op initiatief van de samenleving. Waar nodig nemen we zelf het initiatief.
De hiernaast afgebeelde Omgevingsvisiekaart laat zien hoe de vijf strategische keuzen uitpakken voor Ede in 2040. Niet gedetailleerd maar grof, zoals een schets. Aan het einde van dit hoofdstuk is de kaart in het groot en met een uitgebreide legenda afgebeeld.
Omgevingseffectrapport (OER)
In het Omgevingseffectrapport wordt geconcludeerd dat de omgevingsvisie op alle thema’s stuurt op een positieve tot zeer positieve ontwikkeling. Voor een aantal opgaven is de gemeente Ede afhankelijk van regionaal, provinciaal en/of nationaal beleid. Het is daarom van belang om als gemeente de samenwerking te zoeken met andere bestuurlijke niveaus, maar ook met andere actoren (zoals agrariërs en kennisinstellingen) om de ambities te verwezenlijken. Daarnaast wordt in het OER geconcludeerd, dat de omgevingsvisie risico’s met zich mee voor de zogeheten Natura 2000-gebieden. Er zijn mogelijkheden om deze risico’s te beperken, maar dit vraagt om het prioriteren van het beleid binnen de strategische keuzes en verdere concretisering van het omgevingsbeleid.
Al met al, zo concludeert het OER, schetst de omgevingsvisie een toekomstvisie voor de gemeente Ede waarin positieve effecten centraal staan. Daarnaast wordt een doorkijk gegeven naar de uitwerking van de visie in concrete programma’s. De omgevingsvisie vormt daarmee een (beleids)agenda voor de komende jaren en vormt een goede basis om de leefomgeving van de gemeente Ede nog een stukje mooier te maken.

Sociaal en gezond
Voorzieningen toegankelijk en dichtbij met focus op bestaande centra (o.a. winkels, welzijn, sport, zorg, onderwijs en cultuur)
Productie en aanbod van gezond en lokaal voedsel stimuleren
Stimuleren ontmoeting
Beweegvriendelijke en schone leefomgeving, die uitnodigt tot gezond gedrag
Verbetering van de milieukwaliteit (in het bijzonder luchtkwaliteit met 50% gezondheidswinst in 2030)
Wonen
Gevarieerd woonprogramma gericht op behoefte en doorstroming
Dorpen bouwen voor eigen behoefte en behoud van voorzieningen
Aan zuidkant van Foodvalley bouwen voor de (boven)regionale behoefte
Een leefomgeving die bijdraagt aan mentale en fysieke gezondheid
Een gezonde leefomgeving, een goede mentale en fysieke gezondheid, een passende woning en goede voorzieningen zijn belangrijke randvoorwaarden om prettig en gezond te kunnen wonen en leven. In deze paragraaf hebben we dat vertaald in de samenhangende ambities voor leven in gezonde wijken, dorpen en buurtschappen en strategische keuzen op onderdelen:
Gezondheid is één van de kernwaarden van het leven. We willen onze inwoners een gezonde, groene leefomgeving bieden, die prettig is om in te verblijven en te werken, en die uitnodigt tot gezond gedrag. En gezondheid zien we breed: zowel fysiek, mentaal als sociaal. Daarvoor is een leefomgeving nodig met een goede omgevingskwaliteit. Enerzijds een gezonde, veilige en schone leefomgeving met een goede luchtkwaliteit en zo min mogelijk geluidsoverlast. En anderzijds een leefomgeving die toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeten, klimaatadaptief is en uitnodigt tot gezond gedrag, zoals bewegen, sporten en gezond eten en drinken.
Voorzieningen: toegankelijk en dichtbij, stimuleren van ontmoeting
Voor alle voorzieningen geldt dat ze goed toegankelijk en (dichtbij) bereikbaar moeten zijn. Dit willen we doen door een goede spreiding van voorzieningen en door goede onderlinge verbindingen die aantrekkelijk zijn voor vooral lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer. Voor een goede leefbaarheid en (sociale) gezondheid zijn voorzieningen voor sport, cultuur, onderwijs, zorg, welzijn & sociale basis, winkels en voldoende openbare toiletten essentieel. We hebben als gemeente vaak een regisserende rol in het toekennen van ruimte voor deze voorzieningen. Daarnaast hebben we bij bijvoorbeeld onderwijs, sport en cultuur ook een rol in het realiseren en exploiteren hiervan. We hebben in Ede een breed palet aan voorzieningen en een sterk verenigingsleven dat vaak onderdak vindt in publieke voorzieningen. Dat brede pallet aan voorzieningen willen we in stand houden, ook omdat deze voorzieningen een belangrijke plek zijn voor ontmoeten en verbinden.
Voorzieningen – sport: voldoende, beweegvriendelijk, duurzaam
Ten aanzien van sport hebben we drie deelambities:
Voldoende: voldoende formele sportvoorzieningen (sportparken en overdekte accommodatie). Het aantal voorzieningen moet aansluiten bij de samenstelling van de bevolking. Ede groeit. Dat betekent ook dat de vraag naar sport en bewegen groeit. We hebben in het verleden de keuze gemaakt om sportparken te centreren aan de rand. Maar we zien dat vooral in de Peppelensteeg de grenzen van de capaciteit bereikt zijn. Daarom is het goed om na te denken over reservering van ruimte voor een nieuw sportpark na 2030. Op de Omgevingsvisiekaart hebben we mogelijke locaties aangegeven. Een aantal sportparken willen we daarbij omvormen tot stads- en landschapsparken met ruimte voor sport.
Beweegvriendelijk: beweegvriendelijke openbare ruimte is de leidraad bij het inrichten van de leefomgeving en vooral het verbinden van wijken en dorpen. Vanuit een breed perspectief (spelen, bewegen, sporten en ontmoeten) wordt gekeken waar deze functies kunnen plaatsvinden. Onze visie is dat een ontwikkelrijke omgeving voor kinderen en bijpassende programmering beweging kunnen stimuleren. In de openbare ruimte is er een duidelijke link tussen sport, bewegen en gezondheid.
Duurzaam: we willen dat onze voorzieningen duurzaam zijn, zowel in energie en materiaalkeuze als gezondheid.
Voorzieningen zijn een belangrijke plek voor ontmoeten en verbinden
Voorzieningen –ruimte voor cultuur, onderwijs en ontmoeting
Bij ruimtelijke ontwikkeling zorgen we voor voldoende voorzieningen voor kunst en cultuur, onderwijs en ontmoeting (welzijn/ sociale basis). Voor kunst, cultuur en onderwijs is het van belang om de demografische ontwikkelingen te vertalen in voldoende voorzieningen.
Voorzieningen – passende zorg
We beschikken in gemeente Ede over een goed netwerk van zorgvoorzieningen. Ook voor de toekomst zetten we in op voldoende zorg (van mantelzorg tot specialistische zorg) dicht bij huis. Dat vraagt de komende jaren extra aandacht. We zien daar ook een rol voor toegankelijke gezondheids- en welzijnscentra. Het uitgangspunt is passende en duurzame ondersteuning voor de inwoners. Dat wil zeggen dat (medische) zorg en ondersteuning aansluiten bij de hulpvraag van de inwoner: licht als het kan, zwaar als het moet.
Gezond en lokaal voedsel stimuleren
Voedsel is een belangrijke bouwsteen voor een gezonde en duurzame gemeente, het vormt net als gezonde lucht en schoon water de basis van ons leven. We willen duurzame en gezonde voeding voor iedereen. In Ede vinden we het belangrijk dat voeding bijdraagt aan gezondheid en welzijn. Daarom is het van belang om het aanbod van voedsel op verschillende plekken gezonder te maken. Gezondheidsbevordering via de leefomgeving is vooral van belang in wijken en buurten met gezondheidsachterstanden. Voor de inrichting van een gezonde voedselomgeving zijn de volgende aandachtspunten van belang:
Zorgen voor een gezonde voedselomgeving die uitnodigt tot het maken van gezonde voedselkeuzen en verduurzaming van het voedselproductielandschap.
Ruimte bieden aan stadslandbouw, moestuinen en eetbaar groen in de openbare ruimte.
Ruimte bieden rond de distributie, logistiek, bewerking en bereiding van gezond voedsel door lokale ondernemers en initiatieven (korte voedselketens).
Stimuleren van gezond voedselaanbod vooral in schoolomgevingen en in de scholen zelf.
Het World Food Center te Ede ontwikkelen als dé plek voor voedselbeleving; broedplaats voor (technologische) innovatie, inspiratie, kennisdeling en bewustwording.
Beweegvriendelijke en schone leefomgeving
Wij geven Edenaren de kans om gezond op te groeien, gezond te blijven en vitaal ouder te worden en richten ons met preventie op de thema’s gezonde voeding, beweging, roken, problematisch alcoholgebruik en slapen. We sluiten onder andere aan bij de landelijke ambities van het Nationaal Preventieakkoord. Hierin wordt gestreefd naar een rookvrije generatie in 2040. Dit betekent dat kinderen niet meer beginnen met roken en dat zwangere vrouwen niet meer roken. Het aantal rokende volwassenen moet dalen van 23% naar maximaal 5%.
Ook overgewicht en obesitas worden teruggedrongen. Het streven is dat maximaal 38% van de volwassen Nederlanders te zwaar is in 2040 (nu ongeveer 50%). We willen – in lijn met de landelijke trend – dat 55% van onze inwoners voldoet aan de beweegrichtlijnen. We geven onze inwoners zoveel mogelijk de kans om voldoende te sporten en te bewegen. Dit vinden we belangrijk omdat sport en bewegen een positief effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid. Het is bovendien een mooie vorm van ontmoeten en onderdeel van de sociale basis van onze gemeente.
Dit doen we door een leefomgeving te creëren die de fysieke en mentale gezondheid positief beïnvloedt en uitnodigt tot het maken van gezonde keuzes. Het stimuleren en faciliteren van een gezonde leefstijl doen we door een (her)inrichting van veilige loop- en fietsroutes. Het vraagt ook om een openbare ruimte die goed toegankelijk is voor alle gebruikers, met winkels en centra voor welzijn, sport, zorg, onderwijs en cultuur, dicht bij huis en goed bereikbaar lopend, per fiets en met openbaar vervoer (duurzame mobiliteit).
Ook zetten we in op een uitdagende omgeving voor sport, spel en bewegen Sporten en bewegen zijn overal in Ede te vinden. Onze grote sportparken transformeren we tot stads- en landschapsparken die voldoende faciliteiten hebben om te voldoen aan de vraag van onze inwoners. Deze parken zijn recreatiegebieden met natuur- en landschapswaarden. Ze brengen verkoeling en ademruimte en zorgen voor verbinding met het landelijk gebied.
Naast de grotere parken is sport en bewegen ook dichtbij bereikbaar. Daarmee verleiden we onze inwoners om dagelijks te sporten en te bewegen. In de wijk zijn er kleinere en grotere plekken voor spelen, bewegen, sporten en ontmoeten. Deze plekken stralen gezondheid uit: rookvrij, er zijn watertappunten en sanitaire voorzieningen en eetbaar groen.
Sportparken lopen vaak over in de groene lopers die een verbinding maken tussen stad en het landelijk gebied en uitermate geschikt zijn als beginpunt voor sport en bewegen. Ons landelijk gebied heeft een grote aantrekkingskracht op sport en bewegen. Dit willen we versterken, met respect voor de natuur, door goede loop-, fiets en ruiterroutes aan te leggen. Onze openbare ruimte is beweegvriendelijk, zodat Edenaren zich makkelijk lopend of fietsend door onze gemeente kunnen bewegen. Naast de gezondheidswinst, draagt dit ook bij aan een duurzame mobiliteit.
De uitstoot (emissies) van schadelijke stoffen naar lucht, bodem en water zoveel mogelijk beperken
Verbeteren milieukwaliteit
Zoals de Omgevingswet voorschrijft (art 3.3) houden we rekening met de milieubeginselen: voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt. Vanuit het voorzorgbeginsel willen we de uitstoot (emissies) van schadelijke stoffen naar lucht, bodem en water zoveel mogelijk beperken.
Hieronder worden de diverse aspecten van milieukwaliteit op hoofdlijnen uitgewerkt. De concretisering zal plaatsvinden in programma’s en het Omgevingsplan.
Verbeteren luchtkwaliteit
De inzet is om op alle relevante bronnen de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof terug te dringen. Onder binnenlandse bronnen vallen (weg)verkeer, scheepvaart, industrie, huishoudens (houtstook) en landbouw. We gaan in onze aanpak uit van het breder toepassen van Best Beschikbare Technieken (BBT) voor het voorkomen van uitstoot van vervuilde lucht. Omdat de aanpak bij de bron het meest effectief is.
Voor de landbouwsector is de inzet breder en willen we ook de uitstoot van ammoniak en de uitstoot van geur terugdringen. Dit vergt ook een flinke inspanning van het Rijk en de provincies. Voor geur zal ook gebiedsgericht moeten worden vastgelegd wat passend en aanvaardbaar is, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van woningen of bedrijven.
Vanwege het grote aantal veehouderijbedrijven in Ede gaat het altijd om maatwerk per gebied en initiatief.
Voor de emissies vanuit de agrarische sector blijven we werken volgens het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij en toepassing van BBT. Deze werkwijze zullen we ook inzetten bij de industrie (o.a. verbranding van biomassa) en mobiele werktuigen.
