Artikel I Wijzigingen
De Algemene Plaatselijke Verordening Etten-Leur 2021 wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 2:1 van de APV komt te luiden:
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
- 2.
Degene die op een openbare plaats:
- a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
- b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
- c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
- 3.
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het be-voegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
- 4.
Het is verboden op een openbare plaats gezichtsbedekkende kleding te dragen wanneer dit gepaard gaat met gedragingen met het kennelijke doel om de openbare orde te verstoren of strafbare feiten te plegen.
- 5.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
- 6.
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
- 7.
Dit artikel geldt niet voor de hulpdiensten en voor door de burgemeester aangewezen personen.
B. Artikel 2.1:a komt te luiden:
Artikel 2:1a Aanwijzing overlastgebied
- 1.
De burgemeester kan een overlastgebied aanwijzen als naar zijn oordeel sprake is van een ernstige verstoring of bedreiging van de openbare orde.
- 2.
Het is verboden zich in een overlastgebied op te houden in een groep van meer dan vier personen als dit leidt tot verstoring van de openbare orde.
- 3.
De burgemeester kan degene die in een overlastgebied het in het tweede lid genoemde verbod overtreedt, bevelen om zich uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van maximaal 24 uur niet meer te bevinden.
- 4.
De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra de openbare orde in het overlastgebied naar zijn oordeel voldoende is hersteld.
C. Artikel 2:10 komt te luiden:
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
- 1.
Het is verboden zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
- 2.
Het verbod is niet van toepassing op:
- a.
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
- b.
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
- c.
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
- 3.
Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits nadere regels zijn gesteld conform het vierde lid en hieraan wordt voldaan:
- a.
terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, tenzij het betreft een locatie die of uitstallingen;
- b.
- c.
bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan;
- d.
- e.
- f.
objecten die in het kader van schoolactiviteiten of educatieve lessen in het openbaar gebied of op schoolpleinen worden geplaatst;
- g.
nader door het college aan te wijzen voorwerpen.
- 4.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor de categorieën, bedoeld in het derde lid.
- 5.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
- 6.
De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
- a.
Indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
- b.
Indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
- c.
In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
- 7.
De weigeringsgrond van lid 6 onder a geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
- 8.
De weigeringsgrond van lid 6 onder b geldt niet voor bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is of kan worden verleend.
- 9.
De weigeringsgronden van lid 6 onder c geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of de Omgevingswet.
D. Artikel 2:25 komt te luiden:
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
- 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
- 2.
De aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend uiterlijk vier maanden voor de datum van aanvang van het evenement, wanneer sprake is van de volgende situaties:
- a.
Evenementen in de risicocategorie C;
- b.
Evenementen georganiseerd door een organisator die de afgelopen 5 jaar nog geen evenement heeft georganiseerd in Etten-Leur.
- 3.
Overige aanvragen als bedoeld in het eerste lid worden ingediend uiterlijk 8 weken voor de datum van aanvang van het evenement.
- 4.
De burgemeester kan, in verband met de voorbereidingstijd van het evenement van deze termijnen afwijken.
- 5.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid van deze bepaling weigeren, indien deze niet is ingediend binnen de in het tweede en derde lid bepaalde termijn.
- 6.
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
- 7.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 5 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
- 8.
De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
- 9.
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
- 10.
Het zevende lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, bedoelde vechtsportwedstrijden of -gala’s.
- 11.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor vechtsport-wedstrijden of- gala’s als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
E. Artikel 2:27 komt te luiden:
Artikel 2:27 Definitie
- 1.
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan:
- a.
een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé/shishalounge en soortgelijke inrichtingen, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.;
- b.
een afhaal- en/of bezorgzaak, waaronder wordt verstaan de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte eetwaren en/of dranken plegen te worden verstrekt.
- 2.
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
- 3.
In deze afdeling wordt onder exploitant verstaan: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico een bedrijf wordt geëxploiteerd.
- 4.
In deze afdeling wordt onder leidinggevende verstaan:
- a.
de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgeoefend;
- b.
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen;
- c.
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van een inrichting.
F. Artikel 2:28 en 2:28A komen te luiden:
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
- 1.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
- 2.
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
- 3.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
- a.
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
- b.
de exploitant en leidinggevende(n):
- I.
in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
- II.
- III.
binnen 5 jaar voor de aanvraag een pand in eigendom heeft gehad of heeft gehuurd of een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest.
- c.
de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn.
- 4.
Bij de toepassing van de in het derde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
- 5.
De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
- 6.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
- a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
- b.
- c.
- d.
bedrijfskantine of -restaurant.
- 7.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28A Wijzigingen in inrichting
- 1.
Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden.
- 2.
