Gemeenteblad van Súdwest-Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Súdwest-Fryslân | Gemeenteblad 2025, 366570 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Súdwest-Fryslân | Gemeenteblad 2025, 366570 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân heeft besloten om het ontwerp van de omgevingsvisie ter inzage te leggen, met als nieuwe toevoeging de Ruimtelijke Strategie Sneek (hoofdstuk 8).
Dit ontwerp betreft de wijziging van de “Omgevingsvisie gemeente Súdwest-Fryslân”, opgenomen in 'bijlage A'.
De onderbouwing van deze wijziging is opgenomen in de motivering.
De ontwerp omgevingsvisie wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd voor zienswijzen, hiervan wordt kennis gegeven in het gemeenteblad.
A
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het ‘Rondje Súdwest’ legden de inwoners van Súdwest-Fryslân in het voorjaar van 2019 de basis voor de Omgevingsvisie 1.0. Deze omgevingsvisie schetst de ontwikkelingsrichting voor de woon-, werk- en leefomgeving voor een lange periode binnen de Gemeente SWF.
De Omgevingsvisie 1.0 nodigt uit tot ontwikkelingen: het is dé rode draad voor gemeentelijke activiteiten in de fysieke leefomgeving. Deze visie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan vormen een duidelijk handvat. Daarmee kan de gemeente beoordelen of ontwikkelingen en projecten bij Súdwest-Fryslân passen. Zo helpt een Omgevingsvisie bij het soepel doorlopen van de procedures.
Naast de resultaten van het Rondje Súdwest is bestaand actueel beleid gebruikt bij het opstellen van de Omgevingsvisie 1.0. Klik hier voor een overzicht van de gebruikte bronnen > (Bijlage 3). Hier staat ook van de vaak voorkomende begrippen ‘omgevingskwaliteit’ en ‘kernwaarden’ een omschrijving.
Een integrale Omgevingsvisie 1.0
De Omgevingsvisie 1.0 gaat over belangrijke onderwerpen als gezondheid, veiligheid, omgevingskwaliteit, bereikbaarheid en economie. Denk ook aan meer sociale thema’s als inclusiviteit, leefbaarheid en arbeidsmarktbeleid. De inwoners keken tijdens het Rondje Súdwest ook zo breed naar de toekomst. Iedereen was welkom om mee te denken over deze onderwerpen.
Er waren vijf avondbijeenkomsten in diverse plaatsen. Er waren gastlessen voor kinderen op school. De ‘Omgevingsbus’ heeft een ronde gemaakt. Daarnaast is vanuit de bedrijven gesproken met een klankbordgroep. In totaal hebben ruim 450 mensen tussen 10 en 90 jaar oud meegedacht.
Met (keten)partners
Bij het maken van de Omgevingsvisie 1.0 zijn diverse (keten)partners betrokken. Dat zijn de buurgemeenten, GGD, Veiligheidsregio Fryslân, Staatsbosbeheer, LTO, Fumo, Wetterskip Fryslân en Accolade woningbouw. Lees hier de verslagen van deze overleggen >. Ook bij de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsvisie en de uitwerking richting (gebieds)agenda’s, de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan, blijven we samenwerken. Samen staan we sterk!
B
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De omgeving waarin wij wonen, werken en leven beïnvloedt onze gezondheid. De uitbraak van het coronavirus in 2020 maakt dat pijnlijk duidelijk. Wat is een gezonde leefomgeving? Er is niet 1 antwoord op deze vraag. Veel factoren spelen een rol. Zoals het voorkomen van situaties die het milieu bedreigen. Denk ook aan voldoende ruimte om te bewegen. En aan een fraaie, groene omgeving waar jij je fijn voelt. Súdwest-Fryslân wil de gezondheidsverschillen verkleinen. De inzet is een brede welvaart. Het is daarvoor belangrijk om bruggen te slaan tussen de generaties.
Súdwest-Fryslân werkt vanuit de aanpak van ‘Positieve gezondheid’. Lees daarover hier meer > Hierbij staan het beschermen en het bevorderen van de gezondheid centraal. Súdwest-Fryslân werkt daarom aan een omgeving die stimuleert tot bewegen. Een omgeving die voldoende groen is. Die plek biedt voor ontmoeten. En veilig, schoon, opgeruimd en toegankelijk is. Hierdoor is het makkelijker voor iedereen om gezonder te leven én gezondere keuzes te maken. Bijna zónder erbij na te denken.
C
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor ieder deelgebied is een IDeekaart gemaakt (IDEEkaartenbijlage 4). De IDeekaarten benoemen de aandachtspunten voor de gebieden. Hierbij is weer dezelfde indeling van de vijf thema's gebruikt.
De IDeekaarten bestaan uit een kaart met legenda met gebied specifieke punten en daarnaast punten die voor het deelgebied als geheel gelden. De kaart is (in de website van de Omgevingsvisie 1.0) een pdf waarop ingezoomd kan worden. Súdwest-Fryslân gebruikt de IDeekaarten als opstap voor het gesprek met de mienskip in de gebieden. Dit wordt als vervolg op de Omgevingsvisie 1.0 uitgewerkt in (Gebieds)Agenda's. Voor het IJsselmeergebied is het Ambitiedocument al klaar.
Met de gebiedsindeling volgt Súdwest-Fryslân de indeling die gebruikt is tijdens het Rondje Súdwest. Ook sluit deze goed aan op de Ontwikkelagenda. De grenzen van de gebieden zijn afgestemd op de grenzen die het Centraal Bureau voor Statistiek in haar onderzoeken gebruikt. Dit maakt het gebruiken en vergelijken van onderzoeksgegevens eenvoudiger.
Uiteraard kunnen de gebieden niet los van elkaar gezien worden. Ze vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. Samen zijn ze Súdwest-Fryslân. Net als er een sterke relatie is tussen Súdwest-Fryslân en de provincie en (Noord-)Nederland. De grenzen tussen de gebieden zijn niet hard, maar vloeien in elkaar over.
Nadere uitwerking IDeekaart Sneek
Voor Sneek, hebben we de aandachtspunten en opgaven zoals die op hoofdlijnen in de IDeekaart staan nader uitgewerkt in een ‘Ruimtelijke Strategie Sneek’. Deze staat in hoofdstuk 8. Voor dit deelgebied vormt de IDeekaart dus het voorwerk, en de Ruimtelijke Strategie Sneek een uitwerking daarvan. Om te zorgen dat een gebruiker de juiste informatie te zien krijgt, heeft hoofdstuk 8 een werkingsgebied met een harde begrenzing. Dit werkingsgebied is gebaseerd op de CBS-wijk Sneek. Op enkele plekken, waar de ruimtelijke strategie concrete ontwikkelingen of zoekgebieden bevat die daarbuiten vallen, is het werkingsgebied uitgebreid. De begrenzing volgt dan zoveel mogelijk logische en geografische lijnen. Omliggende kernen blijven in beginsel buiten het werkingsgebied, omdat de ruimtelijke strategie daar niet integraal over gaat. Om deze redenen wijkt het werkingsgebied van hoofdstuk 8 ook enigszins af van de IDeekaart voor Sneek.
Raadpleeg in IDEEkaartenbijlage 4 de uitgewerkte IDEEkaarten.
D
Na sectie 7 wordt een sectie ingevoegd, luidende:
Aanleiding: positionering Sneek binnen het Fries Stedelijk Netwerk
In Fryslân gaan de vier Friese steden – Heerenveen, Leeuwarden, Drachten en Sneek – binnen een Fries Stedelijk Netwerk zich met meer nadruk positioneren als samenhangende stedelijke regio. Dit hangt samen met nieuwe ruimtelijke kaders waar het Rijk (Nota Ruimte) en de provincie Fryslân (provinciale omgevingsvisie) aan werken. De verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk (april 2025) geldt hiervoor als wenkend perspectief. Met een ‘Ruimtelijke Strategie’ willen we in dit licht Sneek specifieker positioneren. De samenhang met het omliggende gebied en de wisselwerking tussen stad en platteland is hierbij van groot belang. Gelet op grote (boven-)regionale opgaven rond onder meer wonen, (circulaire) economie, voorzieningen, mobiliteit, klimaatverandering en de energietransitie zoekt deze strategie nadrukkelijk naar een stevige positionering van Sneek. Dit is van belang voor Sneek én voor de regio. Op die manier kunnen het omliggende gebied en de gemeente Súdwest-Fryslân als geheel hiervan meeprofiteren en kunnen ontwikkelingen worden aangejaagd.
Omgevingsvisie 1.0 en een ruimtelijke strategie voor Sneek
In 2021 stelden we onze Omgevingsvisie 1.0 vast voor het gehele gemeentelijke grondgebied. In hoofdstuk 7 van deze omgevingsvisie hebben we een eerste uitwerking voor de verschillende deelgebieden van Súdwest-Fryslân opgenomen, waaronder Sneek. De ‘IDeekaarten’ bevatten beknopt de belangrijkste aandachtspunten en ruimtelijke uitwerking daarvan voor het deelgebied. Omdat deze uitwerking nog op hoofdlijnen is, en gelet op alle ontwikkelingen die in Sneek samenkomen, is er een urgente behoefte aan een integrale gebiedsgerichte visie op de toekomst van Sneek op de lange termijn (2050). Deze ‘Ruimtelijke Strategie Sneek’ hebben we daarom nader uitgewerkt als apart hoofdstuk van de omgevingsvisie.
Hoofddoel van deze ruimtelijke strategie voor Sneek is om, voortbouwend op onze ambities voor Súdwest-Fryslân, bij te dragen aan de brede welvaart in Sneek en daarmee de hele gemeente en regio. De ruimtelijke strategie zet allereerst een verleidelijke ‘stip op de horizon’; ons toekomstbeeld voor Sneek in 2050. De bestaande kwaliteiten van Sneek en de ontwikkelingen en opgaven die op de stad afkomen vormen daarvoor de basis. Vervolgens beschrijven we de keuzes die we vandaag moeten maken om daar te komen. Op die manier geeft de strategie richting aan ruimtelijke ontwikkelingen in Sneek. Daarmee gaan we samen aan de slag. Enerzijds benoemen we maatregelen die we als gemeente zelf kunnen of moeten nemen. Anderzijds dient de ruimtelijke strategie als inspiratie- en afwegingskader voor initiatieven van andere partijen die aan onze doelen kunnen bijdragen. Ruimtelijke keuzes worden verbeeld op een integrale omgevingsvisiekaart.
Leeswijzer
Dit hoofdstuk van de omgevingsvisie bevat een ruimtelijke strategie voor Sneek, als nadere uitwerking van de vorige hoofdstukken. Die begint in de volgende paragraaf met een analyse: hoe moeten we Sneek zien in historisch en regionaal perspectief, wat zijn de identiteit en kernkwaliteiten van Sneek en welke opgaven zien we richting de toekomst? Onze visie op de toekomst van Sneek zetten we uiteen in paragraaf 8.3: we beschrijven de basis van onze visie en werken die nader uit in (drie) kernambities en (zes) speerpunten. Onze ambities komen in paragraaf 8.4 samen in een integrale omgevingsvisiekaart voor Sneek. De laatste paragraaf gaat in op de uitvoering van de ruimtelijke strategie. De bijlagen bevatten nadere achtergrondinformatie bij dit hoofdstuk, waaronder een kaartenatlas (inventarisatie en analyse, bijlage 5), op basis daarvan aanbevelingen die hebben gediend als input voor deze visie voor Sneek (bijlage 6), en een Woordenlijst.
Als eerste stap, om te komen tot een visie op de toekomst, hebben we geanalyseerd hoe Sneek er op dit moment voor staat. Dat is ons vertrekpunt. Met behulp van een lagenbenadering (mede met het oog op ‘water en bodem sturend’) en daaraan gekoppelde systeemanalyse hebben we allereerst de bestaande situatie van Sneek in kaart gebracht. Dat houdt in dat we uitgaan van drie lagen: ondergrond, netwerken en occupatie (landgebruik) (zie afbeelding 8.1). De eerste laag bestaat uit de ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem. De volgende laag bevat netwerken van bedrijven, voorzieningen, winkels, weg-, spoor- en energie-infrastructuur. De derde laag bevat menselijke activiteiten zoals wonen, recreëren en sociale samenhang. Op die manier hebben we in beeld en tekst de ruimtelijke kenmerken en systemen inzichtelijk gemaakt, nader uitgewerkt voor verschillende thema’s. De resultaten hiervan staan in een aparte ‘kaartenatlas’ (zie bijlage 5).
Op basis van deze informatie plaatsen we in deze paragraaf eerst Sneek in historisch (8.2.2) en geografisch (regionaal) (8.2.3) perspectief. Vervolgens identificeren we de identiteit en kernkwaliteiten van Sneek, die ons onderscheiden en die we in ieder geval willen behouden (8.2.4). Tot slot volgen uit onze analyses per laag een aantal aandachtspunten waar we richting de toekomst rekening mee moeten houden (8.2.5). Dit zijn belangrijke bouwstenen voor onze visie op de toekomst. Op basis daarvan hebben we, vooruitlopend op deze visie zelf, aanbevelingen voor de visie geformuleerd. Die hebben we uitgewerkt in drie ‘perspectieven’, die overeenkomen met de drie lagen (zie bijlage 6). Deze aanbevelingen vormen belangrijke input voor de visie. Dat betekent dat veel elementen hieruit in de visie terugkomen; tegelijk hebben we sindsdien op bepaalde onderdelen ook zaken aangescherpt of nadere keuzes gemaakt.
Water en bodem sturend
De geschiedenis van Sneek begint aan het eind van de 9e eeuw, toen op de hoger gelegen gronden langs de veenrivier de Geeuw (voorheen de Ges) een nederzetting ontstond. In de 10e eeuw begon men vanuit het ten noordoosten van Sneek gelegen Goënga met de ontginning van het uitgestrekte laagveengebied richting het huidige Sneekermeer. Dit gebeurde met het doel de landbouw uit te breiden, turf te winnen als brandstof en — in later eeuwen — zout (via moernering) uit verzilt veen te extraheren. Deze ontginningen leidden tot een maaivelddaling van wel drie meter. In combinatie met herhaalde stormvloeden vanaf de 12e eeuw werd het veen steeds kwetsbaarder en ontstonden wateren zoals het Sneekermeer, de Goëngarijpsterpoelen en de Zoutepoel. De landschappelijke transformatie had ook sociaaleconomische betekenis: turf en zout vonden aftrek in Sneek en omliggende kloosters, wat leidde tot een periode van economische bloei.
