Subsidieregeling waterkerende schotten ‘Heer onder de Kerk’ gemeente Maastricht 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht overwegende om; eigenaren van een gebouw in het aangewezen probleemgebied tegemoet te komen in de kosten van de realisatie van het klimaatbestendig maken van (de omgeving van) gebouwen met als doel een bijdrage te leveren aan het voorkomen van wateroverlast of het voorkomen van schade aan het eigen woning bij wateroverlast op de begane grond van het gebouw.; Gelet op het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; Besluiten vast te stellen De subsidieregeling waterkerende schotten ‘Heer onder de Kerk’ gemeente Maastricht 2025.

Artikel 1. Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    aangewezen probleemgebied: het gebied zoals omcirkelt in de ‘bijlage 1’ van deze subsidieregeling dat wordt begrensd door de volgende straten Akersteenweg (even nummers), Dorpstraat (even nummers), Kruisstraat (even nummers), Demertstraat (oneven nummers, Philipsweg en de Sibemaweg, ook wel genoemd “Heer onder de Kerk”;

  • -

    aanvrager: een natuurlijk persoon die subsidie aanvraagt voor het uitvoeren van activiteiten zoals benoemd onder artikel 3 van deze subsidieregeling;

  • -

    Asv: de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

  • -

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van Maastricht;

  • -

    Corporatie: stichting of vereniging zonder winstoogmerk die sociale huurwoningen bouwt;

  • -

    eigenaar: een eigenaar van een onroerende zaak met rechtsbevoegdheid;

  • -

    onroerende zaak: een gebouw dat duurzaam met de grond is verenigd en dat voor mensen een toegankelijke overdekte geheel of met wanden omsloten ruimte vormt, al dan niet ontworpen voor bewoning;

  • -

    rechtsbevoegdheid: het vermogen van een persoon of organisatie om rechten en plichten te hebben en juridische handelingen te verrichten;

  • -

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;

  • -

    Subsidietijdvak: het moment van bekendmaking van de subsidieregeling tot het moment dat de subsidieregeling komt te vervallen;

  • -

    VvE: Vereniging van Eigenaren;

  • -

    waterkerende constructie: een constructie die bedoeld is om oppervlakkig afstromend water uit het openbare gebied als gevolg van hevige neerslag te belemmeren een gebouw via de drempel van de “voordeur of achterdeur” in te treden en daar schade te veroorzaken.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend verstrekt voor het realiseren van een waterkerende constructie die aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • a.

      Het wordt aangebracht aan een onroerende zaak dat is gelegen in het aangewezen probleemgebied.

    • b.

      Het wordt aangebracht ter bescherming van de onroerende zaak waarbij eerder wateroverlast op de begane grond heeft plaatsgevonden.

    • c.

      Het wordt aangelegd tegen de onroerende zaak of als dit niet mogelijk is zo dicht als mogelijk, zoals tegen een lagere muur of een grondwal.

    • d.

      De plaatsing leidt niet tot extra wateroverlast bij andere eigenaren.

  • 2.

    Indien de constructie wordt geplaatst aan een onroerende zaak dat niet in notariële eigendom is van de aanvrager dient er schriftelijke toestemming te zijn van de eigenaar.

  • 3.

    Indien de constructie wordt geplaatst aan een deel van de onroerende zaak dat tot het gemeenschappelijk eigendom van een VvE behoort dient er schriftelijke toestemming te zijn dat volgt uit een algemene leden vergadering.

Artikel 4. Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een eigenaar van een onroerende zaak binnen het aangewezen probleemgebied.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1.

    Voor de subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 bedraagt het subsidieplafond voor de totale looptijd van deze regeling € 150.000,-.

  • 2.

    Wijzigingen in de hoogte en verdeling van het subsidieplafond na vaststelling van deze regeling, worden door het college vastgesteld en openbaar gemaakt.

  • 3.

    Aan het eind van het subsidietijdvak vloeien eventuele overgebleven middelen terug naar de algemene middelen.

  • 4.

    Bij de vaststelling teruggevorderde bedragen kunnen worden aangewend voor nieuwe aanvragen die op grond van deze regeling worden ingediend.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór het indienen van de subsidieaanvraag.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal 90 % van de gemaakte kosten tot een maximum van € 3500,-

  • 2.

    De subsidiebedragen zijn inclusief btw.

