Gemeenschappelijke Regeling Gevudo (Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en omstreken)

 

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten

Alblasserdam; Dordrecht; Gorinchem; Hardinxveld-Giessendam; Hendrik-Ido-Ambacht; Molenlanden; Papendrecht; Sliedrecht; Vijfheerenlanden; Zwijndrecht;

ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

 

Overwegende:

- dat het gewenst is samen te werken ter behartiging van de collectieve aandeelhouders-belangen in N.V. HVC;

- gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

BESLUITEN;

1. Onder de opschortende voorwaarde dat alle raden toestemming verlenen als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de gemeenschappelijke regeling Gevudo, zoals inwerking getreden in 2015, laatstelijk gewijzigd bij het Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Gevudo, te wijzigen en de volgende integrale tekst vast te stellen:

 

“Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken” (GEVUDO)

 

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

De regeling verstaat onder:

  • a.

    de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken (GEVUDO);

  • b.

    het lichaam: het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2;

  • c.

    gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

  • d.

    de deelnemers: de aan deze regeling deelnemende gemeenten;

  • e.

    samenwerkingsgebied: het gebied gelegen binnen de gemeentegrenzen van de deelnemers;

  • f.

    de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • g.

    Ballotage Overeenkomst: de overeenkomst tussen de aandeelhouders van NV HVC en NV HVC.

 

Artikel 2 Openbaar lichaam

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd: “Gemeenschappelijke Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken” (GEVUDO).

  • 2.

    Het openbaar lichaam is een rechtspersoon op grond van artikel 8, eerste lid van de wet en is gevestigd te Dordrecht.

 

Artikel 3 Doel

Het lichaam heeft tot doel het behartigen van aandeelhoudersbelangen van de deelnemers in NV HVC, in de ruimste zin des woords, en het daarbij uitoefenen van stemrecht in de aandeelhoudersvergaderingen van NV HVC.

 

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

  • 1.

    Aan het lichaam worden de volgende taken opgedragen en bevoegdheden gemandateerd:

    • a.

      het beheren van 529 aandelen A in het kapitaal van NV HVC, met uitzondering van het verwerven en vervreemden ervan;

    • b.

      het bepalen van de balans tussen:

      • i.

        het monitoren en beheersen van financiële risico’s voor deelnemers bij NV HVC;

      • ii.

        het realiseren van maatschappelijke beleidsdoelstellingen via NV HVC.

    • c.

      het voor de deelnemers partij zijn bij overeenkomsten tussen aandeelhouders van HVC, waaronder mede begrepen het toetreden tot en het partij zijn bij de “Ballotage Overeenkomst”;

    • d.

      het formeel garant staan voor de verplichtingen van NV HVC krachtens door NV HVC gesloten overeenkomsten van geldlening, conform het bepaalde in artikel 9 van de Ballotage Overeenkomst, onderling uitdrukkelijk voor risico en rekening van de deelnemers conform de verdeling in artikel 26, lid 4 van deze regeling;

    • e.

      het uitbetalen aan deelnemers van provisies en dividenden van NV HVC conform de verdeling in artikel 26, lid 4;

    • f.

      Het vertegenwoordigen van en het uitoefenen van het stemrecht namens de deelnemers in de Algemene en Bijzondere Vergaderingen van Aandeelhouders van NV HVC;

    • g.

      het voeren van periodiek overleg (ambtelijk/ bestuurlijk) met vertegenwoordigers van NV HVC.

  • 2.

    Het bestuur neemt bij de uitvoering van haar taken de van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht.

  • 3.

    Het realiseren van de maatschappelijke beleidsdoelstellingen zoals benoemd in lid 1, sub b, onder ii, wordt als volgt nader gedefinieerd:

    • -

      de warmtetransitie als cruciaal onderdeel van de energietransitie en mede in relatie tot verlichten netcongestie;

    • -

      circulariteit en duurzaamheid door inzet op preventie, hergebruik en terugwinning van grondstoffen.

