Beheersverordening Algemene Begraafplaatsen Bloemendaal 2025

  • 1.

    De beheersverordening algemene begraafplaatsen Bloemendaal 2025 vast te stellen

  • 2.

    De beheersverordening algemene begraafplaatsen Bloemendaal 2019 in te trekken

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

Algemeen graf

:

een graf in beheer bij de gemeente;

Algemeen kindergraf

:

een graf bij de gemeente in beheer waarin geen andere lijken worden begraven dan die van levenloos geborenen en kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar, met dien verstande dat de kistlengte niet meer mag bedragen dan 120 cm;

Asbus

:

een bus ter berging van as van een overledene;

Begraafplaats(en)

:

de Algemene Begraafplaatsen van de gemeente Bloemendaal aan de Bergweg te Bloemendaal en aan de Binnenweg te Bennebroek

 

Waar sprake is van een bepaling die specifiek voor één van beide begraafplaatsen geldt, wordt dit uitdrukkelijk aangegeven;

Beheerder

:

de persoon die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen, en/of degene die hem vervangt;

Burgemeester:

de burgemeester van de gemeente Bloemendaal;

College

:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal;

Graf

:

een grondgraf, zandgraf of keldergraf bestaande uit een of meerdere grafruimtes;

Grafbedekking

:

gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf/ gedenkplaats of bij de verstrooiingsplaats;

Grafkelder

:

een betonnen of gemetselde grafruimte die zich onder de grond, gedeeltelijk onder de grond of boven de grond (sarcofaag) bevindt;

Grafruimte

:

de ruimte (oppervlakte), bestemd voor het begraven van een lijk, of van een of meerdere asbussen;

Herdenkingszuil

:

op de verstrooiingsplaats geplaatste zuil waarop aluminium naamplaatjes bevestigd kunnen worden van overledenen waarvan de as op het strooiveld verstrooid is;

Mausoleum

:

een vrijstaand gebouw of gebouwtje boven de grond en/of gedeeltelijk onder de grond dat opgericht is om lijkkist(en) en/of asbus(sen) in te plaatsen;

Algemeen natuururnengraf

:

een graf waarvoor voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van 1 composteerbare asbus. Dit type graf wordt uitgegeven voor een periode van 10 jaar zonder mogelijkheid van verlenging. Dit graf wordt niet geruimd;

Particulier graf

:

een graf waarvoor voor (on)bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:

  • het doen begraven en begraven houden van lijken;

  • het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen;

  • het verstrooien van as.

Een particulier graf voor bepaalde tijd (voorheen huur graf) wordt uitgegeven voor een periode van 20 jaar met telkens een mogelijkheid van verlenging met 10 jaar. Een particulier graf kan ook worden uitgegeven voor onbepaalde tijd. Een particulier graf kan ook voor kinderen worden gebruikt niet zijnde een kindergraf;

Particulier kindergraf

:

een particulier graf voor (on)bepaalde tijd waarin door de rechthebbende geen andere lijken mogen worden begraven dan die van levenloos geborenen en kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar, met dien verstande dat de kistlengte niet meer mag bedragen dan 120 cm;

Particulier urnengraf

:

een graf waarvoor voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in urnenkelders (ondergronds) of op een funderingsplaat (bovengronds). Dit type graf wordt uitgegeven voor een periode van 20 jaar met telkens een mogelijkheid van verlenging met 10 jaar;

Rechthebbende

:

natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf of urnennis;

Urn

:

Een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;

Urnenkelder

:

een kunststof bak in een graf ter berging van (maximaal vier) asbussen;

Urnenmuur

:

muur met ruimtes, bestemd om daarin urnen bij te zetten;

Urnennis

:

een ruimte in de urnenmuurwaarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus of urn. Een urnnenis wordt uitgegeven voor een periode van 20 jaar met telkens een mogelijkheid van verlenging met 10 jaar;

Verstrooiingsplaats

:

daartoe bestemde plek(ken) op de begraafplaats, waarop as wordt verstrooid;

Hoofdstuk II Openstelling, orde en rust op de begraafplaatsen

Artikel 2 Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as, dan wel met van de beheerder verkregen toestemming.

Artikel 3 Ordemaatregelen

  • 1.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid voorafgaand aan het verrichten van werkzaamheden melden bij de beheerder en moeten zich houden aan zijn aanwijzingen.

  • 2.

    De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 3.

    Het is verboden met motorvoertuigen op de begraafplaatsen te rijden:

    • a.

      anders dan voor een begrafenis, het vervoeren van materialen en het vervoeren van mensen met een beperking;

    • b.

      met een snelheid hoger dan 10 kilometer per uur.

  • 4.

