Gemeenteblad van Loon op Zand
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Loon op Zand | Gemeenteblad 2025, 393322 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Loon op Zand | Gemeenteblad 2025, 393322 | overige overheidsinformatie |
Speelruimtebeleid 2025 – 2035 Gemeente Loon op Zand
Inleiding – waarom nieuw speelbeleid?
Dit is het beleidsplan voor de openbare speel- en beweegruimte van de gemeente Loon op Zand voor de periode 2025-2035. De gemeente heeft besloten tot het opstellen van dit nieuwe beleidsplan naar aanleiding van de volgende ontwikkelingen:
Dit speelruimteplan vormt de komende 10 jaar het kader voor de invulling van de openbare speel- en sportruimte. In dit plan staan richtlijnen voor de toekomstige (her)inrichting en uitvoering.
Dit beleidsstuk omvat alle openbare speel- en sportplekken in beheer van de gemeente in de kernen Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer. Daarnaast wordt er ook rekening gehouden met de bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte (parken, natuurgebieden, hofjes, pleinen en straten). Niet-openbare voorzieningen (de meeste schoolpleinen en de sportverenigingen) vallen niet binnen dit beleid.
In 2024 is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Hierbij is zowel gekeken naar de huidige situatie (kwantiteit) als naar de waardering en behoefte vanuit de samenleving (kwaliteit). De onderzoeksresultaten (zie bijlage 1 voor samenvatting) zijn meegenomen in de planvorming. Het onderzoek bestond uit:
In dit speelruimtebeleid laten we eerst de huidige situatie van de speelruimte zien met de speelruimtekaart. Dan benoemen we de visie voor de toekomst met ambities die daarbij horen. Vervolgens koppelen we onze ambities voor de openbare speel- en sportruimte aan de gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen. Daarna in de bijlage 1 kunt u de onderzoeksmethode en resultaten vinden. In bijlage 2 staan kaders voor het onderzoek van de speelruimte (speelbuurtmodel). In bijlage 3 staan kaders voor de inrichting en uitvoering van speelplekken. Begrippenlijst in bijlage 4 voor verdere uitleg.
De openbare speel- en sportruimte staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van de leefomgeving van inwoners. Daarmee heeft het invloed op het fysieke en sociale gedrag van kinderen en alle inwoners van de gemeente. Om het gedrag positief te beïnvloeden hebben we een visie ontwikkeld voor de speelruimte en deze praktisch uitgewerkt tot vier ambities.
Loon op Zand streeft naar een speelruimte die niet alleen bijdraagt aan de motorische, zintuiglijke, sociale, creatieve en emotionele ontwikkeling van kinderen, maar ook aan de gezondheid en het welzijn van alle inwoners. Een goed ingerichte openbare speel- en sportruimte biedt verschillende voordelen. Het stimuleert fysieke activiteit, wat essentieel is voor het voorkomen van chronische ziekten en het bevorderen van mentale gezondheid. Daarnaast bevordert de sociale cohesie door ontmoetingsplekken te creëren waar mensen van alle leeftijden samen kunnen komen. Groene en goed ingerichte speelruimtes dragen bij aan een klimaatbestendige en leefbare buurt, wat de algehele kwaliteit van leven verhoogt.
Loon op Zand vindt het daarnaast belangrijk dat inwoners betrokken worden bij de inrichting van de openbare ruimte. Hiermee wordt er beter aangesloten op de wensen van inwoners en wordt het gebruik groter.
Ook is duurzaamheid een belangrijk thema binnen Loon op Zand. Binnen de openbare ruimte gaat duurzaamheid over het vergroenen van de buitenruimte, het tegengaan van wateroverlast, droogte en hitte en de kwaliteit van het groen om biodiversiteit te vergroten.
Met de volgende vier ambities willen we ‘Samen Actief Spelen & Bewegen’ mogelijk maken:
Ambitie 1 – Een divers en uitdagend speellandschap
Verschillende leeftijden vragen om verschillende speel- en beweegmogelijkheden. In iedere buurt is er voor een brede leeftijdsgroep een passend speelaanbod dat voldoende uitdaging biedt. Door meer diversiteit in het speelaanbod aan te brengen worden kinderen gestimuleerd om buiten te spelen en verschillende speelplekken te ontdekken.