  • 4.

    Het adviseren van NV HVC en het aangaan van overeenkomsten tot het inzamelen van huisvuil namens één of meer deelnemers is geen taak van Gevudo.

 

 

HOOFDSTUK II: INRICHTING, SAMENSTELLING EN WERKWIJZE BESTUUR

Artikel 5 Bestuursorganen

Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit:

  • a.

    het Algemeen bestuur;

  • b.

    het Dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

 

Artikel 6 Algemeen bestuur

  • 1.

    Het Algemeen bestuur bestaat uit leden die door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers uit hun midden worden aangewezen.

  • 2.

    Elke deelnemer wijst ook een plaatsvervangend lid aan.

  • 3.

    Het Algemeen bestuur bestaat uit ten minste 10 en ten hoogste 20 leden. Iedere gemeente wordt door ten minste één lid vertegenwoordigd.

  • 4.

    De leden en hun plaatsvervangers worden aangewezen voor een periode gelijk aan de zittingsduur als bestuurder in het college van burgemeester en wethouders.

  • 5.

    De leden van het Algemeen Bestuur worden door hun college aangewezen in de collegevergadering na de verkiezingen.

  • 6.

    De plaatsen van leden die door ontslag, overlijden of om andere redenen openvallen worden terstond ingenomen door het plaatsvervangend lid. Het college van de betreffende gemeente wijst uiterlijk binnen twee weken na het openvallen van de plaats in het Algemeen bestuur een nieuw (plaatsvervangend) lid aan.

  • 7.

    De leden en plaatsvervangend leden van het Algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van het voornemen tot ontslag nemen stellen zij het Algemeen bestuur schriftelijk op de hoogte.

  • 8.

    Degene die ophoudt burgemeester of wethouder te zijn van de gemeente, houdt daarmee tevens op lid van het Algemeen bestuur te zijn.

 

Artikel 7 Vergaderingen van het Algemeen bestuur

  • 1.

    Het Algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn werkzaamheden.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar.

  • 3.

    De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt of wanneer de voorzitter dit nodig oordeelt.

  • 4.

    De plaatsvervangend leden nemen alleen deel aan de vergadering bij verhindering van het lid dat zij vervangen.

  • 5.

    Het Algemeen bestuur mag slechts besluiten of stemmen, indien meer dan de helft van het aantal deelnemende gemeenten vertegenwoordigd is met minimaal 1 lid.

  • 6.

    Over de begroting en over de rekening kan het Algemeen Bestuur slechts beraadslagen en een besluit nemen in een openbare vergadering.

  • 7.

    Op persoonlijke titel kunnen leden van het Algemeen Bestuur deelnemen aan werkgroepen en klankbordgroepen van NV HVC, echter dit bindt noch dit lichaam noch haar deelnemers.

 

Artikel 8 Stemverhouding

  • 1.

    Elke deelnemer beschikt over 2 stemmen in de vergaderingen van het Algemeen bestuur. Bij gemeenten die door 2 leden vertegenwoordigd zijn in het Algemeen bestuur, beschikt elk lid over 1 stem.

  • 2.

    Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid (> 50%) van het aantal uitgebrachte stemmen vereist.

 

Artikel 9 Dagelijks bestuur

Het Dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter van het Algemeen bestuur en tenminste twee leden die door het Algemeen bestuur uit haar midden worden aangewezen.

 

Artikel 10 Lidmaatschap Dagelijks bestuur

  • 1.

    De in artikel 9 bedoelde leden worden aangewezen in de eerste vergadering na de verkiezingen van het Algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 2.

    Alle leden treden af op de dag van aftreden van de leden van het Algemeen bestuur.

  • 3.

    Het lidmaatschap van het Dagelijks bestuur eindigt indien men ophoudt lid van het Algemeen bestuur te zijn.

  • 4.

    Een lid van het Dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Dagelijks - en Algemeen bestuur.

