Regeling melden vermoeden integriteitsschending gemeente Zundert 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert;

 

Overwegende dat de ondernemingsraad instemming heeft verleend op 23 juni 2025

 

Besluit:

 

  • 1.

    Vast te stellen de navolgende regeling:

Regeling melden vermoeden integriteitsschending gemeente Zundert 2025

 

 

Inleiding / Aanleiding

Integriteit is een belangrijk aspect van het ambtenaarschap. De voor overheidsorganisaties geldende integriteitsnormen zijn vastgelegd in de Ambtenarenwet 2017 (artikelen 4 tot en met 11). Deze normen vormen de basis voor ons integriteitsbeleid. De ambtelijke gedragscode hangt nauw samen met deze regeling melden vermoeden integriteitsschending.

 

Bij de start van een dienstverband legt iedere werknemer een eed of belofte af en tekent een integriteitsverklaring, waardoor integer handelen wordt onderschreven. Samen realiseren we immers een betrouwbare overheid voor de inwoners.

 

Van belang is dat het bewustzijn van integriteit continu aandacht heeft. Met elkaar blijven sparren over en elkaar blijven aanspreken bij dilemma’s zorgt voor een inbedding in de Zundertse cultuur.

 

Het is noodzakelijk om een duidelijke regeling te hebben voor alle betrokkenen in geval van een vermoeden van een integriteitsschending. Ieder moet weten welke weg er bewandeld kan worden en in sommige gevallen moet worden. Zorgvuldig met ieders belang omgaan, is het uitgangspunt en dat begint vanaf het moment van melding van een vermoeden van een integriteitsschending. Deze regeling geeft de weg aan hoe er dan gehandeld wordt.

 

Daar waar in deze regeling ‘hij’ wordt genoemd kan ook ‘zij’ worden gelezen. Daar waar in deze regeling wordt gesproken over klager/melder kan ook klaagster/meldster worden gelezen.

 

Wat verstaan we onder integriteit?

Integer handelen houdt in, dat je je functie goed en zorgvuldig uitoefent met inachtneming van je verantwoordelijkheden en de geldende normen en waarden, uitgewerkt in de ambtelijke gedragscode, die de gemeente Zundert voor werknemers heeft opgesteld.

 

Dit houdt onder andere in:

  • Je houdt je aan de wettelijke voorschriften en aan algemeen aanvaarde gedragsregels;

  • Je voert je werk op een professionele wijze uit;

  • Je neemt kennis van de informatie die vanuit de gemeente wordt aangedragen en gaat hiermee zorgvuldig om en gebruikt dit alleen voor het doel, waarvoor dit is bestemd;

  • Je gaat respectvol om met je collega’s en andere relaties en respecteert hun privacy;

  • Je gaat verantwoord om met middelen van de gemeente;

  • Je vermijdt het maken van onnodige kosten.

  • Je draagt verantwoordelijkheid voor je eigen handelen.

Omdat integer handelen hoog in ons vaandel staat en voor iedere overheidsinstantie een logisch uitgangspunt is, is het zaak dat we mogelijke vormen van integriteitsschendingen binnen onze organisatie weten te herkennen.

 

Integriteitsschendingen zijn bijvoorbeeld:

  • Belangenverstrengeling en bevoordelen van vrienden of bekenden;

  • Misbruik van bevoegdheden of positie;

  • Manipulatie van of misbruik van (de toegang tot) informatie of geheime stukken;

  • Verspilling of misbruik van gemeentelijke eigendommen;

  • Strafbare feiten binnen werktijd zoals diefstal, fraude of corruptie.

We vinden het van groot belang dat er op een juiste en zorgvuldige wijze gehandeld wordt bij een vermoeden van het schenden van de integriteit. Deze regeling voorziet in de spelregels die hierbij in acht moeten worden genomen.