Aanleggen speelroutes: In de speelbuurten waar het netwerk voornamelijk bestaat uit kleine speelplekken of waar het speelaanbod laag is worden locatie met elkaar verbonden. Deze veilige wandelroutes zijn ingericht met speel- en beweegaanleidingen op en langs de stoepen zoals pleinplakkers, mozaïektegels en kleine speel-/ beweegtoestellen.
Traditionele speelplek (Loonse Vaert)
Ambitie 2 – Sporten, Bewegen en Ontmoeten voor iedereen
De openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte is voor iedereen. Het aanbod is bedoeld voor kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen, én voor inwoners met een beperking. Speelplekken moeten toegankelijk zijn en op grote multifunctionele plekken ligt de focus op een inclusieve inrichting van de speelplek.
Sport- en ontmoetingsaanleidingen op het Kennedyplein
Welke acties dragen daaraan bij?
Stimuleren ontmoeting: Door het creëren van een prettige verblijfsplek en speel- en sportaanleidingen te combineren, wordt gebruik gestimuleerd voor jong en oud. De plekken moeten door hun ligging geen overlast veroorzaken voor omwonenden. Het plaatsen van zitgelegenheid op buurtplekken en op multifunctionele sport, beweeg en ontmoetingsplekken is een belangrijke voorwaarde.
Ambitie 3 – Speel- en beweegruimte voor mens en milieu
Loon op Zand zet in op een groene en aantrekkelijke openbare ruimte. Een groene openbare ruimte is goed voor mensen, omdat het sociale ontmoetingen vergroot en bewegen stimuleert. Daarnaast is het goed voor het milieu, omdat we inzetten op klimaatbestendige maatregelen en biodiversiteit.
Speelplek met wilde bloemen en deels gemaaid gras, wat de biodiversiteit vergroot (Molenwijk Noord)
Welke acties dragen daaraan bij?
Nieuw aangelegde wadi met speelaanleidingen (Loonse Vaert)
Groene speel- en ontmoetingsplek met goede schaduw en een mooie klimboom (Molenwijk Zuid)
Ambitie 4 – Goede beweegruimte creëren we samen
Bewoners en gemeentelijke partners kunnen meedenken over de openbare ruimte en kunnen zelf initiatieven nemen voor ontwikkelingen. Dit noemen we participatie. Dit is terug te zien in de inrichting en het gebruik van de openbare speelruimte.
Bewonersinitiatieven: Aanvragen voor bewonersinitiatieven komen binnen vanuit de gemeenschap of enthousiaste bewoners. Men kan dit aanvragen bij wijkteams en deze mogelijkheid wordt gepromoot op de gemeentewebsite. De afgelopen jaren zijn een aantal initiatieven gerealiseerd, zoals jeu-de-boules-banen en speelaanleidingen zoals heuveltjes en speelstenen.
Participatie met inwoners: De gemeente waardeert participerende bewoners en blijft daar ook ruimte aan geven. De huidige methodes van participatie met inwoners werkt goed. Inwoners weten de gemeente te vinden voor initiatieven en er komt veel en goede input bij het herinrichten van speel- en sportplekken.
Welke acties kunnen daaraan bijdragen?
Participeer ook met de Kinderraad
Voorbeeld van inwoners initiatieven staren op een speelplek (Molenwijk Noord)
Kinderen kennen de beste speelplekken in de buurt van hun huis (De Moer)
Gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen
Net zoals de openbare speel- en sportruimte staat ook dit speelruimtebeleid niet op zichzelf. Verschillende beleidsterreinen hebben doelstellingen die raakvlak vlakken hebben met de ambities in dit speelruimteplan. Naast gemeentelijke doelen, zijn er ook landelijke ontwikkelingen waar de gemeente aan moet voldoen.
