Groenvoorzieningen bij nieuwbouwontwikkelingen’2025 gemeente Molenlanden

 

Het college van Molenlanden besluit:

  • 1.

    Het document ‘Groenvoorzieningen bij nieuwbouwontwikkelingen’ vast te stellen, waarbij:

    • a.

      Ontwikkelaars in hun planvorming moeten voldoen aan de gestelde groennorm;

    • b.

      Vakteam BBR de planvorming toetst op de gestelde eisen aan de groennorm;

  • 2.

    De groennorm als bouwsteen op te nemen in het proces van RO projecten.

  •  

Inhoudsopgave:

Normblad 3

Praktische toepassing 4

Toelichting norm 5-7

 

Normblad

De groennorm

 

Bij nieuwbouw ontwikkelingen wordt de volgende groennorm gehanteerd:

  • a.

    Minimaal 15% van de oppervlakte van het plangebied dient als groenvoorziening ingericht te worden;

  • b.

    Groenvoorzieningen in particuliere tuinen en op bedrijventerreinen welke geen onderdeel zijn van de openbare ruimte mogen niet worden meegerekend in de opgave.

  • c.

    Minimaal 1 boom per 300 m2 gerekend over de oppervlakte groenvoorzieningen en verhardingen in de openbare ruimte.

 

Te realiseren groentypen

De te realiseren oppervlakte groenvoorzieningen in de openbare ruimte dient als volgt ingevuld te worden:

 

Beheergroep

Percentage van te realiseren oppervlakte

Gazon

40%

Bermen/ kruidenvegetaties

30%

Plantvakken (vaste planten, heesters,bosplantsoen)

30%

 

Te realiseren bomen

Het aantal te realiseren bomen in de openbare ruimte dient als volgt ingevuld te worden:

 

Boomgrootte*

Percentage van totale opgave

Bomen 1e grootte

40%

Bomen 2e grootte

30%

Bomen 3e grootte

30%

*let op voldoende boven- en ondergrondse groeiplaats en spreiding in openbaar gebied

 

Groene parkeerplaatsen

Toepassen van volledig groene parkeerplaatsen is verplicht. Ze mogen echter niet worden meegerekend om aan de opgave te voldoen.

 

Planvorming over, en situering van, toe te passen groenvoorzieningen dient te allen tijde in samenspraak met, en goedkeuring van, de groenbeheerder plaats te vinden.

 

Praktische toepassing van de groennorm

Bereken de totale oppervlakte van het plangebied

*Plangebied is oppervlakte binnen planologische plangrens incl. bebouwing

 

Fictief rekenvoorbeeld:

Oppervlakte plangebied 32000 m2

Te realiseren opp. groenvoorzieningen in de openbare ruimte 15% 4800 m2

Te realiseren oppervlakte groen per groentype:

Gazon 40% 1920 m2

Bermen/kruidenvegetatie 30% 1440 m2

Plantvakken (heesters/vaste planten/bosplantsoen) 30% 1440 m2

 

Toelichting groennorm

Inleiding

De klimaatverandering is een ontwikkeling waar iedereen mee te maken heeft. Voor de gemeente Molenlanden ligt er een taak de huidige en toekomstig te ontwikkelen openbare ruimte klimaatbestendig te maken door het toepassen van diverse inrichtings- en beheermaatregelen. Eén van de belangrijkste maatregelen is de aanleg van voldoende groenvoorzieningen die bovendien bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit en een gezonde leefruimte.

Het hanteren van een heldere groennorm is noodzakelijk om genoemde beleidsthema’s te borgen en verankeren bij nieuwe ontwikkelingen.

Naast de groennorm zelf is de definitie van groen net zo belangrijk. Als de definitie niet helder is ontstaat veel ruimte voor eigen invulling en interpretatie.

 

Uitgangspunten

Alleen de groenvoorzieningen in de openbare ruimte kunnen worden meegerekend in de groennorm.

Het groen op gronden van particulieren en bedrijven wordt dus niet meegerekend in de groennorm. Dit geldt ook voor groene daken en gevels. Reden hiervan is dat de gemeente geen invloed heeft op de omgang met dit groen en de duurzame instandhouding ervan na aanleg.

Het is belangrijk om binnen de groennorm een goede mix aan groentypen te realiseren om de beleidsthema’s op een juiste manier tot zijn recht te laten komen. Daarnaast is het voor bewoners van belang dat groenvoorzieningen die zorgen voor belevingswaarde en als kijk- en gebruiksgroen fungeren in voldoende mate en in de juiste verhouding aanwezig zijn.

De gehanteerde percentages bij de te realiseren groentypen worden hieronder nader toegelicht.

 

Gazon (40%)

Bij de groeninrichting is het van belang een goede verhouding tussen zogenaamd kijkgroen en gebruiksgroen te bereiken. Zo scoort gazon niet hoog op biodiversiteit, maar is het toch zeer belangrijk dat een fors percentage van het te realiseren groen uit gazon bestaat. Gazon is gebruiksgroen waar inwoners bij elkaar kunnen komen, kinderen kunnen spelen en waar bovendien vaak ruimte is om bomen te planten.

 

Bermen / kruidenvegetaties (30%)

Bermen zijn vaak onlosmakelijk verbonden met wegen, maar vooral met watergangen/waterpartijen. Waar watergangen worden gegraven zullen ook bermen in het ontwerp verschijnen.

