Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 385450 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 385450 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025
In Den Haag werken (maatschappelijke) partners, inwoners, bedrijven en de overheid vanuit de Alliantie Zuidwest gezamenlijk aan de versterking van het gebied Den Haag Zuidwest zoals opgenomen in het Nationaal Programma Zuidwest. Dit gebeurt onder andere door het stimuleren van impactvolle initiatieven die bijdragen aan het verbeteren van ontplooiing, welbevinden, gezondheid, goede woonomstandigheden, veiligheid, werk en participatie van bewoners. Onderdeel hiervan is het stimuleren en faciliteren van het opzetten en exploiteren van lokale wijkbedrijven. Met de Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025 biedt het college één wijkbedrijf de mogelijkheid om voor meerdere jaren subsidie aan te vragen om in de wijk Morgenstond bewoners te activeren en mee te laten doen in het wijkbedrijf.
In 2024 heeft het college de Subsidieregeling Wijkbedrijven Den Haag 2024 vastgesteld. Deze subsidieregeling heeft als doel om organisaties te stimuleren een wijkbedrijf te starten in de wijken Moerwijk, Bouwlust, Vrederust en morgenstond. Hoewel deze subsidieregeling succesvol is gebleken voor de wijken Moerwijk, Bouwlust en Vrederust, is dit niet gelukt voor de wijk Morgenstond. Het is niet mogelijk deze subsidieregeling in de huidige vorm opnieuw open te stellen, daarom is deze subsidieregeling aanvullend vastgesteld. Zo worden organisaties nogmaals gestimuleerd om voor 2026 en 2027 een wijkbedrijf te starten in de wijk Morgenstond.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,
besluit vast te stellen de Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.
Artikel 1:3 Doel van de subsidie
Het doel van de subsidieregeling is:
a. het geven van een meerjarige impuls aan een wijkbedrijf in de wijk Morgenstond, om binnen de wijk, bewoners te activeren en te laten participeren om achterstanden in een wijk op het gebied van sociale cohesie, eenzaamheid, werkgelegenheid, armoede en gezondheid te verkleinen, eigenaarschap in de wijk te creëren en sociaal ondernemerschap door wijkbewoners te stimuleren; en
b. om binnen twee jaar door sociaal ondernemerschap een zo groot mogelijke financiële onafhankelijkheid van een wijkbedrijf te verkrijgen.
Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is:
a. het versterken van de sociale cohesie;
b. het verbeteren van gezondheid, vitaliteit, en het algeheel welbevinden van de inwoner;
c. het vergroten van bewonersparticipatie en de werkgelegenheid; en
d. het verminderen van sociale problematiek in de wijk Morgenstond.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor alle in dit artikel genoemde activiteiten die in samenhang worden uitgevoerd door een wijkbedrijf gevestigd in de wijk Morgenstond, ten behoeve van inwoners van deze wijk en die gericht is op:
a. de exploitatie van een wijkbedrijf;
b. stimuleren van sociale cohesie, verbinding en ontmoeting tussen bewoners in de wijk;
c. activeren en ontwikkelen van bewoners;
d. verbeteren van individueel welzijn van bewoners op het gebied van gezondheid, financiën, sociaal netwerk en mentaal welbevinden; en
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen.
Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
a. de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht;
b. de kosten van professionele ondersteuning voor zover die meer bedraagt dan 10% van de subsidiabele kosten;
c. vrijwilligerskosten voor zover die meer bedragen dan het fiscaal vrijgestelde maximum of die hoger zijn dan door het college redelijk en proportioneel worden geacht;
d. de kosten voor de waardering van vrijwilligers die hoger zijn dan € 15,- per persoon per jaar en voor zover die meer bedragen dan € 5.000,- per aanvraag;
e. de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur en materialen;
f. de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd.
Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt minimaal € 140.000,- en maximaal € 400.000,- per aanvraag en wordt als volgt verdeeld over het subsidietijdvak:
Subsidies worden gedurende het subsidietijdvak niet geïndexeerd.
Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode 1 december 2025 tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van in totaal € 400.000,-.
