Subsidieregeling Vrij toegankelijke dagbesteding gemeente Maastricht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op het stimuleren van de vrij toegankelijke dagbesteding voor inwoners van 16 jaar en ouder door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Vrij toegankelijke dagbesteding gemeente Maastricht 2026.

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • Aanvrager: rechtspersoon die een subsidie aanvraagt;

  • Adviescommissie: een ambtelijke adviescommissie bestaande uit tenminste twee medewerkers van de gemeente Maastricht;

  • Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning (art. 1.1.1 lid 1 Wmo);

  • Asv: Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

  • Boekjaar: het boekjaar loopt vanaf 1 januari tot en met 31 december;

  • College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;

  • Mantelzorger: een persoon die meer dan gebruikelijke hulp en/of zorg verleent aan een familielid, een vriend of naaste;

  • Dagbestedingslocatie: een locatie waar de dagbestedingsactiviteiten plaatsvinden;

  • Dagbestedingsplek: een laagdrempelige plek die 10 dagdelen per week beschikbaar is voor inwoners van Maastricht in de leeftijd van 16 jaar en ouder. De focus ligt op inwoners met een zekere mate van eigen regie, die behoefte hebben aan ontmoeting, zingeving en ontplooiing en enige begeleiding nodig hebben. Van een dagbestedingsplek kunnen meerdere cliënten gebruik maken;

  • Dagdeel: een dagdeel bestaat uit 4 aaneengesloten uren;

  • Focusgroep: groep inwoners die eenzelfde mate van ondersteuning nodig hebben op basis van bijvoorbeeld leeftijdskenmerken;

  • Indicatie: indicatie op grond van de Wmo, Jeugdwet of de Wlz waarmee iemand toegang tot instellingen en hulpverleners krijgt;

  • Positieve gezondheid: een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies (spinnenweb zoals in bijlage 1 bij deze regeling). Met die bredere benadering wordt bijgedragen aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en om zo veel mogelijk eigen regie te voeren;

  • Strategische partners: gegunde partijen die met de gemeente Maastricht een taakgerichte opdracht voor de dienstverlening begeleiding individueel en begeleiding groep overeen zijn gekomen;

  • Subsidiabele kosten: naar oordeel van het college noodzakelijke kosten die direct verband houden met- en uitsluitend gemaakt worden voor de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd;

  • Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies binnen de door de ra ad vastgestelde begroting;

  • Subsidiejaar: zie boekjaar;

  • Vrij toegankelijke dagbesteding: een algemene voorziening gericht op het bieden van een zinvolle daginvulling waarvan inwoners van 16 jaar en ouder in een kwetsbare positie zonder indicatie, gebruik kunnen maken. Er worden activiteiten van diverse aard aangeboden die aansluiten op de behoeften, interesses, culturele achtergrond, de cognitieve en fysieke vaardigheden en beperkingen van de inwoners die deelnemen.

  • Winst: het positieve verschil tussen de opbrengsten en de kosten;

  • Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • Wlz: Wet langdurige zorg.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de noodzakelijke ondersteuning die nodig is om de dagbestedingsplekken op de dagbestedingslocatie te kunnen faciliteren.

  • 2.

    De dagbestedingslocatie voorziet in een ondersteuningsbehoefte voor inwoners uit Maastricht zonder Wmo-indicatie, Jeugdwet-indicatie of Wlz-indicatie voor begeleiding groep/dagbesteding. Inwoners die wel een indicatie hebben en deelnemen aan de activiteiten worden niet meegenomen in de berekening van het aantal subsidiabele dagbestedingsplekken;

  • 3.

    De vrij toegankelijke dagbesteding heeft als doel dagstructuur aan te brengen, zingeving te bevorderen en ontplooiing te stimuleren en is gericht op persoonlijke ontwikkeling, zelfstandigheid en of participatie. Het kan daarnaast ook leiden tot ontlasting van mantelzorgers.

  • 4.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      Een dagbestedingsplek bestaat uit 10 dagdelen per week;

    • b.

      Het minimumaantal dagbestedingsplekken is 5 en het maximumaantal is 65

    • c.

      Het minimumaantal dagdelen per deelnemer is 1 per week;

    • d.

      De activiteiten vinden groepsgewijs plaats waarbij de groepen uit minimaal 4 deelnemers bestaan;

    • e.

      De activiteiten vinden plaats op een dagbestedingslocatie in Maastricht;

    • f.

      De activiteiten zijn inclusief en voor iedereen toegankelijk;

    • g.

      De activiteiten gaan uit van het gedachtegoed van positieve gezondheid;

    • h.

      De activiteiten worden op een kwalitatief verantwoorde wijze aangeboden;

    • i.

      De activiteiten passen bij de interesses, de culturele achtergrond, de cognitieve en fysieke mogelijkheden/vaardigheden en beperkingen van de deelnemers in het betreffende werkgebied;

    • j.

      De begeleiding van de activiteiten worden verzorgd door een mix van vrijwilligers en beroepskrachten om een zo breed mogelijke groep inwoners te kunnen bedienen, met dien verstande dat

    • k.