In verschillende gemeentelijke beleidsstukken is gezocht naar raakvlakken met de openbare speel- en sportruimte en overlappende ambities. De volgende beleidsstukken zijn onderzocht:
Lokaal sportakkoord 2020 & Sport- en beweegnota 2020 – 2030
Groenstructuurplan Loon op Zand 2019
Voor ouderen geldt dat een wandelpad, mooi groen, zit-mogelijkheden en soms ook fitnessfaciliteiten in de openbare ruimte een positieve trigger voor het ‘naar buiten gaan’ kunnen zijn. Daarnaast is het ook een toevoeging voor mensen die minder inkomsten hebben, dat ook zij hierdoor gebruik kunnen maken van sportfaciliteiten, als bijvoorbeeld een sportschoolabonnement financieel niet haalbaar is.
Realiseren van multifunctionele sport-, beweeg en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte voor onze inwoners. Zowel in het groen als op sportvelden. Parkjes en speeltuinen die nu soms alleen uit een grasveldje bestaan, worden aantrekkelijker gemaakt met andere en meer gevarieerde voorzieningen. We willen bijdragen aan een gezonde levensstijl, en de mogelijkheden voor vermaak en ontmoeting in de wijken voor meerdere doelgroepen vergroten. We willen de sociale cohesie en mentale fitheid blijvend versterken en spelen in op de veranderingen in de samenleving.
Visie op het sociaal domein – In de buurt/ Aan de buurt 2022 - 2027
De landelijke ontwikkelingen en eisen waar we rekening mee houden:
Verdrag voor de Rechten van het Kind 1995
Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeentes om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is echter wel een recht. Kinderen hebben, net als volwassenen, behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd.
Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) 1997
Het VN Verdrag Handicap bevordert, beschermt en waarborgt de mensenrechten van mensen met een beperking, met nadruk op toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het verdrag, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, verplicht overheden om deze principes in beleid en wetgeving te integreren en de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Artikel 30 benadrukt gelijke toegang voor kinderen met een handicap tot spel, recreatie, sport en ontspanning.
Bijlage 1: Het (participatie) onderzoek
In 2024 heeft een uitgebreid onderzoek plaatsgevonden. Samen met bewoners en ketenpartners is de speel- en sportwaarde van de openbare ruimte per kern en buurt in kaart gebracht en beoordeeld. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek benoemd. Een uitgebreid overzicht van de resultaten per buurt is te vinden in het bij dit rapport behorende onderzoeksrapport.
Analyse speelruimte (veldwerk)
Voor analyse en beoordeling van de speelruimte is per kern en buurt een rondgang langs de speelplekken gedaan. De gemeente heeft momenteel 63 speel- en sportplekken in beheer in Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer. Deze speel- en sportplekken zijn beoordeeld op het soort speelplek, ligging, vormgeving, speelwaarde, onderhoud en inclusiviteit. Ook naar de bespeelbaarheid van de hele openbare ruimte is gekeken. Hierbij is gelet op o.a. vrije speelruimtes zoals grasvelden, pleintjes, brede stoepen en barrières als wegen en watergangen.
Kennis en ervaringen van bewoners is onmisbaar in een speelruimteonderzoek. Door middel van een online enquête is de waardering van bewoners geïnventariseerd. De informatie over de enquête en het gehele onderzoek is gedeeld via de digitale kanalen van de gemeente en via de basisscholen. De enquête is door 248 bewoners ingevuld, waaronder 88 kinderen.
Om een goed beeld te krijgen van hoe en waar kinderen in de gemeente Loon op Zand spelen en sporten zijn er met vier basisscholen in Kaatsheuvel (2x), Loon op Zand (1x) en De Moer (1x) wijkwandelingen uitgevoerd. Per school liep een ‘expert-panel’ van +/- 10 kinderen mee die de wijk op hun duimpje kennen. Tijdens de wandelingen zijn de speeltuintjes, grasveldjes, bosjes, pleintjes en andere plekken bezocht waar kinderen vaak spelen. Kinderen hebben verteld en laten zien hoe zij spelen, wat zij goed vinden en wat beter kan.