    De toegang tot en het verblijf op de begraafplaatsen is verboden voor:

    • a.

      personen, die zich naar het oordeel van de beheerder op hinderlijke wijze gedragen;

    • b.

      kinderen jonger dan 12 jaar, niet vergezeld van een meerderjarig persoon.

  • 5.

    Het is verboden op de begraafplaatsen:

    • a.

      te colporteren of goederen te koop aan te bieden;

    • b.

      op enigerlei wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;

    • c.

      op de grafruimten te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;

    • d.

      rijwielen mee te voeren;

    • e.

      honden onaangelijnd te laten lopen;

    • f.

      gereedschappen, kledingstukken of andere niet tot de grafruimten behorende voorwerpen neer te leggen of op te hangen op de grafruimten, op of aan de graftekenen of de beplantingen;

    • g.

      te fotograferen, te filmen of anderszins beeldopnamen te maken zonder voorafgaande toestemming van de beheerder;

    • h.

      zich te gedragen in strijd met de eerbied, aan de doden verschuldigd.

  • 6.

    De beheerder is bevoegd degene die handelt in strijd met het bepaalde in het vijfde lid de toegang tot de begraafplaats te ontzeggen.

  • 7.

    De beheerder kan ontheffing verlenen van het in dit artikel bepaalde.

Artikel 4 Plechtigheden

  • 1.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden, worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 5 Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 6 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1.

    De tijd en de plaats van de begraving wordt, in overleg met de uitvaartondernemer en/of nabestaanden, bepaald door de beheerder.

  • 2.

    Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 3.

    Het is niet toegestaan voorwerpen bij het lijk in de kist of het omhulsel of bij de asbus te doen die niet binnen de wettelijke grafrusttermijn vergaan, behoudens lijfsieraden of protheses.

  • 4.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

  • 5.

    De nabestaanden mogen onder toezicht van de beheerder zelf zorg dragen voor het dragen van de kist tot aan het graf indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Dit ter beoordeling en onder toezicht en aanwijzing van de beheerder, voor eigen risico en met uitsluiting van aansprakelijkheid voor de gemeente. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Artikel 7 Gebouwen en muziekinstallatie op de Algemene begraafplaats te Bloemendaal

  • 1.

    Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede het gebruik van het orgel moet bij de aangifte van de uitvaart worden aangevraagd bij de beheerder.

  • 2.

    De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Artikel 8 Over te leggen stukken

  • 1.

    Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf plaatsvindt, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende.

  • 3.

    Indien de rechthebbende overleden is dient het grafrecht overgeschreven te zijn voordat er in een graf begraven mag worden.

  • 4.

    De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging

  • 1.

    Een begraving of een bijzetting van as mag uitsluitend geschieden op maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 15.00 uur en op zaterdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur.

  • 2.

    Op zondagen, algemeen erkende feestdagen en met algemeen erkende feestdagen gelijkgestelde dagen mag geen begrafenis en/of bijzetting plaatshebben.

  • 3.

    Op hetzelfde tijdstip mag op een begraafplaats niet meer dan één begraving of bijzetting van as plaatsvinden. De tijdsruimte tussen twee begravingen en/of bijzettingen (op dezelfde begraafplaats) moet ten minste 1,5 uur zijn.

  • 4.

    In bijzondere omstandigheden kan de beheerder afwijkingen van het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde toestaan.

Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 10 Indeling graven en asbezorging

  • 1.

    In een particulier graf op de begraafplaats in Bloemendaal worden maximaal drie lijken begraven. Op de begraafplaats in Bennebroek worden maximaal twee lijken begraven in een particulier graf. In een particulier kindergraf op de algemene begraafplaats in Bloemendaal wordt maximaal één lijk begraven.

  • 2.

    Er worden maximaal zes asbussen bijgeplaatst in een particulier graf. Op de begraafplaats in Bloemendaal worden maximaal vier asbussen bijgeplaatst in een kindergraf.

  • 3.

    In een particulier urnengraf op de begraafplaats in Bloemendaal mogen maximaal vier asbussen geplaatst worden. Bovengronds is plaatsing van één urn toegestaan op een speciaal hiervoor bestemde funderingsplaat.

  • 4.

    In de urnennis mogen maximaal twee asbussen geplaatst worden.

  • 5.

    In een natuururnengraf mag maximaal 1 composteerbare asbus geplaatst worden.

Artikel 11 Volgorde van uitgifte graven

  • 1.

    De plaats van de te verkrijgen grafruimte wordt op de begraafplaats Bennebroek bepaald door de volgorde van uitgifte. Het college kan een graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte indien dit voor de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere gevallen toestaan dat van het bepaalde in het 1e lid wordt afgeweken;

  • 3.

    Een algemeen graf wordt door de beheerder aangewezen.