      Beroepskrachten alleen worden ingezet voor activiteiten waarbij professionele ondersteuning noodzakelijk is.

  • 5.

    ‘Vakgerichte’ vormen van dagbesteding, bijvoorbeeld een fietsenwerkplaats, kunstatelier, groenproject of klus-werkplaats, worden niet georganiseerd als er al soortgelijke voorzieningen/initiatieven in de directe nabijheid van het gebied, zoals bedoeld in lid 3 aanhef en onder b van dit artikel, bestaan die voldoen aan de behoefte van de inwoners in dat gebied.

Artikel 4. Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk, statutair gevestigd in Maastricht.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt het subsidieplafond vast voor de activiteiten benoemd in artikel 3.

  • 2.

    Wijzigingen in het subsidieplafond worden jaarlijks door het college gepubliceerd, behoudens wijzigingen in het plafond door indexeringen.

  • 3.

    Jaarlijks vindt een indexering van het subsidieplafond plaats met het gemeentelijk indexeringscijfer.

  • 4.

    Het in enig kalenderjaar resterende gemeentelijke subsidieplafond wordt niet herverdeeld.

  • 5.

    Eventueel bij de vaststelling teruggevorderde bedragen worden niet herverdeeld.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    Kosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn: salariskosten, materiaalkosten en huisvestingskosten.

  • 3.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een subsidie bedraagt maximaal per dagbestedingsplek per subsidiejaar: € 8.250,-.

  • 2.

    De subsidiebedragen zijn inclusief btw.

Artikel 8. Wijze van verdeling

  • 1.

    Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verlening van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangorde, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de criteria en tot het daarbij vermelde aantal te behalen punten zoals in de beoordelingscriteria/ scorekaart in bijlage 2 bij deze regeling nader uitgewerkt.

  • 3.

    Bij de rangschikking wordt het advies van de ambtelijke adviescommissie bestaande uit tenminste twee medewerkers werkzaam binnen de gemeente betrokken.

Artikel 9. Aanvraag

  • 1.

    De subsidie dient aangevraagd te worden door middel van het gemeentelijke (digitale) aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden aangeleverd:

    • a.

      Een beschrijving waarin de volgende onderwerpen worden uitgewerkt:

      • i.

        Hoe de activiteiten bijdragen aan de doelen zoals genoemd in artikel 3.

      • ii.

        Op welke doelgroepen/inwoners de focus ligt.

      • iii.

        Het te verwachten aantal dagbestedingsplekken.

      • iv.

        Het te verwachten aantal unieke deelnemers per jaar.

      • v.

        Het gemiddelde aantal deelnemers per groep.

      • vi.

        Een overzicht van de aan de activiteit verbonden begrote inkomsten en uitgaven (begroting).

      • vii.

        De wijze waarop deelnemers worden begeleid: hoe de begeleiding wordt vormgegeven, welke deskundigheid hierbij wordt ingezet en het aantal betaalde beroepskrachten.

      • viii.

        De wijze waarop registratie van deelnemers plaatsvindt met betrekking tot instroom, uitstroom en deelname aantal dagdelen.

      • ix.

        De mate waarin de persoonlijke ontplooiing op basis van het spinnenwebmodel positieve gezondheid wordt bevorderd en hoe dit wordt geregistreerd (inclusief toelichting).

      • x.

        De mate waarin doorstroom naar andere voorzieningen en uitstroom wordt bevorderd (inclusief toelichting).

      • xi.

        De mate waarin de organisatie afstemming zoekt met strategische partners (inclusief toelichting).

      • xii.

        De mate waarin de organisatie ervaring heeft met activiteiten op het gebied van het aanbrengen van dagstructuur en begeleiding bij de ontwikkeling naar andere leefgebieden (inclusief toelichting).

      • xiii.

        De mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen worden gefinancierd (inclusief toelichting).

    • b.

      Een beschrijving/overzicht van de locatie(s) in Maastricht waar de activiteiten worden uitgevoerd.

  • 3.

    Per aanvrager kan maximaal 1 aanvraag op grond van deze regeling worden ingediend.

  • 4.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, overlegt tevens: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie wordt vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 worden aanvragen voor het jaar 2026 ingediend voor 15 november 2025.

Artikel 11. Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden

  • 1.

    Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder f, van de Asv, kan subsidieverlening worden geweigerd als:

    • a.

      voor de activiteit reeds subsidie is verleend door het college;

    • b.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;

    • c.

      er een onevenredige verhouding tussen totale kosten en de door het college gecontracteerde tarieven voor maatwerkvoorziening dagbesteding bestaat.

Artikel 13. Verplichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.

Artikel 14. Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 75.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag, zoals in lid 1, bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3.

    Bij subsidies van meer dan € 75.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 4.

    De aanvraag, zoals in lid 3, bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten met een nadere concretisering van het aantal dagbestedingsplekken en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

    • d.

      een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant.

  • 5.