De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning als de inrichting aan alle vereisten voldoet.
G. Artikel 2:29 komt te luiden:
Artikel 2:29 Sluitingstijd
- 1.
Het is de exploitant verboden de openbare inrichting, met uitzondering van de openbare inrichtingen als bedoeld in lid 2 tot en met 5, voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 02.00 uur en 07.00 uur.
- 2.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
- 3.
Het is de exploitant verboden de openbare inrichting, waar of van waaruit uitsluitend eetwaren en/of alcoholvrije dranken plegen te worden verkocht, voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur.
- 4.
Het is de exploitant van nachthoreca (bijvoorbeeld een discotheek) verboden:
- a.
de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: op dinsdag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur en op zaterdag tot en met maandag tussen 05.00 en 07.00 uur;
- b.
bezoekers toegang tot de openbare inrichting te verlenen op zaterdag tot en met maandag tussen 02.00 uur en 05.00 uur.
- 5.
Het is de exploitant verboden een paracommerciële inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen 01.00 en 07.00 uur.
- 6.
Het is de exploitant verboden het bij de openbare inrichting behorende terras voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers op het terras te laten verblijven op zaterdag en zondag tussen 01.00 en 9.00 uur en de overige dagen tussen 00.00 en 9.00.
- 7.
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk openbare inrichting of een daartoe behorend terras.
- 8.
Het eerste tot en met het vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
H. Artikel 2:33a komt te luiden:
Artikel 2:33a Intrekkingsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning bedoeld in artikel 2:28 van deze verordening geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
- a.
de openbare inrichting niet (meer) voldoet aan de eisen die gesteld zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- b.
er bij herhaling incidenten in of vanuit de openbare inrichting hebben plaatsgevonden waarbij de openbare orde, veiligheid, zedelijkheids- of gezondheid in het geding zijn en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
- c.
de exploitant of leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften die verbonden zijn aan de in artikel 2:28, eerste lid, genoemde vergunning;
- d.
er sprake is van een wijziging in de exploitatie en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:28A;
- e.
er sprake is van de omstandigheid en een geval, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur;
- f.
de exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt dat in en/of vanuit zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd.
I. Artikel 2:34e komt te luiden:
Artikel 2:34e Proeverijen in slijtlokaliteiten
- 1.
Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
- 2.
De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
J. Artikelen 2:37 en 2:38 komen te luiden:
Artikel 2:37 Nachtregister
Degene die een inrichting exploiteert is verplicht van degene die daarin nachtverblijf houdt naar
[De bovenstaande tekst bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Degene die een inrichting exploiteert is verplicht van degene die daarin nachtverblijf houdt naar waarheid diens naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te registreren.].
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister.
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
K. Artikel 2:38a komt te luiden:
Artikel 2:38a Definities
- 1.
In deze afdeling wordt verstaan onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
- 2.
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
L. Artikel 2:40d komt te luiden:
Artikel 2:40d Eisen aan de exploitant en leidinggevende
Een exploitant en leidinggevende:
- a.
staat niet onder curatele;
- b.
is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
- c.
heeft de leeftijd van 18 jaar bereikt.
M. Artikel 2:40e komt te luiden:
Artikel 2:40e Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de in artikel 2:40b bedoelde vergunning weigeren indien:
- a.
De exploitant of de leidinggevende(n) niet voldoet aan de in artikel 2:40d gestelde eisen;
- b.
De exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;
- c.
De vestiging of exploitatie strijd oplevert met het Omgevingsplan;
- d.
Naar het oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;
- e.
In het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur;
- f.
De vestiging leidt tot concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
- g.
De inrichting is gevestigd in de nabijheid van een school of jongerencentrum.
N. Artikel 2:41 komt te luiden:
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
- 1.
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
- 2.
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
- 3.
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
- 4.
De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.
O. Artikel 2:67 komt te luiden:
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
- 1.
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
- a.
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
- b.
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
- c.
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
- d.
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
- e.
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
- 2.
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
- 3.
De burgemeester erkent het Digitaal Opkopers Register als het in het eerste lid bedoeld register.
P. Artikel 2:74 komt te luiden:
Artikel 2:74 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan een openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan openbare plaatsen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden of op of aan openbaar water post te vatten, zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan het openbaar water in of op een vaartuig te bevinden of daarmee heen en weer te varen, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Q. Artikel 2:77 komt te luiden:
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
- 1.
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
- 2.
De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aangewezen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.