Ook voor het bestrijden van de schadelijke effecten van de uitstoot door houtkachels maakt onderdeel uit van deze werkwijze om de doelen uit het Schone Lucht Akkoord (zie hoofdstuk 2) te kunnen halen.
Mensen met een kwetsbare gezondheid moeten extra worden beschermd. Daarom hanteren we in de gemeente Ede de landelijke GGD-richtlijnen voor luchtkwaliteit bij realisatie van nieuwe voorzieningen voor ouderen, mensen met een kwetsbare gezondheid en voor onderwijs of (kinder)opvang voor minderjarigen. Bij bijzondere omstandigheden of belangen en na advies van de GGD, kan hiervan eventueel worden afgeweken. Ook kunnen ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de toename van elektrisch vervoer, aanleiding zijn om het beleid te versoepelen.
Voor gevoelige groepen nabij veehouderijen hanteren we voor luchtkwaliteit, geur en gezondheid de landelijke GGD-richtlijnen voor veehouderijen als leidraad. Toepassing is altijd maatwerk op basis van een zorgvuldige afweging van elk initiatief en de lokale omstandigheden.
Vermindering geluidhinder
Geluid hoort bij een levendige en bruisende stads- of dorpskern. Tegelijkertijd kan geluid leiden tot gezondheidsklachten. Een goede balans tussen rust en reuring is daarom van belang. We willen via gebiedsgericht geluidsbeleid zorgen dat de geluidbelasting aansluit bij het karakter van een gebied. Om het aantal geluidgehinderden te beperken willen we zorgen voor voldoende locaties in de stad waar inwoners zich kunnen onttrekken aan drukte, zowel in de eigen woning als in de directe woonomgeving. Daarnaast zetten we voor de langere termijn in op beperking van geluid op de zwaarst belaste locaties, door maatregelen zoals geluidsisolatie van woningen langs drukke wegen, de aanleg van geluid reducerend asfalt en het autoluw maken van gebieden.
Nieuwe woningbouwlocaties liggen vaak dichtbij drukke wegen en zijn daardoor belast met geluid. We streven ernaar dat iedere woning ten minste één aangename (geluidsluwe) zijde heeft.
Geluid van nieuwe bedrijvigheid willen we op de bestaande beleving en waardering van een gebied afstemmen. Een rustig landelijk gebied willen we rustig houden, terwijl een bruisend centrum wel wat meer geluid kan verdragen. Hierdoor blijft het karakter van een gebied behouden en aantrekkelijk voor gebruikers en inwoners.
De voorgenomen vliegroutes van en naar Lelystad Airport liggen boven Edes grondgebied. We blijven de plannen actief volgen en waar mogelijk beïnvloeden om een goede woon- en leefomgeving voor onze inwoners te kunnen waarborgen.
Milieukwaliteit: voorkomen van trillingen
Treinverkeer, andere transportmiddelen en installaties kunnen trillingen in gebouwen veroorzaken. Bij nieuwbouw houden we daarom vroegtijdig rekening met hinder door (spoor) trillingen.
Waarborgen van omgevingsveiligheid
De ontwikkelingen die we voorzien in deze Omgevingsvisie vragen ook aandacht voor de veiligheid. Veiligheidsbeleid moet ervoor zorgen dat:
Onnodige risico’s worden weggenomen;
ongewoon grote risico’s worden vermeden;
het aanvaardbaarheidsniveau van risico’s wordt benoemd.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen maken we vooraf een inschatting van ongewenste fysieke en sociale veiligheidsrisico’s en nemen we benodigde maatregelen in het ontwerp op. Dit doen we samen: met de burger, de ondernemer, de veiligheidsregio. Door overleg en een goede belangenafweging dragen we zorg voor bescherming tegen risico’s van (natuur)branden, overstromingen, rampen en crises. We waarborgen de hulpverlening en nazorg van slachtoffers bij ongevallen.
Rondom risicobedrijven gelden zogeheten aandachtsgebieden. Dat zijn gebieden waar extra aandacht nodig is om mensen te beschermen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld lpg-vulpunten of toekomstige waterstofvulpunten). De manier waarop we in deze gebieden omgaan met de risico’s en de aanvaardbaarheid van de risico’s werken we uit in het Omgevingsplan.
Ede staat voor een grote woningbouwopgave. Continuïteit bieden in woningbouwproductie is belangrijk
Net als de rest van Nederland staat de gemeente Ede voor een grote woningbouw-opgave. Volgens de Verstedelijkingsstrategie staan de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley voor de opgave om locaties te vinden voor in totaal 100.000 woningen. Voor Foodvalley gaat het om 40.000 woningen waarvan 15.000 in Ede voor de komende twintig jaar.
Gevarieerd woonprogramma gericht op behoefte en doorstroming
Continuïteit bieden in woningbouwproductie is belangrijk. De grote vraag en het beperkte aanbod zetten de betaalbaarheid van woningen onder grote druk. Hele groepen hebben het erg moeilijk. Starters, lage- en middeninkomens maar ook ouderen. Dus zetten we in op:
Tempo in de planontwikkeling;
meer gemeentelijke sturing op het aanbod; • betaalbare woningen voor starters;
passende woningen (en woonconcepten) voor ouderen;
aandacht voor balans in het aanbod en doorstroming binnen Ede.
We kiezen voor balans in de opbouw van de woningvoorraad met passende woningen – qua vorm en prijs – voor alle doelgroepen. Dat betekent een gedifferentieerd woningaanbod per wijk en dorp met aandacht voor duurzaamheid, levensloopbestendigheid en betaalbaarheid. We willen zo starters de mogelijk bieden om in te stappen, zorgen voor doorstroming in de woningmarkt en een betere aansluiting op de vraag van de oudere en meer zorgbehoevende inwoners.
We hebben veel aandacht voor de sociale huur. Door samenwerking met de corporaties en met inzet op flexwonen bevorderen we het sociale aanbod. Daarnaast spannen we ons in om sociale huurprojecten zonder veel belemmeringen tot uitvoering te brengen. Aanvullend sturen we op de totstandkoming van betaalbare woningcategorieën door deze te borgen in de bestemmingsplannen (straks Omgevingsplan). Met de doelgroepenverordening koppelen we deze aan de juiste doelgroep. Koopgarant zetten we in als instrument om de sociale koopwoningen langdurig voor de doelgroep beschikbaar te houden. Dit doen we onder andere door in te zetten op kleinere woningen die niet uit te breiden zijn.
In de dorpen is het van belang om het dorpse karakter te behouden door te bouwen voor eigen behoefte
Het middensegment bestaat uit betaalbare en bereikbare woningen (2021: € 240.000 € 400.000). Dit zijn de woningen die belangrijk zijn voor de doorstroming, waardoor er aan de onderkant weer betaalbare woningen vrijkomen voor starters. Om balans te houden in het aanbod is het noodzakelijk om te programmeren over de hele breedte van het woningaanbod. Hierbij ligt de focus op het realiseren van woningen in het betaalbare en bereikbare (koop)segment. Randvoorwaarde om succesvol te kunnen sturen is dat de prijsgrenzen van de verschillende segmenten goed aansluiten bij de marktomstandigheden.
Het uitgangspunt dat woningen volledig de kosten moeten dragen van de voorzieningen in een gebied, is niet langer houdbaar. Vanwege de behoefte aan betaalbare woningen, de toegenomen stichtingskosten van de woningen en de sterk toegenomen kwaliteitseisen voor de woningen en woon- en leefomgeving zal er bij gebiedsontwikkelingen gezocht moeten worden naar nieuwe kostendragers en dekkingsbronnen. Zie ook hoofdstuk 4 het onderdeel Investeringsstrategie.
In Ede-stad sluit de spreiding van de sociale woningvoorraad niet goed aan op het woonbeleid. Het doel is om deze woningen beter te spreiden over de stad. Dit geeft een impuls aan de woon- en leefkwaliteit in de wijken. Met de grote woningbouwopgave voor de komende jaren sturen we op een betere spreiding van het sociale deel van de opgave over de stad. Het transformeren van gebieden naar wonen kan daarbij belangrijke kansen bieden. Vooral in gebieden die een goede verbinding hebben met groen en beschikken over goed openbaar vervoer.
De komende periode neemt het aantal en het percentage ouderen in de gemeente toe en daarmee de vraag naar specifieke vormen van huisvesting voor ouderen. Naast passende woningen voor mensen met een rolstoel of een rollator is er ook behoefte aan woonvormen met een collectief karakter, die een tussenvorm bieden tussen zelfstandig wonen en verzorgd wonen in.
De woning vormt meer dan voorheen een spilfunctie in het leven van de huishoudens: wonen, leven, ontspannen. Ook werken vindt in toenemende mate in en vanuit huis plaats. Dit vraagt om nieuwe concepten en innovatieve ontwerpen om al deze onderwerpen goed te kunnen combineren. Het aantal een- en tweepersoonshuishoudens neemt sterk toe de komende jaren. Het is van belang om daarop in het woonbeleid in te spelen door nieuwe type woningen – klein, compleet en niet uitbreidbaar – toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad, zowel in grondgebonden als in gestapelde vorm.
Dorpen bouwen voor eigen behoefte
In de dorpen is het van belang om het dorpse karakter te behouden door te bouwen voor eigen behoefte. Dit kan ondersteund worden met gevarieerde innovatieve grondgebonden woningen specifiek voor jongeren en ouderen.
Aan zuidkant van Foodvalley bouwen voor de (boven)regionale behoefte
In Ede-stad zal meer verdichting en inbreiding plaats gaan vinden, op enkele plekken in de vorm van hoogbouw. Een goede visie daarop is essentieel om juist in deze gebieden de woonkwaliteit te waarborgen. Er zijn nieuwe gestapelde woonconcepten nodig waarin verschillende woningen en doelgroepen een plek kunnen vinden. Denk hierbij aan gezinsappartementen, collectief wonen voor ouderen, lofts en jongerenwoningen.
Met alleen verdichting en inbreiding zijn de beoogde aantallen woningen niet te realiseren. Daarom aanvullend drie zoekgebieden aangewezen: Kernhem-Noord (uitbreidingsgebied), het gebied ten noorden van intercitystation De Klomp en de KennisAs Ede- Wageningen

Duurzame mobiliteit
In dorpen en wijken accent op lopen, fietsen via aantrekkelijke netwerken • Auto doet stapje terug in Ede-stad voor kwaliteit openbare ruimte
Krachtig OV op hoofdroutes (richting Wageningen, Arnhem, Utrecht en Amersfoort).
Verdichten bij OV-knopen en voorzieningencentra
Nieuw station Ede-west, goed voor wonen en werken (transformatie)
Oversteekbaarheid grote (spoor)wegen verbeteren
Duurzame energie
70% duurzame energie in 2040, energieneutraal in 2050
Ruimte maken voor kleinschalig opwekken (zon, wind en andere)
Energiecorridors langs snelwegen A12/A30 en op bedrijfsterreinen
Werk maken van energie-infrastructuur (laden, opslaan, transport)
Duurzame mobiliteit en energie zijn belangrijke randvoorwaarden voor een goed functionerende gemeente. Wonen, werken en leven zijn onlosmakelijk verbonden met mobiliteit en energie. Voor beide is verduurzaming de rode draad richting de toekomst.
In de wijken en dorpen accent op lopen en fietsen
In gemeente Ede is altijd veel ruimte gegeven aan de auto. Dat willen we ombuigen door onze inwoners via veilige, aantrekkelijke en sterke netwerken en de aanleg van P+R-voorzieningen (Park and Ride) uit te nodigen vooral lopend, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Waar nodig bieden we mobiliteit op maat aan (vraagafhankelijk). Dit is goed voor de bereikbaarheid en draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners.
De ontwikkeling van gemeente Ede vraagt een koerswijziging naar duurzame mobiliteit. Duurzame mobiliteit gaat uit van de drie v’s in de Trias Mobilica: verminderen, veranderen en verschonen van mobiliteit. Thuiswerken draagt bijvoorbeeld bij aan het verminderen van mobiliteit, het stimuleren van fietsgebruik aan het veranderen en elektrisch rijden aan het verschonen van mobiliteit.
Bewegen is gezond, dus lopen en fietsen staan voorop. Als we meer mensen willen laten bewegen, hebben we een aantrekkelijke beweegvriendelijke omgeving nodig.
Ook voor meer kwetsbare deelnemers, zoals ouderen en kinderen, willen we een aaneengesloten, verkeersluw en toegankelijk netwerk van fiets- en wandelpaden realiseren.
De verbinding met bovenwijkse voorzieningen (o.a. sport, cultuur, welzijn, zorg) krijgt daarbij prioriteit, net als de relatie met het landelijk gebied en gebieden waar veel kwetsbare deelnemers wonen. De auto is in deze gebieden te gast.
Voor de fietsinfrastructuur vraagt dit om een inhaalslag, op basis van ons Fietsplan. Regionale verbindingen willen we ontwikkelen tot snelle, comfortabele en veilige fietsroutes. De actieradius van de fiets – en daarmee de concurrentiepositie ten opzicht van de auto – is met de opkomst van de e-bike sterk vergroot. De afstanden zijn vooral in Ede-stad betrekkelijk kort, wat Ede aantrekkelijk maakt voor de fiets. In Ede-stad kan de auto een stapje terug doen. Is de bereikbaarheid lopend, per fiets of openbaar vervoer goed, dan kunnen we met passende parkeernormen op een aantal plekken de openbare ruimte anders inrichten, bijvoorbeeld met groen.