Artikel 8. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verdeling van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidieregeling vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in deze subsidieregeling.

  • 3.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 4.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, gerangschikt op volgorde van tijd van binnenkomst van de aanvraag.

  • 5.

    Indien bij het toewijzen van een aanvraag het subsidieplafond wordt bereikt, wordt aan die aanvraag maximaal het bedrag toegekend dat nog beschikbaar is, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.

  • 6.

    De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien op het moment van ontvangst van de aanvraag het voor de betrokken subsidieregeling vastgestelde subsidieplafond reeds is bereikt.

Artikel 9. Aanvraag

  • 1.

    Er kan slechts 1 aanvraag per onroerende zaak worden ingediend, met uitzondering van zaken waarbij sprake is van een VvE of corporatie.

  • 2.

    Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval per waterkerende constructie de volgende gegevens over:

    • a.

      bewijs van eigendom, zoals een notariële leveringsakte;

    • b.

      Hoeveel waterkerende constructies er in totaal worden geplaatst;

    • c.

      Een omschrijving per waterkerende constructie dat de volgende informatie bevat:

      • -

        op welke locatie/plek deze wordt geplaatst;

      • -

        Wat voor een constructie wordt geplaatst;

      • -

        Hoe deze wordt geplaatst;

      • -

        hoeveel meters aan waterkerende constructie wordt geplaatst;

    • d.

      foto(s) van de bestaande situatie;

    • e.

      een offerte voor het plaatsen van de constructie of een overzicht van de kosten van de benodigde materialen en waar deze worden aangeschaft.

  • 3.

    Als er sprake is van een VvE levert de aanvrager in ieder geval een splitsingsakte aan en als de constructie wordt geplaatst aan een deel van de onroerende zaak dat tot het gemeenschappelijk eigendom van een VvE behoort schriftelijke toestemming middels de notulen van de algemene leden vergadering.

  • 4.

    Als de aanvrager een onderneming is legt deze tevens een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun over (de-minimisverklaring).

  • 5.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt op deze regeling legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten (met uitzondering van de VvE), alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

Een aanvraag om subsidie wordt in overeenstemming met artikel 7, derde lid, van de ASV, binnen 13 weken, voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ingediend.

Artikel 11. Beslistermijn

Het college beslist in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, van de ASV op een aanvraag om subsidie binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

Artikel 12. Verantwoording

In afwijking van artikel 13 van de ASV, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteit is verricht een aanvraag tot vaststelling in.

Deze aanvraag bevat:

  • a.

    Fotomateriaal van het aangelegde waterschot;

  • b.

    In het geval dat een offerte is aangeleverd tijdens de aanvraag: Een factuur die is gedateerd en waarop te zien is wat de waterkerende constructie heeft gekost.

  • c.

    In het geval dat een overzicht van de kosten is aangeleverd tijdens de aanvraag: Een rekening/bon waarop duidelijk te zien is welke/ hoeveel materialen zijn aangeschaft en waar deze materialen zijn aangeschaft.

Artikel 13. Verplichtingen

Op grond van artikel 12 onder het tweede lid van de ASV worden de volgende verplichtingen bij subsidieverlening worden opgelegd:

  • a.

    Er wordt binnen 6 maanden na subsidieverlening gestart met de uitvoering van de activiteiten waarbij werkzaamheden binnen 1 jaar na de subsidieverlening zijn afgerond.

  • b.

    De subsidieontvanger verleent mogelijk toegang aan een medewerker van de gemeente Maastricht ter controle op de uit uitgevoerde werkzaamheden.

Artikel 14. Weigeringsgronden

Onverlet het bepaalde in artikel 9 van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd als:

  • a.

    Twijfel bestaat over de waterkerendheid van de toe te passen waterkerende constructie;

  • b.

    De plaatsing van waterkerende constructie zorgt voor overlast van omwonende;

  • c.

    de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • d.

    als er voor de aangevraagde activiteit reeds subsidie is verleend door het college.

Artikel 15. Hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 16. Slotbepaling

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 augustus 2025.

  • 2.

    De subsidieregeling vervalt op 31 december 2027.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: subsidieregeling waterkerende schotten ‘Heer onder de Kerk’ gemeente Maastricht 2025

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d.19 augustus 2025.

De Secretaris,

G.J.C. Kusters

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Bijlage: Kaart gebied ‘Heer onder de Kerk’.

 

Naar boven