  • 5.

    Het Algemeen bestuur kan één of meer leden van het Dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze(n) niet meer het vertrouwen van het Algemeen bestuur geniet(en).

  • 6.

    Het aanwijzen van leden van het Dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen door ontslag, overlijden of om andere redenen, vindt plaats binnen twee weken nadat deze openvallen.

 

Artikel 11 Vergaderorde

  • 1.

    De vergaderingen van het Dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast, dat aan het Algemeen bestuur wordt toegezonden.

  • 3.

    In de vergadering van het Dagelijks bestuur kan slechts worden besloten indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

  • 4.

    Besluiten, niet zijnde besluiten ten aanzien van aandeelhoudersbesluiten van NV HVC, worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één of twee stemmen heeft, zoals bepaald bij artikel 8, lid 1.

  • 5.

    Bij staking der stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.

  • 6.

    Op persoonlijke titel kunnen leden van het Dagelijks Bestuur deelnemen aan werkgroepen en klankbordgroepen van NV HVC, echter dit bindt noch dit lichaam noch haar deelnemers.

 

Artikel 12 Taken en bevoegdheden van het Dagelijks bestuur

Het Dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot:

  • a.

    de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het Algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

  • b.

    het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen bestuur;

  • c.

    het behartigen van de belangen van het lichaam bij andere overheden en andere instellingen, diensten, personen, waarmee contact voor het lichaam van belang is;

  • d.

    het toezicht op het beheren van de financiën en de eigendommen van het lichaam;

  • e.

    het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden en andere instellingen, diensten, personen, waarmee contact voor het lichaam van belang is;

  • f.

    het afkondigen van besluiten waarvan afkondiging bij wet of bij besluit van het Algemeen bestuur is voorgeschreven;

  • g.

    Het in behandeling nemen en afdoen van verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid;

  • h.

    Het in behandeling nemen en afdoen van verzoeken om inzage op grond van de AVG;

  • i.

    Het in behandeling nemen en afdoen van klachten over bestuurders en medewerkers van het lichaam.

 

Artikel 13 Voorzitter en vicevoorzitter

  • 1.

    Het lid van het Algemeen Bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht is aangewezen, is voorzitter van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur. De vicevoorzitter van het Algemeen bestuur wordt gekozen door het Algemeen Bestuur uit de leden in het Algemeen bestuur die de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden vertegenwoordigen. De vicevoorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid in vergaderingen van het Algemeen of Dagelijks bestuur.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een vicevoorzitter aan, met dien verstande dat deze alleen het DB-lid van de gemeente Gorinchem, de gemeente Molenlanden of de gemeente Vijfheerenlanden kan zijn.

  • 3.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur.

  • 4.

    De voorzitter ondertekent alle stukken die van het Algemeen bestuur en van het Dagelijks bestuur uitgaan.

  • 5.

    De voorzitter draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van het Dagelijks bestuur.

  • 6.

    De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam bij het uitoefenen van stemrecht in aandeelhoudersvergaderingen van NV HVC en het eventueel deelnemen aan een aandeelhouderscommissie. Bij verhindering van de voorzitter wordt het lichaam vertegenwoordigt door 1 van de andere DB-leden, onder dezelfde voorwaarden als genoemd in lid 7.

  • 7.

    De voorzitter en vicevoorzitter vervullen geen toezichtsfunctie bij NV HVC of een vergelijkbare onderneming.

 

Artikel 14 Secretaris

  • 1.

    Het openbaar lichaam heeft een secretaris.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur beslist over de benoeming en het ontslag van de secretaris.

  • 3.

    Het Dagelijks bestuur draagt een kandidaat voor aan het Algemeen Bestuur.

  • 4.

    De secretaris kan te allen tijde ontslag nemen met inachtneming van een opzegtermijn van één kalendermaand door dat schriftelijk kenbaar te maken aan het Dagelijks bestuur.