 

 

Regeling melden vermoeden integriteitsschending gemeente Zundert 2025

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

Adviseur: Een persoon die een melder bijstaat in het meldingsproces in een werkgerelateerde context en wiens advisering vertrouwelijk is.

 

Fraude: Een opzettelijk handelen, waarbij een misleidende voorstelling van zaken wordt gegeven en er een oogmerk van economisch voordeel is, dat ten koste gaat van een ander en er sprake is van onrechtmatig en onwettig handelen.

 

Melder: De (ex) werknemer, die een melding maakt van een vermoeden van integriteitsschending. Ook uitzendkrachten, ingeleende krachten, stagiaires en andere personen die werkzaamheden verrichten of hebben verricht ten behoeve van de werkgever kunnen een melding maken van een vermoeden van integriteitsschending.

 

Melding: een mondelinge of schriftelijke melding van een vermoeden van integriteitsschending. Meldingen via whatsapp, sms of mail zijn ook mogelijk.

 

Vermoeden van integriteitsschending: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van schending van integriteit met betrekking tot de gemeentelijke dienst, inhoudende schending van wettelijke voorschriften, de gedragscode of beleidsregels.

 

Vertrouwenspersoon: de persoon die is aangewezen om als vertrouwenspersoon voor de gemeente Zundert te fungeren met als taak de melder te adviseren en te ondersteunen. Bereikbaarheidsgegevens van de externe vertrouwenspersoon zijn te vinden op Zundert Inside.

Artikel 2 Algemene zorgplicht

De werkgever:

  • a.

    Zorgt actief voor een veilige bedrijfscultuur en structuur waarbinnen het melden van integriteitsschendingen wordt gestimuleerd;

  • b.

    Voorkomt actief en preventief integriteitsschendingen en treft waar nodig maatregelen die de kans en risico op integriteitsschendingen verkleinen;

  • c.

    Informeert de werknemers actief en op een duidelijke wijze over het bestaan, het gebruik, de mogelijkheden en de vindplaats van deze regeling.

  • d.

    Ondersteunt melders van integriteitsschendingen waar mogelijk actief, bijvoorbeeld door persoonlijke gesprekken indien melder daar behoefte aan heeft.

  • e.

    Heeft ook zorg voor de perso(o)n(en) waarover een melding is gedaan. De manier waarop deze zorg wordt vormgegeven is maatwerk en in overleg met betrokkene.

Artikel 3 De vertrouwenspersoon

  • 1.

    Gemeente Zundert wijst een vertrouwenspersoon aan.

  • 2.

    Tot de taken van een vertrouwenspersoon behoren in elk geval:

    • -

      de eerste opvang van de melder;

    • -

      het bijstaan, begeleiden en adviseren van de melder. Zo nodig verwijst de vertrouwenspersoon de melder door naar een professionele hulpverlener;

    • -

      Als het om een strafbaar feit gaat, kan hij de melder ondersteunen bij het doen van aangifte. De vertrouwenspersoon blijft betrokken bij het traject dat volgt, als de melder dat wil;

    • -

      het verlenen van nazorg aan de melder als de melding afgerond is;

    • -

      het registreren van meldingen en het jaarlijks geanonimiseerd rapporteren hierover aan de werkgever en de ondernemingsraad voor zover de geheimhoudingsplicht dit toelaat. Het jaarverslag bevat informatie over soort integriteit, of de casus wel of niet is afgerond en hoe deze is afgerond;

    • -

      de vertrouwenspersoon is geen verantwoording verschuldigd over de uitvoering, het verloop en het resultaat van de begeleiding van een melder. Hij hoeft alleen verantwoording af te leggen over de door hem aan een melding bestede tijd.

    • -

      het gevraagd en ongevraagd adviseren van de werkgever of andere personen binnen de organisatie over integriteit.

  • 3.

    Iedereen die op basis van een arbeidsovereenkomst, stageovereenkomst, detacheringsovereenkomst of uitzendovereenkomst werkzaam is voor de gemeente Zundert heeft het recht zich tot de vertrouwenspersoon te wenden.