Wonen, werken en leven zijn onlosmakelijk verbonden met mobiliteit en energie. Voor beide is verduurzaming de rode draad richting de toekomst
Krachtig openbaar vervoer
Op langere afstanden zetten we voor de grote, gebundelde reizigersstromen in op krachtig openbaar vervoer. Er is een schaalsprong nodig op de belangrijkste openbaarvervoerassen. In het Toekomstbeeld OV 2040 wordt de intercitylijn Utrecht-Arnhem verder uitgebouwd als hoofdas voor (inter)nationaal vervoer. Ook de Valleilijn en Rijnlijn hebben de potentie om onder andere in Lunteren en op de KennisAs ruimtelijke ontwikkelingen te ontsluiten. Dat kan voor de Valleilijn op termijn betekenen dat een frequentieverhoging en doortrekking richting Arnhem gewenst wordt, maar ook een betere aansluiting op de spoorlijn Apeldoorn–Amersfoort. De Rijnlijn wordt mogelijk uitgebouwd als bus rapid transit (een bussysteem waarbij vaak en snel wordt gereden). De verbinding van Ede met Wageningen heeft ook richting 2040 onze bijzondere aandacht.
In het landelijk gebied blijft de auto een belangrijk vervoermiddel. Het reguliere openbaar vervoer maakt daar een terugtrekkende beweging. Lijnen worden rechtgetrokken, zodat er directe en snelle verbindingen worden geboden tussen de grotere dorpen en buurtschappen. Ook is te verwachten dat lijnen met een lage bezetting worden verschraald of geschrapt uit de reguliere dienstregeling. Behoud van frequente OV-verbindingen met de buitendorpen aan de noordoostzijde van Ede-Stad, alsmede de toeristische voorzieningen vinden wij belangrijk. Hiervoor zoeken wij nadrukkelijk de medewerking van de provincie, die de concessie voor het openbaar vervoer verleent. Voor een inclusieve samenleving willen we ook alternatieve vervoeroplossingen bieden, die flexibeler en waar nodig vraagafhankelijk zijn. Dit systeem van mobiliteit op maat is een belangrijke aanvulling op het OV-netwerk en brengt reizigers van deur-tot-deur of deur-tot-halte.

Slim gebruik van data en informatie helpt een reisadvies opstellen. Deze Mobility as a Service (MaaS) integreert reizen van verschillende aanbieders met bijvoorbeeld deelauto, openbaar vervoer en OV-fiets. Via samenwerking in de regio Foodvalley stimuleren we werkgevers om personeel gebruik te laten maken van bovengenoemde vormen van (keten)mobiliteit. Comfortabele en volledige netwerken van looproutes, met name naar knooppunten van openbaar vervoer, dragen bij aan een efficiënte ketenmobiliteit.
Aanvullend stimuleren we het gebruik van de (elektrische) fiets voor woon-werkverkeer en thuis werken. Dit doen we niet alleen om een goede bereikbaarheid te waarborgen, maar ook om de omgevingskwaliteit (lucht, geluid) en de gezondheid te verbeteren.
Openbare ruimte niet alleen verkeersveiliger, maar ook aantrekkelijker als verblijfsgebied
Verdichten bij OV-knopen en realisatie station Ede-West
Om de groei in (auto)mobiliteit zoveel mogelijk te beperken moet de focus van ruimtelijke ontwikkelingen binnen Ede-stad liggen op verdichting, sterke fietsroutes, (centrum) voorzieningen en knooppunten voor het openbaar vervoer. Deze knooppunten zijn op verschillende manieren bereikbaar en voorzien in de toenemende behoefte aan naadloze ketenmobiliteit. Ze bieden parkeer- en stallingsvoorzieningen, deelmobiliteitsconcepten en hebben voorzieningen voor plaatsonafhankelijk werken. Voorbeelden zijn station Ede-Wageningen, station Ede-Centrum en de omgeving van het gewenste station Ede-West. Tegelijkertijd beperken we het aantal directe autoverbindingen binnendoor.
Verdere ontwikkeling van infrastructuur (oversteekbaarheid)
Ondanks de voorziene verduurzaming van de mobiliteit is te verwachten dat op een aantal punten capaciteitsproblemen ontstaan voor het autoverkeer. Dit heeft onder andere te maken met de locatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Uitbreidingslocaties als Kernhem lenen zich meer voor autogebruik en minder voor een goede ontsluiting met openbaar vervoer.
Daarnaast leidt groei van het aantal inwoners en de werkgelegenheid tot een toename van het aantal verplaatsingen. Voor het waarborgen van de bereikbaarheid van Ede-stad is het vooral van belang dat de hoofdinvalswegen, die direct aansluiten op de snelwegen A12 en A30, goed doorstromen. Dit betekent dat op wegen als de N224, de Galvanistraat en de Dr. Willem Dreeslaan ingrepen nodig zijn om de capaciteit te vergroten. Deze poorten van Ede zijn ook interessante locaties voor overstappunten tussen auto, fiets en bus. Bij de verdere ontwikkeling van infrastructuur willen we zorgen dat drukke (spoor)wegen veiliger over te steken zijn.
Verduurzaming mobiliteit
De ambitie in het Klimaatakkoord is dat in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. Met het oog op een zero-emissiezone in Ede-stad willen we inzetten op een regionaal distributiepunt nabij de snelwegen, voor overslag van groot en zwaar vrachtverkeer naar kleine, emissievrije vrachtvoertuigen. Zoekruimtes hiervoor liggen bij de aansluitingen op de A30. Combinaties met tankvoorzieningen (elektrisch of waterstof) en/of langparkeren voor internationaal transport, zijn goed denkbaar. Met de
invoering van tolheffing voor vrachtvoertuigen op de rijkswegen stimuleert dit de vergroening van het vrachtwagenpark.
Ook is er sprake van een verschuiving van goederentransport over de weg naar railvervoer vooral voor lange afstanden. In dat licht ondersteunen we de komst van een railterminal langs de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn ter hoogte van Barneveld.
Ook voor dagrecreatie ligt er een opgave voor het verduurzamen van de mobiliteit door de groeiende stroom op te vangen op (ontvangst) locaties met een goede verblijfskwaliteit en parkeervoorzieningen. Om vervolgens per fiets of wandelend van de natuur te genieten. Zoeklocaties hiervoor liggen in de omgeving van zowel Otterlo als station Ede-Wageningen.
Veiligheid mobiliteit
We willen de verkeersveiligheid verder verbeteren door een slimme combinatie van datagebruik en risicoanalyses (datagedreven, risicogestuurd) zoals die is beschreven in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030. Die aanpak bestaat uit een combinatie van inrichtingsmaatregelen en beïnvloeding van gedrag. We zetten sterker in op het scheiden van gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer, daar waar de snelheid 50 kilometer per uur of hoger is. Op wegen waar scheiden niet goed mogelijk is, maken we vaker de keuze om de weg verkeersluwer te maken. De snelheid kan dan met inrichtingsmaatregelen worden verlaagd naar 30 kilometer per uur. Daarnaast vraagt de aanhoudende groei van de verkeersdrukte om meer aandacht voor ontmoediging van doorgaand gemotoriseerd verkeer in verblijfsgebieden, daar waar dit sluipverkeer leidt tot problemen. Dit alles maakt de openbare ruimte niet alleen verkeersveiliger, maar ook aantrekkelijker als verblijfsgebied.
Mobiliteit en openbare ruimte
Verkeers- en parkeeroplossingen moeten bijdragen aan een duurzame inrichting van de openbare ruimte. Dit betekent onder andere dat de parkeernorm afhankelijk wordt van de bereikbaarheid van het betreffende gebied. Het parkeerbeleid ondersteunt dat door in te zetten op deelmobiliteit en parkeren op eigen terrein. Ook zijn stallingsoplossingen voor fietsen een vast onderdeel voor de inrichting van de openbare ruimte.
In het verlengde van het Klimaatakkoord wordt ook in Ede gewerkt om klimaatverandering tegen te gaan door de CO2-uitstoot te reduceren. Dit klimaatdoel is een integrale opgave, die veel ruimtelijke consequenties heeft voor de hele gemeente. Op het gebied van energie wordt in Ede gewerkt aan een energieneutrale gemeente in 2050.
Deze duurzame-energieopgave bestaat uit elkaar versterkende deelopgaven. Deze kunnen alleen door intensieve samenwerking met inwoners, ondernemers, agrariërs, woningcorporaties en andere gebouweigenaren, de netwerkbeheerders en een groot aantal andere partners worden vormgegeven. Die opgaven zijn vertaald in strategische keuzen. In onderstaande hebben we deze keuzen toegelicht:
70 % duurzame energie in 2040, energieneutraal in 2050
Deze ambitie willen we realiseren door:
Te besparen op het energiegebruik met gemiddeld 1,5% per jaar sinds 2018 (totaal ca. 20 % in 2030 en 35 % in 2040) door isolatie van gebouwen, toepassing energieefficiënte technieken.
Het energiegebruik te vergroenen door minder fossiele energie te gebruiken en meer duurzame energie:
Transitie van de warmtevoorziening (afname gebruik aardgas voor verwarming);
Minder gebruik van fossiele brandstof door bedrijven voor bedrijfsprocessen door toepassing van duurzame warmte, duurzame elektriciteit en duurzaam gas.
Het aandeel lokaal opgewekte duurzame energie te verhogen onder andere via zonnepanelen, windmolens, aqua-/geothermie, restwarmte en duurzame waterstof. We streven naar een totale duurzame opwekking van 1,0 TWh in 2030 en 1,4 TWh in 2040 (70% duurzame energie).
Minder fossiele brandstof te gebruiken maar juist meer duurzame elektriciteit en waterstof voor mobiliteit, bijvoorbeeld voor openbaar vervoer en vrachtvervoer.
Het toepassen van geothermie en restwarmte voor het duurzame warmtenet.
Bij de grootschalige opwekking van duurzame energie te streven naar lokaal eigendom en financiële participatie en daarmee het terug laten vloeien van
opbrengsten naar de omgeving.
De duurzame energieopgave voor 2040 kan alleen slagen door intensieve samenwerking met inwoners, ondernemers, agrariërs, woningcorporaties en andere gebouweigenaren, de netwerkbeheerders en een groot aantal andere partners
Werk maken van energie-infrastructuur, ruimte maken voor kleinschalig opwekken van energie
Optimaliseren van de energie infrastructuur voor vraag en aanbod, ondergronds en bovengronds. De opwekking en het gebruik van duurzame elektriciteit nemen snel toe.
Dit maakt aanpassing van het netwerk noodzakelijk, onder andere door:
Optimalisatie van de energie-infrastructuur voor warmte, elektriciteit en (duurzaam) gas door decentrale opwek, opslag en distributie van energie.
Uitbreiding van het bestaande netwerk door verzwaring en uitbreiding van het aantal onderstations.
Opslag van elektriciteit via (buurt)accu’s, accu’s van auto’s en andere vormen van energieopslag.
Toepassing van slimme netwerken om vraag en aanbod van elektriciteit af te stemmen, waardoor het bestaande netwerk beter en intensiever kan worden gebruikt. Zo worden de aansluitmogelijkheden voor onder andere zon op dak op het elektriciteitsnetwerk vergroot en hoeft de energie-infrastructuur minder te worden uitgebreid.
Afstemming van locatiekeuze voor laadinfrastructuur met het opwekken, de opslag van duurzame energie en de netwerkcapaciteit.
Slimme locatiekeuze voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit.
Energiecorridors langs snelwegen A12/A30 en op bedrijfsterreinen
We streven naar zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing van duurzame-energieopwekking, energieopslag en -infrastructuur. Dit is een opgave voor de bestaande gebouwde omgeving, het landelijk gebied en de nog te realiseren nieuwe gebouwde omgeving.
Grootschalig opwekken van duurzame energie vindt bij voorkeur plaats in de zone langs de A30 en A12 en op bedrijventerreinen. Dat is ruimte en naar verwachting ten tijde van realisatie voldoende infrastructuur aanwezig.

Natuurlijk systeem als basis
Natuur is leidend, dus natuurinclusief, klimaatrobuust, circulair handelen
In wijken en dorpen bouwen in meer lagen om groen te behouden en toe te voegen • Werken aan robuuste groen- en waterstructuren voor biodiversiteit / klimaatadaptatie
Kiezen voor natuurinclusieve circulaire landbouw
Zonering
Veluwe op 1 met zonering en herkenbare poorten (o.a. station Ede-Wageningen, Otterlo en Ginkelse hei)
Het Binnenveld is de groene long van de zuidkant van Foodvalley en Ede
Een overgangsgebied van 1 tot 1,5 km van Veluwe naar Vallei
Niet voor niets noemen veel inwoners de natuurlijke omgeving als belangrijkste kernwaarde van onze gemeente
We wonen in een prachtige gemeente met fraaie landschappen en waardevolle natuur. Niet voor niets noemen veel inwoners de natuurlijke omgeving als belangrijkste kernwaarde van onze gemeente. Onze maatschappij is sterk afhankelijk van de natuur en de producten en diensten die deze levert. Het natuurlijk systeem staat aan de basis van onze welvaart en samenleving.
Natuur is leidend: natuurinclusief, klimaatrobuust en circulair handelen
We willen onze relatie met de natuur herstellen. En daarmee zorgen voor een robuust en veerkrachtig natuurlijk systeem. Dit betekent dat we in alles wat we doen het natuurlijk systeem respecteren en het gebruik ervan verduurzamen: van aantasten naar versterken. We borgen de vitaliteit ervan en daarmee het behoud van deze belangrijke basis voor onze samenleving.