In samenwerking met jongerenwerk is een jongerenoverleg georganiseerd. Voorzien van speelruimtekaarten hebben jongeren gebrainstormd over hoe zij gebruikmaken van speel- en sportplekken en wat er nodig is om de openbare ruimte beter op hen af te stemmen. Aan dit overleg namen zo’n 25 jongeren deel tussen de 10 en de 20 jaar oud.
Tijdens de kinderraadsessie in het gemeentehuis hebben 13 kinderen van 8-12 jaar antwoorden gegeven over wat voor hen belangrijk is in de openbare speelruimte. De thema’s inclusie en centrale grote speelplekken (Multifunctionele sport- beweeg en ontmoetingsplek) zijn besproken. Ook zijn de meest populaire spellen en sporten, goede speelplekken en problemen in de openbare speelruimte besproken.
Werksessie met beleidsmedewerkers
Op 29 oktober 2024 is een overleg georganiseerd met verschillende beleidsmedewerkers binnen het gemeentehuis. Naast de beleidsmedewerker en toezichthouder spelen waren de volgende beleidsterreinen aanwezig: volkshuisvesting, economie, verkeer, openbare wegen en verlichtingen en strategische adviseur fysiek domein. Aanvullend aan dit overleg is een gesprek met jongerenwerk gevoerd om meer input te krijgen over de jongeren doelgroepen.
Veldwerk inventarisatie: De spreiding van het speel-en sportaanbod is erg wisselend per speelbuurt. Sommige buurten beschikken over een enkele buurtplek (bijv. Hil Noord), andere buurten juist over een netwerk van kleine speelplekken (bijv. Molenwijk noord). In Oud-Loon kunnen de kinderen rustig spelen en zich verplaatsen. Deze kinderen kunnen niet zelf naar Molenwijk Noord of Zuid, waar meer speelmogelijkheid is. In Kaatsheuvel vormen de Marktstraat en Europalaan belangrijke barrières waardoor uitwisseling tussen speelbuurten beperkt is.
Uitdaging ontbreekt: In de kern Loon op Zand vinden kinderen een aantal speelplekken saai of te klein. De oudere kinderen willen graag meer uitdaging, zoals grote voetbaldoelen en hoge klimrekken. In Kaatsheuvel missen de kinderen ook uitdaging en op het schoolplein missen ze speelmogelijkheid. Voorbeelden van goede speeltuinen in de buurt zijn Maas, Kennedyplein of Hennie Meijerplein. De kinderen in de Moer zijn tevreden met het speelaanbod.
Spelen, bewegen en ontmoeten voor iedereen
Sportplekken: Van de 63 speel- en sportplekken zijn er 11 locaties alleen ingericht met sporttoestellen. Daarnaast is er op 26 locaties een combinatie tussen sport- en spelaanleidingen. Er is een traditioneel sportaanbod in de gemeente. Er zijn veel trapveldjes, enkele tafeltennistafels, basketbalpalen en jeu de boulesbanen. Daarnaast zijn er twee kleine skateplekken. Recent is er op het Kennedyplein een freerun-parcours met calisthenics aangelegd. Dit is de enige Urban sportplek in de gemeente.
Jongeren: Het formele, door de gemeente ingerichte aanbod is vooral gericht op (jonge) kinderen. Voor jongeren (12+) en volwassenen/ouderen zijn op het moment weinig beweeg- en sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Momenteel bestaat het formele speelnetwerk in mindere mate uit buurtplekken. Het is wenselijk om in elke speelbuurt één goede buurtplek te hebben waar jong en oud samen kan komen om te spelen en te sporten. In Kaatsheuvel en Loon op Zand is dit nog niet overal het geval.
De kleine plekken en de buurtplekken zijn voornamelijk voor kinderen tot 12 jaar. Voor de leeftijd 12+ zijn weinig plekken in de openbare ruimte. Een mooi voorbeeld voor een plek die wel geschikt is voor jongeren (Multifunctionele sport- beweeg en ontmoetingsplek) is het President Kennedyplein, waar meerdere doelgroepen langere tijd kunnen verblijven.