Artikel 12 Termijnen particuliere graven

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor bepaalde tijd (de tijd van twintig jaar) of (uitsluitend op begraafplaats Bloemendaal) voor onbepaalde tijd het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. Reserveren van een grafruimte bij leven is mogelijk, indien vanaf het moment van reserveren de hiervoor verschuldigde bedragen worden voldaan. Het uitgifte termijn start op het moment van de tenaamstelling.

  • 2.

    Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht voor bepaalde tijd wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3.

    Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de echtgenoot of levenspartner van de (overleden) rechthebbende dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor naar het oordeel van het college gewichtige redenen bestaan.

  • 4.

    Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn.

  • 5.

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond naar de minimale verlengingstermijn van 10 jaar.

Artikel 13 Termijn Algemene graven

In een algemeen graf wordt gelegenheid gegeven lijken te begraven voor een periode van 10 jaar.

Artikel 14 Grafkelder

  • 1.

    Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf voor onbepaalde tijd toestemming verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen nadere regels.

  • 2.

    het college, kan voor de tijd van twintig jaar het recht op een particulier graf in een vrijgekomen grafkelder afgeven. De bepalingen van artikel 12 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15 Overschrijving van verleende rechten

  • 1.

    Het recht op een particulier (kinder-) graf, particulier urnengraf of urnennis kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen 1 jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

  • 3.

    Als na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere (kinder-) graf, particulier urnengraf of urnennis te doen vervallen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van 1 jaar kan het college het particuliere graf, particulier urnengraf of urnennis alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier (kinder-) graf, particulier urnengraf of urnennis dat inmiddels is geruimd.

Artikel 16 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige restitutie kan de rechthebbende op een particulier (kinder-)graf, particulier urnengraf of urnennis schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het graf, mits hierbij de verschuldigde (onderhouds)rechten ineens worden voldaan tot het moment waarop de wettelijke grafrust is verstreken. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Artikel 17 Vervallen en vervallen verklaren van grafrechten

  • 1.

    De grafrechten vervallen:

    • a.

      door het verlopen van de termijn;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

    • c.

      indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2.

    Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      als de betaling van het grafrecht niet binnen zes maanden na aanvang van de gestelde termijn is voldaan en/of andere financiële verplichtingen betreffende het graf of de begraafplaatsen niet zijn voldaan binnen de gestelde termijnen;

    • b.

      als de rechthebbende, ondanks een aanmaning, in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien de rechthebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen zes maanden is overgeschreven.

  • 3.

    In geen van de gevallen als bedoeld in het eerste en in het tweede lid vindt terugbetaling plaats van (een deel van) de kosten van het grafrecht of van eventuele andere kosten. Evenmin kan aanspraak worden gemaakt op enige vergoeding. Het doen van afstand ontslaat evenmin van de verplichting tot het betalen van de kosten voor de lopende termijn.

  • 4.

    Als het grafrecht is vervallen en geen andere bestemming voor de eventueel in het graf aanwezige menselijke resten en/of as(-bussen) kenbaar is gemaakt, worden de resten begraven in een verzamelgraf. De in het graf aanwezige as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen; op een door de beheerder te bepalen tijdstip.

  • 5.

    De op het graf aanwezige grafbedekking of beplanting mag vóór het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kan hij geen aanspraken hierop doen gelden.

Artikel 18 Incidentele asverstrooiing

  • 1.

    Het is verboden zonder toestemming van het college de as uit een asbus op een gemeentelijke begraafplaats te verstrooien.

  • 2.

    Incidentele asverstrooiing wordt toegestaan op een namens door de beheerder aan te wijzen plek op een gemeentelijke begraafplaats

  • 3.

    Geen asverstrooiing mag plaatsvinden als er sprake is van de volgende omstandigheden:

    • a.

      als de grond bevroren is;

    • b.

      bij harde wind;

    • c.

      op sneeuw.

  • 4.

    As uit een asbus die op een begraafplaats wordt verstrooid, wordt verstrooid onder toezicht van een medewerker van de begraafplaats.

  • 5.

    Op een door de beheerder aangewezen locatie na een as verstrooiing mag een herdenkingsplaatje worden aangebracht. De afmetingen daarvan in overleg met de beheerder.

Hoofdstuk V Grafbedekkingen

Artikel 19 Grafbedekking

  • 1.

    Omtrent de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen stelt het college nadere regels vast.

  • 2.

    De beheerder kan ontheffing verlenen van de door het college vastgestelde nadere regels.

Artikel 20 Niet-blijvende grafbeplanting

Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen door de beheerder worden verwijderd wanneer zij verwelkt zijn. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 21 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

  • 2.

    Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje bekend.