    Bij alle verzoeken tot verantwoording worden tevens de volgende gegevens aangeleverd:

    • a.

      het totaal aantal deelnemers in het subsidiejaar uitgesplitst naar focusgroep;

    • b.

      het gemiddeld aantal dagdelen per deelnemer;

    • c.

      de tevredenheid van de deelnemers over de dagbesteding;

    • d.

      hoeveel deelnemers zijn door-, uitgestroomd, de reden van uitstroom en naar welke voorziening;

    • e.

      op welke wijze is samengewerkt en samenwerkingsafspraken zijn nagekomen en in hoeverre aansluitende ondersteuning is gerealiseerd.

Artikel 15. Bevoorschotting/uitbetaling

  • 1.

    Bevoorschotting vindt vier keer per jaar plaats (per kwartaal).

  • 2.

    Ieder kwartaal wordt een vierde deel van het totaal verleende subsidiebedrag uitbetaald als voorschot.

  • 3.

    De voorschotten worden in de eerste week van het nieuwe kwartaal uitbetaald.

Artikel 16. Hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 17. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 15 oktober 2025.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Vrij toegankelijke dagbesteding gemeente Maastricht 2026.

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 26 augustus 2025.

De Secretaris,

G.J.C. Kusters

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Bijlage 1  

 

Bijlage 2: beoordelingscriteria/Scorekaart en het aantal te behalen punten per criterium)

 

VTD heeft als doel dagstructuur aan te brengen, zingeving te bevorderen en ontwikkeling te stimuleren

VTD is gericht op persoonlijke ontwikkeling en ontwikkeling op andere leefgebieden

Als uitgangspunt geldt het gedachtegoed van positieve gezondheid

Score

  • a.1

    De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan daginvulling, zingeving en ontwikkeling

Activiteiten zijn niet gericht op daginvulling, zingeving en ontwikkeling: 0 punten

Activiteiten zijn gericht op daginvulling en – structuur van de deelnemers : 4 punten

Activiteiten zijn gericht op daginvulling en -structuur van de deelnemers, zingeving en ontwikkeling: 6 punten

 

  • b.

    Mate waarin persoonlijke ontwikkeling of ontwikkelen van zelfstandigheid wordt bevorderd.

Activiteiten zijn niet gericht op persoonlijke ontwikkeling, zelfstandigheid en of participatie: 0 punten

Activiteiten zijn gericht op persoonlijke ontwikkeling: 4 punten

Activiteiten en begeleiding zijn gericht op persoonlijke ontwikkeling en ontwikkelen zelfstandigheid: 6 punten

 

  • c.

    De mate waarin de organisatie positieve gezondheid in haar bedrijfsvoering centraal stelt

Elke deelnemer wordt zonder intake toegelaten tot de VTD: 0 punten

Bij elke deelnemer vindt een kennismakingsgesprek plaats, maar niet vanuit positieve gezondheid: 2 punten

Bij elke deelnemer vindt een kennismakingsgesprek plaats op basis van positieve gezondheid: 4 punten

De uitkomsten van de kennismakingsgesprekken obv positieve gezondheid - behoeftes van alle deelnemers - worden vertaald naar een passend aanbod van groepsactiviteiten: 6 punten

Gedurende het jaar worden de behoeftes van de deelnemers op basis van positieve gezondheid gemonitord en hier aandacht aan gegeven: 8 punten

 

  • d.

    De mate waarin de organisatie afstemming zoekt met strategische partners

nvt/er is geen afstemming: 0 punten

Aanvrager is bekend welke organisaties van belang zijn en heeft af en toe contact met hen: 2 punten

Er is sprake van structurele afstemming en er zijn afspraken tussen aanvrager en strategische partners die voor de doelgroep van belang zijn: 4 punten

 

  • e.

    De mate waarin de organisatie ervaring heeft met activiteiten op het gebied van aanbrengen dagstructuur

Geen ervaring: 0 punten

Ervaring op gebied van aanbrengen maar niet binnen deze vorm van ondersteuning: 4 punten

Ervaring op het gebied van aanbrengen dagstructuur binnen vrij toegankelijke dagbesteding: 6 punten

 

  • f.

    De mate waarin de organisatie een specifieke focus op doelgroepen heeft

De organisatie heeft geen specifieke focus op een doelgroep: iedereen is welkom: 0 punten

De organisatie heeft een specifieke focus op de doelgroep > 70 jaar: 2 punten

De organisatie heeft een specifieke focus op de doelgroep 16 t/m leeftijd 27 jaar: 4 punten

De organisatie heeft geen specifieke focus op een leeftijdscategorie, maar richt zich op mensen die onvoldoende kunnen participeren in de samenleving: 8 punten

 

  • g.

    De mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden

Verhouding tussen overige inkomsten (anders dan de gemeentelijke subsidie) voor de activiteit(en) en het totale begrotingsbedrag van de activiteit(en)

Volledig van deze subsidieregeling afhankelijk: 0 punten

Andere inkomsten tot <50% van het totale begrotingsbedrag: 1 punt

Andere inkomsten tot ≥50% van het totale begrotingsbedrag: 2 punten

 

Totaal

Naar boven