Herstel is noodzakelijk voor behoud en versterking van de biodiversiteit en om onze leefomgeving weerbaar te maken tegen het veranderende klimaat. Die keuze heeft gevolgen voor de manier waarop we wonen, werken, leven en ons voedsel produceren. Dat doen we zoveel mogelijk natuurinclusief, klimaatrobuust en circulair. Integratie van natuur is daarmee een opgave voor alle andere vormen van landgebruik en beheer. Gedeeld eigenaarschap is belangrijk om de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het natuurlijk systeem te benadrukken.
Bij het aanwijzen van nieuwe locaties voor wonen, werken en andere functies kiezen we locaties waar het natuurlijk systeem voldoende draagkracht heeft. Hiermee borgen we een betere balans tussen het benutten en beschermen van de natuur.
In de verschillende gebieden van Ede maken we afspraken met gebiedspartners om te komen tot een integrale basiskwaliteit natuur: een minimumniveau waar onze leefomgeving aan zou moeten voldoen om deze leefbaar te houden voor natuur en mens. Met die basiskwaliteit zal het herstel van natuur en landschap ook periodiek meetbaar worden en kunnen we jaarlijks aan ons bestuur en inwoners de voortgang melden.
We kiezen voor natuurinclusieve, circulairelandbouw, vooral in landschappen met belangrijke natuurwaarden
Werken aan robuuste groen- en waterstructuren voor biodiversiteit/klimaatadaptatie
We werken samen met onder andere Rijk, provincie en natuurbeheerders aan herstel en instandhouding en uitbreiding van onze natuurgebieden (Gelders Natuurnetwerk, Bossenstrategie). We voorkomen een verder verlies van de biodiversiteit en we keren de significante verslechtering van onze bossen, heiden en stuifzanden. Daarvoor nemen we gerichte maatregelen en monitoren we de effecten. We vergroten het natuuroppervlak en verbinden de kernnatuur-gebieden. Dat doen we via natuurinclusieve landbouw, via robuuste natuurverbindingen of via aanleg en herstel van groene landschapselementen.
We maken ons sterk voor een robuust groenblauw raamwerk dat inzet op de groene kernkwaliteiten van de Veluwe en de Vallei en daartussen de flanken als overgangszone.
Groene corridors verbinden de natuurgebieden en lopen door in de dorpen en wijken. Het raamwerk draagt hiermee bij aan:
De kwaliteit en de identiteit van het landschap en het groen in de dorpen en buurtschappen;
klimaatbestendigheid, het vasthouden en bergen van water en het tegengaan van hittestress;
het behouden en vergroten van biodiversiteit en ecologische waarden;
een toekomstbestendige en gezonde leefomgeving.
In het kader van de gezamenlijke drinkwaterzorgplicht werken wij met de provincie en Vitens aan voldoende schoon drinkwater. Er is ruimte voor ander gebruik van de diepe ondergrond zoals geothermie maar de kwaliteit van het grondwater staat daarbij voorop.

Het natuurlijk systeem als basis betekent een uitbreiding van de voorkeursvolgorde waterbeheer. Van de traditionele trits:
naar de vijfslag:
1. besparen
2. vasthouden
3. bergen
4. aanpassen
6. afvoeren.
Met de afspraken uit het Klimaatakkoord, de daaruit voortkomende Bossenstrategie en het aanvalsplan voor het landschap zet het Rijk een landelijke koers uit voor de vergroening van Nederland. In Ede liggen er in de natuurgebieden en in het landelijk gebied kansen om invulling te geven aan deze koers. Voorbeelden zijn: agroforestry (bosbouw met landbouw), de aanleg en het herstel van karakteristieke landschapselementen en de vervanging van naaldbomen door loofbomen in onze bossen. De groene koers vanuit het Klimaatakkoord biedt ook mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel en beperking van verdroging.
Op de flanken van de Veluwe, die als gevolg van klimaatverandering te maken krijgen met veel sterkere wisselingen van de grondwaterstand, werken we aan een zogenoemde klimaatmantel. Hier wordt regen- en grondwater opgevangen en vastgehouden waardoor beken jaarrond water kunnen leveren. Het schone grondwater zorgt ervoor dat bijzondere natuurwaarden kunnen ontwikkelen. In de landbouwgebieden in deze zone kan met een fijnmazig systeem van stuwtjes meer water worden vastgehouden. Zo worden ook lager, stroomafwaarts gelegen gebieden beter bestand tegen droge perioden.
Binnenveld verder ontwikkelen als groene long aan de zuidkant van Foodvalley
In wijken en dorpen bouwen in meer lagen om groen te behouden en toe te voegen
In de stedelijke gebieden gaat verdichting gepaard met vergroening, door vaker in meerdere lagen te bouwen, waarbij de boven- en ondergrond in samenhang worden meegenomen. We reserveren voldoende ruimte voor groen, vooral in de meest versteende gebieden zoals Ede-Zuid, Maandereng, delen van Veldhuizen en bedrijventerreinen rondom de Keesomstraat.
Kiezen voor natuurinclusieve, circulaire landbouw
We kiezen voor natuurinclusieve, circulaire landbouw, vooral in landschappen met belangrijke natuurwaarden. We zoeken naar combinaties met kleinschalige (dag)recreatie en gebiedsgebonden bedrijvigheid.
Veluwe op 1 met zonering en herkenbare poorten
Om de bestaande natuurwaarden en gebieden te beschermen is het belangrijk om een goede zonering te ontwikkelen, zowel binnen natuurgebieden als daarbuiten. We willen graag van onze mooie natuur blijven genieten, maar het is gezien de achteruitgang van de natuur ook van belang dat de natuur echt op één komt. We (ver)leiden de recreanten via een netwerk van poorten (o.a. station EdeWageningen, Otterlo en Ginkelse hei) naar die gebieden die de recreatiedruk het beste kunnen verdragen. Daarmee ontzien we de meer kwetsbare gebieden.
Overgangsgebied van 1 tot 1,5 km van Veluwe naar Vallei
Op de overgang van Veluwe naar de Vallei zien wij een overgangsgebied van 1 tot 1,5 kilometer waar het herstel en bescherming van natuurwaarden nog meer dan elders in de Vallei prioriteit heeft. Intensieve vormen van recreatie en bedrijvigheid hebben ook invloed op de omgeving. Voor de kwetsbare soorten in de natuurgebieden is de grens op verschillende punten bereikt. Daarom kiezen we ervoor om grenzend aan de Veluwe een overgangsgebied aan te wijzen. In dit overgangsgebied is ruimte voor activiteiten die goed samengaan met de natuur en deze een positieve impuls kunnen geven. Voorbeelden zijn kleinschalige en natuurinclusieve vormen van recreatie en bedrijvigheid. De provincie Gelderland is ook bezig met het formuleren van beleid voor de gebieden grenzend aan de Veluwe. Het is van belang actief hierin samen te werken zodat het gemeentelijk en provinciaal beleid elkaar aanvult en versterkt. Veel Edese kernen en verschillende vormen van bedrijvigheid liggen op deze overgang van Veluwe naar de Vallei en zijn daardoor (deels) omringd door het overgangsgebied van 1 tot 1,5 kilometer. Bijvoorbeeld dorpsuitbreidingen en ontwikkeling van Kernhem-noord blijven in dit gebied mogelijk, mits natuurwaarden sterk worden geïntegreerd.
Het Binnenveld is de groene long aan de zuidkant van Foodvalley
In aanvulling op de zonering en om de Veluwe te ontlasten, verhogen we de aantrekkelijkheid van ons landelijk gebied voor de recreanten en toeristen. Dit doen we in zogenaamde voor verweving kansrijke landschappen. Voorbeelden van kansrijke landschappen zijn de flanken van de Veluwe met de open engen, de kleinschalige veenontginningen rondom Ederveen, het open landschap van het Binnenveld, het fijnmazige kampenlandschap van De Kraats en het veelzijdige Eeskoterveld tussen Otterlo en Harskamp met het landgoed Harscamp als cultuurhistorisch hoogtepunt. In deze gebieden zetten we in op diversiteit en gebruiken we de oude landschapsstructuur als uitgangspunt voor een meervoudig landgebruik. Wonen, recreëren, kleinschalige bedrijvigheid en natuurinclusieve landbouw zorgen voor een aantrekkelijk en (bio)divers landschap. Het Binnenveld willen we verder ontwikkelen als groene long aan de zuidkant van Foodvalley, met het eerder opgestelde Landschaps-ontwikkelingsplan als vertrekpunt.
Voldoen aan de stikstofreductiedoelen en tegelijk perspectief bieden aan boeren
Stikstof
Uitgangspunt van onze aanpak is om in nauwe samenwerking met de boeren te voldoen aan de stikstofreductiedoelen en tegelijk perspectief te bieden aan boeren. In de regio Foodvalley werken we daarvoor aan structurele systeemoplossingen en technische innovatie. We kijken bijvoorbeeld naar bodemverbetering, circulair veevoer, dierenwelzijn en eiwittransitie (van dierlijk naar plantaardig eiwit). Aanvullend werken we aan betere informatie op basis van een gedetailleerd emissiemeetnetwerk op bedrijfsniveau en monitoring van de fijnstof- en ammoniakconcentraties op leefniveau. De ambitie is: de stikstofuitstoot dermate terugdringen dat de aangewezen Natura 2000-gebieden weer voldoen aan de Europese instandhoudingsdoelstellingen waardoor de biodiversiteit op peil blijft. Tegelijkertijd willen we ruimte creëren voor economische ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijfsontwikkeling en energietransitie. In onze gemeente zal de benodigde emissiebeperking vanuit de agrarische sector een grote opgave worden.

Werk maken van Foodvalley
Ede kiest voor food en innovatie (KennisAs, agrarische proeftuin en vestigingsklimaat, 1 á 2% extra banen per jaar).
KennisAs doorontwikkelen met hoogwaardige complementaire woonwerkgebieden.
(Boven)stedelijke voorzieningen in Edecentrum en WFC/station.
Ruimte voor bedrijvenclusters langs de A30 en A12.
Meer werk maken van hoogwaardige vrijetijdseconomie (o.a. recreatie, cultuur en horeca).
In dorpen beperkt ruimte voor groei naar eigen (werk)behoefte.
Herontwikkeling vrijkomende agrarische erven qua schaal/functie passend bij doelen Omgevingsvisie.
Onze economische ambities hebben we vertaald in de strategische keuze ‘Werk maken van Foodvalley’ en uitgewerkt in drie onderdelen:
1. Next-economie
2. Vrijetijdseconomie
3. Agrarische sector
Ede kiest voor food en innovatie en dooronwikkelen KennisAs
De basisambitie voor het thema economie begint bij voldoende en goede banen voor de (nieuwe) inwoners van gemeente Ede. Passend werk draagt bij aan een goede fysieke en mentale gezondheid. Daarvoor is een dynamische en vitale lokale en regionale economie essentieel. Voor Ede is belangrijk dat onze bedrijven en organisaties durven te innoveren en flexibel zijn. Voor de realisatie van een aantal doelen uit de Omgevingsvisie is voldoende technisch geschoold personeel een voorwaarde. Daarom werken onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en gemeente samen om de in- en uitstroom van technisch opgeleide leerlingen te bevorderen.
We maken al ruime tijd werk van food, innovatie en de ontwikkeling van Foodvalley. We beschikken over de dynamische KennisAs Ede-Wageningen. Voor de versterking van kennisintensieve bedrijvigheid speelt het bedrijfsterrein Food Innovation District, direct gelegen bij de World Food Center Experience een cruciale rol. Naast de samenwerking met de universiteit in Wageningen (WUR), hbo, mbo, kennisinstellingen (Kenniscampus) en gerelateerde bedrijven. Innovatie en duurzaamheid rond food komen hier bij elkaar. De KennisAs en het kenniscluster EdeWageningen worden steeds belangrijker voor onze economie. Ook de ontwikkeling van een culturele hotspot in de stationsomgeving/ WFC draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Gemeente Ede kent een gestage historische groei van het aantal banen. Die lijn willen we doortrekken richting 2040. Nieuwe werkgelegenheid is vanzelfsprekend nodig in een
sterk groeiende gemeente als Ede. We kiezen voor een sterke kenniseconomie en voor een duidelijke KennisAs met hoogwaardige werkgebieden, gemengde locaties (verschillende vormen van bedrijvigheid) en een beperkt aantal (kennis)centra met voorzieningen die elkaar aanvullen en versterken. Die aantrekkelijke omgeving is nodig om specifieke doelgroepen aan ons te verbinden en zich thuis te laten voelen in Ede en langs de KennisAs: innovatieve bedrijven in agro & food én de talenten die daar gaan werken. Het gaat om jonge starters, grote bedrijven, maatschappelijke organisaties, consumentgerichte agrofoodbedrijven, kennisgedreven zakelijke diensten, et cetera.
Voldoende en goede banen voor de (nieuwe) inwoners van Ede
Ruimte voor bedrijven(clusters) langs A30 en A12, in dorpen voor eigen behoefte
Voor het ‘reguliere’ bedrijfsleven wordt voorzien in ontwikkelingsruimte op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Hierover worden regionale afspraken gemaakt met de andere gemeenten in Regio Foodvalley, om de behoeftes in kwantiteit en kwaliteit zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen en schaarse ruimte zo goed mogelijk te benutten.