Rond het jaar 1000 werd er op een verhoogd terrein een houten kerk gebouwd — de voorloper van de huidige Martinikerk. In de 13e eeuw werden diverse watergangen met elkaar verbonden, waardoor Sneek (toen nog ‘Ter Snake’) op een doorgaande vaarroute tussen Stavoren, Bolsward, IJlst, Leeuwarden en Dokkum kwam te liggen. Als gevolg van de voortschrijdende ontginning en het toegenomen overstromingsgevaar werden vanaf circa 1200 hemdijken aangelegd; één daarvan, die bebouwd en bewoond raakte, zou uitgroeien tot een kern van de latere stad. Deze dijk volgde het tracé van de huidige Oosterdijk, Wijde Burgstraat, Nauwe Burgstraat, Peperstraat, Marktstraat, Nauwe Noorderhorne en Wijde Noorderhorne.
Bestuurs- en waterkwartier Sneek
Dankzij de gunstige ligging op de overgang van veen naar klei en de handelsgeest ontwikkelde de nederzetting zich vanaf de 15e eeuw tot een stenen handelsstad op een kruispunt van waterwegen, beroemd om zijn zuivel- en vooral boterhandel. De stad was verdeeld in een hoger gelegen bestuurs- en cultuurkwartier, waar ook de zorg was gepositioneerd, en een lager gelegen handels- en waterkwartier (afbeelding 8.2). De stad werd omringd door een grachtengordel en stelsel van aarden wallen en was medio 16e eeuw geheel ommuurd. De waterpoorten vormden de entrees vanuit de verschillende richtingen, waarvan de huidige Waterpoort als enige nog resteert. De stadsmuren en het grootste deel van de bolwerken werden in de 18e eeuw weer afgebroken. De grachten bleven gespaard en werden verdiept. Er werden groene stadswallen met Iepen aangelegd die de overgang naar het landschap gingen vormen (zie afbeelding 8.3).
Stap over de grachten en bouw station buiten de stad
Omstreeks 1850 bestond de bebouwing buiten de grachtengordel voor een groot deel uit bedrijfsbebouwing langs de vaarten, waaronder diverse industriemolens. Ook was bebouwing aanwezig langs de Lemmer(straat)weg en langs de buitenzijde van de grachtengordel aan de west- en oostzijde van de stad. Tussen 1870 en 1920 ontstond met de oprichting van woningbouwverenigingen geleidelijk een gordel van arbeidersbuurtjes rond de oude stad. Deze woningen vervingen de krotten aan de vele stegen en sloppen in de binnenstad. De aanleg van het spoor en de bouw van het station aan het begin van de jaren 1880 leidde tot verdere uitbreidingen aan de noordzijde van de stad. In de omgeving van het station verrezen vooral woningen voor meer welgestelden. Pas in de jaren 30 van de 20e eeuw werden de laatste open terreinen ingevuld.
Eerste structuurplan voor Tuinstad Sneek in 1925
Het door de gemeentearchitect J. de Kok opgestelde idealistische uitbreidingsplan van 1925[1] bepaalde in grote lijnen de aard van de verdere uitbreidingen. Het plan was sterk beïnvloed door het gedachtengoed van de ‘garden city’ (‘tuinstad’). Na de Tweede Wereldoorlog werd het geheel herzien door meer rationele structuurplannen, ingegeven door de grote woningbehoefte in die periode. De stad werd verder uitgebreid met verschillende grote nieuwbouwwijken, vooral ten noorden en zuid(oost)en van de stad aansluitend op de bestaande bebouwing. Deze wederopbouwwijken zijn nu veelal gebieden die aandacht vragen, omdat de woningvoorraad en openbare ruimte verouderd zijn. Waar lange tijd voor de groei van de stad in structuurplannen het model van de compacte stad is gevolgd, is dit in recente jaren verschoven richting een lobbenstad met groene wiggen. Met de laatste uitbreidingen is de stad uitgegroeid tot ruim 34.000 inwoners.
Uitgangspunten voor de toekomst vanuit het verleden
Het verhaal van de ontwikkeling van Sneek is af te lezen aan de ruimtelijke patronen en architectuur van de stad. Zo zijn water en bodem door de eeuwen heen sturend geweest in de ontwikkeling van de stad – de ligging aan het water en op de grens van stevige kleigronden en slappe veengronden. De ontwikkeling tot regionale handelsstad vond plaats op een kruispunt van waterwegen, en dat is nog altijd goed terug te zien in het watersysteem, het cultureel erfgoed en de architectuur in de stad. Ook de elementen van de groene stad zoals lanen, parken en tuinwijken (en recenter de groene wiggen) zijn nog steeds herkenbaar. Tegelijk heeft de verstedelijking door de jaren heen geleid tot een geleidelijke verstening en afname van groen en water in de stad, waarbij het water- en bodemsysteem meer op de achtergrond is geraakt. Ook de invloed van de auto speelt hierbij een rol, die grofweg vanaf de jaren zestig steeds groter is geworden waardoor Sneek geleidelijk is veranderd in een autocentrische woon- en werkstad.
Ligging en verbanden in de regio
Als één van de grootste plaatsen van Friesland, als onderdeel van het Fries Stedelijk Netwerk en als centrumstad van de Zuidwesthoek is Sneek een belangrijke schakel binnen Fryslân en de regio. Naast de drie andere Friese stedelijke kernen binnen het Fries Stedelijk Netwerk heeft Sneek een eigen profiel en functie binnen de Friese regio. Daarnaast is Sneek de belangrijkste kern in de stedelijke zone van Súdwest-Fryslân (Sneek-Bolsward-IJlst), met een verzorgingsgebied van ruim 150.000 inwoners. Afbeelding 8.4 en 8.5 tonen de ligging van Sneek ten opzichte van het Fries Stedelijk Netwerk, de regio en omliggende kernen.
F ries Stedelijk Netwerk (FSN) en verstedelijkingspropositie
Sneek vormt samen met de stedelijke kernen Drachten, Heerenveen en Leeuwarden het Fries Stedelijk Netwerk (FSN). Gezamenlijk wonen er in deze steden in 2025 ruim 210.000 inwoners. Dit stedelijk netwerk vervult een belangrijke functie binnen de regio en noordelijk Nederland, op het gebied van onder meer wonen, economie, onderwijs en recreatie. Sterke innovatieve economische sectoren, een sterk mkb, concentratie van onderwijs- en zorgvoorzieningen, een hoge woonkwaliteit gekoppeld aan de omgevingskwaliteit van het landschap en de sociale cohesie maken de regio tot een aantrekkelijke vestigingsplaats voor organisaties en mensen. Dit maakt ook dat inwoners er bovengemiddeld gelukkig zijn (zoals blijkt uit de regionale monitor van het Planbureau Fryslân).
Tegelijk kent de regio de nodige uitdagingen. Zo is ontwikkeling van de steden en kernen noodzakelijk om het huidige voorzieningenniveau te kunnen behouden. Bij ongewijzigd beleid bevindt de regio zich in een complex spanningsveld met een vergrijzende bevolking, krimpende beroepsbevolking, een dalend aantal jongeren en een groeiend aantal arbeidsmigranten en expats. Daarnaast spelen er majeure problemen, zoals vervoersarmoede, bodemdaling en netcongestie. Een antwoord bieden op deze uitdagingen vraagt om een passende, aantrekkelijke leefomgeving met een stedelijke dynamiek. Belangrijke voorwaarde daarvoor is behoud en versterking van de huidige kwaliteiten van de regio: een gezonde leefomgeving, uniek cultureel erfgoed en waterrijke open landschappen.
Gelet op deze uitdagingen hebben we in ‘FSN-verband’ een verstedelijkingspropositie opgesteld voor het Fries Stedelijk Netwerk richting 2050. Het biedt een samenhangend toekomstperspectief voor deze vier steden en de omliggende regio. Daarin zetten de vier steden in op groei, om bij te dragen aan de opgaven en ambities van de regio, provincie Fryslân én (noord-)Nederland als geheel.
Om een duurzame en welvarende toekomst voor de regio te garanderen zet de verstedelijkingspropositie in op het versterken van de kwalitatieve kracht door vijf gerichte interventies:
Ruimte bieden aan verdergaande specialisatie en clustering van drie economische topsectoren vanuit stedelijk perspectief;
Blijven bouwen aan een onderling gedifferentieerd woningaanbod (+25-40% t/m 2050) en zorgen voor voorzieningen in de nabijheid;
Ontwikkelen van talent door kwalitatief en gericht onderwijs en talent vasthouden door vergroten keuzevrijheid binnen het Noordelijk Stedelijk Netwerk;
Versterken interne en externe multimodale verbindingen (weg, water, spoor);
Verweving stad en land door groene en blauwe routes, anders bouwen en energie(transitie).
Belangrijk uitgangspunt daarbij is het principe van ‘borrowed size’ en een regionale rolverdeling van de steden. Op die manier profiteren de steden maximaal van agglomeratievoordelen en worden dubbelingen of verspilling voorkomen. Met het oog op de toekomst fungeert Leeuwarden als grootste stad en primaire schakel in het stedelijk netwerk, waarbij Drachten, Heerenveen en Sneek zich ontwikkelen als complementaire centrumsteden. Sneek profileert zich hierbinnen als de waterstad van Fryslân. Daarbij is het ‘daily urban system’ van belang. Dit netwerk van dagelijkse bewegingen naar werk en voorzieningen vraagt aandacht, omdat de ambitie er is om de FSN-voorzieningen voor de hele regio binnen dertig minuten bereikbaar te maken. Dit vraagt om snellere en aantrekkelijkere verbindingen, intern en extern, voor verschillende vervoersvormen (weg, water en spoor).
Van de woningbouwopgave (toevoegen van 26.500 à 42.400 woningen tot 2050) landt het grootste deel in centrumstad Leeuwarden; voor de stedelijke zone Sneek hebben we een ambitie van circa 5.000 woningen gesteld. Daarbij zetten we binnen het FSN in op een slimme spreiding van economische functies en voorzieningen, naar schaalniveau en met versterking van de eigen identiteit van de steden. Waterstad Sneek fungeert als maritiem centrum met innovatieve watertechnologiebedrijven en hoogwaardige jachtbouw, heeft een belangrijke positie in watertoerisme en -recreatie en vormt het voorzieningencentrum voor Súdwest-Fryslân. De Friese steden en provincie stellen ambitieuze doelen en vragen van Sneek naast de woningbouwopgave onder meer ruimte voor multifunctionele energie- en mobiliteitshubs, met ruimte voor circulaire economie, klimaatmaatregelen, CO2-reductie, natuur én verbetering van de omgevingskwaliteit. Daarnaast gaat het om het bijdragen aan het “rondje Fryslân’ (’daily urban system’); het samenwerken aan de transformatie van het veenweidegebied en de multifunctionaliteit van de stadsrandzone Sneek, inclusief groen en water. Dit vraagt op stadsniveau om een heldere (ruimtelijke) strategie om hier verdere invulling aan te geven.
Stedelijke zone Sneek (Sneek-Bolsward-IJlst)
Sneek (waterstad) vormt samen met Bolsward (energiestad) en IJlst (houtstad) de stedelijke zone van de gemeente Súdwest-Fryslân. Deze steden hebben elk hun eigen identiteit en hebben samen de omvang van een middelgrote stad van circa 50.000 inwoners die de omgeving bedient. Ook in deze stedelijke zone zetten we in op ‘borrowed size’.
Zuidwest-Friesland
In Zuidwesthoekverband vormt de stedelijke zone Sneek een netwerk langs de A7 en A6 samen met Joure en Lemmer. De stedelijke zone met Sneek, Bolsward, Joure en Lemmer vormt de ruggengraat van een grote regio, waarvan de inwoners gebruikmaken van de regionale voorzieningen. Hier komen hoogwaardige (specialistische) zorg, (voortgezet) onderwijs, MBO, winkels, cultuur en tal van andere voorzieningen samen.
Op basis van de historische ontwikkeling, regionale context en bestaande situatie komen een aantal kernkwaliteiten van Sneek naar voren. Het zijn eigenschappen die onze kracht en identiteit bepalen: ze maken wat Sneek is en onderscheidt van andere steden. Dit zijn dan ook de kwaliteiten die we in de toekomst in ieder geval willen behouden en waar mogelijk versterken.
Sneek is de waterstad van Fryslân. Sneek staat landelijk bekend om zijn waterrijke omgeving, waar veelvuldig gebruik van wordt gemaakt voor verschillende watersporten en om te recreëren. In de historische ontwikkeling van de stad speelde het water en de ligging aan verschillende waterwegen een belangrijke rol, zoals in 8.2.2 beschreven. Het vele water in de binnenstad en de karakteristieke Sneker Waterpoort zijn hiervan het levende bewijs. Hoewel het water in de stad nog meer aanwezig en beleefd kan worden, staat Sneek alom bekend als ‘waterstad’.
Sneek fungeert als een belangrijke regiokern. Al eeuwenlang is Sneek een handelsstad met een belangrijke regionale functie. Ook nu is Sneek, zoals in 8.2.3 al beschreven, een belangrijke kern in de regio. De stedelijke zone Sneek (Sneek-Bolsward-IJlst) bedient met zijn ruim 50.000 inwoners en gevarieerde voorzieningen een gebied van meer dan 150.000 mensen. Dit gebied strekt zich uit van Harlingen tot aan de Noordoostpolder. Sneek vormt hierin het regiocentrum. Tegelijk is Sneek een schakel in het Fries Stedelijk Netwerk, dat een belangrijke functie vervult in de de provincie en in noordelijk Nederland.
Sneek is een unieke stad met een hoge kwaliteit van leven en van de ruimte. Inwoners ervaren in Súdwest-Fryslân een hoger geluksniveau dan in veel andere regio’s, terwijl ze gemiddeld minder te besteden hebben (het Planbureau Fryslân noemt dit de ‘Friese paradox’). Volgens het planbureau zijn de leefbaarheid en omgevingskwaliteit hierin de twee belangrijkste pijlers. Er is een sterke sociale cohesie en mienskipszin; de stad kent vele ontmoetingsplekken. Sneek ligt in een landschappelijk aantrekkelijke omgeving. Ze heeft een historische binnenstad van grote waarde, met cultureel erfgoed en architectuur die de tijdgeest weerspiegelen en het verhaal van Sneek vertellen. Bovendien is de stad compact en daardoor goed bewandelbaar en in potentie goed bevaarbaar. Al deze kenmerken dragen samen bij aan de omgevingskwaliteit en leefbaarheid en maken Sneek een aantrekkelijke stad om te wonen en verblijven. Uit recent onderzoek blijkt echter wel dat de brede welvaart ook in (zuidwest-)Friesland inmiddels wat terugloopt en onder druk komt te staan, met name de pijler leefbaarheid[2]. Dit onderstreept het belang om deze kwaliteit te behouden.