Speel- en beweegruimte voor mens en milieu
Klimaatbestendigheid: Tussen de gemeentekernen in liggen natuurgebieden met bos en heide. In de kernen zelf is ook voldoende ruimte voor groen. Op 40 locaties van de formele speelplekken is de klimaatbestendigheid beoordeeld als voldoende of hoger. Op deze locaties is gebruik gemaakt van natuurlijke ondergronden (voornamelijk gras) en er is voldoende beschutting tegen de zon in de zomer. Dit betekent dat er nog 23 speel- en sportplekken zijn die onvoldoende klimaatbestendig zijn. De plekken zijn verhard of er is geen beschutting.
Goede beweegruimte creëren we samen
Participatie met ketenpartners:
Buurtinitiatief: Bij gebrek aan of vraag naar voorzieningen kunnen bewoners zelf aanvragen doen. Deze komen binnen vanuit de gemeenschap of enthousiaste bewoners. Men kan dit aanvragen bij wijkteams en deze mogelijkheid wordt gepromoot op de website. De afgelopen jaren is een aantal initiatieven gerealiseerd, zoals jeu-de-boules-banen, speelaanleidingen zoals heuveltjes en stenen. Een voorbeeld is de groenstrook met buurtinitiatief in Molenwijk Noord (speelplek 024). Hier wordt groen deels zelf beheerd door bewoners en er is een eigen ontmoetingsplek gecreëerd voor de buurt. Bij sommige plekken gaat het zelfbeheer goed, bij andere plekken zoals sommige jeu de boulesbanen is achterstallig onderhoud aanwezig.
(Her)Inrichting: Bij herinrichting van speelplekken of voor nieuwe speelplekken worden omwonenden door de gemeente betrokken. De gemeente verzamelt input van de bewoners en laat ze digitaal kiezen op nieuwe ontwerpen voor speelruimte. Ook zet de gemeente algemene enquêtes uit die bewoners kunnen invullen.
Overlast van jongeren: Om jongeren in de kern Loon op Zand een eigen plek te geven en daarmee overlast op andere plekken tegen te gaan is er een voetbalkooi naast het jeugdcentrum De Kuip geplaatst. Het initiatief kwam vanuit de jeugd zelf. De gemeente heeft samen met de jongerenwerkers het project opgezet en uitgevoerd.
Om de bevindingen in het juiste perspectief te plaatsen is gekeken naar de karakteristieken per buurt, zoals demografie.
In Kaatsheuvel spelen en sporten bijna 17.000 inwoners, waarvan zo’n 3.400 kinderen in de leeftijdsgroep 0-20 jaar 20%.
In Loon op Zand spelen en sporten bijna 5.900 inwoners waarvan zo’n 1.250 kinderen in de leeftijd 0-20 jaar (21%).
In De Moer spelen en sporten bijna 700 inwoners, waarvan 140 kinderen in de leeftijd 0-20 jaar (21%).
De kernen kennen een evenwichtige verdeling van de verschillende leeftijdsgroepen. De leeftijdscategorie van 0-4 jaar is het grootst.
Hoewel demografische gegevens een indicatie geven van de opbouw en vraag, is het geen leidend gegeven. Kinderen spelen immers niet per definitie daar waar ze wonen. Zo spelen (jonge) kinderen vaak rondom school, opvang of bij grootouders. Jongeren kunnen zelfstandig grotere afstanden afleggen om elkaar te ontmoeten.
In dit onderzoek zijn demografische gegevens daarom vooral meegenomen als indicatie van de huidige vraag. Omdat speelplekken meestal voor langere tijd worden aangelegd verdient het aanbeveling altijd verder dan alleen dit gegeven te kijken.