  • 4.

    De vertrouwenspersoon verricht naar aanleiding van een melding geen handelingen zonder toestemming van de melder.

  • 5.

    De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht over al hetgeen hem ter kennis komt. Deze geheimhouding stopt niet na het beëindigen van de functie van vertrouwenspersoon en/of bij uitdiensttreding. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als er gevaar dreigt voor de melder of zijn omgeving, mag de vertrouwenspersoon de geheimhouding doorbreken.

  • 6.

    De vertrouwenspersoon is bevoegd om een externe deskundige te raadplegen. Als daaraan kosten verbonden zijn hoger dan 1000 euro, moet hij hiervoor vooraf toestemming vragen aan de werkgever.

  • 7.

    De vertrouwenspersoon staat naast de melder. Hij neemt voor waar aan wat de melder hem vertelt. De functie van de vertrouwenspersoon is daarmee partijdig. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon:

    • a.

      Niet kan bemiddelen tussen de melder en de persoon waarop de melding betrekking heeft;

    • b.

      Geen hoor en wederhoor kan toepassen;

    • c.

      Niet corrigerend kan optreden en

    • d.

      Geen onafhankelijk advies over een melding kan geven aan de werkgever.

  • 8.

    De vertrouwenspersoon is vertrouwenspersoon tenzij hij in gewetensnood komt, bij een mogelijk geweldsdelict betrokken raakt, kortom, als de vertrouwenspersoon zich niet veilig voelt of niet prettig voelt bij de melding.

Artikel 4 Informatie, advies en ondersteuning voor de melder

  • 1.

    Een melder kan bij een vermoeden van een integriteitsschending:

    • a.

      een adviseur in vertrouwen raadplegen;

    • b.

      de vertrouwenspersoon in vertrouwen raadplegen;

    • c.

      de directeur, gemeentesecretaris, een programmacoördinator of een HR adviseur in vertrouwen raadplegen;

    • d.

      wanneer het één van deze functionarissen betreft kan ook de burgemeester in vertrouwen geraadpleegd worden.

  • 2.

    De melder of degene die de melder bijstaat kan bij een vermoeden van een integriteitsschending informatie, advies of ondersteuning voor de melder vragen bij de gemeentesecretaris. Indien de gemeentesecretaris betrokken is bij de schending, kan informatie, advies of ondersteuning voor de melder gevraagd worden bij de burgemeester.

Artikel 5 Melding van een (vermoeden van) integriteitsschending

  • 1.

    Een melding kan gedaan worden door een persoon die bij de gemeente Zundert in dienst is of was. Een melding kan ook gedaan worden door een sollicitant en een persoon die niet bij de gemeente Zundert in dienst is of was, maar die door zijn werkzaamheden wel met de organisatie in aanraking is gekomen.

  • 2.

    Een melder met een vermoeden van een integriteitsschending kan daarvan melding doen bij:

    • a.

      de vertrouwenspersoon;

    • b.

      de directeur;

    • c.

      de gemeentesecretaris. Wanneer het de gemeentesecretaris betreft kan de melding bij de burgemeester worden gedaan,

  • 3.

    Een mondelinge melding wordt geregistreerd door een zorgvuldige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.

  • 4.

    Als de melding niet bij de gemeentesecretaris is gedaan, stelt de ontvanger van de melding in overleg met en na toestemming van de melder de gemeentesecretaris op de hoogte. Deze informeert de burgemeester.

  • 5.

    Mocht de melding de gemeentesecretaris of één van de wethouders betreffen, dan wordt direct de burgemeester geïnformeerd.

  • 6.

    Mocht de melding de burgemeester betreffen, dan informeert de gemeentesecretaris de loco-burgemeester.

  • 7.