Artikel 1:10 Wijze van verdeling
Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal:
a. de activiteiten hebben hoge impact binnen de wijk Morgenstond. Dit blijkt uit een combinatie van de te behalen resultaten, proactieve benadering om bewoners van de wijk Morgenstond te activeren om mee te doen, inzicht in behoeften van de wijk, de beschreven aanpak van het wijkbedrijf, de kosten van het wijkbedrijf in combinatie met de te behalen resultaten en de mate van financiële onafhankelijkheid van de organisatie:
2° gemiddelde impact: 3 punten;
3° geen of nauwelijks impact: 0 punten;
b. de aanvrager heeft inzicht in de belangrijkste opgaven in de wijk Morgenstond, dit blijkt uit het aansluiten van de beschreven aanpak en de beoogde resultaten op de doelstellingen uit het Nationaal Programma Zuidwest en de wijkagenda van de wijk Morgenstond:
2° gemiddeld inzicht: 3 punten;
3° niet of nauwelijks inzicht: 0 punten;
c. de aanvrager heeft duidelijk beschreven hoe de voorgestelde activiteiten uitgevoerd gaan worden om de benoemde resultaten te behalen. Dit blijkt uit het concreet benoemen van de stappen in het proces en de onderbouwing waaruit blijkt dat dit de juiste aanpak is om die resultaten te behalen:
1° de aanpak geeft zeer duidelijk weer hoe de activiteiten uitgevoerd worden: 6 punten;
2° de aanpak geeft gemiddeld weer hoe de activiteiten uitgevoerd worden: 3 punten;
3° de aanpak geeft niet of nauwelijks weer hoe de activiteiten uitgevoerd worden: 0 punten;
d. de aanvrager zet zich zeer proactief in om inwoners te bereiken die weinig of niet participeren binnen de wijk Morgenstond. Dit blijkt uit het communicatieplan, de communicatie-instrumenten die gaan worden ingezet, de intensiviteit van deze inzet en de onderbouwing waarom de beschreven instrumenten effectief zijn om de doelgroep te laten participeren:
1° de inzet is zeer proactief: 6 punten;
2° de inzet is gemiddeld proactief: 3 punten;
3° de inzet is niet of nauwelijks proactief: 0 punten;
e. het percentage overhead is laag. Dit blijkt uit hoeveel procent het percentage overhead van de totale kosten lager is dan het gemiddelde percentage overhead van alle ingediende aanvragen gezamenlijk:
1° 20% overhead lager dan gemiddeld: 6 punten;
2° 10% overhead lager dan gemiddeld: 3 punten;
3° de overhead is minder dan 10% lager dan gemiddeld: 0 punten;
f. de aanvrager heeft aantoonbare relevante ervaring van minimaal 1 jaar met uitvoering van de activiteiten of met de uitvoering van activiteiten die in het verlengde liggen van, of aansluiten bij de activiteiten zoals beschreven in artikel 1.4. Dit blijkt uit de beschrijving van de ervaring, hoe deze ervaring aansluit en hoe goed deze ervaring aantoonbaar is gemaakt:
1° veel aantoonbare en relevante ervaring: 6 punten;
2° gemiddeld aantoonbare of relevante ervaring: 3 punten;
3° geen of nauwelijks aantoonbare of relevante ervaring: 0 punten;
g. de aanvrager is actief in de wijk Morgenstond. Dit blijkt uit de mate waarin de aanvrager actief betrokken is bij andere activiteiten in de wijk en het aantal activiteiten waarbij de aanvrager actief betrokken is in de laatste 2 jaar:
1° zeer betrokken bij veel activiteiten: 6 punten;
2° redelijk betrokken of beperkt aantal activiteiten; 3 punten;
3° niet of nauwelijks betrokken of weinig tot geen activiteiten: 0 punten;
h. de aanvrager heeft een relevant netwerk in de wijk Morgenstond op het moment dat de activiteit start en waarmee actief samengewerkt wordt om de doelen te behalen. Dit blijkt uit het aantal en soort partijen waarmee wordt samengewerkt en hoe deze samenwerking vormgegeven is, of uit het plan om te komen tot een relevant netwerk waarmee actief wordt samengewerkt:
1° zeer relevant netwerk en actieve samenwerking: 4 punten;
2° gemiddeld relevant netwerk of gemiddeld actieve samenwerking: 2 punten;
3° geen of nauwelijks relevant netwerk of actieve samenwerking: 0 punten;
i. het wijkbedrijf is transparant georganiseerd. Dit blijkt uit een passende organisatiestructuur, goede beschrijving van de rollen, taken en verantwoordelijkheden en het hebben van voldoende en onafhankelijk toezicht:
1° zeer transparant: 6 punten;
2° gemiddeld transparant: 3 punten;
3° niet of nauwelijks transparant: 0 punten;
j. de aanvrager heeft duidelijk uitgewerkt hoe gedurende de looptijd van de subsidie invulling wordt gegeven aan sociaal ondernemerschap en er eigen inkomsten worden gegenereerd om de financiële onafhankelijkheid te vergroten. Dit blijkt uit het feit dat het sociaal ondernemerschap structureel is opgenomen in de bedrijfsvoering en er een duidelijk stappenplan is om eigen inkomsten te genereren:
1° zeer duidelijk plan: 6 punten;
2° redelijk duidelijk plan: 3 punten;
3° niet of nauwelijks duidelijk plan: 0 punten;
k. bewoners uit de wijk Morgenstond worden betrokken bij de organisatie van het wijkbedrijf en de uitvoering van activiteiten:
Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen
Een aanvraag voor meerjarige subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 december 2025 en eindigt op 31 december 2027.
Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens over:
a. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken;
b. een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW;
c. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als belastingplichtige op grond van de vennootschapsbelasting is aan te merken;
d. een projectplan met daarin uitgewerkt:
1° de maatschappelijke opgaven die aandacht nodig hebben in de wijk Morgenstond;
2° Een beschrijving waaruit inzicht blijkt in de belangrijkste opgaven in de wijk Morgenstond, inclusief een concrete en stapsgewijze beschrijving van de aanpak, de te behalen resultaten en de mate waarin de resultaten aansluiten bij het programma Zuidwest en de wijkagenda van de wijk Morgenstond;
3° de planning van de stapsgewijze aanpak in de tijd;
4° eerder opgedane relevante ervaring met uitvoering van de activiteiten of met de uitvoering van activiteiten die in het verlengde liggen van, of aansluiten bij de activiteiten zoals beschreven in artikel 1.4;
5° De mate waarin de aanvrager actief is binnen de wijk Morgenstond door het organiseren van activiteiten in de wijk, of de betrokkenheid bij activiteiten in de wijk Morgenstond;
6° een beschrijving hoe wijkbewoners binnen de organisatie betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten;
7° een beschrijving hoe gedurende de looptijd van de subsidie invulling wordt gegeven aan sociaal ondernemerschap en er eigen inkomsten worden gegenereerd om de financiële onafhankelijkheid te vergroten aan;
e. een bijlage bij het projectplan met daarin uitgewerkt:
1° een beschrijving van het netwerk van de aanvrager in de wijk Morgenstond op het moment dat de activiteit start, de wijze waarop met het netwerk wordt samenwerkt, de partijen waarmee wordt samenwerkt, de relevantie en bijdrage van deze samenwerkingspartners en de doelen die met de samenwerking worden behaald;
2° een beschrijving van de locatie van waaruit het wijkbedrijf zal opereren en een toelichting op de geschiktheid van deze locatie voor het uitvoeren van de activiteiten of wanneer nog geen geschikte locatie beschikbaar is een plan hoe de aanvrager uiterlijk voor aanvang van de activiteiten komt tot een geschikte locatie, waarbij wordt toegelicht hoe de aanvrager waarom deze werkwijze leidt tot een geschikte locatie;
3° een communicatieplan, met daarin de communicatie-instrumenten die gaan worden ingezet, de effectiviteit van deze instrumenten en de intensiteit waarmee deze worden ingezet om de inwoners te bereiken die weinig of niet participeren binnen de wijk Morgenstond;
4° een beschrijving van de wijze waarop het wijkbedrijf is georganiseerd, dit betreft de organisatiestructuur, een beschrijving van de rollen, taken en verantwoordelijkheden en het hebben van voldoende en onafhankelijk toezicht.
Artikel 2:3 Mondelinge toelichting aanvraag subsidie
Het college beslist, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, uiterlijk 24 november 2025.