Om de huidige speelruimte te beoordelen en de juiste verbetervoorstellen te vormen, gaan we rekening houden met het speelbuurtmodel. Het speelbuurtmodel geeft kwantitatieve en kwalitatieve eisen aan de openbare speelruimte. Het model bestaat uit vier stappen die op elke speelbuurt toegepast moeten worden.
Stap 1 – hoe groot is de speelbuurt & hoeveel speelruimte is er nodig
Centraal in het onderzoek van de openbare speel- en sportruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje.
De speelbuurt is het gebied waarin steeds moet worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan de belangen die aan goede speelruimte worden gelinkt. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gekoppeld aan de hoeveelheid speelvoorzieningen (zie stap 2). Een speelbuurt komt soms overeen met de buurtindeling die de gemeente zelf al hanteert, maar is vaak ook iets kleiner.
In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter van hun woning speelruimte kunnen vinden. De omvang en het soort speelruimte hangt af van het type speelbuurt.
In een grote speelbuurt van minstens tien hectare moet minimaal één buurtplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 2.500 m2 groot als plek waar de buurt samen kan komen. Een buurtplek heeft een actieradius van 400 meter waardoor het in zeer grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtplekken. Naast de buurtplek is een netwerk van kleinere speelplekken nodig. Dit zijn plekjes van ca. 500 m2 die vooral zijn ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Een blokplek heeft een actieradius van 200 meter en hoeft niet altijd ingericht te zijn met speeltoestellen.
In een kleine speelbuurt (<10 hectare) volstaat een netwerk van kleine speelplekken en is het niet nodig om te voorzien in een buurtplek. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine speelbuurten met een hoge speeldruk (bij hoge bevolkingsdichtheid, gemengde stadsbuurten en centraal stedelijke woonmilieus). Hier geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de grote speelbuurt: tenminste één buurtplek én een netwerk van blokplekken.
Stap 2 – Welke speelruimte is nodig? Bepalen van vraag en aanbod
Om te bepalen welke speelruimte nodig is, wordt per speelbuurt indicatief gekeken naar de vraag en het aanbod van de openbare speelmogelijkheden. Een buurt met veel hoogbouw, weinig tuinen en een hoge bevolkingsdichtheid levert in de regel een hogere speeldruk op (meer gebruikers per m2 speelruimte). Brede stoepen, goede vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt juist op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte binnen 200 meter van hun woning waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtplek(ken). Als de vraag naar speelruimte het aanbod overstijgt, dan is het aanvullend op de buurtplek óók nodig om in een netwerk van blokplekken te voorzien. Op die manier kan de speeldruk zich goed verspreiden over meerdere plekken.
Stap 3 – Toepassen van de Schijf van Vijf voor Buitenspelen voor diversiteit in speelaanbod
Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speel- en beweegvormen aan te bieden. In elke speelbuurt moet de Schrijf van Vijf aanwezig zijn, bestaande uit de volgende elementen:
Als de vijf elementen aanwezig zijn binnen de bewegingsvrijheid van een kind, is er sprake van een rijk, gevarieerd aanbod.
Stap 4 - Speelruimte per speelplek
Net als de speelbuurt kunnen ook de voorzieningen zelf beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speel- en sportplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke context.
Een buurtplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken (zie ook de bijlage met speelruimtecriteria). Een kleine speelplek moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt. In sommige buurten is het niet nodig deze in te richten met reguliere speeltoestellen. In dat geval volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, tiny forest of ravotplek) of een autovrij fietspleintje met speelaanleidingen.
Loon op Zand beschikt over een één multifunctionele sport-, beweeg en ontmoetingsplek: buurtplek die meerdere speelbuurten (of het hele dorp) bedient. Dat kan omdat ze een zeer grote aantrekkingskracht hebben (bijzondere inrichting) of heel gericht een specifieke doelgroep aanspreken (skatebaan).
Per type locatie zijn richtlijnen opgesteld over de inrichting, doelgroep, grootte, het budget en de participatievorm.