    De gemeentesecretaris stuurt de melder binnen zeven kalenderdagen na ontvangst van een melding een ontvangstbevestiging van de melding. De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van het gespreksverslag c.q. de melding. De ontvangstbevestiging wordt gestuurd door de burgemeester wanneer de melding de gemeentesecretaris of één van de wethouders betreft.

  • 8.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) informeert de persoon op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad.

  • 9.

    Als er sprake is van een strafbaar feit moet de organisatie of de melder, al dan niet in bijzijn van de vertrouwenspersoon, aangifte doen. Ook als er een melding gedaan is.

  • 10.

    Mocht de schending gaan over een informatiebeveiligings- of persoonsgegevens¬beschermingskwestie, dan wordt tevens de functionaris gegevensbescherming (FG) en/of de Chief Information Security Officer (CISO) geïnformeerd door de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester).

  • 11.

    Betreft het een vermoeden van fraude dan wordt de Concerncontroller door de gemeentesecretaris (dan wel de burgmeester) geïnformeerd.

Artikel 6 Registratie van de melding

  • 1.

    Een mondelinge melding wordt geregistreerd door een zorgvuldige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.

  • 2.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) registreert de gegevens van een melding van een vermoeden van integriteitsschending in een daarvoor ingericht vertrouwelijk systeem.

  • 3.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) stuurt de melder binnen zeven kalenderdagen na ontvangst van een melding een ontvangstbevestiging van de melding. De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van het gespreksverslag c.q. de melding.

  • 4.

    De gegevens van de melding in het systeem worden vernietigd als zij niet langer noodzakelijk zijn. Zolang een onderzoek naar een melding loopt of nadien een melding bij een bevoegde autoriteit is gedaan of een klacht- of gerechtelijke procedure loopt, blijven de gegevens van een melding in een systeem in ieder geval behouden conform de bepalingen in de archiefwet.

Artikel 7 In beeld brengen van melding, omvang en vermoeden

  • 1.

    De gemeentesecretaris bespreekt met de burgemeester of:

    • a.

      de melding voldoende betrouwbaar en concreet is;

    • b.

      de melding in redelijkheid geschikt is voor onderzoek;

    • c.

      de melding als een vermoedelijke integriteitsschending wordt aangemerkt en wie er moeten worden geïnformeerd;

    • d.

      er een intern en/of extern onderzoek nodig is (afhankelijk van aard en omvang van het onderzoek).

  • Wanneer het de gemeentesecretaris betreft bespreekt de burgemeester bovenstaande met de loco-gemeentesecretaris.

  • 2.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) informeert de melder schriftelijk binnen twee weken na de melding dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. Dit doet hij direct nadat het onderzoek ingesteld is.

  • 3.

    Als de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder schriftelijk binnen twee weken na de melding. Daarbij geeft hij aan waarom geen onderzoek wordt ingesteld.

  • 4.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) informeert de persoon op wie een melding betrekking heeft zo spoedig mogelijk, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad.

Artikel 8 De uitvoering van het interne onderzoek

  • 1.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) verzamelt alle feiten en/of laat een intern onderzoek uitvoeren door een niet-betrokken werknemer, indien er sprake is van een relatief eenvoudige kwestie in afstemming met burgemeester (loco-secretaris).

  • 2.

    Melder en betrokkenen worden gehoord.

  • 3.

    Het horen geschiedt door de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) samen met een niet-betrokken HR adviseur.

  • 4.

    Van het horen wordt door de HR adviseur een verslag gemaakt, dat aan degene die gehoord is, wordt gegeven en voor akkoord wordt ondertekend.

  • 5.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) stelt samen met de HR adviseur een concept onderzoeksrapport op en stelt de melder en betrokkenen in de gelegenheid te reageren op de passages over hun handelen, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. De melder en betrokkenen zijn tot geheimhouding van het conceptrapport verplicht.

  • 6.

    De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) stelt vervolgens samen met de HR adviseur het onderzoeksrapport vast. Zij sturen de burgemeester hiervan een afschrift.

Artikel 9 Extern onderzoek

  • 1.