 

Artikel 15 Taken van de secretaris

  • 1.

    De secretaris heeft tot taak het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur en de voorzitter in hun opgedragen taken terzijde te staan.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor de ambtelijke – en externe advisering aan het Algemeen en Dagelijks bestuur.

  • 3.

    De secretaris kan zich in zijn taken laten bijstaan door door hem aan te wijzen personen. Dit betreft onder meer de taken op het gebied van het betalingsverkeer en financiële administratie.

  • 4.

    De secretaris is verantwoordelijk voor het opmaken van de notulen/besluitpunten van de vergaderingen van het Algemeen - en het Dagelijks bestuur alsook voor de totstandkoming van de conceptjaarrekening en -begroting.

  • 5.

    De secretaris coördineert de advisering ten aanzien van het lichaam zelf en de taken die het heeft aangaande de NV HVC.

 

Artikel 16 Adviesteam

  • 1.

    Het lichaam heeft geen personeel in loondienst. De deelnemers aan de regeling dragen zorg voor een adviesteam ten behoeve van integrale advisering aan het Dagelijks bestuur.

  • 2.

    De secretaris zit het adviesteam voor.

  • 3.

    In het adviesteam zit in elk geval expertise ten aanzien van zowel de financiële belangen als maatschappelijke doeleinden.

  • 4.

    Het adviesteam heeft een actieve adviesrol en kan gevraagd en ongevraagd advies aan de voorzitter en het Dagelijks en het Algemeen bestuur geven.

  • 5.

    Het Dagelijks bestuur wijst vanuit dit adviesteam één of meerdere personen aan om te participeren in een aandeelhouderscommissie van NV HVC.

  • 6.

    Het adviesteam kan op grond van een besluit van het Dagelijks bestuur worden uitgebreid met externe deskundigen.

 

Artikel 17 Burgerparticipatie

Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling betrokken voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Algemeen bestuur is bepaald.

 

Als het Algemeen bestuur meent dat de besluiten die worden voorbereid uitzonderlijk grote gevolgen kunnen hebben voor belanghebbenden, kan het Algemeen bestuur besluiten om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure te doorlopen zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

 

HOOFDSTUK III: BEVOEGDHEDEN VAN HET LICHAAM

Artikel 18 Informatie en verantwoording

  • 1.

    De leden van het Dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2.

    Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

  • 3.

    Het reglement van orde voor het Algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in het tweede lid bepaalde.

 

Artikel 19 Informatieplicht Algemeen bestuur

  • 1.

    Het Algemeen bestuur heeft een actieve informatieplicht naar de colleges van de deelnemers aangaande de belangen in NV HVC, onverminderd de informatieverplichtingen van de individuele leden van het Algemeen bestuur jegens de eigen gemeente.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur regelt in het reglement van orde de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen over een specifiek onderwerp worden verstrekt.

 

Artikel 20 Stemrecht in NV HVC

Het lichaam oefent het stemrecht als genoemd in artikel 3, lid 1 namens de deelnemers in de Algemene en Bijzondere Vergaderingen van Aandeelhouders van NV HVC uit, met inachtneming van de daarop betrekking hebbende besluiten van het Algemeen bestuur.

 

Artikel 21 Mogelijkheid zienswijze gemeenteraden

  • 1.

    Als het Algemeen bestuur inschat dat een te nemen besluit mogelijk politiek of beleidsmatig grote impact heeft, kan het Algemeen bestuur, door tussenkomst van het Dagelijks bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten de mogelijkheid geven om hierover binnen een door het Algemeen bestuur te stellen termijn een zienswijze naar voren te brengen.

  • 2.

    Als gebruik wordt gemaakt van de geboden zienswijzemogelijkheid, stelt het Algemeen bestuur, door tussenkomst van het Dagelijks bestuur, de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de ingediende zienswijze en eventuele gevolgen en conclusies die het daaraan verbindt ten aanzien van het te nemen of genomen besluit.