Multifunctionele speel-, sport, en ontmoetingsplek
Een Multifunctionele plek is een grote locatie met veel vrije ruimte. Er zijn verschillende aanleidingen tot sport, spel en ontmoeten. Deze locaties zorgen voor een uniek beweegaanbod in de dorpskern. Een voorbeeld is het Kennedyplein in Kaatsheuvel.
Inrichting: sport, spel en ontmoeten met veel aandacht voor vrije natuurlijke beweegruimte.
Doelgroep: de inrichting is aantrekkelijk voor alle mensen, ongeacht leeftijd of beperking.
Richtlijnen: tussen de 2.000 en 3.000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte.
Richtbudget: voor het inrichten van een multifunctionele plek is minimaal €120.000,- nodig.
Participatievorm: herinrichting van de plek met de omliggende buurt en gemeentelijke partners (zoals jongerenwerkers van R-newt). Direct omwonenden krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over twee of drie ontwerpvoorstellen.
Een buurtplek is een plek voor de hele omwonende buurt. Binnen 400 meter (5-10 minuten lopen) van elke woning is zo’n plek te vinden. Een buurtplek is ingericht als een plek waar kinderen en volwassenen elkaar kunnen en willen ontmoeten, waar ze een langere periode kunnen verblijven en die uitnodigt om te bewegen.
Inrichting: er zijn aanleidingen voor spel, sport en ontmoeten. De speelaanleidingen zijn voor de leeftijd 0–12 jaar, waardoor er ook aandacht is voor uitdagende speeltoestellen. Sport kan in een traditionele vorm (voetbal/ basketbal), maar kan ook in beweegaanleidingen. De plek moet een fijne verblijfswaarde hebben, bankjes, picknicktafels, beschutting, waterpunten en afvalbakken dragen hieraan bij.
Doelgroep: de inrichting is aantrekkelijk voor alle buurtbewoners, ongeacht leeftijd, afkomst of beperking.
Richtlijnen: tussen de 2.000 en 3.000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte.
Richtbudget: voor het inrichten van een buurtplek is ongeveer €60.000,- nodig.
Participatievorm: herinrichting van de plek met de omliggende buurt en gemeentelijke partners (zoals jongerenwerkers van R-newt). Direct omwonenden krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over twee of drie ontwerpvoorstellen.
De kleine speelplekken zijn ter aanvulling op de buurtplekken. De locaties zijn voor kinderen die niet zelfstandig de hele buurt door kunnen of mogen. Deze locaties lenen zich goed om een gevarieerd aanbod te creëren door het toepassen van de Schijf van Vijf voor Buitenspelen.
Inrichting: een flexibele inrichting. De inrichting is gefocust op spel, sport of ontmoeten.
Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0- 9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook oudere moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten.
Richtlijnen: tussen de 500 en 1.000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte.
Richtbudget: voor het inrichten van een kleine speelplek is ongeveer €30.000,- nodig.
Participatievorm: herinrichting van de plek met direct omwonenden van de speelplek. Beleidsadviseur Spelen & Groen maakt programma van eisen (kaders). Hierin wordt goed rekening gehouden met de buurt en de Schijf van Vijf voor Buitenspelen. Buurt kan daarbinnen ideeën en wensen aangeven en daarna keuze maken uit twee of drie ontwerpvoorstellen.
De sportplekken hebben eenzelfde functie als kleine speelplekken. De locaties zijn specifiek om de variatie in het sportaanbod te creëren op buurtniveau.
Inrichting: sport en ontmoetingsaanleidingen. De keuze van aangeboden sporten is vaak traditioneel, maar kan ook een Urban sport zijn als er vraag naar is.
Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0- 9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook ouderen moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten.
Richtlijnen: tussen de 1.000 en 2.000 m2. Dit is inclusief de noodzakelijk vrije ruimte rond de sportplekken.
Richtbudget: voor het inrichten van een sportplek is ongeveer €30.000,- nodig
Participatievorm: participatie met omwonenden, vervolgens wordt met gebruikers (jongeren/sporters) en gemeentelijke partners gekeken naar de inrichting van de sportplek.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-393322.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.