R. Artikel 2:78 komt te luiden:
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
- 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die een strafbaar feit pleegt en/of die de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren:
- a.
een tijdelijk verbod opleggen om gedurende een aaneengesloten periode niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn, of
- b.
als die handelingen zich tijdens een evenement hebben voorgedaan een tijdelijk verbod opleggen om gedurende de duur van een evenement, doch met een maximum van 6 dagen, niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
- 2.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. Het verbod geldt voor:
- a.
een vast te stellen aaneengesloten periode van ten hoogste 12 weken, of
- b.
voor vast te stellen tijdstippen of perioden verspreid over ten hoogste 45 dagen binnen een tijdvak van ten hoogste één jaar.
- 3.
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burge-meester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van het tijdelijk verbod.
- 4.
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
- 5.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.
S. Artikel 2:80 komt te luiden:
Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
- 1.
De burgemeester kan andere voor het publiek openstaande gebouwen of daarbij behorende erven dan bedoeld in Afdeling 4 en Afdeling 7A (en in voorkomend geval Afdeling 13) in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
- 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet en artikel 174a van de Gemeentewet voorzien.
- 3.
Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
- 4.
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandighe-den hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
T. Artikel 2:81 komt te luiden:
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
- 1.
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a.
exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
- b.
beheerder: de exploitant en iedere andere natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de bedrijfsmatige activiteiten;
- c.
bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel, niet zijnde:
- -
een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van deze verordening geldt;
- -
een horecabedrijf/openbare inrichting waarvoor een vergunningplicht op grond van de Alcoholwet of deze verordening geldt;
- -
een woning die als zodanig in gebruik is.
- 2.
De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.
Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw, dan wel in dat gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of ernstige vrees hiertoe bestaat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.
Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
- 3.
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen of te wijzigen:
- a.
in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten, of
- b.
indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.
- 4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
- a.
in het belang van het voorkomen van strafbare feiten;
- b.
indien de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
- c.
indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of
- d.
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
- 5.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of daarmee gelijk te stellen regelingen.
- 6.
De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteit(en) de vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
- a.
de persoonsgegevens en het burger servicenummer van iedere exploitant en beheerder;
- b.
het adres waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend of zullen worden uitgeoefend;
- c.
het nummer waaronder het bedrijf is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
- 7.
Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
- 8.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien:
- a.
door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;
- b.
door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
- c.
gehandeld wordt in strijd met het bij of krachtens dit artikel bepaalde;
- d.
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
- e.
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
- f.
er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of
- g.
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
- 9.
Indien het bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid wordt geëxploiteerd of indien één van de situaties als bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester het bedrijf geheel of gedeeltelijk sluiten.
- 10.
Het is een ieder zonder schriftelijke toestemming van de burgemeester verboden een overeenkomstig het negende lid gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.
- 11.
De vergunning vervalt wanneer:
- a.
de exploitatie van het bedrijf feitelijk is beëindigd of overgedragen;
- b.
zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de vergunning, zonder dat anders dan wegens overmacht van deze vergunning gebruik is gemaakt;
- c.
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
- 12.
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder aanwezig is.
- 13.
In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit indien hij binnen die periode geen ontvankelijke aanvraag om vergunning heeft ingediend, of met ingang van de inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
- 14.
Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
U. Afdeling 1 van hoofdstuk 3 komt te luiden:
Afdeling 1. Algemene bepalingen
V. Artikel 3:4 komt te luiden:
Artikel 3:4 Seksinrichtingen
- 1.
Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
- 2.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
- a.
de persoonsgegevens van de exploitant;
- b.
de persoonsgegevens van de beheerder;
- c.
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
- d.
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
- e.
het adres waar de inrichting/het bedrijf wordt uitgeoefend;
- f.
voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;
- g.
een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;
- h.
voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.
- 3.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
W. Artikel 3:9 Straatprostitutie komt te luiden:
Artikel 3:9 Straatprostitutie
- 1.
Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken:
- a.
op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;
- b.
gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
- 2.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
- 3.
Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
- 4.
Het bevoegde bestuursorgaan kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste lid.
- 5.
Het bevoegde bestuursorgaan beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
- 6.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door het bevoegde bestuursorgaan opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.
X. Artikel 5:2 komt te luiden:
Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
- 1.
Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
- a.
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of
- b.
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
- 2.
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
- a.
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of
- b.
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
- 3.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stal-len, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
- a.
twee of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 500 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
- b.
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
- 4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Y. Artikel 5:8 komt te luiden:
Artikel 5:8 Grote voertuigen
- 1.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,7 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
- 2.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
- 3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
- 4.
Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
- 5.
Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Z. Artikel 5:9 komt te luiden:
Artikel 5:9 Uitzicht belemmerende voertuigen
- 1.
Het is verboden een voertuig, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
- 2.
Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
AA. Artikel 5:12 komt te luiden:
Artikel 5:12 Overlast van fietsen, snorfietsen of bromfietsen
- 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen, snorfietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
- 2.
Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.