Uit de vorige paragrafen blijkt dat we al veel kwaliteiten bezitten, die de moeite waard zijn om te behouden. Dit is echter niet vanzelfsprekend. Uit de analyses[3] volgen namelijk meerdere ontwikkelingen die onze aandacht vragen en mogelijk een bedreiging vormen. Daardoor ontstaan er uitdagende opgaven waar we mee aan de slag moeten. Het gaat om trends en ontwikkelingen die kwaliteiten onder druk zetten, problemen veroorzaken of ons voor nieuwe opgaven stellen. Het gaat ook om kansen om kwaliteiten te versterken of toe te voegen. Ook kan het gaan om vastgesteld beleid dat nog onvoldoende wordt toegepast of nog ontoereikend is. Waar verschillende ontwikkelingen samenkomen, kunnen ook dilemma’s of juist koppelkansen ontstaan. Kortom: op deze ontwikkelingen en opgaven willen en moeten we met onze visie een antwoord formuleren. Hieronder volgt – per laag – een beknopte samenvatting van de belangrijkste opgaven en uitdagingen voor Sneek.
Omdat het bodem- en watersysteem in heel Nederland steeds meer onder druk komt te staan, heeft het Rijk water en bodem sturend gemaakt voor de inrichting van de ruimte. Gelet op de ligging van Sneek op de overgang tussen klei en veen hebben we dit principe lange tijd gehanteerd, maar het is van belang dat weer te gaan doen om problemen op te lossen en te voorkomen. Gezien deze ligging is Sneek kwetsbaar voor wateroverlast, bodemdaling en klimaatverandering. Dit vraagt om toekomstgerichte keuzes: water vasthouden, sponswerking versterken en bouwen op de juiste plekken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het daarom van belang om rekening te houden met de draagkracht en stabiliteit van de bodem en meerlaagsveiligheid. Voor het doel van brede welvaart is een belangrijk principe ook het niet afwentelen van de gevolgen van keuzes in het hier en nu op andere gebieden, partijen of de toekomst[4].
Klimaatverandering is een belangrijke ontwikkeling en opgave. Winters worden warmer en natter, zomers heter en de kans op extreme neerslag neemt toe. Dit kan onder meer leiden tot wateroverlast, droogte en hitte. Dit kan grote invloed hebben op alle lagen en vraagt om aanpassingen in de inrichting van de ruimte (klimaatadaptatie).
Klimaatverandering zorgt voor toenemende hittestress in de stad. Vooral ouderen, jonge kinderen en mensen met gezondheidsproblemen zijn kwetsbaar hiervoor. Hittestress speelt met name in de versteende gebieden. Sociale en particuliere huurwoningen, waar deze risicogroepen relatief veel wonen, staan vaak in versteende wijken. Het relatief versteende stadscentrum, vroege uitbreidings- en de wederopbouwwijken van Sneek zijn in het bijzonder aandachtsgebieden. Met het oog op de toekomst is het van belang om hier bij locatiekeuze en in het ontwerp van gebouwen en buitenruimte rekening mee te houden.
Gelet op de gevolgen van klimaatverandering is onderzoek naar de werking van het watersysteem essentieel, om na te gaan of herinrichting nodig is en om ontwikkelingen hierop aan te laten sluiten. Om verdroging tegen te gaan is het nodig om water minder snel af te voeren en langer vast te houden. Tegelijk kan extreme neerslag in toenemende mate leiden tot wateroverlast, met name in gebieden met veel verharding. Het is daarom van groot belang om onze ruimte klimaatbestendig in te richten, waarvoor ruimte gereserveerd moet worden.
In het Friese veenweidegebied is sprake van bodemdaling (zie afbeelding 8.6). Hoofdoorzaak is ontwatering van het veen, waardoor er zuurstof bij komt en het veen langzaam afbreekt (oxideert). Daarbij komen broeikasgassen vrij. Klimaatverandering versnelt dit proces. Door bodemdaling komt het grondwater dichter bij het oppervlak te staan, waardoor de bodem slapper wordt en de geschiktheid van de grond voor landbouw afneemt. Vaak wordt ervoor gekozen de waterstand mee te verlagen, waardoor bodemdaling en oxidatie doorzet. Door maaivelddaling kunnen gebouwen, infrastructuur en leidingen verzakken, wat zorgt voor extra kosten. Doordat natuurgebieden en boezems steeds hoger komen te liggen ten opzichte van omliggend agrarisch gebied, kan uit natuurgebieden water wegsijpelen (verdroging). Ook zijn hierdoor langs de boezem steeds sterkere waterkeringen nodig. Vernatten van veengebieden kan de bodemdaling en oxidatie remmen, maar vraagt ook om ander beheer, vergroot het risico op wateroverlast doordat de waterbergingscapaciteit afneemt en kan een negatief effect hebben op de waterkwaliteit.
Er is sprake van toenemende drukte in de ondergrond, onder meer door ondergrondse infrastructuur, kabels en leidingen, bodemenergiesystemen en funderingen, maar ook (klimaat-)opgaven zoals groen, waterberging en -infiltratie. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw maar ook duurzame energievoorzieningen vragen extra ruimte, wat tot belemmeringen kan leiden. Een verkeerde inrichting van de ondergrondse ruimte kan ook de bodem- en grondwaterkwaliteit negatief beïnvloeden.
De waterkwaliteit staat onder druk en voldoet niet aan de nationale doelstellingen van de KRW (zie afbeelding 8.7). Ondiepe wateren in Sneek zijn bijzonder kwetsbaar voor opwarming, vervuiling en blauwalg. In de stad is een goede waterkwaliteit van groot belang voor zowel de watersporteconomie als de algehele gezondheid en woonkwaliteit. Hiervoor zijn doorstroming, het tegengaan van eutrofiering en groene oevers nodig. Dit vraagt innovatieve en bij voorkeur natuurlijke, duurzame oplossingen.
De vraag naar drinkwater zal de komende jaren blijven stijgen. Het aanbod kan door klimaatverandering en verontreiniging onder druk komen te staan. Om ook in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen leveren zijn drinkwaterbesparing, het beschermen van grondwaterbronnen en reserveren van strategische grondwatervoorraden van belang.
Er zijn delen van Sneek die bij een overstroming diep kunnen overstromen (kans > 1:1.000), wat schade en slachtoffers tot gevolg kan hebben. Het is van belang om dit risico bij locatie-afwegingen voor ontwikkelingen mee te nemen en water meer ruimte te bieden en, als dat niet voldoende is, dijken en keringen te versterken.
Er zijn veel beoogde ontwikkelingen die de komende tijd ruimte vragen in en om Sneek. Met het oog op de omgevingskwaliteit, klimaatadaptatie, gezondheid en ontmoeting is daarbij ook meer ruimte nodig voor groen en water. Dit vraagt om duidelijke keuzes op gebiedsniveau en ruimtelijke kaders bij iedere ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met het natuurlijke water- en bodemsysteem.
De identiteit van Sneek als waterstad van Fryslân wordt in de praktijk niet altijd zo ervaren. Inwoners en bezoekers missen de omgevingskwaliteit en directe waterbeleving die het sterke imago belooft. Water is naar de achtergrond geraakt. Zo parkeren we auto’s langs het water (op diverse kades en het Martiniplein), terwijl we het water juist toegankelijk en beleefbaar willen maken. Ook is de uitblinkende maritieme sector en watergebonden maakindustrie momenteel nog weinig zichtbaar. Daarnaast wordt afstand ervaren tussen Sneek en het Sneekermeer; deze kan worden verkleind door de onderlinge verbinding te versterken.
De strategische ligging van Sneek aan het Friese merenstelsel biedt kansen voor het versterken van de waterbeleving, maritieme bedrijvigheid, recreatieve vaarroutes en ecologische verbindingen. Op die manier kan de fysieke inrichting ook het imago van waterstad beter waarmaken.
Het model van groene wiggen en lobben is ruimtelijk aanwezig in Sneek, maar raakt versnipperd. Ambities voor verdichting en vergroening dreigen zonder een duidelijke structuur te botsen. De groene wiggen vormen de stedelijke ecologische hoofdstructuur en spelen een hoofdrol bij stedelijke opgaven zoals klimaatadaptatie (waterbuffering en verkoeling), versterken van de biodiversiteit en CO2-reductie. Ook hebben ze een belangrijke functie als plekken in de stad waar ruimte is voor natuurlijke recreatie, die zorgen voor afwisseling tussen rust en reuring en bijdragen aan (mentale en fysieke) gezondheid en leefbaarheid.
Er lopen nu beperkt (groene en blauwe) verbindingen door en tussen de groene wiggen. Daarbij zijn er nog veel ontbrekende schakels in het langzaam verkeersnetwerk. De toegankelijkheid, beleefbaarheid en herkenbaarheid van de groene wiggen zijn voor verbetering vatbaar. De groene wiggen zijn belangrijk voor de stedelijke ecologische hoofdstructuur en voor de toegang tot groen en natuur voor mens en dier. Groenstructuren spelen niet alleen in de groene wiggen, maar ook in de lobben een sleutelrol in de gezondheid, leefbaarheid en identiteit van de stad.
Mobiliteit is dienend aan andere functies en ontwikkelingen die de komende tijd extra ruimte vragen, zoals wonen en werken. In dat licht, en om de agglomeratiekracht van Sneek als regio stad te vergroten, is het van belang om het netwerk van dagelijkse bewegingen (‘daily urban system’) te versterken. Sneek moet goed bereikbaar zijn voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers. Als gemeente hanteren we hierbij de 30-minutenstrategie[5].
Daarvoor zijn goede openbaar vervoer (ov)-verbindingen essentieel, tussen Sneek en de omliggende kernen en de hele regio (voor het bestaande ov-netwerk, zie afbeelding 8.8). Rondom ov-knooppunten liggen kansen om meerdere modaliteiten te verbinden, maar ook voor ontwikkelingen met verschillende functies en in hogere dichtheden, om optimaal te profiteren van de ov-bereikbaarheid. Dit bied draagvlak voor en onderstreept de urgentie van betere en frequentere ov-verbindingen.
Vanuit het oogpunt van een gezonde stad zijn actieve en schone vormen van mobiliteit belangrijk. Dat vraagt om aanpassingen aan het mobiliteitsnetwerk, zoals het prioriteren van langzaam verkeer, zorgen voor groene, aantrekkelijke en veilige routes voor fietsers en voetgangers, transferpunten met parkeren op afstand en laadinfrastructuur.
Momenteel nemen auto’s veel ruimte in onze binnenstad in en dat doet afbreuk aan de gewenste omgevingskwaliteit. In de centrumzone is behoefte aan meer kwaliteit, groen en water en een hogere voetgangers- en fietsvriendelijkheid.
Tegelijk zal er een behoefte aan parkeren blijven, ook gelet op de trend van stijgend autogebruik en -bezit. Met name in de centrumzone zal daarom gezocht moeten worden naar oplossingen om minder auto’s op maaiveld en meer auto’s in gebouwde voorzieningen te parkeren.
We zien een ruimtelijke opgave in het realiseren van de energie- en warmtetransitie, en tegelijkertijd het borgen van voldoende energiebeschikbaarheid gelet op beoogde ontwikkelingen op het gebied van economie en wonen. Er is daarom ruimte nodig voor opwekking, opslag en distributie van elektriciteit en warmte. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft als doel om in 2050 haar eigen energie op te wekken. Met name op en nabij bedrijventerreinen is geschikte ruimte te maken voor het opwekken, omzetten, opslaan en distribueren van duurzame stroom en warmte, en eventueel gassen en brandstoffen. Daarbij moet ook worden gekeken naar combinaties en samenhang met andere kernen op dit gebied. De precieze ruimtevraag en ruimtelijke impact voor onze toekomstige duurzame energievoorziening is nog onzeker; het gaat in ieder geval om tientallen hectares. Hierbij is het belangrijk flexibel te plannen, gelet op technologische ontwikkelingen en nieuwe inzichten over ruimtebehoefte en -relaties.
Grote opgaven, zoals de energietransitie en de waterhuishouding (schoon en vuil water) vragen ruimte bovengronds, maar ook ondergronds. Het gaat dan bijvoorbeeld om infrastructuur zoals warmtenetten en kabels in de ondergrond. Daardoor neemt de drukte in de ondergrond toe, terwijl er ook andere ruimtevragen liggen (zie ‘ondergrondlaag’). Dit vraagt om een integrale visie op de ondergrond van Sneek.
Het huidige elektriciteitsnetwerk staat onder druk; in Sneek is momenteel al sprake van netcongestie. Dat betekent niet alleen dat nieuwe ontwikkelingen met een energievraag mogelijk niet kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, maar belemmert ook (de verdere versnelling van) de energietransitie. Ruimtelijke opgaven zijn onder meer het realiseren van een nieuw verdeelstation en aanleg of versterking van energienetwerken.
De vraag naar ruimte is groot voor het faciliteren van groei en verduurzaming van bestaande bedrijven en het kunnen aantrekken van nieuwe bedrijven en banen.
De economische vitaliteit van de binnenstad staat onder druk door functieverlies, leegstand van winkels en beperkte verblijfskwaliteit. Er is een toenemende behoefte aan stedelijke voorzieningen en maatregelen die bijdragen aan de vitaliteit[6]. De regionale verstedelijkingspropositie onderstreept deze opgave.
Het toenemende arbeidstekort zorgt voor aanvullende uitdagingen voor de vitale stad en binnenstad. De bereikbaarheid van Sneek vanuit een grote regio spelen hierbij ook een cruciale rol.
De transitie naar een circulaire economie vraagt volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) tot 40% extra ruimte (van het bestaande areaal), waarbij rekening gehouden moet worden met een overgangsfase die vraagt om schuifruimte. Voor deze circulaire schuifpuzzel is een heldere strategie nodig.
De verschillende opgaven op het gebied van de circulaire economie en energietransitie noodzaken om tientallen hectares ruimte vrij te houden voor ‘schuivende’ en nieuwe bedrijven en energiefuncties. Daarbij liggen er nog veel economische kansen in het slimmer benutten van bestaande ruimte voor bedrijvigheid, duidelijkere clustering en het beter laten aansluiten van bedrijvigheid op de omgeving. Zo ligt er onder meer een opgave in het herstructureren of transformeren van alle bestaande bedrijventerreinen, om ze toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te houden.
In en om Sneek liggen duurzame en circulaire kansen voor het benutten van restwarmte, terugwinning van grondstoffen (denk aan de AWZI), en upcycling. Daarnaast liggen er kansen voor duurzame ketens in relatie tot het veengebied.