Versterking van het food-profiel van Ede en de hele regio – als drijvende kracht voor de gehele economie – staat ook in de regionale samenwerking voorop, evenals het investeren in duurzaamheid en circulaire economie. Uitgifte van nieuwe terreinen zal daarom zoveel mogelijk gericht zijn op het huisvesten van bedrijven die passen bij de Edese economie en de Edese speerpunten. Deels gaat het om Edese bedrijven die verplaatst (moeten) worden, bijvoorbeeld omdat ze groeien of omdat de bestaande locatie niet langer geschikt is (bijvoorbeeld in het landelijk gebied of een transformatiezone). In Ede zijn de zones langs de A12 en A30 het meest geschikt voor het faciliteren van bedrijventerreinen. Zoekgebieden voor nieuwe locaties sluiten zo goed mogelijk aan op bestaande locaties zoals het Food & Business Park (A12), BT A12 en Kievitsmeent (A12-A30). Bij Lunteren zal extra ruimte voor bedrijvigheid zich concentreren bij de Stroet. Impact ondernemen, innovatief ondernemerschap, circulaire economie en startups stellen weer hun eigen specifieke eisen aan de bedrijfsomgeving zoals (tijdelijke) huisvesting voor startups in het WFC (betaalbaar en flexibel).
Bij de dorpen zal beperkt ruimte worden geboden voor het faciliteren van de lokale en kleinschalige behoefte. Beperkt in die zin, dat bedrijven die te groot worden bij voorkeur een plek krijgen op bedrijventerreinen langs A12 en A30. Nieuwe werklocaties worden ‘groen’ ontwikkeld: zoveel mogelijk natuurinclusief en circulair, met aandacht voor biodiversiteit en gezondheid.
Op bestaande bedrijventerreinen investeren we in de kwaliteit en toekomstwaarde van locaties, zodat bedrijven zich daar zo lang mogelijk thuis voelen. Revitalisering is tijdrovend, kostbaar en complex. Tegelijkertijd is het een cruciale stap om ruimte zo zorgvuldig mogelijk te benutten. We focussen in onze inspanningen op de samenwerking met eigenaren en gebruikers met als ambitie kwaliteit te vergroten en duurzaamheid te versterken.
Een deel van de bestaande (binnenstedelijke) bedrijventerreinen komt in aanmerking voor (gedeeltelijke) transformatie naar andere functies en meer menging met bijvoorbeeld wonen. Een dergelijke ontwikkeling zal worden verkend voor bijvoorbeeld Klaphek en het gebied rondom de Keesomstraat. Ook voor diverse langdurig leegstaande kantoren is transformatie mogelijk een beter toekomstperspectief. Waar ruimte voor bedrijvigheid verdwijnt, zal deze zoveel mogelijk elders (in Ede) worden gecompenseerd: op één van de (nieuwe) bedrijventerreinen of op een geschikte kantorenlocatie nabij een station (EdeWageningen (Noordplein), De Klomp, toekomstig station Ede-West) of in de omgeving van Ede-centrum.
Ede en de Foodvalley beschikken – met de Veluwe als achtertuin – over een zeer aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat koesteren en ontwikkelen we
Landelijk gebied
Naast de grote werklocaties kent gemeente Ede ook een zeer ondernemend landelijk gebied. Ook daar blijft sprake van economische dynamiek: naast transitie en vernieuwing in de agrarische sector zal er binnen bepaalde grenzen ook ruimte blijven voor andere bedrijvigheid. Vrijkomende agrarische bebouwing biedt kansen voor het huisvesten van nieuwe of andere (economische) functies. In de buurtschappen, dorpen en op de voormalige agrarische bedrijfslocaties ontstaan vaak nieuwe bedrijven, die zich van daaruit verder willen ontwikkelen. Daarbij komen soms de grenzen van de mogelijkheden in het landelijk gebied in beeld. We willen ook in de toekomst ruimte bieden voor dat ondernemende landelijk gebied. Maar wel met oog voor een passende schaal en functie en gericht op het versterken van de omgevingskwaliteit en de vitaliteit van het landelijk gebied. Ter illustratie: het gaat om niet-agrarische bedrijven met een omvang van maximaal 500 vierkante meter, met eventueel mogelijkheden tot doorgroei naar 1.000 vierkante meter op plekken waar geen sprake is van overlast en die goed ontsloten zijn. Het is ook denkbaar dat locaties geheel of gedeeltelijk worden gesloopt en herontwikkeling op andere locaties nabij de dorpen of Ede-stad plaatsvindt. Verdere doorgroei van de bedrijven uit het landelijk gebied zal zoveel mogelijk worden gefaciliteerd in Ede-stad en Lunteren of op één van de lokale bedrijventerreinen die specifiek bedoeld zijn voor lokale bedrijvigheid.
Retail
De opgave is om tot 2030 de Retailvisie uit te voeren. We willen de huidige structuur grotendeels in stand houden en op onderdelen versterken. Het accent ligt op het hoofdwinkelgebied Ede-centrum, de wijk- en dorpscentra en het detailhandelgebied Lorentzstraat. Elk winkelgebied heeft een eigen hoofdfunctie passend bij het profiel en verzorgingsgebied. Daarnaast bieden het stationsgebied (Ede-Wageningen) en het WFC beperkt mogelijkheden, passend bij het specifieke profiel van deze gebieden. We verwelkomen initiatieven vanuit de markt om winkelpanden buiten of aan de randen van de winkelgebieden te transformeren naar wonen. Toevoeging van nieuwe winkelgebieden is niet wenselijk en nieuwe detailhandel buiten de bestaande winkelgebieden staan we niet toe.
De impact van de COVID-pandemie vraagt in het centrum van Ede langdurig aandacht voor doorontwikkeling en eventuele functieverandering van detailhandel en horecabedrijven om perspectief te creëren voor die bedrijven en leegstand te voorkomen. Aandachtspunten daarbij zijn branchevervaging en functiemenging, ook in de dorpen. We hebben aandacht voor een levendige, groene, compacte en aantrekkelijke binnenstad. We zetten in op het verrijken van het verhaal en terugbrengen van ‘eigenaarschap’ in de binnenstad en vitale dorpen en buurtschappen.
Meer werk maken van hoogwaardige vrijetijdseconomie
Gemeente Ede en de Foodvalley beschikken – met de Veluwe als achtertuin – over een zeer aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat koesteren en ontwikkelen we. Met streven naar een aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving met goede voorzieningen (winkels, horeca, cultuur), die eraan bijdraagt dat bedrijven het ‘talent’ kunnen aantrekken dat nodig is voor onze innovatieve economie. Ook duurzame mobiliteit en een goede bereikbaarheid zijn daarin belangrijk.
Wonen en (thuis)werken zullen in de toekomst naar verwachting meer en meer verbonden worden en dat zullen we terugzien in wijken. De (winkel)centra in Ede, Bennekom, Lunteren en de overige dorpen en buurtschappen vervullen een belangrijke functie als knooppunten van economische activiteiten, voorzieningen en ontmoeting. De levendigheid in de centra is in beweging, onder meer vanwege veranderend consumentengedrag. Het borgen en versterken van de levendigheid blijft ook in de toekomst één van de prioriteiten. Om die reden zullen we blijvend kijken naar kansrijke transformaties (meer wonen) en functiemenging. De aantrekkelijkheid van Ede voor inwoners en bedrijven wordt ook versterkt door een rijk aanbod van sport- en culturele voorzieningen. Naast de basisvoorzieningen, zetten we in op verdere versterking van cultuur en sport als cruciale vestigingsfactoren.
De mooie omgeving en de Veluwe vormen niet alleen een belangrijke vestigingsfactor, maar ook een belangrijke basis voor die vrijetijdseconomie. Om die sterke vrijetijdseconomie in Ede te kunnen behouden moeten en willen we blijven investeren. Ook in de toeristische sector is een deel van de bedrijven zwaar getroffen door de COVID-pandemie. Een ander deel profiteert juist van het feit dat Nederlanders in eigen land recreëren. In 2040 is Ede meer dan ooit een grote groene Veluwse gemeente, waar de balans tussen bezoekers, natuur en inwoners optimaal is. De natuur en economie zijn gezond. Bezoekers spreiden zich via slimme infrastructuur goed in tijd en ruimte. Duurzaam toerisme speelt een grote rol. In de lijn met de Veluwe Agenda 2030 streven we naar een gezond evenwicht tussen natuur en economie. Versterking van de kwaliteit van toerisme en recreatie is daarbij een middel voor versterking van de Veluwse natuur, behoud van ecologische waarden en een sterke economie.
Wij hebben de uitgangspunten uit de Veluwe Agenda vertaald in de visie op Recreatie en Toerisme. We zetten daarbij in op vijf speerpunten:
Beleefbaar (natuurlijk) stamkapitaal: Dit gaat over de beste Veluwebeleving, met een goede balans tussen natuur en recreatie en met oog voor de actuele, militaire functie. We zetten in op: verbinden van gebieden, versterken en beleving van (militair) erfgoed en cultuurhistorie, versterken van de natuurbeleving Veluwe en voedselbeleving in de openbare ruimte.
Vitale verblijfsrecreatie: De beleving van de gast staat voorop. In de toekomst is de verblijfsrecreatiesector vitaal en heeft elk bedrijf een duidelijke positionering gekozen. Die is gebaseerd op de kwaliteit van voorzieningen, de aangeboden activiteiten en de waarden die het bedrijf uitdraagt. Er is sprake van sterk ondernemerschap, met een duidelijke gast- en belevings-oriëntatie. Met het programma Vitale Vakantieparken zetten we in op kwaliteitsverbetering en een toekomstbestendig aanbod van vakantieparken.
Aantrekkelijke en gevarieerde routenetwerken: Voor fietsen, wandelen, paardrijden en mountainbiken is het aanbod op orde. Het fietsknooppuntennetwerk is gereed, in 2021 zijn er 80 kilometer vernieuwde mountainbikeroutes bij gekomen en is circa 170 kilometer aan ruiter- en menroutes vernieuwd. Hierbij is de verbinding met ondernemers langs de routes (o.a. horeca, overnachten) essentieel. De komende jaren wordt gewerkt aan een vernieuwd wandelnetwerk.
Veelzijdige topactiviteiten: Er is een ruime keuze aan uitstapjes in de gemeente Ede: natuur, cultuur, outdoor, evenementen en nog veel meer. In de toekomst heeft Ede meer en veelzijdiger topactiviteiten te bieden, die jaarrond te bezoeken zijn. Vraag en aanbod sluiten optimaal op elkaar aan. Concreet betekent dit dat de gemeente Ede toeristisch-recreatieve initiatieven gaat stimuleren die passen bij de thema’s smaak (belevingsgebied ‘smaakvolle Veluwe’), militaire historie (belevingsgebied ‘bevochten Veluwe’) en Kröller-Müller (belevingsgebied ‘Hoge Veluwe’), topactiviteiten, onthaasten (‘stille Veluwe’) en diversificatie in doelgroepen. Daarmee sluiten we aan bij de belevingsgebieden die Visit Veluwe in haar gebiedsmarketing en beleving voorop stelt en geven daar een lokale invulling aan.
Marketing en informatievoorziening: Voor ondernemers in de recreatie- en toerismesector is een goede toeristische (gebieds)marketing van essentieel belang.
Visit Veluwe en Ede-Marketing zorgen voor de online en offline informatievoorziening en gastheerschap van Ede.
Gemeente Ede ligt in het hart van Foodvalley. We benutten volop de kansen voor onderwijs, onderzoek, innovatie én de werkgelegenheid die dat met zich meebrengt. In en rondom de voedselproductie vindt enorme innovatie plaats. Van over de hele wereld komen mensen hier leren hoe het kan. Ede is een agrarische proeftuin bij uitstek. We doen dit niet alleen, maar werken nauw samen met de andere partijen in Foodvalley. We zijn trots op de agrarische sector, de voedselproductie en kennis.
We zijn trots op agrarische sector, de voedselproductie en kennis
Voor de agrarische sector zijn de volgende opgaven in beeld:
Het vitaal houden van de agrarische sector: we willen de sector een toekomstperspectief bieden, voor de ondernemers zelf maar ook met het oog op onze (kennis)economie, de innovatiekracht, het landelijk gebied en het landschap.
het gezond houden of maken van de leefomgeving: verminderen van uitstoot van stikstof en fosfaat naar bodem en water, maar ook verminderen van fijnstof en ammoniak naar de lucht.
Het beter in beeld brengen, waarderen en belonen van de maatschappelijke meerwaarde en diensten van de landbouw zoals landschap, biodiversiteit, zorg, recreatie, onderwijs, onderzoek, innovatie et cetera.
Een vitale agrarische sector is niet vanzelfsprekend. De sector staat flink onder druk vanuit de markt, het beleid en de regelgeving vanuit Europa en het Rijk. Wij zetten ons in voor een vitale agrarische sector met de middelen en mogelijkheden die we zelf hebben en in samenwerking met Rijk, provincie, de sector en ander partners.
Natuurinclusieve circulaire landbouw (zie Natuur als basis)
We kiezen voor een natuurinclusieve en circulaire landbouw, die werkt met respect voor de natuur, binding heeft met de omgeving én economisch perspectief. Bij circulaire landbouw gaat het bijvoorbeeld om varkens en kippen die reststromen (kunnen) eten. En om kalveren die onlosmakelijk verbonden zijn met de melkveehouderij. Bij natuurinclusieve landbouw gaat het om boeren met de natuur mee, gebruik maken van natuurlijke processen en bevorderen van biodiversiteit. Dat is een richting waarin we de komende decennia gaan werken.