 

HOOFDSTUK IV FINANCIËLE BEPALINGEN/ GARANTSTELLING

Artikel 22 Begroting

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor eenieder digitaal en fysiek ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijging, tussen welke en de behandeling van de begroting ten minste veertien dagen moeten verlopen, geschiedt openbare kennisgeving.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks bestuur van het lichaam hun zienswijze naar voren brengen over de ontwerpbegroting. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijze is vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur stelt de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de ingediende zienswijze(n), alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  • 5.

    Het Algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk 1 september, voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt, vast.

  • 6.

    Na de vaststelling zendt het Dagelijks bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 7.

    Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Het bepaalde in het eerste en derde lid van dit artikel is echter niet van toepassing op wijzigingen van de begroting die niet leiden tot verhoging van het nadelig exploitatiesaldo dan wel verlaging van het exploitatieoverschot van het desbetreffende begrotingsjaar.

 

Artikel 23 Uitgaven

  • 1.

    Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, mogen geen uitgaven worden gedaan, welke niet bij de vastgestelde begroting of bij een vastgestelde begrotingswijziging zijn geraamd.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur kan echter, in buitengewone gevallen van dringende spoed, besluiten tot het doen van uitgaven, mits het Algemeen bestuur het daartoe te nemen besluit met redenen omkleedt en dit terstond ter informatie aan de raden der deelnemende gemeenten toezendt. Het Algemeen bestuur wijst daarbij tevens de middelen tot dekking aan.

 

Artikel 24 Rekening

  • 1.

    Het Algemeen bestuur stelt jaarlijks voor 15 juli van het lopende kalenderjaar, de rekening over het afgelopen jaar vast.

  • 2.

    Het Dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk voor 15 juli, na de vaststelling van de rekening door het Algemeen bestuur, de rekening vergezeld van een accountantsrapport, ter kennisneming toe aan de raden van de deelnemers.

 

Artikel 25 Financieel beleid

  • 1.

    Het Algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast.

  • 2.

    Het Algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.

  • 3.

    Het Dagelijks bestuur verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. Het Algemeen bestuur stelt bij verordening nadere regels over dit onderzoek.

 

Artikel 26 Garantstelling en exploitatielasten

  • 1.

    Het lichaam staat garant voor de verplichtingen van NV HVC, krachtens door NV HVC aangegane overeenkomsten van geldlening, een en ander conform het bepaalde in artikel 9 van de Ballotage Overeenkomst en onverminderd de bijdrageplicht van de overige aandeelhouders NV HVC op basis van artikel 11 van de Ballotage Overeenkomst. Nieuwe (vervangende) overeenkomsten welke op deze risico's betrekking hebben en het risico voor dit lichaam niet verzwaren vallen automatisch ook onder dit artikel. Bij nieuwe (vervangende) overeenkomsten welke op deze risico’s betrekking hebben en het risico wel verzwaren treedt Gevudo in overleg met NV HVC.

  • 2.

    De deelnemers staan op hun beurt gezamenlijk garant voor de betaling van door NV HVC aangegane overeenkomsten van geldlening voor zover die door het lichaam zijn gegarandeerd. Dit is naar rato van aantal inwoners per gemeente per 1 januari van het jaar waarin de betaling moet plaatsvinden.

  • 3.

    Derden, daaronder begrepen NV HVC en haar financiers, kunnen jegens het lichaam en jegens de deelnemers een beroep doen op dit artikel. Deze verdeling geldt ook ingeval van een aanspraak ingevolge artikel 7, lid 1 van de Ballotage Overeenkomst.

  • 4.

    In het geval Gevudo provisie ontvangt van NV HVC verdeelt zij deze naar rato van het aantal inwoners per gemeente per 1 januari van het jaar van uitkering, met aftrek van gemaakte exploitatielasten.

  • 5.