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11 eerste, tweede en derde lid, van de ASV kan het college een subsidie aanvraag weigeren indien:
a. de aangevraagde subsidie door het college gesubsidieerd is, eerder subsidie ontvangen heeft op grond van de Subsidieregeling wijkbedrijven Den Haag 2024, zou kunnen worden gesubsidieerd op
b. asis van een andere subsidieregeling, of door middel van financiering door derden;
c. de voorgestelde activiteiten naar het oordeel van het college al in voldoende mate worden uitgevoerd in de wijk Morgenstond;
d. uit een aanvraag blijkt dat de aanvragende organisatie naar het oordeel van het college volgens gangbare bedrijfseconomische maatstaven financieel ongezond is; of
e. het niet aannemelijk is dat de aanvrager vanaf 1 december 2025 over een locatie in eigen beheer beschikt in Morgenstond waar de activiteiten kunnen worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling
Onverminderd artikelen 12 en 13 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
a. de subsidieontvanger heeft op 1 december 2025 en tot het einde van het subsidietijdvak de beschikking over een geschikte, bereikbare en toegankelijke fysieke locatie met ruime openingstijden waar de activiteiten kunnen worden uitgevoerd;
b. de subsidieontvanger organiseert een onafhankelijk bestuur of raad van toezicht;
c. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat bij uitvoering van de activiteiten als opgenomen in artikel 1:4 dat reguliere arbeid niet verdrongen wordt;
d. de subsidieontvanger maakt wanneer mogelijk gebruik van bestaande dienstverlening in Den Haag en voert deze diensten in dat geval niet zelf uit;
e. wanneer de subsidieontvanger inkomsten genereert uit de gesubsidieerde activiteiten dan:
1° moet minimaal 80% van deze inkomsten worden ingezet om de subsidiabele kosten van de gesubsidieerde activiteit te verlagen;
2° mag maximaal 20% van deze inkomsten per kalenderjaar worden toegevoegd aan de Algemene Reserve van de subsidieontvanger.
De bevoorschotting bedraagt 100% van de verleende subsidie in twee gelijke termijnen die uitbetaald worden volgens het onderstaande ritme:
a. eerste termijn van 50% van de subsidie uiterlijk 30 dagen na dagtekening verleningsbesluit;
b. tweede termijn van 50% van de subsidie uiterlijk 1 december 2026.
Hoofdstuk 5 Tussentijdse verantwoording
Artikel 5:1 Indieningstermijn tussentijdse verantwoording
Gedurende de looptijd van het subsidietijdvak en na afloop van het subsidietijdvak wordt tussentijds verantwoording op de volgende momenten:
a. op 30 april 2027 over de periode van 1 december 2025 tot en met 31 december 2025 en over het kalenderjaar 2026;
b. op 30 april 2028 over het kalenderjaar 2027, waarbij deze verantwoording met de eindverantwoording wordt ingediend.
Artikel 5:2 Wijze van tussentijdse verantwoording
Bij de tussentijdse jaarlijkse verantwoording worden de volgende stukken ingediend:
a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;
b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV;
c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model;
d. een controleverklaring over het financieel verslag, inclusief het oordeel of het inhoudelijk verslag met het financieel verslag verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
Hoofdstuk 6 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf
Artikel 6:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling
In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in 30 april 2028.
Artikel 6:2 Wijze van verantwoorden
De aanvraag tot vaststelling bevat:
a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk eindverslag over de gehele subsidieperiode conform artikel 17, vierde lid, van de ASV, indien het op grond van artikel 5:2 ingediende inhoudelijke verslag over de periode van 1 december 2025 tot en met 31 december 2025 en over het kalenderjaar 2026 juist en volledig is, kan worden volstaan met een inhoudelijk eindverslag over het kalenderjaar 2027;
b. een voor openbaarmaking geschikt financieel eindverslag over de gehele subsidieperiode conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV, indien de op grond van artikel 5:2 ingediende financiële verslagen over de periode van 1 december2025 tot en met 31 december 2025 en over het kalenderjaar 2026juist en volledig is, kan worden volstaan met een financieel eindverslag over het kalenderjaar 2027;
c. een verklaring dat de eindverantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door college vastgestelde model; en
d. een toelichting op eventuele discrepanties tussen de tussentijdse verantwoordingsstukken en de eindverslagen en eindverantwoording.
Hoofdstuk 7 Overige bepalingen
Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk op 1 juli 2028.
Deze regeling treedt in werking de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad en vervalt met ingang van 31 december 2029.
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025.
Bijlage 1: procedureregels mondelinge toelichting aanvraag subsidie
De aanvrager krijgt de mogelijkheid om een mondelinge toelichting te geven op de aanvraag. Aanvragers die een volledige aanvraag, zoals bedoeld in artikel 2:2 van de subsidieregeling, hebben ingediend ontvangen uiterlijk een week van tevoren een uitnodiging voor het geven van deze toelichting in de op 14 of 15 oktober 2025 op een nader te bepalen locatie in Den Haag.
Wij vragen u tijdens uw toelichting in ieder geval antwoord te geven op de volgende vragen:
Procedureregels mondelinge toelichting
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-385450.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.