Het realiseren van werklandschappen van de toekomst vormt ook een kwalitatieve opgave, onder meer door ruimte voor werken te combineren met vergroening, klimaatadaptatie, verduurzaming, energietransitie en circulariteit. Dit gaat verder dan een groene aankleding of inpassing, maar vraagt om een integrale parkuitwerking tot werklandschap. Ook zijn goede en aantrekkelijke verbindingen voor langzaam verkeer, vervoer via het water en openbaar vervoer hiervoor van belang.
Sneek staat voor een aantal grote en complexe transities, onder meer op het gebied van energie, landbouw en circulariteit. Om daarvoor passende oplossingen te vinden is ruimte voor experiment en innovatie van belang. Te denken valt aan innovatieve concepten zoals materialenhubs, multimodale hubs (combinaties van vervoersstromen), multifunctionele hubs (combinaties van mobiliteit met voorzieningen, energievoorzieningen et cetera) of klimaatparken (integraal als parkomgeving uitgewerkte werklandschappen).
De samenstelling van de bevolking van Sneek verandert: er is sprake van vergrijzing, ontgroening, huishoudensverdunning en migratiestromen. Dit heeft gevolgen voor de woningvraag.
De vergrijzing, huishoudensverdunning en veranderende zorgvraag zorgen voor een groeiende druk op het sociaal-ruimtelijk systeem. Er ligt een duidelijke opgave om zorg, gezondheid en inrichting van de ruimte integraal te benaderen. Een gezonde levensloop (van preventie tot revalidatie) is niet alleen een zorgvraagstuk, maar ook een ruimtelijke opgave die vraagt om zorgvuldige afstemming tussen de gebouwde omgeving, openbare ruimte en sociale netwerken. Delen van Sneek zijn hier nog onvoldoende op ingericht, bijvoorbeeld door het ontbreken van toegankelijke en uitnodigende groene omgevingen en mogelijkheden voor beweging, rust en ontmoeting. Dit is van invloed op de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, zeker in gebieden waar sociale of fysieke kwetsbaarheid samenvalt met hittestress, verkeersdrukte of beperkte toegang tot voorzieningen. In Sneek als waterstad liggen er in het bijzonder kansen om hieraan bij te dragen met de beleving van en verblijfskwaliteit aan het water.
In aansluiting op de verstedelijkingspropositie hebben we voor de stedelijke zone Sneek een woningbouwambitie bepaald van 5.000 nieuwe woningen tot 2050. Voor de groei van de stad hanteren we het lobbenmodel met groene wiggen. Om de wiggenstructuur en ons groen te behouden betekent dit in de eerste plaats een verdichtingsopgave in de bebouwingslobben. De centrumzone en bebouwingslobben zijn de belangrijkste locaties waar de woningbouw plaats moet vinden. Tegelijk zijn dit ook de gebieden waar klimaatadaptatie en tegengaan van wateroverlast en hittestress belangrijke uitdagingen zijn. Daarom zal de verdichting hier samen moeten gaan met vergroening.
De ontwikkelingswensen die er zijn in Sneek en in de omliggende kernen, zorgen voor toenemende druk op de bufferruimte tussen de stadsgrenzen en deze kernen. Het afstemmen van deze ontwikkelwensen en onze ambitie om de kernen vrijliggend te houden vormt een opgave.
Naast de nieuwbouwopgave ligt er een herstructureringsopgave. Dit geldt met name in de wederopbouwwijken, maar bijvoorbeeld ook op de voormalige AZC-locatie. Hier is sprake van een verouderde woningvoorraad en openbare ruimte, vaak in combinatie met aandachtspunten zoals een groot aandeel particuliere en/of sociale huurwoningen, warmtetransitie, hittestress, funderingsproblematiek, een lagere gezondheid en clustering van kwetsbare groepen.
In het bijzonder zijn ouderen en kleine huishoudens (één of twee personen) belangrijke doelgroepen, die naar verwachting in omvang zullen toenemen. Ook het vasthouden van meer jongeren kan een opgave betekenen. Daar zal de woningvoorraad op moeten worden afgestemd. Dat geldt ook voor nieuwe inwoners, zoals vluchtelingen en andere nieuwkomers. Tegelijk moet voorzichtig worden omgegaan met het toevoegen van gezinswoningen, om te voorkomen dat er wordt gebouwd voor de (toekomstige) leegstand van dit woningtype.
De groei van de stad en demografische veranderingen zijn van invloed op de bijbehorende vraag naar voorzieningen. Aandachtspunt is dan ook het zorgen voor een passend voorzieningenaanbod in bestaande en nieuwe wijken.
De binnenstad staat onder druk door functieverlies, leegstand van winkels en beperkte verblijfskwaliteit. Er is een behoefte aan stedelijke voorzieningen in een divers aanbod, om leegstand te voorkomen en het aantal bezoekersstromen en dubbelbezoek te verhogen. Dit vraagt om een hogere omgevingskwaliteit. Ook zijn er kansen om in de binnenstad meer ruimte te bieden voor ontmoeting, compact wonen, voorzieningen en activiteiten op het gebied van cultuur en zorg, maar ook kleinschalige bedrijvigheid die past in een binnenstad. De regionale verstedelijkingspropositie onderstreept deze opgave.
Er liggen kansen om de historische grachtengordel, vaarwegen en watergebonden bedrijvigheid als DNA van Sneek beter zichtbaar en beleefbaar te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het herstellen van verloren waterstructuren (zoals de Singel en de Kleine Palen), het bevaarbaar maken van water en ruimte te maken voor een aantrekkelijk maritiem profiel. Dergelijke kansen bieden mogelijkheden om het verleden met de toekomst te verbinden, met name in de centrumzone en de binnenstad en langs de ‘vaarboulevard’ van Sneek. Daarnaast liggen er kansen voor het verbinden van water tot vaarrondjes rondom de stad.
Rond het Antonius Ziekenhuis concentreert zich een gebied met medisch-specialistische zorg, eerstelijnsvoorzieningen, ouderenzorg en welzijn. Dit zorgcluster ontwikkelt zich tot een stedelijk zorgknooppunt met regionale betekenis. Er is een opgave om de omgevingskwaliteit van dit gebied te verhogen en het gebied sterker te verbinden met de stad – zowel fysiek als functioneel. Dat betekent ook aansluiting met het mbo-onderwijs, waar de vraag naar hybride leerplekken en praktijklocaties groeit. Het zorgcluster kan mogelijk fungeren als proeftuin voor innovatieve concepten, zoals tijdelijke zorgruimtes, gezondheidshubs of gecombineerde leer-werkvoorzieningen. Een gebiedsuitwerking is gewenst voor het zorgcluster, in de context van de groene wiggen.
De vraag naar tussenvormen tussen thuis en verpleeghuis neemt toe. Er is een groeiende behoefte aan woon-zorgvormen met passende ondersteuningszorg. Zulke voorzieningen vragen om zorgvuldige ruimtelijke inpassing in en nabij wijken, met onder meer nabijheid van zorgnetwerken, groen en veilige en toegankelijke routes.
Op het gebied van gezondheid spelen gezondheidsbescherming en -bevordering een rol. Voor beide geldt dat de huidige situatie en daarmee de aanpak qua gezondheid kan verschillen tussen verschillende gebieden binnen de gemeente en stad (zie afbeelding 8.9).
Gezondheidsbescherming gaat onder meer om de milieukwaliteit en effecten van milieufactoren zoals geluid, lucht- en bodemkwaliteit. Dit is een aandachtspunt bij in- en uitbreiding van de stad, met name als woningen dicht(er)bij infrastructuur of bedrijvigheid komen.
Voor gezondheidsbevordering speelt de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol. Zo kan de openbare ruimte beweging en ontmoeting stimuleren. Daarvoor zijn bijvoorbeeld goede en aantrekkelijke fiets- en wandelpaden en speel- en verblijfsplekken nodig. Om te zorgen dat de openbare ruimte bijdraagt aan de gezondheid en levenskwaliteit van de hele samenleving is het van belang dat deze toegankelijk is voor iedereen, in het bijzonder ouderen en mensen met een beperking.
Sneek heeft al veel om trots op te zijn. De kwaliteiten die de stad al heeft (paragraaf 8.2.4) willen we behouden, of beter nog verhogen. Tegelijk staan we voor grote opgaven, zoals geschetst in paragraaf 8.2.5. Met deze visie voor Sneek – als uitwerking van de omgevingsvisie voor Súdwest-Fryslân – geven we richting aan de ontwikkeling van Sneek richting het jaar 2050. Het verbeteren van de brede welvaart is en blijft daarbij ons kompas en is ons hoofddoel voor ‘de gezonde waterstad Sneek’. Daarvoor zien we leefbaarheid en omgevingskwaliteit als overkoepelende randvoorwaarden. Deze overkoepelende principes werken integraal door in onze drie kernambities (zie 8.3.2).
Brede welvaart: we kiezen voor groei en verbinding in de gezonde waterstad Sneek
Met de omgevingsvisie 1.0 hebben we ingezet op gezondheid en brede welvaart als leidende principes. Die koers zetten we met de ruimtelijke strategie voor Sneek voort. Met deze visie richten we ons op het verbeteren van de brede welvaart in Sneek, om daarmee bij te dragen aan de brede welvaart in de hele regio. Ons hoofddoel richting 2050 is een brede welvaart voor de hele samenleving, van Sneek en de regio. We hanteren daarbij de definities van het CBS en PBL[7].
Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu, en de mate waarin deze ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. In essentie gaat brede welvaart over het welzijn van mensen en omvat het alles wat mensen van waarde vinden voor het leiden van een goed leven. Dat kan breed worden opgevat en omvat zowel objectieve als subjectieve aspecten (bijvoorbeeld de grootte van een woning en het ervaren woongenot). Daarbij gaat het ook om de verdeling tussen groepen (‘hier en nu’), in tijd (‘nu versus later’) en in ruimte (‘hier versus elders’). Hier past ook een nuancering: niet alles kan overal. Daarom zijn keuzes noodzakelijk.
Met het oog op die brede welvaart willen we dat Sneek ook in 2050 voor iedereen een fijne stad is om te wonen, werken en verblijven. Daarom willen we in ieder geval de kwaliteiten die we al hebben (zie paragraaf 8.2.4) behouden en versterken. Zo ervaren onze inwoners nu al een hoger geluksniveau (grotere brede welvaart) dan op veel andere plekken. Tegelijk zien we ook kwaliteiten die we nog kunnen toevoegen en opgaven waarop we moeten inspelen (zie paragraaf 8.2.5). Groei van de stad biedt daarvoor kansen, maar zorgt ook voor uitdagingen. Om een bijdrage te leveren aan de opgaven die er voor Sneek en de hele regio liggen, kiezen we voor verdere verstedelijking en groei van de stad. Sneek moet meer stad worden om regiostad te kunnen blijven, en om zijn waardevolle en benodigde stedelijke functie voor Súdwest-Fryslân te kunnen blijven vervullen.
We bouwen nieuwe woningen om te voorzien in de grote woningbehoefte en verstevigen de positie van Sneek als complementaire regiokern, met bijbehorende sociale, maatschappelijke en economische voorzieningen. Die groei benutten we om tegelijk het welzijn van inwoners te verbeteren — door de stad gezonder, veiliger, aantrekkelijker, duurzamer, groener en waterrijker te maken. Bij alle ontwikkelingen stellen we de brede welvaart centraal. Voor de brede welvaart in Súdwest-Fryslân zijn leefbaarheid en de omgevingskwaliteit de twee belangrijkste pijlers. Groei is hierbij geen doel op zich: ontwikkelingen moeten bijdragen aan het welzijn van inwoners en de omgevingskwaliteit.
Leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn daarom overkoepelende basisvoorwaarden voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Alleen door te zorgen voor een hoge omgevingskwaliteit en leefbaarheid dragen we effectief bij aan de brede welvaart van inwoners. Zo willen we verschillen verkleinen en verbindingen versterken — tussen mensen, tussen mensen en hun omgeving, en tussen stad en regio; zowel op ruimtelijk, sociaal als ecologisch vlak.
Leefbaarheid
Leefbaarheid is een kernvoorwaarde voor brede welvaart. Het gaat om de mate waarin inwoners hun woonomgeving als prettig, veilig, gezond en verbonden ervaren. Leefbaarheid wordt bepaald door de beschikbaarheid van voorzieningen, de kwaliteit van woningen en buitenruimte, de mogelijkheid tot ontmoeting en participatie, en het gevoel van geborgenheid en invloed. De leefbaarheid in wijken kan onder druk (komen te) staan door bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen, een eenzijdige woningvoorraad en beperkte ontmoetingsruimten. Met deze visie zetten we daarom de gezondheid, veiligheid, sociale cohesie, toegankelijkheid en ontmoeten voorop – voor álle inwoners. Dat doen we door plekken te ontwikkelen waar mensen zich thuis voelen, kunnen ontmoeten, bewegen, spelen en meedoen – in álle wijken.
Omgevingskwaliteit
De tweede kernvoorwaarde voor brede welvaart is de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, ofwel omgevingskwaliteit. Een hoge omgevingskwaliteit draagt bij aan een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. Dit is geen vaststaand begrip, maar vraagt in ieder geval om oog voor aspecten zoals cultureel erfgoed, stedenbouw, landschap, ecologie, architectuur en identiteit. Kwaliteit is daarbij een publieke waarde die per situatie en kan verschillen. Dit vraagt om duidelijke kwaliteitssturing.
Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk binnen de kwaliteitsvoorwaarden die we in ieder proces stellen. Daarbij maken we in samenhang drie belangrijke overwegingen:
Wat is de kwaliteitsscope: gaat het om architectonische kwaliteit (objectkwaliteit), ruimtelijke kwaliteit (samenhangende gebiedskwaliteit) of omgevingskwaliteit (de kwaliteit van de integrale leefomgeving, inclusief de rol van milieufactoren).
Om wiens kwaliteit gaat het: in lijn met het PBL hanteren we een evenwichtige benadering van de fysieke, gedachte en geleefde ruimte — de tastbare ruimte, de beleids- en ontwerpruimte, en de ruimte zoals deze wordt ervaren en gebruikt.
Wat is de synergie tussen de vier criteria van omgevingskwaliteit: erfgoedwaarde, gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Door deze waarden expliciet te benoemen en met elkaar te verbinden, krijgt de omgeving meer kwaliteit — voor mensen, flora en fauna. Zo zorgt groei van de stad niet voor verlies aan kwaliteit, maar juist voor een impuls.
Voor de ontwikkeling van onze stad en de brede welvaart van onze inwoners, nemen we de bestaande identiteit en kwaliteiten van Sneek als basis. In paragraaf 8.2.4 hebben we drie kernkwaliteiten van Sneek onderscheiden. Met deze ruimtelijke strategie bouwen we daarop voort, en zetten we in op behoud en versterking van deze kwaliteiten. Met onze blik op de toekomst, resulteert dit in de volgende drie kernambities.