We willen gezonde landbouwgronden zoveel mogelijk behouden en zo natuurinclusieve landbouw mogelijk maken. Daar is actief beleid voor nodig: boeren in Ede die willen doorgaan moeten toegang houden en krijgen tot grond van boeren in Ede die stoppen. We zetten ons in voor een betere waardering en beloning van boeren die duurzamer gaan boeren en zo een grotere bijdrage leveren aan natuur, klimaat en biodiversiteit. Extensiever boeren is gewenst in een zone rondom de Veluwe. De agrarische sector draagt bij aan het instandhouden van landschappen. Een goed economisch perspectief voor de sector is daarbij een belangrijke randvoorwaarde.
Wij kiezen voor diversiteit. De innovatieve, circulaire, hightech kalverhouder die voor het buitenland produceert is in Ede te vinden, maar ook de extensievere pluimveehouder die de dieren buiten laat lopen onder de notenbomen. In Ede ontstaan ook nieuwe vormen van landbouw, zoals insectenteelt, notenteelt, agroforestry, groententeelt en andere vormen van voedselproductie. Op deze manier bevorderen we diversiteit én biodiversiteit. Maar ook combinaties van voedselproductie met recreatie, zorg of onderwijs krijgen ontwikkelingsruimte.
We stimuleren de bewustwording over waar voedsel vandaan komt bij de inwoners van Ede. Dat biedt volop kansen: zowel voor de waardering als het verdienmodel van de boeren, en om de verbinding van het landelijk met stedelijk gebied.
Herontwikkeling vrijkomende agrarische erven qua schaal/functie passend bij doelen Omgevingsvisie
Bij de stoppende agrarische bedrijven vormen de vrijkomende agrarische bebouwing/erven een aandachtspunt. Ede gaat meer dan eerder inzetten op slimme oplossingen voor deze erven, en maakt hiervoor ruimte in beleid op een manier waarbij we kwaliteit en de sociale samenhang van het landelijk gebied behouden en versterken.

Compacte groei
Meervoudig ruimtegebruik is het uitgangspunt.
Compacte groei en een Ede-stad met hoogbouw.
Anticiperen op toekomstige (technologische) ontwikkelingen.
Verdichten heeft prioriteit, daarnaast verkennen van drie zoekgebieden: Kernhem- Noord (uitbreidingsgebied), De Klomp- Ederveen, KennisAs Ede-Wageningen.
Balans in groei van wonen (11.000-15.000 woningen) en werken (90-110 ha)
Ontwikkelingen sluiten aan op plaatselijke bereikbaarheid lopend, per fiets, auto of OV
Eigenheid
Maak Ede-stad, de dorpen en het buitengebied meer onderscheidend met een ruimtelijk raamwerk.
Het kenmerkende Edese landschap leesbaar houden en versterken.
Rijke geschiedenis en cultureel erfgoed koesteren.
We wonen, werken en leven in een prachtige gemeente met onderscheidende dorpen en buurtschappen, fraaie landschappen en een rijke (cultuur)historie. Ontwikkelingen in het verleden hebben geleid tot de eigenheid van Ede zoals we die vandaag de dag kennen. Met veel kwaliteiten, maar ook verbeterpunten en de noodzaak voor aanpassingen met het oog op de toekomst. We vinden het belangrijk daarbij de karakteristieke opbouw en diversiteit van gemeente Ede te behouden en te versterken. We blijven inzetten op behoud van onze kwaliteiten en erfgoed door bescherming en ontwikkeling. Waardevolle kenmerken van gebouwen, structuren en landschappen zijn daarbij de inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkeling. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat Ede zich ook kan blijven ontwikkelen en vernieuwen. Het benutten van het landschap heeft immers juist ook bijgedragen aan de gewaardeerde basis van Ede zoals we die nu kennen. We willen een balans creëren tussen beschermen en benutten.
De eigenheid van gemeente Ede beschrijven we in een ruimtelijk raamwerk van landschappelijke en historische structuren, die we beschermen. Binnen dit structurerend raamwerk laten we zien waar ontwikkelingen mogelijk zijn en hoe beschikbare ruimte goed wordt benut. Steeds meer dragen ook de ‘zachte’ aspecten zoals gezondheid, natuur en menselijke maat bij aan de kwaliteit van onze leefomgeving. Vanuit de karakteristieken van gebieden ontwikkelen we bijvoorbeeld bij de locatie passende woongebieden met bijbehorende architectuur en bebouwingsopzet. Op plekken van bijzondere betekenis, zoals centra of bijzondere landschappen, verwachten we extra kwaliteit.
Met alle ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie en het natuurlijk systeem realiseren we ons dat we slim en verstandig met de beschikbare ruimte moeten omgaan. Daarom kiezen we voor compact groeien en bouwen. Dit betekent vooral compacte groei ín en van de wijken, dorpen en buurtschappen. De kwaliteit van onze leefomgeving vraagt daarnaast om meer openbare ruimte en robuuste groenstructuren. Juist ook in de dorpen en buurtschappen waar groen en openheid bijdragen aan het dorpse karakter. Vaker dan voorheen kiezen we daardoor voor meervoudig ruimtegebruik: meer stapeling en schakeling van functies en ook de introductie van nieuwe woon- en werkvormen en -concepten.
We vinden het belangrijk dat wonen en werken in gemeente Ede in een goede balans ontwikkelen en met een passend bereikbaarheidsprofiel. Met compact bouwen werken we aan levendigheid, en door efficiënte en hoogwaardige oplossingen voor mobiliteit en parkeren kunnen we makkelijker de auto laten staan. We stimuleren collectief of meervoudig ruimtegebruik en menging van functies. Dit is ook goed voor onderlinge zorg en ontmoeting.
De intensiteit van het ruimtegebruik ondergronds neemt toe en zorgt voor knelpunten boven- en ondergronds. We kiezen ervoor meer de regie te nemen en te sturen op duurzaam gebruik van de ondergrond. Zo creëren we bijvoorbeeld meer ruimte voor bomen en water in de stad. Met het oog op al de ontwikkelingen die op ons afkomen maken we de strategische keuzen voor compacte groei en versterking van de eigenheid.
Slim en verstandig met de beschikbare ruimte omgaan. Daarom kiezen we voor compact groeien en bouwen
Compacte groei met meervoudig ruimtegebruik
Compacte groei betekent zorgvuldig in- en uitbreidingslocaties bepalen op basis van de vijf strategische keuzen binnen de robuuste structuur van het raamwerk. We streven naar gebiedseigen uitbreiding en koppeling van bestaande voorzieningen en structuren om versnippering te voorkomen.
Meervoudig ruimtegebruik biedt kans om landschappen te behouden en te versterken en binnenstedelijk ruimte te creëren of behouden voor robuuste groenstructuren. Voorbeelden van meervoudig ruimtegebruik zijn dat bij nieuwe functies of activiteiten het dak standaard wordt ingezet als energiewinning en dat – bij ontwikkelingen in het landelijk gebied – gewerkt wordt aan natuur- en landschapsherstel. Maar ook andere combinaties zijn noodzakelijk, bijvoorbeeld waterberging en vergroening in combinatie met verstedelijking.
Alle nieuwe wijken en nieuwbouw zijn natuurinclusief en wekken hun eigen stroom op
Bouwen voor eigen behoefte in het luwe deel
In de dorpen en buurtschappen in het luwe deel van de gemeente bouwen we voor eigen behoefte. Deze eigen behoefte is vaak zo groot dat in de dorpen, naast inbreiding en verdichting, ook uitbreidingen noodzakelijk zijn. In vergelijking met de andere dorpen betekent dit voor Lunteren een grotere woningbouwopgave. Op beperkte schaal bieden inbreiding en/of transformatie in de centrumgebieden en bedrijfspercelen kansen voor compacte groei. Afstemming op de dorpse schaal in combinatie met het toevoegen van nieuwe woonvormen/- concepten zorgt voor gevarieerde woonmilieus.
In de buurtschappen en op geschikte agrarische erven is ruimte voor (dag)recreatieve functies, kleinschalige bedrijvigheid of nieuwe woon- en werkvormen. Ontwikkelingen borduren voort op de karakteristiek van het buurtschap. Zo bouwen we aan de herkenbaarheid en identiteit van het landelijk gebied. Woonontwikkelingen zijn incidenteel, compact en kennen een gebalanceerd en gevarieerd aanbod gericht op starters en senioren.
Verdichten, in Ede-stad met hoogbouw, daarnaast verkennen drie zoekgebieden
In de kern Ede plus de zoekgebieden bouwen we ook voor de bovenregionale instroom, maar qua woningtypes primair naar de behoefte van de Edese inwoners. Dit doen we deels door verdichting en inbreiding en aanvullend in drie zoekgebieden voor woningbouw: KernhemNoord (uitbreidingsgebied), het gebied ten noorden van intercitystation De Klomp en de KennisAs Ede-Wageningen.
In Ede-stad bouwen we aan een stedelijke omgeving met hogere dichtheden en meer hoogbouw. Met hoogbouw bedoelen we in Ede gebouwen die duidelijk boven de grote boomtoppen uitsteken: acht bouwlagen en hoger. Geschikte gebieden hiervoor zijn de OV-knopen en voorzieningencentra. Hoogbouw biedt hier kansen om verdichting én vergroening te combineren. Daarnaast kunnen woontorens bijzondere plekken in de hoofdstructuur van de stad accentueren. Hoogbouw heeft een grote impact op het stadsbeeld en vraagt om architectuur van hoge kwaliteit. De natuurlijke beleving van de Veluwe moet intact blijven, hoogbouw blijft onzichtbaar vanaf de Ginkelse Heide.
Voorwaarde is verder een aantrekkelijk maaiveld met, naast vergroening, levendige plinten (begane grond) en veelal gebouwde parkeervoorzieningen. We stellen een programma voor hoogbouw en verdichting op die onderbouwt op welke plekken en in welke vorm, differentiatie en woonconcepten we hoogbouw kunnen en willen toevoegen in Ede.
Verdichting biedt kansen voor een grootschalige herstructurering met een sterkere verbinding tussen de wijken en vergroening van versteende gebieden. We zetten in op een grote diversiteit. Hierdoor wordt uiteindelijk de doorstroming op gang gebracht, waardoor er in Ede voor iedere woonwens passende woonvormen beschikbaar zijn.
Sterke verbindingen met het landelijk gebied nodigen uit tot gezond gedrag en brengen voedsel en natuur dichtbij. Introverte wijken in het na-oorlogse deel van Ede worden langzaamaan opener aan de randen. Wijken worden met elkaar verbonden en kunnen van elkaars voorzieningen of parken gebruik maken. Anonieme, brede verkeerswegen, zoals de Keesomstraat, Veenderweg en Slotlaan, worden aantrekkelijke stadslanen waaraan bestaande en nieuwe wijken zich laten zien. We creëren een nieuwe balans tussen gebruik, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit.
Verdichting is complex, kost veel tijd en de woonbehoefte is te groot om alleen binnen de stad op te lossen. Daarom verkennen we drie zoekgebieden. Vanwege de grote woonbehoefte wordt Kernhem-Noord een flinke uitbreidingslocatie. Voor De KlompEderveen wordt verkend waar de uitbreiding primair zal plaatsvinden: rond Ederveen en/ of dichtbij station De Klomp. Dit heeft invloed op de karakteristiek van het woongebied en aantallen woningen. Aandachtspunten hierbij zijn de lage ligging in de Vallei en de noodzakelijke voorzieningen. Voor de KennisAs wordt verkend in welke vorm de toekomstige hoogwaardige woon-werkgebieden het meeste bijdragen aan versterking van de kenniseconomie, waarbij ook de behoeftes van Bennekom worden meegenomen. Hier geldt de noodzaak tot zorgvuldige inpassing waarbij het Binnenveld zoveel mogelijk wordt ontzien.
De groene stedelijke woonmilieus van de zoekgebieden bestaan uit een mix van grondgebonden woningen en appartementen in verschillende compacte configuraties. Door de lage ligging in de Vallei biedt het toevoegen van water een kwaliteitsverbetering voor een eventuele stedelijke ontwikkeling rondom De Klomp-Ederveen. Alle nieuwe wijken en nieuwbouw zijn natuurinclusief en wekken hun eigen energie op. Zonnepanelen op daken worden standaard geïntegreerd bij alle nieuwbouw van woningen en bedrijven.
Balans in de groei van wonen en werken
Grootschalige bedrijfsactiviteiten worden zoveel mogelijk gecombineerd in de Vallei. Langs de A12 en A30 is ruimte voor grootschalige vormen van energieopwekking door wind en zon, zoveel mogelijk gecombineerd of geclusterd met bedrijven, zodat een grootschalig energie- en werklandschap ontstaat. We kiezen voor een goede balans (één woning op één of meer banen) in de groei van wonen (11.000-15.000 woningen) en werken (90-110 ha). We concentreren de stedelijke groei in de zuidkant van Foodvalley en richting het westen, zodat de gemeente Ede ook een plaats voor duurzame werkgelegenheid blijft.
Eigenheid, het kenmerkende Edese landschap leesbaar houden en versterken
We versterken de karakteristieke opbouw en diversiteit van onze gemeente onder andere door het contrast tussen Veluwe en Vallei te vergroten. De landschappelijke en groene structuren op de overgang van Veluwe naar de Vallei willen we meer benutten als unieke eigenschap, als basis voor natuurinclusief ontwerp en als zogenoemde klimaatmantel (buffer tegen klimaatverandering en om biodiversiteit te vergroten). De Veluwse zijde is overwegend groen en rijk aan cultuurhistorie en dit koesteren en beschermen we, ook in de betreffende dorpen en buurtschappen.