Artikel 22 Onderhoud door de gemeente

  • 1.

    Het onderhoud door de gemeente vindt plaats tegen betaling door de rechthebbende van het daartoe verschuldigde recht.

  • 2.

    Het verzorgen van het onderhoud van die delen van de begraafplaatsen, die niet worden of zijn uitgegeven voor realisering van grafruimten, het zogenaamde algemeen onderhoud, geschiedt door de gemeente. Hiervoor is de rechthebbende op het graf een recht (algemeen onderhoud) verschuldigd. Bij een begraving in een algemeen graf moet dit onderhoud voor de termijn van de wettelijke grafrust worden afgekocht door degene in wiens opdracht de begraving plaatsvindt.

  • 3.

    Onder het onderhoud van de graven wordt onder meer verstaan: het schoonhouden van de op de particuliere graven geplaatste grafmonumenten, rechtzetten van graftekenen, het ongedaan maken van verzakkingen, het vastzetten van losse onderdelen en het onderhouden van de daarop aanwezige beplantingen, met uitzondering van eenjarige beplanting. Onderhoud bij mausoleums omvat het vrij en schoonhouden van de entree op het maaiveld en het onderhouden van de aanwezige beplanting.

  • 4.

    Onder het onderhoud van de grafbedekking wordt niet verstaan het herstellen en vernieuwen van een grafteken, van beplanting of enig onderdeel daarvan.

  • 5.

    Als de rechthebbende in gebreke blijft de verschuldigde rechten te voldoen, kan het grafteken en/of de beplanting van de grafruimte worden verwijderd. De rechthebbende zal hierop schriftelijk worden gewezen. De graftekenen of de restanten hiervan blijven gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervallen daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 23 Onderhoud door rechthebbende

Het college kan nadere regels vaststellen over de het onderhoud door de rechthebbende.

Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 24 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar en een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan de ruiming bekend door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en vermeld dit bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord.

  • 2.

    De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd. Bij de ruiming zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 3.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op het daartoe bestemde gedeelte van de Algemene begraafplaats Bloemendaal.

  • 4.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen of particulier graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de burgemeester een vergunning aanvragen om, bij ruiming, op eigen kosten de stoffelijke restenbijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraven elders.

Artikel 25 Opgraven voor verstrijken van het termijn van de grafrust

  • 1.

    Een aanvraag voor het opgraven van een lijk wordt door de rechthebbende bij de burgemeester ingediend.

  • 2.

    De kosten voor het opgraven, ruimen en/of schudden en alle overige hiermee samenhangende kosten komen voor rekening van de aanvrager van de werkzaamheden.

Artikel 26 Historisch waardevolle graven en / of grafteken en grafbedekking

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van de graven die historisch waardevol zijn of waarvan de graftekens en/of de grafbedekking een waardevolle kwaliteit heeft.

  • 2.

    Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 bedoelde lijst te worden bijgeschreven.

  • 3.

    Het college beslist over het ruimen van graven en/of het verwijderen van graftekens of grafbedekkingen die voorkomen op de in lid 1 bedoelde lijst.

Hoofdstuk VII Vak K

De begraafplaats Bloemendaal heeft een met een haag afgezonderd gedeelte met de Vakaanduiding K. De artikelen genoemd in deze verordening zijn niet van toepassing op de graven in Vak K voor zover dit niet in strijd is met de Wet op de Lijkbezorging. Afspraken over rechten, onderhoud, kosten en termijnen zijn vastgelegd in een aparte overeenkomst.

Hoofdstuk VIII Slotbepalingen

Artikel 28 Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 29 Intrekking oude regeling

De Beheersverordening Algemene Begraafplaats gemeente Bloemendaal 2019, vastgesteld op 29-03-2019 wordt ingetrokken op de datum van inwerkingtreding als bedoeld in artikel 26.

Artikel 30 Geschillen

In gevallen waarin, ten aanzien van verkregen rechten en vergunningen, deze verordening en/of de nadere regels niet voorzien, of bij twijfel over de toepassing van de bepalingen, beslist het college.

Artikel 31 Overgangsbepaling

  • Rechten op particuliere graven en vergunningen, onder eerdere verordeningen verkregen, blijven van kracht, doch daarvan mag slechts gebruik worden gemaakt met inachtneming van de bij deze verordening gestelde regels, voor zover die op deze rechten en vergunningen van toepassing kunnen worden gebracht.

Artikel 32 Strafbepaling

Degene die handelt in strijd met de artikelen 2, lid 2 en 3 leden 2, 3 en 4 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 33 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie.

Artikel 34 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening Algemene Begraafplaatsen Bloemendaal 2025.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bloemendaal, gehouden op 3 juli 2025

, voorzitter

, griffier

Naar boven