In 2050 is Sneek de:
Samen vormen deze drie kernambities onze koers voor Sneek richting 2050. Dit vatten we samen onder de noemer: ‘Sneek, de gezonde waterstad’. Uitgangspunt is dat al onze doelen bijdragen aan deze kernambities en op die manier aan de brede welvaart van onze samenleving. Leefbaarheid en omgevingskwaliteit zijn daarvoor overkoepelende randvoorwaarden. In het vervolg van deze paragraaf beschrijven we wat de kernambities voor Sneek in 2050 betekenen. Eerst schetsen we op hoofdlijnen hoe deze ambities ruimtelijk vorm krijgen. Vervolgens hebben we onze kernambities uitgewerkt in zes speerpunten. Afbeelding 8.10 geeft dit schematisch weer. Bij elk speerpunt horen ook strategische uitgangspunten, die zijn samengevat in een kader. Ook bevat elk speerpunt een kaart, uitdrukkelijk niet als een precies eindbeeld maar als een indicatieve illustratie bij het speerpunt.
Deze kernambities sluiten aan bij de benadering in lagen, zoals we die in onze analyses hebben toegepast (zie paragraaf 8.2). Die benadering gaat uit van drie lagen: de ondergrond, netwerken en occupatie. Elke kernambitie past in hoofdzaak bij één van deze lagen. Deze algemene benadering hebben we hier specifiek toegespitst op Sneek. Eenzelfde benadering en indeling kan mogelijk ook worden toegepast bij andere gebiedsuitwerkingen.
Onze ambities voor Sneek richting 2050 hebben we verbeeld in onderstaande schets, die het ruimtelijk raamwerk van de stad vormt. Dit is de toekomst ‘door de oogharen heen’ gezien. Daarin zijn de ambities nog niet heel specifiek gemaakt; de schets geeft op hoofdlijnen ons toekomstbeeld van de stad weer. Een concretere uitwerking is te lezen in de drie kernambities hieronder, en te zien op de integrale omgevingsvisiekaart (paragraaf 8.4).
In 2050 is Sneek niet alleen bekend om zijn Waterpoort, maar vormt het zelf ook de waterpoort van Fryslân. We hebben voortgebouwd op het ‘blauwe’ DNA van Sneek, als waterstad en centrum van het Friese waterland. Sneek dankt zijn identiteit, economie én leefkwaliteit aan het water. Door water leidend te maken bij ontwikkelingen, hebben we het profiel versterkt én structurele knelpunten opgelost.
Speerpunt 1: De waterstad van Fryslân presteert op alle fronten beter
Sneek is de waterhoofdstad van Fryslân, ook in de toekomst. In 2050 wordt deze identiteit van de stad in de praktijk ook zo ervaren. Een aantrekkelijke waterstad vraagt om zichtbaarheid, toegankelijkheid en openbaarheid van het water. De stad ligt nog meer aan het water en presenteert zich hier op zijn voordeligst. Zo hebben we de waterassen naar de voorgrond gehaald door te investeren in betere vaarroutes, wandelmogelijkheden en verblijfsgebied langs het water, een hogere beeldkwaliteit, een doorvaarbare binnenstad en vaarrondjes. Bestaande havens rond de binnenstad zijn nog meer zichtbaar en herkenbaar voor passanten. Door het verplaatsen van particuliere havens naar buiten is ruimte ontstaan voor stedelijke verdichting en de publieke waarde en beleving van het water. Tegelijk mogen onze uitblinkende maritieme sector en de watergebonden maakindustrie gezien worden, en wordt de verbinding met het Prinses Margrietkanaal nog beter benut voor regionale economische ontwikkelingen en de circulaire economie.
Daarnaast is de afstand tussen de stad en het Sneekermeer kleiner geworden. Enerzijds door het verruimen van het open water richting de stad, anderzijds door het realiseren van openbare boulevards en paden langs het water waar ruimte is voor de maritieme en gastvrijheidssector (primair) en wonen (secundair, op de verdiepingen). In het veengebied aan de zuid- en oostkant van Sneek zorgen het verruimen en verbinden van water voor betere doorstroming en waterbeleving. De bevaarbaarheid en recreatieve kwaliteit van het Sneekermeer hebben we vergroot in samenhang met het vernatten en ecologisch versterken van omliggende veengebieden. Ontwikkelingen rondom het Sneekermeer dragen bij aan de positionering van Sneek als gezonde waterstad en een aantrekkelijk en toegankelijk waterfront. Sneek, en in het bijzonder het Starteiland (befaamd vanwege de Sneekweek en het Skûtsjesilen), heeft zijn kwaliteit als paradijs voor watersportliefhebbers en waterbeleving weten te behouden en versterken. Dat komt onder meer door kwaliteitsversterkingen van natuur en recreatiemogelijkheden en een betere bereikbaarheid, voor fietsers en voetgangers maar ook door vervoer via het water.
Naast de kwaliteit rond het water hebben we de kwaliteit van het water zelf verbeterd, onder meer door een betere doorstroming, groene en natuurvriendelijke oevers, maar ook door inzet op Sneek als elektrische vaarregio van Europa. Hierdoor voelt ook de ijsvogel, icoonsoort voor een gezonde waternatuur, zich thuis langs de oevers van Sneek en wordt deze steeds vaker gesignaleerd in de stad en omliggende waterlandschappen. Een betere waterkwaliteit draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde waterstad, voor mens en dier. Dat sluit ook aan bij onze ambitie voor Sneek als een ‘blue zone’.
Net als in de loop van onze geschiedenis zijn water en bodem sturend voor de ontwikkeling van Sneek. Grootschalige ontwikkelingen krijgen plaats op de stabielere kleigronden aan de noord- en westkant van de stad (voorbeelden zijn de ontwikkelingen van Harinxmaland, Pasveer en De Hemmen). In de veengebieden kiezen we voor verruiming van het open water en vernatting in combinatie met natuur en recreatie. Nieuwe bouwontwikkelingen worden hier zorgvuldig op aangepast. We hebben in samenwerking met de regio een strategie uitgewerkt voor het omgaan met bodemdaling en andere ontwikkelingen op slappe veengronden, zoals vernatting middels natuur, natte teelten en recreatie.
In 2050 is Sneek klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Dit zien we als een overkoepelende opgave en komt dan ook in onderdelen van fysieke leefomgeving (en daarom speerpunten van deze visie) terug. Om klimaatadaptatie vorm te geven hebben we maatregelen en acties opgenomen in een omgevingsprogramma klimaatadaptatie Sneek, dat we periodiek evalueren en herijken.
Speerpunt 2: Lobbenstad met groene wiggen
Naast een waterstad is Sneek ook een groene stad. Voor de groei van de stad was én is de structuur van groene wiggen en bebouwingslobben daartussen leidend. Dit lobbenmodel zorgt voor een duidelijke ruimtelijke hoofdstructuur en contrast tussen stad en landschap. In 2050 hebben we de groene wiggen verder vergroend, onder meer door in de kerngebieden stedelijke ontwikkelingen uit te faseren en water en groen terug te brengen, in de flanken het parkachtige karakter te versterken en de grenzen planologisch vast te leggen en te beschermen. Ook zijn de groene wiggen beter verbonden met elkaar en met de lobben, tot één herkenbaar groen netwerk Deze stedelijke ecologische hoofdstructuur is belangrijk voor de biodiversiteit in de stad. De wiggen fungeren als dragers van het groen en water in de stad en vormen een klimaatadaptieve contramal van de bebouwingslobben. Voor al onze inwoners bieden ze ruimte voor ontmoeten, spelen, bewegen en verkoelen en dragen ze bij aan een gezonde leefomgeving.
De bebouwingslobben tussen de groene wiggen zijn de plaats voor stedelijke ontwikkelingen en verdichting. Hier hebben we onder meer onze woningbouwambitie tot 2050 gerealiseerd (met name in de centrumzone en ‘verandergebieden’). Dit hebben we gecombineerd met vergroening, onder meer door meer de hoogte in te bouwen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor meer ruimte voor water en groen (netto toename van 20%, volgen van de 3‑30‑300-vuistregel en de vijf V’s). Op deze manier, ondersteund door ons mobiliteitsbeleid, hebben we de stad kunnen verdichten én vergroenen.
Naar buiten toe zorgen we voor een goede aansluiting van de wiggen en lobben op het omliggende landschap. We zorgen er met groene bufferzones voor dat de kernen om Sneek heen vrijliggend blijven. De kernen kunnen zelf ontwikkelingen ontplooien als die passen qua maat en schaal en met behoud van voldoende groene bufferruimte tussen deze kernen en Sneek. Sterke groene verbindingen tussen de omliggende landschappen zorgen tegelijk voor afscherming van de dorpen en vereisen een goede landschappelijke inpassing van ontwikkelingen van de stad naar buiten toe. Deze verbindingen vervullen zowel een ecologische als recreatieve functie (onder meer als langzaam verkeersroute). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen vormen landschapsparken als groene buffers de overgang tussen ontwikkelingen in de stad en het landschap. Deze bieden ruimte aan natuur, biodiversiteit, klimaatadaptatie en beweging, en worden dooraderd door vrijliggende fiets- en wandelpaden.
In 2050 is Sneek een goed verbonden regiostad, als sociaal-economische motor die voorzieningen en banen genereert voor zuidwest-Friesland. Dit sluit aan bij de verstedelijkingspropositie zoals we die met de FSN-steden hebben opgesteld. Samen met de andere steden hebben we gezorgd voor een sterk stedelijk netwerk in Fryslân, waarin de steden elkaar versterken en maximaal profiteren van agglomeratievoordelen.
Speerpunt 3: Ruimte voor economische groei en transities
Ook in 2050 is Sneek een regionaal knooppunt van economie, zorg, onderwijs en energie. Door voldoende ruimte te bieden aan bestaande en nieuwe (circulaire) bedrijvigheid en de circulaire keten hebben we economische groei van Sneek gefaciliteerd en gestimuleerd. Daarbij hebben we gekozen voor een functionele zonering en slimme clustering, met een geleidelijke overgang van lichte bedrijvigheid in de centrumzone naar zware bedrijvigheid aan de randen. Door hier actief op te sturen gaan we ‘functievervuiling’ tegen. De “schuifpuzzel” die hiervoor nodig is hebben we mede mogelijk gemaakt door ruimte te bieden op nieuwe bedrijventerreinen op de kleigronden. Ook hebben we bestaande ruimte op bedrijventerreinen beter benut, onder andere door meer hoogte toe te staan, transformatie van leegstaande panden, invullen van lege ruimte en het efficiënter oplossen van parkeren. Met een stimuleringsaanpak om bedrijven te laten ‘schuiven’ zorgen we ervoor dat de juiste functie op de juiste plek terechtkomt. Verder maken we maximaal gebruik van onze verbinding met het Prinses Margrietkanaal, met een clustering van maritieme en andere watergebonden maakindustrie aan de categorie V-vaarweg. Onze topsectoren zijn zo ook beter zichtbaar geworden. Daarnaast hebben we in 2050 in Sneek nog altijd een sterk cluster op het gebied van zorg.
Met het oog op de energietransitie hebben we voldoende ruimte gereserveerd voor opwekking, distributie en opslag van duurzame warmte en stroom. We realiseren warmtenetten (collectieve warmtelevering) waar dat kan, op basis van lokale warmtebronnen. We houden rekening met de distributie van energie door voldoende ruimte te reserveren, zowel bovengronds als ondergronds. Benodigde ingrepen worden waar mogelijk gecombineerd met ruimtelijke ontwikkelingen, herinrichting van de openbare ruimte en onderhoudswerkzaamheden. Bij nieuwe ontwikkelingen en bij onderhoud en beheermaatregelen in de openbare ruimte worden de behoefte aan en randvoorwaarden voor (toekomstige) energie-infrastructuur expliciet betrokken. Waar nodig en mogelijk geven we energievoorzieningen de ruimte op strategische locaties, waar opwekking, opslag en gebruik zoveel mogelijk lokaal gebundeld worden. We bieden daarom ruimte aan energie en bedrijven in multifunctionele klimaatparken. In deze parken ontstaat maatschappelijke meerwaarde en door de combinatie met andere klimaatmaatregelen versterkt dit de leefbaarheid en omgevingskwaliteit van de gezonde waterstad. Deze energiehubs vormen parkachtige en met groen en water omzoomde en dooraderde gebieden, waar bedrijven in de circulaire keten, duurzame energievoorziening en waar mogelijk andere functies geclusterd zijn. In deze parken is ook bos toegevoegd, wat bijdraagt aan CO2-reductie, verkoeling van de stad, het vasthouden van water en vergroten van de biodiversiteit. In deze gebieden zoeken we samen met andere partijen zo veel mogelijk naar multifunctioneel ruimtegebruik en koppelkansen. Ruimte voor de energietransitie is er vooral in deze klimaatparken en op of nabij bedrijventerreinen. Waar ingrepen visueel of geluidstechnisch hinder kunnen veroorzaken worden ze zorgvuldig geïntegreerd in een parkomgeving en in de architectuur. In het centrum is hier weinig ruimte voor. Door het centrum aan te sluiten op een warmtenet gekoppeld aan de opwekking van duurzame energie en warmte in de klimaatparken blijft het centrum leefbaar. Energievoorzieningen met grote ruimtelijke impact krijgen alleen eventueel een plek na zorgvuldig ruimtelijk onderzoek, en altijd gekoppeld aan bedrijventerreinen en op afstand van woonfuncties.
Speerpunt 4: Sterk 'daily urban system' en mobiliteit volgens het STOMP-principe
In 2050 kent Sneek en sterk netwerk voor dagelijkse bewegingen (‘daily urban system’), waardoor het goed bereikbaar is voor inwoners en bezoekers. Om de groeiende stad bereikbaar en leefbaar te houden, hebben we onze mobiliteit ingericht volgens de STOMP-strategie. Daarin krijgen actieve, aantrekkelijke en schone mobiliteitsvormen als lopen en fietsen prioriteit, vervolgens openbaar vervoer, dan deelmobiliteit en tot slot de (privé-)auto. De stad hebben we hier stapsgewijs op aangepast, waardoor lopen, fietsen en ov vanzelfsprekend geworden zijn. Zo hebben we een uitgebreid groen langzaam verkeersnetwerk met, aanvullend op routes langs autowegen, vrijliggende fiets- en wandelroutes door de groene wiggen (de stad in en uit) en tussen de groene wiggen (verbindingen met de wijken). Er zijn goede doorfietsroutes die ook aansluiten op multimodale hubs. De fiets wordt hierdoor veelvuldig gebruikt als gezond alternatief voor de auto, maar ook recreatief. Afbeelding 8.16 toont het beoogde groene fietsnetwerk.