Hierbij zetten we in op behoud van de groene kwaliteiten. In de Vallei is meer ruimte voor dynamiek en vernieuwing. De grootste groei en transformatie vindt plaats in de lagergelegen gebieden in de Vallei, rondom Ede, Bennekom, De Klomp en Lunteren.
We bouwen verder aan het landschap. Het is de ambitie om het kenmerkende landschap als beeld en systeem weerbaar te maken en te houden en nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken en te sturen. De investeringen van de boer als landschapsbeheerder hebben geleid tot robuuste groenstructuren, de herkenbaarheid en identiteit van het Edese landschap. Deze waarden staan onder druk door veranderingen van het systeem en transitie van de landbouw, terwijl nieuwe economieën (verdienmodellen) en herwaardering (extensivering) van de Veluwe tegelijkertijd vragen om de robuustheid en aantrekkelijkheid van het landelijk gebied.
Recreatie in het agrarisch gebied is steeds belangrijker, hierdoor is niet alleen de Veluwe maar wordt juist ook een brede zone rondom de Veluwe aantrekkelijk om te fietsen, wandelen of te verblijven. Een robuuste groenstructuur met gezonde bodem en water maakt het buitengebied aantrekkelijk. We werken aan een veerkrachtig landschap en vitaal en levendig buitengebied door sterk te sturen op de aard en verschijningsvorm bij ontwikkelingen. We leggen de basiskwaliteit voor natuur en landschap vast en investeren in het landschap, indien mogelijk benutten we daarvoor opbrengsten uit aangrenzende gebiedsontwikkeling.
De ontwikkelmogelijkheden van de verschillende landschapstypen zijn wisselend. Onze bos- en heidelandschappen en de engen zijn het meest waardevol en kwetsbaar, waardoor we hier terughoudend met ontwikkelingen omgaan. Het kampenlandschap biedt beperkt ruimte voor ontwikkeling; alleen als deze bijdraagt aan de karakteristiek van dit landschapstype. Onze veen- en broekontginningenlandschappen kennen een groter laadvermogen, maar we gaan zorgvuldig om met de aanwezige structurerende en landschapselementen. De landgoederen en historische bebouwing vormen waardevolle parels die we koesteren. In de relatie met de Veluwe ligt de krachtigste kwaliteit van Ede besloten. De herkenbaarheid van het Veluwe silhouet zorgt voor de identiteit van ons landelijk gebied.
Werken aan de eigenheid van Ede door het luwe landelijk gebied en het dynamisch stedelijk gebied scherper te onderscheiden
Gemeentebreed werken we aan de eigenheid van Ede door het luwe landelijk gebied en het dynamisch stedelijk gebied scherper van elkaar te onderscheiden. In het noordelijke landelijk gebied domineren de landschappen met erven, historische structuren en waterlopen en beekstelsels. Door de verwevenheid tussen dorp en landelijk gebied is het omliggende landschap nooit ver weg. Juist hierom moet zorgvuldig worden gekeken waar inbreiding mogelijk is zonder de karakteristiek en de leefbaarheid aan te tasten. Mogelijkheden ontstaan vooral door kleinschalige transformaties, waarbij vooral bedrijfspercelen of vrijkomende agrarische erven een belangrijke rol spelen.
Ontwikkelingen in de dorpse milieus worden zorgvuldig afgestemd op de dorpse schaal. Locaties voor uitbreiding van woon- en werkfuncties moeten nog nader worden bepaald, waarbij het ruimtelijk raamwerk een belangrijke rol speelt voor het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de dorpen en buurtschappen. Het stimuleren van ondernemerschap in het landelijk gebied blijft uitgangspunt, zolang het qua schaal en maat passend is, en geen verdere belasting vormt voor bijvoorbeeld infrastructuur, milieu of landschappelijke karakteristiek.
Ook in de zuidkant van Foodvalley gaat stedelijke ontwikkeling gepaard met landschappelijke versterking. Het Binnenveld krijgt een nog centralere plek in dit deel van de Foodvalley. Met het natuurlijke systeem aan de basis transformeren landschappelijke groene structuren naar verbindende structuren in (nieuwe) woongebieden. Stads- en dorpsranden worden voorkanten en zijn verweven met omliggende landschaps- en historische structuren. Hier komen landschapsparken waar agrarische functies worden gecombineerd met recreatie (bewegen, ontmoeten, sporten en spelen), natuur- en landschapswaarden die sterk verbonden zijn met Ede, Bennekom en De Klomp. De landschapsparken brengen adem- en klimaatruimte in het stedelijk netwerk en zorgen voor overgangen en verbindingen naar het landelijk gebied. Binnen Ede-stad zijn bestaande stadsparken onmisbare schakels in het groenblauwe raamwerk. Stadsparken in Ede stad en kleinere groenstructuren in de dorpen zijn onmisbare schakels in het groenblauwe raamwerk. Ze zorgen tegelijk voor ruimtelijke overgangen tussen verschillende gebieden. Onder andere bij de Klomp wordt zo’n groene overgang uitgewerkt tussen het kleinschalige dorp en het grootschalige Food&Businesspark. Aan de zuidkant van de Foodvalley vormen Ede-stad, Bennekom, Wageningen, Veenendaal en Rhenen al een stedelijk netwerk. De bestaande hoogwaardige infrastructuur en voorzieningen kunnen hier zo veel mogelijk worden benut en versterkt. En de samenhang tussen de gebieden kan worden vergroot.
Versterken van eigenheid centrumgebieden
Aanvullend werken we aan het versterken van de eigenheid door de aanpak van de centrumgebieden voor Ede-stad, de wijken en de dorpen. Historisch en meer recent erfgoed staan aan de basis van het eigen verhaal van een kern en zijn daarmee bepalend voor de eigen identiteit. De zichtbaarheid en beleefbaarheid hiervan biedt een belangrijk fundament en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen. De voetganger en de fietser staan hierbij centraal. Onze centrumgebieden hebben een belangrijke woon-, verblijfs- en ontmoetingsfunctie. Dit vraagt om levendigheid en aantrekkelijke plekken om naartoe te gaan. Door condities te scheppen met aangename ruimtes van hoge kwaliteit voelen mensen zich prettig, en ontstaan plekken voor ontmoeting en beweging. Niet elke kern in Ede heeft echter een helder centrum. Voorzieningen liggen verspreid of raken steeds meer verspreid, waardoor ontmoetingsplekken versnipperen en voorzieningen onder druk komen te staan. Voor deze dorpen en buurtschappen is het van belang dat centrale ontmoetingsplekken met elkaar verbonden worden.
Rijke geschiedenis en cultureel erfgoed koesteren
Onze gemeente, vooral de Veluwse zijde van Ede-stad, de dorpen en buurtschappen, is overwegend groen en rijk aan geschiedenis en cultureel (immaterieel en materieel) erfgoed. Dit koesteren en beschermen we. Bij behoud van de (groene) kwaliteiten is onder voorwaarden kleinschalige ontwikkeling mogelijk. In Ede stad kunnen, gegeven de verdichtingsopgave, ook grootschaliger ontwikkelingen een plek krijgen, mits zorgvuldig ingepast.
Stads- en dorpsranden worden voorkanten en zijn verweven met het omliggende landschap
Ruimtelijk raamwerk om kwaliteiten te beschermen en te ontwikkelen
De eigenheid van gemeente Ede en de onderscheidende karakteristieken van de kernen en de landschappen beschrijven we in een raamwerk van landschappelijke en (cultuur)historische structuren. Essentieel is de herkenbaarheid van de verschillende landschappen, structuur van de wijken, dorpen en buurtschappen en betekenisvolle plekken. Met dit structurerend raamwerk geven we de ontwikkelkansen en ruimte voor verschillende functies weer. Zodoende kunnen we kwetsbare gebieden beschermen, waar nodig het raamwerk repareren en kwaliteiten voor lange tijd borgen. Zo werken we aan de ruimtelijke kwaliteit die ervoor gezorgd heeft dat we prettig wonen, werken en recreëren in Ede.
Een krachtig raamwerk is weerbaar en biedt tegelijk ruimte voor dynamiek, in functies en ontwikkelingen. We bouwen aan een structuur om ontwikkelingen - die we nu nog niet kennen op het gebied van bijvoorbeeld energie, wonen, werken, recreatie en vernieuwingen in de landbouw - in de toekomst een passende plek te kunnen geven. Het is de overkoepelende structuur die, met alle opgaven die op ons afkomen, bijzondere aandacht verdient.
De Omgevingsvisiekaart toont het ontwikkelbeeld voor gemeente Ede in 2040 op hoofdlijnen. Het laat zien hoe de vijf strategische keuzen doorwerken in gebieden. Niet gedetailleerd maar grof, zoals een schets. Veel ontwikkelingen, zoals de uitbreiding van sportvoorzieningen of woningen, zijn als ‘zoekgebied’ getekend. Dit geeft een eerste duiding van de plek maar het geeft niet de exacte locatie en begrenzing van de ontwikkeling weer. Aan de zuidkant van Foodvalley zijn de zoekgebieden voor nieuwe woon- en werklocaties indicatief bepaald. Voor de dorpen in het landelijk-luwe gebied zijn de uitbreidingslocaties en de omvang ervan nog nader te bepalen. Dit hangt onder andere af van de inbreidingsmogelijkheden per dorp.
Voorgaande hoofdstukken hebben laten zien dat we te maken hebben met een ongekend aantal urgente en grote opgaven, onder andere voor leefbaarheid, woningbouw, energietransitie, klimaatverandering, biodiversiteit, toekomst van de landbouw en ruimtelijke kwaliteit. Opgaven, die wij hebben vertaald in vijf strategische keuzen. Deze keuzen beïnvloeden elkaar op vele manieren en vragen daarom om een samenhangende aanpak. In dit hoofdstuk beschrijven hoe we de vijf strategische keuzen willen realiseren.

Sturen op strategische keuzen, ruimte voor initiatief
Met deze Omgevingsvisie nodigen we iedereen uit om zoveel mogelijk bij te dragen aan de strategische keuzen. De gemeente neemt bewust een sturende rol. En daarvoor werkt de gemeente samen met Rijk, provincie, waterschap, maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers: elk met ook een hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het motto voor de uitvoering van de Omgevingsvisie is dan ook: ‘sturen op strategische keuzen, ruimte voor initiatief’.
Sturen op strategische keuzen, ruimte voor initiatief
Samenwerking met inwoners, organisaties en instellingen binnen Ede
Onze Edese samenleving wordt sterker en beter wanneer we er samen aan bouwen. Deze Omgevingsvisie is daarom een uitnodiging aan inwoners, organisaties en ondernemers om actief mee te doen om de strategische keuzen uit de Omgevingsvisie te realiseren. Hiermee worden ook extra deskundigheid, lokale kennis en inzichten ingebracht. Bij de beoordeling van initiatieven en projecten en bij de uitwerking van concrete plannen werken we daarom nauw samen. Inhoudelijk zijn daarbij de strategische keuzen leidend, naast wettelijke verplichtingen. Voor wat betreft de manier van samenwerken gebruiken we onder meer de Edese Participatie Aanpak.
Voor heel Ede zijn vier werkgebieden aangewezen waar gemeentelijke gebiedsmanagers met hun wijkteams actief zijn. Zie het kaartje in figuur 4.1. Voor deze gebieden wordt halverwege 2022 gestart met het ophalen van signalen voor nieuwe gebiedsagenda’s. Deze gebiedsagenda’s gaan gelden voor de periode 2023-2027. Hierin worden ontwikkelopgaven, met name gericht op versterking directe leefbaarheid, beschreven waar bewoners zich samen met de partners van het wijkteam voor willen inzetten.
Samenwerking over de gemeentegrens
Gemeentegrenzen spelen in het dagelijks leven van onze inwoners en ondernemers geen belangrijke rol. En grote opgaven als regionale bereikbaarheid, herstel van biodiversiteit, energietransitie en klimaatverandering overstijgen deze grenzen per definitie. Wij werken als gemeente daarom ook samen met partijen over de gemeentegrenzen heen. Met buurgemeenten, binnen de Foodvalley, maar ook met andere overheden, zoals de provincie Gelderland en het Rijk en met andere publieke en private partijen zoals de waterschappen en de beheerder van het elektriciteitsnetwerk.
De vijf strategische keuzen uit de Omgevingsvisie zijn richtinggevend voor de ontwikkeling van de gemeente Ede voor de komende twintig jaar. De realisatie van deze keuzen pakken we op langs drie lijnen:
Over initiatieven en projecten gaan we zo vroeg mogelijk in gesprek met initiatiefnemers om samen te kijken hoe de plannen bijdragen aan de vijf strategische keuzen. We leggen ze daarbij langs de lat van de vijf strategische keuzen. Dit steeds vanuit de ‘ja mits’ gedachte, zoals die centraal staat bij de invoering van de Omgevingswet.
Voor het goede gesprek over de plannen wordt in beeld gebracht wat de bijdrage van een plan is aan de vijf strategische keuzen.
Onderstaand plaatje geeft hier een eerste idee van. In het gesprek kunnen we dan verkennen wat de mogelijkheden zijn om die bijdrage te vergroten. Het begrip ‘basiskwaliteit’ moet nog worden uitgewerkt. Dit vormt de ondergrens.