    Een negatief resultaat van de exploitatie wordt, voor zover niet gedekt uit een reserve, in rekening gebracht aan de deelnemers overeenkomstig de verdeling zoals bedoeld in lid 2.

 

Artikel 27 Waarborgen aflossing geldleningen

Elk der deelnemende gemeenten waarborgt de betaling van rente en aflossing van de door het lichaam te sluiten geldleningen en in rekening-courant op te nemen gelden op basis van de onderlinge verdeling zoals opgenomen in artikel 26, lid 4.

 

HOOFDSTUK V: ARCHIEF

Artikel 28 Archief

  • 1.

    Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden.

  • 2.

    De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht.

  • 3.

    Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden van het lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht.

  • 4.

    Na de opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Dordrecht.

  • 5.

    De in het derde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Dordrecht.

  • 6.

    De regelingen bij of krachtens de Archiefwet die gelden voor de gemeente Dordrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in dit artikel.

 

 

HOOFDSTUK VI: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 29 Toetreding

Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling is mogelijk bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de toetredende gemeente, onder voorbehoud van toestemming van de gemeenteraad, nadat de colleges van de deelnemers in meerderheid met toetreding van de nieuwe deelnemer hebben ingestemd, en daarvoor toestemming hebben gekregen van hun gemeenteraad. Het Algemeen bestuur bepaalt ook de daarbij eventueel te stellen voorwaarden aan de nieuwe deelnemer. Over de toetreding adviseert het adviesteam, zoals bedoeld in artikel 16.

 

Artikel 30 Uittreding

  • 1.

    Het college van een deelnemende gemeente kan besluiten tot het uittreden uit de regeling, mits zij hiervoor toestemming verkrijgt van haar gemeenteraad.

  • 2.

    Het besluit van een deelnemer tot uittreding uit deze regeling wordt binnen twee weken nadat het genomen is, aan het Algemeen bestuur toegezonden. Het Algemeen bestuur stelt de overige deelnemers aan de regeling ten spoedigste van het onderhavige besluit in kennis.

  • 3.

    De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar, volgende op dat, waarin het besluit tot uittreding is ontvangen door het Algemeen bestuur.

  • 4.

    Na ontvangst van de in het tweede lid bedoelde besluit, wordt een, in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen, onafhankelijke accountant opdracht verleend om te adviseren over een uittreedsom en eventuele overige financiële voorwaarden. De uittreedsom wordt vastgesteld door het Algemeen bestuur, gehoord de deelnemers, en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.

  • 5.

    De kosten voor het opstellen van de uittreedsom en overige financiële voorwaarden, zoals bedoeld in het vierde lid, komen voor rekening van de uittredende deelnemer.

  • 6.

    Tot de overige financiële voorwaarden, zoals bedoeld in het vierde lid, behoort in elk geval de bepaling in hoeverre de uittredende deelnemer gehouden blijft garant te zijn tot het door de deelnemer gegarandeerde percentage in de door het lichaam aangegane c.q. overgenomen leningen.

 

Artikel 31 Uittredingsplan

  • 1.

    Het Algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast om te komen tot het vaststellen van de uittreedsom zoals bedoeld in artikel 30, lid 4 van deze regeling. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. Onder de gevolgen van de uittreding worden in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.

  • 2.

    Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het Algemeen bestuur desgewenst een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het Algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het Algemeen bestuur, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.

  • 3.

    Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.

  • 4.

    De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt. De bedoelde compensatie moet een reële en volledige vergoeding inhouden van de daadwerkelijke kosten die gemoeid zijn met uittreden.

  • 5.

    Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.

  • 6.

    Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.

  • 7.

    Het lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom die wordt vastgesteld door het Algemeen bestuur.

  • 8.

    Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.

  • 9.

    Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.

  • 10.

    De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige, als bedoeld in lid 2, en overige ingeschakelde deskundigen vallen onder de frictiekosten als bedoeld in lid 4.