In de centrumzone is autoverkeer beperkt en ligt de nadruk op andere verplaatsingsvormen (STOMP). Door een voetgangers- en fietsvriendelijke openbare ruimte, waarin de auto minder dominant aanwezig is, en met meer groen en water, staan verblijven en ontmoeten hier centraal en is de omgevingskwaliteit toegenomen. Zo is de binnenstad vitaler, aantrekkelijker en gezonder geworden. Autoverkeer wordt omgeleid via een systeem van een rondweg met inprikkers, waardoor de binnenstad niet meer fungeert als draaischijf voor autoverkeer tussen noord en zuid.
Rond multifunctionele (gebouwde) parkeerhubs langs de randen wordt mobiliteit slim gecombineerd met wonen, werken, voorzieningen, toeristische overstappunten, parkeren en energie. Deze knooppunten verbinden stad, regio en water, en hebben verdichting mogelijk gemaakt zonder overbelasting van de openbare ruimte.
Mede door deze hubs is Sneek in 2050 een belangrijk knooppunt waarin alle openbaar vervoerslijnen en andere mobiliteitsvormen samenkomen – over land en water. Door een efficiëntere aansluiting op het ov-hoofdnetwerk is de ov-bereikbaarheid van Sneek en van de regio sterk verbeterd. Dat realiseren we door een strategie van het intensiveren van haltes op de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren door herstel van voormalige haltes en het toevoegen van strategische nieuwe haltes (zoals Oudega, Boazum en Scharnegoutum/Harinxmaland), die waar mogelijk ook aansluiten op andere vervoersmogelijkheden. Daarnaast is Sneek een mobiliteitsknooppunt geworden in aansluiting op Heerenveen en mogelijk op de Lelylijn. In combinatie met verdichting in de stedelijke zone Sneek en rondom ov-knooppunten is er hierdoor ook meer draagkracht voor intensievere (frequentere) ov-verbindingen. Daarnaast is water een volwaardig vervoersmiddel in onze mobiliteitsmix. Waterstations en verbeterde doorvaarbaarheid maken vervoer over water aantrekkelijk en functioneel, en vaarroutes een alternatief voor wegverkeer. Zo is er aansluitend op de Geeuw en vaarroutes door de stad een opvaart naar station Sneek, als een overstappunt voor verschillende modaliteiten. Het aangewezen zoekgebied voor een ov-knooppunt aan de zuidzijde van Sneek biedt mogelijkheden voor een centraal waterstation in het Friese Merengebied. Het ligt centraal in het merengebied, sluit aan op het wandel- en fietsnetwerk en kan een spil vormen in noord-zuid en oost-west ov-verbindingen (inclusief mogelijke aansluiting op de Lelylijn). Als multifunctionele hub kan het onder meer dienen als een toeristisch overstappunt.
In 2050 kent Sneek een hoge omgevingskwaliteit en leefbaarheid. De stad biedt kwalitatief goede woningen en voorzieningen, een aantrekkelijke openbare ruimte met veel water en groen en voldoende ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen, alle toegankelijk voor iedereen. Groei of ontwikkeling alleen vinden we niet genoeg. Door ontwikkelingen altijd te toetsen aan kwaliteit en leefbaarheid hebben we bijgedragen aan de brede welvaart van onze samenleving – onze mienskip. We zien Sneek in 2050 als ‘blue zone’. Dit betekent aandacht voor een gezonde levensloop (van preventie tot revalidatie) en is niet alleen een zorgvraagstuk, maar ook een ruimtelijke opgave die vraagt om zorgvuldige afstemming tussen de gebouwde omgeving, openbare ruimte en sociale netwerken.
Speerpunt 5: Stedelijkere woonmilieus met dichtere en hogere bebouwing
De afgelopen periode hebben we ingespeeld op demografische ontwikkelingen door invulling te geven aan onze woningbouwambitie, in aansluiting op de verstedelijkingspropositie van het FSN. Nieuwe woningen hebben vooral plaats gekregen in stedelijkere woonmilieus binnen de bestaande stadsstructuur, door verdichting in de bebouwingslobben (inbreiding vóór uitbreiding). Dat zijn met name de centrumzone, ‘verandergebieden’ en bestaande stationszones. Uitbreidingen komen pas aan de orde als inbreiden aantoonbaar niet lukt, en worden ingepast in het verlengde van de bebouwingslobben. Bij elke ontwikkeling ‘naar buiten’ is onderzoek naar mogelijke inpassing in landschappelijke en natuurwaarden noodzakelijk, en is netto verbetering van natuur, waterkwaliteit en kwaliteit van de ruimte hier het uitgangspunt. In de historische binnenstad is de verdichting beperkt tot bijzondere publieke functies, waar uitzonderlijke kwaliteit wordt bereikt. Door te kiezen voor gerichte verdichting met oog voor het water- en bodemsysteem, landschap en omgevingskwaliteit zijn de groene wiggen en het groen rondom de stad behouden, verruimd, verrijkt en verbonden. Bij het verdichten (maar ook in bestaande andere wijken) hebben we altijd aandacht voor het water- en bodemsysteem, klimaatadaptatie en het tegengaan van wateroverlast en hittestress.
Door verdichten te combineren met hoger bouwen (bijvoorbeeld door te slopen en hoger terug te bouwen of optoppen) en gebouwd parkeren blijft er op maaiveld meer ruimte over voor groen en water. Woonmilieus zijn hoogstedelijk waar het past, kleinschalig waar nodig. Zo hebben we hogere dichtheden en bebouwing toegevoegd op gezonde en aantrekkelijke plekken, altijd met oog voor menselijke maat en schaal, cultureel erfgoed en netto vergroening. We vinden dit om gezondheidsredenen niet passend langs drukke wegen, noch waar omgevingskwaliteit het niet toelaat. Zo komt ‘hoger bouwen’ selectief voor rondom stations, in de centrumzone (rondom de binnenstad) en op markante plekken langs de groene wiggen en waterfronten. We hanteren verschillende hoogbouwcategorieën (zie uitwerking in kader op de volgende bladzijde). De grootste hoogte zien we in de Spoorzone; in de historische binnenstad en naoorlogse tuinwijken is hogere bebouwing het meest beperkt. Voor alle zones geldt dat hoger bouwen goed moet worden ingepast en een hoge kwaliteit kent. In de binnenstad en centrumzone geldt voor alle nieuwbouw een hoge kwaliteitseis. Dat betekent in ieder geval dat er sprake is van hoge omgevingskwaliteit en er geen belemmeringen zijn voor de leefbaarheid. Hogere dichtheden en bouwhoogte nabij ov-knooppunten past ook binnen onze STOMP-strategie, waardoor er in 2050 meer gebruik gemaakt wordt van ov en er tegelijk een basis ligt voor intensievere ov-verbindingen.
Met de nieuwe woonmilieus hebben we gezorgd voor passende en betaalbare woonvormen voor alle doelgroepen, in het bijzonder de gegroeide groepen jongeren, ouderen en kleine huishoudens. We hebben in heel Sneek gezorgd voor aantrekkelijke en gezonde woonomgevingen, met onder meer aandacht voor een passend voorzieningenaanbod, goede bereikbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte. In alle wijken zijn voldoende maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijs, zorg en dagelijkse boodschappen, maar is ook ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen (voor stedelijke en regionale voorzieningen ligt de focus op de centrumzone, zie speerpunt 6). Sportaccommodaties liggen veelal in de groene wiggen en zijn verbonden met en onderdeel van omliggende wijken. De sportvoorzieningen zijn van belang voor de omgevingskwaliteit en leefbaarheid in wijken, hebben een belangrijke functie voor de stad en regio en dragen bij aan de sociale cohesie en vitaliteit van inwoners. Aandacht voor gezondheid komt ook tot uiting in goede zorgvoorzieningen, een gezonde (groene) leefomgeving en maatregelen om (binnen onze mogelijkheden) de milieukwaliteit te verbeteren of milieuhinder te beperken. Dit geldt voor zowel nieuwe als bestaande woonmilieus.
|
Ontwerpverkenning: inbreiding en uitbreiding Inbreiding gaat vóór uitbreiding. We kiezen voor gerichte verdichting, deels gecombineerd met hoger bouwen, altijd met oog voor de omgevingskwaliteit en leefbaarheid. Hierdoor kunnen we de groene wiggen en het groen rondom de stad behouden. Uitbreiding komt pas aan de orde als inbreiding aantoonbaar niet of onvoldoende mogelijk is; eerst in de focusgebieden, daarna pas de zoekgebieden. Bij uitbreiding is een zorgvuldige inpassing in de overgang tussen stad en landschap van groot belang. Daarbij moet rekening worden gehouden met landschappelijke en natuurwaarden, kansen voor multifunctionaliteit en netto verbetering van natuur, water en ruimtelijke kwaliteit. Dat vraagt om ontwerpend onderzoek. Onderstaande schetsbeelden geven een impressie van mogelijke inpassing van inbreiding en uitbreiding in de stad. Het zijn geen concrete ontwerptekeningen, maar kan mogelijk ter inspiratie dienen voor toekomstige ontwerpopgaven.
|
Speerpunt 6: Vitalere centrumzone, binnenstad en voorzieningenclusters
In 2050 fungeert de binnenstad met het gebied eromheen als centrumzone van een volwaardig regiocentrum binnen het Fries Stedelijk Netwerk: een compacte dynamische stadskern met regionale voorzieningen zoals winkelen, zorg, welzijn, onderwijs, sport en cultuur. Deze stedelijke en regionale voorzieningen in de centrumzone zijn vanuit de hele stad binnen tien minuten met de fiets bereikbaar, en vanuit de regio binnen dertig minuten met het ov of de fiets. De centrumzone biedt ruimte aan functies en voorzieningen die zorgen voor ontmoeting, reuring en bezoekersstromen naar de binnenstad. Het kernwinkelgebied is compact, aansluitend op de afgenomen behoefte aan fysieke winkels. Hierdoor is er, met name in uiteinden en aanloopstraten, ruimte vrijgekomen voor aanvullende functies zoals lichte bedrijvigheid (denk aan ambachtelijke en creatieve werkplaatsen, ateliers, kleinschalige kantoren, brûsplakken), maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, zorg, cultuur) horeca die bijdraagt aan een vitale binnenstad. Er is ruimte voor wonen in stedelijke woonmilieus, met name rondom de binnenstad, passend bij de levendigheid van de centrumzone. De centrumzone is een hoogwaardige stedelijke ruimte door een hoge omgevingskwaliteit in de binnenstad, gericht op ontmoeting en beleving. In de zone daaromheen sluiten ontwikkelingen aan op deze kwaliteit. Dit geldt voor zowel de bebouwing als de openbare ruimte.
Twee belangrijke gebieden in de binnenstad zijn het bestuurs- en cultuurkwartier en het waterkwartier. Het bestuurs- en cultuurkwartier biedt in de aanloopstraten ruimte voor aanvullende functies zoals creatieve werkplaatsen, (maak-)ateliers en brûsplakken, cultuur en horeca. Voorwaarde is dat deze functies bijdragen aan de historisch gegroeide identiteit van dit gebied en aan de kwaliteit en vitaliteit van de binnenstad. In het waterkwartier zijn de historische bebouwing, het waternetwerk en de openbare ruimte langs het water dragende structuren. Hier zien we herstelde en bevaarbare waterlopen, en is de interactie tussen land en water versterkt door het water beter beleefbaar, bereikbaar en oversteekbaar te maken. Het waterkwartier is langs de Geeuw uitgebreid richting de Spoorzone, door de Geeuw te verbreden en te voorzien van toegankelijke, groene oevers met paden en openbare voorzieningen. Ook is hier een opvaart naar station Sneek met overstappunt voor verschillende modaliteiten.
Een belangrijke structuur in de hele centrumzone is het waternetwerk. Zo zien we herstelde waterlopen in de binnenstad, zoals de Singel en de Kleine Palen, een opvaart naar het station met een multimodaal overstappunt en een waterkwartier in de binnenstad en Spoorzone. Het water is doorvaarbaar, beleefbaar en openbaar toegankelijk, met verschillende uit- en opstapplekken. De binnenstad wordt omringd door een groene gracht. Dit grachtpark fungeert als belangrijke schakel tussen de groene wiggen. Een minder dominante positie van de auto in de binnenstad draagt ook bij aan een aantrekkelijk verblijfsgebied. Zo hebben we gezorgd voor een fiets- en voetgangersvriendelijke centrumzone met aantrekkelijke loop- en fietsroutes. Ook hebben we, gelet op de schaarse ruimte in het gebied, parkeren op maaiveld stapsgewijs uitgefaseerd. Parkeren vindt daarom plaats in multifunctionele gebouwde parkeerhubs aan de rand van de centrumzone. Daardoor is ruimte vrijgemaakt voor gerichte verdichting, vergroening en extra water. Een goed openbaar vervoersnetwerk zorgt ervoor dat het centrum voor iedereen goed bereikbaar is.
Sneek kent in 2050 een zorgcluster (rondom het ziekenhuis) en meerdere scholencampussen. We werken aan het versterken van het bestaande zorgcluster in een parkachtige omgeving. Rond het Antonius Ziekenhuis concentreert zich een gebied met medisch-specialistische zorg, eerstelijnsvoorzieningen, ouderenzorg en welzijn. Dit zorgcluster in een parkachtige omgeving (groene wig) ontwikkelt zich tot een zorgknooppunt met regionale betekenis en veel werkgelegenheid. Er is een opgave om de omgevingskwaliteit van dit gebied te verhogen en het gebied sterker te verbinden met de stad – zowel fysiek als functioneel. Dat betekent ook meer aansluiting met het mbo-onderwijs, waar de vraag naar hybride leerplekken en praktijklocaties groeit. Het zorgcluster kan tevens fungeren als proeftuin voor innovatieve concepten, zoals tijdelijke zorgruimtes, gezondheidshubs of gecombineerde leer-werkvoorzieningen. Een gebiedsuitwerking is gewenst voor het zorgcluster, in de context van de groene wiggen.