    Indien een extern onderzoek nodig is, gezien de complexiteit of gevoeligheid van de aard van de zaak dan wel de benodigde specifieke expertise of gezien de grote omvang van de kwestie, geeft de gemeentesecretaris een onderzoeksopdracht aan een extern bureau, geadviseerd door de HR adviseur.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 geeft de burgemeester een onderzoeksopdracht aan een extern bureau indien de melding de gemeentesecretaris en/of een wethouder betreft. De burgemeester wordt hierbij geadviseerd door de HR adviseur.

  • 3.

    Er zal een schriftelijke opdrachtverstrekking worden gegeven waarin afspraken worden gemaakt over onder meer geheimhouding en doorlooptijd van onderzoek.

  • 4.

    Coördinatie voor het externe onderzoek gebeurt door de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester).

  • 5.

    De onderzoekers kunnen binnen de organisatie alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten.

Artikel 10 Rapportage van feiten en advies aan gemeentesecretaris

  • 1.

    De gemeentesecretaris en de HR adviseur voorzien het onderzoeksrapport van een advies omtrent afhandeling.

  • 2.

    Indien de melding de gemeentesecretaris betreft wordt in afwijking onder 1 het rapport en advies aangeboden aan de burgemeester.

  • 3.

    Vastgesteld wordt of er sprake is van verwijtbaar handelen en/of nalaten, overschrijding van (beleids-) regels of integriteitsnormen.

  • 4.

    Dit advies kan leiden tot arbeidsrechtelijke gevolgen (sanctie), beleidsmatige en/of procedurele aanpassingen of advies voor een mogelijk vervolgtraject worden gegeven. Voor rechtspositionele gevolgen kan in een vroeg stadium juridisch advies worden gevraagd.

Artikel 11 Besluit door gemeentesecretaris en college

  • 1.

    Op basis van het rapport zoals beschreven in artikel 10 bepaalt de gemeentesecretaris of er sprake is van een integriteitsincident en adviseert deze het college welke afhandeling zal plaatsvinden.

  • 2.

    In de situatie dat de melding de gemeentesecretaris betreft, dan adviseert de burgemeester het college welke afhandeling zal plaatsvinden.

  • 3.

    Als wordt vastgesteld dat er geen sprake is van een integriteitsschending, dan worden de melder en betrokkenen en het college hierover door de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) geïnformeerd.

  • 4.

    Bij vaststelling van integriteitsschending wordt door het college een besluit genomen en de persoon op wie de melding betrekking heeft wordt mondeling door de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) op de hoogte gebracht. Vervolgens wordt het besluit toegezonden. Tevens wordt dit in het personeelsdossier vastgelegd.

  • 5.

    De melder wordt door de gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) mondeling geïnformeerd over de afhandeling.

Artikel 12 Eisen aan in- en extern onderzoek

  • 1.

    Zorgvuldigheid: het onderzoek dient zorgvuldig plaats te vinden. Dit houdt in dat alle rechten en belangen (de belangen van beklaagde, het belang van het onderzoek, het belang van de organisatie, de belangen van getuigen, melder en benadeelde) worden gewogen. Zorgvuldig onderzoek heeft ook betrekking op de vraag hoe belangen afgewogen dienen te worden.

  • 2.

    Subsidiariteit: bij iedere keuze voor een onderzoeksmethode dient afgewogen te worden in hoeverre gekozen wordt voor de minst ingrijpende variant. Concreet houdt dit in dat als de ene onderzoeksmethode door beklaagde als een grotere belasting kan worden ervaren dan een andere onderzoeksmethode, voor de lichtere variant gekozen moet worden.

  • 3.

    Proportionaliteit: in het kader van het proportionaliteitsbeginsel dient de verhouding tussen onderzoeksmethode en het onderzoeksbelang te worden gewogen. De lasten voor beklaagde van de onderzoeksmethode kunnen disproportioneel zwaar zijn in vergelijking met te dienen belangen (het onderzoeks- of organisatiebelang)

  • 4.