Voor sommige gebieden en opgaven is het van belang de vijf strategische keuzen concreter te maken. Daarmee wordt het voor onze inwoners, ondernemers en instelllingen duidelijk wat zij kunnen bijdragen aan de ambities uit deze Omgevingsvisie. We nodigen initiatiefnemers uit zoveel mogelijk bij te dragen aan de vijf strategische keuzen.
Hiervoor is het instrument ‘programma’ een belangrijk hulpmiddel. In programma’s worden de keuzen uit de Omgevingsvisie concreter uitgewerkt, waarbij de focus ligt op de hoe-vraag. We kennen twee vormen van programma’s: gebiedsgericht en thematisch. Om het aantal programma’s overzichtelijk te houden en zoveel mogelijk integraal te blijven denken en handelen hanteren we als uitgangpunt ‘gebiedsgericht waar het kan, themagericht waar het moet’.
Gebiedsgerichte programma’s
Er zijn gebieden waar veel opgaven samen komen. Voor die gebieden willen we werken aan (integrale) gebiedsgerichte programma’s.
Dit biedt de mogelijkheid voor samenhang tussen verschillende ontwikkelingen en de directe omgeving. Net als in het thematisch beleid staat ook hier de vraag voorop: hoe worden in dit gebied de vijf strategische keuzen concreet vertaald en krijgen ze een passende plek in dit gebied? De invulling en planning van deze gebiedsgerichte programma’s is maatwerk en zal dan ook in een vroegtijdig stadium en in samenspraak met inwoners en partijen in het gebied worden ontwikkeld.
Er loopt inmiddels een aantal gebiedsprocessen. Deze staan in figuur 4.3 aangegeven. Ook deze gebiedsprocessen zullen we waar mogelijk inrichten in lijn met de vijf strategische keuzen.
Daarnaast gaan met het inwerkingtreden van de Omgevingswet alle huidige bestemmingsplannen op in één Omgevingsplan voor de hele gemeente. De wet geeft vervolgens een aantal jaren de tijd om het Omgevingsplan te actualiseren. Deze actualisering vindt deels gebiedsgericht plaats. In figuur 4.3 geven jaartallen aan wanneer voor het betreffende gebied het Omgevingsplan wordt geactualiseerd.
In gemeente Ede kennen we een sterke traditie in het opstellen van visies voor de dorpen en buurtschappen buiten Ede-stad. Als gemeente willen we daar op voortbouwen vanuit de centrale vraag: hoe landen de vijf strategische keuzen uit de Omgevingsvisie in de verschillende dorpen en buurtschappen? De Omgevingsvisie geeft een richting voor de gemeente Ede als geheel, maar ook maatwerk voor de verschillende dorpen en buurtschappen.

Thematische programma’s
Op dit moment hebben we in Ede een breed palet aan beleid en programma’s voor de leefomgeving. Bij de herziening en/of opstellen van nieuwe thematische programma’s zorgen we er voor dat deze aansluiten bij de vijf strategische keuzen uit de Omgevingsvisie. De centrale vraag die bij elk thematisch programma wordt beantwoord luidt dan ook: hoe draagt dit programma bij aan de vijf strategische keuzen? In de bijlage op pagina 80 is een overzicht opgenomen van de verwachte thematische programma’s.
De Omgevingsvisie wordt een dynamisch document. Jaarlijks zullen we de voortgang van de realisatie van de strategische keuzen monitoren. De uitkomsten daarvan kunnen aanleiding zijn voor een update. Daarnaast is het de bedoeling om de Omgevingsvisie één keer in een raadsperiode volledig te actualiseren. We verwachten dat deze Omgevingsvisie met de vijf strategische keuzen zeker voor een periode van tien jaar houvast zal bieden. Monitor: bewaken van voortgang en bijsturen De gemeente kent de jaarlijkse plannings- en controlcyclus, waarin over de voortgang van beleidsambities wordt gerapporteerd. De monitoring en evaluatie voor de Omgevingsvisie gaan we hiermee verbinden. Concreet wil dit zeggen, dat we in de begroting aangeven welke gebieds- respectievelijk themagerichte programma’s aan de orde zijn. En in de jaarrekening rapporteren over de voortgang met daaraan verbonden aanbevelingen voor de begroting. Het OER (Omgevingseffectrapport) beschouwen we als een waardevolle nulmeting voor onze monitoring en evaluatie.
Naast onze inhoudelijke ambities zullen we ook onze procesmatige ambities monitoren. In hoeverre geven we daadwerkelijk invulling aan onze ambities op het gebied van participatie? Welke signalen ontvangen we uit de stad, de dorpen en buurtschappen over de beoogde ontwikkelingen?
Zo houden we de vinger aan de pols.
Ontwikkel- en investeringsstrategie
In deze Omgevingsvisie worden omvangrijke ambities geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van Ede. Het is belangrijk dat deze ambities haalbaar en betaalbaar worden, zodat ze daadwerkelijk te realiseren zijn. Daarvoor gaan we werken met een ontwikkel- en investeringsstrategie.
In de ontwikkelstrategie vertalen we de vijf strategische keuzen in een afgewogen, meerjarige combinatie van wonen, werken, maatschappelijke voorzieningen, openbare ruimte, groen en infrastructuur voor mobiliteit, energie en ander nutsvoorzieningen. Daarbij gaat het om samenhang en realistische fasering.
In de investeringsstrategie zetten we deze combinatie af tegen de beschikbare schaarse middelen en waar mogelijk verwachte (maatschappelijke) opbrengsten. Het resultaat is een meerjarige financiële verkenning, die steeds verder wordt ingekleurd naarmate de realisatie van de ambities dichterbij komt.
Onze gemeente ontwikkelen we met elkaar. De koers van Ede is primair gericht op maatschappelijk rendement, we doen het voor onze inwoners en ondernemers.
Daarvoor doen we als gemeente investeringen evenals andere partijen (inwoners, maatschappelijke partners en marktpartijen). Ook zijn voor het realiseren van de ambities investeringsbijdragen van provincie en het Rijk nodig. Beide overheden hebben ook een rol bij de ontwikkeling.
Dit betekent dat we de integrale investeringsopgave samen met deze partijen oppakken. Dat geldt voor het invullen van de ambities en voor het bekostigen. Als overheid zullen wij voor de korte en voor de middellange termijn aangeven wat we als gemeente zelf investeren en wat we vragen van anderen.
We verwachten dat deze Omgevingsvisie met de vijf strategische keuzen zeker voor een periode van tien jaar houvast zal bieden
De uitwerking van de Omgevingsvisie vindt plaats in gebiedsgerichte programma’s. Daarnaast is ook een aantal thematische programma’s voorzien (peildatum 2021).
Programma gezonde leefomgeving
In het Omgevingseffectrapport wordt voorgesteld om de in de omgevingsvisie opgenomen ambities over gezondheid nader uit te werken in een ‘Programma gezonde leefomgeving’. Dit programma kan bijdragen aan het realiseren van gezondheidswinst door:
Verdergaande verbetering van de luchtkwaliteit, zoals beoogd met het Schone Lucht Akkoord.
Vermindering van de emissies van de agrarische sector op de omgeving op basis van een integrale aanpak van emissies van geur, fijnstof en ammoniak (stikstofdepositie), voortbordurend op onze manifestaanpak en in samenwerking met onze partners.
Reductie van geluid op de zwaar belaste locaties langs wegen (zie ook hoofdstuk 3) en monitoring hiervan (een nieuwe taak voor onze gemeentelijke wegen).
Het realiseren van kaders en voorzieningen voor een leefomgeving die bijdraagt aan sociale thema’s zoals eenzaamheid, ontmoeten en sociale cohesie. En die uitnodigt tot gezond gedrag, zoals stimuleren van sport, spel en bewegen, een gezonde voedselomgeving, voorkomen van hittestress en een rookvrije generatie in 2040.
Deze programmatische aanpak vereist veel inspanning en samenwerking binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging en besluitvorming, waarbij ook de financiële consequenties in kaart worden gebracht.
Omgevingsprogramma fijnstof
Op basis van bestuursafspraken tussen VNG en het Rijk moet gemeente Ede voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsprogramma voor deemissies van fijnstof vaststellen. Het reeds in 2016 vastgestelde Manifest gezonde leefomgeving veehouderijen met bijbehorende uitvoeringsprogramma wordt gelijkgesteld met dit verplichte omgevingsprogramma.
Koersnota Mobiliteit
De Koersnota Mobiliteit biedt het perspectief vanuit mobiliteit voor Ede tot in 2040, motiveert waar mobiliteits-ingrepen nodig zijn en vormt tegelijkertijd een beleidskader voor operationele werkzaamheden vanuit het taakveld verkeer. Hiermee vormt de Koersnota Mobiliteit een breed integraal beleidsdocument, dat de verbinding vormt tussen de strategische Omgevingsvisie en de operationele uitvoeringsplannen. Daarbij worden kansen voor samenwerken en meeliften met andere (uitvoerings)projecten worden benut. Op die manier worden met beperkt beschikbare middelen zoveel mogelijk ambities en wensen verwezenlijkt.
Energietransitie
Ede heeft als doel om in 2050 energieneutraal te zijn. Sinds 2018 vormen de routekaart Ede energieneutraal en het bijbehorende stappenplan daarvoor de basis. In de komende jaren wordt voor de energietransitie op strategische wijze de regie gepakt. Dat houdt in dat we waar nodig meer acteren als een netwerkende en responsieve overheid die aanjaagt, stimuleert en faciliteert.
Investeringsagenda Robuuste Natuurversterking
Met de investeringsagenda Robuuste Natuurversterking zetten we stevig in op natuurherstel in onze eigen natuurgebieden, werken aan het versterken van groene verbindingszones, stimuleren natuurinclusieve landbouw en vergroenen stad en dorpen. Concrete uitwerking vindt plaats in gebiedsplannen. Voorbeelden zijn De Ginkel en gebiedsprocessen De Valk, Renkums Beekdal, Otterlo en het Binnenveld.
Agenda Economische Speerpunten
De gemeente wil graag inspelen op evidente kansen (zoals de ligging in Foodvalley, nabij de WUR, met de ontwikkeling van het Food Innovation District, de KennisAs en Food & Business Park in het verschiet) voor de Edese economie en staat tegelijkertijd aan de lat om te werken aan complexe opgaven energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en het streven naar een inclusieve samenleving.In die omgeving zet de gemeente zich onder andere in om de Edese economie zo goed mogelijk te faciliteren en stimuleren. Vanuit dit vergezicht willen wij samen met onze partners deze Agenda vormgeven.
Ruimte voor ondernemen
Voor werklocaties betekent de bovengenoemde Agenda dat, naast nadenken over uitbreiding van het areaal, net zo belangrijk is om zorg te dragen voor de kwaliteit van bestaand aanbod. Om in te kunnen spelen op deze diversiteit aan ontwikkelingen zullen we samen met ondernemers en de markt op zoek gaan naar samenwerkingsvormen, instrumenten en strategieën om te kunnen blijven voorzien in ruimte om te ondernemen.Dit geldt voor alle typen werklocaties, van kantoren en bedrijventerreinen tot centrumgebieden en recreatiezones.
KennisAs
We werken het concept van de KennisAs uit in een gebiedsprogramma voor het gebied tussen de A12 en Wageningen. Vanuit de gedachte ‘Werk maken van Foodvalley’ en de kansen van het kennisecosysteem, komen we tot een integraal toekomstbeeld waarin de verschillende opgaven voor werken, wonen, landschap, landbouw, mobiliteit, energie etc.een plek krijgen.
Ruimtelijk raamwerk
We stellen een ruimtelijk raamwerk met robuuste landschappelijke en (cultuur) historische structuren op om kwetsbare gebieden te kunnen beschermen en kwaliteiten voor lange tijd te borgen. We versterken daarbij ook bestaande structuren zoals het groenblauwe raamwerk en bijbehorende biodiversiteit, voegen ontbrekende schakels toe en leggen betekenisvolle plekken (boven en ondergronds) en basiskwaliteiten vast. Ook geven we ontwikkelkansen en laadvermogen weer. We bouwen aan een structuur om toekomstige ontwikkelingen in de toekomst een passende plek te kunnen geven.
Regie ondergrond
De gemeente Ede rondt in 2022 een verkenning af naar de mogelijkheden om meer regie te voeren op het gebruik van de ondergrond.Deze verkenning richt zich op innovatieve ontwerpen waarbij de verschillende ondergrondse ruimtevragers duurzaam een plek krijgen en tegelijk de ambities voor leefbaarheid gerealiseerd worden (denk aan groen en ruimte voor ontmoeten en bewegen). Daarnaast worden de juridische mogelijkheden onderzocht om als gemeente nadrukkelijker te kunnen sturen in hoe de ondergrond wordt gebruikt.Regie op de ondergrond is een vraagstuk dat bij veel gemeenten speelt en Ede werkt hierin ook samen met andere gemeenten.
Afstemming energie-infrastructuur
In Ede zijn extra investeringen door netwerkbeheerders nodig om in de veranderende vraag en aanbod van energie te voorzien.De beschikbare capaciteit van de energieinfrastructuur kan gevolgen hebben voor de fasering van de programmatische opgaven op gebied van wonen, werken, voorzieningen, gemeentelijk vastgoed en de energietransitie.Structurele afstemming van deze opgaven met de netwerkbeheerders is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling van Ede mogelijk te maken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-393669.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.