Daarnaast hebben we onze belangrijke regiofunctie op het gebied van onderwijs (vo, mbo en speciaal onderwijs) behouden en versterkt. We hebben gezorgd voor passende onderwijshuisvesting, rekening houdend met de behoefte van de scholen. Waar dat meerwaarde biedt en mogelijk blijkt clusteren we onderwijs-, sport-, cultuur- en andere maatschappelijke voorzieningen. Het voortgezet onderwijs heeft toekomstbestendige huisvesting gekregen, na verschillende varianten te hebben onderzocht. De mbo-campus ligt nabij het zorgcluster, wat veel kansen biedt voor samenwerking. Daarnaast is er een maritieme campus, gelegen aan de Houkesloot. Zo werken we samen met ondernemers en onderwijsinstellingen aan clustervorming en een sterk, relevant onderwijsaanbod voor de sectoren, zoals de maritieme sector, de gastvrijheidseconomie, agrofood, zorg en (circulaire) bouw.
In de paragrafen hiervoor zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor Sneek toegelicht in tekst, beeld en kaarten. De belangrijkste ambities en ontwikkelingen staan verzameld op de omgevingsvisiekaart die hier te zien is. Deze kaart moet worden gezien als omgevingsvisiekaart en niet als omgevingsplankaart. De omgevingsvisie is namelijk niet juridisch bindend voor de burger. Wel laat de kaart, in combinatie met de tekst, goed zien wat onze ambities zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Sneek.
Sneek is niet overal gelijk; om overal hetzelfde brede welvaartsniveau te bereiken moeten we daarom in verschillende gebieden verschillende ingrepen en investeringen doen. Niet elke wijk of elk gebied heeft hetzelfde nodig. Bovendien kan niet alles overal en tegelijk, dus zullen er keuzes gemaakt moeten worden.
We onderscheiden in dat licht een aantal sleutelgebieden en herstructureringsgebieden. Daarnaast wordt ingegaan op de diverse thematische programma’s, die in de vorige paragraaf bij de strategische uitgangspunten zijn benoemd.
Sleutelgebieden zijn gebieden met een hoge dynamiek, waar veel ontwikkelingen en belangen samenkomen, die een belangrijke bijdrage leveren aan de regiokracht van Sneek. Hiervoor zien we meervoudige transformatie-opgaven (functieverandering), vaak in combinatie met herstructureringsopgaven (vernieuwing, geen functieverandering). In onderstaande tabel staan kort mogelijke ontwikkelingsrichtingen benoemd per sleutelgebied. Bij de uitwerking van deze sleutelgebieden houden we rekening met de ambities en strategische uitgangspunten uit de vorige hoofdstukken. Ieder sleutelgebied werken we uit in een gebiedsprogramma. Aan een aantal programma’s wordt momenteel al gewerkt.
Herstructureringsgebieden zijn gebieden, wijken of buurten met vernieuwingsvraagstukken. Hier is sprake van een integrale veranderopgave in de bebouwing en openbare ruimte, maar de functie verandert niet. Het gaat bijvoorbeeld om de wijken Sperkhem, Tinga, Noorderhoek, It Eilân en de voormalige AZC-locatie, maar bijvoorbeeld ook de Hemmen I. Deze herstructureringsgebieden staan deels op onderstaande kaart, en deels maken ze deel uit van een sleutelgebied. Sperkhem maakt bijvoorbeeld deel uit van sleutelgebied Wâldfeart.
De aanpak binnen zowel de sleutelgebieden als de herstructureringsgebieden heeft in de voorbereidings-, plan- en realisatiefase vaak een doorlooptijd die afhankelijk is van diverse factoren. Dit is in veel gevallen een samenspel met diverse partners. De planning kan soms vertragen en versnellen. Het is daarom zaak om ontwikkelingen goed te monitoren, in samenhang met beschikbare middelen en personele inzet.
|
Nr. |
Gebied |
Suggesties voor transformatie-opgaven en mogelijke kaders voor uitwerking gebiedsprogramma |
|
1 |
Binnenstad |
Dynamisch stedelijk milieu. met focus op cultuur, voorzieningen, lichte bedrijvigheid, winkels, dienstverlening en brûsplakken, ontmoeten, verblijfskwaliteit, groen, herstel water, waterbeleving en doorvaarbaarheid, voetgangers- en fietsvriendelijke openbare ruimte. Onderzoeken hoe het Martiniplein meer als ontmoetings- en verblijfplek aan het water kan fungeren. Mogelijkheden onderzoeken voor parkeerhubs, die op diverse plekken het maaiveldparkeren kunnen vervangen. Aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder meer hittestress, wateroverlast, bodemverontreiniging, drukte in de ondergrond (waterberging, warmtenetten, et cetera) en hoge omgevingskwaliteit, in aansluiting op het beschermd stadsgezicht. |
|
2 |
Spoorzone / Veemarktterrein |
Ruimte voor woningen en centrumstedelijke functies. Tussen station en Geeuw: kansen voor hoogte-accenten met een mix van wonen, werken, zorg en onderwijs en een multifunctionele en multimodale stationshub. Waterfront met openbare oevers en allure. Beperkt autoverkeer. Onderzoeken mogelijkheden brugverbindingen zoals met IJlsterkade en Lemmerwegwijken en tussen Veemarktplein en Martiniplein, met minimale belemmering van vaarroutes . Op het Veemarktterrein mogelijkheden onderzoeken om ruimte te creëren voor groen verblijfs- en evenementengebied en wellicht een functionele trekker, door bijvoorbeeld gebouwde alternatieven voor maaiveldparkeren. Onderzoek naar de wegen-, parkeer-, ov- en langzaam verkeersstructuur (onder andere oude rondweg, Veemarktgebied), met mogelijkheden voor herinrichting, vergroening, het versterken van het ‘daily urban system’ en de 30 minuten bereikbaarheid vanuit de regio. Aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder meer geluid door weg en spoor, bodemverontreiniging. |
|
3 |
Bolswarderbaan |
Zorgcluster uitwerken als gezonde omgeving en ‘healing environment’ (van genezing tot preventie) met nadruk op park, zorg, onderwijs, sport en klimaatadaptatie met respect voor de groene wig. Netto afname verhard oppervlak, hoger bouwen en stimuleren innovatieve concepten. Zoveel mogelijk behoud van waardevol vastgoed, zoals bijvoorbeeld de Bogerman-locatie. |
|
4 |
Waterfront Somerrak / Oppenhuizerweg / Houkesloot |
Waterfront met hoogwaardige kades en functiemenging, met havenfunctie ten behoeve van de binnenstad. Openbare en toegankelijke oevers met fiets- en wandelpaden langs het water. Waterrecreatie, lichte maritieme bedrijvigheid, (water)wonen en richting Prinses Margrietkanaal watergebonden maakindustrie (categorie V-vaarweg). |
|
5 |
Harinxmaland |
Doorontwikkelen tot multifunctioneel woon- en werkgebied met ov-station/knooppunt. Ruimte voor een multifunctioneel klimaatpark met energietoepassingen (zoals aquathermie), bewegen en landschapsgebonden bedrijven (zoals sociale werkplaatsen voor landschapsdiensten, hoveniersbedrijven, loonbedrijven). Waterverbinding onderzoeken ten behoeve van meer (recreatieve) vaarrondjes. Zoekgebied voor natuurbegraafplaats rond crematorium als onderdeel van de groene wig, combineren van maatschappelijke behoefte met bosopgave. |
|
6 |
Uitbreiden rond de Hemmen III |
Ruimte voor circulaire en innovatieve maakbedrijven, duurzame energievoorzieningen en logistieke functies. Uitwerking als klimaatpark met groene uitstraling naar het landschap. Clustering en ruimte-efficiëntie. Kansen benutten voor fiets-, wandel- en vaarroutes. Korte verbinding met ov-knooppunt, dat zowel noord-zuid en oost-west verbinding van het ov bundelt. |
|
7 |
Wâldfeart |
Innovatieve waterrijke stedelijke woon- en werkvormen, ruimte voor ambacht-, natuur en experimentele typologieën, die elkaar aanvullen. Uitplaatsen functies die niet meer aansluiten bij stedelijke structuur en verstedelijkingsopgave, zoals particuliere havens en grootschalige maakindustrie. In dit gebied valt ook de wijk Sperkhem; hier is onder meer vergroening een opgave. |
|
8 |
A7/N7 zone / OV Knooppunt |
Verblijfs- en kwaliteitsimpuls en gezonde inrichting van A7/N7-zone met aandacht voor beleving, multimodaliteit en klimaatadaptatie. Zoekgebied ov-knooppunt ten behoeve van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren in verbinding met Heerenveen en mogelijke Lelylijn. |
|
9 |
Noorderhoek II / Voormalige AZC locatie. |
Ruimte voor verdere woningbouw in hogere dichtheid inclusief landschappelijke inpassing, aansluitend op bestaande woonwijken, (ov-) voorzieningen, het groene fietsnetwerk en de groene wiggen. |
|
10 |
Lemmerweg |
Herstructurering en functiemenging met aansluiting op centrumzone. Aansluiting op bestaande woonwijken, voorzieningen, het groene fietsnetwerk en de groene wiggen. Kansen voor brugverbinding met centrumzone en stationsomgeving. |
Aanvullend op deze gebiedsuitwerkingen zijn de diverse thema's van belang, zoals die in de vorige paragraaf bij de strategische uitgangspunten zijn benoemd. Deze thema's vragen om een nadere uitwerking. Onderstaande tabel geeft een overzicht van mogelijke thema's. Ook hiervoor geldt dat moet worden beoordeeld welke van deze thema's opgepakt zullen worden en hoe deze volgtijdelijk en gefaseerd kunnen worden uitgevoerd.
|
Nr. |
Mogelijke thema's |
Speerpunt |
Kern van de opgave |
|
1 |
Waterfront Sneek |
1 |
Uitwerking van opgaven in het waterfront, o.a. de stad aan het water leggen, met openbare oevers en voorkanten, maritieme sectoren, watergebonden bedrijven, met verbinding met PM kanaal, zichtbaar aan het water. Daarnaast zichtbaarheid, beleving, bruikbaarheid en kwaliteit van het water verbeteren. |
|
2 |
Groenstructuur Sneek |
2 |
Verruimen, verrijken en verbinden van de groene wiggen; inzet van 3‑30‑300-aanpak en de 5 V’s (zie woordenlijst). |
|
3 |
Klimaatadaptatie Sneek |
2 |
Versterken van de fysieke basis van Sneek door bodem en water als leidende principes te hanteren in alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit programma richt zich op het herstellen en voorkomen van schade door bodemdaling en vervuilde gronden, het slim omgaan met verzakkingsgevoelige veengronden, het benutten van hoger gelegen gronden voor verstedelijking, en het robuust inrichten van waterstructuren. |
|
4 |
Circulaire schuifpuzzel (incl. borrowed size) |
3 en 6 |
Ruimte scheppen voor circulaire en energietransitie via herstructurering, clustering en nieuwe bedrijventerreinen op kleigrond; inclusief ruimte voor experiment, materialenhubs en klimaatparken |
|
5 |
Ruimtelijke mobiliteitsstrategie en verstedelijking Stedelijke zone Sneek-Bolsward-IJlst |
4 |
Uitwerking van mobiliteitsopgaven op basis van het STOMP-principe en ‘daily urban system’ en het Omgevingsprogramma Mobiliteit. |
|
6 |
Zorg- en onderwijscluster Sneek |
3 |
Uitwerking van het stedelijk zorgknooppunt rond het Antonius Ziekenhuis en de groene wig als gezonde omgeving en ‘healing environment’, inclusief leer-werkvoorzieningen. |
|
7 |
Verdichten en hoger bouwen Sneek |
5 en 6 |
Verdichtings- en hoogbouwstrategie gericht op kwaliteit, leefbaarheid en ruimtelijke inpassing. |
|
8 |
Multifunctionele stadsrandzone Sneek |
5 |
Ontwerpuitwerking van de stadsrand, gericht op multifunctionaliteit, ruimtelijke kwaliteit en klimaatrobuuste keuzes. |
|
9 |
Grondstrategie / strategische aankoop |
alle |
Versterken van de regie op ruimtelijke ontwikkeling door strategisch grondaankoop- en strategisch grondbeleid. De gemeente streeft naar proactieve inzet van haar grondpositie om: het waterfront te versterken, de circulaire schuifpuzzel te leggen, sleutelgebieden tijdig te kunnen transformeren of ontwikkelen, ruimte te maken voor maatschappelijke opgaven zoals wonen, klimaatadaptatie en mobiliteit en marktpartijen te faciliteren én te sturen op publieke meerwaarde. |
|
10 |
Omgevingskwaliteit Sneek |
alle |
Het nog te ontwikkelen programma Omgevingskwaliteit krijgt een uitwerking voor Sneek. Hierin wordt de inzet op kwaliteitssturing, ontwerp- en kwaliteitsexpertise vroegtijdig geborgd in planvorming en uitvoering. Met procesleidraad voor kwaliteitsgerichte procesinrichting en besluitvorming, enkele sleutelinstrumenten. |
In dit hoofdstuk benoemt de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 de mogelijke programma’s waarmee het college uitvoering kan geven aan de doelen en ambities van deze omgevingsvisie. Zoals de memorie van toelichting bij de Omgevingswet stelt: “Bestuursorganen kennen een grote mate van vrijheid om beleidsdocumenten naar eigen inzicht in te richten en op elkaar af te stemmen. […] Het getuigt echter van goed bestuur als de inzet van instrumenten volgt uit een samenhangende omgevingsvisie. Het is dan ook van belang dat omgevingsvisies en programma’s actueel en op elkaar afgestemd blijven”[8]. De omgevingsvisie is het richtinggevende kader. De omgevingsprogramma’s bieden het zelfbindende kader om als gemeente te sturen op prioritering, planning, capaciteit en middelen. Beide zijn in lijn met de wens van de raad om robuust te sturen en nu door te pakken.
Sneek zal zich de komende decennia verder ontwikkelen als FSN-stad en regiostad en onze kernambities, speerpunten en sleutelgebieden sluiten hierbij aan. De Ruimtelijke Strategie zal hiermee als basis dienen voor deze ontwikkeling. Het is daarom van cruciaal belang dat we deze uitgangspunten met het oog op de uitvoering voldoende borgen en bewaken.
Naast deze borging (bijvoorbeeld in het omgevingsplan of andere instrumenten) vragen de verdere ontwikkelingsvraagstukken die op Sneek afkomen behoorlijke inspanningen van de gemeente. Een op de problematiek toegesneden aanpak en organisatorische lenigheid zijn dan belangrijke succesfactoren.
De volgende uitgangspunten zijn hierin belangrijk:
verdere implementatie van het gebiedsgericht werken;
een integraal omgevingsprogramma Sneek voor een efficiëntere werkwijze;
kwaliteitssturing als onderdeel van gebiedsgovernance.