    Rechtmatig: niemand zal bewijs onrechtmatig vergaren en de rechten en plichten van betrokken personen worden steeds in acht genomen. De gemeentesecretaris (dan wel de burgemeester) bewaakt dit.

  • 5.

    Te allen tijde onthouden onderzoekers zich van het doen van misleidende mededelingen/gedragingen en het toepassen van ongeoorloofde psychische en/of fysieke druk/dwang.

  • 6.

    Hoor en wederhoor: niet alleen de melder van een vermoeden van integriteitsschending wordt gehoord maar ook de persoon op wie de melding betrekking heeft wordt gehoord op hetgeen ten aanzien van hem in de melding is gesteld en wordt in de gelegenheid gesteld om zijn eigen verhaal te vertellen. Anderen in- en extern kunnen worden gehoord en hebben recht op wederhoor.

Artikel 13 Vertrouwelijkheid bij melding en bescherming tegen benadeling

  • 1.

    Op ieder die een melding ontvangt of daarvan kennis heeft, rust de verplichting om op een zorgvuldige manier met die melding om te gaan.

  • 2.

    Voor iedereen die betrokken is bij de melding van of het onderzoek naar een vermoeden van integriteitsschending geldt een geheimhoudingsplicht. Deze geheimhoudingsplicht eindigt niet bij uitdiensttreding.

  • 3.

    De geheimhoudingsplicht geldt voor gegevens waarvan de betrokkenen weten dat het vertrouwelijke gegevens zijn of waarvan zij redelijkerwijs moeten vermoeden dat die gegevens vertrouwelijk zijn. De geheimhoudingsplicht geldt niet als mededeling verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift.

  •  

  • Vertrouwelijk zijn in elk geval:

    • a.

      gegevens over de identiteit van de melder;

    • b.

      gegevens van degene over wie de melding wordt gedaan of met wie die persoon in verband wordt gebracht;

    • c.

      gegevens van in de melding genoemde derden;

    • d.

      alle informatie die tot de hiervoor onder a, b en c genoemde gegevens herleidbaar is naar betrokkenen; en

    • e.

      bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen.

  • 4.

    De identiteit van de melder wordt niet bekend gemaakt zonder zijn instemming. De melder kan zijn instemming om zijn identiteit bekend te maken, te allen tijde herroepen.

Artikel 14 Bescherming tegen benadeling

  • 1.

    De werkgever zorgt ervoor dat de melder bij zijn werk op geen enkele wijze nadelige gevolgen ondervindt van de melding onder de voorwaarde dat de melder te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van een integriteitsschending meldt.

  • 2.

    Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een voor de melder nadelige maatregel, zoals:

    • a.

      het niet aanbieden, het beëindigen of het niet verlengen van de overeenkomst;

    • b.

      het niet omzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;

    • c.

      het opleggen van een disciplinaire maatregel of sanctie;

    • d.

      de eenzijdige wijziging van de functie, standplaats of andere arbeidsvoorwaarden;

    • e.

      het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of andere vergoedingen;

    • f.

      het onthouden van promotiekansen; of

    • g.

      het afwijzen van een verlof- of vakantieaanvraag.

  • 3.

    Als de werkgever na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt, motiveert de werkgever waarom hij deze maatregel nodig acht. Ook legt hij uit waarom deze maatregel geen verband houdt met de melding.

  • 4.

    De werkgever spreekt personen die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing of een sanctie opleggen.

  • 5.

    Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat en voor een betrokken derde.

Artikel 15 Juridische bijstand

De melder, degene die hem bijstaat of een betrokken derde heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van de melding benadeeld wordt en aan de voorwaarden van deze regeling voldoet. Dit geldt zowel tijdens als na de behandeling van de melding bij de werkgever of een bevoegde autoriteit.

Artikel 16 Medewerking

  • 1.