Hierbij is het uitgangspunt dat oevers natuurlijk worden aangelegd met een taludverhouding van minimaal 1 : 3.

 

Alleen waar dit aantoonbaar niet mogelijk is worden oevers steiler aangelegd, dan wel beschoeid. Daarnaast kunnen aan de randen van het plangebied of als onderdeel van verbindingszones kruidenvegetaties worden toegepast.

 

Plantvakken (30%)

Door ca. een derde van het te realiseren groen in te richten met plantvakken wordt voldoende kijkgroen gerealiseerd wat bovendien ook op alle beleidsthema’s grote waarde heeft.

Naast een goede mix van groentypen is het ook binnen het groentype plantvakken van belang dat voor diversiteit en belevingswaarde in het beplantingsplan een verhouding van 50% opgaande- en 50% laagblijvende beplanting wordt gehanteerd.

 

Bomen

Ter voorkoming van hittestress door het creëren van voldoende schaduw op met name verharde oppervlakten wordt een norm van minimaal 1 boom per 300 m2 in de openbare ruimte verlangd. Het totaal aantal te realiseren bomen wordt berekend over de oppervlakte groenvoorzieningen en wegen/trottoirs en parkeerplaatsen. In watergangen/-partijen kunnen immers geen bomen worden geplant.

 

Fictief rekenvoorbeeld:

Oppervlakte groen en verhardingen in openbare ruimte

9000 m2

Totaal aantal te planten bomen (9000 / 300)

30 stuks

Waarvan:

 

Te planten bomen 1e grootte: 40%

(volwassen stadium > 15 meter hoog)

12 stuks

Te planten bomen 2e grootte: 30%

(volwassen stadium 8 – 15 meter hoog)

9 stuks

Te planten bomen 3e grootte: 30%

(volwassen stadium < 8 meter hoog)

9 stuks

 

In het ontwerp moet aandacht zijn voor voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte voor bomen, zodat het volwassen stadium kan worden bereikt.

 

Boomgrootte

Ondergrondse groeiruimte (bij aanplant)

Bomen 1e grootte

25 m3 doorwortelbare ruimte

Bomen 2e grootte

20 m3 doorwortelbare ruimte

Bomen 3e grootte

15 m3 doorwortelbare ruimte

Bij de keuze van soorten zal tevens rekening moeten worden gehouden met de ligging van ‘gunstige daken’ voor zonnepanelen.

Daarnaast is de relatief korte renovatie-/reconstructiecyclus van de openbare ruimte als gevolg van zettingsgevoeligheid een belangrijk aspect bij de soortkeuze; bomen kunnen alleen volwassen worden als ze verschillende renovatiecycli kunnen overleven. Er dient dus gekozen te worden voor soorten die een ophoging kunnen verdragen of ‘gelicht’ en mee opgehoogd kunnen worden.

Het aantal te planten bomen én de toe te passen verschillende boomgroottes dienen zo goed mogelijk gespreid te worden, zodat in de gehele openbare ruimte schaduwplekken aanwezig zijn en niet alleen enkel bij een clustering van bomen.

 

*Bij al aanwezige vitale bomen in het plangebied is de vuistregel dat deze worden behouden. Deze bomen hebben immers al een bepaalde kroonprojectie en dus een voorsprong op nieuw aan te planten bomen. Op basis van een Boom Effect Analyse (BEA) wordt met het oog op de ruimtelijke ingreep bepaald/geadviseerd welke maatregelen nodig zijn om de boom of bomen op zijn huidige standplaats te handhaven.

 

Mocht handhaving op de huidige locatie niet mogelijk zijn zal worden onderzocht of de boom of bomen binnen het plangebied verplant kunnen worden. Dit is o.a. afhankelijk van boomsoort, conditie en huidige en toekomstige (ondergrondse) groeiplaats.

 

Het totale beplantingsplan dient altijd ter goedkeuring aan de groenbeheerder te worden overlegd, zodat kan worden getoetst of aan de groennorm wordt voldaan.

 

Groene parkeerplaatsen

Deze parkeerplaatsen kunnen de functie van extra (vertraagde) waterafvoer en/of waterberging vervullen. Hoewel niet direct te kwantificeren kan worden gesteld dat groene parkeerplaatsen minder hitte vasthouden en uitstralen dan geheel verharde parkeerplaatsen en hebben ze qua uitstraling en belevingswaarde door de ‘groene aanblik’ een plus t.o.v. de traditionele parkeerplaatsen. Om die reden wordt het verplicht gesteld groene parkeerplaatsen in te richten.

In vergelijking met andere groene inrichtingselementen is de bijdrage die groene parkeerplaatsen leveren op de beleidsthema’s wel beperkt. Dit betekent dat groene parkeerplaatsen niet worden meegerekend in de te realiseren groennorm.

 

Voor groene langsparkeervakken waar een hoge verkeersdruk te verwachten is moet extra aandacht worden besteed aan de draagkracht van de parkeervakken. In deze situaties worden de parkeervakken vaak als passeerstrook gebruikt en moeten een hogere belasting kunnen verdragen.

 

 

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders gemeente Molenlanden op 15 juli 2025.

De secretaris

Marko Does

De burgemeester

Theo Segers

Naar boven