Door de programma’s op hoofdlijnen in deze strategie te benoemen, geven we richting aan hoe het college en de gebiedsregie de ambities verder kunnen brengen en voorkomen we dat uitvoering losraakt van de strategische koers. De concrete keuzes over prioriteiten, planning en middelen worden in het uitvoeringsplan van de gebiedsagenda verder uitgewerkt. Zo borgen we samenhang, integraliteit en maatwerk en voldoen we aan de oproep tot robuuste sturing met ruimte voor actualiteit.
E
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
H
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
I
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
J
Bijlage 5 wordt geplaatst na het lichaam. Bijlage 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm1900/2025/AanbevelingenRSS/nld@2025‑08‑21;2
/join/id/regdata/gm1900/2025/KaartenatlasRSS/nld@2025‑08‑21;2
/join/id/regdata/gm1900/2025/locatiegroep_82a31eb422b4488f96635e8145e43198/nld@2025‑08‑20;1
K
Bijlage 3 wordt geplaatst na bijlage 2. Bijlage 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Definities van enkele vaak voorkomende begrippen
Omgevingskwaliteit:
Omgevingskwaliteit omvat volgens de Memorie van Toelichting van de Omgevingswet ‘aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten’
Kernwaarden:
Kernwaarden (of kernkwaliteiten) zijn de herkenbare en afleesbare fysieke kwaliteiten van een gebied, plus de immateriële waarden zoals stilte, duisternis, dynamiek, sociale kwaliteit (andere benamingen komen ook voor, zoals, identiteitsdragers of DNA).
Bronnen (op alfabetische volgorde)
De cursieve bronnen zijn gelinkt in de Omgevingsvisie 1.0 website www.omgevingsvisiesudwestfryslan.nl
Achtergronddocument bouwsteen Veiligheid in Omgevingsvisies, provincie Friesland, december 2019
Afwegingskader Woningbouw, gemeente Súdwest-Fryslân, 26 maart 2019
Agenda Duurzame Ontwikkeling 2018-2022, gemeente Súdwest-Fryslân
Agenda Global Goals in het gemeentelijk beleid, VNG, 2018
Agenda IJsselmeergebied 2050, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ambitiedocument wonen SWF 219, gemeente Súdwest-Fryslân, 2019
Bedrijventerreinenplan regio Zuidwest Fryslân, Regionale opgave en afspraken, Provincie Fryslân, 19 januari 2011
Beleidsnota speelvoorzieningen 2013-2018, gemeente Súdwest-Fryslân
Beleidsnotitie intensieve veehouderij, Provinciale Staten van Fryslân, 25 juni 2014
Beleidsplan Openbaar groen Fase 4 Beleid Kapitaalgoederen, gemeente Súdwest-Fryslân, 27 augustus 2013
Beleidsplan Veerkracht in het Sociaal Domein, Veranderingen in werk, zorg, jeugd, en passend onderwijs, oktober 2014
Bomenbeleidsplan gemeente Súdwest-Fryslân
Bouwsteen Fries Platteland, Omgevingslab Fryslân
Bouwsteen Friese Energiestrategie, Omgevingslab Fryslân, oktober 2017
Bouwsteen Gezondheid in Omgevingsvisie, werkgroep Gezondheid van de Friese Aanpak, april 2019
Bouwsteen Omgevingsveiligheid in de Omgevingsvisie, gemeente Súdwest-Fryslân, 29 mei 2018
Dashboard monitor arbeidsmarkt Súdwest-Fryslân 2019 Q1
Detailhandelsstructuurvisie Súdwest-Fryslân, herijking 2019
Economische analyse en advies gemeente Súdwest-Fryslân, E&E Advies, juli 2018
Erfgoednota Súdwest-Fryslân 2013-2016, De basis op orde, oktober 2012
Erfgoedverordening gemeente Súdwest-Fryslân, februari 2013
Erfgoedvisie Súdwest-Fryslân, Silhouet, april 2012
Factsheet Bovenwijkse kosten verhalen, Principe en een voorbeeld, gemeente Súdwest- Fryslân
Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan, gemeente Súdwest-Fryslân, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken, maart 2013
Horecabeleid Súdwest-Fryslân, 1 november 2014
Integraal Veiligheidsplan 2019-2022, ‘de kreft fan de Mienskip’, gemeente Súdwest-Fryslân, december 2018
Jaaruitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2019, Team Juridische Veiligheidszaken, cluster Openbare Orde en VeiligheidKadernota 2020, gemeente Súdwest Fryslân
Karakterisering en positionering gemeente Súdwest-Fryslân aan de hand van regionale en gemeentelijke buurtkenmerken, Invisor, 8 april 2019
Kenniscentrum sport, De waarde van sport en bewegen in Súdwest-Fryslân, maart 2019
Klimaatstresstest gemeente Súdwest-Fryslân, 3 oktober 2018
Koersdocument Omgevingsvisie Provincie Fryslân, juni 2018
Landbouwagenda Zuidwest Fryslân 2012-2022, september 2012
Mei soarch foar ús lânskip, Visie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Súdwest-Fryslân, april 2013
Nota Grondbeleid 2015-2019, gemeente Súdwest-Fryslân, d.d. 26 augustus 2015
Notitie Clusteragenda 2015-2016, Proces, uitkomsten en vervolg
Omgevingsvisie ‘De romte diele’, provincie Fryslân, mei 2020.
Ontwerp-Agenda voor het Waddengebied 2050, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020
Ontwikkelagenda 2019-2023, gemeente Súdwest-Fryslân, oktober 2019
Ontwikkelvisie Gemeente Súdwest-Fryslân 2011-2021, gemeente Súdwest-Fryslân, maart 2012
Op-stap nei duorsumens, Duurzaamheidsvisie van de gemeente Súdwest-Fryslân, augustus 2012
Parkeervisie, gemeente Súdwest-Fryslân, afdeling Ruimtelijke ordening, april 2013
Praktijkproef Afwegingskader Omgevingsvisie, VNG, 11 februari 2019
Regioprojecten Bodem en Ondergrond in de Omgevingsvisie Friese Gemeenten, 2018
Ruimte voor de Zon, gemeente Súdwest-Fryslân, 2016
Samen doen, samen gezond Súdwest-Fryslân. Preventie akkoord. Gemeente Súdwest- Fryslân.
Samen werken aan cultuur, Cultuurbeleid Súdwest-Fryslân 2017-2021
Sport in beweging, Sport- en Beweegbeleid 2017-2020
Startnotitie Agenda Klimaatadaptatie Súdwest-Fryslân, gemeente Súdwest-Fryslân
SWF ontwikkelt en verduurzaamt, Hoofdlijnenakkoord Bestuursperiode 2018-2022, 29 december 2017
Steenbreek: Tegel eruit, plant erin, gemeente Súdwest-Fryslân, 2019
Transitie-agenda Biomassa & voedsel 2018
Uitgangspuntennotitie Buitengebied Súdwest-Fryslân, gemeente Súdwest-Fryslân, vastgesteld 21 juni 2012
Van leegstand naar herbestemmen, Evaluatie en beleid herbestemmen, gemeente Súdwest-Fryslân, 2019
Verordening Wet Geurhinder en Veehouderij gemeente Súdwest-Fryslân, november 2015
Verslag Rondje Súdwest: Samen verbindend werken aan een gezonde leefomgeving in 2040
Visie Toerisme & Recreatie, gemeente Súdwest-Fryslân (2012-2022), mei 2013
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân, november 2018
Werk en ondernemen 2018-2021, gemeente Súdwest-Fryslân
Woononderzoek 2018 Gemeente Súdwest-Fryslân, Companen, januari 2019
Woonvisie Súdwest-Fryslân 2017-2022, gemeenteraad d.d. 20 juli 2017
Aanvullend gebruikt voor de IDeekaarten
Ambitiedocument Het Friese IJsselmeerkustgebied, Rust, Ruimte & Reuring in een veranderende wereld, 2019
Structuurvisies voormalige gemeenten
Structuurvisie Sneek + Wymbrits
Structuurvisie Wunseradiel
Structuurvisie Boarnsterhim
Structuurvisie Littenseradiel
Structuurvisie Nijefurd
Visie Het Waddenpark Afsluitdijk, gemeente Súdwest-Fryslân, december 2013.
Woordenlijst bij hoofdstuk 8 (Ruimtelijke Strategie Sneek):
3‑30‑300 vuistregel: deze vuistregel voor een groene en gezonde leefomgeving meet drie dingen. Vanuit elke woning moeten minimaal drie bomen te zien zijn; 30% van een wijk moet in de schaduw van een boom vallen; vanuit elke woning moet op maximaal 300 meter afstand een park of andere grote groene ruimte zijn.
5 V’s: vijf v’s ten behoeve van biodiversiteit: voortplanting, veiligheid, voedsel, verbinding en variatie.
Borrowed size: dit concept beschrijft de situatie waarin kleinere steden of stedelijke gebieden profiteren van stedelijke functies en/of prestatieniveaus die normaal gesproken geassocieerd worden met grotere steden. Dit wordt mogelijk gemaakt door interacties binnen netwerken van steden op meerdere ruimtelijke schalen, waardoor deze kleinere steden toegang krijgen tot de agglomeratievoordelen van nabijgelegen grotere steden (Alonso, 1973, Meijers en Burger, 2017, Alteweel, 2019).
Circulaire keten: Circulaire ketens werken op meerdere niveaus (product-, netwerk-, gebiedsniveau) en brengen materiaal- en energiekringlopen tot stand via hergebruik, recycling en terugwinning, met nadruk op lokale en regionale synergie (bron: Lectoraat Building Future Cities van de Hogeschool Utrecht, 2020). Door de ruimtelijke koppeling van reststromen tussen functies binnen een gebied ontstaat lokale synergie en minder milieudruk.
Daily urban system (DUS): dit concept verwijst naar het gebied rond een stad of stedelijk netwerk waarbinnen dagelijkse pendelstromen plaatsvinden. Het is een manier om een stedelijke regio te definiëren door de gebieden te omvatten van waaruit individuen dagelijks pendelen voor werk, onderwijs of andere diensten. Dit concept benadrukt de functionele relaties tussen een stad en haar omliggende gebieden, gebaseerd op dagelijkse verplaatsingen. (Berry, 1964, Halás, & Zuskáčová, 2019).
Healing environment: een omgeving die herstel, welzijn en beleving zodanig ondersteunt dat zij bevorderend werkt op genezing.
Herstructureringsgebied: gebied dat wordt vernieuwd met behoud van bestaande functie.
Lobbenstad met groene wiggen: de groene wiggen zijn langwerpige groene gebieden die vanuit het centrum naar buiten toe uitlopen, vaak in samenhang met aanliggende vaarten. De lobben worden gevormd door de bebouwde gebieden die liggen en zich uitbreiden tussen deze wiggen in.
Radialen en ringen: de spinnenweb-achtige structuur van Sneek, met lijnen die de binnenstad verbinden met het buitengebied, en ringvormige verbindingen tussen die lijnen.
STOMP: afkorting die volgorde aangeeft in verschillende verplaatsingsvormen: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, Mobiliteit op afroep (deelvervoer), Privéauto.
Verandergebied: woongebied waar veranderingen gaan plaatsvinden in de woningvoorraad, andere functies (zoals zorg en voorzieningen) en mogelijk ook de openbare ruimte.
Verdichting: het verhogen van de bebouwingsdichtheid (hoeveelheid gebouwen in een gebied).
L
De Ruimtelijke Strategie is een integrale, gebiedsgerichte visie op de toekomst van Sneek, gericht op de lange termijn: het jaar 2050. Doel is het verbeteren en versterken van de brede welvaart in Sneek en daarmee bijdragen aan de brede welvaart in de hele regio. Voor de zomer van 2024 is de raad in een informerende bijeenkomst geïnformeerd over de inhoud en het proces rondom de Ruimtelijke Strategie. Op 1 juli jl. heeft er een opiniërende bijeenkomst voor de raadscommissie plaatsgevonden. Hier is de Ruimtelijke Strategie gepresenteerd en de aanwezigen konden daarna in kleinere groepen vragen stellen en hun inbreng geven.
De Ruimtelijke Strategie is formeel een aanpassing van de omgevingsvisie uit 2021 en bouwt hier inhoudelijk op voort. In de omgevingsvisie wordt Sneek geschetst als een aantrekkelijke, gezonde en vitale hoofdkern van de stedelijke zone met blauwe aders en groene wiggen. In deze Ruimtelijke Strategie worden de principes uit de omgevingsvisie verbonden met de huidige grote opgaven die op Sneek afkomen, onder meer op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en klimaat. De Ruimtelijke Strategie is een kader op hoofdlijnen. Een kader voor het uitwerken van een omgevingsprogramma voor de stad of omgevingsprogramma’s voor de verschillende sleutelgebieden (zoals Binnenstad en Spoorzone-Veemarktterrein) en voor projecten en initiatieven.
Bron: https://www.frieslandopdekaart.nl/kaarten/kaart/104/. Terug naar link van noot.
Bronnen: Planbureau Fryslân, 2024/2025; Rabobank en Universiteit Utrecht, onderzoek 2024-2025. Terug naar link van noot.
Zie ook bijlage: ‘Kaartenatlas ruimtelijke systemen en vertrekpunten ruimtelijke strategie Sneek 2050’ (Defacto, november 2023). Terug naar link van noot.
Het principe dat beleid zijn lasten niet afwentelt naar andere groepen of generaties is ook een belangrijk uitgangspunt dat het CPB, PBL en SCP hanteren voor het verankeren van brede welvaart in de begrotingssystematiek. Bron: CPB/PBL/SCP (2022) Verankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek. Terug naar link van noot.
Dit concept gaat ervan uit dat de diverse noodzakelijke voorzieningen voor bewoners bereikbaar zijn binnen een tijdsperiode van 30 minuten. Overigens zullen bepaalde voorzieningen aanvullend op een kortere afstand bereikbaar moeten zijn. Terug naar link van noot.
Vitaliteit (van steden, waaronder de binnenstad) wordt opgevat als ‘het vermogen van een stad om welvaart en werkgelegenheid te creëren, door de aanwezigheid van een diverse, concurrerende en veerkrachtige economische basis en (ruimtelijke) structuur; een mix van functies die onderlinge synergie kennen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers’. Gebaseerd op: Van der Krabben, E., & Louter, P. (2011). Economie en stedelijke ontwikkeling. Delft: Uitgeverij Eburon. OECD (2012). Compact City Policies: A Comparative Assessment. Paris: OECD Publishing. Terug naar link van noot.
CBS (2023), Monitor Brede Welvaart; PBL (2023), Brede Welvaart en de SDG’S: Overeenkomsten, verschillen, en rollen voor beleid. Terug naar link van noot.
Kamerstuk 33 962, nr. 3, p. 120. Terug naar link van noot.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-366570.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.