    Werknemers zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek. Dit komt direct voort uit de dienstbetrekking en vloeit voort uit het beginsel “handelen zoals een goed ambtenaar betaamt”.

  • 2.

    Anders dan in het strafrecht is hier voor ambtenaren niet het beginsel van toepassing dat zij niet hoeven mee te werken aan hun eigen bestraffing. Evenmin hebben zij een zwijgrecht. Wanneer een werknemer niet wil meewerken, levert dit plichtsverzuim op. De medewerking houdt in het verschaffen van informatie ten behoeve van het onderzoek. De informatie die de werknemer verstrekt, dient op waarheid te berusten.

Artikel 17 Strafrechtelijk onderzoek

  • 1.

    Als er voorafgaand aan het onderzoek, hangende het onderzoek of na afronding van het onderzoek blijkt dat er mogelijk sprake is van een geconstateerd strafbaar feit dan wordt aan de gemeentesecretaris geadviseerd om de gemeente Zundert aangifte bij de politie en/of Officier van Justitie te laten doen.

  • 2.

    Indien de melding de gemeentesecretaris betreft en er voorafgaand aan het onderzoek, hangende het onderzoek of na afronding van het onderzoek blijkt dat er mogelijk sprake is van een geconstateerd strafbaar feit, dan wordt aan de burgemeester geadviseerd om de gemeente Zundert aangifte bij de politie en/of Officier van Justitie te laten doen.

  • 3.

    Mocht er strafrechtelijk onderzoek door politie/Officier van Justitie worden ingesteld, dan kan eventueel gelijktijdig een eigen onderzoek worden uitgevoerd (als dit elkaar niet belemmert). Plichtsverzuim kan meer omvatten dan de delictsomschrijving van een specifiek strafbaar feit. Het strafrechtelijk traject en het disciplinair traject zijn afzonderlijke trajecten, waarbij er op adequate wijze de verantwoordelijkheid voor het disciplinair traject wordt ingevuld. Wanneer in het kader van het strafrechtelijk onderzoek een proces-verbaal is vervaardigd, is de mogelijkheid aanwezig dat na afhandeling van het strafproces inzage in het proces-verbaal wordt gevraagd bij de Officier van Justitie.

Artikel 18 Nazorg en leerproces

  • 1.

    Na het onderzoek wordt aan interne en externe betrokkenen gevraagd of er behoefte is aan nazorg. Op passende wijze wordt dit na advies van HR geboden.

  • 2.

    Indien de integriteitschending betrekking heeft op het terrein van informatiebeveiliging of persoonsgegevensbescherming, vindt terugkoppeling plaats aan de Functionaris Gegevensbescherming (FG) en/of de Chief Informatie Security Officer (CISO).

  • 3.

    Het resultaat van het (voor)onderzoek kan ook zijn dat de persoon op wie de melding betrekking heeft geen schending heeft gepleegd. Soms kan dat pas worden aangetoond na een zwaar onderzoek waarbij betrokkene bijvoorbeeld in het belang van het onderzoek is geschorst. Indien aan de orde moet ten aanzien van betrokkene eerherstel worden verleend.

Artikel 19 Rapportage en evaluatie

HR brengt jaarlijks in het sociaal jaarverslag rapport uit over de uitvoering van deze regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval:

  • -

    informatie over de in het afgelopen jaar gevoerde beleid aangaande het omgaan met het melden van integriteitsschendingen en het in het komende jaar te voeren beleid op dit vlak;

  • -

    algemene informatie over eventuele ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder.

Artikel 20 Inwerkingtreding regeling

De Regeling melden vermoeden integriteitsschending gemeente Zundert treedt in werking op XX XX XXXX.

Artikel 21 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.

Aldus besloten in de vergadering van 5-8-25

Burgemeester en wethouders van Zundert,

secretaris,

G.A.A. van Rijswijk

de burgemeester,

J.G.P. Vermue

Naar boven