  • 11.

    De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

  • 12.

    De in dit artikel bedoelde systematiek wordt gebaseerd op:

    • a.

      relevante regelgeving;

    • b.

      relevante jurisprudentie;

    • c.

      feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.

  • 13.

    Het lichaam alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

 

Artikel 32 Wijziging

  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd indien op basis van de stemverhouding in het Algemeen bestuur meer dan 50% hiertoe verzoekt. De artikelen 26 en 27 kunnen echter alleen worden gewijzigd bij unaniem besluit.

  • 2.

    Indien het Algemeen bestuur wijziging wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de colleges van de deelnemers. Deze kunnen tot wijziging besluiten onder voorbehoud van toestemming van de gemeenteraad.

  • 3.

    Een besluit tot wijziging dat conform het gestelde in het eerste lid tot stand is gekomen treedt in werking op de dag nadat het wijzigingsbesluit is bekendgemaakt of op de in het besluit aangegeven datum.

 

Artikel 33 Opheffing

  • 1.

    Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste tweederde der deelnemende gemeenten, wanneer zij hiervoor toestemming hebben verkregen van hun gemeenteraad. Een besluit kan niet worden genomen dan nadat het Algemeen bestuur daarover is gehoord.

  • 2.

    In geval van beëindiging, besluit het Algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 3.

    Het Algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vast, nadat de raden van de deelnemers in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze daarover kenbaar te maken. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing met inbegrip van overname van de garantstelling zoals bedoeld in artikel 26 en 27 en pro rato levering van aandelen van NV HVC.

  • 4.

    Het Dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie conform het liquidatieplan. Het bestuur van het openbaar lichaam blijft in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

  • 5.

    Alle rechten en verplichtingen van de regeling die resteren na uitvoering van het liquidatieplan gaan bij vereffening over naar de gemeenten, naar evenredigheid van de grootte van hun bijdrage aan de regeling in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het besluit tot de opheffing door de deelnemers is genomen.

 

 

HOOFDSTUK VIII: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 34 Evaluatie

Zo vaak als het Algemeen bestuur dit nodig of wenselijk acht, al dan niet op voorstel van het Dagelijks bestuur, wordt overgegaan tot een evaluatie van deze regeling. Desgewenst kan in zo’n geval ook een bredere evaluatie over de samenwerking tussen de deelnemers plaatsvinden.

 

Artikel 35 Bekendmaking

De gemeente Dordrecht draagt zorg voor de bekendmaking in het elektronisch Gemeenteblad van de gemeente Dordrecht.

 

Artikel 36 Looptijd en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2.

    De regeling, laatst vastgesteld in 2015 wordt ingetrokken.

  • 3.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.

 

Artikel 37

Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke Regeling Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken' of kortweg 'GEVUDO'.

 

 

 

Aldus besloten in de vergadering van het college van 11 februari 2025.

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Alblasserdam

M van Hall, J.W. Boersma

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 3 juni 2025.

Het college van Burgemeester en Wethouders van Dordrecht

J.H.S. Goossensen, P.A.C.M. van der Velden

Loco-Secretaris, de burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 20 augustus 2024

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Gorinchem

H. Kromkamp, R. Melissant

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 18 februari 2025

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht

P.J.J. Kalkman, P. van der Giessen

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 28 januari 2025

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Molenlanden

M. Does, T. Segers

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 14 januari 2025

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Papendrecht

J Ansems, M.J.M. van Driel

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 4 februari 2025

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Sliedrecht

N.H. Kuiper, J.M. de Vries

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 1 april 2025

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Vijfheerenlanden

W.J. de Jonge, S. Fröhlich

Secretaris, burgemeester

Aldus besloten in de vergadering van het college van 4 februari 2025

Het college van Burgemeesters en Wethouders van Zwijndrecht

P.W. Croonenberg-Borst, L.C.A. Anink

Secretaris, burgemeester

Naar boven